Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7775

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-11-2015
Datum publicatie
03-11-2015
Zaaknummer
16/661332-15
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met een ander ingebroken in een woning en daar goederen weggenomen, waaronder autosleutels. Met deze autosleutels heeft verdachte vervolgens een auto gestolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661332-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 november 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] aan de [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door
mr. S.C. van Bunnik, advocaat te Duivendrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 21 januari 2014 al dan niet samen met een ander heeft

ingebroken in een woning te Zeist;

feit 2 primair: op 21 januari 2014 al dan niet samen met een ander een auto

heeft gestolen te Zeist;

feit 2 subsidiair: zich op 21 januari 2014 samen met een ander schuldig heeft

gemaakt aan opzetheling van een auto te Zwanenburg.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat geen van de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Verdachte heeft een alternatief scenario geschetst, inhoudende dat medeverdachte [medeverdachte] samenspant met een jongen met wie verdachte ruzie heeft. [medeverdachte] zou verdachte ten onrechte aanwijzen als mededader om hem zo in de problemen te brengen. Voorts heeft verdachte ter zitting aangevoerd dat zijn auto in die periode bij de garage was gestolen.

De verdediging heeft betoogd dat voornoemd alternatief scenario niet onaannemelijk kan worden geacht.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van een inbraak in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] , gepleegd op 21 januari 2014 tussen 8.10 uur en 15.05 uur.2 Een raamkozijn van de woning is opengebroken. De woning is doorzocht.3 Uit de woning zijn weggenomen een
iMac computer (met serienummer [serienummer] )4, een iPad I, een iPad II en een
iPad II5, een laptop van het merk Dell en een Macbook, een mp4-speler, een huissleutel, kentekenbewijzen, een mobiele telefoon en paspoorten.6 Tot slot zijn twee autosleutels van een Renault Espace met kenteken [kenteken] weggenomen.7

[slachtoffer 1] heeft verder aangifte gedaan van diefstal van zijn auto, voornoemde Renault Espace met kenteken [kenteken] , gepleegd op 21 januari 2014 tussen 8.10 uur en 14.30 uur. De auto stond geparkeerd voor zijn woning, voornoemd.8

Op 22 januari 2014 nam [slachtoffer 2] , de partner van [slachtoffer 1] ,9 contact op met de politie met de mededeling dat zij een plaatsbepaling had gedaan van de weggenomen
iMac computer.
Uit deze plaatsbepaling bleek dat de iMac computer zich op 22 januari 2014 om 11.54, 12.41 en 13.03 uur in de omgeving van de [straatnaam] te Amsterdam bevond.10
In de directe omgeving van voornoemde straat is [bedrijf] gevestigd, een winkel die tweedehands goederen inkoopt. Getuige [getuige] , werkzaam bij [bedrijf] , verklaarde dat hij op 21 januari 2014 omstreeks 16.19 uur een iMac heeft gekocht van een jongen die zich legitimeerde met een ID-kaart met nummer [ID-kaartnummer] . De foto op de ID-kaart was goed gelijkend.11 Uit de door [getuige] overgelegde aankoopbon en klantenkaart volgt dat op voornoemde datum een iMac computer is verkocht door [medeverdachte] .12 De aangetroffen en in beslaggenomen iMac heeft serienummer [serienummer] .13

Op 24 januari 2014 ontving de politie een telefonische melding, dat in een straat in Zwanenburg een aantal dagen een Renault Espace met kenteken [kenteken] geparkeerd stond. Ter plaatse werd het voertuig aangetroffen. Het voertuig was rondom afgesloten. Er werden geen verbrekingen of beschadigingen aangetroffen.14

Een onbekend gebleven getuige verklaarde dat hij op 21 januari 2014 omstreeks 15.00 uur vanuit zijn kamer naar buiten keek. Hij zag een Renault Espace de parkeerplaats bij zijn woning oprijden. Daarachter reed een Opel voorzien van het kenteken [kenteken] . De Renault Espace werd geparkeerd. De bestuurder van de Renault Espace stapte uit om vervolgens in te stappen in de Opel. De Opel reed daarop weg.15
Uit onderzoek op 27 januari 2014 volgt dat de auto met kenteken [kenteken] een witte Opel Astra betreft en dat deze auto vanaf 10 januari 2014 op naam staat van [verdachte] , verdachte.16

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij eind 2013, begin 2014 aan de [straatnaam] in Zeist woonde. In die tijd ging hij om met een man die hij [bijnaam verdachte] noemt.17 [bijnaam verdachte] is een Surinaamse man met rasta haar, gouden tanden en tatoeages.18 [bijnaam verdachte] woonde destijds ook op de [straatnaam] , zesde portiek, op 12 of 13 hoog.19 [bijnaam verdachte] woonde bij een vriendin die een kind van hem had.20 [bijnaam verdachte] had destijds een witte Opel Astra.21
[medeverdachte] heeft verklaard dat hij samen met [bijnaam verdachte] in de auto van [bijnaam verdachte] naar een woning is gegaan. [medeverdachte] heeft het zijraam van de woning opengebroken.22
[bijnaam verdachte] en hij zijn naar binnen gegaan en zij hebben beiden in de woning gezocht.23
[medeverdachte] vond een autosleutel van een Renault Espace in de woning. De auto stond geparkeerd bij de woning. Ze hebben de Renault Espace weggenomen. [medeverdachte] reed in de Renault Espace. Hij en [bijnaam verdachte] hebben de Renault vervolgens weggezet. [medeverdachte] is hij bij [bijnaam verdachte] in de auto gestapt. Ze zijn naar een winkel gegaan waar ze gebruikte spullen inkopen. Deze winkel heet [bedrijf] . Bij [bedrijf] heeft hij zich gelegitimeerd en de i-Mac verkocht.24

Verdachte heeft verklaard dat hij vaak [bijnaam verdachte] wordt genoemd omdat hij rastahaar heeft. Verder verklaarde verdachte dat hij tatoeages heeft en in bezit is van gouden tanden.25 Van december 2013 tot en met januari 2014 heeft hij in Zeist gewoond bij zijn ex-vriendin, met wie hij een kind heeft. Zijn ex-vriendin woont aan de [straatnaam] , portiek 5 of 6,26 op 13 hoog.27 Verdachte heeft verklaard dat hij eigenaar is geweest van een Opel Astra met kenteken [kenteken] .28 Hij verklaarde verder dat hij, als hij een auto in bezit heeft, de enige is die in de auto rijdt.29

Alternatief scenario
Het door verdachte geschetste alternatief scenario, kort weergegeven inhoudende dat medeverdachte [medeverdachte] verdachte bewust ten onrechte zou aanwijzen als mededader om hem zo in de problemen te brengen, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier. Verdachte heeft op geen enkele wijze zijn stelling ter zitting dat zijn auto in die periode zou zijn gestolen onderbouwd met bijvoorbeeld een aangifte daarvan bij de politie. De rechtbank acht de alternatieve lezing van verdachte niet aannemelijk geworden en zal deze lezing daarom als ongeloofwaardig ter zijde stellen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Feit 1:

op 21 januari 2014 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit de woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen diverse iPads en laptops en een mp4-speler en een huissleutel en een iMac computer en kentekenbewijzen en een mobiele telefoon en paspoorten en autosleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Feit 2 primair:

op 21 januari 2014 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (Renault Espace gekentekend [kenteken] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel weggenomen bij de inbraak in de woning van die [slachtoffer 1] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het

weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse

sleutels.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van
zes maanden.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht

om, voor zover de rechtbank daaraan toekomt, oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, in combinatie met een werkstraf. De verdediging heeft aangevoerd dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening dient te houden met het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft samen met een ander ingebroken in een woning en daar goederen weggenomen, waaronder autosleutels. Met deze autosleutels heeft verdachte vervolgens een auto gestolen.

Met het plegen van deze feiten heeft verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen. Het is voor slachtoffers van woninginbraken vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee, zeker in een geval als het onderhavige waarbij ook de auto van de bewoner is gestolen. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 september 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld in verband met soortgelijke feiten.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte op respectievelijk 16 maart 2015 en 20 maart 2015 is veroordeeld door de politierechter te Haarlem en nu wordt schuldig verklaard aan misdrijven die voor de hierboven genoemde data zijn gepleegd.

De rechtbank acht gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en2 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het

weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse

sleutels.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. Eelkema, voorzitter,

mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en J.W. Frieling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 november 2015

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 21 januari 2014 te [woonplaats] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit de woning

gelegen aan de [adres] heeft weggenomen diverse iPads en/of laptops

en/of een mp4-speler en/of een huissleutel en/of een iMac-computer en/of

kentekenbewijzen en/of een mobiele telefoon en/of paspoorten en/of een ring

en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /

of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op of omstreeks 21 januari 2014 te [woonplaats] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke heeft weggenomen een personenauto

(Renault Espace gekentekend [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft

/ hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel

weggenomen bij de inbraak in de woning van die [slachtoffer 1] ; (zaak 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 21 januari 2014 te Zwanenburg, in elk geval in Nederland,

een personenauto (Renault Espace gekentekend [kenteken] ) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal,
nr. BVH 2014368380 Z, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 137). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 26 januari 2014, pagina 51.

3 Idem, pagina 53.

4 Idem, pagina 55.

5 Idem, pagina 52.

6 Idem.

7 Idem, pagina 56.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 26 januari 2015, pagina 70 en 71.

9 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 april 2015, pagina 7.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2014, met bijlagen, pagina 75 tot en met 78.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 januari 2014, met bijlage pagina 79.

12 Idem, pagina 79 en 81.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 januari 2014, pagina 82.

14 Het proces-verbaal van bevindingen van 25 januari 2014, pagina 84.

15 Het proces-verbaal van bevindingen van 27 januari 2014, pagina 86.

16 Idem.

17 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] van 3 maart 2015, pag. 29.

18 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] van 13 maart 2015, pagina 36.

19 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] van 3 maart 2015, pag. 29.

20 Idem, pag. 31.

21 Idem.

22 Idem, pagina 30.

23 Idem, pagina 31.

24 Idem, pagina 30.

25 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 oktober 2015.

26 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 12 maart 2015, pagina 45.

27 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 oktober 2015.

28 Idem.

29 Het proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2015, pagina 49.