Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5800

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-07-2015
Datum publicatie
20-08-2015
Zaaknummer
16-661466-14 (toetsing ISD)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voortzetting ISD-maatregel na tussentijdse toets.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661466-14 (toetsing ISD)

Datum uitspraak: 16 juli 2015

Beslissing ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht

Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ex artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering, betrekking hebbend op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren op [1974] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in PI Nieuwegein, Huis van Bewaring te Nieuwegein,

hierna ook te noemen: de veroordeelde.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank van 1 september 2014 waaruit blijkt dat aan de veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar en waarbij de rechtbank heeft bepaald dat het Openbaar Ministerie na tien maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis dient te berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;

- een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 8 juli 2015 van [A] (senior casemanager bij de PI Nieuwegein), welk verslag mede is ondertekend door de plaatsvervangend directeur van de PI Nieuwegein.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 16 juli 2015, waarbij zijn gehoord:

- de officier van justitie;

- de veroordeelde;

- de raadsvrouw van de veroordeelde, mr. K.R. Koopman, advocaat te Utrecht;

- de getuige-deskundige mevrouw [A] voornoemd.

OVERWEGINGEN:

Voortgangsverslag

Op grond van de uitkomsten van de Recidive Inschatting Schalen (RISc) en het door Kade17 uitgevoerde psychologische onderzoek werd besloten om voor betrokkene een klinisch traject in te zetten. De behandeling zou gericht moeten worden op zijn verslaving. Betrokkene werd op 16 december 2014 bij Wier Plus geplaatst. In de maand mei 2015 hebben er trekmomenten plaatsgevonden naar alcohol. Betrokkene heeft dit bespreekbaar gemaakt en zijn terugvalpreventieplan gevolgd. Op 8 juni 2015 werd betrokkene overgeplaatst naar de open afdeling van Wier Plus en voor 8 juli 2015 werd een behandelevaluatie gepland. Op 27 en 28 juni 2015 heeft betrokkene echter zware terugvallen gehad in alcoholgebruik. Het bleek dat er ook al eerder een terugval had plaatsgevonden. Er was in dat weekend ook sprake geweest van een vechtpartij. Daarom is betrokkene voor een time-out geplaatst in PI Nieuwegein. Betrokkene had zich inmiddels echter onttrokken aan het toezicht van zijn begeleider. Hij heeft diverse malen contact gehad met zijn begeleider, maar was dan zwaar onder invloed. Hij was niet bereid om zich te melden. Voorafgaand aan het weekend van 4 en 5 juli 2015 zijn er diverse meldingen geweest. Betrokkene was opnieuw heel erg dronken. Op 4 juli 2015 werd hij in Den Dolder aangehouden, waarna hij op 7 juli 2015 werd teruggeplaatst in PI Nieuwegein. Er zijn in deze periode strafrechtelijke verdenkingen ontstaan tegen betrokkene.

Het advies luidt de ISD-maatregel te continueren. Indien de maatregel wordt opgeheven bestaat er nog steeds kans op recidive.

Toelichting ter zitting

Mevrouw [A] heeft ter zitting van 16 juli 2015 een toelichting gegeven. Zij heeft aangegeven dat de voorkeur ernaar uitgaat om op een later tijdstip verder te gaan met de behandeling bij Wier Plus. Daarvoor is nog voldoende tijd binnen de huidige ISD-maatregel. Eerst moet echter afgewacht worden wat er gebeurt met de feiten waarvan betrokkene verdacht wordt. Als daar meer duidelijkheid over is, kan een trajectbepalingsoverleg worden gepland.

De veroordeelde heeft aangegeven dat hij mogelijk te snel van de half open afdeling bij De Wier naar een open afdeling mocht gaan. Toen hij te horen kreeg dat hij naar deze open afdeling zou gaan, mocht hij vervolgens het weekend met verlof. Dat weekend heeft hij een zware terugval in alcoholmisbruik gehad. Hij heeft verklaard de behandeling binnen de ISD-maatregel zo snel mogelijk te willen hervatten.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven dat betrokkene de behandeling binnen de ISD-maatregel wil voortzetten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Oordeel van de rechtbank

Gelet op hetgeen uit het rapport van de instelling blijkt en hetgeen ter zitting is besproken acht de rechtbank het wenselijk en noodzakelijk dat de ISD-maatregel wordt voortgezet en ziet de rechtbank geen aanleiding om de maatregel te beƫindigen. De rechtbank acht het daarbij van belang dat de instelling heeft aangegeven de behandeling te willen continueren en dat daar nog voldoende tijd voor is binnen de ISD-maatregel, en dat betrokkene dat zelf ook graag wil.

De rechtbank heeft gelet op artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank verstaat dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan [veroordeelde] voornoemd, wordt voortgezet.

Aldus gedaan door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. K.J. Veenstra en mr. R.B. Eigeman, rechters, bijgestaan door mr. J. van Elk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 16 juli 2015.