Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:6073

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-08-2015
Datum publicatie
27-08-2015
Zaaknummer
3883577 ME VERZ 15-39 BmR/842
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 5:130 lid 3 BW in relatie tot artikel 5:134 BW. Betreft verzoek tot vernietiging van besluiten van de VvE. Oproeping niet volgens artikel 5:130 BW. De griffier dient ogv 271 Rv. E.v. zorg te dragen voor oproeping. Griffier roept enkel VvE op en wijst bestuurder op verplichting om ogv 5:134 BW de overige stemgerechtigden op te roepen. Dat is niet juist. Griffier dient verzoeker, alle stemgerechtigden en VvE op te roepen onder toezending van verzoekschrift dan wel een korte weergave van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/276
NJF 2015/452
JONDR 2015/1061
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 3883577 ME VERZ 15-39 BmR/842

Beschikking van 3 augustus 2015

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoeker] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: C.W.G. Janssen,

tegen:

de vereniging

Vereniging van Eigenaars [verweerder],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen De Vereniging,

verwerende partij,

gemachtigde: B&D Juristen.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- Het verzoekschrift van 19 februari 2015,

- de brief van 25 maart 2015 van de griffier van de afdeling kanton terzake het niet tijdig betalen van het griffierecht,

- de brief van 8 april 2015 van de zijde van [verzoeker] ,

- de beschikking van 14 april 2015,

- de brief van 14 april 2015 van de griffier van de afdeling kanton aan [verzoeker] met het verzoek tot toezending van ontbrekende stukken,

- de brief van 28 april 2015 van de zijde van [verzoeker] ,

- de brieven van 1 mei 2015 van de griffier van de afdeling kanton aan partijen tot opgave van de verhinderdata,

- de brief van 6 mei 2015 van de zijde van [verzoeker] tot opgave van de verhinderdata,

- de brieven tot oproeping van partijen van 13 mei 2015 van de griffier van de afdeling kanton,

- het verweerschrift van 30 juli 2015 van de zijde van De Vereniging,

- de pleitaantekeningen van 30 juli 2015 van Jansen,

- het proces-verbaal van de zitting van 30 juli 2015.

1.2.. Ter mondelinge behandeling op 30 juli 2015 zijn verschenen:

- [verzoeker] bijgestaan door mevrouw Janssen voornoemd,

- [A] , bestuurder van de VvE, bijgestaan door mr. Salomons

Voornoemd.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is rechthebbende van het appartementsrecht, [adres] te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] sectie [sectie] nummer [nummer] . Het appartementsrecht maakt deel van het gebouw dat bij akte van ondersplitsing van 22 september 1982 is gesplitst in appartementsrechten en bij welke akte de VvE is opgericht.

2.2.

Het Reglement voor Splitsing (het Reglement) dat is opgenomen in de akte van ondersplitsing bepaalt, voor zover hier van belang:

“(…) artikel 27.

1. Bij overtreding van één der bepalingen van de wet, van het reglement of van het huishoudelijk reglement, hetzij door een eigenaar hetzij door een gebruiker, zal de administrateur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding.

2. Indien betrokkene geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan de vergadering hem een boete opleggen van ten hoogste een bedrag van duizend gulden (F. 1.000,00) voor elke overtreding, onverminderd de gehoudenheid van de overtreder tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement. (..)”

2.3.

Bij besluit van de vergadering van 21 januari 2015 is aan [verzoeker] een boete opgelegd van € 455,00:

“(..) 26. Beslissing opleggen boete € 455,00 betreft weigering CV ketel

Iedereen heeft een lijst betreft het aanschaffen van een CV ketel.

De eigenaren die niet willen meewerken hebben al een brief ontvangen van onze jurist.

Beslissing voor 16

tegen 4 (..)”

2.4.

Bij besluit van de vergadering van 21 januari 2015 is aan de eigenaren een bijdrage in kosten opgelegd van € 30,00:

“(..) 27. Beslissing extrakosten betreft weigeren om mee te doen aan vervanging van de Cv doorbelasten aan de VvE (betreft € 30,00 per CV ketel)

Er zijn brieven gestuurd door onze jurist naar d eigenaren die weigeren mee te werken aan de vervanging van ventilatie/rookkanalen en aanschaffen HR ketel.

Conform de beslissing van de rechter van 21 januari 2015 zullen we wel of niet maatregelen nemen betreft de vervanging van de ventilatie/rookkanalen en aanschaffen HR ketel, punt 25 en 26.

(Ter INFO; De rechtszaak is door dhr [verzoeker] verloren met als gevolg dat wij verder kunnen gaan met plaatsen van de ventilatie/rookkanalen en de CV ketels)

Beslissing voor 16

tegen 4(..)”

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de besluiten genoemd onder overweging 2.3 en 2.4 te vernietigen dan wel nietig te verklaren op grond van strijdigheid met de akte van splitsing, het reglement van ondersplitsing of het huishoudelijk reglement, dan wel op grond dat in strijd met de redelijkheid en billijkheid (2:8 BW) is gehandeld met veroordeling van de VvE in de proceskosten.

3.2.

Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt [verzoeker] dat van overtreding van artikel 27 van de ondersplitsingsakte geen sprake is omdat de aanschaf van een CV ketel geen verplichting is of kan zijn en zeker niet onder de verplichting van een door de vergadering aangewezen leverancier. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd. Bovendien al zou al een boete kunnen worden opgelegd dan kan dit niet een bedrag van € 455,00 zijn omdat de boete is beperkt tot een maximaal bedrag van € 453,78. De opgelegde extra kosten van € 30,00 vormen geen schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke eigenaars, omdat deze niet worden besteed aan de vernieuwing van een gemeenschappelijke zaak en aldus niet in het belang van de gezamenlijke eigenaars worden gemaakt.

3.3.

De VvE voert gemotiveerd verweer. [verzoeker] toont zich weigerachtig zijn medewerking te verlenen aan de noodzakelijke vervanging van de CV ketel. Door weigering medewerking te verlenen ziet de VvE zich genoodzaakt aan [verzoeker] een boete op te leggen, zoals bij besluit van de vergadering van 21 januari 2015 is gebeurd. Indien de hoogte van de boete in strijd is met de ondersplitsingsakte dan dient deze te worden beperkt tot een bedrag van € 453,78.

4 De beoordeling

4.1.

[verzoeker] heeft ter zitting van 30 juli 2015 betoogd dat de andere stemgerechtigden binnen de VvE, in strijd met het bepaalde in artikel 5:130 lid 3 BW, niet door de griffier bij name zijn opgeroepen om op het verzoek te worden gehoord en de behandeling derhalve moet worden aangehouden om de andere stemgerechtigden alsnog op die wijze op te roepen. Ter toelichting heeft [verzoeker] , kort gezegd, het volgende aangevoerd. Voornoemd artikel schrijft voor dat verzoeker, alle andere stemgerechtigden en de vereniging van eigenaren bij name dienen te worden opgeroepen. De oproeping is niet te kwalificeren als een kennisgeving aan de VvE als bedoeld in artikel 5:134 BW. Voor zover de aan [verzoeker] bezorgde Nieuwsbrief van 22 juni 2015 met als bijlage de oproepingsbrief aan de gemachtigde van de VvE ook is bezorgd aan de stemgerechtigden dan is daarmee nog niet voldaan aan de juiste wijze van oproeping als voorgeschreven in artikel 5:130 lid 3 BW. Daadwerkelijke ontvangst van de oproeping kan slechts worden gegarandeerd door oproeping door de griffier van het kantongerecht zonder tussenkomst van de VvE. Bovendien heeft de griffier van het kantongerecht aan [verzoeker] ook bij brief van 14 april 2015 verzocht een lijst van stemgerechtigden onder vermelding van adres toe te zenden kennelijk met het oog op de uit eerdergenoemd artikel 5:130 BW voortvloeiende oproepingsverplichting. Tot slot is niet voldaan aan artikel 279 Rv waarin is opgenomen dat aan de belanghebbenden een afschrift van het verzoekschrift wordt toegestuurd dan wel beknopt wordt aangegeven in de oproepingsbrief waar het verzoekschrift op ziet. [verzoeker] verzoekt om aanhouding van de zaak onder de verplichting dat de griffier van het kantongerecht alsnog zorg draagt voor een juiste oproeping conform artikel 5:130 lid 3 BW.

4.2.

De VvE heeft op dit punt het volgende aangevoerd. De VvE acht het procedurele verweer niet ter zake doende, omdat het bestuur alle eigenaren op de hoogte heeft gesteld van de zitting middels de nieuwsbrief van juni 2015. [verzoeker] heeft geen belang bij het opgeworpen formele standpunt nu de ratio van de wettelijke bepaling is dat de eigenaren kennis hebben genomen van het verzoek en de geplande zitting.

4.3.

De kantonrechter heeft de verdere behandeling van onderhavige zaak aangehouden om zich te beraden over het door [verzoeker] aangevoerde standpunt en daarover bij tussenbeschikking eerst te beslissen. De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.4.

Uitgangspunt is dat de kantonrechter op grond van art. 5:130 lid 3 BW de verzoeker, de vereniging (vertegenwoordigd door het bestuur) en alle stemgerechtigde leden van de vereniging oproept teneinde op het verzoek te worden gehoord. De wet spreekt over 'alle andere stemgerechtigden'. Om te kunnen worden gehoord dienen alle stemgerechtigden te worden opgeroepen. Een oproeping strekt er immers toe om een partij tegen wie het verzoek zich richt en daarbij betrokken belanghebbenden de gelegenheid te bieden om verweer te voeren onderscheidenlijk bij de behandeling van het verzoek aanwezig te zijn en dan desgewenst vanuit hun eigen positie en belangen verweer te voeren of anderszins opmerkingen te maken. Op deze oproeping zijn de art. 271 Rv e.v. van toepassing. Dit komt er kort gezegd op neer dat de griffier van de betrokken instantie oproepingen, mededelingen en zendingen aan de betrokkenen toezendt bij gewone of aangetekende post, tenzij de rechter anders bepaalt. De oproepingen dienen op grond van art. 279 Rv. vergezeld te gaan van een afschrift van het verzoekschrift, tenzij de rechter anders bepaalt; in die gevallen bevat de oproeping een korte omschrijving van het verzoek. Het is aan de verzoeker om bij het verzoekschrift (of na daartoe door de griffier gevraagd) de adressen en namen van de stemgerechtigden aan de griffier te verstrekken. Het is voor een individuele verzoeker echter niet altijd eenvoudig om deze te achterhalen. Daarin voorziet om die reden art. 54 lid 3 modelreglement 2006 in een regeling tot verstrekking van namen en adresgegevens door het bestuur van de VvE:

“In alle gevallen waarin een eigenaar voor de oproeping van de overige eigenaars en overige stemgerechtigden in een juridische procedure de namen en adressen van de overige eigenaars en stemgerechtigden verzoekt, worden hem deze door het bestuur kosteloos en onverwijld ter beschikking gesteld.”

Maar ook indien het modelreglement in het onderhavig geval geen toepassing zou vinden dan moet worden aangenomen dat de VvE verplicht is op eerste verzoek die gegevens aan te leveren.

4.5.

In onderhavige zaak staat vast dat de griffier bij brief van 14 april 2015 aan [verzoeker] heeft verzocht opgave te doen van de namen en volledige adresgegevens van alle stemgerechtigden. Deze zijn door [verzoeker] op 28 april 2015 aangeleverd. Mogelijk had de griffier daarmee de uitvoering van artikel 5:130 lid 3 BW op het oog. Vervolgens heeft de griffier, nadat datum voor zitting is bepaald, bij brief van 13 mei 2015 een oproep voor de zitting van 30 juli 2015 toegezonden aan de gemachtigde van [verzoeker] en aan de gemachtigde van de VvE, maar niet aan alle stemgerechtigden. In de oproepbrief aan de gemachtigde van de VvE is onder meer het volgende opgenomen:

“(..) Voor de goede orde wil ik u erop wijzen, dat ingevolge artikel 5:134 BW, de bestuurder van de Vereniging van Eigenaars de appartementseigenaars c.q. alle stemgerechtigden in kennis dient te stellen van de inhoud van deze brief. (..)”

De VvE stelt dat de betreffende oproeping de VvE bij nieuwsbrief van 15 juni 2015 aan de stemgerechtigden heeft verspreid. De kantonrechter heeft dat evenwel niet kunnen vast stellen, zodat aangenomen moet worden dat [verzoeker] belang heeft bij zijn verzoek.

4.6.

De kantonrechter staat thans voor de vraag of met deze wijze van oproeping kan worden volstaan. Artikel 5:134 BW beoogt de betekening van exploten of het richten van kennisgevingen aan de gezamenlijke eigenaars te faciliteren om te vermijden dat een exploot aan iedere eigenaar afzonderlijk moet worden betekend of een kennisgeving aan iedere eigenaar afzonderlijk moet worden verzonden. De oproepingen van de overige stemgerechtigden kunnen naar het oordeel van de kantonrechter, ondanks het bepaalde in artikel 5:134 BW, niet via een kennisgeving aan de bestuurder worden gedaan. Deze oproepingen moeten daarom door de griffier conform het bepaalde in artikel 271 e.v. Rv. aan de diverse op te roepen personen worden gericht. Nu de wijze van oproeping bij verzoekschriften waar het gaat om vernietiging van een besluit van de vergadering van de VvE afzonderlijk en expliciet is geregeld in artikel 5:130 lid 3 BW jo artikel 271 Rv e.v. kan daar niet van worden afgeweken. Indien dit wel het geval zou zijn dan maakt dat artikel 5:130 lid 3 overbodig en dat heeft de wetgever niet beoogd. De kantonrechter wijst in dit verband nog op het procesreglement verzoekschriften kanton van 1 januari 2013, waarin onder de bepaling 2.1.3 is opgenomen:

“(..) 2.1.3 Bijvoeging stukken: vernietiging van een besluit (artikel 5:130 BW)

Indien het verzoek strekt tot vernietiging van een besluit als bedoeld in artikel 5:130 BW, worden naast de stukken zoals vermeld in de artikelen 1.2.5 en 2.1.2 overgelegd:

a. een opgave van de namen en volledige adresgegevens van alle stemgerechtigden, en

b. een afschrift van het te vernietigen besluit statuten van de vereniging van eigenaars.(..)”

Daarin is naar het oordeel van de kantonrechter expliciet opgenomen dat de namen en adressen van alle stemgerechtigden dienen te worden verstrekt kennelijk met de bedoeling uitvoering te kunnen geven aan de voorgeschreven wijze van oproeping zoals hierboven beschreven.

4.7.

Dit betekent dat de wijze van oproeping door de griffier van het kantongerecht niet op juiste wijze heeft plaatsgevonden. De inhoudelijke behandeling zal op een nader te bepalen datum worden bepaald. De oproepingen zullen alsnog conform het bepaalde in artikelen 130 lid 3 jo. 271 ev. Rv. moeten plaatsvinden onder vermelding van de korte inhoud van het door [verzoeker] ingediende verzoekschrift.

5 De beslissing

De kantonrechter:

beveelt partijen, in persoon (rechtspersonen rechtsgeldig vertegenwoordigd), desgewenst vergezeld van een gemachtigde, om voor de kantonrechter te verschijnen in verband met voortzetting van de behandeling van de zaak op een nader, in overleg met partijen, vast te stellen dag en tijdstip;

beveelt dat partijen uiterlijk binnen twee weken na onderhavige beslissing hun verhinderdata dienen op te geven;

bepaalt dat beide partijen schriftelijk aan de kantonrechter, kunnen opgeven op welke dagen zij in de drie maanden nadien verhinderd zijn; daarvoor gelden de volgende regels:

- bij de opgave dienen partijen ten minste vijftien dagdelen vrij te laten waarop de verdere behandeling zou kunnen plaatsvinden;

- indien partijen bij hun opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen vrij laten, zal de behandeling kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel;

- indien partijen geen gebruik maken van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven zal de kantonrechter een datum bepalen waarvan dan in beginsel geen uitstel meer mogelijk is;

- voor het opgeven van verhinderdata zal geen uitstel worden verleend;

bepaalt voorts dat de kantonrechter na opgave van de verhinderdata:

- een dag en tijdstip voor de behandeling vaststelt

en gelast de griffier zorg te dragen voor oproeping van verzoeker, alle stemgerechtigden en de VvE onder vermelding van de dag en het tijdstip van de zitting en een korte omschrijving van de inhoud van het verzoekschrift;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2015.