Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5692

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
17-08-2015
Zaaknummer
16/661831-14 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontnemingszaak. Hennep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661831-14 (ontneming)

beslissing van de rechtbank d.d. 16 juni 2015

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde]

geboren te [geboorteplaats] op [1979] ,

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres] .

1 Deprocedure

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16/661831-14, waaruit blijkt dat verdachte op

16 juni 2015 door de meervoudige kamer van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, tot de in die uitspraak vermelde straf;

- het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de officier van justitie en de raadsman van verdachte, mr. C. Kranendonk, advocaat te Beverwijk, gehoord.

2 De beoordeling

2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde een wederrechtelijk voordeel heeft verkregen van € 56.130,56. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de berekening zoals neergelegd in het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

2.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft afwijzing van de vordering bepleit en gesteld dat verdachte niet betrokken is geweest bij de hennepkwekerij.

2.2

Het oordeel van de rechtbank

Dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan blijkt uit het door de meervoudige kamer van de rechtbank gewezen vonnis in de hoofdzaak van 16 juni 2015 en uit de in dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen. De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen het oordeel, dat de veroordeelde door middel van het begaan van voormeld feit een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

De rechtbank gaat bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de berekening in het rapport “berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij” van 4 april 2012, met bijlage.1

In dit rapport is voor de berekening uitgegaan van de normen, zoals weergegeven in het rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (hierna te nemen rapport BOOM) van 1 november 2010, waarin standaardberekeningen en normen met betrekking tot wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht zijn vermeld. De rechtbank ziet geen aanleiding, bij gebrek aan een verklaring van verdachte daaromtrent, van de gebruikte normen af te wijken.

Bij de bepaling van het wederrechtelijk genoten voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

- veroordeelde heeft in de periode van 7 juli 2011 tot en met 1 februari 2012 een hennepkwekerij in werking gehad;

- aannemelijk is geworden dat veroordeelde in voornoemde periode tweemaal 341 planten heeft geoogst;

- dat aannemelijk is dat tweemaal is geoogst leidt de rechtbank af uit de aangetroffen hoeveelheid stof op de koolstoffilters en op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen, het aangetroffen hennepafval op de slaapkamer op de 1ste verdieping waarin zich gebruikte stekblokjes en wortelresten bevonden en de aangetroffen kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten;

- de rechtbank stelt vast dat de oppervlakte van de beplanting in de kwekerij 19.25 m2 bedroeg en dat er per m2 17.71 hennepplanten zijn aangetroffen. De oogst per plant bedraagt ingevolge het rapport BOOM in een dergelijk geval minimaal 27.2 gram;

- de rechtbank stelt vast dat de bruto opbrengst per oogst van 314 planten x 27.2 gram= 9,275 kilogram bedraagt;

- de gemiddelde verkoopprijs per kilogram hennep bedraagt volgens het rapport BOOM

€ 3.280,-- ;

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel voor twee oogsten:

Aantal planten: 314 planten per oogst

Totale hoeveelheid kg’s per oogst: 9,275 per oogst

Verkoopprijs per kg: € 3.280,00

Bruto opbrengst: 9,275 x € 3.280,-- = € 30.422,66- per oogst,

voor twee oogsten € 30.422,66 x 2 = € 60.845,32

Verder gaat de rechtbank uit van de volgende kostenposten die naar het oordeel van de rechtbank zijn toe te schrijven aan de oogsten in de voornoemde periode:

- de inkoopprijs van de hennepstekken bedraagt volgens het rapport BOOM € 2,85 per plant;

- de overig variabele kosten (kweekmedium, water en voedingsstof) bedragen volgens het rapport BOOM € 3,33 per plant;

- de afschrijvingskosten bedragen, gelet op het rapport BOOM, bij een aantal planten tussen de 300 en 399 € 250,-- per oogst;

- de rechtbank laat de kosten voor het elektriciteitsverbruik van de kwekerij en de kosten voor de huur van de kwekerij buiten beschouwing bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gelet op het feit dat gesteld noch gebleken is dat deze kosten door de veroordeelde zijn betaald aan de energieleverancier c.q. de verhuurder.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van de kosten voor 2 oogsten:

Afschrijving : € 500,-- (2 x € 250,--)

Inkoopprijs stekjes: € 1.943,70,-- (€ 2,85 x 341 planten x 2 oogsten)

variabele kosten: € 2.271,06 ( € 3,33 x 341 planten x 2 oogsten)

Totale kosten € 4.714,76

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het netto wederrechtelijk verkregen voordeel van twee oogsten wordt geschat, vast op een bedrag van opbrengst ad € 60.845,32 minus kosten ad € 4714,76 = € 56.130,55.

3 De beslissing

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 56.130,55

Legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 56.130,55,-- ter ontneming van het door hem genoten wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mrs. E.A, Messer en A.G. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juni 2015.

1 Proces-verbaal Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 4 april 2012, met bijlage, opgenomen op de pagina’s 136-146, van het in de wettelijk vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van politie Regio Utrecht, met dossiernummer PL0920 201202477.