Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6077

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-08-2015
Datum publicatie
17-08-2015
Zaaknummer
16/661542-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 27 mei 2014 te Almere, na een avond uit, samen met een ander de auto, mobiele telefoon en horloge gestolen van een cafébezoeker. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661542-14 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 17 augustus 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 augustus 2015, waarbij de officier van justitie en de raadsvrouw, mr. L. Lesmeister, advocaat te Almere, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: samen met een ander een diefstal met geweld heeft gepleegd;

subsidiair: samen met een ander een diefstal heeft gepleegd en/of samen met een ander een mishandeling heeft gepleegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal van het horloge bewezen kan worden. Voor het overige heeft de verdediging vrijspraak bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat het toegepaste geweld is uitgeoefend met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of een ander de vlucht mogelijk te maken. Nu niet is gebleken van een verband tussen het gepleegde geweld en de diefstal zal de rechtbank verdachte om die reden van het primair ten laste gelegde feit vrijspreken.

Vrijspraak van de subsidiair ten laste gelegde mishandeling

Zowel verdachte en zijn medeverdachte als aangever verkeerden op het moment van het incident onder invloed van alcohol. Uit de beschrijvingen van verbalisanten en getuigen blijkt dat aangever en verdachten zich in een zodanige toestand bevonden dat zeer moet worden betwijfeld of hun waarnemingen betrouwbaar zijn en of zij in staat zijn geweest tot een adequate reproductie van hun herinneringen. Geen van hen is in staat gebleken om een verklaring af te leggen op basis waarvan de loop van de gebeurtenissen eenduidig kan worden vastgesteld. Geen van de verklaringen wordt voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Op basis van het verhandelde ter terechtzitting en de inhoud van het dossier is niet komen vast te staan wie op welk moment en onder welke omstandigheden heeft dan wel is geslagen. Nu de rechtbank onvoldoende kan vaststellen wat er is gebeurd en onder welke omstandigheden, spreekt de rechtbank verdachte vrij van de subsidiair ten laste gelegde mishandeling.

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde diefstal

Op 27 mei 2014 hebben [verdachte] (hierna: verdachte)2 en medeverdachte

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] )3 [aangever] (hierna: aangever) aangeboden om hem in zijn auto, een Opel Agila met kenteken [kenteken] , van café [naam] in Almere naar huis te brengen.4 Onderweg is tussen verdachte en [medeverdachte] enerzijds en aangever anderzijds een woordenwisseling ontstaan over de plaats van bestemming.5

Verdachte heeft het horloge (merk Jet Set) van de arm van aangever gegrist.6 Op enig moment heeft aangever de auto verlaten7 en zijn verdachte en [medeverdachte] met de auto van aangever doorgereden.8 Zij waren van plan om de auto achter te laten bij de Noorderplassen.9 In de auto lag de mobiele telefoon (merk Samsung) van aangever.10

Medeplegen van diefstal van de Opel Agila met kenteken [kenteken] en de telefoon

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat van diefstal van de Opel Agila geen sprake is omdat verdachte niet het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had. De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat geen sprake is van het tezamen en in vereniging plegen van diefstal.

Verdachte en [medeverdachte] hebben de auto van aangever meegenomen. Zij waren van plan om de auto elders onbeheerd achter te laten. Verdachte en [medeverdachte] hebben de auto van aangever, inclusief de mobiele telefoon van aangever die nog in de auto lag, daarmee buiten het bereik van aangever gebracht en aldus aan diens feitelijke heerschappij onttrokken. Verdachte en [medeverdachte] zijn, door in de auto te gaan rijden, als heer en meester over de auto gaan beschikken. Het zich slechts tijdelijk de heerschappij over een goed verschaffen, zoals verdachte en [medeverdachte] hebben gedaan, staat niet aan een bewezenverklaring van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de weg. In het bijzonder kent de rechtbank hierbij betekenis toe aan het gegeven dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte en [medeverdachte] voornemens zijn geweest om de auto terug te brengen naar aangever maar elders onbeheerd wilden achterlaten.

De hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, rechtvaardigen de conclusie dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte] de Opel Agila en de mobiele telefoon van aangever heeft weggenomen. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de subsidiair ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Subsidiair

op 27 mei 2014 te Almere

tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung) en personenauto (merk Opel Agila, kenteken [kenteken] ) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever]

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge (merk Jet Set) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Diefstal door twee of meer verenigde personen

en

diefstal.

7 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat kan worden volstaan met de oplegging van een lagere werkstraf dan door de officier van justitie is geëist. Naar de mening van de raadsvrouw is er geen reden om over te gaan tot de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft, na een avond uit, samen met een ander de auto en mobiele telefoon gestolen van een cafébezoeker aan wie zij hadden aangeboden om hem naar huis te brengen. Verdachte heeft ook het horloge van deze man meegenomen. Verdachte heeft geen respect getoond voor de eigendommen van een ander. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 juni 2015, waaruit volgt dat verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld en het advies van Reclassering Nederland van 26 november 2014.

Alles afwegend, acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis een passende en geboden reactie op het bewezen verklaarde feit. De opgelegde straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist. Reden daarvoor is dat de rechtbank verdachte vrijspreekt van het geweld dat zou zijn gepleegd om de diefstal mogelijk te maken. Ook vindt de rechtbank van belang dat het niet gaat om een diefstal waarbij de daders het oogmerk hadden zich het langdurige bezit over de auto te verschaffen of deze te verkopen. De rechtbank ziet geen aanleiding om over te gaan tot de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel. Hierbij heeft de rechtbank er mede op gelet dat het bewezen verklaarde feit is gepleegd op 27 mei 2014 terwijl verdachte in de tussenliggende periode niet opnieuw is aangehouden op verdenking van het plegen van strafbare feiten.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde.

Spreekt verdachte vrij van de subsidiair ten laste gelegde mishandeling.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen; en diefstal.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Voorlopige hechtenis

Heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mr. R.P. den Otter en

mr. R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 augustus 2015

BIJLAGE: De tenlastelegging

Primair

hij op of omstreeks 27 mei 2014 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

horloge (merk Jet Set) en/of een telefoon (merk Samsung) en/of een auto (merk

Opel Agila, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld

tegen vooornoemde [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

- die [aangever] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen

en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) (onverhoeds) het horloge van de arm van die [aangever]

heeft/hebben gepakt en/of genomen en/of

- ( vervolgens) tegen die [aangever] heeft/hebben gezegd dat deze uit de auto

moest stappen en/of

- ( vervolgens) die [aangever] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of getrapt (waardoor die [aangever] ten val kwam

en/of terwijl die [aangever] op de grond lag) en/of

- ( vervolgens) (onverhoeds) de (auto)sleutel(s) van die [aangever]

heeft/hebben afgepakt en/of weggenomen (uit diens hand en/of broekzak);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 27 mei 2014 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

horloge (merk Jet Set) en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een

personenauto (merk Opel Agila, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en/of

hij op of omstreeks 27 mei 2013 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [aangever] ,

tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt;

art 300 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2014, pagina 12.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2014, pagina 10.

4 Het proces-verbaal inhoudende de aangifte van [aangever] d.d. 27 mei 2014, pagina 22.

5 Het proces-verbaal inhoudende de aangifte van [aangever] d.d. 27 mei 2014, pagina 23.

6 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 3 augustus 2015.

7 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 3 augustus 2015.

8 Het proces-verbaal inhoudende de aangifte van [aangever] d.d. 27 mei 2014, pagina 23.

9 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 3 augustus 2015.

10 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2014, pagina 21.