Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5947

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-07-2015
Datum publicatie
21-08-2015
Zaaknummer
4038914 UT VERZ 15-8125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek tot opheffing van de vereffening (ex artikel 4:209 lid 1 BW) wordt toegewezen. Het verzoek om de vereffeningskosten vast te stellen op de kosten die door de door de erfgenamen inschakelde notaris zijn gemaakt, wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0294
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4038914 UT VERZ 15-8125

Beschikking d.d. 21 juli 2015

Inzake het verzoek van

[verzoeker] ,
gemachtigde: mr. A. Heijnen, werkzaam bij Verhees Notarissen,

gevestigd te Katwijk,

verder te noemen verzoeker.

Verzoeker is ouder van de twee andere erfgenamen:

[A] , geboren te [geboorteplaats] op [1993] en [X], geboren te [geboorteplaats] op [1997] .

Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van erfgenaam, vereffenaar, wettelijk vertegenwoordiger van [X] en gevolmachtigde van [A] .

Het verzoek betreft de nalatenschap van:

[naam] , geboren te [geboorteplaats] op [1944] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.

De procedure

Uit de brief van 13 april 2015 van verzoeker leidt de kantonrechter af dat op grond van artikel 4:209 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht wordt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen en de gemaakte vereffeningskosten vast te stellen.

Bij brief van 8 mei 2015 heeft de kantonrechter verzoeker bericht het voornemen te hebben om het verzoek tot opheffing van de vereffening toe te wijzen en het verzoek voor het overige af te wijzen. Verzoeker is in die brief tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen danwel te wijzigen. Hiervan is door verzoeker echter geen gebruik gemaakt.

De boedelbeschrijving heeft conform de verplichting op grond van artikel 4:211 lid 3 BW ter inzage gelegen op griffie van deze rechtbank van 18 mei 2015 tot 29 juni 2015.

De overwegingen van de kantonrechter

De kantonrechter zal de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater bevelen gelet op de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

Verzoeker vraagt ook om de vereffeningskosten vast te stellen op € 3.739,97, zijnde de kosten die door de notaris zijn gemaakt. Uit de toegestuurde stukken is de kantonrechter niet gebleken dat er een door de rechtbank benoemde vereffenaar is zodat het loon van de vereffenaar op grond van artikel 4:206 lid 3 BW niet kan worden vastgesteld. Voorts wordt overwogen dat er geen wettelijke grondslag is voor het vaststellen van het loon van de erfgenamen/vereffenaars om de vereffeningswerkzaamheden uit te voeren. Ook voor het vaststellen van het loon van een door de erfgenamen ingeschakelde notaris bestaat geen wettelijke grondslag. Dit kan evenmin onder de noemer van vereffeningskosten. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek om de vereffeningskosten vast te stellen op

€ 3.739,97 afwijzen.

Nu de kantonrechter niet is gebleken dat de beneficiaire aanvaarding door de erfgenamen een publicatieplicht met zich heeft meegebracht (in de Staatscourant of nieuwsbladen) kan worden volstaan met de inschrijving van de opheffing in het boedelregister.

De beslissing

De kantonrechter:

beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [1944] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] ;

bepaalt dat de opheffing van de vereffening van de nalatenschap dient te worden ingeschreven in het boedelregister;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.E.M. van Abbe, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..