Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7509

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
23-10-2015
Zaaknummer
4464495 UT VERZ 15-17649
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek om extra uren in rekening te mogen brengen wordt afgewezen. De kantonrechter oordeelt namelijk dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 3 lid 6 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4464495 UT VERZ 15-17649 RHM/1527

bewindnummer: 17026

Beschikking van 9 oktober 2015

inzake het verzoek van

[verzoeker], werkzaam bij [naam financiële zorgverlener],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder te noemen verzoeker.

Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van de rechthebbende:

[rechthebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1973] ,

verder te noemen rechthebbende.

Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van bewindvoerder.

1 De procedure

Bij brief van 8 juli 2015 vraagt verzoeker machtiging van de kantonrechter om 3,5 uur extra in rekening te mogen brengen.

De kantonrechter heeft verzoeker bij brief van 23 september 2015 bericht het voornemen te hebben om dat verzoek af te wijzen. Verzoeker is in die brief in de gelegenheid gesteld om zijn verzoek aan te vullen en/of te wijzigen. Daarop heeft verzoeker bij brief van 29 september 2015 gereageerd.

2 De overwegingen van de kantonrechter

2.1.

Bij brief van 8 juli 2015 voert verzoeker aan dat hij in verband met de door rechthebbende te ontvangen nalatenschap extra uren heeft gemaakt. Deze werkzaamheden bestaan uit een zitting (2 uur) en het beoordelen van informatie (1,5 uur).

2.2.

De kantonrechter overweegt dat met ingang van 2015 de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren moet worden gehanteerd. Het doel van die regeling is onder meer het vaststellen van eenduidige bindende regels omtrent de beloning. Voorts gaat de regeling uit van een forfaitair systeem. Dat betekent dat het ene bewind meer tijd kan kosten dan het andere. Uit artikel 3 lid 6 van die regeling volgt dat de kantonrechter extra uren zoals gevraagd alleen kan toewijzen indien er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Conform de toelichting bedoelt de staatssecretaris hiermee dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de regeling kan worden afgeweken.

2.3.

Verzoeker stelt in zijn brief van 29 september 2015 dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Hij voert daartoe aan dat rechthebbende is gerechtigd in een nalatenschap en dat een zitting nodig is geweest om zijn erfdeel vast te stellen. Voorts wordt aangevoerd dat het erfdeel van rechthebbende is verduisterd, dat er moeite moet worden gedaan om dit terug te krijgen en dat er sprake is van testamentair bewind.

2.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter behoort het tot de reguliere werkzaamheden van de bewindvoerder om na te gaan waar rechthebbende recht op heeft als hij erfgenaam is in een nalatenschap. Het is van belang dat de bewindvoerder aan de hand van stukken achterhaalt wat de omvang van het erfdeel van rechthebbende is.

2.5.

In deze zaak zijn de stukken ter onderbouwing van het erfdeel van rechthebbende opgevraagd naar aanleiding van een brief van verzoeker waarin werd gevraagd om over 2014 extra uren in rekening te mogen brengen in verband met de afhandeling van een nalatenschap. Omdat deze stukken niet werden ontvangen, is een zitting bepaald. Het doel van die zitting was om te bezien hoe de stukken over de nalatenschap boven tafel zouden kunnen komen. Vervolgens is gebleken dat één van de twee executeurs, tevens erfgenaam, het deel wat rechthebbende toekomt (ongeveer € 4.915,34) zich waarschijnlijk heeft toegeëigend.

2.6.

De kantonrechter overweegt dat het vaker voorkomt dat het door andere erfgenamen en/of de executeur niet op prijs wordt gesteld als de bewindvoerder stukken van hen vraagt om te kunnen beoordelen wat het erfdeel van rechthebbende is. Daardoor kunnen dergelijke zaken op dat moment meer tijd kosten dan andere. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen uitzonderlijke omstandigheid als bedoeld in artikel 3 lid 6 van voormelde regeling. Het enkele feit dat één van de twee executeurs, tevens erfgenaam in deze zaak, zich waarschijnlijk het erfdeel van rechthebbende heeft toegeëigend, maakt dat naar het oordeel van de kantontrechter niet anders.

2.7.

Voorts is het feit dat er een testamentair bewind is zoals verzoeker stelt, evenmin aanleiding om te oordelen dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Het komt namelijk vaak voor dat over het erfdeel van rechthebbende een testamentair bewind is ingesteld.

2.8.

Tot slot voert verzoeker aan dat de processen die moeten gaan lopen om het erfdeel terug te krijgen, ook tijd gaan vergen. De kantonrechter leidt daaruit af dat het om kosten gaat die op dit moment niet zijn gemaakt. Voorts is het voor de kantonrechter onduidelijk wie deze procedures gaat voeren en om wat voor procedures het gaat. Daarom is bij brief van 23 september 2015 nadere informatie hierover opgevraagd. Hierop zal verzoeker nog antwoorden, aldus zijn brief van 29 september 2015. De kantonrechter oordeelt gelet op het voorgaande dat deze omstandigheid op dit moment evenmin een uitzonderlijke omstandigheid is op grond waarvan extra uren kunnen worden toegekend.

2.9.

Concluderend oordeelt de kantonrechter dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die rechtvaardigen dat van de regeling wordt afgeweken. Daarom zal de gevaagde machtiging om 3,5 extra uren in rekening te mogen brengen worden geweigerd.

De beslissing

De kantonrechter weigert de gevraagde machtiging.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.N. Noorman, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..