Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6934

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-09-2015
Datum publicatie
22-09-2015
Zaaknummer
16/700435-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken van 1466 gram henneptoppen en/of hennepresten, het opzettelijk nabootsen van een pistool en dat voorhanden hebben en het witwassen van contant geld en een auto. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700435-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 18 september 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1971] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. W.C. den Daas, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 15 februari 2014 te Utrecht opzettelijk 1466 gram henneptoppen en/of hennepresten heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt;

feit 2: op 15 februari 2014 te Utrecht opzettelijk een nabootsing van een pistool voorhanden heeft gehad;

Feit 3: op 15 februari 2014 contant geld en een auto heeft witgewassen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 tot en met 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en feit 2. De verdediging is van mening dat verdachte vrijgesproken moet worden van feit 3. Het geld dat in de woning van verdachte is aangetroffen en het geld waarmee de Citroen Jumpy is gekocht zijn niet afkomstig uit enig misdrijf. Verdachte heeft het geld verdiend met de duivensport. Het geld is niet verdiend met het bij herhaling drogen van henneptoppen of met andere drugsgerelateerde activiteiten. De droogkast die in het huis van verdachte is aangetroffen stond er sinds een paar dagen voor de huiszoeking.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

De rechtbank zal bij feit 1 en feit 2 volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen omdat verdachte voor deze feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit. De rechtbank acht de feiten bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

- De bekennende verdachte ter terechtzitting van 4 september 2015.2

- Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] ten aanzien van het aantreffen van de hennepdrogerij.3

- Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] ten aanzien van het aantreffen van het wapen.4

- Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] betreffende onderzoek naar het wapen.5

De redengevende feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

In de woning van verdachte aan de [adres] op 15 februari 2014 werd in de slaapkamer een geldkistje met € 4.600,- aangetroffen. Tevens werd in de aanwezige kluis een geldbedrag van € 12.220,- aangetroffen. Dit was verdeeld over verschillende geldbundels. In totaal werd er een geldbedrag van € 16.820,- in beslag genomen. Dit geldbedrag bestond onder andere uit 14 bankbiljetten van € 500,-. In de woning werden aankooprekeningen aangetroffen van een nieuwe Citroen Jumpy, kenteken [kenteken] . 6

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij € 16.820,- aan contant geld in zijn slaapkamer had. Verder verklaart verdachte dat hij de Citroen Jumpy heeft gekocht en hiervoor een contante betaling van € 27.713,82 heeft gedaan. Verdachte heeft dit geld verdiend met de duivensport. Verdachte fokt duiven. Iedere keer als hij geld verdient met de verkoop van duiven investeert hij het geld weer in de duivenhandel. Verdachte heeft nooit belastingaangifte gedaan van de inkomsten die hij met de duivensport had.7

Bewijsoverweging

Ter beoordeling ligt thans de vraag of verdachte schuldig is aan witwassen, doordat hij geldbedragen en een auto heeft verworven, voorhanden heeft gehad, overgedragen, omgezet, dan wel daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die geldbedragen en auto afkomstig zijn uit enig misdrijf.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij een grote speler in de duivensportwereld is en dat hij sinds zijn zesde jaar in duiven handelt. Het geld dat hij verdiende uit deze bedrijfsmatige handel stak hij vervolgens in de aankoop van nieuwe duiven die hij vervolgens wederom verkocht en/of gebruikte voor duivenwedstrijden. Al die jaren heeft hij van deze inkomsten geen belastingaangifte gedaan.

De rechtbank stelt vast dat verdachte door geen aangifte te doen van zijn verdiensten in de duivensport telkens misdrijven heeft gepleegd in de zin van artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het voordeel dat hij daaruit genoot, de niet afgedragen belastinggelden, heeft hij telkens omgezet door deze gelden weer te investeren in de duivensport. De rechtbank moet dan ook vaststellen dat het aangetroffen contante geld en de Citroen Jumpy die met contant geld is gekocht, gedeeltelijk middellijk afkomstig zijn uit misdrijf.

Uit het dossier blijkt dat er twee contante geldbedragen bij verdachte in bezit waren die aan een ander toebehoren, namelijk een bedrag van € 970,- toebehorende aan de postduivenvereniging en een bedrag van € 2.000,- toebehorende aan de moeder van verdachte. Het contante geld is voor dat deel niet middellijk afkomstig uit misdrijf. De rechtbank brengt deze bedragen in mindering op het bedrag dat door verdachte is witgewassen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte geldbedragen voorhanden heeft gehad die uit eigen misdrijven zijn verkregen. Omdat deze geldbedragen telkens zijn omgezet en de goederen die in de tenlastelegging zijn genoemd, middellijk uit misdrijf afkomstig zijn, kunnen deze feiten wel als witwassen worden gekwalificeerd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 15 februari 2014 te Utrecht opzettelijk heeft bereid en bewerkt in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1466 gram henneptoppen en hennepresten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

op 15 februari 2014 te Utrecht, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een pistool, kaliber 6 mm, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont

met een echt bestaand vuurwapen, voorhanden heeft gehad;

3.

op 15 februari 2014 te Utrecht, een hoeveelheid contant geld (13.850,00 euro) en

een auto (Citroen Jumpy) voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder b van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 3: witwassen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van feit 1 en feit 2 aan het oordeel van de rechtbank en bepleit vrijspraak ten aanzien van feit 3.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bereiden en bewerken van hennep. Door deze werkzaamheden heeft verdachte een aandeel geleverd in de handel in softdrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat met deze handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden hand in hand gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Aan dergelijke handel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en kan verdachte worden verweten.

Voorts heeft verdachte een nepvuurwapen voorhanden gehad.

Tenslotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van € 13.850,- en een auto. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Opbrengsten van misdrijven worden hierdoor bovendien aan het zicht van justitie onttrokken. Witwassen wordt gezien als een misdrijf dat andere misdrijven faciliteert.

Verdachte is, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het documentatieregister d.d. 1 juli 2015, niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Zoals uit het vervolg nog zal blijken, zal een geldbedrag en de Citroen Jumpy verbeurd worden verklaard. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat voor de afdoening van bovenstaande feiten daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf van 200 uren passend en geboden is.

9 Het beslag

Onder verdachte zijn in beslag genomen een geldbedrag van € 16.820,00 en een auto van het merk Citroen Jumpy.

9.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag, voor zover dit niet aan een ander toebehoort, verbeurd wordt verklaard. Hij heeft tevens gevorderd dat de in beslag genomen auto verbeurd wordt verklaard.

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave aan verdachte van het in beslag genomen geld en de auto.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

Het geldbedrag van € 13.850,- en de Citroen Jumpy behoren aan verdachte toe. Aannemelijk is geworden dat verdachte het geld en de auto ten eigen bate kan aanwenden. Nu is komen vast te staan dat het onder rubriek 5 bewezen geachte is begaan met betrekking tot het geldbedrag en de auto, zal de rechtbank deze verbeurd verklaren.

Teruggave

Met betrekking tot het overige deel van het in beslag genomen geld, een bedrag € 2.970,00 zal de rechtbank de teruggave gelasten aan de rechthebbenden.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht en artikel 55 van de Wet wapens en munitie en artikel 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder b van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 3: witwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 200 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen.

Met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Beslag

Verklaart verbeurd:

- een geldbedrag van € 13.850,00 (zegge: dertienduizend achthonderdvijftig euro);

- een auto van het merk Citroen Jumpy.

Gelast de teruggave aan de rechthebbenden van:

- een geldbedrag van € 970 (zegge: negenhonderdzeventig euro) aan postduivenvereniging [naam] ;

- een geldbedrag van € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro) aan [A] .

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.G. Bakker, voorzitter,

mrs. R.P. den Otter en E. Akkermans, rechters,

in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 september 2015.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2014 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de

[adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1466 gram

henneptoppen en/of hennepresten, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2014 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1

categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie gelet op 3, onder a van de

Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie

aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging

of afdreiging geschikt is, namelijk een een nabootsing van een pistool,

kaliber 6 mm, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont

met (een) echt bestaand(e) vuurwapen(s), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover d

in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis

te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij op of omstreeks 15 februari 2014 te Utrecht, althans in Nederland, een

voorwerp, te weten:

- een hoeveelheid contant geld (ongeveer 16.820,00 euro) en/of

- een auto (Citroen Jumpy),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,

althans van deze/dit voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit

enig misdrijf.

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal 09LKA14018 / 09DROOG14, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 september 2015.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 73-74 van het proces-verbaal genoemd onder 1.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 78 van het proces-verbaal genoemd onder 1.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 79 van het proces-verbaal genoemd onder 1.

6 Proces-verbaal ongebruikelijk bezit, p. 90 van het proces-verbaal genoemd onder 1.

7 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 september 2015.