Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5802

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-07-2015
Datum publicatie
20-08-2015
Zaaknummer
16-659778-14 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 13.492,52.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659778-14 (ontneming)

Vonnis van de rechtbank van 30 juli 2015

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [1966] te [geboorteplaats]

wonende te [adres] , [woonplaats] .

1 Deprocedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16/659778-14, waaruit blijkt dat veroordeelde op

30 juli 2015 door deze rechtbank is veroordeeld voor

Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, en

Feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

tot de in die uitspraak vermelde straf;

- het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 13 juni 2014 (pagina’s 101 tot en met 104 van het proces-verbaal met nummer PL0900-2014125615);

- de vordering van de officier van justitie strekkende tot vaststelling van het genoten wederrechtelijk voordeel met veroordeling van veroordeelde tot betaling daarvan aan de Staat tot een bedrag van € 35.737,20;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 27 mei 2015 en 16 juli 2015; en

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 27 mei 2015 en 16 juli 2015 is de officier van justitie gehoord. Ook is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.M. Koppert, advocaat te Lelystad.

2 De beoordeling

2.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn vordering ter terechtzitting gewijzigd, in die zin dat hij thans vordert te ontnemen een bedrag van € 32.693,64. Daarbij zijn de kosten van de elektriciteit, te weten € 3.043,56, die inmiddels door veroordeelde aan Liander N.V. zijn betaald, in mindering gebracht. De officier van justitie verwijst voor de voordeelsberekening voor het overige naar de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het rapport van 13 juni 2014.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming kan worden toegewezen tot een bedrag van € 5.456,44. Daarbij is uitgegaan van de verklaring van veroordeelde dat de eerste oogst € 4.000,- en de tweede oogst € 9.000,- heeft opgeleverd. De kosten voor de stekjes, elektriciteit, variabele kosten en de taxatie van zijn woning die veroordeelde verplicht heeft moeten laten uitvoeren, zijn van voornoemde opbrengsten afgetrokken.

2.3

Het oordeel van de rechtbank

Het uitgangspunt van deze berekening is het hiervoor genoemde vonnis van deze rechtbank van 30 juli 2015. Veroordeelde is in dit vonnis, voor zover relevant en kort gezegd, veroordeeld voor:

het telen van hennep op 11 juni 2014 en diefstal van elektriciteit over de periode van 1 november 2013 tot en met 11 juni 2014.

De rechtbank ontleent aan de inhoud van de bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door dit handelen een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

2.3.1

De berekening

Aangetroffen planten

In de kweekruimte stonden minimaal 222 hennepplanten en/of potten.

Opbrengst hennep per oogst

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:

222 planten x 26,7 gram = 5,927 kilogram.

Volgens het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen” van Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) (hierna: het BOOM-rapport) bedraagt de verkoopprijs van hennep minimaal € 3280,- per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 5,927 kilogram x € 3.280,- = € 19.440,56.

Vaststelling eerdere oogsten

In het rapport van 13 juni 2014 wordt uitgegaan van twee eerdere oogsten in de kweekruimte. Uitgangspunt is een gemiddelde kweekcyclus van tien weken per oogst. De vermelde eerdere oogsten zijn vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken1: kalkafzetting, stof op koolstoffilters, stof op voorwerpen en verkleuring houten latten.

Kostenberekening

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van BOOM als volgt:

Afschrijvingskosten: € 200,-

Hennepstekken: € 632,70

Variabele kosten: € 739,26.2

----------------

Totaal aan kosten: € 1.571,96.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel

Volgens het rapport van 13 juni 2014 bedraagt het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van het vorenstaande:

Opbrengst 2 oogsten: € 38.881,12

Totale kosten 2 oogsten: € -/- 3143,92

--------------------------------------------------------------------

Wederrechtelijk verkregen voordeel: 35.737,20.3

Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat de eerste oogst 1 kilogram aan hennep heeft opgeleverd. De tweede oogst heeft 4 kilogram aan hennep opgeleverd.4

2.3.2

Overwegingen

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van veroordeelde betrouwbaar is. Daaruit volgt dat de oogsten niet volledig geslaagd zijn. De eerste oogst heeft 1 kilogram opgeleverd, waar veroordeelde € 4.000,- voor heeft gekregen en de tweede oogst heeft 4 kilogram opgeleverd, waar veroordeelde € 9.000,- voor heeft gekregen.

De rechtbank volgt deze verklaring niet, omdat er elementen in zitten die niet geloofwaardig zijn. Zo heeft veroordeelde verklaard dat op de eerste oogst veel spint zat, waardoor de kwaliteit niet goed was. Op de tweede oogst zou minder spint gezeten hebben en de kwaliteit zou beter zijn geweest. De rechtbank acht het in dit geval niet geloofwaardig dat de eerste oogst van 1 kilo van mindere kwaliteit € 4.000,- zou hebben opgeleverd, terwijl de tweede oogst van 4 kilo van betere kwaliteit, maar € 9.000,- (dus € 2.250,- per kilo) zou hebben opgeleverd. De rechtbank acht wel aannemelijk dat veroordeelde niet het gehele aantal kilo’s uit de berekening van BOOM heeft geoogst. De rechtbank gaat er daarom van uit dat veroordeelde bij de eerste oogst 2 kilogram en bij de tweede oogst 4 kilogram hennep heeft geoogst.

Uit de door de verdediging overgelegde stukken blijkt dat veroordeelde de nota aan Liander N.V. inmiddels heeft voldaan. Uit de nota van Liander N.V. in het dossier is af te leiden dat een totaal aan netverlies van elektriciteit is berekend voor een bedrag van € 3.043,56. De rechtbank zal dit bedrag daarom in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Voorts heeft de verdediging een nota overgelegd van kosten die de veroordeelde heeft moeten maken omdat hij na het ruimen van de hennepkwekerij verplicht zijn woning heeft moeten laten taxeren. Deze kosten komen echter niet voor aftrek in aanmerking. De kosten staan immers niet in directe relatie met het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gelet op het voorgaande als volgt:

Totale opbrengst voor twee oogsten

2 kilogram en 4 kilogram x € 3.280,- (verkoopprijs van hennep per kilogram) =

€ 19.680,-.

Totale kosten voor twee oogsten

Afschrijvingskosten: € 400,-

Hennepstekken: € 1.265,40

Variabele kosten: € 1.478,52

Elektriciteit: € 3043,56

-------------

Totaal: € 6.187,48

Wederrechtelijk verkregen voordeel

€ 19.680,- minus € 6.187,48= € 13.492,52

2.3.3

Wederrechtelijk verkregen voordeel

Op grond van het vorenstaande wordt vastgesteld dat [veroordeelde] een wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gekregen van € 13.492,52.

Er is niets aangevoerd wat aanleiding geeft de betalingsverplichting op een lager bedrag vast te stellen.

3 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 13.492,52;

- legt aan [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 13.492,52 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze beslissing is gegeven door mr. K.J. Veenstra, voorzitter, mrs. G. Perrick en R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. van Elk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 juli 2015.

1 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, d.d. 13 juni 2014, p. 102.

2 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 13 juni 2014, p. 103.

3 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 13 juni 2014, p. 104.

4 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 16 juli 2015.