Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6928

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-09-2015
Datum publicatie
05-10-2015
Zaaknummer
3917989
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opdrachtgeefster meent dat aannemer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, omdat de door aannemer uitgevoerde werkzaamheden niet deugdelijk zijn uitgevoerd. De kantonrechter oordeelt dat aannemer zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd in overeenstemming met wat opdrachtgeefster mocht verwachten, zodat niet kan worden geconcludeerd dat aannemer zijn werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 3917989 AC EXPL 15-863 PK/0

Vonnis van 23 september 2015

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.,

tegen:

[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf gedaagde],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding inclusief producties;

- de schriftelijke reactie van [gedaagde] ;

- het tussenvonnis van 22 april 2015;

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 9 juli 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is eigenaresse geweest van een appartement gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). [gedaagde] drijft een eenmanszaak onder de naam [bedrijf gedaagde] .

2.2.

[eiser] heeft [gedaagde] opdracht gegeven voor de levering en plaatsing van dubbel glas in de woning op grond van een door [gedaagde] afgegeven offerte (hierna: de overeenkomst). De overeengekomen prijs voor de werkzaamheden bedroeg € 1.827,50.

2.3.

Op 7 oktober 2013 heeft [gedaagde] de werkzaamheden opgeleverd. Voor aanvang van de werkzaamheden had [eiser] reeds een bedrag van € 977,50 aan [gedaagde] betaald en na de oplevering heeft [eiser] het resterende deel van de overeengekomen prijs aan [gedaagde] voldaan (te weten € 850,00).

2.4.

Op 26 maart 2014 heeft [bouwkundig expertisebureau] (hierna: de deskundige) op verzoek van [eiser] de woning bezocht, in aanwezigheid van [gedaagde] , en vervolgens op 8 april 2014 een expertiserapport uitgebracht (hierna: het expertiserapport). De kosten van het expertiserapport bedragen € 809,51 inclusief btw.

2.5.

Onder het kopje ‘WAARNEMINGEN’ (pagina 2 en 3 van het expertiserapport) heeft de deskundige – voor zover relevant – de volgende waarnemingen opgenomen:

De woning maakt deel uit van een flat met een aantal verdiepingen. (…) De flat is in die tijd opgeleverd met houten kozijnen die waren voorzien van enkele beglazing. (…)

De isolerende beglazing is geplaatst in de sponning waarin ook het enkel glas was geplaatst. Hiervoor is zowel aan de voor- als aan de achterkant van het glas gebruik gemaakt van celband met een dikte van 2 millimeter. (…) Door, bij de buren waar eenzelfde onderzoek is uitgevoerd, de neuslat iets te lichten is waargenomen dat de ruiten op zogenaamde steunblokjes staan.

(…)

Tijdens het afkitten van de ruiten is afwasmiddel gebruikt dat zich heeft vastgezet op het glas. [eiser] heeft tevergeefs geprobeerd de achtergebleven waas te verwijderen. De waas is vooral zichtbaar als er condens op de ruiten zit of als de zon op de ramen schijnt.

De isolerende ruiten in de deuren en uitzetramen zijn voorzien van opdeklatten. In de uitzetramen zijn in de onderdorpel gaten geboord voor ventilatie en afwatering. [gedaagde] bevestigt de opmerking van [eiser] dat de ruiten in de uitzetramen niet op steunblokjes zijn geplaatst. Daarvoor zijn de stukjes schuim gebruikt die tussen de ruiten worden aangebracht om transportschade te voorkomen. De ruit in de deur naar het balkon vanuit de slaapkamer is onherstelbaar beschadigd.

De ruiten zijn afgekit met een witte beglazingskit. De kitvoegen zijn niet overal even breed en zijn niet strak aangebracht. Vooral in de hoeken is de kit zeer slordig aangebracht. Het totale beeld van de kitvoegen laat te wensen over.

2.6.

De deskundige heeft in het expertiserapport onder het kopje ‘BEOORDELING´ (pagina 3 en 4) – voor zover relevant – het volgende opgenomen:

(…) De Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 3577 ‘beglazen van gebouwen’ geeft aanwijzingen voor de wijze waarop kan worden voldaan aan de in NEN 3576 gestelde functionele eisen voor de beglazing van kozijnen, ramen en deuren in buitengevels. (…)

In het onderhavige geval zijn de ruiten geplaatst in kozijnen waarvan de sponningafmetingen niet geschikt zijn voor het plaatsen van dubbel glas. De sponninghoogte moet minimaal 17 millimeter zijn om de butylkit waarmee de glasbladen aan de omtrekprofielen worden bevestigd volledig in de sponning van het kozijn te laten verdwijnen. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat de butylkit door uv-straling wordt aangetast. De hoogte van sponningen voor enkel glas is doorgaans 15 millimeter. Meestal wordt de laatste 2 millimeter gecompenseerd door de topafdichting iets bij het glas op te zetten. Ook wordt wel de omtrekspeling, die een derde van de sponninghoogte en in ieder geval 5 millimeter moet zijn, iets verkleind.

Volgens het detail ’Vast deel buitenbeglazing’ in bijlage 3 moet het vaste glas in kozijnen worden aangebracht met een celbandje van minimaal 4 millimeter dik dat als rugvulling dient voor de kit. [gedaagde] heeft een celbandje gebruikt met een dikte van 2 millimeter.

De toegepaste ventilerende neuslatten zijn op de juiste wijze (…) aangebracht. De toegepaste glaslatten op de stijlen en bovendorpel steken voorbij de achterkant van het scharnierhol. Dit wordt veroorzaakt door de bestaande sponning die niet diep genoeg is om de beglazing conform NPR 3577 aan te brengen. Om ruimte te winnen is een te dunne celband toegepast maar zelfs dat kon niet voorkomen dat de glaslatten nog te ver naar voren steken en het scharnierhol voor een deel verdwijnt.

De grote ruit in de voorkamer zit te diep in de sponning doordat de bovendorpel circa 15 millimeter doorhangt. [gedaagde] heeft de onderdorpel zodanig uitgefreesd dat de ruit kon worden geplaatst. Het gevolg is echter dat de ruit te laag op de onderdorpel staat en dat de zwarte kitrand langs de bovendorpel aan de beide zijkanten zichtbaar is.

Op zichzelf is een en ander door [gedaagde] redelijk opgelost. In dit soort gevallen moet een keuze worden gemaakt: uitvoering volgens eventuele normen en richtlijnen en dus vervanging van het kozijn of aanpassing, in afwijking van die normen en richtlijnen, aan de bestaande situatie.

Het feit dat de ruiten zijn achtergelaten met een waas van het afwasmiddel is een slordigheid van [gedaagde] . Hij had de ruiten na het kitten schoon moeten maken.

Hoewel de NPR 3577 geen details met betrekking tot opdeklatten bevat, wordt een constructie met opdeklatten bij uitzetramen en deuren veelvuldig toegepast. Het is daarbij wel belangrijk dat er ontwateringsgaten worden aangebracht op de wijze zoals weergegeven in de NPR 3577 (…). Bij dit alles moet worden opgemerkt dat plaatsing van dubbel glas op een andere wijze dan neergelegd in de NPR tot gevolg heeft dat de garantie vervalt.

Ook de toepassing van steunblokjes van een ander materiaal dan kunststof is in strijd met de NPR 3577. KBE acht de toegepaste steunblokjes van stukjes schuim niet acceptabel nu de omtrekspeling hierdoor kan worden beïnvloed. Daardoor komt de ruit in aanraking met de sponningbodem wat breuk tot gevolg kan hebben. Aangenomen moet worden dat de steun- en stelblokjes in de vaste kozijnen op de juiste wijze zijn aangebracht. (…).

Het kitwerk moet in dit geval op esthetische gronden worden beoordeeld. De kitranden zijn niet allemaal even breed. Dit komt mede doordat er een te dunne rugvulling is aangebracht. Hoe dunner de rugvulling hoe moeilijker het is om een strakke voeg te maken. De voeg wordt al snel breder dan 2 millimeter waardoor het moeilijker is om een strakke afwerking te krijgen. Het feit dat er in de hoeken niet strak is afgewerkt is slordigheid van [gedaagde] .

(…)”

2.7.

Volgens de deskundige is sprake van de volgende gebreken (pagina 5):

De geconstateerde gebreken betreffen:

  • -

    rugvulling van 2 in plaats van 4 millimeter toegepast

  • -

    sponninghoogte en –diepte onvoldoende

  • -

    steunblokjes in draaibare delen ontbreken

  • -

    kitvoegen met variërende breedtes

  • -

    opdeklatten toegepast”

2.8.

De conclusie van de deskundige is onder het kopje ‘CONCLUSIE’ (pagina 5) opgenomen en luidt als volgt:

De ruiten zijn niet geplaatst conform de NPR 3577. Het kitwerk is slordig aangebracht en de ruiten in de draaibare delen zijn niet op blokjes geplaatst. Deze tekortkomingen tezamen maken dat de uitgevoerde werkzaamheden niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk.

2.9.

De deskundige heeft onder het kopje ‘HERSTELADVIES’ (pagina 4) een advies uitgebracht. Dit advies luidt als volgt:

Geadviseerd wordt alle ruiten opnieuw aan te brengen. Dit betekent dat alle dubbele ruiten moeten worden gedemonteerd. De sponningen moeten worden aangepast. Dit is mogelijk door middel van het uitfrezen van de bestaande sponningen in de vaste kozijnen en het aanbrengen van latten die de sponningen verhogen. Voor de draaibare delen is het eenvoudiger om de sponningrug volledig weg te frezen en een losse lat aan te brengen zodat er voldoende sponningdiepte wordt gecreëerd om het glas op de juiste wijze aan te brengen. Uiteraard kunnen ook deze sponningen dieper worden gefreesd. Na aanpassing van de sponningen dient een minimaal 4 millimeter dikke rugvulling te worden aangebracht waarna de stel- en steunblokjes en het glas moeten worden geplaatst. Vervolgens moeten een tweede rugvulling en daarna de glaslatten worden aangebracht. Als laatste dient de ruit aan de binnen- en buitenkant met een elastische kit te worden afgekit waarbij de kit buiten aan de onderkant afwaterend moet worden aangebracht.”

2.10.

Tot slot heeft de deskundige onder het kopje ‘BEANTWOORDING VAN DE VRAGEN’ (pagina 5 en 6) onder randnummer 5 nog een aantal zaken vermeld dat volgens hem ook van belang is:

[eiser] heeft gekozen voor de goedkoopste aanbieding en heeft zich daarbij niet gerealiseerd dat dit consequenties kon hebben voor de kwaliteit van het te leveren werk. Overigens dient een ondernemer die werk aanneemt dit werk, afgezien van eventuele normen en richtlijnen, zo af te leveren dat het eindresultaat voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Vanuit esthetisch oogpunt bezien moet worden opgemerkt dat het kitwerk slordig is uitgevoerd.

Het kitwerk is echter niet van dien aard dat dit moet worden vervangen. De verschillende kitbreedtes zullen namelijk na het in eigen beheer uit te voeren schilderwerk binnen minder of helemaal niet meer opvallen.

In dit geval is het cruciaal wat er tussen partijen is afgesproken over de uit te voeren werkzaamheden. (…)

Vastgesteld kan in ieder geval worden dat de ruiten niet conform de NPR 3577 zijn aangebracht en dat daarin de aanspraak op garantie vervalt. (…)

2.11.

Per e-mail van 11 juni 2014 heeft de gemachtigde van [eiser] het expertiserapport aan [gedaagde] toegestuurd. Daarbij heeft de gemachtigde – voor zover relevant – het volgende opgemerkt:

Tevens stel ik u een laatste maal in de gelegenheid om vóór vrijdag 13 juni 16:00u as te bevestigen dat u voor 1 juli as de herstelwerkzaamheden zoals in het expertiserapport omschreven zult uitvoeren. Indien u dit niet tijdig bevestigd zal cliënte een derde opdracht geven om de werkzaamheden uit te voeren. De kosten van deze derde zullen op u verhaald worden, desnoods via een procedure bij de rechter.

2.12.

[gedaagde] heeft per e-mail van 12 juni 2014 op deze e-mail gereageerd:

“bij deze wil ik aangeven dat ik mijn werkzaamheden wil hervatten bestaande uit

vervangen van de ruit in de slaapkamer

en de kitsluier verwijderen van de geplaatste ruiten door mij geplaatst

hierbij wil ik ook nogmaals melden dat er van tevoren heb aangegeven dat de sponningen niet diep genoeg zijn en ik de sponningen niet zou uitvrezen”

2.13.

Op 3 juli 2014 heeft de gemachtigde van [eiser] – voor zover relevant – het volgende aan [gedaagde] geschreven:

U heeft voldoende gelegenheid gehad een en ander conform het expertiserapport te herstellen. U heeft hier geen gehoor aan gegeven. U heeft enkel aangeboden de ruit in de slaapkamer te vervangen en de kitsluier te verwijderen. Het mag duidelijk zijn dat dit blijkens het expertiserapport onvoldoende is.

Cliënte is inmiddels bevoegd het herstel door een derde uit te laten voeren. De kosten van dit herstel zullen op u verhaald worden. Bijgaand bij deze brief treft u de offerte aan voor dit herstel.

Namens cliënte verzoek ik u (…) de kosten ad € 2.504,20 over te maken (…).

2.14.

In zijn e-mail van 6 juli 2014 heeft [gedaagde] op de brief van 3 juli 2014 gereageerd:

zoals eerder gemeld ben ik nog steeds bereid om de ruiten te reinigen en de ruit te plaatsen in de slaapkamer.

2.15.

Per brief van 4 september 2014 heeft de gemachtigde van [eiser] de volgende sommatie aan [gedaagde] verstuurd:

Ik verzoek, en indien nodig sommeer, u voor een laatste maal zorg te dragen voor betaling van de herstelwerkzaamheden aan de ruiten van cliënte. Ik verzoek u binnen 8 dagen na heden zorg te dragen voor betaling van de factuur ad € 2050,01 (…).

2.16.

Voornoemd bedrag ter hoogte van € 2.050,01 is gebaseerd op een factuur van [bedrijf] ter hoogte van € 2.263,45 inclusief btw en een creditfactuur van [bedrijf] ter hoogte van € 213,44 inclusief btw (daarmee in totaal € 2.050,01). Op de factuur staat vermeld “HR+ isolatieglas met een beperkte spauw i.v.m. beperkte sponningdiepte” en op de creditfactuur “HR isolatieglas, in overleg niet geplaatst. Bestaande ruit teruggeplaatst.

2.17.

[gedaagde] heeft niet voldaan aan deze laatste sommatie.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te betalen:

1. een bedrag van € 2.050,01 aan herstelkosten;

2. een bedrag van € 809,51 aan expertisekosten;

3. een bedrag van € 363,00 aan buitengerechtelijke (incasso)kosten;

4. de wettelijke rente over alle gevorderde bedragen vanaf 3 januari 2014 dan wel vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van die bedragen, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

5. de kosten van deze procedure, een bedrag aan salaris van de gemachtigde van [eiser] daaronder begrepen;

6. de nakosten ad € 131,00 aan salaris gemachtigde, dan wel € 199,00 aan salaris gemachtigde indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis heeft voldaan, alsmede de explootkosten van de betekening van het vonnis.

3.2.

De grondslag van haar vorderingen is dat [gedaagde] jegens haar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, omdat de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Ook voert [eiser] aan dat [gedaagde] haar er niet op heeft gewezen dat de bestaande sponninghoogten niet geschikt waren voor het plaatsen van dubbel glas en dat als de werkwijze ten aanzien van de sponningen wel met haar was besproken, zij de opdracht niet zou hebben verleend omdat de sponningen niet geschikt waren voor dubbel glas. [gedaagde] is verplicht de schade die [eiser] door deze tekortkoming lijdt te vergoeden. Deze schade bestaat onder meer uit de herstelkosten en de kosten van de deskundige.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eiser] . Volgens [gedaagde] zijn de werkzaamheden conform de overeenkomst en deugdelijk uitgevoerd. Daarnaast stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat hij [eiser] er op heeft gewezen dat de sponningen van de kozijnen in haar woning voor enkel glas zijn en daardoor niet de gewenste diepte hebben.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting om zijn werkzaamheden deugdelijk uit te voeren beroept [eiser] zich op het expertiserapport. De deskundige is van mening dat het werk van [gedaagde] niet is uitgevoerd volgens de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 3577 en heeft in dat verband een aantal gebreken geconstateerd. Desondanks merkt de deskundige op pagina 3, laatste alinea, van het rapport ook het volgende op: “Op zichzelf is een en ander door [gedaagde] redelijk opgelost. In dit soort gevallen moet een keuze worden gemaakt: uitvoering volgens eventuele normen en richtlijnen en dus vervanging van het kozijn of aanpassing, in afwijking van die normen en richtlijnen, aan de bestaande situatie.” De kantonrechter begrijpt deze opmerking zo dat de deskundige van mening is dat [gedaagde] in de gegeven omstandigheden een redelijke oplossing heeft gevonden voor het, in afwijking van de NPR 3577, plaatsen van dubbel glas.

4.2.

Vast staat dat [eiser] herstelwerkzaamheden heeft laten uitvoeren door [bedrijf] . [bedrijf] heeft de sponningen niet uitgefreesd, maar glas geplaatst met een kleinere spouw. Nadat [eiser] kennis had genomen van het expertiserapport en dus op de hoogte was van het oordeel van de deskundige dat de sponningen van haar kozijnen niet geschikt waren voor dubbel glas en uitgefreesd hadden moeten worden, heeft zij er niettemin bewust voor gekozen om herstelwerkzaamheden te laten uitvoeren waarbij de sponningen niet zijn uitgefreesd en waarbij dubbel glas is aangebracht met een kleinere spouwdikte. Dit betekent dat [eiser] in tweede instantie dubbel glas heeft laten aanbrengen op een wijze waarvan zij wist dat die in strijd is met NPR 3577. Hieruit kan worden afgeleid dat [eiser] , ook als [gedaagde] haar wel had verteld dat de sponningen eigenlijk hadden moeten worden uitgefreesd, zou hebben gekozen voor de goedkopere, door [gedaagde] uitgevoerde oplossing (het laten aanbrengen van dubbel glas zonder uitfrezen van de sponningen).

4.3.

Voor zover de door [eiser] gestelde gebreken geen verband houden met het in afwijking van de NPR 3577 plaatsen van dubbel glas, merkt de kantonrechter hieronder het volgende op.

4.4.

Het is voor de kantonrechter duidelijk dat de verstandhouding tussen partijen verstoord is geraakt. [eiser] heeft in dat kader naar voren gebracht dat zij op een gegeven moment het vertrouwen in het vakmanschap van [gedaagde] en in zijn bereidheid tot herstel is verloren en hem niet meer in haar woning wilde hebben. Dit heeft het voor [gedaagde] , ondanks zijn getoonde bereidheid daartoe, onmogelijk gemaakt om (bijvoorbeeld) de kitsluier te verwijderen en een beschadigde ruit te vervangen. Dit komt voor rekening en risico van [eiser] en kan niet aan [gedaagde] worden tegengeworpen.

4.5.

Met betrekking tot het kitwerk oordeelt de deskundige op pagina 6 van het expertiserapport dat het kitwerk niet van dien aard is dat dit moet worden vervangen en dat de verschillende kitbreedtes na het in eigen beheer uit te voeren schilderwerk binnen minder of helemaal niet meer zullen opvallen. Gelet hierop is ten aanzien van het kitwerk geen ondeugdelijk werk geleverd door [gedaagde] .

4.6.

Met inachtneming van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd in overeenstemming met wat [eiser] mocht verwachten, zodat niet kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] zijn werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Er is daarom geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van [gedaagde] , zodat [gedaagde] niet verplicht is om de door [eiser] gestelde schade te vergoeden. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.

4.7.

De overige stellingen van partijen die zien op de totstandkoming van de overeenkomst en de afspraken die in dat kader al dan niet zijn gemaakt, doen aan het voorgaande niet af. Een bespreking daarvan zal daarom achterwege blijven.

4.8.

[eiser] zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil nu [gedaagde] in persoon procedeert.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 september 2015.