Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7134

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-09-2015
Datum publicatie
05-10-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 2255
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 september 2013 heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van de golfbaan De Kroonprins in Vianen. Verweerder heeft het bezwaar van de stichting ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij geen belanghebbende is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 14/2255

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2015 in de zaak tussen

Stichting Buiten Gezond in Vianen en omstreken, te Vianen, eiseres

(gemachtigde: mr. A.J. Jonkhoff),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vianen, verweerder

(gemachtigde: W. Bosse).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Vicus Bomba B.V. te Wilnis, vergunninghouder

(gemachtigde: mr. G.M. Kool).

Procesverloop

Bij besluit van 13 september 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van de golfbaan De Kroonprins op de percelen gelegen aan de Autenasekade, de Merwedekade, de Ceelenweg, de Bolgarijsekade en de Kruisweg te Vianen.

Bij besluit van 20 februari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Bij afzonderlijk besluit van eveneens 20 februari 2014 heeft verweerder het bezwaar van Stichting Groene Hart tegen het besluit van 13 september 2013 ongegrond verklaard.

Eiseres en Stichting Groene Hart hebben gezamenlijk beroep ingesteld tegen de bestreden

besluiten van 20 februari 2014. Het beroep van eiseres is geregistreerd onder zaaknummer

UTR 14/2255 en het beroep van Stichting Groene Hart onder zaaknummer UTR 14/2254.

Bij brief van 26 augustus 2015 hebben eiseres en de Stichting Groene Hart gezamenlijk een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer: UTR 15/4462.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2015. De rechtbank heeft voornoemde zaken gevoegd behandeld met de zaak UTR 14/2567 over de omgevingsvergunning voor de aanleg en het gebruik van een tijdelijke transportroute ten behoeve van de aanleg van de golfbaan.

Namens eiseres zijn [A] en ir. [B] verschenen en namens de Stichting Groene Hart is drs. [C] verschenen. Beide stichtingen werden bijgestaan door gemachtigde mr. A.J. Jonkhoff. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door W. Bosse. Derde-partij is verschenen in de persoon van [D] , bijgestaan door voornoemde gemachtigde. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.

Overwegingen

1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens verweerder verricht eiseres geen feitelijke werkzaamheden ter behartiging van haar doelstellingen anders dan het initiëren van en participeren in bestuursrechtelijke procedures.

2. Eiseres betoogt dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij heeft in het beroepschrift uiteengezet welke feitelijke werkzaamheden zij verricht.

3. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid van artikel 1:2 van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

4. Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.

5. Volgens artikel 2, eerste lid, van haar statuten heeft eiseres ten doel om binnen de gemeente Vianen en omstreken een duurzame ontwikkeling te bevorderen en wel in het bijzonder de actieve bescherming en verbetering van onder andere het milieu, de leefomgeving, gezondheid, welzijn en welbevinden van mens en dier, de natuur inclusief flora, fauna en alle ecologische aspecten en het landschap.

Blijkens artikel 2, tweede lid, van de statuten tracht eiseres haar doel onder meer te verwezenlijken door:

- zich in te spannen om gezondheidsbedreigende en milieuschadelijke situaties te voorkomen, of indien aanwezig, te doen verdwijnen;
- het deskundig en kritisch toetsen van overheids- en bedrijfsactiviteiten waarbij het milieu in het geding is en het geven van advies over mogelijke alternatieven;
- het samenwerken met soortgelijke organisaties en instellingen;
- het informeren van de burgerij omtrent (de effecten van) plannen die van invloed zijn op de (kwaliteit van) de leefomgeving;
- het ageren tegen plannen die op gespannen voet staan met de doelstellingen van de stichting;
- het gebruik maken van wettige middelen […] tegen (rechts)handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de stichting.

Ingevolge het derde lid van artikel 2 van de statuten omvat het werkgebied van de stichting de gemeente Vianen en aangrenzende gemeenten.

6. Tussen partijen is niet in geschil, en ook de rechtbank stelt vast, dat de bestreden omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit die plaatsvindt binnen het in de statuten omgeschreven werkgebied. Verder valt het bestreden besluit binnen de reikwijdte van de statutaire doelstelling. Eiseres heeft in het beroepschrift uiteengezet dat haar feitelijke werkzaamheden bestaan uit het informeren van de bewoners van Vianen en omstreken, het informeren van gemeenteraadsleden en ambtenaren, het verzamelen van informatie, het voeren van overleg met andere stichtingen en deskundigen en het schrijven van stukken en persberichten die op de website van de stichting worden geplaatst. Bij het beroepschrift is een overzicht met de feitelijk verrichte activiteiten overgelegd. Gelet op het voorgaande en de daarop door [A] ter zitting gegeven toelichting, is de rechtbank van oordeel dat eiseres feitelijke werkzaamheden verricht ter behartiging van haar doelstelling. Deze feitelijke werkzaamheden hangen, anders dan verweerder stelt, niet louter samen met het in rechte opkomen tegen besluiten. De rechtbank sluit hiermee aan bij de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4099.

Dat de laatste activiteit op de website van de stichting dateert van 12 december 2014, zoals verweerder ter zitting heeft aangevoerd, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Van belang hierbij is dat de feitelijke werkzaamheden uit meer bestaan dan het onderhouden van de website. Ter zitting is overigens van de zijde van eiseres meegedeeld dat de overige activiteiten, waaronder met name het vergaren van informatie, ten koste zijn gegaan van de werkzaamheden ten behoeve van de website.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bezwaar van eiseres dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.

7. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

8. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien, omdat uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerder het (mogelijk) niet eens is met het hier gegeven oordeel over de belanghebbendheid van eiseres en de rechtbank dit ook overigens niet aan de orde acht. Verweerder zal een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder in overweging om – voor zover aan de orde geacht – het vervolg van deze procedure parallel te laten lopen met het vervolg in de zaak UTR 14/2254 van Stichting Groene Hart.

9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming

van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 980,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

28 september 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.