Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5580

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-07-2015
Datum publicatie
06-08-2015
Zaaknummer
C/16/396186 / JE RK 15-1238
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vader verzoekt vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing van de GI, omtrent een vakantieregeling. Het verzoek wordt afgewezen, omdat van een ondeugdelijke motivering of voorbereiding niet blijkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

zaakgegevens : C/16/396186 / JE RK 15-1238

datum uitspraak: 23 juli 2015

beschikking conflictbehandeling schriftelijke aanwijzing

in de zaak van

[verzoeker] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker.

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [2004] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [2009] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[A] , hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Utrecht,

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING MIDDEN NEDERLAND, locatie Utrecht,

hierna te noemen: de Raad,

gevestigd te Utrecht.

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de vader van 5 juli 2015, ingekomen bij de griffie op 5 juli 2015,

- een brief met bijlagen van de vader (fax) van 21 juli 2015, ingekomen bij de griffie op 21 juli 2015.

Op 23 juli 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord is:

- de moeder,

- de heer [B] , vertegenwoordiger van de Raad,

- de heer [C] , vertegenwoordiger van de GI.

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de vader.

De feiten


Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt uitgeoefend door beide ouders.

Bij beschikking van 18 september 2014 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 23 september 2015.

De GI heeft op 3 juli 2015 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Hierin is het volgende opgenomen:

“De omgangsregeling voor de zomervakantie 2015 ziet er als volgt uit.

Week 1 (10 juli t/m 17 juli): De kinderen zijn bij de moeder.

Week 2, 3 en 4 (17 juli t/m 7 augustus): De kinderen zijn bij de vader.

Week 5 en 6 (7 augustus t/m einde zomer vakantie): De kinderen zijn bij de moeder.”

Het verzoek


De vader heeft verzocht de schriftelijke aanwijzing van de GI van 3 juli 2015 vervallen te verklaren. De vader heeft bij brief van 21 juli 2015 aangegeven dat hij niet ter zitting zal verschijnen, nu hij op dat moment omgang met de kinderen heeft.

Het standpunt van de belanghebbenden

Namens SAVE is ter zitting gereageerd op het verzoek van de vader. Daarbij is naar voren gebracht dat geprobeerd is om de ouders samen tot een werkbare verdeling van de vakantie te laten komen. Dit is niet gelukt, mede omdat de vader een omgangsregeling wenste waarbij de kinderen elke week met de andere ouder omgang hebben. Het werd voor de kinderen te belastend geacht elke week te moeten wisselen van ouder. Voor SAVE heeft het prioriteit om de kinderen zo lang mogelijk aaneengesloten bij elke ouder te laten zijn. Dit is in het belang van de kinderen. De mogelijkheden vakantie op te nemen zijn voor de moeder beperkt, vanwege haar nieuwe baan. Er is daarom aansluiting gezocht bij de vakanties van de moeder, mede omdat de vader geen werk heeft.

Namens de Raad is ter zitting geadviseerd over het verzoek van de vader. Daarbij is naar voren gebracht dat de regeling zoals die in de schriftelijke aanwijzing is vastgesteld inmiddels al loopt. Het wordt in het belang van de kinderen geacht duidelijkheid te hebben over de vakantieregeling. De gezinsvoogd heeft knopen doorgehakt over de vakanties, nu de ouders kennelijk niet in staat waren samen afspraken te maken. Daarbij is terecht aansluiting gezocht bij de vakanties van moeder. Namens de Raad is geadviseerd de schriftelijke aanwijzing in stand te laten.

De beoordeling

De GI kan ter uitvoering van haar taak op grond van artikel 1:263 van het Burgerlijk Wetboek (BW), eerste en tweede lid, dwingende schriftelijke aanwijzingen geven aan de gezag dragende ouder betreffende de opvoeding en verzorging van minderjarigen. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder of de minderjarige niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Bij de beoordeling van de noodzaak tot het geven van een schriftelijke aanwijzing komt aan de GI een zekere beleidsvrijheid toe.

Gelet op de formulering van artikel 1:263 heeft de GI een discretionaire bevoegdheid bij het geven van de daar bedoelde aanwijzingen. Het geven van dergelijke aanwijzingen vindt zijn begrenzing in een ieder verbindende verdragsbepalingen, de in de Awb neergelegde alsook de ongeschreven beginselen van behoorlijk bestuur.

De schriftelijke aanwijzing van de GI van 3 juli 2015 wordt aangemerkt als een beschikking als bedoeld in artikel 1:3 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het verzoekschrift strekkende tot vervallen verklaring is op 5 juli 2015 binnengekomen bij de rechtbank, aldus binnen veertien dagen na de dag waarop de aanwijzing is verstuurd. De vader is derhalve ontvankelijk in zijn verzoek.

De vraag ligt voor of de aanwijzing gegeven door de GI geheel dan wel gedeeltelijk vervallen dient te worden verklaard.

Het geven van een aanwijzing is een vrij ingrijpende beslissing waartoe pas dient te worden overgegaan als de gewenste medewerking van de ouders niet door overleg en overreding kan worden bereikt. De aanwijzing moet in elk geval het doel van de ondertoezichtstelling dienen en mag niet in strijd komen met het recht. Daarvoor dient beoordeeld te worden of het besluit van de GI zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk is gemotiveerd. Dit betreft een ex-nunc beoordeling waarbij de rechter rekening kan houden met gewijzigde omstandigheden.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat de vakantie is opgedeeld in drie delen, vanwege de nieuwe baan van de moeder. De moeder kon in de eerste maand van haar nieuwe werkzaamheden niet kiezen welke weken zij vakantie wil. Een andere verdeling van de vakantie, waarin beide ouders de kinderen drie weken hebben, was niet haalbaar. De GI heeft daarom aansluiting gezocht bij de vakantie van de moeder, mede gezien het feit dat vader werkloos is en dus geen beperkingen heeft vanuit zijn werk.

De vader voert aan dat SAVE geen overleg gevoerd heeft over de schriftelijke aanwijzing, waar dit wel mogelijk was. Voorts is niet met vader overlegd over het scoutingkamp van [minderjarige 2] en de door moeder geboekte vakantie. De vader zou met de huidige vakantieregeling bovendien [minderjarige 2] pas circa twee weken na zijn verjaardag zien. In zijn verzoekschrift voert de vader bovendien aan dat hij geen auto beschikbaar heeft tijdens (een deel van) de vakantie.


De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het van belang is dat er duidelijkheid is over verdeling van de vakantie. Dit geeft rust en zekerheid voor de kinderen. De kinderrechter ziet geen, althans onvoldoende, aanleiding de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren. Uit de stukken en het hetgeen ter zitting is verhandeld volgt dat de ouders onderling niet tot een werkbare vakantieregeling konden komen. Gezien de naderende vakantie heeft de GI vervolgens de beslissing genomen en een verdeling vastgesteld. De GI heeft daarbij terecht aansluiting gezocht bij de beschikbaarheid van beide ouders, met name de vakantie van de moeder. Gebleken is dat de moeder slechts een beperkte invloed heeft gehad op de weken waarin zij vakantie kon krijgen, doordat zij recent is begonnen met haar nieuwe werk. Voorts is de kinderrechter van oordeel dat er geen gronden zijn waaruit zou volgen dat de belangen van beide ouders onvoldoende zijn afgewogen. Ook van een ondeugdelijke voorbereiding van de schriftelijke aanwijzing is niet gebleken, nu de ouders de kans hebben gekregen een vakantieregeling vast te stellen die het belang van de kinderen dient. Aangezien dit niet is gelukt, lag het op de weg van de GI een dergelijke vakantieregeling vast te stellen. De kinderrechter overweegt voorts dat de vakantieregeling uit de schriftelijke aanwijzing momenteel ook uitgevoerd wordt. Bovendien houdt toewijzing van het verzoek van de vader in dat er voor de zomervakantie geen vakantieregeling is, hetgeen niet in het belang van de kinderen is.

De kinderrechter geeft de ouders, ten overvloede, mee tijdig in overleg te treden over de (toekomstige) vakantieregelingen en de invulling daarvan. Wanneer ouders onderling tot een redelijke en werkbare verdeling komen, hoeft de GI immers geen regeling vast te stellen.

De schriftelijke aanwijzing betreft een vakantieregeling en ziet aldus niet op de invulling daarvan. De geboekte vakantie van de moeder is geen onderdeel van de totstandkoming van de schriftelijke aanwijzing, noch van de motivering of van het daarop volgende besluit van de GI. Dit geldt ook voor het scoutingkamp van [minderjarige 2] , de verjaardag van [minderjarige 1] en het ontbreken van een auto. Deze gronden die door vader worden aangedragen, kunnen dan ook niet leiden tot toewijzing van het verzoek.

De kinderrechter zal de schriftelijke aanwijzing dan ook in stand laten.

De beslissing


De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.P.H.M. Severeijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.T. Maalderink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2015.