Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5542

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-07-2015
Datum publicatie
06-08-2015
Zaaknummer
16-700719-13
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewelddadige ripdeal op 10 februari 2013 te Montfoort. Veroordeling tot 6 jaar gevangenisstraf in verband met diefstal met geweld en poging doodslag. Geen onrechtmatig verkregen bewijs. LIRC-informatie was concreet en werd onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700719-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 16 juli 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Senegal) op [1983] ,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in HM Prison Bronzefield te Middlesex (Engeland).

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2015. De verdachte is niet verschenen en heeft schriftelijk afstand gedaan van haar recht om ter terechtzitting aanwezig te zijn.

De raadsman van verdachte, mr. F.B. van Schendel, heeft verklaard bepaaldelijk te zijn gemachtigd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.

primair: samen met een ander een diefstal met geweld heeft gepleegd, waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen;

subsidiair: samen met een ander heeft geprobeerd een diefstal met geweld te plegen, waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen;

2.

samen met een ander heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden geacht.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van de haar ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

Daartoe heeft de verdediging - samengevat - aangevoerd dat de anonieme melding uit het buitenland (LIRC proces-verbaal op pagina 735-736) zonder nadere onderbouwing nooit als wettig bewijs kan dienen, en dat het betreffende verbaal onvoldoende concreet en onderbouwd is om te gelden als grond voor een verdenking en het instellen van een nader onderzoek naar verdachte. Het DNA-bewijs is als gevolg hiervan onrechtmatig verkregen en om die reden wordt de rechtbank verzocht dat bewijs buiten beschouwing te laten, aldus de verdediging.

Mocht de rechtbank het DNA-spoor als bewijs toestaan dan kan dat spoor op geen enkele manier dienen als bewijs voor de aanwezigheid van verdachte in Montfoort, omdat er meer bewijs nodig is om een veiliggesteld DNA-spoor te kunnen promoveren tot een daderspoor. In dat verband heeft de verdediging er op gewezen dat in de woning noch in de Peugeot 307 sporen zijn aangetroffen die verwijzen naar verdachte. De afwezigheid van dergelijke sporen wijst dan ook juist op de afwezigheid van enige betrokkenheid van verdachte, aldus de verdediging.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit blijkt uit het dossier niet wat het oogmerk van de betrokken persoon is geweest en of er sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook kan niet worden gesproken van een voltooid delict, nu onduidelijk is in hoeverre er goederen zijn weggenomen.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit, ontbreekt het bewijs voor het oogmerk (de rechtbank begrijpt: opzet) op doodslag en een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

[getuige 1] (hierna: [getuige 1] ), wonende op [adres] te [woonplaats]2, heeft op 11 februari 2013 verklaard dat [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] , hierna: [slachtoffer 1] ) een paar dagen geleden bij zijn woning is geweest. [slachtoffer 1] vroeg aan [getuige 1] of hij iets bij hem neer mocht leggen.3 [slachtoffer 1] heeft toen ongeveer 7 zakken, 10 à 12 kilo, wiet in de woning van [getuige 1] gelegd.4

In verband met een Frans onderzoek werd in de periode van 7 februari 2013 tot en met 22 februari 2013 het Franse mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna:* [telefoonnummer] ), dat in gebruik is bij [A] , getapt. Dit nummer bleek contact te hebben met het Nederlandse nummer [telefoonnummer] (hierna: [telefoonnummer] ), in gebruik bij [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ). In de uitgeschreven tapgesprekken zijn de deelnemende personen aangeduid met “ [A] ” ( [A] ) en “ [slachtoffer 2] ” (NN- [naam] ).5 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat het gesprek op 10 februari 2013 te 13.43 uur door hem is gevoerd.6

Gesprek d.d. 10-2-2013 te 13.43.15 uur

[slachtoffer 2] : wil je net als toen of wil je beter?

(…)

[A] : ik wil hetzelfde als vijf en twee, heb je die gezien van 5200???

[slachtoffer 2] : ja

(…)

[A] : … Heb je mij iets gegeven in een plastic zakje?

[slachtoffer 2] : Hè??? Ja, ja

[A] : In het plastic, vijf en twee!!!

[slachtoffer 2] : Ja

[A] : Dat is die, ik wil die, heb je dat???

[slachtoffer 2] : Ja, ja het is voorradig

(…)

[A] : Goed, kijk naar de prijs en kijk hoeveel je mij wil geven, ik heb 62000

[slachtoffer 2] : (…) ik ga voor een goede prijs kijken en goed spul, goed???7

Gesprek d.d. 10-2-2013 te 17.42.26 uur

[A] : Is het je gelukt iets te krijgen???

[slachtoffer 2] : uh … tien en een half

(…)

[A] : naar Utrecht?

[slachtoffer 2] : Ja, kom meteen!!!8

Door [getuige 1] wordt op 11 februari 2013 verklaard dat [slachtoffer 1] de dag voor het verhoor (de rechtbank begrijpt: op 10 februari 2013) bij hem was gekomen. [slachtoffer 1] was in gezelschap van een onbekende vriend en een Franstalige man en vrouw.

Nadat het neefje van [getuige 1] , [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ), kwam, heeft [getuige 1] de woning verlaten. Van [slachtoffer 1] mocht het neefje van [getuige 1] het niet zien, daarom is hij weggestuurd.9 Voordat [getuige 1] naar buiten ging, heeft [slachtoffer 1] de wiet naar de woonkamer gebracht om het te wegen.10 De wiet werd gewogen in een zak per kilo.11 [getuige 1] verklaart dat hij behalve [slachtoffer 1] , zijn vriend (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) en de twee Fransen niemand bij de woning heeft gezien.12

[slachtoffer 1] verklaart dat hij samen met [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) en een Franse man en vrouw13 naar het huis van [getuige 1] in Montfoort is gereden.14 Nadat [getuige 1] naar buiten was gegaan, richtte de Franse man een revolver op hen.15 [slachtoffer 1] verklaart dat hij en [slachtoffer 2] hun handen in de lucht moesten doen, dat hij zijn jas moest uitdoen zodat de vrouw hem kon fouilleren, dat de vrouw hem en [slachtoffer 2] fouilleerde, dat de Franse man toen tegen de vrouw zei dat ze hen moest vasttapen en dat de vrouw tape uit haar tas haalde.16 [slachtoffer 2] verklaart dat de vrouw zijn armen op de rug deed en zijn onderarmen aan elkaar vast tapete. [slachtoffer 2] zag dat ze dit ook bij [slachtoffer 1] deed.17 [slachtoffer 1] hoorde dat de Fransman op dreigende toon om de sleutels van de auto vroeg.18 De man zei: “I kill you, I kill you”.19 [slachtoffer 2] zag dat de vrouw in hun jaszakken zocht.20 [slachtoffer 1] zag dat de man de revolver constant op hen gericht hield. Toen de man bij het keukenblok stond, vloog [slachtoffer 2] de man aan.21 [slachtoffer 2] verklaart dat, toen hij op de man af sprong, de man schoot en hij in zijn rechterarm geraakt werd. De man schoot meerdere keren.22 Ook [slachtoffer 1] sprong op de Fransman. [slachtoffer 1] hoorde een knal en zag iets langs zijn nek gaan. Hij voelde dat hij geraakt werd door een kogel.23 De vrouw pakte een schaar en begon op hen in te steken.24

[slachtoffer 1] werd daarbij geraakt in zijn hoofd en in zijn schouders.25 Vervolgens kwam de man op [slachtoffer 2] af en sloeg hem hard op zijn hoofd.26

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij niet precies weet hoe vaak hij geopereerd is. Hij heeft een schotwond in zijn arm; de kogel zal hier niet uit worden gehaald.27 Verder is op 19 februari 2013 geconstateerd dat bij [slachtoffer 2] sprake is van steekwonden in het hoofd en in de rechterhand.28 Door [slachtoffer 1] is verklaard dat hij twee schotwonden heeft opgelopen, één in zijn nek en één in zijn buik.29

[getuige 1] is samen met [getuige 2] in de auto van de vriend van [slachtoffer 1] gaan zitten. De sleutels van deze auto, een Seat Leon, heeft [getuige 1] opgehaald bij [slachtoffer 1] .30

Na enige tijd zag [getuige 1] dat [slachtoffer 1] gewond naar buiten kwam. [getuige 1] wilde in de woning gaan kijken, maar kwam niet verder dan de voordeur, want op dat moment zag hij de Franstalige man staan met een pistool in zijn hand.31

[getuige 2] heeft verklaard dat hij samen met [getuige 1] in een auto zat toen [slachtoffer 1] naar buiten kwam. [getuige 2] zag dat er vervolgens een andere man naar buiten kwam. De man richtte een pistool op hem en zei: “dégage”.32 De Nederlandse vertaling van “dégage” is “wegwezen”.33

Toen de Fransen weg waren, heeft [getuige 1] de wiet uit de kledingkast gehaald en heeft die onder het afdakje34 van het fietsenhok gezet.35 De zakken wiet die in de woonkamer stonden, lagen er toen niet meer.36

Verbalisant [verbalisant] komt op 10 februari 2013 omstreeks 23.51 uur ter plaatse op het adres [adres] in [woonplaats] en treft daar twee mannen aan met een bebloed gezicht. Hij ziet om de polsen van één van deze mannen grijs ducktape hangen. Deze man blijkt later te zijn: [slachtoffer 1] . De andere man, [slachtoffer 2] , verklaart dat zij door een man en een vrouw uit Frankrijk zijn gestoken en dat deze man en vrouw vervolgens zijn weggereden in de auto van [slachtoffer 2] .37 De auto, een Seat Leon, blijkt door [slachtoffer 2] gehuurd te zijn.38

Op 11 februari 2013 om 1.00 uur wordt forensisch onderzoek ingesteld in de woning aan de [adres] in [woonplaats] .39 In de woonkamer wordt een strijkbout aangetroffen die aanstaat en warm is. Verder worden in de woning strijkzakken aangetroffen. In één van deze

strijkzakken zijn gedroogde henneptoppen aanwezig. In de keuken, onder een koelkast, ligt een bril.40

De strijkzak met henneptoppen die in de woning is aangetroffen, wordt voorzien van het spoornummer 17 en goednummer 828451.41 De hennep in deze strijkzak is getest42 en gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, de werkzame stof in hennep en hasjiesj, vermeld op lijst II van de Opiumwet.43

Op 13 februari 2013 is een forensisch onderzoek naar sporen verricht in een personenauto van het merk Seat, type Leon, voorzien van kenteken [kenteken] .44 Op het stuur van de personenauto werden bloeddruppeltjes aangetroffen. Deze zijn bemonsterd en veilig gesteld onder het nummer AAFP0704NL.45 Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat het DNA-profiel van de medeverdachte [medeverdachte] matcht met de DNA-(meng)profielen van het celmateriaal in de bemonstering AAFP0704NL van een stuurwiel.46

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij in een appartement is geweest.47 Daar is hij, tijdens een gevecht, zijn bril verloren. De politie toont de medeverdachte [medeverdachte] een foto van de bril die is aangetroffen in de woning aan de [adres] in [woonplaats] .48,49 Medeverdachte [medeverdachte] herkent op die foto zijn bril, die hij is kwijtgeraakt tijdens het gevecht.50

In de woning aan de [adres] te [woonplaats] is een rol ducktape aangetroffen. De rol ducktape is voorzien van spoornummer 19 en SIN AAFD7442NL.51 De kartonnen rol van de ducktape (SIN AAFD7442NL #02) bevat een DNA-mengprofiel met het afgeleide DNA-hoofdprofiel van een onbekende vrouw.52 Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] matcht met dit afgeleide DNA-hoofdprofiel. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen vrouw met dit afgeleide DNA-hoofdprofiel matcht is kleiner dan één op één miljard.53

De aangetroffen ducktape is van het merk “Plasto”, wordt gefabriceerd in Frankrijk en is in Europa verkrijgbaar in de landen Frankrijk, Spanje en Slowakije.54

Door [getuige 1] wordt op 11 februari 2013 verklaard dat het signalement van de vrouw als volgt is: soort Surinaamse, Antilliaanse vrouw, lang zwart haar, ongeveer 1.60-1.70 m, mollig postuur. Medeverdachte [medeverdachte] en de vrouw spraken Frans met elkaar.55

Door [slachtoffer 2] wordt op 12 februari 2013 verklaard dat sprake was van een mollige negroïde vrouw, ongeveer 30 jaar oud, die Frans sprak.56

Nader onderzoek wees uit dat [verdachte] een Facebook account heeft. Op haar Facebookaccount stond een profielfoto met daarop twee vrouwen. De vrouw aan de linkerzijde voldoet aan het door [getuige 1] en [slachtoffer 2] gegeven signalement. Op het Facebook account staat verder vermeld dat [verdachte] Parijs als woonplaats heeft en dat zij uit Dakar komt.57

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Wat betreft de door de verdediging ingenomen standpunten overweegt de rechtbank als volgt.

Onrechtmatig verkregen bewijs?

De rechtbank acht de LIRC-informatie te vergelijken met CIE-informatie. Het is vaste jurisprudentie dat CIE-informatie en zelfs anonieme informatie een redelijk vermoeden van schuld, als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering, kan opleveren.

De vraag of (louter) CIE-informatie in het concrete geval voldoende is voor de inzet van dwangmiddelen en/of bijzondere opsporingsbevoegdheden zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Bij die afweging spelen verschillende factoren een rol, onder andere of de informatie voldoende concreet naar tijd, plaats en strafbare gedraging is, de mate waarin de CIE-informatie wordt bevestigd of ondersteund door andere tactische informatie, en de ernst van het feit in relatie tot de aard en de zwaarte van de toe te passen bevoegdheid.

In het geval van verdachte was de LIRC-informatie concreet naar plaats en strafbare gedraging. Voorts werd deze informatie op andere punten onderbouwd met andere gegevens uit het lopende onderzoek.

Naar het oordeel van de rechtbank was er onder deze omstandigheden op het moment dat er besloten werd een nader onderzoek in te stellen naar verdachte sprake van een redelijk vermoeden van schuld. Er is dus geen reden om het DNA-bewijs uit te sluiten van het bewijs . De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer van de verdediging .

Is het DNA-spoor een daderspoor?

Voor de aanwezigheid van haar DNA op de in de woning aan de [adres] te [woonplaats] aangetroffen rol ducktape, heeft verdachte geen verklaring willen geven. Op zich staat het haar vrij om van haar zwijgrecht gebruik te maken. De aanwezigheid van haar DNA schreeuwt evenwel om een aannemelijke uitleg . Nu deze uitleg achterwege is gebleven, leidt de aanwezigheid van het DNA-materiaal op de aangetroffen tape op de plaats delict in samenhang met de verklaring van [slachtoffer 1] dat de betrokken vrouw tape uit haar tas haalde en de verdere inhoud van de bewijsmiddelen naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat het DNA-spoor als een daderspoor kan worden aangemerkt. Dat in de woning noch in de Peugeot 307 sporen van verdachte zijn aangetroffen, doet daar niet aan af.

Is sprake van medeplegen?

Gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wat betreft beide feiten sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op het feit dat zij beiden aanwezig waren, dat zij allebei voorbereid waren in die zin dat verdachte een rol ducktape in haar tas had en medeverdachte [medeverdachte] een wapen bij zich droeg, dat zij allebei geweld hebben gebruikt, dat verdachte handelde naar aanleiding van instructies van haar medeverdachte en dat zij gezamenlijk zijn gevlucht.

Is daadwerkelijk hennep gestolen?

De rechtbank acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat mede door verdachte een hoeveelheid hennep is gestolen. De rechtbank stelt daarbij allereerst vast dat door de politie zowel in de woning als in het fietsenhok enkele zakken met hennep zijn aangetroffen. [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] een hoeveelheid wiet uit de kledingkast heeft gehaald en in de woonkamer heeft gelegd. Toen [getuige 1] na het schietincident in de woning kwam, heeft hij deze zakken niet meer in de woonkamer aangetroffen. Verder blijkt uit het dossier dat kort voor de ontmoeting van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] met de Franstalige personen een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen het telefoonnummer van [slachtoffer 2] ( [telefoonnummer] ) en het nummer van de Franse contactpersoon (* [telefoonnummer] ), [A] . Dit is het laatste telefonische contact tussen beide telefoonnummers. In dit gesprek wordt aan [telefoonnummer] gevraagd of het gelukt is iets te krijgen. Daarop wordt geantwoord: “uh … tien en een half”. Gelet op de inhoud van deze tapgesprekken, de verklaringen van [getuige 1] en de bevindingen ter plaatse, is de rechtbank van oordeel dat deze gesprekken zien op de verkoop van hennep. De opmerking dat er ‘tien en half’ voorradig is, wordt bevestigd door de verklaring van [getuige 1] die verklaart over ongeveer 10 tot 12 kilogram.

Wanneer de politie ter plaatse komt, wordt ruim 6,5 kilogram hennep aangetroffen in de woning en het fietsenhok. De rechtbank leidt hieruit, en uit de verklaring van [getuige 1] dat uit de woonkamer zakken wiet weg waren, af dat door verdachte en haar medeverdachte een hoeveelheid hennep is gestolen.

Is het geweld gepleegd in verband met de diefstal?

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank ook af dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op het adres [adres] te [woonplaats] langs kwamen voor drugs, dat zij vervolgens geweld hebben gebruikt om die drugs te stelen en geweld hebben gebruikt om te vluchten. Uit het dossier blijkt niet dat zij voor die drugs hebben betaald. Verdachte en haar medeverdachte hadden derhalve wel degelijk het oogmerk op de diefstal met geweld.

Voorwaardelijk opzet ten aanzien van feit 2

Van voorwaardelijk opzet op de dood is sprake als uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en haar medeverdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat door hun handelen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zouden komen te overlijden. De vraag of sprake is geweest van een ‘aanmerkelijke kans’, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer betekenis toekomt aan de aard van de handeling en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Niet alleen is vereist dat verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijk kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat zij die kans ten tijde van zijn gedraging bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicatie – niet anders kan dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat medeverdachte op enig moment ter hoogte van het keukenblok stond en zijn vuurwapen richtte op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] die zich in dezelfde ruimte bevonden. Op het moment dat [slachtoffer 2] op medeverdachte afsprong, schoot medeverdachte, waardoor [slachtoffer 2] in zijn arm werd geraakt. Hierna heeft medeverdachte nog verschillende keren geschoten, waarbij [slachtoffer 1] is geraakt in zijn nek en in zijn buik.

Uit het voorgaande blijkt dat medeverdachte een geladen wapen heeft gericht op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Op het moment dat het tot een confrontatie is gekomen, heeft medeverdachte de trekker van zijn wapen overgehaald. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bevonden zich in dezelfde ruimte en op korte afstand van medeverdachte.

De hiervoor genoemde handelingen van medeverdachte zijn zozeer gericht op de dood van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dat het niet anders kan dan dat medeverdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg heeft aanvaard. Dit geldt evenzeer voor de handelingen die zijn gepleegd door de verdachte. Het is evident dat het insteken met een schaar op het hoofd en de hals, waar zich onder meer slagaders bevinden, dodelijk kan aflopen. De hiervoor genoemde handelingen van verdachte zijn zozeer gericht op de dood van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dat het niet anders kan dan dat ook verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg heeft aanvaard.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat bij verdachte en medeverdachte sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot doodslag. Het verweer van de raadsman op dit punt faalt derhalve.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

Primair

zij op of omstreeks 10 februari 2013 te Montfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid (gedroogde) hennep van (ongeveer) zestig kilogram en/of (een) geld(bedrag) en/of een auto (merk Seat) en/of (een) (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- doen (bewegen) van de (onder)arm(en)/pols(en) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op/naar diens/dier rug(gen) en/of (vervolgens) vastmaken/vastbinden van de

(onder)arm(en)/pols(en) met zogeheten ducktape, althans tape, en/of

- vragen op dreigende toon aan die [slachtoffer 1] om een/de autosleutel en/of

- nazoeken/onderzoeken op aanwezigheid van een/de autosleutel in/van de (jas)zak(ken) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- richten en/of gericht houden van een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] en/of

- (meermalen) schieten met een/dat vuurwapen op/in/langs de hals en/of de nek

en/of in de buik(streek) van die [slachtoffer 1] en/of

- (meermalen) schieten met een/dat vuurwapen in de arm(en) en/of op/in het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- richten en/of gericht houden van een vuurwapen op die [getuige 1] en/of die [getuige 2] en/of toevoegen tegen die [getuige 2] de volgende woorden:

"dégage" -waarvan de Nederlandse vertaling is "wegwezen"- en/of

- slaan op het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- (meermalen) insteken met een schaar, althans een soortgelijk voorwerp,

op/in het hoofd en/of in een/de (rechter)hand van die [slachtoffer 2] en/of op/in de

hals, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

welk feit zwaar lichamelijk letsel te weten

- (een) schotwond(en) in de buik, althans het lichaam en/of een of meer

steekwond(en) voor die [slachtoffer 1] en/of

- (een) schotwond(en) in een/de arm(en) en/of het lichaam en/of een of meer

steekwond(en) in het hoofd en/of in een/de (rechter)hand voor die [slachtoffer 2]

ten gevolge heeft/hebben gehad;

2.

zij op of omstreeks 10 februari 2013 te Montfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende zij, verdachte, en/of (één of meer van) haar

mededader(s)

- de volgende woorden "kill you" aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

toegevoegd en/of

- een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gericht (gehouden) en/of

- met een/dat vuurwapen op/in/langs de hals en/of de nek van die [slachtoffer 1] geschoten en/of in de buik van die [slachtoffer 1] geschoten en/of

- met een/dat vuurwapen in de arm(en) en/of op/in het lichaam van die [slachtoffer 2]

geschoten en/of

- (meermalen) met een schaar in de hals van die [slachtoffer 1] en/of in het hoofd van die [slachtoffer 2] ingestoken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

1. primair:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf

de vlucht mogelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit

zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

2.

medeplegen van een poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 primair en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Mocht de rechtbank tot ander oordeel komen, dan heeft de verdediging betoogd dat verdachte nog nooit in Nederland of daarbuiten voor een geweldsdelict is veroordeeld, dat zij in januari 2015 moeder is geworden en dat zij zo spoedig mogelijk haar zorgtaken wil gaan uitoefenen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewelddadige ripdeal.

De slachtoffers zijn in de woning, waar afspraken zouden worden gemaakt over een hennepdeal, door medeverdachte bedreigd met een vuurwapen, waarna de slachtoffers door de verdachte zijn vastgebonden met tape. Op het moment dat de slachtoffers zich van de tape hadden bevrijd en op medeverdachte afsprongen, heeft medeverdachte hen meermalen met het vuurwapen beschoten. De slachtoffers zijn daarbij geraakt in hun arm, hals en buik.

Vervolgens zijn de slachtoffers door verdachte gestoken met een schaar in hun hoofd en in hun schouder. Verdachte en medeverdachte zijn daarna met een hoeveelheid hennep en de huurauto van één van de slachtoffers gevlucht.

Verdachte heeft zich bij deze ripdeal erg gewelddadig gedragen en heeft kennelijk slechts oog gehad voor haar eigen gewin. Dat er geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen, is niet aan verdachte te danken. Verdachte heeft deze twee slachtoffers, en ook de slachtoffers die van dit incident getuige zijn geweest, psychische schade berokkend. Dit soort feiten dragen bij aan gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie, waaruit volgt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld. Uit het dossier blijkt dat verdachte in Australië wel met justitie in aanraking is gekomen ter zake van drugsdelicten.

Gelet op de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur.

De rechtbank heeft gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden. Omdat verdachte ter zake van het ten laste gelegde niet in voorarrest heeft gezeten, is aftrek in het kader van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht niet aan de orde.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De benadeelde partij [getuige 1]

De vordering van [getuige 1] strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 1 ten laste gelegde, te weten een totaalbedrag van € 1.350,00, waarvan € 600,00 ter zake van materiële schade en € 750,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de executiekosten en de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van een bedrag van € 400,00 gevorderd, conform het oordeel van de rechtbank in de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] .

De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat [getuige 1] niet gecompenseerd dient te worden voor het feit dat hij zijn woning voor criminele doeleinden ter beschikking stelde, en dat de materiële schade bovendien onvoldoende is onderbouwd. Voorts staat het lijden van immateriële schade niet vast. De vordering dient derhalve te worden afgewezen.

De raadsman heeft voorts verzocht geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen, omdat verdachte geen inkomen of vermogen heeft.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij, [getuige 1] , als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 400,00 (vierhonderd euro), bestaande uit materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2013. De rechtbank wijst dit deel van de vordering hoofdelijk toe.

De rechtbank wijst de gevorderde materiële schade voor het overige af, nu [getuige 1] door zijn handelen ook zelf een aandeel in het ontstaan van de schade heeft gehad.

De gevorderde immateriële schade is door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd.

Behandeling van dit restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Gelet op de hoogte van het toegewezen bedrag en gelet op het feit dat de rechtbank geen informatie heeft over de feitelijke financiële positie van verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De vordering van [slachtoffer 2] strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, te weten een totaalbedrag van € 5.000,00, waarvan € 1.500,00 ter zake van materiële schade en € 3.500,00 ter zake van immateriële schade.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.000,00 aan immateriële schade gevorderd, conform het oordeel van de rechtbank in de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] .

De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De raadsman heeft voorts verzocht geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen, omdat verdachte geen inkomen of vermogen heeft.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , als gevolg van het hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.000,00 (duizend euro), bestaande uit immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De rechtbank wijst dit deel van de vordering hoofdelijk toe.

Voor het overige is de gevorderde materiële en immateriële schade door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Behandeling van dit restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Gelet op de hoogte van het toegewezen bedrag en gelet op het feit dat de rechtbank geen informatie heeft over de feitelijke financiële positie van verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

9.3

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De vordering van [slachtoffer 1] strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, te weten een totaalbedrag van € 6.735,00, waarvan € 1.735,00 ter zake van materiële schade en € 3.500,00 ter zake van immateriële schade.

De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.000,00 aan immateriële schade gevorderd, inclusief rente, alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De raadsman heeft voorts verzocht geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen, omdat verdachte geen inkomen of vermogen heeft.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , als gevolg van het hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.000,00 (duizend euro) aan immateriële schade, en op € 865,00 (achthonderd en vijfenzestig euro) aan materiële schade. Daarbij acht de rechtbank aannemelijk dat benadeelde partij kosten heeft gehad in de vorm van betaling van het eigen risico voor 2013 en 2014 (€ 360,00 respectievelijk € 365,00) en vervoerskosten (€ 140,00).

De vordering kan dan ook tot een bedrag van € 1.865,00 worden toegewezen. De rechtbank wijst dit deel van de vordering hoofdelijk toe.

Voor het overige is de gevorderde materiële en immateriële schade door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Behandeling van dit restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Gelet op de hoogte van het toegewezen bedrag en gelet op het feit dat de rechtbank geen informatie heeft over de feitelijke financiële positie van verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 47, 57, 287 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

feit 2:

medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;

Benadeelde partij [getuige 1] , feit 1

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [getuige 1] van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 februari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- wijst de gevorderde materiële en immateriële schade voor het overige af;

- bepaalt dat voor zover het bedrag van € 400,00 door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [getuige 1] , € 400,00 (zegge vierhonderd euro) aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 februari 2013, bij niet betaling te vervangen door 8 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van die hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [slachtoffer 2] , feit 1 en 2

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [slachtoffer 2] van € 1.000,00 (zegge: duizend euro) ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voor zover het bedrag van € 1.000,00 door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] , € 1.000,00 (zegge duizend euro) aan de Staat te betalen, bij niet betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van die hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [slachtoffer 1] , feit 1 en 2

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [slachtoffer 1] van € 1.865,00 (zegge: achttienhonderd en vijfenzestig euro), te weten € 865,00 ter zake van materiële schade en € 1.000,00 ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voor zover het bedrag van € 1.865,00 door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] € 1.865,00 (zegge achttienhonderd en vijfenzestig euro) aan de Staat te betalen, bij niet betaling te vervangen door 28 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van die hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Ebbens, voorzitter,

mrs. M .S. Koppert en V. M .A. Sinnige, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juli 2015.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

zij op of omstreeks 10 februari 2013 te Montfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid (gedroogde) hennep van (ongeveer) zestig kilogram en/of (een) geld(bedrag) en/of een auto (merk Seat) en/of (een) (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- doen (bewegen) van de (onder)arm(en)/pols(en) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op/naar diens/dier rug(gen) en/of (vervolgens) vastmaken/vastbinden van de

(onder)arm(en)/pols(en) met zogeheten ducktape, althans tape, en/of

- vragen op dreigende toon die [slachtoffer 1] om een/de autosleutel en/of

- nazoeken/onderzoeken op aanwezigheid van een/de autosleutel in/van de (jas)zak(ken) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- richten en/of gericht houden van een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] en/of

- ( meermalen) schieten met een/dat vuurwapen op/in/langs de hals en/of de nek

en/of in de buik(streek) van die [slachtoffer 1] en/of

- ( meermalen) schieten met een/dat vuurwapen in de arm(en) en/of op/in het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- richten en/of gericht houden van een vuurwapen op die [getuige 1] en/of die [getuige 2] en/of toevoegen tegen die [getuige 2] de volgende woorden:

"dégage" -waarvan de Nederlandse vertaling is "wegwezen"- en/of

- slaan op het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- ( meermalen) insteken met een schaar, althans een soortgelijk voorwerp,

op/in het hoofd en/of in een/de (rechter)hand van die [slachtoffer 2] en/of op/in de

hals, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

welk feit zwaar lichamelijk letsel te weten

- ( een) schotwond(en) in de buik, althans het lichaam en/of een of meer

steekwond(en) voor die [slachtoffer 1] en/of

- ( een) schotwond(en) in een/de arm(en) en/of het lichaam en/of een of meer

steekwond(en) in het hoofd en/of in een/de (rechter)hand voor die [slachtoffer 2] ten

gevolge heeft/hebben gehad;

art 312 lid 2 ahf en onder 4 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

zij op of omstreeks 10 februari 2013 te Montfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een hoeveelheid van (ongeveer) zestig kilogram hennep en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en / of te doen vergezellen en / of te doen volgen van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- de (onder)arm(en)/pols(en) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op/naar diens/dier rug(gen) heeft/hebben doen bewegen/bewogen en (vervolgens) de (onder)arm(en)/pols(en) met zogeheten ducktape, althans tape, heeft/hebben vastgemaakt/vastgebonden en/of

- op dreigende toon die [slachtoffer 1] om een/de autosleutel heeft/hebben gevraagd en/of

- de (jas)zak(ken) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op aanwezigheid van

een/de autosleutel heeft/hebben nagezocht/onderzocht en/of

- een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- met een/dat vuurwapen op/in/langs de hals en/of de nek en/of in de buik(streek) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of

- ( meermalen) met een/dat vuurwapen in de arm(en) en/of op/in het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geschoten en/of

- een vuurwapen op die [getuige 1] en/of die [getuige 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of tegen die [getuige 2] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: "dégage" -waarvan de Nederlandse vertaling "wegwezen" is- en/of

- op het hoofd van die [slachtoffer 2] heeeft/hebben geslagen en/of

- ( meermalen) met een schaar, althans een soortgelijk voorwerp, op/in het hoofd en/of in een/de (rechter)hand van die [slachtoffer 2] en/of op/in de hals, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestoken,

welk feit zwaar lichamelijk letsel te weten

- ( een) schotwond(en) in de buik, althans het lichaam en/of een of meer steekwond(en) voor die [slachtoffer 1] en/of

- ( een) schotwond(en) in een/de arm(en) en/of het lichaam en/of een of meer steekwond(en) in het hoofd en/of in een/de (rechter)hand voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft/hebben gehad,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 312 lid 2 ahf en onder 4 Wetboek van strafrecht

art 47 lid 1 afh sub 1 Wetboek van strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 10 februari 2013 te Montfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende zij, verdachte, en/of (één of meer van) haar

mededader(s)

- de volgende woorden "kill you" aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

toegevoegd en/of

- een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gericht (gehouden) en/of

- met een/dat vuurwapen op/in/langs de hals en/of de nek van die [slachtoffer 1] geschoten en/of in de buik van die [slachtoffer 1] geschoten en/of

- met een/dat vuurwapen in de arm(en) en/of op/in het lichaam van die [slachtoffer 2]

geschoten en/of

- ( meermalen) met een schaar in de hals van die [slachtoffer 1] en/of in het hoofd van die [slachtoffer 2] ingestoken,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier nummer 2014084176D (onderzoek 097WIJK), te weten ordner I tot en met V (pagina 1 tot en met 1366), ordner VI (pagina 1 tot en met 141 en A tot en met 311) en order VII en VIII (pagina 1 tot en met 610) en het proces-verbaal nummer 2014084176E (pagina 1367 tot en met 1436) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 11 februari 2013, p. 91.

3 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 11 februari 2013, p. 92.

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 11 februari 2013, p. 93.

5 Het proces-verbaal, d.d. 10 juli 2014, p. 746.

6 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 4 juli 2013, p. 326.

7 Uitgeschreven tapgesprek nummer 115, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal, d.d. 10 juli 2014, p. 751.

8 Uitgeschreven tapgesprek nummer 168, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal, d.d. 10 juli 2014, p. 753.

9 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 11 februari 2013, p. 95.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris, d.d. 25 november 2014, p. 2.

11 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 13 februari 2013, p. 102.

12 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris, d.d. 25 november 2014, p. 3.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 178.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 13 februari 2013, p. 146.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 179.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] d.d. 13 februari 2013, p. 159.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 12 februari 2013, p. 237.

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 179.

19 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, d.d. 26 november 2014, p. 2.

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 12 februari 2013, p. 237.

21 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 179.

22 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 12 februari 2013, p. 237.

23 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 179.

24 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 12 februari 2013, p. 237.

25 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 179.

26 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 12 februari 2013, p. 237.

27 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] , d.d. 12 februari 2013, p. 237.

28 Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring, d.d. 22 april 2013, p. 607.

29 Het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [slachtoffer 1] , d.d. 19 februari 2013, p. 590.

30 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 13 februari 2013, p. 102.

31 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 11 februari 2013, p. 96.

32 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , d.d. 13 februari 2013, p. 650.

33 Feit van algemene bekendheid.

34 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 21 februari 2013, p. 107.

35 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 11 mei 2013, p. 121.

36 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] , d.d. 21 februari 2013, p. 111.

37 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 februari 2013, p. 628.

38 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 februari 2013, p. 675.

39 Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 8 maart 2013, p. 797.

40 Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 8 maart 2013, p. 800

41 Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 8 maart 2013, p. 800 en 844.

42 Het proces-verbaal, Rapport Opiumwet, d.d. 14 februari 2013, p. 993.

43 Het proces-verbaal, Rapport Opiumwet, d.d. 14 februari 2013, p. 994.

44 Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 15 februari 2013, p. 970.

45 Het proces-verbaal sporenonderzoek, d.d. 15 februari 2013, p. 971.

46 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 2 september 2014, p. 1077.

47 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , d.d. 12 april 2014, p. 373.

48 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , d.d. 16 april 2014, p. 395.

49 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 26 februari 2013, p. 761 en 763.

50 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , d.d. 16 april 2014, p. 395, 396.

51 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 8 maart 2013, p. 807, 846 en 847.

52 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 12 april 2013, p. 1058.

53 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 17 juni 2014, p. 537

54 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juni 2013 met bijlagen, p. 772, 774, 777.

55 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1] d.d. 11 februari 2013, p. 94

56 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 2] d.d. 12 februari 2013, p. 239

57 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 augustus 2013, p. 770-771.