Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7774

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-11-2015
Datum publicatie
03-11-2015
Zaaknummer
16/661507-15
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot verkrachting. Het slachtoffer betrof een vrouw, die een wandeling in de natuur maakte om zich te ontspannen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661507-15 (P) en 96-165240-12 (TUL)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 november 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1970] ,

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] aan de [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door
mr. C. van Oort, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verkrachting

van [slachtoffer] ;

subsidiair: zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding van
[slachtoffer] ;

meer subsidiair: zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer] met verkrachting en/of aanranding en/of enig misdrijf tegen het leven gericht, althans zware mishandeling dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer] .

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het onder primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat geen van de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Op 9 juli 2015 doet [slachtoffer] aangifte. Zij heeft het volgende verklaard. Zij liep op 8 juli 2015 over het Jaagpad te Odijk.2 Zij keek achterom en zag een man op een fiets aankomen.
Zij hoorde dat de man zijn fiets in de bosjes gooide. Een paar seconden later pakte de man haar vast met twee armen. De man stond achter haar. Haar armen waren gevangen, hadden geen bewegingsruimte. De man trok aan haar kleren.3 Hij probeerde haar jas uit te trekken. Hij pakte haar jas aan de voorkant aan de onderzijde vast en probeerde de jas omhoog te trekken. [slachtoffer] sloeg hem weg en trok haar jas weer naar beneden.4
De man pakte iets uit zijn jaszak. Daarna had de man had een zakmesje in zijn hand. [slachtoffer] pakte met haar hand zijn pols waar het mesje in zat. In de worsteling die ontstond, probeerde de man steeds het mesje op haar keel te zetten.5 Op haar vragen wat de man van haar moest, zei de man een aantal keer “Ik wil neuken.”6

[slachtoffer] praatte voortdurend op de man in. Zij stelde voor om naar een bankje te gaan. Uiteindelijk liet de man haar los en ze gingen beiden op een bankje zitten. [slachtoffer] seinde een visser, die naar hen toekwam. Zij holde naar de visser toe. De visser zei dat hij van de politie was. De visser nam de man mee.7

Getuige [getuige] is brigadier van politie. Hij heeft verklaard dat hij op 8 juli 2015 aan het vissen was in de Krommerijn te Odijk. Ter plaatse bevinden zich dichte tot zeer dichte bossages langs het Jaagpad. Hij zag een vrouw alleen over het Jaagpad lopen. Ongeveer een minuut later zag hij een man over het Jaagpad fietsen. De man keek naar voornoemde vrouw, stapte af en liep met de fiets in zijn hand in dezelfde richting als de vrouw. [getuige] vertrouwde het niet en liep in de richting van de man en de vrouw. Hij zag dat de fiets van de man in de berm lag.8 Hij zag dat de man en de vrouw samen op een bankje zaten. [getuige] zag dat de vrouw hem met grote ogen aan bleef kijken. De vrouw kwam naar [getuige] toe en zei: die man heeft mij vastgepakt. Hij zei dat hij met me wilde neuken. Hij heeft met mij gevochten. Hij heeft een mes op mijn keel gezet. [getuige] heeft de man, naar later bleek verdachte,9 aangehouden.10

In een broekzak van verdachte wordt een zakmes aangetroffen.11

Verdachte heeft verklaard dat hij die betreffende avond een vrouw zag lopen. Hij ging achter de vrouw aan. Hij pakte de vrouw van achteren vast.12 De vrouw zei: “doe niet.” De vrouw was bang.13 Hij had mesje dat bij hem is aangetroffen op dat moment bij zich14 en hij heeft het mesje uit zijn jaszak gehaald.15 De vrouw heeft hem tijdens de worsteling vastgegrepen bij zijn rechter pols. Zij deed dit omdat hij een mes in zijn rechterhand had.16
De vrouw stelde voor om op een bankje te gaan zitten, wat zij vervolgens hebben gedaan.17

Betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]
Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is. Haar verklaring is gedetailleerd en wordt op onderdelen wordt ondersteund door de verklaring van verdachte zelf en van getuige [getuige] .
Verder is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan aan de juistheid van de aangifte zou moeten worden getwijfeld. Voor zover [slachtoffer] meer of anders heeft verklaard dan verdachte, wordt uitgegaan van de juistheid van de verklaring van [slachtoffer] , zoals hiervoor weergegeven.

Dwang/opzet
De verdediging heeft ten aanzien van de primair ten laste gelegde poging tot verkrachting gesteld dat geen sprake is geweest van de daarvoor vereiste dwang, die dusdanig moet zijn dat capitulatie van het slachtoffer normaal te verwachten was. De verdediging heeft daarbij gewezen op het feit dat [slachtoffer] het mes van verdachte omschrijft als een “lullig mesje” dat “vrij bot” aanvoelde.
Dit verweer wordt verworpen. Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] op een stil en dichtbegroeid pad plotseling van achteren door verdachte, een man, met kracht is vastgepakt en vastgehouden. Verdachte heeft meermalen tegen haar gezegd dat hij met haar wilde neuken, probeerde haar jas uit te trekken en trok aan haar kleding. [slachtoffer] heeft zich verzet. Vervolgens heeft verdachte een mes gepakt en dit mes tegen de keel van aangeefster gehouden.

Het verweer van de verdediging met betrekking tot het ontbreken van opzet van verdachte op verkrachting van [slachtoffer] wordt verworpen.

Voornoemd samenstel van feiten en omstandigheden kan niet anders worden gezien dan als een begin van uitvoering van verkrachting en uit dit samenstel van feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte opzet heeft gehad op de uitvoering van verkrachting van [slachtoffer] .

Vrijwillige terugtred
De verdediging heeft ten aanzien van de primair ten laste gelegde poging tot verkrachting gesteld dat sprake is geweest van een vrijwillige terugtred. Volgens de verdediging is sprake geweest van een spontane besluitvorming tot het stoppen van de onvoltooide poging, die van de wil van verdachte afhankelijk is geweest.

Beslissend voor de vrijwillige terugtred is de vraag of deze het gevolg was van een spontane besluitvorming en niet plaatsvond uitsluitend onder invloed van uitwendige prikkels. Van buiten komende factoren die mede ertoe hebben geleid dat het strafbare feit niet is voltooid, behoeven niet aan vrijwillige terugtred in de weg te staan. Een combinatie van factoren is mogelijk mits de dader een actief aandeel in de verhindering van het strafbare feit heeft gehad. Van vrijwilligheid is sprake zolang de dader nog de werkelijke keus had tussen doorgaan en stoppen. Naar het oordeel van de rechtbank is de voorgenomen verkrachting slechts niet voltooid ten gevolge van de omstandigheid dat het slachtoffer zich tegen de handelingen van verdachte heeft verzet. Het is niet aannemelijk geworden dat verdachte een actief aandeel in de verhindering van de poging verkrachting heeft gehad. Het verweer wordt daarom verworpen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Zij zal verdachte vrijspreken van het bij dat feit onder het derde gedachtestreepje tenlastegelegde, aangezien niet bewezen is dat verdachte aangeefster bij haar borsten heeft betast dan wel aangeraakt.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

primair:

op 8 juli 2015 te Odijk, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, opzettelijk (bij)
[slachtoffer]

  • -

    onverhoeds met kracht van achteren heeft vastgepakt en vastgehouden en

  • -

    meermalen de woorden heeft toegevoegd: “Ik wil je neuken” en

  • -

    heeft getracht de jas uit te trekken en omhoog te duwen en

  • -

    aan de kleding heeft getrokken en

  • -

    een mes heeft getoond en in haar richting heeft gehouden en vervolgens dit mes tegen de keel heeft gehouden en

  • -

    heeft geworsteld met die [slachtoffer] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit


Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

poging tot verkrachting.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van een pro justitia rapportage van 14 augustus 2015, opgesteld door GZ-psycholoog D.J. Burck.

D.J. Burck rapporteert dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van intellectueel functioneren in een grensgebied van zwakbegaafdheid en zwakzinnigheid en een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur heeft. Daarnaast lijdt hij aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een meervoudige leerstoornis en een ziekelijke stoornis in de vorm van alcoholafhankelijkheid.

De gebrekkige ontwikkeling in de vorm van voornoemd intellectueel functioneren en de kwetsbare persoonlijkheidsstructuur speelden ook ten tijde van het ten laste gelegde. Ten tijde van het tenlastegelegde verkeerde verdachte verder onder invloed van alcohol.

De ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens beïnvloedde de gedragskeuzes c.q. gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde zodanig dat verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd dient te worden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Het beslag

Het onder verdachte in beslag genomen mes behoort aan verdachte toe. Nu met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde is begaan, wordt dit voorwerp verbeurd verklaard.

De in beslag genomen kledingstukken behoren aan verdachte toe. De rechtbank zal hiervan de teruggave aan verdachte gelasten.

9 De benadeelde partij

De behandeling van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] levert deels geen onevenredige belasting van het strafgeding op, te weten voor zover het gaat om de posten nieuwe jas, immateriële schade (deels), reeds afgenomen consulten bij [A] en [B] , onkostenvergoedingen, reis- en parkeerkosten, kosten medische informatie ( [A] ) en de kosten van tenuitvoerlegging.

Op de posten nieuwe jas (€ 48,00), onkostenvergoedingen (€ 190,00), reis- en parkeerkosten (€ 106,57), kosten medische informatie ( [A] ) (€ 61,00) en kosten van tenuitvoerlegging (tot op heden: nihil) heeft verdachte geen verweer gevoerd. Deze posten komen naar het oordeel van de rechtbank voor vergoeding in aanmerking.


Verdachte betwist niet de post immateriële schade, maar bepleit wel dat het gevorderde bedrag (€ 1.500,00) wordt gematigd. De post immateriële schade komt naar het oordeel van de rechtbank tot een bedrag van € 1.000,00 zonder meer voor vergoeding in aanmerking.

Verdachte betwist de gevorderde kosten van afgenomen consulten [A] en [B] (€ 505,00), omdat volgens hem niet duidelijk is dat deze niet (deels) door de verzekering zullen worden vergoed; volgens hem bestaat schade mogelijk slechts uit het eigen risico. Dit verweer faalt. Benadeelde partij [slachtoffer] is niet verplicht de kosten van haar reeds afgenomen consulten bij [A] en [B] – waarvan onweersproken is dat deze het rechtstreekse gevolg zijn van het door verdachte begane misdrijf – bij haar verzekeraar in rekening te brengen, of dat te proberen. Deze komen naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank zal ook de gevorderde wettelijke rente toewijzen, als volgt:
- immateriële schade: vanaf 8 juli 2015 (dag van het misdrijf);
- nieuwe jas: vanaf 9 juli (dag van aankoop);
- consulten, kosten medische informatie [A] en parkeerkosten: vanaf de factuur- respectievelijk kwitantiedata.
- reiskosten en onkostenvergoedingen: vanaf de dag van indiening van de vordering
(15 oktober 2015) (bij gebreke van specificatie).

De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Voor zover het gaat om de overige posten, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Dit geldt voor de immateriële schade, voor zover deze niet wordt toegewezen, de gevorderde gederfde inkomsten, en de gevorderde kosten van toekomstige medische behandelingen. Gelet op het verweer van verdachte, dat er samengevat toe strekt dat deze posten niet in rechtstreeks verband staan met het aan verdachte verweten misdrijf, kan de vordering voor deze posten niet zonder nader onderzoek worden beoordeeld. Dergelijk nader onderzoek zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

10 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 11 augustus 2015 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland, in de zaak met parketnummer 96-165240-12, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter van de Rechtbank Utrecht van 14 november 2012, waarbij verdachte (onder meer) is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op drie jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte waaruit blijkt dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, op 11 december 2012 aan verdachte is uitgereikt.

De officier van justitie vordert thans dat de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt gelast en dat deze straf wordt omgezet in een werkstraf van 160 uren.

Nu de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, te weten het hiervoor bewezen verklaarde feit, heeft de veroordeelde voornoemde voorwaarde overtreden.

De rechtbank acht termen aanwezig de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten, doch zij zal in plaats daarvan een taakstraf van na te melden duur gelasten.

De rechtbank heeft acht geslagen op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.

11 Motivering van de straffen en maatregelen

11.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 348 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

11.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om, voor zover de rechtbank daaraan toekomt, de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf te matigen. De verdediging heeft verzocht om oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

11.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot verkrachting. Het slachtoffer betrof een vrouw, die een wandeling in de natuur maakte om zich te ontspannen toen zij ineens door verdachte werd vastgepakt. Verdachte heeft op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. De gevolgen van het handelen van verdachte zijn ingrijpend. De ervaring leert dat slachtoffers van misdrijven als deze nog langdurig nadelige gevolgen hiervan ondervinden. Uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring is gebleken dat het slachtoffer ook daadwerkelijk psychische schade heeft geleden en nog lijdt. Daarnaast brengen feiten zoals het onderhavige angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg in de maatschappij.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 augustus 2015, waaruit blijkt dat verdachte recentelijk niet is veroordeeld in verband met soortgelijke feiten.


Tevens heeft de rechtbank gelet op een rapportage van 16 oktober 2015, opgemaakt door [C] , reclasseringsmedewerker. Ter terechtzitting heeft [D] voornoemde rapportage nader toegelicht. De reclassering schat het recidiverisico laag/gemiddeld en adviseert tot het opleggen van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling voor alcoholafhankelijkheid en onderliggende problematiek, de mogelijkheid van een korte klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie observatie en/of diagnostiek en een drugs- en alcoholverbod met de daarbij behorende urinecontroles.

Tot slot stelt de GZ-psycholoog Burck in zijn rapportage dat het risico op herhaling van soortgelijke feiten wordt ingeschat als bovengemiddeld en adviseert hij tot oplegging van een deels voorwaardelijke straf, met oplegging bijzondere voorwaarden.

Alles afwegend ziet de rechtbank geen redenen om af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde straf en komt zij tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank zal een deel daarvan, te weten

348 dagen, voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van 2 jaren, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan. De rechtbank zal daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 24c, 33, 33a, 36f, 45, 242 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

13 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot verkrachting.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 348 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Veroordeelde moet zich onmiddellijk onder toezicht en leiding van Victas Centrum voor Verslavingszorg (voorheen Centrum Maliebaan), afdeling Reclassering stellen.

Vervolgens moet hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van Victas Centrum voor Verslavingszorg, afdeling Reclassering blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt.

2. Veroordeelde moet zich (uiterlijk) op drie werkdagen volgend op het onherroepelijk worden van dit vonnis melden bij Victas Centrum voor Verslavingszorg, afdeling Reclassering, gevestigd aan de A.B.C.-straat 5 te Utrecht.

Veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd van twee jaren bij Victas Centrum voor Verslavingszorg, afdeling Reclassering blijven melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

3. Veroordeelde moet zich onder behandeling stellen van het Forensisch Fact team/Altrecht Aventurijn of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, teneinde zich te laten behandelen voor zijn alcohol-afhankelijkheid en onderliggende problematiek, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

4. De veroordeelde zal, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, een verplichte korte klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken ondergaan, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

5. De veroordeelde zal geen alcohol en/of drugs gebruiken zolang de reclassering dat noodzakelijk acht en zal, ter controle daarvan, meewerken aan urinecontroles, zolang en zo frequent de reclassering dit noodzakelijk acht.

De rechtbank geeft opdracht aan Victas Centrum voor Verslavingszorg, afdeling Reclassering, om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart verbeurd:

- een zakmes, kleur grijs.

Gelast de teruggave aan verdachte van:
- een T-shirt, kleur wit;

- een riem, kleur bruin;

- een baseball cap van het merk Nike, kleur zwart;

- werkschoenen van het merk Gripsport kleur zwart;

- een trui van het merk Interstar, meerkleurig;

- een jas van het merk Chiori, kleur zwart;

- een onderbroek, kleur blauw;

- een spijkerbroek van het merk Western.

Wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] toe tot € 1.910,57 (zegge: negentienhonderdtien euro en zevenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente:

- over € 1.000,00 vanaf 8 juli 2015 (immateriële schade);

- over € 48,00 vanaf 9 juli 2015 (nieuwe jas);

- over € 107,00 vanaf 20 juli 2015 ( [B] + parkeerkosten);

- over € 107,00 vanaf 24 juli 2015 ( [B] + parkeerkosten);

- over € 122,00 vanaf 28 juli 2015 ( [A] );

- over € 61,00 vanaf 17 augustus 2015 ( [A] );

- over € 61,00 vanaf 2 september 2015 ( [A] );

- over € 122,00 vanaf 28 september 2015 ( [A] (incl. medische informatie));

- over € 282,57 vanaf 15 oktober 2015 (reis- en onkosten);

steeds tot aan de dag van volledige betaling.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door [slachtoffer] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] , aan de Staat te betalen € 1.910,57 (zegge: negentienhonderdtien euro en zevenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor vermeld, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 29 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 14 november 2012 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk 2 maanden gevangenisstraf.

Gelast, in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, een taakstraf, bestaande deze straf uit: een werkstraf voor de duur van 160 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 60dagen, indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter,

mrs. J.M. Eelkema en J.W. Frieling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 november 2015

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 8 juli 2015 te Odijk, gemeente Bunnik, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen

misdrijf om door geweld en / of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en / of door

bedreiging met geweld en / of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, opzettelijk

(bij) die [slachtoffer]

- ( onverhoeds) met kracht van achteren heeft vastgepakt en/of vastgehouden

en/of

- meermalen, althans eenmaal de woorden heeft toegevoegd "Ik wil je neuken",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- bij/aan de borsten heeft betast, in ieder geval aangeraakt en/of

- heeft getracht de jas uit te trekken althans omhoog te duwen en/of

- aan de kleding heeft getrokken en/of

- een mes heeft getoond en/of in haar richting heeft gehouden en/of

(vervolgens) dit mes op/tegen de nek/keel heeft gehouden en/of

- heeft geduwd en/of getrokken tegen/aan het lichaam, althans heeft geworsteld

met die [slachtoffer] ,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 8 juli 2015 te Odijk, gemeente Bunnik, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, door geweld en / of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en / of door bedreiging met geweld en /of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en / of

dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het

- betasten, in ieder geval aanraken van de borsten van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte (bij)

die [slachtoffer]

- ( onverhoeds) met kracht van achteren heeft vastgepakt en/of vastgehouden

en/of

- meermalen, althans eenmaal de woorden heeft toegevoegd "Ik wil je neuken",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- heeft getracht de jas uit te trekken althans omhoog te duwen en/of

- aan de kleding heeft getrokken en/of

- een mes heeft getoond en/of in haar richting heeft gehouden en/of

(vervolgens) dit mes op/tegen de nek/keel heeft gehouden en/of

- heeft geduwd en/of getrokken tegen/aan het lichaam, althans heeft geworsteld

met die [slachtoffer] ;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 8 juli 2015 te Odijk, gemeente Bunnik, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met

verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer]

- ( onverhoeds) met kracht van achteren vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- meermalen, althans eenmaal de woorden toegevoegd "Ik wil je neuken", althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een mes getoond en/of in haar richting gehouden en/of (vervolgens) dit mes

op/tegen de nek/keel gehouden,

en/of

hij op of omstreeks 8 juli 2015 te Odijk, gemeente Bunnik, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] opzettelijk mishandelend

- een mes op/tegen de nek/keel heeft gehouden en/of

- heeft geduwd en/of getrokken tegen/aan het lichaam, althans heeft geworsteld

met die [slachtoffer] ,

waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en / of pijn heeft

ondervonden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal,
nr. 09VIS/MDRBC15099, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 66). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 9 juli 2015, pagina 36.

3 Idem, pagina 37.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] van 16 juli 2015, pagina 44.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 9 juli 2015, pagina 36.

6 Idem, pagina 38.

7 Idem.

8 Het proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2015, pagina 51.

9 Het proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] van 8 juli 2015, pagina 6 en 7.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2015, pagina 52.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 juli 2015, pagina 53.

12 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 oktober 2015.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 9 juli 2015, pagina 20.

14 Idem, pagina 19.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 21 juli 2015, pagina 31.

16 Het proces-verbaal van bevindingen van 14 juli 2015, pagina 59.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 21 juli 2015, pagina 30.