Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7323

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
16-10-2015
Zaaknummer
C/16/392770 / HA RK 15-115
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, dat wordt afgewezen in samenhang met een lopende procedure in de hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1958
INS-Updates.nl 2015-0284
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/392770 / HA RK 15-115

Beschikking (bij vervroeging) van 14 oktober 2015

in de zaak van

1. MR. O.B.J. POORTHUIS, MR. P.R. DEKKER, MR. G. TE BIESEBEEK handelend in hun hoedanigheid van gezamenlijk bevoegde curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

2SQR PARTICIPATIEMAATSCHAPPIJ B.V.,

kantoorhoudende te respectievelijk ’s Hertogenbosch, Rosmalen en Budel,

2 MR. O.B.J. POORTHUIS EN MR. P.R. DEKKER

handelend in hun hoedanigheid van gezamenlijk bevoegde curatoren in de faillissementen van:

a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

2SQR HOLDING B.V.,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEHEERSMAATSCHAPPIJ FLORIS B.V. ,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GERMAN SUPERMARKETS "SAGITTARIUS" PROPERTIES IV B.V,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEONARDO PROPERTIES VUGHT B.V.,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLASSISCHE IMMOBILIEN DEUTSCHLAND B.V.,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAGITTARIUS PROPERTIES VI B.V.,

kantoorhoudende te respectievelijk ‘s Hertogenbosch en Rosmalen,

verzoekers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de curatoren,

advocaat mr. B.J.M.P. Cremers te Breda,

tegen

1. de naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

advocaat mr. J.M. van Dijk en mr. Z.D. Veldhoen te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROPERTIZE B.V.,

gevestigd te Utrecht,

advocaat mr. drs. D.A.M.H.W. Strik te Amsterdam,

verweersters,

hierna in enkelvoud ook te noemen: SNS en Propertize,

1 Verloop van de procedure

1.1.

De curatoren hebben op 21 mei 2015 een verzoekschrift ter griffie van deze rechtbank ingediend. Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen.

1.2.

De griffier van deze rechtbank heeft partijen opgeroepen tegen de terechtzitting van 15 september 2015, waarbij aan verweersters een afschrift van het verzoekschrift is toegezonden.

1.3.

Per brief van 4 september 2015 hebben de curatoren de aan verweersters betekende dagvaarding in de hoofdprocedure overgelegd.

1.4.

Op 8 september 2015 heeft Propertize ter griffie van deze rechtbank een verweerschrift ingediend.

1.5.

Ter zitting zijn verschenen:

- mr. B.J.M.P. Cremers, advocaat voornoemd,

- mr. R. van der Jagt, kantoorgenoot van mr. B.J.M.P. Cremers,

- mr. O.B.J. Poorthuis, curator voornoemd,

- mr. J.M. van Dijk, advocaat voornoemd,

- mr. Z.D. Veldhoen, advocaat voornoemd,

- mevrouw [A] , werkzaam bij SNS,

- mr. D.A.M.H.W. Strik, advocaat voornoemd,

- de heer [B] , werkzaam bij Propertize,

- de heer [C] , werkzaam bij Propertize,

1.6.

Mr. B.J.M.P. Cremers, mr. J.M. van Dijk en mr. D.A.M.H.W. Strik hebben ter zitting alle drie een pleitnota overgelegd, welke pleitnota’s bij het dossier zijn gevoegd.

1.7.

Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op of omstreeks 11 april 2012 zijn mr. O.B.J. Poorthuis, mr. P.R. Dekker en mr.

G. te Biesebeek benoemd als curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 2SQR Participatiemaatschappij B.V.

2.2.

Mr. O.B.J. Poorthuis en mr. P.R. Dekker zijn benoemd als curatoren in de faillissementen van:

 2 2 SQR Holding B.V.; op of omstreeks 4 januari 2012,

 2 Beheersmaatschappij Floris B.V. ; op of omstreeks 14 september 2011,

 2 German Supermarkets “Sagittarius” Properties IV B.V.; op of omstreeks

11 september 2013,

 Leonardo Properties Vught B.V.; op of omstreeks 14 september 2011,

 Klassische Properties Vught B.V.; op of omstreeks 5 oktober 2011,

 Sagittarius Properties VI B.V.; op of omstreeks 2 november 2011.

2.3. 2

SQR Participatiemaatschappij B.V., 2 SQR Holding B.V., Beheersmaatschappij Floris B.V. , German Supermarkets “Sagittarius” Properties IV B.V., Leonardo Properties Vught B.V., Klassische Properties Vught B.V. en Sagittarius Properties VI B.V. zullen hierna “de vennootschappen” worden genoemd.

2.4.

Beheersmaatschappij Floris B.V. , German Supermarkets “Sagittarius” Properties IV B.V., Leonardo Properties Vught B.V. en Sagittarius Properties VI B.V. maken deel uit van de [naam] -groep. Een groot deel van het vastgoed van de [naam] -groep werd gefinancierd door Propertize. In dat verband heeft Propertize onder meer kredieten verstrekt aan de vennootschappen, waarbij in de meeste gevallen per vastgoedobject een aparte

financiering werd verstrekt (zgn. projectfinanciering). Propertize heeft gedurende een

periode van in ieder geval 13 jaar de [naam] -groep gefinancierd. Het totaal aan financieringen beliep voor de hele groep in februari 2010 een bedrag van ongeveer

€ 49.000.000,00.

2.5.

Een van de vennootschappen, German Supermarkets “Sagittarius” Properties IV B.V., had met de moeder van Propertize, te weten SNS, (mede handelend onder de naam “SNS Financial Markets”) twee renteswap overeenkomsten gesloten.

2.6.

SNS heeft zich op 4 december 2006 in een verklaring ex artikel 2:403 BW

hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schulden van Propertize.

2.7.

Op 2 juni 2015 is namens de curatoren aan verweersters de dagvaarding in de bodemprocedure betekend. Verweersters moeten uiterlijk op 28 oktober 2015 een conclusie van antwoord indienen.

3 Het verzoek

Verzoekers leggen aan het verzoekschrift - samengevat - het volgende ten grondslag.

3.1.

De curatoren hebben onderzoek gedaan naar de gang van zaken voorafgaand aan de faillissementen van de vennootschappen. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat Propertize de gerechtvaardigde belangen van de vennootschappen en de gezamenlijke schuldeisers, waarmee zij rekening dient te houden, veronachtzaamd heeft.

3.2.

Propertize heeft onder meer door het voeren van een onjuiste administratie, het kunstmatig in stand laten van achterstanden en het bij herhaling niet nakomen van gemaakte afspraken, dermate onzorgvuldig jegens de vennootschappen en de gezamenlijke schuldeisers gehandeld dat de vennootschappen in de positie zijn gebracht dat zij niet meer in staat waren aan hun verplichtingen te voldoen en de gezamenlijke schuldeisers in hun verhaalsbelang zijn benadeeld.

3.3.

SNS heeft, op onderdelen tezamen met Propertize, eveneens onzorgvuldig en

daarmee onrechtmatig gehandeld jegens de vennootschappen en de gezamenlijke

schuldeisers. SNS heeft aan de vennootschappen schadelijke renteswaps

verkocht waarmee zij haar zorgplicht heeft geschonden en waardoor zij wanprestatie

heeft gepleegd en zij heeft samen met Propertize zekerheden bedongen waardoor

andere crediteuren van de vennootschappen op onrechtmatige wijze, althans in strijd

met de redelijkheid en billijkheid, zijn benadeeld. Daarnaast is SNS op grond van

de door haar afgegeven verklaring ex artikel 2:403 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de door de vennootschappen als gevolg van het handelen van Propertize geleden schade.

3.4.

Op basis van het voorgaande zullen de curatoren tegen verweersters vorderingen in stellen, strekkende tot het verkrijgen een schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming danwel onrechtmatige daad van verweersters jegens de vennootschappen. De curatoren hebben hiertoe reeds een dagvaarding opgesteld - en aan verweersters betekend -, welke dagvaarding zij in de onderhavige procedure ook hebben overgelegd. De curatoren sluiten niet uit dat zij in de jegens verweersters aanhangig gemaakte procedure in de hoofdzaak worden belast met het leveren van bewijs van de door de curatoren gestelde feiten en omstandigheden, zoals die zijn opgenomen in voornoemde dagvaarding. Om die reden wensen de curatoren de volgende vijftien personen als getuigen te horen:

  1. De heer [getuige 1] . De curatoren: “oprichter en tot medio 2009 (indirect) eigenaar en bestuurder van de [naam] -groep. Kan verklaren over de (totstandkoming en inrichting van de) financieringen. Betrokken bij besprekingen begin april 2009, waarin 2SQR naar voren werd geschoven om te komen tot een herstructurering. Ondertekenaar van de Amendment Letter en Garantie in juni 2009. Kan ook verklaren over de aanleiding voor en totstandkoming van de Interest Rate Swap contracten tussen Sag IV en SNS Bank.”

  2. De heer [getuige 2] . De curatoren: “één van de oprichters van 2SQR. Vanaf april 2009 betrokken bij de gesprekken met Propertize over de herstructurering. Kan verklaren over de hele periode tot en met de beëindiging van de kredietrelatie.”

  3. De heer [getuige 3] . De curatoren: “mede oprichter van 2SQR. Ook vanaf april 2009 betrokken geweest bij alle contacten met Propertize. Kan over de hele tijdspanne verklaren.”

  4. De heer [getuige 4] ;

  5. De heer [getuige 5] . De curatoren: “ook allebei oprichters van 2SQR. Vanaf april 2009 betrokken geweest in (vrijwel) alle (dagelijkse) contacten met Propertize. Kunnen derhalve ook over de hele tijdspanne verklaren."

  6. De heer [getuige 6] . De curatoren: “voormalig medewerker [naam] -groep. Kan verklaren over de (totstandkoming en inrichting van de) financieringen. Betrokken bij besprekingen begin april 2009, waarin 2SQR naar voren werd geschoven om te komen tot een herstructurering. Kan verklaren over de (totstandkoming en ondertekening) van de Amendment Letter en de Garantie in juni 2009. Kan ook verklaren over de aanleiding voor en totstandkoming van de Interest Rate Swap contracten tussen Sag IV en SNS Bank.”

  7. De heer [getuige 7] . De curatoren: “vanaf 2007 accountmanager bij Propertize voor de [naam] -groep. Kan verklaren over de financieringen. Was nog accountmanager toen 2SQR “aan boord kwam”. Kan ook daarover verklaren.”

  8. De heer [getuige 8] . De curatoren: “voormalig medewerker Propertize. Was samen met [getuige 7] accountmanager voor de [naam] -groep. Kan verklaren over de financieringen. Kan ook verklaren over de gesprekken en afspraken met 2SQR in april 2009.”

  9. De heer [getuige 9] . De curatoren: “voormalig medewerker van Propertize, senior accountmanager, werkzaam op de afdeling Restructuring & Recovery; vanaf de overheveling van de portefeuille in juni 2009 naar R&R dagelijks betrokken bij alle contacten met 2SQR.”

  10. De heer [getuige 10] . De curatoren: “voormalig medewerker van Propertize, accountmanager, werkzaam op de afdeling R&R. Vanaf de overheveling van de portefeuille naar R&R samen met [getuige 9] dagelijks betrokken bij alle contacten met 2SQR.”

  11. De heer [getuige 11] . De curatoren: “voormalig medewerker Propertize. Zat in de directie van Propertize op het moment dat 2SQR “aan boord kwam” in april 2009. Heeft met 2SQR besprekingen gevoerd over de herstructurering.”

  12. De heer [getuige 12] . De curatoren: “voormalig medewerker Propertize, hoofd risk management Nederland.”

  13. De heer [getuige 13] . De curatoren: “voormalig medewerker Propertize, accountmanager Germany.”

  14. . De heer [getuige 14] . De curatoren: “(voormalig) manager Propertize ten tijde van de opzegging van de kredietrelatie.”

  15. De heer [getuige 15] . De curatoren: “medewerker Propertize, jurist”.

3.5.

Gelet op de hoeveelheid te horen getuigen en het aantal onderwerpen waarover vragen gesteld zullen worden, verzoeken de curatoren de rechtbank om meerdere (volledige) dagen te bepalen waarop de getuigenverhoren zullen plaatsvinden.

4 Het verweer

4.1.

SNS heeft ter zitting verklaard zich aan te sluiten bij het door Propertize gevoerde verweer. Propertize heeft op haar beurt verklaard zich aan te sluiten bij het door SNS gevoerde verweer. De rechtbank zal hieronder dan ook spreken van “verweersters”.

4.2.

Verweersters voeren ter verweer allereerst aan dat de (Nederlandse) rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van een belangrijk deel van het verzoekschrift. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad genaamd Roucar Gear Techn/4Stroke en artikel 25 lid 1 van de EXX-Verordening voeren verweersters aan dat schriftelijk is overeengekomen dat de Duitse rechter (“de gerechten van Frankfurt am main, respectievelijk Düsseldorf”) exclusief bevoegd is om kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met de tussen verweersters en de vennootschappen gesloten Duitse leningen, Credit Facility Agreements, Garantie en Amendment letter. Dit betreft alle type geschillen, waaronder bewijsvergaringsprocedures, hetgeen volgens verweersters volgt uit de bewoordingen “all disputes” en “any disputes” in de forumclausules. Nu verweersters zich verzetten tegen het verzoek is sprake van een “dispute” in de zin van voornoemde forumkeuzeclausules, aldus verweersters. Gezien de in deze clausules gebruikte bewoordingen “in connection with” vallen daaronder ook buiten-contractuele vorderingen van de curatoren die verband houden met overeenkomsten, zoals die op grond van onrechtmatige daad of paulianeus handelen.

4.3.

Op grond van het voorgaande dient de rechtbank zich volgens verweersters onbevoegd te verklaren om van de paragrafen 16, 17-20, 25, 27 t/m 30, 31 t/m 33, 35 t/m 39, 40 t/m 59, 60 t/m 64, 74, 78 t/m 86, 111 t/m 115, 122 t/m 136, 154 t/m 157 en 160 t/m 163 van het verzoek kennis te nemen, omdat deze paragrafen feiten en omstandigheden bevatten die de Duitse leningen en/of de Credit Facility Agreements en/of de Garantie en/of de Amendment letter betreffen (danwel geschillen die hieruit voortvloeien of hiermee samenhangen).

4.4.

Er resteert slechts een klein aantal in het verzoek vermelde onderwerpen ten aanzien waarvan de rechtbank wel bevoegd is. Dit deel van het verzoekschrift dient echter te worden afgewezen, omdat het verzoekschrift niet voldoet aan de vereisten van artikel 187 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Het feitelijk gebeuren uit het verzoekschrift waarover de getuigen moeten worden gehoord is oeverloos en te vaag omschreven, aldus verweersters. Daarbij komt dat hetgeen waarover de getuigen zullen moeten verklaren geen juridische relevantie heeft voor de beslissingen over het voorliggende geschil. Zo is er - samengevat - geen causaal verband tussen de handelingen van verweersters en de faillissementen van de vennootschappen en er is geen schade geleden door de vennootschappen, waardoor verweersters ook niet schadeplichtig zijn.

4.5.

In punt 22 van diens pleitnota geeft mr. D.A.M.H.W. Strik per onderdeel van de dagvaarding (en daarmee van het verzoekschrift) van de curatoren aan op welke punten het verzoekschrift onvoldoende is geconcretiseerd.

5 Beoordeling van het verzoek

Bevoegdheid

5.1.

Ten aanzien van het verweer van verweersters dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren om kennis te nemen van die onderdelen van het verzoekschrift die zien op geschillen voortvloeiende uit of samenhangend met de tussen verweersters en de vennootschappen gesloten Duitse leningen, Credit Facility Agreements, Garantie en Amendment letter, omdat verweersters en de vennootschappen terzake een forumkeuzebeding zijn overeengekomen, overweegt de rechtbank als volgt.

5.2.

Artikel 6 van de EU-verordening 2015/848 betreffende insolventieprocedures van 20 mei 2015 bepaalt:

Bevoegdheid inzake vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit een insolventieprocedure en er nauw verband mee houden

1. De rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan een insolventieprocedure is geopend overeenkomstig artikel 3, is bevoegd voor alle vorderingen die rechtstreeks uit de insolventieprocedure voortvloeien en er nauw verband mee houden, zoals vorderingen tot nietigverklaring.

2. Indien een vordering als bedoeld in lid 1 samenhangt met een vordering in een burgerlijke of handelszaak tegen dezelfde verweerder, kan de insolventiefunctionaris beide vorderingen instellen bij de rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan de verweerder zijn woonplaats heeft, of, indien de vordering wordt ingesteld tegen verschillende verweerders, bij de rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan een van hen zijn woonplaats heeft, voor zover die rechter bevoegd is op grond van Verordening (EU) nr. 1215/2012.

De eerste alinea geldt ook voor de schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt, voor zover hij volgens het nationale recht vorderingen kan instellen ten behoeve van de insolvente boedel.

3. Samenhangend in de zin van lid 2 zijn vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.”

5.3.

Uit de door de curatoren overgelegde dagvaarding in de hoofdprocedure blijkt dat de curatoren hun vordering in de hoofdzaak jegens Propertize - samengevat - baseren op artikel 6:162 BW (gelijk het [naam] / [naam] arrest), dat zij SNS op grond van artikel

2:403 BW aansprakelijk wensen te stellen voor het onrechtmatig handelen van Propertize en dat zij verweersters gezamenlijk aanspreken op grond van artikel 42 Faillissementswet. Gelet op het voorgaande en gezien de tekst van artikel 6 van de EU-verordening 2015/848 betreffende insolventieprocedures, is de rechtbank van oordeel dat bepaald niet is uitgesloten dat de rechtbank zonder meer bevoegd is om kennis te nemen van voornoemde vorderingen van de curatoren in de hoofdzaak. Derhalve is door verweersters onvoldoende onderbouwd dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren om van het onderhavige verzoekschrift kennis te nemen.

Inhoudelijke beoordeling

5.4.

Bij de beoordeling van het geschil stelt de rechtbank het volgende voorop. De doelstelling van een voorlopig getuigenverhoor is (onder meer) om een partij de mogelijkheid te verschaffen om aan de hand van een voorlopig getuigenverhoor zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van een geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten.

5.5.

Voorts geldt dat een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor in beginsel moet worden toegewezen. Dit is slechts anders indien het verzoek in strijd is met een goede procesorde, de bevoegdheid misbruikt wordt of het verzoek afstuit op een ander door de rechtbank zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

5.6.

De rechtbank overweegt als volgt. De curatoren hebben hun verzoek ter zitting aangepast, in die zin dat zij thans verzoeken bewijs te mogen leveren van hetgeen is vermeld in hoofdstuk III (genaamd “achtergronden”) van de - op 2 juni 2015 aan verweersters betekende - inleidende dagvaarding in de hoofdzaak. Het onderhavige verzoekschrift betreft derhalve het verzoek om getuigen te mogen horen over pagina 5 tot en met pagina 33 van die dagvaarding. De feiten en omstandigheden die in voornoemd hoofdstuk III worden genoemd behelzen een periode van 9 jaar (2006 - 2015) en de curatoren willen hieromtrent vijftien getuigen horen. Door de curatoren is per getuige enkel in algemene termen aangeven waarover diegene kan verklaren. Zo stellen de curatoren over de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [getuige 5] dat zij “over de gehele tijdspanne” kunnen verklaren en over de getuigen [getuige 9] , [getuige 10] en [getuige 11] dat zij “betrokken waren bij de contacten met 2SQR”. Waarover deze getuigen precies kunnen en moeten getuigen wordt niet gesteld. Dit geldt te meer ten aanzien van de getuigen [getuige 12] , [getuige 13] , [getuige 14] en [getuige 15] , waarvan de curatoren enkel de functie noemen. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de curatoren niet voldoet aan de vereisten van artikel 187 lid 3 Rv. Meer in het bijzonder hebben de curatoren onvoldoende geconcretiseerd welke feiten en omstandigheden zij met het onderhavige verzoek willen bewijzen. Zij laten zich ook niet uit over op wie van partijen de stelplicht en de bewijslast rust. De rechtbank sluit zich op dit punt aan bij onderdeel 22 van de pleitnota van mr. D.A.M.H.W. Strik, waarin per onderdeel van de dagvaarding (en daarmee van het verzoekschrift) van de curatoren is aangegeven op welke punten het verzoekschrift onvoldoende is geconcretiseerd.

5.7.

Daarbij komt dat de curatoren hun procespositie zo helder achten dat zij een dagvaarding in de hoofdzaak hebben uitgebracht en dat door verweersters ter zitting is verklaard - en door de curatoren niet is betwist - dat door verweersters in de hoofdzaak uiterlijk op 28 oktober 2015 een conclusie van antwoord moet worden genomen. Dit maakt dat een toewijzing van het onderhavige verzoek naar het oordeel van de rechtbank zou leiden tot een in hoge mate ondoelmatige procesvoering. Immers, na de conclusie van antwoord van verweersters en de mogelijk daaropvolgende comparitie van antwoord in de hoofdzaak zal meer duidelijkheid ontstaan over de vraag omtrent welke concrete punten nog getuigen zullen moeten worden gehoord en welke feiten door wie van beide partijen nog dient te worden bewezen. Dit laatste is doelmatiger en komt derhalve de proceseconomie ten goede.

5.8.

Ook is van belang dat toewijzing van het onderhavige verzoek, meer in het bijzonder het horen van vijftien getuigen met betrekking tot gebeurtenissen die 9 jaar bestrijken, terwijl niet duidelijk is omtrent welke concrete feiten en omstandigheden zij dienen te verklaren, meerdere weken in beslag zou nemen, hetgeen gelet op de schaarse capaciteit van de rechtbank onwenselijk is. Een voorlopig getuigenverhoor kan bovendien, gelet op de werkvoorraad van de rechtbank, niet veel eerder dan drie maanden na toewijzing van dit verzoek worden gehouden. Daarmee is goed mogelijk dat, indien het onderhavige verzoek wordt toegestaan, de procedure in de hoofdzaak onnodig wordt vertraagd.

5.9.

Het verzoek wordt dus afgewezen.

De curatoren zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, welke kosten aan de zijde van verweersters worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 904,00 (2 punten x tarief € 452,00)

Totaal € 1.517,00

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst het verzoek af;

6.2.

veroordeelt de curatoren hoofdelijk, in die zin, dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten aan de zijde van verweersters, tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 1.517,00;

Deze beschikking is gegeven door mr. L.C. Heuveling van Beek en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.