Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5946

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-07-2015
Datum publicatie
21-08-2015
Zaaknummer
3930481 UT VERZ 15-4594
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorliggen verzoeken op grond van artikel 4:209 BW, 4:206 lid 3 BW en 4:218 lid 2 BW. De verzoeken tot opheffing van de vereffening en vaststelling van het loon worden toegewezen. De gevraagde vrijstelling van de publicaiteverplichting wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 3930481 UT VERZ 15-4594

Beschikking d.d. 6 juli 2015

inzake het verzoek van

[verzoeker] , werkzaam bij [naam] advocaten,

postadres: [adres] ,

verder te noemen verzoeker.

Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van (bij beschikking van 13 juni 2014) door de rechtbank benoemde vereffenaar in de nalatenschap van:

[erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [1940] , overleden te [woonplaats] op [2013] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.

De procedure

Verzoeker vraagt op grond van artikel 4:209 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater te bevelen alsmede om vrijstelling te verlenen van de publicatieverplichting zoals bepaald in artikel 4:209 lid 4 BW. Voorts wordt op grond van artikel 4:206 lid 3 BW gevraagd om het loon van verzoeker vast te stellen. Tot slot vraagt verzoeker vrijstelling van de publicatieverplichtingen zoals bepaald in artikel 4:218 lid 2 BW.

Bij brief van 17 april 2015 heeft de kantonrechter verzoeker bericht het voornemen te hebben om het verzoek tot opheffing van de vereffening en het vaststellen van het loon toe te wijzen en het meer of anders verzochte af te wijzen. Verzoeker is in die brief in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen danwel te wijzigen. Hiervan is door verzoeker echter geen gebruik gemaakt.

De boedelbeschrijving heeft conform artikel 4:211 lid 3 BW ter inzage gelegen op griffie van deze rechtbank van 23 april 2015 tot 4 juni 2015.

De overwegingen van de kantonrechter

De kantonrechter zal de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater bevelen gelet op het volgende. De nalatenschap bestond alleen uit een woning waarop een hypothecaire geldlening rustte. De woning is verkocht voor een lager bedrag dan de hypothecaire geldlening bedroeg. Derhalve bevat de nalatenschap van erflater een (rest)schuld van € 16.238,46. Andere baten zijn niet aangetroffen door verzoeker. Evenmin hebben zich andere schuldeisers gemeld.

Verzoeker vraagt vrijstelling van de publicatieverplichtingen zoals bepaald in artikel 4:209 lid 4 BW. Dat artikel bepaalt dat de opheffing op dezelfde wijze bekend wordt gemaakt als de benoeming van de vereffenaar. De kantonrechter overweegt dat de wet geen ruimte biedt om van deze publicatieverplichtingen af te wijken zoals wordt gevraagd. Daarom zal dit verzoek worden afgewezen.

Bij beschikking van 13 juni 2014 van deze rechtbank is bepaald dat de benoeming van verzoeker als vereffenaar bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant (online) en in het Algemeen Dagblad Utrechts Nieuwsblad. De kantonrechter zal gelet op artikel 4:209 lid 4 BW bepalen dat de opheffing van de vereffening bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant (online) en in het Algemeen Dagblad Utrechts Nieuwsblad. Voorts zal worden bepaald dat de opheffing van de vereffening van de nalatenschap wordt ingeschreven in het boedelregister.

Verzoeker vraagt ook ontheffing te verlenen van de verplichting om de rekening en verantwoording en een uitdelingslijst ter inzage te leggen op grond van artikel 4:218 lid 2 BW. Nu de kantonrechter het verzoek tot opheffing van de vereffening zal toewijzen, heeft verzoeker geen belang bij voornoemd verzoek. Daarom zal dit verzoek worden afgewezen.

Tot slot vraagt verzoeker zijn loon vast te stellen op een bedrag van € 3.151,01 op grond van artikel 4:206 lid 3 BW. Ervan uitgaande dat de hypotheekbank akkoord is met dit bedrag en dat de hypotheekbank het loon betaalt, zal de kantonrechter dit verzoek toewijzen.

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De kantonrechter:

beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van [erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [1940] , overleden te [woonplaats] op [2013] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] ;

bepaalt dat verzoeker de opheffing van de vereffening van de nalatenschap bekend dient te maken in de Staatscourant (online) en in het Algemeen Dagblad Utrechts Nieuwsblad;

bepaalt dat de opheffing van de vereffening van de nalatenschap dient te worden ingeschreven in het boedelregister;

stelt het loon van de vereffenaar vast op een bedrag van € 3.151,01;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..