Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6534

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
16-10-2015
Zaaknummer
C/16/382743 / HA ZA 14-954
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeidsongeschiktheidsverzekering; verzekerbaar belang; referte-periode; bijzondere bate

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civielrecht

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/382743 / HA ZA 14-954

Vonnis van 7 oktober 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. E.W. Bosch te Honselersdijk, gemeente Westland,

tegen

de naamloze vennootschap

AMERSFOORTSE ALGEMENE VERZEKERING MAATSCHAPPIJ,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

hierna ook te noemen: De Amersfoortse,

advocaat mr. B. Holthuis te Deventer.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 25 maart 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 26 augustus 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Eiser, geboren op [1958] , is tuinder. Hij drijft zijn onderneming in de vorm van een eenmanszaak zonder personeel. Eiser verbouwde aanvankelijk bloemkool, maar teelt tegenwoordig vooral bloemen. Eiser heeft via zijn tussenpersoon O.V.M. Univé Hollands Noorden met De Amersfoortse een verzekering gesloten (polisnummer [polisnummer] ) op grond waarvan hij met ingang van 16 juni 1989 verzekerd is tegen inkomstenderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Het verzekerd beroep is het beroep van tuinder. Sinds 12 november 2009 bedraagt de verzekerde jaarrente rubriek B (het na-eerstejaarsrisico) € 27.271,00.

2.2.

Op de verzekeringsovereenkomst zijn de polisvoorwaarden model 175 van toepassing. In artikel 2 is de strekking van de verzekering verwoord als een verzekering tegen derving van inkomen als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Als uitgangspunt van de verzekering is in de toelichting, die onderdeel uitmaakt van de polisvoorwaarden, vermeld dat niet meer dan 80% van het inkomen van eiser kan worden verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.

2.3.

Op grond van artikel 22 van de polisvoorwaarden is eiser verplicht aan De Amersfoortse een melding te doen wanneer hij geen of minder verzekerbaar belang heeft. Het verzekerbaar belang is in de toelichting die onderdeel uitmaakt van de polisvoorwaarden gedefinieerd als het inkomen dat eiser voor de daadwerkelijke uitoefening van de verzekerde beroepswerkzaamheden ontvangt. Daaraan is toegevoegd dat van belang is dat eiser aan De Amersfoortse meldt wanneer hij minder gaat verdienen en ook dat voor de maatschappij van belang is of dit van tijdelijke aard is of dat eiser structureel minder gaat verdienen. Als beleid van De Amersfoortse is vastgelegd dat pas melding hoeft te worden gedaan als het verzekerde bedrag meer is dan 80% van het gemiddelde inkomen in de afgelopen drie jaren. Verder is vastgelegd dat De Amersfoortse het verzekerd belang zal toetsen wanneer een verzoek tot uitkering wordt gedaan en dat bij de toetsing incidenten buiten beschouwing worden gelaten. Ook is vastgelegd dat al tijdens de beoordeling van de uitkering de verzekerde bedragen kunnen worden aangepast. Onder het kopje ‘Inkomen’ is vastgelegd dat De Amersfoortse om de ontwikkeling van het inkomen zorgvuldig te kunnen beoordelen de jaarcijfers van de laatste drie of vijf jaren voor arbeidsongeschiktheid alsmede over de jaren met arbeidsongeschiktheid zal vragen.

2.4.

Eiser heeft op 21 januari 2008 melding van arbeidsongeschiktheid wegens rugklachten gedaan. De Amersfoortse heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage overeenkomstig de polisvoorwaarden vastgesteld. Over die vaststelling is in 2014 overeenstemming bereikt tussen partijen. Thans staat vast dat het percentage arbeidsongeschiktheid in de zin van de polis sinds 12 november 2009 60% is.

2.5.

Partijen zijn het niet eens over de verzekerde jaarrente. De heer [A] , arbeidsdeskundige, heeft in 2009 het inkomen van eiser in opdracht van De Amersfoortse getoetst. Hij heeft die toetsing gedaan aan de hand van een zogenoemd Dupont-schema waarin de jaarcijfers van eiser over de jaren 2003 tot en met 2008 zijn verwerkt. Dit schema is gevoegd bij zijn rapport van november 2009. In dit schema is geen rekening gehouden met een bijzondere bate in 2006. De arbeidsdeskundige heeft op grond van zijn onderzoek geconcludeerd dat een maximaal verzekerd bedrag van € 18.000,00 meer op zijn plaats zou zijn dat het bedrag van € 27.271,00. Na ontvangst van het rapport heeft De Amersfoortse met een brief van 30 november 2009 aan eiser bericht dat zij de verzekerde jaarrente op basis van de door hem aangeleverde jaarcijfers van zijn onderneming heeft aangepast naar

€ 18.000,00. In reactie op deze aanpassing heeft de voormalige gemachtigde van eiser een brief van de boekhouder van eiser van 2 januari 2010 aan De Amersfoortse gezonden. In die brief stelt de boekhouder dat de winst over 2008 naar beneden bijgesteld moet worden tot

€ 18.882,00 in verband met een bijzondere bate dat jaar.

2.6.

Eiser vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat de verzekerde jaarrente in 2009 het op de polis vermelde bedrag van € 27.271,00 per jaar, althans

€ 26.350,00, althans € 25.360,00 bedraagt, vermeerderd met de jaarlijkse indexatie zoals overeengekomen tussen partijen. Eiser vordert verder een veroordeling tot nabetaling van het bedrag dat hem toekomt, alsmede een veroordeling tot betaling van de proceskosten en nakosten.

2.7.

Ter onderbouwing van deze vordering stelt eiser primair dat zijn inkomen in de zin van de polisvoorwaarden gelijk is aan de winst uit onderneming en dat deze winst in 2006 een bedrag van € 224.306,57 is geweest, in 2007 een bedrag van € 16.389,23 en in 2008 een bedrag van € 27.491,91. Dat levert volgens eiser een gemiddeld inkomen over deze drie jaren van € 89.395,91 op en dus een aanmerkelijk hoger bedrag dan de verzekerde jaarrente. In de winst- en verliesrekening over 2006 is een bedrag van € 207.345,00 als opbrengst opgenomen. Dit bedrag is een afkoopsom die aan eiser is betaald voor het prijsgeven van een recht van pacht. Tot 2007 pachtte eiser een perceel grond van de Hervormde Gemeente. Hij teelde hierop bloemkool. In 2006 is deze grond verkocht aan een projectontwikkelaar. De pacht is daarbij afgekocht met voormeld bedrag. Eiser mocht de grond nog wel enige tijd om niet blijven gebruiken. Hij heeft de grond in het jaar 2008 verhuurd aan zijn broer voor een bedrag van € 5.760,-. De huurprijs is als opbrengst verwerkt in de winst- en verliesrekening over 2008. Deze huurprijs was volgens de boekhouder van eiser de bijzondere bate waarmee de cijfers over 2008 gecorrigeerd moesten worden. Volgens eiser wordt in de polisvoorwaarden echter geen onderscheid gemaakt tussen reguliere inkomsten en bijzondere baten en tellen daarom de afkoopsom van de pacht in 2006 en de huuropbrengst van het perceel in 2008 wel mee voor de berekening van zijn inkomen en het verzekerbaar belang in de zin van de polisvoorwaarden. Dat inkomen is volgens eiser gelijk aan de winst uit onderneming zoals die uit de jaarstukken blijkt.

2.8.

Subsidiair stelt eiser dat zowel de periode van drie als de periode van vijf jaar voorafgaand aan de schademelding geen passend beeld geven van zijn inkomen vanwege de volatiliteit van zijn handel en verminderde arbeidsgeschiktheid vanaf medio 2007. Volgens eiser is de periode 2001 tot en met 2006 wel representatief. Hij is voor de berekening van het gemiddeld inkomen over die periode uitgegaan van een inkomen van € 74.928,41 in 2001. Tijdens de mondelinge behandeling heeft eiser erkend dat hij voor zijn berekeningen geen juist inkomen over 2001 heeft gebruikt omdat hij over het hoofd heeft gezien dat de winst- en verliesrekening in 2001 nog was opgesteld in guldens. Eiser heeft subsidiair aangevoerd dat De Amersfoortse, als zij de jaarcijfers wel mag corrigeren voor bijzondere baten, ook moet corrigeren voor een bijzonder last in 2003. Volgens eiser is de post ‘afboeking’ groot € 7.391,58 op de resultatenrekening 2003 een bijzondere last. Hij heeft tijdens de comparitie na antwoord verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren waar deze post betrekking op had.

2.9.

De Amersfoortse heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser in 2010 heeft ingestemd met het Dupontschema van [A] en dat de door [A] vermelde winst over 2008 volgens eiser zelfs nog naar beneden moest worden bijgesteld. Volgens gedaagde heeft eiser pas in 2014 bezwaar gemaakt tegen de aanpassing van het verzekerde bedrag. Tijdens de comparitie na antwoord heeft De Amersfoortse verduidelijkt dat zij een beroep op rechtsverwerking doet. De Amersfoortse heeft de vordering ook inhoudelijk bestreden. Zij heeft aangevoerd dat voor de berekening van het gemiddelde inkomen op grond van de polisvoorwaarden alleen de jaarcijfers over de drie of vijf jaren voorafgaande aan de arbeidsongeschiktheid relevant zijn. Op grond van die cijfers is volgens De Amersfoortse, ook wanneer de cijfers over 2003 worden gecorrigeerd met de gestelde incidentele last, 80% van het gemiddelde inkomen steeds minder dan € 18.000,00 per jaar geweest. Zij heeft in punt 53 van de conclusie van antwoord verschillende varianten, ook varianten die volgens haar niet denkbaar zijn op grond van de polisvoorwaarden, inzichtelijk gemaakt met een schema. De Amersfoortse heeft onder verwijzing naar de definities van de strekking van de verzekering, het begrip verzekerbaar belang en het begrip verzekerde belang in de zin van de polisvoorwaarden aangevoerd dat alleen inkomen dat eiser voor de daadwerkelijke uitoefening van zijn beroepswerkzaamheden als tuinder ontvangt in aanmerking kan worden genomen en dat incidenten buiten beschouwing moeten worden gelaten. Volgens De Amersfoortse is de afkoopsom voor de pacht een incident geweest en is deze afkoopsom ook niet aan te merken als inkomsten uit arbeid.

2.10.

Eiser heeft betwist dat sprake is van rechtsverwerking. Hij heeft tijdens de comparitie na antwoord aangevoerd dat hij van meet af aan mondeling en schriftelijk heeft geprotesteerd tegen de aanpassing van de jaarrente en dat hij de daarop betrekkinghebbende stukken nog in het geding kan brengen. Eiser heeft verder aangevoerd dat het ontvangen van een afkoopsom voor pacht tot de normale inkomsten uit de uitoefening van het beroep van tuinder behoort. Hij heeft aangevoerd dat het voor hem wrang is dat dat hij jarenlang wel premie heeft betaald voor een verzekerde jaarrente van € 27.271,00 en in de veronderstelling heeft verkeerd dat hij die jaarrente ook daadwerkelijk zou ontvangen wanneer hij arbeidsongeschikt zou worden.

2.11.

Beide partijen hebben zich beroepen op jurisprudentie. Tijdens de comparitie na antwoord heeft De Amersfoortse nog melding gemaakt van het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 1 april 2008. Dit arrest is gepubliceerd op 17 april 2015 onder nummer ECLI:NL:GHARN:2008:157. Met het arrest is in een zaak van een timmerman tegen De Amersfoortse beslist dat de arbeidsongeschiktheidsverzekeraar bij de begroting van de derving van inkomen een bijzondere betaling van € 104.063,00 wegens verkoop van onroerend goed naar redelijkheid buiten beschouwing kon laten. Het hof heeft geoordeeld dat sprake was van gerealiseerde winst uit bedrijfsvermogen die niet aan het verzekerde beroep van timmerman was gerelateerd.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van de polisvoorwaarden was eiser verplicht wijzigingen in zijn inkomen op te geven aan De Amersfoortse. Ook is in de voorwaarden opgenomen dat De Amersfoortse na de schademelding mocht toetsen of er in werkelijkheid minder verzekerbaar belang was dan eiser had verzekerd. In de polisvoorwaarden is ook beschreven welke procedure De Amersfoortse bij de toetsing van het verzekerbaar belang diende te volgen. Die procedure is het laten maken van een analyse door een arbeidsdeskundige aan de hand van bedrijfs- en inkomensgegevens over de laatste drie of vijf jaar vóór de arbeidsongeschiktheid en de jaren van arbeidsongeschiktheid. Het staat vast dat De Amersfoortse die procedure heeft gevolgd. Het geschil tussen partijen gaat in de kern om de vraag of De Amersfoortse op grond van de polisvoorwaarden de afkoopsom die eiser in 2006 heeft ontvangen bij de berekening van het verzekerbaar belang buiten beschouwing mocht laten.

3.2.

De rechtbank beantwoordt voormelde vraag bevestigend. In de polisvoorwaarden is onder het kopje ‘verzekerd belang’ met zoveel woorden opgenomen dat incidenten bij de toetsing buiten beschouwing worden gelaten. In de toelichting is verzekerbaar belang gedefinieerd als het inkomen dat eiser voor de daadwerkelijke uitoefening van de verzekerde beroepswerkzaamheden ontvangt en is het begrip incidenteel afgezet tegen structureel. Het opkopen van landbouwgrond door een projectontwikkelaar als gevolg waarvan eiser zijn recht van pacht op die grond kon “verkopen” moet naar het oordeel van de rechtbank naar zijn aard als incident worden beschouwd en niet als structureel. Op grond van de tekst van de polisvoorwaarden mocht De Amersfoortse deze afkoopsom dus als incidenteel buiten beschouwing laten. Daar komt bij dat een afkoopsom voor het prijsgeven van pacht ook niet kan worden aangemerkt als inkomen dat is genoten uit de daadwerkelijke uitoefening van de verzekerde beroepswerkzaamheden van tuinder. Daarmee is in overeenstemming dat eiser de waarde van het recht van pacht ook nooit heeft opgenomen op zijn balans. Ook om die reden hoefde De Amersfoortse op grond van de polisvoorwaarden geen rekening te houden met de afkoopsom voor de toetsing van het verzekerbaar belang. De door eiser voorgestane uitleg van de polisvoorwaarden is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met de tekst van de artikelen 2 en 22 en met de definities van inkomen, verzekerbaar belang en verzekerd belang. Dat wordt niet anders indien eiser als consument zou moeten worden aangemerkt, hetgeen eiser stelt en De Amersfoortse gemotiveerd betwist.

3.3.

Ook op de subsidiaire grondslag zijn de vorderingen niet toewijsbaar. De referteperiode van drie of vijf jaar voorafgaande aan de arbeidsongeschiktheid is in de polisvoorwaarden voorgeschreven. Eiser heeft zijn standpunt dat beide perioden, dus zowel de periode van drie als de periode van vijf jaar, geen goed beeld geven niet voldoende onderbouwd. Hij heeft alleen verwezen naar de volatiliteit van zijn handel en naar verergering van zijn rugklachten vanaf medio 2007. Dat is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat zowel de referteperiode van drie als de referteperiode van vijf jaar die partijen blijkens de polisvoorwaarden zijn overeengekomen geen goed beeld geven. Overigens zijn de berekeningen die eiser heeft gebruikt ter onderbouwing van de vorderingen op de subsidiaire grondslag niet correct omdat voor 2001 met euro’s is gerekend in plaats van met guldens.

3.4.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep op rechtsverwerking geen afzonderlijke bespreking meer behoeft.

3.5.

De rechtbank wil wel aannemen dat het voor eiser wrang is dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij een jaarrente van € 27.271,00 verzekerd had. Op grond van artikel 22 van de polisvoorwaarden was hij echter gehouden om vermindering van het verzekerbaar belang te melden aan De Amersfoortse. Dat eiser jarenlang teveel premie heeft betaald is het gevolg geweest van het niet voldoen aan die verplichting.

3.6.

Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Amersfoortse worden begroot op € 608,00 voor griffierecht en € 904,00 voor salaris advocaat (2 punt × tarief € 452,00), derhalve in totaal

€ 1.512,00.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt eiser in de proceskosten, aan de zijde van De Amersfoortse tot op heden begroot op € 1.512,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.3.

veroordeelt eiser in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat eiser niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

4.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.1

1 type: IP coll: