Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7746

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-10-2015
Datum publicatie
30-10-2015
Zaaknummer
C/16/398025 / KL ZA 15-268
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geschil tussen (ouders van) leerlingen en de Internationale School Almere over verhoging van schoolgeld. De Internationale School heeft aangekondigd het schoolgeld aanzienlijk te zullen verhogen en ouders zijn het daar niet mee eens en krijgen gelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WVO Commentaar en Jurisprudentie 2015/489
NJF 2016/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civielrecht

Zittingsplaats Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/398025 / KL ZA 15-268

Vonnis in kort geding van 20 oktober 2015

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

optredende voor zichzelf en in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind [minderjarige 1],

2 [eiser sub 2] en

3. [eiseres sub 3]

optredende voor zichzelf en in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind [minderjarige 2],

4 [eiser sub 4] en

5. [eiseres sub 5],

optredende voor zichzelf en in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige kinderen [minderjarige 3] en [minderjarige 4],

6 [eiser sub 6] ,

optredende voor zichzelf en in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind [minderjarige 5],

allen wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. B.A.R. Janssen en mr. H.A.A. Berendsen te Heerlen,

tegen

de stichting

HET BAKEN ALMERE, STICHTING VOOR INTERCONFESSIONEEL VOORTGEZET ONDERWIJS,

statutair gevestigd te Almere en aldaar kantoorhoudend,

gedaagde,

advocaat mr. W. Lindeboom te Den Haag.

Partijen zullen hierna de ouders en Het Baken genoemd worden. Waar relevant, zullen de ouders individueel worden aangeduid als [eiser sub 1] (eiser sub 1.), [eisers sub 2 en 3] (eisers sub 2. en 3.), [eisers sub 4 en 5] (eisers sub 4. en 5.) en [eiser sub 6] (eiser sub 6.)

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met daarbij vijftien producties

  • -

    de brief van 24 augustus 2015 van de zijde van Het Baken met daarbij vijf producties

  • -

    de mondelinge behandeling op 25 augustus 2015

  • -

    de pleitnota van de ouders

  • -

    de pleitnota van Het Baken

  • -

    de aanhouding ten behoeve van het beproeven van een schikking

  • -

    de e-mail van 30 september 2015 van de zijde van de ouders met de mededeling dat partijen niet tot een schikking zijn gekomen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het Baken is een brede scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs. Zij heeft vier vestigingen, waaronder de vestiging Internationale School Almere (hierna: ISA) aan de Heliumweg te Almere.

2.2.

De ISA is een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna het Ministerie) gesubsidieerde onderwijsinstelling die opleidingen aanbiedt aan kinderen in de leerplichtige leeftijd, gericht op het behalen van een diploma volgens het International Baccalaureateonderwijs (“IB”).

2.3.

De ISA is op 10 juli 2002 opgericht als een internationale private school. Zij laat een beperkt aantal categorieën kinderen toe. Kortgezegd betreft dat leerlingen met een internationaal paspoort van wie één of beide ouder(s) in Nederland werkzaam is en leerlingen met een Nederlands paspoort van wie één of beide ouder(s) in het buitenland werkzaam is geweest of binnen afzienbare tijd zal zijn (de IGVO-leerlingen) en daarnaast – en daar gaat het in deze situatie om – leerlingen met de Nederlandse nationaliteit waarvan één of beide ouder(s) een voorkeur heeft voor internationaal georiënteerd onderwijs: the Bilingual Stream (“BS”), ook wel de categorie D-leerlingen.

2.4.

De ISA biedt sinds 2010 een geaccrediteerd International Baccalaureate Diploma Programme (“DP”) aan. Dat is een tweejarig onderwijstraject (“DP1 en DP2) voor leerlingen van 16 tot 18 jaar, dat erop is gericht te dienen als voorbereiding op een universitaire studie.

Vanaf 2012 is de ISA ook geaccrediteerd voor het International Baccalaureate Middle Years Programme. Dat is een vierjarig traject (MYP1, MYP2 enz) voor leerlingen in de leeftijd van 11 tot 16 jaar. Dit programma is gericht op het behalen van een IB-diploma als eerste stap op weg naar een universiteit waar ook ter wereld.

2.5.

De ISA valt sinds 1 augustus 2013 onder het bevoegd gezag van Het Baken. Voor die datum was de ISA ondergebracht bij een coöperatieve vereniging die in 2003 door de Stichting Verenigde Scholen J.A. Alberdingk Thijm Voortgezet Onderwijs te Hilversum (Alberdingk Thijm) en de stichting Amarantis te Amsterdam (Amarantis) was opgericht.

2.6.

De licenties voor het geven van onderwijs berustten bij Amarantis. Amarantis ontving ook de bekostiging van IGVO-leerlingen vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2.7.

Nadat Amarantis in 2011 in opspraak was geraakt is Amarantis verplicht gesplitst in vijf afzonderlijke onderwijsinstellingen waarvan Het Baken er één is.

2.8.

Begin juli 2013 is de ISA korte tijd gesloten geweest omdat de wijze waarop aan de ISA tot op dat moment bestuurlijk vorm was gegeven niet kon blijven voortbestaan. Tot dat moment waren, via Amarantis, aan de ISA publieke gelden ter beschikking gesteld, terwijl het Ministerie een coöperatieve vereniging, zoals waarin de ISA was ondergebracht, als bekostigingseenheid niet kende.

2.9.

Overleg tussen onder ander het Ministerie, de gemeente Almere, de coöperatieve vereniging, Alberdingck Thijm en Het Baken heeft ertoe geleid dat de ISA per 1 augustus 2013 volledig onder het bevoegd gezag van Het Baken is ondergebracht, de ISA tijdelijke financiële ondersteuning kreeg van de gemeente Almere en dat de ISA enkele dagen na haar sluiting heropend werd.

2.10.

In de beleidsregel IGVO 2010 wordt de bekostiging en inrichting van cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs geregeld. Voor zover hier van belang:

Artikel 9. Toelating en geldelijke bijdrage

Toelating tot de cursus IB MYP, de cursus IB DP en de pilot IB DP is afhankelijk van de voldoening van een geldelijke bijdrage op grond van een overeenkomst tussen de ouders, voogden of verzorgers van de leerling en de school. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de geldelijke bijdrage per leerjaar vast.”

2.11.

[eiser sub 1] heeft zijn dochter [minderjarige 1] in 2009 ingeschreven bij de ISA voor het schooljaar 2009/2010. Inmiddels heeft [minderjarige 1] DP1 afgerond en start in het schooljaar 2015/2016 met DP2. De door [eiser sub 1] betaalde schoolfees zijn:

2010/2011 € 1.680,-

2011/2012 € 1.695,-

2012/2013 € 1.680,-

2013/2014 € 1.725,-

2014/2015 € 2.395,-

De door Het Baken voor de ISA vastgestelde schoolfee voor aankomend jaar (2015/2016) bedraagt € 3.500,-.

2.12.

[eisers sub 2 en 3] heeft zijn dochter [minderjarige 2] in 2012 ingeschreven bij de ISA voor het schooljaar 2012/2013. [minderjarige 2] heeft MYP4 afgerond en start in het schooljaar 2015/2016 met DP1. De door [eisers sub 2 en 3] betaalde schoolfees bedragen:

2013/2014 € 1.725,-

2014/2015 € 2.075,-

De door Het Baken voor de ISA vastgestelde schoolfees voor aankomend jaar en volgende jaren bedragen:

2015/2016 € 3.500,-

2016/2017 € 4.750,-

2.13.

[eisers sub 4 en 5] heeft zijn dochters [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in 2013 ingeschreven bij de ISA voor het schooljaar 2013/2014. [minderjarige 3] is toen begonnen aan MYP4 en [minderjarige 4] aan MYP2. [eisers sub 4 en 5] heeft zijn zoon [minderjarige 6] in 2014 ingeschreven bij de ISA voor het schooljaar 2014/2015 voor MYP2. Vanaf het schooljaar 2015/2016 zal [minderjarige 6] geen onderwijs meer volgen aan de ISA. De door [eisers sub 4 en 5] betaalde schoolfees bedragen:

[minderjarige 3] [minderjarige 4] [minderjarige 6]

2013/2014 € 1.725,- € 1.725,-

2014/2015 € 2.075,- € 2.075,- € 2.075,-

De door Het Baken voor de ISA vastgestelde schoolfees voor aankomend jaar en volgende jaren bedragen:

[minderjarige 3] [minderjarige 4]

2015/2016 € 3.500,- € 2.750,-

2016/2017 € 4.750,- € 4.750,-

2017/2018 € 6.250,-

2.14.

[eiser sub 6] heeft zijn zoon [minderjarige 5] in 2012 ingeschreven bij de ISA voor het schooljaar 2012/2013. [minderjarige 5] heeft MYP4 afgerond en start in het schooljaar 2015/2016 met MYP5. De door [eiser sub 6] betaalde schoolfees bedragen:

2012/2013 € 1.596,-

2013/2014 € 1.725,-

2014/2015 € 2.075,-

De door Het Baken voor de ISA vastgestelde schoolfees voor aankomend jaar en volgende jaren bedragen:

2015/2016 € 3.500,-

2016/2017 € 4.750,-

2017/2018 € 6.250,-

2.15.

De ouders hebben hun kinderen op de ISA ingeschreven door het invullen en ondertekenen van een formulier: “financial obligations on enrolment”. Op dit formulier staat de financiële verplichting voor het jaar van inschrijving, niet voor de daaropvolgende jaren. Op het formulier staat ook niet de wijze van totstandkoming of berekening van de (toekomstige) schoolfees.

2.16.

Op 16 maart 2015 heeft de ISA een brief gezonden aan de ouders van alle leerlingen van de ISA met daarin de aankondiging van een verhoging van de schoolfee. De ISA heeft in die brief onder meer geschreven:

“As you know, the decision has been made to increase our school fee. This has not been an easy decision, but given the circumstances that we are in as an International school and the quality of education that we want to offer, we have no other choice. (…)

Process

Each year we decide what the school fee will be for the next year, based on the number of students that enroll and the costs we have. We do receive some funding from the Dutch government, but this is not enough to cover all the costs. Moreover, last year there has been a cut in government funding. With that, an increase of the school fee became inevitable.

(…)

What you pay for

(…) And to ensure that we can keep the high standard of our programmes, we make certain investments each year.

Ambition

Not only do we need to maintain the standards of our programmes, we also have an ambition. (…) We want to be one of the top International schools in the Netherlands. This can only happen if we make certain changes, changes that involve money.

Disappointment

(…) I also understand that the increase of the school fee has been a disappointment for some of you, and that the impact can be huge. Especially, for those who might face difficulties in paying the whole amount. I already made some appointments with parents who are in this situation and I will continue to do so. Together, we want to find a viable solution, as we do not want to lose students due to the new school fee structure.”

2.17.

Bij e-mail van 23 maart 2015 heeft de ISA aan de ouders van alle leerlingen een formulier toegstuurd: “re-enrollment letter 2015-2016”. In dit formulier zijn de financiële verplichtingen van de ouders voor het schooljaar 2015/2016 (de schoolfee) opgenomen. Daarnaast zijn in het formulier de kosten vermeld van de komende opleidingsjaren tot en met het schooljaar 2017/2018. De vastgestelde schoolfees bedragen blijkens dit formulier:

MYP1 MYP2-MYP4 MYP5 DP

Bi Int Bi Int Bi Int

2015/2016 € 4.900 € 2.750 € 4.900 € 3.250 € 4.900 € 3.500 € 5.200

2016/2017 € 5.200 € 3.500 € 5.200 € 4.750 € 5.200 € 4.750 € 5.750

2017/2018 € 5.500 € 4.000 € 5.500 € 5.500 € 5.500 € 6.250 € 6.250

2.18.

[eiser sub 6] heeft bij e-mail van 27 maart 2015 bezwaren geuit tegen de aangekondigde verhoging van de schoolfee. Hij heeft daarbij ook aangegeven dat een ondertussen gevormd oudercollectief ‘Concerned Parents Group’ (hierna het oudercollectief) verschillende aspecten van de verhoging van de schoolfee in onderzoek heeft en daar juridische bijstand voor heeft gezocht.

2.19.

Bij e-mail van 2 april 2015 van de ISA aan de ouders van alle leerlingen, heeft de ISA als volgt bericht:

“As mentioned in my earlier communication pieces, in the last month I have met with families that have a challenge with the payment of the increased school fees from 2015 onwards. In all these conversations I have reassured the families that their children currently at the school do not have to go elsewhere. I have completed the inventory phase and will take this to the Board and will continue discussing this further with the DMR members.”

2.20.

De DMR is een deelmedezeggenschapsraad die bestaat uit een vertegenwoordiging van stafleden, leerlingen en ouders van leerlingen.

2.21.

In een e-mail van 6 april 2015 van het oudercollectief aan de ISA heeft het oudercollectief bezwaren geuit tegen de verhoging van de schoolfees. Het oudercollectief heeft ook aangegeven in gesprek te willen met de ISA over de aangekondigde verhoging. Het oudercollectief heeft onder meer geschreven:

“When we first signed up for our children, we obviously envisaged them to finish the school with a diploma after six years. This still remains our ambition. (…) As with any long term relationship you engage in, one may expect that the terms of the agreement will remain similar for the normal duration of engagement. Annual increases as price index can obviously be expected, but not a significant and/or excessive unilateral change.”

2.22.

In een e-mail van 17 april 2015 aan de ouders van alle leerlingen laat de ISA weten:

“After several fruitful discussions with various stakeholders the school is glad to reach an agreement that is supported by the DMR and the Board.

There will be an increase of school fee for 2015-2016 as indicated in my previous communication.

All families of our current students irrespective of bilingual or international stream who cannot meet the increased financial obligations for the school year 2015-2016 can apply for financial aid at the finance office of the school. More details of the procedure will be made available bij Friday next week.”

2.23.

Op 21 april 2015 heeft het oudercollectief per e-mail het volgende geschreven aan de ISA:

“May we remind you of the Concerned Parents Group’s invitation for a dialogue on the school fees?

So far we have not received an answer, and we are shocked by the fact that apparently the school has taken further steps in setting the school fees policy while ignoring our request to discuss it.”

2.24.

Verschillende ouders hebben rechtskundige bijstand ingeschakeld naar aanleiding van de verhoging van de schoolfees.

2.25.

De raadsman van de ISA heeft, in zijn brief van 16 juni 2015 aan de rechtshulpverlener van [eiser sub 6] , onder meer het volgende geschreven:

“Door IS Almere [de ISA, vzr] is met toestemming van het ministerie en de onderwijsinspectie voorzien in de mogelijkheid om leerlingen, die niet aan bovenstaande eisen voldoen eveneens hetzelfde internationaal georiënteerde onderwijs te laten volgen. Dit is de hierboven genoemde categorie D, ook wel genoemd the Bilingual Stream, BS. De leerlingen zitten samen met de zogenaamde IGVO-leerlingen in dezelfde klas en ontvangen hetzelfde onderwijs. Het enige verschil is dat aan deze leerlingen de eis wordt gesteld, dat zij het International Baccalaurate Examen Nederlands op het hoogste niveau volgen. Voor deze leerlingen ontvangt Het Baken niet de extra toeslag van het Ministerie, doch uitsluitend de reguliere bekostiging.

Aan de ouders van deze categorie D-leerlingen is altijd een aanmerkelijk lagere bijdrage gevraagd dan van de ouders van de IGVO-leerlingen. Cliënte heeft vastgesteld, dat de belangstelling voor dit soort internationaal georiënteerd onderwijs groeiende is.

Het onderwijs dat door de IS Almere wordt verzorgd voldoet aan hoge internationale eisen, waarbij is bovendien voorzien in kleine klassen, moderne leermiddelen (…) en een ruim licht gebouw met vele technische en andersoortige faciliteiten. Cliënte heeft moeten vaststellen dat ze het onderwijs aan de categorie D-leerlingen op dit moment niet meer kostendekkend kan verzorgen, sterker nog, dat de bekostiging volstrekt onvoldoende is, en dat bij een voorduren van de huidige situatie het onderwijs aan niet-IGVO-leerlingen zal dienen te worden bekostigd uit de middelen die worden verkregen voor het onderwijs aan de andere leerlingen van Het Baken Almere. Daarmee zouden dus de overige leerlingen van Het Baken Almere tekort worden gedaan. Relevant in dat kader is het feit dat de Medezeggenschapsraad van Het Baken Almere onlangs heeft aangegeven dat de instandhouding van de IS Almere niet ten koste mag gaan van het reguliere Nederlandstalige onderwijs.

De voortzetting van de huidige situatie (dat wil zeggen zonder de aangekondigde verhoging van de schoolfees) zal zondermeer met zich meebrengen dat op termijn cliënte gehouden zal zijn de gehele IS Almere op te heffen, aangezien de bekostiging van dit soort onderwijs in het geheel niet meer zal zijn vol te houden.

Cliënte heeft verder geconstateerd dat ze het de ouders van de IGVO-leerlingen niet langer kan uitleggen waarom zij een hogere bijdrage aan het onderwijs dienen te betalen dan de ouders van de categorie D-leerlingen.

Cliënte heeft daarom besloten om met ingang van 1 augustus a.s. de ouderbijdragen voor de IGVO-leerlingen en de categorie D-leerlingen gelijk te trekken. Cliënte heeft besloten om de ouderbijdragen ten behoeve van de categorie D-leerlingen die reeds dit schooljaar de IS Almere bezoeken bij wijze van overgangsregeling niet direct maar stapsgewijs omhoog te brengen naar het niveau van de IGVO-leerlingen. Voor deze verhoging en voor de overgangsregeling is de instemming verkregen van de Deelmedezeggenschapsraad van de IS Almere.

Met betrekking tot de contractuele kant meld ik u het volgende.

De ouders van de leerlingen van de IS Almere dienen voorafgaande aan elk schooljaar een formulier in te vullen en te ondertekenen, krachtens welke zij akkoord gaan met de financial obligations die aan the enrolment van dat betreffende schooljaar zijn verbonden. Er is dus geen sprake van een meerjarig contract, en er is dus evenmin een afspraak tussen partijen dat gedurende de periode dat de leerling het IS Almere-onderwijs volgt de financial obligations gelijk blijven. Het betreft elk jaar weer een apart contract dat elk jaar dus ondertekening behoeft. Er is, anders dan u stelt, op geen enkel moment van de zijde van cliënte de indruk gewekt dat deze financial obligations de komende jaren onveranderd zullen blijven of ongeveer gelijk zullen zijn.

(…)

Ik wijs u er op dat de leerling is ingeschreven bij Het Baken Almere, stichting voor interconfessioneel voortgezet onderwijs. Ingeval ouders besluiten om de financial obligations niet te accepteren, heeft dat als consequentie dat cliënte niet langer de faciliteiten en het internationaal gerichte onderwijs van de IS Almere aan zal bieden. In plaats daarvan zal de leerling dan het Nederlandstalige onderwijs kunnen volgen op bijvoorbeeld gymnasium Trinitas, eveneens een onderdeel van Het Baken Almere. Daarmee is er dus voor de betreffende leerling een passend alternatief. Cliënte is vanzelfsprekend in dat geval bereid om met de ouders en de betreffende leerling nadere afspraken te maken over het onderwijs teneinde de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.”

3 Het geschil

3.1.

De ouders hebben, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:

primair

Het Baken te verbieden om het door de ouders aan Het Baken jaarlijks verschuldigde collegegeld (“school fee”) gedurende de schoolcarrière van de kinderen van de ouders (zoals opgesomd in het lichaam van de dagvaarding in randnummer 1.1.) te verhogen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom gelijk aan de alsdan door Het Baken aan de ouders in rekening gebrachte verhoging van het collegegeld;

subsidiair

Het Baken te verbieden om het door de ouders aan Het Baken verschuldigde collegegeld (“school fee”) gedurende de schoolcarrière van de kinderen van de ouders (zoals opgesomd in het lichaam van de dagvaarding in randnummer 1.1.) te verhogen met een hoger percentage dan de in dat betreffende schooljaar geldende CPI (ConsumentenPrijsindex), althans met een door de voorzieningenrechter te bepalen percentage, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom gelijk aan de alsdan door Het Baken aan de ouders in rekening gebrachte verhoging van het collegegeld;

meer subsidiair

iedere andere voorziening treffen die de voorzieningenrechter passend acht;

in alle gevallen

Het Baken te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, waaronder het salaris van de advocaat van de ouders, vermeerderd met de wetttelijke rente vanaf de achtste dag dat Het Baken na betekening van dit vonnis in gebreke blijft met betaling van de in het vonnis vastgestelde proceskostenveroordeling tot de dag der algehele voldoening.

3.2.

Het Baken heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Van het spoedeisend belang bij het gevorderde is in voldoende mate gebleken.

4.2.

Tussen partijen is in geschil de hoogte van de door Het Baken vastgestelde schoolfees voor de schooljaren 2015/2016 tot en met 2017/2018.

4.3.

De schoolfee is een krachtens wet (artikel 73 WVO jo art. 9 Beleidsregel Internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs) geregelde geldelijke bijdrage aan een school, in dit geval de ISA, die als voorwaarde voor toelating van een leerling geldt. Ouders moeten, voordat hun kind (de leerling) wordt toegelaten, een overeenkomst aangaan met het bevoegd gezag van de school waarbij zij zich ertoe verplichten jaarlijks een financiële bijdrage aan de school te betalen: de schoolfee.

4.4.

Het bevoegd gezag van de school, Het Baken, stelt de jaarlijkse bijdrage vast.

4.5.

Op de tussen de school en de ouders te sluiten overeenkomst zijn de normale regels van het overeenkomstenrecht van toepassing. Ook al is de verplichting om een overeenkomst voor een geldelijke bijdrage te sluiten in de wet vastgelegd als voorwaarde voor toelating, dat betekent nog niet dat daarmee de inhoud van de te sluiten overeenkomst ook wettelijk is vastgelegd. Bij de nakoming van de overeenkomst moet de school uitvoering geven aan wat zij met de individuele ouders heeft afgesproken en is zij, in beginsel, gebonden aan door haar gedane toezeggingen.

4.6.

De schoolfee is een essentialia van de tussen school en ouders te sluiten overeenkomst, die overigens kwalificeert als een onderwijsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht. Als een school de hoogte van de schoolfee per jaar wenst aan te passen, dan rust op haar de taak, gelet op de aard van de overeenkomst die vergt dat in hoge mate rekening wordt gehouden met de belangen van de leerling (in dit geval kinderen in de leeftijd van 11 tot 18 jaar), om, op het moment dat ouders hun kind bij de school willen inschrijven als leerling, de betreffende ouders voor te lichten over het te verwachten verloop van de hoogte van de schoolfee of om uitdrukkelijk te waarschuwen dat die schoolfee aan (substantiële) stijging onderhevig is. Wanneer ouders hun kind inschrijven voor een bepaald type onderwijs is dit in beginsel in de verwachting dat het kind dat onderwijs zal volgen totdat een afsluitend examen met goed gevolg is afgelegd. Eenmaal ingeschreven voor een bepaald type onderwijs is het voor de leerling, het kind, ook van essentieel belang dit onderwijs ongestoord te kunnen voortzetten totdat een afsluitend examen is gedaan. In dit kader is van belang dat aan ouders duidelijkheid wordt verschaft over welke kosten aan dit onderwijs zijn verbonden en over de verwachte ontwikkeling van die kosten gedurende de jaren dat hun kind het onderwijs op de school zal volgen. De ouders dienen immers bij de keuze van het soort onderwijs en de school ook te kunnen meewegen of zij in de betreffende periode financieel in staat zullen zijn om de schoolfees te betalen.

4.7.

Als de school nalaat om aan die verplichting te voldoen, dan staat het haar niet (meer) vrij om de jaarlijks door haar vast te stellen schoolfee eenzijdig significant te verhogen.

4.8.

Vast staat dat in de gevallen van de bij deze procedure betrokken ouders Het Baken bij de eerste inschrijving van de kinderen en het daarbij aangaan van de onderwijsovereenkomst de ouders niet heeft geïnformeerd over het verloop van de schoolfee of heeft gewaarschuwd voor de mogelijkheid van een significante verhoging van de schoolfee gedurende de volgende jaren van de schoolcarrière van de kinderen op de ISA. De ouders hebben gesteld dat de (voormalige) directeur van de school in gesprekken met hen zelfs heeft toegezegd dat de schoolfee niet aan noemenswaardige stijging onderhevig zou zijn. [eisers sub 4 en 5] heeft ter zitting gesteld bij de (voormalige) directeur uitdrukkelijk geïnformeerd te hebben naar het toekomstige verloop van de schoolfee om de financiële haalbaarheid te kunnen beoordelen van inschrijving van zijn kinderen op de ISA. [eisers sub 2 en 3] heeft gesteld dat de (voormalige) directeur aan hem heeft toegezegd dat de schoolfee slechts aan een bescheiden indexatie onderhevig zou zijn. [eiser sub 1] heeft onderbouwd gesteld dat de door hem in het verleden betaalde schoolfees ook daadwerkelijk met niet meer dan een bescheiden indexatie zijn gestegen. Deze geconcretiseerde stellingen zijn slechts in algemene zin, en daarmee onvoldoende, betwist door Het Baken.

4.9.

Het Baken heeft aangevoerd dat zij niet anders kan dan de schoolfee verhogen op de door haar voorgestane wijze. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij kampt met een erfenis uit het verleden, waardoor zij zonder een substantiële verhoging van de schoolfee voor de categorie D-leerlingen op de ISA een tekort op haar begroting zal krijgen. Deze omstandigheid komt echter voor rekening en risico van de ISA en Het Baken. Het vormt in ieder geval, in het licht van hetgeen hierboven is overwogen, onvoldoende reden om de ouders eenzijdig te kunnen verplichten een significant hogere schoolfee te betalen.

4.10.

Het Baken heeft gesteld het verschil in de hoogte van de schoolfee tussen de categorie D-leerlingen en de IGVO-leerlingen niet langer te kunnen verantwoorden naar de ouders van de laatste categorie. Ook deze omstandigheid moet voor rekening van de ISA en Het Baken als haar bevoegd gezag blijven, nu die situatie door de ISA en haar toenmalige bevoegd gezag zelf in het leven is geroepen.

4.11.

Het Baken heeft nog gewezen op de door haar gehanteerde financiële regeling voor minder draagkrachtige ouders die zij in verband met de door haar substantieel verhoogde schoolfee in het leven heeft geroepen (de coulance-regeling). Deze regeling legt echter geen gewicht in de schaal. Op geen enkele wijze heeft Het Baken inzichtelijk gemaakt voor ouders op welke gronden en op basis van welke individuele feiten en omstandigheden Het Baken een coulance-regeling treft met ouders en er is geen enkele transparantie over de beoordelingscriteria die daarbij worden gehanteerd. Ook in deze procedure is die helderheid er niet gekomen.

4.12.

Uit het bovenstaande vloeit voort dat het Het Baken niet vrij staat om ten opzichte van de ouders, betrokken bij deze procedure, de schoolfees te verhogen zoals Het Baken heeft aangekondigd. Wel staat vast dat de ouders rekening moesten houden, dat erkennen zij ook, met een indexatie van de schoolfee. Daardoor kan de primaire vordering niet worden toegewezen. Aangezien Het Baken op dit punt geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het subsidiair gevorderde wel toewijsbaar is.

4.13.

De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding om aan overtreding van het verbod een dwangsom te verbinden. De ouders hebben immers zelf in de hand of zij een door Het Baken in strijd met dit vonnis vastgestelde verhoging van de schoolfee betalen.

4.14.

Het Baken zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de ouders worden begroot op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht 285,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.195,19

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt Het Baken om het door de ouders aan Het Baken verschuldigde collegegeld (“school fee”) gedurende de schoolcarrière van de kinderen van de ouders (zoals opgesomd in het lichaam van de dagvaarding in randnummer 1.1.) te verhogen met een hoger percentage dan de in dat betreffende schooljaar geldende CPI (ConsumentenPrijsindex),

5.2.

veroordeelt Het Baken in de proceskosten, aan de zijde van de ouders tot op heden begroot op € 1.195,19, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2015.