Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:741

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-02-2015
Datum publicatie
10-02-2015
Zaaknummer
16/700945-14; 16/700761-14 (ttz-gev); 16/661869-14 (ttz-gev); 16/656015-12 (vord. tul) en 16/164116-13 (vord. tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich eenmaal schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot een minderjarige meisje. Daarnaast heeft verdachte zich in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan het afpersen van een tweetal kwetsbare jongens. Een van deze slachtoffers is, terwijl verdachtes voorlopige hechtenis onder voorwaarden was geschorst, midden op straat door verdachte mishandeld. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal van een Ipad.

De rechtbank acht alles afwegende een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal worden afgetrokken van deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Om verdachte ervan te weerhouden nogmaals strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank (ondanks eerdere mislukkingen maar met name gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte) voorts een deel, groot 8 maanden, in voorwaardelijke zin opleggen en hieraan een proeftijd van 3 jaren verbinden. Daarnaast zullen bijzondere voorwaarden worden opgelegd met als doel de kans op herhaling zo klein mogelijk te laten zijn door verplichte begeleiding als voorgesteld in de genoemde rapportages.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/700945-14; 16/700761-14 (ttz-gev); 16/661869-14 (ttz-gev); 16/656015-12 (vord. tul) en 16/164116-13 (vord. tul) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 februari 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1992],

wonende te [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 19 en 20 januari 2014. Het onderzoek ter terechtzitting is op 27 januari 2015 gesloten. Eerder hebben er op 29 juli 2014, 14 oktober 2014 en 16 december 2014 zogenaamde regie/pro-formazittingen plaatsgevonden. De verdachte is evenals zijn raadsvrouwe mr. A.M. Beuwer, advocaat te Utrecht, ter terechtzitting verschenen.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouwe naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is ten aanzien van parketnummer 16/700761-14 op de zitting van 19 januari 2015 gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16/700945-14: in de periode van ongeveer 1 augustus 2013 tot en met 22 januari 2014 samen met (een) ander(en) ten aanzien van [slachtoffer 1] (geboren [1996 1]), die de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel;

16/700761-14:

feit 1: samen met (een) ander(en) [slachtoffer 2] heeft afgeperst;

feit 2: samen met (een) ander(en) [benadeelde 1] heeft afgeperst;

feit 3: samen met (een) ander(en) van [benadeelde 2] een Ipad heeft gestolen;

16/661869-14:

feit 1: samen met (een) ander(en) [slachtoffer 2] heeft bedreigd;

feit 2: [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat verdachte met betrekking tot de ten laste gelegde mensenhandel, diefstal Ipad en de mishandeling van [slachtoffer 2] vrijgesproken dient te worden van het medeplegen. Volgens de officier van justitie was er bij deze feiten geen nauwe en bewuste samenwerking met een ander.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadvrouwe heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte weliswaar de afspraak met [A] heeft geregeld, maar dat verdachte daarbij uitdrukkelijk niet het ‘oogmerk van uitbuiting’ heeft gehad. Ook is er geen sprake geweest van dwang, geweld of bedreiging van geweld in de richting van [slachtoffer 1]. De raadsvrouwe heeft dan ook verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 16/700945-15 ten laste gelegde.

Met betrekking tot de ten laste gelegde afpersingen van [slachtoffer 2] en [benadeelde 1], alsmede de bedreiging van [slachtoffer 2] heeft de raadsvrouwe zich op het standpunt gesteld dat de aangiften onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen en verdachte van die feiten vrijgesproken dient te worden. De ten laste gelegde diefstal van een Ipad en de mishandeling van [slachtoffer 2] kunnen volgens de raadsvrouwe daarentegen wel wettig en overtuigend bewezen worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Feiten blijkend uit de bewijsmiddelen ten aanzien van 16/700945-141

4.3.1.1 De verklaring van [slachtoffer 1]

Naar aanleiding van een verdenking mensenhandel hebben er op 6 februari 2014, 13 februari 2014, 10 april 2014 en 27 mei 2014 zogenaamde studioverhoren met [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] of [slachtoffer 1]) plaatsgevonden. Later is zij onder regie van de rechter-commissaris nogmaals gehoord.

Op de vraag of [slachtoffer 1] ooit geld van een klant heeft gekregen voor haar seksuele diensten heeft [slachtoffer 1] geantwoord dat dat eenmaal is gebeurd. Dit zou hebben plaatsgevonden toen zij voor [X] werkte. [X] had tegen haar gezegd dat [Y] niet goed en lief voor haar was en dat hij in tegenstelling tot [Y] wel van haar hield. [X] wilde ook dat zij voor hem ging werken. [X] zou om te beginnen één klant regelen, gewoon om te kijken. Hij zou haar beter behandelen dan [Y].2 Uiteindelijk wilde hij toch hetzelfde als [Y].3 De desbetreffende klant was een man van Chinese komaf. [X] had deze klant voor haar geregeld. Samen met [X] en een andere jongen is [slachtoffer 1] in de auto, een BMW, van de Chinese man gestapt en naar een bos gereden. In het bos waren [X] en de andere jongen uit de auto gestapt. De Chinese man was vervolgens bij haar achterin de auto komen zitten. De man deed vervolgens zijn broek tot op zijn knieën naar beneden en [slachtoffer 1] heeft hem toen gepijpt. De Chinese man gaf haar € 50,- in plaats van de afgesproken € 40,-. Deze extra € 10,- mocht [slachtoffer 1] zelf houden. De rest van de opbrengst heeft ze gedeeld met [X]. De Chinese man heeft ze maar eenmaal gezien.4

Uit een akte van geboorte blijkt dat deze [slachtoffer 1] is geboren op [1996 1].5

4.3.1.2 De verklaring van [A]

[A] heeft verklaard dat zijn roepnaam [K 1] is.6 [X] appte dat hij een meisje voor hem had waar hij seks mee kon hebben tegen betaling. [X] had hem het meisje op de website van [naam] laten zien. [A] weet dat hier meisjes op staan die in de prostitutie werken. Kort hierna had [X], nadat zij hadden besproken wat het zou kosten, een afspraak tussen het meisje en hem geregeld. Met de auto van [A], een BWM, zijn ze naar een rustige plek in Amersoort gereden. Hier waren [X] en de andere jongen uit de auto gestapt, zodat [A] en [slachtoffer 1] even konden seksen. [A] is hierna achterin de auto bij het meisje gaan zitten. Hij had het meisje € 50,- gegeven en aan [X] had hij verteld dat hij het meisje € 40,- had betaald. Toen [X] weer terug was had [A] gehoord dat [X] € 20,- van het meisje had gevraagd.7

4.3.1.3 De aangetroffen Whatsapp berichten op de telefoon van [slachtoffer 1]

De telefoon van [slachtoffer 1] is door de politie inbeslaggenomen en vervolgens onderzocht. In het toestel stond onder de naam ‘[K 1]’ het nummer **[telefoonnummer] opgeslagen. Na een CIOT bevraging bleek dit nummer te horen bij een Cafetaria [naam] aan het [adres]. Uit een bevraging bij de Kamer van Koophandel bleek als één van de vennoten verdachte geregistreerd te staan.8 Met dit nummer en het nummer van [slachtoffer 1] hebben onder meer de volgende appwisselingen plaatsgevonden, waarvan [A] heeft bekend dat hij deze apps heeft verstuurd:

d.d. 15 januari 2014

[K 1]: Kan je mij ergens ontvangen? Of kan alleen in mijn auto? Half 5? Anders snel ff in mijn auto zo als giesteren

[slachtoffer 1]: Uh ja kan voor hoeveel wou je daarvoor geven

[K 1]: 50?9

Op een gegeven moment gaat het over [X] dat hij niets van hun contact mag weten en [K 1] vraagt dan of [X] haar dreigt.

[slachtoffer 1]: Nee maar wilt wel steeds delen met geld Dat is wel kit Kut10

d.d. 16 januari 2014

[slachtoffer 1]: Kijk k werkte met een vriend van [X] samen heb al zoveel gespaard Maar hij houd dat bij zicht Drm wil k nu alleen dat jij en ik appen Zodat ik het geld zelf kan houden Want hun pakke. Alles af11

4.3.1.4 De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij van [slachtoffer 1] hoorde dat [C] haar dingen liet doen die zij niet wilde. Dat zij seks voor geld moest hebben, ze had vieze mannen. Verdachte wist dat ze minderjarig was, dat ze zeventien jaar oud was.12

Ter terechtzitting heeft verdachte verder nog verklaard dat hij de afspraak tussen [A] en [slachtoffer 1] geregeld heeft, waarbij [slachtoffer 1] tegen betaling seks zou hebben met [A]. Met de auto van [A] zijn zij naar het bos gereden. Hier is hij uit de auto gestapt.

4.3.2

Overwegingen van de rechtbank

4.3.2.1Het wettelijk kader

Een wezenlijk bestanddeel van mensenhandel is dat er sprake moet zijn van uitbuiting en dat het oogmerk van de verdachte daarop gericht was. Conform hetgeen in de jurisprudentie is bepaald kan van een uitbuitingssituatie worden gesproken als een betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan (i.c.) een situatie waarin een mondige prostituee in Nederland verkeert. Voornoemde uitbuitingssituatie veronderstelt het ontbreken van vrijwilligheid. Dit houdt in dat de persoon die prostitutiewerkzaamheden verricht niet of slechts in verminderde mate de mogelijkheid heeft een bewuste keuze te maken met betrekking tot het al dan niet voortzetten van de relatie met degene die haar tot die prostitutiewerkzaamheden heeft aangezet. Indien het slachtoffer minderjarig is, is het gebruik van de in artikel 273f van het Wetboek genoemde dwangmiddelen niet verreist voor strafbaarheid. Er kan wat betreft de minderjarigheid geen beroep worden gedaan op verontschuldigbare dwaling, daar de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel betreft.

In het geval sprake is van een minderjarig slachtoffer is er altijd sprake van een beperking van keuzevrijheid, zodat in het geval van minderjarige slachtoffers de eventuele omstandigheid dat het slachtoffer heeft ingestemd met de prostitutiewerkzaamheden, dan wel met de omstandigheid dat het slachtoffer reeds eerder in de prostitutie heeft gewerkt, nimmer in de weg kan staan aan een bewezenverklaring.13

4.3.2.2 De handelingen

Werven, vervoeren, overbrengen en ertoe brengen tegen betaling seksuele handelingen te verrichten (sub2 en 5)

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] aan verdachte heeft verteld dat zij door [Y] werd gedwongen om tegen betaling seks te hebben met andere mannen. Verdachte wilde dat [slachtoffer 1] voor hem ging werken. Hij heeft haar toen gezegd dat hij in tegenstelling tot [Y] wel van haar hield en dat hij haar goed zou behandelen. Hierna heeft hij een afspraak geregeld met de man [A]. Dit benaderen en het voorspiegelen van betere werkomstandigheden valt naar het oordeel van de rechtbank onder het ‘werven’ en het ‘ertoe brengen’. Voorts is gebleken dat verdachte in de auto met haar mee is gegaan tijdens de afspraak en op een gegeven moment de auto heeft verlaten, zodat de klant seks kon hebben met [slachtoffer 1]. Deze handelingen valt onder het vervoeren en overbrengen naar de klanten.

Oogmerk van uitbuiting (sub 2)

De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk tenminste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Het oogmerk van uitbuiting is in het onderhavige geval gelegen in het verkrijgen van eigen financieel gewin. Uit de verklaring van [slachtoffer 1], de verklaring van [A] en de diverse berichten maakt de rechtbank op dat verdachte voor ogen had om geld te verkrijgen uit de door de minderjarige [slachtoffer 1] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Het feit dat [slachtoffer 1] een deel van haar verdiende geld zelf mocht houden doet daar niet aan af.

Opzettelijk voordeel trekken (sub 8)

De rechtbank is tevens van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1]. Ook op dit punt vindt de verklaring van [slachtoffer 1] steun in andere bewijsmiddelen, namelijk onder meer in de verklaring van [A] over de € 20,- die verdachte van [slachtoffer 1] heeft ontvangen.

4.3.2.3 Conclusie

De rechtbank acht de ten laste gelegde mensenhandel bewezen, daar gelet op vorenstaande bewijsmiddelen de verklaring van [slachtoffer 1] steun vindt in de verklaringen van [A] en verdachte, alsmede in de aangetroffen berichten. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs oplevert om te concluderen dat er tussen verdachte en één of meer andere personen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de mensenhandel. De rechtbank zal verdachte dan ook van het onderdeel ‘medeplegen’ vrijspreken.

4.3.3

Feiten blijkend uit de bewijsmiddelen ten aanzien van 16/700945-14 feit 114

4.3.3.1 De aangifte van [slachtoffer 2]

Op 5 december 2013 heeft [slachtoffer 2] tegenover de politie verklaard dat hij vanaf november 2013 is lastiggevallen door een jongen met de naam [verdachte]. Aan deze jongen moest hij geld geven. De echte naam van [verdachte] zou [verdachte] zijn. Als hij deze [verdachte] geen geld zou geven dan zou hij klappen krijgen. [verdachte] vertelde dit met een boos gezicht. [slachtoffer 2] heeft [verdachte] € 40,- gegeven en toen dit zich een week later herhaalde heeft hij

€ 20,- aan [verdachte] gegeven. Op het moment dat hij een keer had geweigerd te voldoen aan de vraag van [verdachte] kreeg hij van een vriend van [verdachte], genaamd [W], een klap met de elleboog in zijn gezicht. [verdachte] was volgens aangever altijd samen met [W] als hij iets voor hen moest doen. Zij dreigden hem in elkaar te slaan, zowel bij het afsluiten van de lening en de telefoonabonnementen, als bij het afgeven van geld. Op 27 november 2011 moest hij van [verdachte] een studentenlening afsluiten van € 1.000,- bij de ING-bank in Amersfoort. [verdachte] en [W] waren meegegaan naar de bank, maar bleven buiten. [verdachte] pakte zijn pinpas af en aangever moest [verdachte] de pincode vertellen. Een dag later moest hij met [verdachte] en [W] mee naar Amsterdam om het geld van de lening te pinnen. Aangever zag bij [W] een mes in diens tas. Dit kwam dreigend op aangever over. Ook zeiden ze dat hij zijn mond moest houden, omdat hij anders grote problemen zou hebben. Ook liet [W] aangever foto’s zien die hij in zijn eigen telefoon had staan. Hierop was [W] te zien met twee pistolen in zijn hand. [W] zei toen: “ik heb je adres en ik heb pistolen, 9mm”. Aangever heeft vervolgens 4 maal € 250,- gepind en aan [verdachte] gegeven.

Aangever heeft verder verklaard dat hij 4 telefoonabonnementen met een Apple Iphone 5s heeft afgesloten voor [verdachte]. Op 29 november 2013 had hij dit bij de Belcompany te Amersfoort moeten doen. Dit lukte niet omdat de verkoper het niet vertrouwde omdat hij [W] en [verdachte] buiten zag staan. Vervolgens lukte het dezelfde dag wel bij de belwinkels van HI en T-Mobile in Amersfoort. Een dag later moest hij dergelijk abonnementen afsluiten bij een belwinkel van HI in Amersfoort en T-Mobile in Hilversum. De telefoon, contracten, en simkaarten moest hij gelijk aan [verdachte] afgeven. [verdachte] gaf dit aan [W] die het in zijn tas stopte.15

4.3.3.2 Bankafschriften en stukken m.b.t. telefoonabonnementen

Uit bankafschriften betreffende aangever blijkt dat er op 29 november 2013 bij T-Mobile en HI telkens een bedrag van € 0,01 is afgeschreven. Op 2 december 2013 is dat nogmaals gebeurd bij HI Amersfoort en T-Mobile Hilversum.

Verder blijkt dat er op 28 november 2013 in korte tijd vier maal € 250,- van de rekening is opgenomen. Deze transacties vonden plaats in Amsterdam. Eerder was die dag € 1.000,- op de rekening van aangever bijgeschreven.16

4.3.3.3 De verklaring van [W]

[W] heeft verklaard dat [verdachte] geld wilde hebben van [slachtoffer 2]. [verdachte] had in Amsterdam een keer € 250,- van die jongen afgepakt. [W] had [slachtoffer 2] geduwd en bang gemaakt en geprobeerd om hem te intimideren. Ook had hij [slachtoffer 2] bedreigd met slaan. Hij had [slachtoffer 2] gezegd dat als hij niet normaal zou doen hij hem zou slaan. [slachtoffer 2] moest van [verdachte] naar een ING gaan. Daarna moest hij de papieren van de bank, zijn pinpas en pincode aan [verdachte] afgeven. Daarna, maar niet op dezelfde dag, is [W] samen met [verdachte] en [slachtoffer 2] naar Amsterdam gegaan. In Amsterdam moest [slachtoffer 2] geld pinnen van [verdachte]. [slachtoffer 2] had toen drie of vier keer geld gepind en in totaal € 1.000,- aan [verdachte] gegeven. [verdachte] had [slachtoffer 2] ook 4 of 5 telefoonabonnementen laten afsluiten. [verdachte] wilde vooral Iphones hebben. [W] had een paar keer de telefoons die [slachtoffer 2] overhandigde in zijn rugtas gestopt, omdat [verdachte] vaak geen tas bij zich had. [slachtoffer 2] sloot volgens [W] de telefoonabonnementen af omdat hij angst had dat hem wat zou worden aangedaan door hem of [verdachte].17

4.3.3.4 Afbeeldingen in telefoons

De telefoons van [verdachte] en [W] zijn door de politie onderzocht. In de telefoons werden diverse afbeeldingen aangetroffen waarop zowel [verdachte] als [W] stonden afgebeeld met een wapen in hun handen.18

4.3.3.5 De verklaring van [getuige]

[getuige] heeft verklaard dat [verdachte] met het idee kwam om mensen af te persen en dat dit ook is gebeurd bij [slachtoffer 2]. [getuige] noemt [slachtoffer 2] een bange jongen.19

4.3.3.6 De verklaring van [getuige 1]

[getuige 1] heeft verklaard dat [X] degene is geweest die had bedacht om iemand af te persen en die dat ook heeft uitgevoerd. [X] wilde alleen maar geld verdienen en was gek op macht. Tegen [slachtoffer 2] had [X] gezegd dat hij telefoonabonnementen moest afsluiten. [getuige 1] noemt [slachtoffer 2] een simpele ziel.20

4.3.3.7 Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht gelet op vorenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde. De aangifte wordt immers naast de rekeningafschriften ook ondersteund door de verklaring van [W], [getuige] en [getuige 1]. De verklaring van verdachte dat hij van aangever € 250,- heeft gekregen omdat hij hem tips heeft gegeven voor het aangaan van een lening, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen ongeloofwaardig. Ditzelfde geldt voor de verklaring van verdachte dat hij aangever € 300,- tot € 400,- heeft betaald voor het afsluiten voor de ontvangen telefoons, terwijl hij deze voor ongeveer hetzelfde bedrag zou hebben doorverkocht.

4.3.4

Feiten blijkend uit de bewijsmiddelen ten aanzien van 16/700945-14 feit 2

4.3.4.1 De verklaring van [benadeelde 1]

Op 18 oktober 2013 heeft [benadeelde 1] aangifte gedaan van afpersing. Hij heeft toen verklaard dat hij op 30 september 2013 met zijn vriend [slachtoffer 2] naar Utrecht was gegaan. Op een gegeven moment kwam een groep van ongeveer 10 jongens op aangever en [slachtoffer 2] af. Een van de jongens in de groep deed zijn vest omhoog en in zijn broeksband zag aangever iets wat op een vuurwapen leek. De jongens kwamen dreigend op hem over. Een andere jongen uit de groep was zichtbaar de leider van de groep en heet [verdachte]. Deze [verdachte] zei tegen aangever dat hij telefoonabonnementen moest afsluiten. Aangever was dusdanig onder de indruk en geschrokken van de dreiging dat hij het wel moest doen. Vervolgens moesten aangever en [slachtoffer 2] met de jongens meelopen naar telefoonwinkels in Utrecht. In totaal heeft aangever die dag 3 abonnementen afgesloten. Het betrof een Iphone 5 (Vodafone) en tweemaal een Samsung Galaxy S3 (T-Mobile en Telfort). De jongens, onder wie [verdachte], bleven bij het afsluiten van de abonnementen telkens buiten de winkel staan. Na het afsluiten moest hij telkens de telefoons en papieren aan de jongens afgeven. Hierna moest hij zijn telefoonnummer aan [verdachte] afgeven. De volgende dag werd hij door [verdachte] gebeld dat hij nog 1 abonnement moest afsluiten. Als hij dit niet zou doen dan zou [verdachte] aangever thuis opzoeken. Aangever heeft toen aan [slachtoffer 2] gevraagd met hem mee te gaan. [verdachte] heeft aangever en [slachtoffer 2] toen opgewacht bij het station in Amersfoort. [verdachte] was toen in het bijzijn van een andere jongen. Aangever en [slachtoffer 2] moesten naar de telefoonwinkel van HI gaan en daar een Iphone 5 halen, hetgeen zij ook gedaan hebben. Buiten de winkel werden ze opgewacht door [verdachte] en de andere jongen en moest aangever de telefoon en de papieren afgeven aan [verdachte].21

4.3.4.2 Rekeningafschrift van [benadeelde 1]

Uit een rekeningafschrift betreffende [benadeelde 1] blijkt dat op 30 september 2013 bij drie verschillende belwinkels (BelCompany, The Phone House en T-Mobile) in Utrecht € 0,01 is afgeschreven en op 1 oktober 2013 € 0,01 is afgeschreven bij HI te Amersfoort.22

4.3.4.3 De verklaring van [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] heeft op 26 februari 2014 tegenover de politie verklaard dat het kan kloppen dat hij op 30 september 2013 met [benadeelde 1] naar Utrecht is geweest. In Utrecht zijn zij een groep jongens tegengekomen. [verdachte] en nog twee anderen spraken hen aan. Ze vertelden dat er problemen waren en dat [slachtoffer 2] en [benadeelde 1] hen moesten helpen omdat zij anders zelf in de problemen zaten. [verdachte] en twee andere jongens zeiden dit. [benadeelde 1] en [slachtoffer 2] moesten met de groep meelopen naar onder meer de belwinkel van Vodafone in Utrecht en een opdracht doen. [slachtoffer 2] had gelukkig zijn pinpas niet bij zich, anders had hij net zoals [benadeelde 1] een mobiele telefoon moeten kopen. Volgens [slachtoffer 2] ging het om drie telefoons van het merk Iphone en Samsung. [benadeelde 1] sloot de abonnementen af omdat dat van [verdachte] moest en omdat [verdachte] echt meende dat hij hen anders iets aan ging doen. Tijdens het afsluiten stonden [verdachte] en het groepje om een hoekje te wachten. [slachtoffer 2] had gezien dat [benadeelde 1] bijna moest huilen. [verdachte] had volgens [slachtoffer 2] de leiding over de groep. [verdachte] was het meest aanwezig en ze hadden ook iets in hun broek of tas. [slachtoffer 2] dacht dat het ging om een wapen of een mes.

Nadat [benadeelde 1] de telefoons had afgegeven moest hij zijn nummer afgeven. De volgende dag heeft [benadeelde 1] [slachtoffer 2] laten weten dat hij gebeld was en weer bij die jongens moest komen. [slachtoffer 2] is met [benadeelde 1] die dag naar Amersfoort gereisd waar [benadeelde 1] [verdachte] zou ontmoeten. Daar moesten zij naar de belwinkel HI toelopen om een abonnement af te sluiten. Na het afsluiten werd alles weer door [verdachte] afgepakt.23

4.3.4.4 De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, nu de aangifte van [benadeelde 1] steun vindt in de verklaring van [slachtoffer 2], alsmede gelet op hetgeen [getuige 1] en [getuige] hebben verklaard omtrent verdachtes handelwijze.

4.3.5

Feiten blijkend uit de bewijsmiddelen ten aanzien van 16/700945-14 feit 3

4.3.5.1 De verklaring van [benadeelde 2]

Op 5 oktober 2013 heeft [benadeelde 2] tegenover de politie verklaard dat zij een dag eerder les gaf op de MBO school te Amersfoort. Zij gaf die dag les aan 7 leerlingen. Tijdens de les had aangeefster haar Ipad gebruikt. Nadat zij constateerde dat haar Ipad weg was, zag zij dat [verdachte], [W] en [getuige 1] niet meer in de klas waren. Een leerling, [H], zei: “ik weet wel wie het gedaan heeft juf. Kijk maar wie er niet zijn.” Nadat de drie jongens weer in het lokaal waren verschenen heeft aangeefster hen ieder afzonderlijk gevraagd of zij iets met de diefstal te maken hadden, hetgeen door hen werd ontkend.24

4.3.5.2 De verklaring van [W]

[W] heeft verklaard dat [verdachte] de Ipad heeft gepakt en deze in zijn jas heeft gestopt. Hierbij ging [verdachte] jas kapot. [W] stond te kijken of er iemand aankwam. [verdachte] heeft de Ipad mee naar huis genomen en [W] is toen met hem meegegaan. Hierna zijn zij samen teruggegaan naar school. [verdachte] had vooraf aan [W] gevraagd om de Ipad te stelen, maar [W] weigerde dit.25

4.3.5.3 De verklaring van [getuige 1]

[getuige 1] heeft, nadat hem een foto werd getoond van de Ipad van [benadeelde 2], verklaard dat [verdachte] deze Ipad heeft gestolen.26

4.3.5.4 Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de aangifte en de verklaringen van [W] en [getuige 1] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de Ipad. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onderdeel ‘medeplegen’ daar niet bewezen kan worden dat er sprake is geweest van een ‘nauwe en bewuste samenwerking’ met een ander ten aanzien van de daadwerkelijke uitvoeringshandelingen en het delen van de buit.

4.3.6

Feiten blijkend uit de bewijsmiddelen ten aanzien van 16/661869-1427

4.3.6.1 De verklaring van [slachtoffer 2]

Op 4 september 2014 heeft [slachtoffer 2] tegen de politie verklaard dat hij op vrijdag 29 augustus 2014 omstreeks 13.00 uur samen met zijn vriendin [vriendin] over de Blekerssingel te Amersfoort liep. Hij zag toen dat [verdachte] en [W] op scooters aan kwamen rijden. [slachtoffer 2] hoorde dat [verdachte] tegen hem zei: “ik ga jou tanden breken. Wat ben je toch een sukkel. Lekker dat ik je het geld niet heb teruggeven. Ik weet waar je woont. Ik ken jou vrienden. Je gaat hier nooit veilig leven omdat iedereen me kent hier in Amersfoort. Ik ga jou pakken.” [slachtoffer 2] zag vervolgens dat [verdachte] een slaande beweging maakte in de richting van zijn vriendin. Hij zag namelijk dat [verdachte] zijn hand ophief en is tussen [verdachte] en zijn vriendin in gaan staan. Hij voelde toen dat hij door [verdachte] werd geraakt tegen mijn rechterslaap. [verdachte] sloeg hem met zijn platte hand. Dit deed pijn en veroorzaakte een rode vlek.28

4.3.6.2 De verklaring van [vriendin]

[vriendin] heeft verklaard dat het leek alsof [verdachte] haar wilde slaan. Zij zag dat hij met zijn platte hand meerdere malen bewoog in een soort van zwaaibeweging. Zij zag dat [slachtoffer 2] toen half tussen haar en die [verdachte] in ging staan. Hierna zag [vriendin] dat die jongen die [verdachte] wordt genoemd met zijn platte hand een klap aan de rechterkant van [slachtoffer 2] zijn gezicht gaf. Zij zag dat [slachtoffer 2] op zijn rechterslaap door [verdachte] werd geraakt. Op de plek waar [slachtoffer 2] was geslagen ontstond een rode plek. Een en ander was gebeurd op 29 augustus 2014.29

4.3.6.3 De verklaring van [W]

[W] heeft verklaard dat hij samen met [verdachte] [slachtoffer 2] is tegengekomen. Hij heeft gezien dat [verdachte] [slachtoffer 2] een klap tegen het gezicht heeft gegeven.30

4.3.6.4 Overwegingen van de rechtbank

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 16/661869-14 feit 2 ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen. De aangifte wordt op dat punt voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank acht daarentegen de onder 16/661869-14 feit 1 ten laste gelegde bedreiging niet wettig en overtuigend bewezen omdat de aangifte op dat punt onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte zal van dit feit dan ook worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

16/700945-14

omstreeks 14 januari 2014 te Amersfoort

A)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren [1992]

[1992]),

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 2°)

en

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling

(sub 5°)

en

B)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen

van die ander of anderen, te weten die [slachtoffer 1], met en/of voor een derde

tegen betaling (sub 8°),

terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

hebbende hij,

een prostitutieklant en een prostitutieafspraak voor die [slachtoffer 1] geregeld en

die [slachtoffer 1] naar de prostitutiewerkplek gebracht en aldaar weer opgehaald en

een deel van de, opbrengsten van die prostitutiewerkzaamheid door die [slachtoffer 1] af

laten geven aan hem, verdachte.

16/700761-14

1.

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2013

tot en met 05 december 2013 in de gemeente Amersfoort en/of Amsterdam en/of

Hilversum tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2]

heeft gedwongen

- tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 40 Euro en een geldbedrag

van ongeveer 20 Euro en een geldbedrag van ongeveer 1.000,-- Euro,

en vier telefoons en SIM-kaarten en telefooncontracten, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 2], en

- tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer

vier telefoonabonnementen en het aangaan van een lening van 1000,- Euro,

welk geweld en bedreiging met geweld (telkens) hierin bestonden

dat hij, verdachte en/of zijn mededader

- tegen die [slachtoffer 2] dreigend heeft gezegd dat hij geld moest

afgeven en dat hij anders klappen zou krijgen en

- die [slachtoffer 2] met grote kracht een elleboogstoot in het gezicht

heeft gegeven en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij een opdracht voor hem

had en dat hij bij de bank een lening voor € 1.000,-- moest afsluiten en

- tegen die [slachtoffer 2] dreigend heeft gezegd dat hij zijn mond

moest houden, en/of als hij dat niet zou doen hij grote problemen zou hebben

en

- een mes, in elk geval een dergelijk voorwerp aan die [slachtoffer 2]

heeft getoond en

- een foto aan die [slachtoffer 2] heeft getoond waarop [W] twee

pistolen vast had en vervolgens tegen die [slachtoffer 2] heeft

gezegd "Ik heb je adres en ik heb pistolen, 9 mm", althans woorden van een

dergelijke dreigende aard en/of strekking en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij telefoonabonnementen

moest afsluiten en als hij dit niet zou doen hij weer klappen zou krijgen;

2.

op tijdstippen in de periode van 30 september 2013 tot en met 01 oktober 2013 in de gemeente Utrecht en Amersfoort, althans in het arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft

gedwongen tot de afgifte van vier telefoons en SIM-kaarten en telefooncontracten, toebehorende aan [benadeelde 1], en

-tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van vier telefoonabonnementen,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededader

- ( dreigend) op die [benadeelde 1] zijn afgelopen en om die [benadeelde 1]

[benadeelde 1] heen zijn gaan staan en

- tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd "jullie gaan dingen voor ons

doen" en

- een handvat van een vuurwapen, in elk geval een op een dergelijk vuurwapen

gelijkend voorwerp aan die [benadeelde 1] heeft/hebben getoond.

3.

op 04 oktober 2013 in de gemeente Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een IPad, toebehorende aan [benadeelde 2].

16/661869-14

2.

op 29 augustus 2014 in de gemeente Amersfoort, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] met kracht in het gezicht heeft geslagen waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

16/700945-14: mensenhandel;

16/700761-14:

feit 1 en 2: telkens: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

feit 3: diefstal;

16/661869:

feit 2: mishandeling.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Omtrent de persoon van verdachte heeft S.A. Moonen, GZ-psycholoog een rapport opgemaakt. Hieruit is gebleken dat verdachte niet lijdende is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Er is wel sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Volgens de gedragsdeskundige heeft deze persoonlijkheidsstoornis geen doorwerking gehad in de feiten en de psycholoog heeft geadviseerd verdachte volledig toerekeningsvatbaar te achten.

Er is de rechtbank dan ook geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden –kort gezegd-: reclasseringscontact, een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling en het meewerken aan een traject om tot een legaal inkomen en een zinvolle dagbesteding te komen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft verzocht geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de duur van de ondergane voorlopige hechtenis, zijnde een periode van ruim 7 maanden. Daarnaast zou een fors voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd kunnen worden met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Verdachte is bereid zich aan alle bijzondere voorwaarden te houden, waaronder ook Elektronisch Toezicht. De raadsvrouwe heeft wel verzocht indien Elektronisch Toezicht wordt opgelegd dit voor bepaalde tijd te doen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich eenmaal schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot een minderjarige meisje. Verdachte heeft hierbij het minderjarige en kwetsbare slachtoffer op een vergaande manier uitgebuit en haar lichamelijk en geestelijke integriteit geheel ondergeschikt gemaakt aan zijn behoefte aan financieel gewin.

Daarnaast heeft verdachte zich in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan het afpersen van een tweetal kwetsbare jongens. Deze jongens hebben vanwege de angst voor verdachte en zijn mededaders onder dwang (dure) telefoonabonnementen afgesloten en de telefoons inclusief bijbehorende bescheiden aan verdachte en zijn mededaders afgestaan. Ook moest één slachtoffer een lening bij de bank aangaan en geldbedragen aan verdachte overhandigen. Een van deze slachtoffers is, terwijl verdachtes voorlopige hechtenis onder voorwaarden was geschorst, midden op straat door verdachte mishandeld. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal van een Ipad.

Met deze gepleegde feiten heeft verdachte evenals bij de mensenhandel een inbreuk gemaakt op de integriteit van andere personen en wederom aangetoond geen respect te hebben voor andere personen en andermans goederen. Verdachte heeft ook bij deze feiten er blijk van gegeven zich in het geheel niet te bekommeren om de financiële en emotionele schade die deze slachtoffers door verdachtes toedoen lijden, maar telkens zijn eigen directe financiële behoeftebevrediging op de voorgrond geplaatst.

De rechtbank rekent verdachte de gepleegde misdrijven zwaar aan.

Uit een verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) is gebleken dat verdachte in het verleden meerdere malen is veroordeeld voor vermogensdelicten, die in meerdere gevallen ook een gewelddadig karakter hadden. Ook heeft verdachte al meerdere vrijheidsbenemende straffen opgelegd gekregen en liep verdachte in 2 proeftijden, waarbij hem een gevangenisstraf boven het hoofd hing. Verder is uit het strafblad gebleken dat hij in 2010 ter zake onder meer straatroof een gedragsbeïnvloedende maatregel van 1 jaar opgelegd heeft gekregen.

Reclassering Nederland heeft omtrent verdachte een rapport opgemaakt. Hieruit blijkt dat verdachte het eerder aan hem opgelegde reclasseringscontact met voorwaarden heeft geschonden. Eerder opgelegde voorwaarden en toezicht hebben dan ook niet kunnen voorkomen dat verdachte steeds opnieuw met justitie in aanraking is gekomen. Ook in de onderhavige zaak heeft verdachte voorwaarden geschonden door tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis een jongen die eerder aangifte tegen hem had gedaan te mishandelen. Verdachte heeft tegenover de reclassering en ook ter terechtzitting te kennen gegeven dat hij zijn leven wil veranderen. Het recidiverisico wordt door de reclassering als hoog gemiddeld ingeschat. De reclassering heeft geadviseerd om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Aan deze voorwaardelijke straf dienen dan bijzondere voorwaarden gekoppeld te worden zoals reclasseringscontact, ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling en het meewerken aan een traject tot het verkrijgen van een legaal inkomen. Daarnaast dienen de eerder in het kader van de schorsing opgelegde voorwaarden aan de voorwaardelijke straf verbonden te worden.

De rechtbank acht gelet op de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Rekening houdend met het feit dat verdachte ten aanzien van de mensenhandel geen fysiek geweld of bedreiging heeft gebruikt en verdachte anders dan de vordering van de officier wordt vrijgesproken van de separaat ten laste gelegde bedreiging van [slachtoffer 2], ziet de rechtbank aanleiding de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen. Hierbij speelt ook mee dat verdachte na zijn laatste schorsing elektronisch toezicht heeft gekregen en dit toezicht hem ook bij dit vonnis zal worden opgelegd. Een dergelijke voorwaarde heeft een vrijheidsbeperkende werking waarmee de rechtbank rekening houdt.

De rechtbank acht alles afwegende een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal worden afgetrokken van deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Om verdachte ervan te weerhouden nogmaals strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank (ondanks eerdere mislukkingen maar met name gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte) voorts een deel, groot 8 maanden, in voorwaardelijke zin opleggen en hieraan een proeftijd van 3 jaren verbinden. Daarnaast zullen bijzondere voorwaarden worden opgelegd met als doel de kans op herhaling zo klein mogelijk te laten zijn door verplichte begeleiding als voorgesteld in de genoemde rapportages.

Daarnaast acht de rechtbank een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] noodzakelijk.

9 De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft een totaalbedrag aan schade gevorderd van € 4.416,02. Dit bedrag is opgebouwd uit de opgevoerde schadeposten reiskosten: rechtbank (30,80), reiskosten school (514,08) parkeerkosten (€ 6,94), smartengeld (€ 1.700,-), telefoonabonnement KPN (687,-), lening ING (€ 1069,20) en schoolkosten (€ 208,-).

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de kosten die zien op het telefoonabonnement, de lening, de schoolkosten en de immateriële schade geheel toegewezen kunnen worden. Met betrekking tot de reiskosten dient volgens de officier van justitie uitgegaan te worden van € 0,19 per kilometer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de reiskosten uitgegaan dient te worden van € 0,19 per kilometer. Met betrekking tot het telefoonabonnement, de schoolkosten en parkeerkosten heeft de raadsvrouwe zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouwe heeft verzocht het bedrag aan immateriële schade te matigen en met betrekking tot de lening aangevoerd dat verdachte deze zelf is aangegaan en verdachte hiervan maar € 250,- heeft gekregen. Het bedrag ten aanzien van de lening dient dan ook gematigd te worden tot laatstgenoemd bedrag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde afpersing en mishandeling rechtstreekse schade heeft geleden. De rechtbank zal de reiskosten matigen tot € 0,19 per kilometer (€ 20,90 en € 353,97) en zal deze bij gebreke van verdere betwisting toewijzen. Dit laatste geldt ook voor de schadeposten “het telefoonabonnement en de parkeerkosten”. Met betrekking tot de lening en het afgestane geld volgt de rechtbank de verklaring van aangever en het gevorderde bedrag is derhalve voor toewijzing vatbaar. De Immateriële schade zal de rechtbank matigen tot een bedrag van € 750,-. In totaal acht de rechtbank dus een bedrag van € 3.096,01 toewijsbaar en zal zij de vordering tot dat bedrag toewijzen. Laatstgenoemd bedrag dient nog vermeerderd te worden met de wettelijke rente berekend vanaf 5 december 2013 tot de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Voor het deel van de vordering dat niet is toegewezen is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [slachtoffer 2] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 De benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft een totaalbedrag aan schade gevorderd van € 4.163,77. Dit bedrag is opgebouwd uit de gevorderde schadeposten: Vodafone telefoon (€ 719,-), Telfort telefoon (485,-), T-mobile abonnement (€ 1.200,-), KPN-Hi abonnement (€ 1.200,-), immateriële schade (€ 400,-), telefoonkosten (€ 18,77) en kosten advocaat (€ 141,-)

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft met betrekking tot de abonnementen van T-mobile en KPN-Hi aangevoerd dat op dit moment onduidelijk is wat de daadwerkelijk schade gaat worden en verzocht de vordering voor dat deel niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsvrouwe heeft verzocht het bedrag aan immateriële schade te matigen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment onduidelijk is wat de uiteindelijke schade zal zijn met betrekking tot de abonnementen van T-mobiele en KPN-Hi. Dit afwachten zou een onevenredige belasting van de behandeling van deze strafzaak opleveren en de benadeelde wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft deze posten. De gevorderde schade is naar het oordeel van de rechtbank verder voldoende onderbouwd. In het licht hiervan en gegeven het feit dat de vordering voor het overige niet is betwist, zal deze schade dan ook worden toegewezen. In totaal acht de rechtbank derhalve een bedrag van € 1.763,77, waarvan € 400,00 immateriële schade, toewijsbaar. Het bedrag van € 1.763,77 dient nog vermeerderd te worden met de wettelijke rente berekend vanaf 1 oktober 2013 tot de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Voor het deel van de vordering dat niet is toegewezen is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [benadeelde 1] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordelingen

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerleggingen van de eerder voorwaardelijk opgelegde straffen te gelasten, te weten:

16/164116-13

  • -

    een gevangenisstraf van 2 weken;

  • -

    een geldboete van € 275,- subsidiair 5 dagen hechtenis.

16/656015-12

- een gevangenisstraf van 2 maanden.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 24c, 36f, 57, 273f, 300, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

13 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 16/661869-14 onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte van dit feit vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

16/700945-14: mensenhandel;

16/700761-14:

feit 1 en 2: telkens: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

feit 3: diefstal;

16/661869:

feit 2: mishandeling.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 8 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

4. veroordeelde moet zich onder toezicht en leiding van de

Reclassering Nederland (blijven) stellen en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt;

5. veroordeelde moet zich binnen één werkdag volgend op de onherroepelijkheidsdatum van dit vonnis melden bij de reclassering, Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200, 3353 JE Utrecht en zich gedurende de proeftijd van drie jaren blijven melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

6. veroordeelde dient zijn medewerking te verlenen aan een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar zullen worden gegeven;

7. veroordeelde dient zijn medewerking te verlenen aan een traject gericht op het verkrijgen van een legaal inkomen en een dagbesteding;

8. veroordeelde dient zich gedurende de eerste 4 maanden na onherroepelijk worden van dit vonnis onder elektronisch toezicht te stellen van de reclassering;

9. veroordeelde mag op geen enkele wijze contact hebben met [slachtoffer 1] (niet direct, niet indirect en ook niet als die persoon zelf contact zoekt);

10. veroordeelde mag op geen enkele wijze contact hebben met [slachtoffer 2] (niet direct, niet indirect en ook niet als die persoon zelf contact zoekt);

Geeft aan genoemde instelling opdracht veroordeelde toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf 16/656015-12

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 29 oktober 2012, namelijk een gevangenisstraf van 2 maanden.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen 16/164116-13

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van de politierechter d.d. 23 oktober 2013 opgelegde voorwaardelijke straffen, namelijk een gevangenisstraf van 2 weken en een geldboete van € 275,-.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 3.069,01, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 5 december 2013 tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2], € 3.069,01 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 40 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente berekend vanaf 5 december 2013 tot de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 1.763,77, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 1 oktober 2013 tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1], € 1.763,77 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 27 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente berekend vanaf 1 oktober 2013 tot de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. P.J.M. Mol en J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 februari 2015.

BIJLAGE : De tenlastelegging

16/700945-14

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 augustus 2013 tot en met 22

januari 2014 te Amersfoort en/of Houten en/of Utrecht en/of Rotterdam en/of

elders in een of meer plaats(en) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren [1992]

[1992]),

(telkens)

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 2°)

en/of

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] (telkens) enige handeling(en) heeft

ondernomen

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die naam [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het

verrichten van die seksuele handelingen (sub 5°)

en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen

van die ander of anderen, te weten die [slachtoffer 1], met en/of voor een derde

tegen betaling (sub 8°),

terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

een relatie met die [slachtoffer 1] aangegaan en/of onderhouden en/of

tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat zij (verdachte en die [slachtoffer 1]) samen zouden

gaan wonen en/of een gezin zouden gaan stichten en/of dat ze zouden sparen

voor een gezamenlijk huis en/of

aan die [slachtoffer 1] gevraagd seks voor geld te hebben met klanten en/of

tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat dat geld nodig was voor hun gezamenlijke

toekomst en/of tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat zij 1000-3500 euro per week moest

verdienen en/of

een advertentie op de website [naam] gezet waarin die [slachtoffer 1]

prostitutiewerkzaamheden (als ware zij 19 jaar oud) aanbood en/of

die [slachtoffer 1] instructies gegeven dat ze zich voor prostitutieklanten sexy

moest kleden en/of

prostitutieklanten en/of prostitutie-afspraken voor die [slachtoffer 1] geregeld en/of

die [slachtoffer 1] (telkens) naar de diverse prostitutiewerkplekken gebracht en/of

aldaar weer opgehaald en/of

ten behoeve van die prostitiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] een of meermalen

een hotelkamer geboekt en/of

die [slachtoffer 1] laten verblijven in een of meer hotelkamer(s) en/of woning(en)

en/of

whatsapp en/of sms-berichten aan die [slachtoffer 1] gestuurd waarin haar werd

duidelijk gemaakt dat zij toch door moest gaan met prostitutiewerkzaamheden

ook gaf zij hem (verdachte) te kennen dit niet te willen en/of

alle, althans een (groot) deel van de, opbrengsten van die

prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of door die [slachtoffer 1] af

laten geven aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s);

art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht

16/700761-14

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2013

tot en met 05 december 2013 in de gemeente Amersfoort en/of Amsterdam en/of

Hilversum

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen

(telkens) door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2]

heeft gedwongen

- tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 40 Euro en/of een geldbedrag

van ongeveer 20 Euro en/of een geldbedrag van ongeveer 1.000,-- Euro, in elk

geval enig geldbedrag en/of vier, in elk geval een of meer telefoons en/of

SIM-kaarten en/of telefooncontracten, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en/of

- tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer

(vier) telefoonabonnementen en/of het aangaan van een lening van 1000,- Euro,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en)

dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- tegen die [slachtoffer 2] (dreigend) heeft gezegd dat hij geld moest

afgeven en/of dat hij anders klappen zou krijgen en/of

- die [slachtoffer 2] met (grote) kracht een elleboogstoot in het gezicht

heeft gegeven en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij een opdracht voor hem

had en/of dat hij bij de bank een lening voor 1.000,-- moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 2] (dreigend) heeft gezegd dat hij zijn mond

moest houden, en/of als hij dat niet zou doen hij grote problemen zou hebben

en/of

- een mes, in elk geval een dergelijk voorwerp aan die [slachtoffer 2]

heeft getoond en/of

- een foto aan die [slachtoffer 2] heeft getoond waarop [W] twee

pistolen vast had en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft

gezegd "Ik heb je adres en ik heb pistolen, 9 mm", althans woorden van een

dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij telefoonabonnementen

moest afsluiten en/of als hij dit niet zou doen hij weer klappen zou krijgen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 september

2013 tot en met 01 oktober 2013 in de gemeente Utrecht en/of Amersfoort,

althans in het arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en / of bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft

gedwongen tot de afgifte van vier, in elk geval een of meer telefoon(s) en/of

SIM-kaart(en) en/of telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en/of

-tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer (vier telefoonabonnementen,,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin (telkens) bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- ( dreigend) op die [benadeelde 1] is/zijn afgelopen en/of om die [benadeelde 1]

[benadeelde 1] heen is/zijn gaan staan en/of

- tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd "jullie gaan dingen voor ons

doen" en/of

- een handvat van een vuurwapen, in elk geval een op een dergelijk vuurwapen

gelijkend voorwerp aan die [benadeelde 1] heeft/hebben getoond;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 04 oktober 2013 in de gemeente Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een IPad, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

16/661869-14

1.

hij op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, in elk geval alleeen, [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde

[slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Het is jouw schuld dat we

hebben vastgezeten" en/of "Ik ga jouw tanden breken. Wat ben je toch een

sukkel, Lekker dat ik je geld niet heb teruggegeven. Ik weet waar je woont. Ik

ken jouw vrienden. Je gaat hier nooit veilig leven omdat iedereen me kent in

Amersfoort. Ik ga jou pakken", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking; (661869-14)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden Nederland, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] (met krecht) in het gezicht, in elk geval tegen het hoofd heeft

geslagen/gestompt, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft

bekomen en / of pijn heeft ondervonden; (661869-14)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, dossiernummer2014014857D, onderzoek Waterhoen, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], pag. 522

3 Idem, pag. 581.

4 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], pag. 653 t/m 656.

5 Akte van geboorte [slachtoffer 1], pag. 679.

6 Proces-verbaal van verhoor van [A], pag. 275.

7 Proces-verbaal van verhoor van [A], pag. 289 t/m 291.

8 Proces-verbaal van bevindingen pag. 1025 en 1026.

9 Proces-verbaal van bevindingen ‘iphone 4s van [slachtoffer 1]’ pag. 856.

10 Idem, pag. 857 en 858,

11 Idem, pag. 861.

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 161.

13 Kamerstukken II 1990/1991, 21, 027, nr 5 blz 4 en 11 en nr. 8 blz. 2.

14 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, registratienummer PL0900-2014181313 z, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

15 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], pag. 746 t/m 752.

16 Bankafschriften en gegevens telefoonabonnementen, pag. 754 t/m 761.

17 Proces-verbaal van verhoor van [W], pag. 569 t/m 577.

18 Proces-verbaal van bevindingen van [O], pag. 605 t/m 607.

19 Proces-verbaal van verhoor [getuige], pag. 646.

20 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1], pag. 623 t/m 625.

21 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 1], pag. 770 t/m 773.

22 Bankafschriften en correspondentie providers, pag. 774 t/m 788.

23 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2], pag. 789 t/m 792.

24 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 2], pag. 838 t/m 841.

25 Proces-verbaal van verhoor van [W], pag. 587 en 588.

26 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], pag. 622.

27 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, registratienummer PL0900-2014244148, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

28 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], pag. 13 en 14.

29 Proces-verbaal van verhoor van [vriendin], pag. 16 en 17.

30 Proces-verbaal van verhoor van [W], pag. 42.