Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5642

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-07-2015
Datum publicatie
13-08-2015
Zaaknummer
16-040515-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 12 mnd waarvan 3 mnd voorwaardelijk voor diefstallen en mensenhandel. Verdachte zette jonge kinderen in voor het plegen van winkeldiefstallen en trok hier financieel voordeel uit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/040515-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 28 juli 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Groot Brittannië) op [1980] ,

zonder vaste- woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 juli 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 21 augustus 2013 samen met een ander een diefstal heeft gepleegd bij de Babypark in Amersfoort;

feit 2: op 4 september 2013 samen met anderen een diefstal met geweld of bedreiging met geweld heeft gepleegd bij de Hema in Leusden;

feit 3: op 13 september 2013 samen met anderen een diefstal heeft gepleegd bij het Shell tankstation in Amersfoort;

feit 4: zich in de periode van 21 augustus 2013 tot en met 13 september 2013 heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, namelijk het uitbuiten van kinderen door deze kinderen -kort gezegd- diefstallen te laten plegen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

4.2.1

Het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, op grond van de volgende bewijsmiddelen.1

Op 29 augustus 2013 wordt door [A] (hierna: [A] ) aangifte gedaan van een diefstal bij de babyspeciaalzaak Babypark aan de Astronaut te Amersfoort. [A] verklaart dat hij op woensdag 21 augustus 2013, omstreeks 16:00 uur, zag dat er een vrouw met een jongetje in een buggy, in de winkel rondliep. Rond sluitingstijd treft [A] een oude buggy aan in de winkel en bekijkt daarom de camerabeelden.2 Daarop ziet hij dat de vrouw met het jongetje in de buggy wat heen en weer blijft rijden voor de balie langs. Op een bepaald moment ziet [A] op de beelden dat ze de buggy ergens aan de kant zet bij kassa twee, waarna het jongetje uit de buggy springt. De vrouw loopt naar de balie en het jongetje loopt met de buggy strak langs de balie. [A] ziet dat, wanneer het jongetje met de buggy naar buiten gegaan is, de vrouw er achteraan gaat.3

Door verbalisant [B] zijn de camerabeelden uitgekeken. Hij omschrijft een vrouw van tussen de 40 en 50 jaar en een kind van ongeveer 4 tot 5 jaar.4 De verbalisant ziet op de beelden dat de vrouw naar de balie van de kassa loopt en in gesprek gaat met een medewerker. Achter de vrouw loopt een kind. Dit kind duwt een zwart/witte buggy voor zich uit, langs de kassa het beeld uit.5

Op 13 november 2013 wordt door verbalisant [C] gerelateerd dat er een herkenning is gevraagd betreffende een diefstal op 21 augustus 2013 bij de Babypark in Amersfoort. De vrouw op de afbeelding herkent hij als [verdachte] .6

Door [D] (hierna: [D] ) wordt aangifte gedaan van een winkeldiefstal bij de Hema op ’t Erf 3 in Leusden op 4 september 2013.7 [D] ziet op de videobeelden van het beveiligingssysteem dat er twee vrouwen de winkel binnen komen en veel artikelen uitzoeken en klaarmaken om zonder te betalen mee te nemen, met name kleding, sieraden, speelgoed, bestek en frisdrank. Ook een jongetje van ongeveer vier jaar oud en een meisje van 6 à 7 jaar oud helpen met het verwijderen van de prijskaartjes en het jongetje heeft spullen in zijn eigen rugzakje. [D] ziet dat ze, na alles te hebben verzameld en in de buggy's hebben gelegd, richting de uitgang van de winkel lopen. Bij het afgaan van het alarm gaat één vrouw (vrouw 2),8 van ongeveer 25 tot 35 jaar oud,9 terug de winkel in en begint met het uitladen van de gestolen artikelen. [D] ziet zichzelf vervolgens op de beelden achter de andere vrouw (vrouw 1),10 van ongeveer 30 tot 40 jaar oud,11 aangaan. Na inventarisatie blijkt het volgende te zijn weggenomen:12 een speeltent, een houten auto, meerdere jongensbroeken en een jongensshirt. Daarnaast blijken onder meer de volgende goederen te zijn teruggelegd: haarelastieken, oorbellen, een speeltent, een bestekset, een babyshirt, portemonnees en een zaklamp led.13

Nadat [D] achter vrouw 1 is aangelopen, ziet hij dat ze de kinderen op de achterbank zet en zelf plaatsneemt achter het stuur van een Landrover. [D] hoort dat ze gas geeft en een klein stukje naar achteren rijdt. [D] slaat vervolgens met zijn hand op het achterraam van de auto en ziet dat de vrouw stopt. De vrouw geeft opnieuw gas en komt in zijn richting gereden. [D] kan op tijd wegspringen en gaat op de weg staan. Hij ziet dat de vrouw in zijn richting rijdt, dat ze iets uitwijkt en vervolgens vol gas geeft. [D] hoort een hoog toerental van de motor. Hij kan nog net opzij stappen waardoor ze langs hem rijdt. [D] verklaart dat hij, als hij niet was weggesprongen, onder de auto terecht was gekomen.14

Door verbalisant [E] worden de vrouwen op de beelden van de winkeldiefstal te Leusden herkend. Hij herkent de jongere dame als [medeverdachte] en de ander als [verdachte] . [E] herkent hen als gasten van een camping die is gesitueerd in het Soesterkwartier in Amersfoort.15

Op 15 september 2013 wordt door [F] (hierna: [F] ) aangifte gedaan van diefstal, gepleegd op 13 september 2013 bij de Shell aan de Daam Fockemalaan in Amersfoort (proces-verbaalnummer 2013207376).16 [F] ziet op de camerabeelden van het tankstation dat een vrouw en vijf of zes kinderen zich verspreiden in de winkel. Hij ziet dat de vrouw naar de koeling loopt en dat zij two-packs Red Bull en een fles Coca Cola in haar schoudertas stopt. Verder ziet [F] dat een jongen van ongeveer tien jaar oud zijn trui omhoog doet, zijn broek losmaakt en daarin goederen stopt, waaronder telefoonconnectors en luchtverfrissers. Een jongen van ongeveer zes jaar stopt goederen onder zijn jas en pakt een blikje Red Bull dat hij in zijn broekzak stopt.17

Door verbalisant [G] (hierna: [G] ) worden de bewakingsbeelden bekeken van de diefstal op 13 september 2013 uit een tankshop aan de Daam Fockemalaan in Amersfoort.18 [G] ziet dat een camper het terrein van het tankstation op komt rijden. Links voorin zit een vrouw, die door verbalisant vrouw 1 wordt genoemd.19 Uit de camper stapt een jongen met een grijs vest; deze jongen wordt jongen 3 genoemd.20 De vrouw pakt een fles cola en Red Bull21 en doet dit in haar tas. Verder heeft de vrouw een zak chips in haar hand die ze aan (de door de verbalisant aangeduide) man 1 geeft.22 Jongen 3 stopt een flesje drinken in zijn vest en pakt een flesje water dat hij aan man 1 overhandigt. Vrouw 1 verlaat de tankshop zonder goederen af te rekenen.23 Man 1 rekent de zak chips en het flesje water af. Het flesje drinken dat jongen 3 onder zijn vest heeft gestopt, wordt niet afgerekend. [G] herkent vrouw 1 als [verdachte] .24

Op 21 september 2013 ziet verbalisant [C] tijdens een briefing een foto van een diefstal die gepleegd zou zijn door een vrouw met kinderen en waarvan aangifte is gedaan onder het nummer 2013207376. [C] herkent de vrouw op de foto als [verdachte] .25

4.2.2

Bewijsoverwegingen

Overwegingen ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht op basis van de verklaring van aangever [A] en de camerabeelden die door een verbalisant zijn uitgekeken wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een kind bij de Babypark een buggy heeft gestolen. Verdachte komt samen met een kind de winkel binnen. Terwijl verdachte met een medewerker in gesprek is, loopt het kind van 4 à 5 jaar oud zonder aarzeling met de buggy naar buiten. Vervolgens gaat verdachte achter het kind aan en komt (kennelijk) niet meer terug. Deze handelingen duiden op een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en het kind. Daarbij merkt de rechtbank op dat het zeer onwaarschijnlijk is dat een kind van deze zeer jonge leeftijd op eigen initiatief een buggy steelt en de oude buggy waarmee hij en verdachte zijn binnengekomen in de winkel achterlaat.

Overwegingen ten aanzien van feit 4

Aan verdachte is -kort gezegd- ten laste gelegd dat zij met het oogmerk van uitbuiting kinderen heeft vervoerd naar Babypark, Hema en Shell (artikel 273f, lid 1, sub 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr)), zij deze kinderen heeft gedwongen of bewogen tot het verrichten van arbeid of diensten (artikel 273f, lid 1, sub 4 Sr) en heeft geprofiteerd van de diefstallen die door deze kinderen zijn gepleegd (artikel 273f, lid 1, sub 6 Sr).

Of sprake is van mensenhandel in de zin van sub 2, kan worden bepaald aan de hand van drie elementen. In de eerste plaats moet sprake zijn van feitelijke handelingen, waaronder het vervoeren of overbrengen van anderen. Dat kan in dit geval worden afgeleid uit het feit dat verdachte steeds samen met (zeer) jonge kinderen een winkel binnen komt. Daarnaast blijkt uit het dossier dat verdachte in elk geval bij de diefstal bij de Shell en de Hema de bestuurster is geweest van een auto of camper waarmee één of meer kinderen zijn vervoerd. Hoewel dit wat betreft de diefstal bij Babypark niet blijkt, kan het niet anders dan dat verdachte, die samen met dit kind van 4 à 5 jaar de winkel binnenkomt, ook dit kind heeft vervoerd en overgebracht.

Het tweede element betreft het oogmerk van uitbuiting. Ook daarvan is naar het oordeel van de rechtbank sprake. Nadat verdachte met één of meer kinderen de winkels binnenkomt, wordt er zeer snel en effectief gehandeld, door zowel de verdachte als de kinderen. Niet blijkt dat de kinderen tijdens de diefstal instructies krijgen van verdachte. Het is daarom zeer opmerkelijk dat deze kinderen zonder te aarzelen alarmlabels verwijderen, (deels buiten het zicht van de camera) goederen in hun kleding of rugtas stoppen en op het juiste moment (wanneer de aandacht van de medewerker is afgeleid) weglopen met een buggy. Verder blijkt uit de camerabeelden van de Shell dat één van de jonge kinderen exact dezelfde handelwijze hanteert als verdachte: een deel van de goederen wordt gestolen en één product wordt aan een man gegeven, die deze goederen afrekent bij de kassa. Gelet op de jonge leeftijd van de kinderen en de georganiseerde wijze van handelen, kan het niet anders dan dat deze kinderen door verdachte zijn geïnstrueerd. Uit niets blijkt dat verdachte met een ander doel naar deze winkels is gegaan dan om deze kinderen in te zetten voor het plegen van diefstallen.

Het derde element waaraan moet worden voldaan, is de minderjarigheid van de betreffende kinderen. Dat hiervan sprake is, kan worden afgeleid uit de bewijsmiddelen, waarin de kinderen worden geschat in de leeftijd van vier tot en met tien jaar oud.

In verband met de beoordeling van de delictsomschrijving op grond van artikel 273f, lid 1, sub 4 Sr dient allereerst de vraag te worden beantwoord of verdachte gebruik heeft gemaakt van middelen in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 1 Sr. De vraag die voor ligt is of verdachte misbruik heeft gemaakt van haar overwicht op deze kinderen en/of hun kwetsbare positie en daardoor hen heeft gedwongen of bewogen tot de diefstallen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat kinderen in de leeftijd van vier tot en met tien jaar per definitie in een kwetsbare situatie verkeren. Van kinderen in deze leeftijd mag bovendien niet worden verwacht dat zij in een situatie waarin zij in aanwezigheid van verdachte, een volwassene, vrijelijk de keuze maken over wat zij wel of niet willen (of wat wel of niet mag). De kwetsbare positie van een kind maakt dat een volwassen begeleider van nature een positie van overwicht heeft. Verdachte heeft van dit overwicht respectievelijk die kwetsbare positie misbruik gemaakt door deze kinderen mee te nemen naar winkels en hen winkeldiefstallen te laten plegen. Zoals hiervoor is overwogen, blijkt ook uit de efficiënte wijze waarop de diefstallen plaatsvinden, dat de kinderen door verdachte zijn geïnstrueerd. In deze omstandigheden hadden deze jonge kinderen redelijkerwijs geen andere keuze dan de toestand van deze uitbuiting te ondergaan en zich daarvoor beschikbaar te stellen. Daarmee is irrelevant of de kinderen hebben ingestemd met het plegen van de winkeldiefstallen. Verdachte moet zich als volwassene bewust zijn geweest van haar overwicht op de kinderen en daarmee heeft zij het voorwaardelijk opzet gehad van dat overwicht ook misbruik te maken.

Verder is het zo dat het (door misbruik) aanzetten tot het plegen van een winkeldiefstal aangemerkt moet worden als het verrichten van arbeid of een dienst in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 4 Sr. In elk geval zijn een deel van de goederen die zijn gestolen, waaronder een buggy, luchtverfrissers en telefoonconnectors, niet te beschouwen als producten waarnaar de interesse van een jong kind in de regel uitgaat. Daarom moet worden aangenomen dat deze goederen zijn ontvreemd als een dienst voor verdachte. Hiermee is ook het financieel gewin van verdachte gegeven. Niet de kinderen, maar verdachte zelf had direct profijt van de diefstallen. Dat verdachte dit profijt beoogde, blijkt ook reeds uit de vaststelling dat zij als medepleger van de diefstallen moet worden aangemerkt.

Nu bewezen is dat verdachte de onder artikel 273f, lid 1, sub 2 en 4 Sr genoemde feiten heeft begaan en ook aangenomen moet worden dat verdachte van die uitbuitingsvormen heeft geprofiteerd, zoals hiervoor al is overwogen, is ook bewezen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van de kinderen in de zin van artikel 273f, lid 1, sub 6 Sr.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.2 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 21 augustus 2013 in de gemeente Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Buggy, toebehorende aan het winkelbedrijf Babypark (filiaal Astronaut);

2.

op 4 september 2013 in de gemeente Leusden tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een speeltent en een houten auto en een hoeveelheid jongensbroeken en een hoeveelheid (kinder)kleding en een hoeveelheid haaraccessoires en een hoeveelheid oorbellen en een portemonnee en een hoeveelheid speelgoed en een hoeveelheid overige goederen uit de winkelvoorraad, toebehorende aan het winkelbedrijf Hema (filiaal 't Erf), welke diefstal werd gevolgd

van bedreiging met geweld tegen [D] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan haar mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond

dat zij, verdachte, met een personenauto in de richting van voornoemde [D] is gereden;

3.

op 13 september 2013 in de gemeente Amersfoort tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen verpakkingen Red Bull en een fles Cola en telefoonconnectors en luchtverfrissers en een blikje Red Bull,

toebehorende aan het tankstation Shell (gevestigd aan de Daam Fockemalaan);

4.

op tijdstippen in de periode van 21 augustus 2013 tot en met 13 september 2013, in de gemeente Amersfoort en/of Leusden,

- één of meerdere kind(eren) die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt telkens heeft vervoerd en overgebracht naar Babypark (filiaal Astronaut) en Hema (filiaal ‘t Erf) en Shell (gevestigd aan de Daam Fockemalaan) met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde kinderen en

- anderen, te weten meerdere kinderen, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen

en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en

- telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van één of meerdere kinderen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, hebbende verdachte telkens voornoemd(e) kind(eren) naar Babypark (filiaal Astronaut) en Hema (filiaal ‘t Erf) en Shell (gevestigd aan de Daam Fockemalaan) vervoerd en/of overgebracht en/of met hen naar Babypark (filiaal Astronaut) en/of Hema (filiaal ‘t Erf) en/of Shell (gevestigd aan de Daam Fockemalaan) toe gegaan alwaar voornoemd(e) kind(eren):

- ( bij Babypark) met een buggy, welke tot de winkelvoorraad behoorde, naar buiten is gelopen zonder dat voornoemde Buggy ter betaling aan de kassa is aangeboden en

- ( bij de Hema) prijskaartjes van goederen welke tot de winkelvoorraad behoorden, hebben verwijderd en een deel van de goederen in zijn rugzak heeft gedaan en/of in de buggy/kinderwagen hebben gestopt en

- ( bij Shell) goederen in haar/hun tas en/of kleding hebben gestopt

en vervolgens voornoemde winkels hebben verlaten zonder de goederen ter betaling aan te bieden waarvan verdachte heeft geprofiteerd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

feit 1 en 3: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

feit 4: mensenhandel jegens een persoon beneden de achttien jaren, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 3 winkeldiefstallen. Daarbij heeft verdachte jonge kinderen ingezet om de diefstallen te (helpen) plegen. In plaats van hen normbesef bij te brengen, zoals van en volwassene verwacht mag worden, heeft zij voor haar eigen financiële gewin de integriteit van deze kinderen opzij gezet. Op schaamteloze wijze heeft verdachte met inzet van de kinderen een grote hoeveelheid goederen weggenomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voorbeeld dat verdachte heeft gegeven en het feit dat ze hen ook liet stelen, een zeer slechte invloed heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op een Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld.

Met name wat betreft het onder 4 ten laste gelegde feit is de rechtbank van oordeel dat met geen andere straf kan worden volstaan dan met een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Met het voorwaardelijke strafdeel wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De inhoud van de vorderingen

De vordering van Shell strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 3 ten laste gelegde, te weten een totaalbedrag van € 170,00 ter zake van materiële schade, te vermeerderen met de executiekosten en de wettelijke rente.

9.2

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de waarde van de gestolen winkelgoederen te schatten op € 50,- en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De vordering kan voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vast is komen te staan dat Shell als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 50,00 (vijftig euro), bestaande uit materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Onvoldoende duidelijk is dat de schadepost ‘onkosten’ betrekking heeft op het onder 3 bewezenverklaarde feit. Ook overigens is deze post onvoldoende onderbouwd. Naar dit schadebedrag zou onderzoek moeten worden gedaan, waardoor behandeling hiervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 273f, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 en 3: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen,, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

feit 4: mensenhandel jegens een persoon beneden de achttien jaren, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Straf

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van Shell toe tot een bedrag van € 50,00 (zegge vijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 september 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Shell voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en V.M.A. Sinnige, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 juli 2015.

Mr. Haeck is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat

(op de politierechterzitting van 29 april 2013 is het onder 4 ten laste gelegde feit gewijzigd)

1.

zij op of omstreeks 21 augustus 2013 in de gemeente Amersfoort tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Buggy (Mima), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Babypark

(filiaal Astronaut), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 4 september 2013 in de gemeente Leusden tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een speeltent en/of een houten

auto en/of een hoeveelheid (jongens)broeken en/of een hoeveelheid

(kinder)kleding en/of een hoeveelheid haar accessoires en/of een hoeveelheid

oorbellen en/of een portemonnee en/of een hoeveelheid speelgoed en/of een

hoeveelheid overige goederen uit de winkelvoorraad, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Hema (filiaal 't Erf),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [D] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat zij, verdachte, met een/haar (personen)auto is ingereden op voornoemde

[D] / in de richting van voornoemde [D] is gereden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op of omstreeks 13 september 2013 in de gemeente Amersfoort tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee verpakkingen Red Bull

en/of een fles Cola en/of een of meerdere telefoonconnectors en/of een of

meerdere luchtverfrissers en/of een blikje Red Bull, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het tankstation Shell (gevestigd aan de

Daam Fockemalaan), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

4.

zij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21 augustus 2013 tot en met 13 september 2013, in de gemeente Amersfoort en/of Leusden, in ieder geval in het arrondissement Midden-Nederland,

- één of meerdere (op het moment van het schrijven deze tenlastelegging onbekende) kinderen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt (telkens) heeft vervoerd en/of overgebracht (naar Babypark filiaal Astronaut) en/of Hema (filiaal ‘t Erf) en/of Shell (gevestigd aan de Daam Fockemalaan)) met het oogmerk van uitbuiting van voornoemd(e) kind(eren) (sub 2°) en/of

- ( een) ander(en), te weten één of meerdere (op het moment van het schrijven deze tenlastelegging onbekende) kind(eren), door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen

en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die / dat kind(eren) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (sub 4°) en/of

- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, één of meerdere, (op het moment van het schrijven deze tenlastelegging onbekende) kind(eren) die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt hebbende verdachte (telkens) voornoemd(e) kind(eren) naar Babypark (filiaal Astronaut) en/of Hema (filiaal ‘t Erf) en/of Shell (gevestigd aan de Daam Fockemalaan) vervoerd en/of overgebracht en/of met hen naar Babypark (filiaal Astronaut) en/of Hema (filiaal ‘t Erf) en/of Shell (gevestigd aan de

Daam Fockemalaan) toe gegaan alwaar voornoemd(e) kind(eren):

- ( bij Babypark) met een Buggy, welke tot de winkelvoorraad behoorde, naar buiten is gelopen (zonder dat voornoemde Buggy ter betaling aan de kassa is aangeboden) en/of

- ( bij de Hema) prijskaartjes van goederen welke tot de winkelvoorraad behoorden, heeft/hebben verwijderd en (een deel van) de goederen (vervolgens) in zijn/haar/hun rugzak heeft/hebben gedaan en/of in de buggv/kinderwagen heeft/hebben gestopt en /of

- ( bij Shell) goederen in/onder zijn/haar/hun tas en/of kleding hebben verstopt/gestopt en/of

(vervolgens) voornoemde winkel(s) hebben verlaten zonder de goederen ter betaling aan te bieden waarvan verdachte heeft geprofiteerd (sub 6°);

(art 273f lid 1 ahf/sub 2°, 4° en 6° Wetboek van Strafrecht )

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0940 2014041749, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 81). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [A] , namens Babypark, d.d. 29 augustus 2013, p. 4.

3 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [A] , namens Babypark, d.d. 29 augustus 2013, p. 5.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 28 oktober 2013, p. 8.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 28 oktober 2013, p. 9.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 13 november 2013, p. 10.

7 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 14.

8 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 16.

9 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 15.

10 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 16.

11 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 15.

12 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 16.

13 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 17.

14 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [D] , mede namens Hema, d.d. 4 september 2013, p. 16.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 25 september 2013, p. 37.

16 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [F] , namens Shell, d.d. 15 september 2013, p. 42.

17 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [F] , namens Shell, d.d. 15 september 2013, p. 42.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 48.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 49.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 52.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 54.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 55.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 56.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 57.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 21 september 2013, p. 45.