Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7524

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-10-2015
Datum publicatie
15-10-2015
Zaaknummer
UTR 15/4831
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Niet tijdig beslissen. Verzoek is ingediend, omdat verweerder heeft nagelaten om ook binnen de in de uitspraak van de rechtbank op het beroep over het niet tijdig beslissen (zie uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2015:7517) opgelegde beslistermijn op het bezwaar te beslissen. De destijds opgelegde dwangsom van €100,- was niet voldoende om het gewenste resultaat te bereiken en wordt daarom verhoogd naar € 250,- per dag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Lelystad

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 15/4831

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 oktober 2015 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgmeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: mr. J.C. Haan)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Kinderdagverblijf [naam] B.V., derde-partij, te [woonplaats]

(gemachtigde: mr. G.C.M. Schipper).

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van onder meer verzoeker om handhavend op te treden tegen het kinderdagverblijf [naam] op het perceel [adres] te [woonplaats] afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De behandeling van het verzoek plaatsgevonden op 8 oktober 2015. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens derde partij is mr. M.P.A. Balder, kantoorgenoot van gemachtigde, verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    gelast verweerder vóór 13 oktober 2015 op rechtsgeldige wijze een besluit op het bezwaar bekend te maken;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan verzoeker een extra dwangsom van € 150,- verbeurt ingaande 13 oktober 2015 voor elke dag dat hij geen gevolg geeft aan deze uitspraak, waarbij het maximum van € 15.000,- zoals bepaald in de uitspraak van deze rechtbank van 24 juli 2015 (UTR 15/2735) ongewijzigd blijft;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan verzoeker te vergoeden.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten. Kinderdagverblijf [naam] B.V. is op het perceel [adres] in [woonplaats] gevestigd. Omwonenden, waaronder verzoeker, hebben verweerder schriftelijk verzocht om handhavend op te treden, omdat het kinderdagverblijf in strijd met het bestemmingsplan de grond in de onmiddellijke omgeving van het pand in gebruik heeft genomen, er meer kinderen in het kinderdagverblijf worden opgevangen dan de vergunning toestaat en het kinderdagverblijf in strijd met de vergunning gebruikt wordt voor 24-uursopvang gedurende 7 dagen per week. Verweerder heeft het handhavingsverzoek met het besluit van 24 oktober 2014 afgewezen. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Partijen hebben geprobeerd om het geschil door middel van mediation op te lossen. Omdat partijen geen overeenstemming hebben bereikt, is de bezwaarprocedure eind februari/begin maart 2015 hervat.

3. Verzoeker heeft op 23 mei 2015 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Bij uitspraak van 24 juli 2015 (UTR 15/2735) heeft de rechtbank Midden-Nederland het beroep kennelijk gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar bekend te maken. Daarbij is bepaald dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- per dag verbeurt voor elke dag waarmee verweerder de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Omdat nog steeds geen besluit op bezwaar is genomen, en ook niet is toegelicht wat er aan de hand is, heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

4. Het verzoek strekt ertoe te bewerkstelligen dat verweerder zo snel mogelijk een besluit op bezwaar zal nemen. Verzoeker wil dat de in de hiervoor genoemde uitspraak van 24 juli 2015 opgelegde dwangsom per dag en de maximale dwangsom met een factor 10 worden verhoogd.

5. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het vanwege ziekte, vakantie en drukte nog niet is gelukt om op het bezwaar te beslissen. Volgens verweerder valt het besluit op bezwaar uiterlijk maandag 12 oktober 2015 te verwachten.

6. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

7. Vaststaat dat verweerder nog geen besluit op het bezwaar heeft genomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker een spoedeisend belang bij het op korte termijn verkrijgen van een besluit op bezwaar. Gelet op de voorgeschiedenis en het verhandelde ter zitting, waaruit naar voren is gekomen dat verweerder herhaalde toezeggingen niet is nagekomen, aan verzoeker geen uitleg heeft gegeven over het uitblijven van een besluit of excuses heeft gemaakt en ook nog steeds geen hoorzitting heeft gepland, terwijl hier al vanaf 14 april van dit jaar sprake van was, is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van een buitengewoon ernstige situatie. Zelfs de eerder door verzoeker gebruikte reguliere wettelijke mogelijkheid bij niet tijdig beslissen heeft niet geleid tot het nemen van een besluit op bezwaar binnen de door verweerder aangegeven en door de rechtbank opgelegde nadere beslistermijn. De voorzieningenrechter vindt dit onbegrijpelijk. Verzoeker is nu genoodzaakt weer een procedure bij de rechtbank te starten. De voorzieningenrechter ziet in de hiervoor beschreven gang van zaken aanleiding het verzoek toe te wijzen en te bepalen dat verweerder vóór 13 oktober 2015 op rechtsgeldige wijze een besluit op het bezwaar bekend moet maken. Hieraan verbindt de voorzieningenrechter naast de eerder opgelegde dwangsom van € 100,- per dag een extra dwangsom zoals in het dictum vermeld.

8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

9. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 167,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. R. in 't Veld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2015.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.