Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6985

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
16-10-2015
Zaaknummer
4012672 UC EXPL 15-4798
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenrecht. Ten onrechte voeren kwaliteitskeurmerk is een oneerlijke handelspraktijk (artikel 6:193g BW). Overeenkomst is vernietigbaar omdat deze als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/302
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4012672 UC EXPL 15-4798 CTH/1032

Vonnis van 30 september 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. G. Gabrelian, advocaat te Utrecht,

tegen:

[gedaagde] ,

handelend onder de namen [bedrijf 1] en

[bedrijf 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. M.J. Bos, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam.

1 Het verloop van de procedures

[eiseres] heeft een vordering ingesteld.

[gedaagde] heeft geantwoord op de vordering en heeft een eis in reconventie ingesteld.

[eiseres] heeft voor repliek in conventie en voor antwoord in reconventie geconcludeerd.

[gedaagde] heeft voor dupliek in conventie en voor repliek in reconventie geconcludeerd.

[eiseres] heeft voor dupliek in reconventie geconcludeerd.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

[eiseres] heeft zich op 23 juli 2014 ingeschreven voor een door [eiseres] bij [gedaagde] te volgen cursus tot het worden van zogenoemd Hijama-therapeut. Tussen partijen is vervolgens een overeenkomst tot stand gekomen. De overeengekomen prijs voor de cursus bedraagt € 750,00. [eiseres] heeft hiervan een bedrag van € 500,00 aan [gedaagde] betaald.

2.2.

[gedaagde] voerde ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op haar website een aantal kwaliteitskeurmerken, namelijk die van AVAR (visitatiebureau kwaliteitscontrole in de zorg), BVHC (Beroepsvereniging voor hijama en cupping), BAH (British Association Hirudotherapy) en NVF (Nederlandse Vereniging Fytotherapie).

2.3.

[eiseres] heeft bij brief van haar raadsman van 24 november 2014 de vernietiging ingeroepen van de overeenkomst tussen partijen.

3 De vorderingen en de verweren

in conventie

3.1.

[gedaagde] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat [eiseres] de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft vernietigd, althans deze overeenkomst tussen partijen te vernietigen, althans te verklaren voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] ;

II. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 760,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 277,70, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten;

IV. veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

3.2.

[gedaagde] legt aan haar vordering – samengevat – ten grondslag dat [gedaagde] haar ertoe bewogen heeft een overeenkomst te sluiten door op misleidende wijze en ten onrechte kwaliteitskeurmerken te gebruiken zonder dat [gedaagde] tot het voeren van die keurmerken gerechtigd was. Daarmee is volgens [eiseres] sprake van oneerlijke handelspraktijken, zodat [gedaagde] volgens [eiseres] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld op grond van artikel 6:193b lid 1 BW. Verder is sprake van bedrog door [gedaagde] , dan wel is de overeenkomst onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Dit alles maakt de overeenkomst vernietigbaar, welke vernietiging door [eiseres] bij brief van 24 november 2014 is ingeroepen.

3.3.

[eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagde] vordert bij vonnis veroordeling van [eiseres] om aan haar te voldoen een bedrag van € 290,00. Dit met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.6.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [eiseres] op grond van de overeenkomst tussen partijen een restantbedrag van € 250,00 verschuldigd is. [gedaagde] maakt tevens aanspraak op € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.7.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten in reconventie.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Bij de beoordeling wordt het volgende vooropgesteld. De overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Omdat [eiseres] consument is en [gedaagde] een natuurlijke persoon die handelt in de uitoefening van een bedrijf, is afdeling 3A van titel 3 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing.

4.2.

[eiseres] verwijt [gedaagde] dat zij oneerlijke handelspraktijken heeft bedreven door valse keurmerken te voeren, althans onterecht keurmerken te voeren. [eiseres] voert verder aan dat de gevoerde keurmerken voor haar van doorslaggevend belang waren in haar beslissing om de cursus aan te vangen en de overeenkomst met [gedaagde] aan te gaan. [eiseres] zou de cursus naar eigen zeggen niet hebben gevolgd zonder de genoemde keurmerken.

4.3.

Het verweer van [gedaagde] dat de keurmerken die zij voerde en voert uitsluitend van toepassing zijn op haar [bedrijf 1] en geen rol spelen met betrekking tot de opleiding in kwestie, wordt verworpen omdat niet ter zake doet of de keurmerken betrekking hebben op de tussen partijen overeengekomen opleiding. Vast staat dat [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet beschikte over een door AVAR verstrekt keurmerk. Ook staat vast dat [gedaagde] op dat moment niet beschikte over een keurmerk van BAH. Indien een handelaar als [gedaagde] een kwaliteitslabel aanbrengt zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben, dan is op grond van artikel 6:193g aanhef en onder b BW onder alle omstandigheden sprake van een misleidende handelspraktijk. Hieraan doet niet af dat [gedaagde] (inmiddels) na een visitatie een keurmerk van AVAR heeft ontvangen en inmiddels door BAH is erkend als trainer en hiervoor een licentie heeft ontvangen.

4.4.

Omdat de overeenkomst is gesloten na 13 juni 2014 is artikel 6:193j lid 3 BW van toepassing. Dit brengt mee dat [eiseres] succesvol de vernietiging van de overeenkomst kan inroepen omdat deze als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen. De gevorderde verklaring voor recht zal vanwege het voorgaande worden gegeven. Vernietiging van de overeenkomst heeft tot gevolg dat de rechtsgrond is komen te ontvallen aan de betalingen die [eiseres] aan [gedaagde] heeft gedaan. [eiseres] voert met juistheid aan dat zij de betalingen onverschuldigd heeft gedaan. [gedaagde] is op grond van artikel 6:203 BW gehouden tot terugbetaling van het door [eiseres] aan haar betaalde bedrag van € 500,00.

4.5.

Het door [eiseres] gevorderde bedrag van € 200,00 voor lesmateriaal zal worden afgewezen omdat [gedaagde] dat bedrag heeft betwist en iedere onderbouwing op dit punt ontbreekt. Gesteld noch gebleken is dat [eiseres] op grond van de overeenkomst met [gedaagde] gehouden was dit lesmateriaal aan te schaffen, zodat zonder onderbouwing van [eiseres] , die ontbreekt, niet valt in te zien op welke wijze de aanschaf van dit lesmateriaal leidt tot schade. Bovendien heeft [eiseres] geen stukken in het geding gebracht waaruit deze door haar gestelde en door [gedaagde] weersproken schade blijkt.

4.6.

De vordering ten aanzien van reiskosten ter hoogte van € 60,00 zal, als niet weersproken, worden toegewezen.

4.7.

[eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van een bedrag van € 277,70 aan buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu gesteld noch gebleken is dat een aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW heeft plaatsgevonden.

4.8.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 96,16

- griffierecht € 78,00

- salaris gemachtigde € 200,00 (2 punten x tarief € 100,00)

Totaal € 374,16

in reconventie

4.9.

Omdat in conventie is geoordeeld dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is vernietigd door [eiseres] , bestaat er niet langer een betalingsverplichting voor [eiseres] . Dit brengt mee dat de reconventionele vordering van [gedaagde] , die een vordering tot nakoming inhoudt, dient te worden afgewezen. Als gevolg hiervan dient de nevenvordering die betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten eveneens te worden afgewezen.

4.10.

[gedaagde] zal als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op € 30,00 aan salaris gemachtigde (2 punten × factor 0,5 × tarief € 30,00).

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat [eiseres] de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft vernietigd,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 560,00,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 374,16,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie ten aanzien van 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

wijst het gevorderde af,

5.7.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 30,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 september 2015.