Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6851

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
C-16-372782 - HA ZA 14-560
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot verbetering van een kennelijke fout ex artikel 31 Rv wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/372782 / HA ZA 14-560

Vonnis van 23 september 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INNOCOM BUREAU VOOR BEDRIJFSCOMMUNICATIE B.V.,

h.o.d.n. CSI Service,

gevestigd en kantoorhoudende te Leende,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. W.J.C. Balkenende te Eindhoven,

tegen

de stichting

STICHTING ZORGSPECTRUM,

gevestigd en kantoorhoudende te Nieuwegein,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. J.M. van Raaijen te Almere.

Partijen zullen hierna CSI en Zorgspectrum genoemd worden.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Bij brief van 7 september 2015 is namens CSI de rechtbank verzocht om verbetering van het op 2 september 2015 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de rechtbank de wettelijke handelsrente toewijst vanaf de vervaldagen van de facturen in plaats van vanaf 14 juni 2014. CSI licht dit verzoek als volgt toe. Bij dagvaarding heeft CSI conform punt 8 subsidiair de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW gevorderd vanaf de vervaldag van de facturen. De rechtbank heeft in punt 4.13 van het vonnis overwogen dat de wettelijke handelsrente over de hoofdsom toewijsbaar is, maar heeft in haar beslissing (punt 5.1) de wettelijke handelsrente toegewezen vanaf 14 juni 2014. Waarom de rechtbank de wettelijke handelsrente toewijst vanaf 14 juni 2014 – en niet zoals gevorderd vanaf de vervaldag van de facturen – is volgens CSI niet gemotiveerd of uit het vonnis af te leiden.

1.2.

De rechtbank heeft Zorgspectrum in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 10 september 2015 heeft mr. Van Raaijen namens Zorgspectrum aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben. CSI heeft in de dagvaarding onder onderdeel 1 van het petitum subsidiair de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldag van de facturen gevorderd. Er is daarom geen sprake van een kennelijke fout ex artikel 31 Rv. die zich voor eenvoudig herstel leent.

2 De beoordeling

2.1.

Hoewel CSI in punt 8 van de dagvaarding opmerkt dat zij (subsidiair) de wettelijke handelsrente vordert vanaf de vervaldag van de facturen, vordert CSI uiteindelijk in het petitum (subsidiair) de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 14 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank beslist op basis van het petitum. Niet uit het petitum blijkende bedoelingen van CSI komen voor haar rekening en risico. Dat CSI de bedoeling heeft gehad die zij nu stelt blijkt ook niet uit haar in de akte van 6 juli 2015 opgenomen vermeerdering van eis. De rechtbank is daarom van oordeel dat in het vonnis van 2 september 2015 geen sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst het verzoek om verbetering van het op 2 september 2015 tussen CSI en Zorgspectrum gewezen vonnis af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2015.1

1 type: PK/0 coll: