Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5509

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-07-2015
Datum publicatie
24-07-2015
Zaaknummer
16/701315-14 en 16/661945-14 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:823, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 23-jarige man uit Amsterdam tot 13 jaar cel en een 24-jarige man uit Amsterdam tot 11 jaar cel. De twee verdachten waren betrokken bij een gewelddadig woningoverval en schietpartij op 12 mei 2014 in Utrecht.

Woningoverval

Bij de woningoverval vielen vier gemaskerde mannen de woning binnen en hielden de familie -vader, moeder, vier kinderen en oma- onder dreiging van vuurwapens in bedwang. De vader en moeder werden bovendien mishandeld.

Vuurgevecht

Na de overval vond buiten een vuurgevecht met de politie plaats. Bij de schotenwisseling werd door de overvallers met een machinegeweer en een Kalasjnikov gericht op agenten geschoten. De rechtbank oordeelt dat hier sprake is van een poging tot gekwalificeerde doodslag. Welke overvallers precies hebben geschoten kan niet vastgesteld worden. Toch houdt de rechtbank beide verdachten wel als medeplegers verantwoordelijk voor het schieten.

Uitgaansgeweld

De 23-jarige verdachte wordt daarnaast ook veroordeeld voor een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel op 19 april 2014 bij een café in Amsterdam.

Traumatische ervaring

De verdachten zijn zeer berekenend te werk gegaan en hebben het gebruik van geweld niet geschuwd. De overval moet een bijzonder traumatische ervaring voor de familie zijn geweest. Ook voor de betrokken politieagenten, buurtbewoners en andere direct betrokkenen moeten de overval en de schietpartij diepe indruk hebben gemaakt. Daarbij komt dat de rechtbank de mate waarin de overval was georganiseerd als strafverzwarend beschouwt.

Strafmaat

De rechtbank veroordeelt de 24-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van elf jaar. Deze verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. In zijn nadeel weegt de rechtbank mee dat de verdachte op geen enkele wijze verantwoording heeft willen afleggen.

De rechtbank vindt het bijzonder zorgelijk dat de 23-jarige verdachte, ondanks eerdere zware straffen en behandeling, toch weloverwogen heeft besloten om deel te nemen aan de overval. Omdat hij zich bovendien schuldig heeft gemaakt aan uitgaansgeweld, veroordeelt de rechtbank hem tot een gevangenisstraf van 13 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701315-14 en 16/661945-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 juli 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1991] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in PI Nieuwegein, HvB locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015 en 9 juli 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door

mr. B.L.M. Ficq, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

De behandeling van de zaak van verdachte heeft gelijktijdig maar niet gevoegd plaatsgevonden met de zaak van medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 16/705519/14).

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting van 21 april 2015 gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Inzake parketnummer 16/701315-14

1. op 12 mei 2014 te Utrecht met anderen een gewapende overval heeft gepleegd op een woning waarbij de bewoners met wapens zijn bedreigd, fysiek zijn mishandeld en waarbij diverse goederen zijn weggenomen;

2. op 12 mei 2014 te Utrecht met anderen een gewapende overval heeft gepleegd op een woning waarbij de bewoners met wapens zijn bedreigd, fysiek zijn mishandeld en waarbij één van de bewoners tot afgifte van een ketting is gedwongen;

3. op 12 mei 2014 te Utrecht samen met anderen heeft gepoogd twee verbalisanten van het leven te beroven door met vuurwapens in de richting van de verbalisanten te schieten, welke poging werd voorafgegaan door een gewapende overval;

4. op 12 mei 2014 te Utrecht een aantal personen van hun vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden.

Inzake parketnummer 16/661945-14

1. op 19 april 2014 te Amsterdam met anderen heeft getracht om [slachtoffer 1] zwaar te mishandelen, althans (subsidiair) openlijk geweld jegens [slachtoffer 2] heeft gepleegd, althans (meer subsidiair) [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

2. op 19 april 2014 te Amsterdam [slachtoffer 3] heeft mishandeld;

3. op 19 april 2014 te Amsterdam [slachtoffer 3] heeft bedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 1 van parketnummer 16/661945-14 ten laste gelegde tot vrijspraak gerekwireerd. De officier van justitie acht voor het overige wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Inzake parketnummer 16/701315-14

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging is van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte feit 3 – het medeplegen van een poging tot doodslag op de agenten – heeft begaan. De raadsvrouw heeft daartoe ten eerste aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat er in de richting van de agenten is geschoten. Door het ontbreken van dit bewijs zal gespeculeerd moeten worden over de gevaarzetting van de schoten en over het door onbekenden aanvaarden van de op basis van speculaties aangenomen aanmerkelijke kans. Ten tweede heeft zij aangevoerd dat verdachte zelf geen geweldshandeling jegens de politie heeft verricht; een voorafgaande aanvaarding van een aanmerkelijke kans op een dergelijke escalatie kan niet bewezen worden. Het bewijs voor individueel opzet gericht op het medeplegen en op het grondfeit ontbreekt.

Inzake parketnummer 16/661945-14

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor feit 1 primair en subsidiair, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen 1

4.3.1

Inleiding

Op 12 mei 2014 vond omstreeks 0.30 uur een woningoverval plaats op het adres [adres] in [woonplaats] . Vier gemaskerde mannen waren de woning binnengevallen en hielden de familie [X] – vader, moeder, kinderen en oma – onder dreiging van vuurwapens in bedwang. De vader en moeder werden bovendien mishandeld. Na de overval heeft buiten de woning, langs en op de weg een vuurgevecht met de politie plaatsgevonden. De overvallers zijn vervolgens gevlucht en weggereden in de richting van de Waterlinieweg.

Inzake parketnummer 16/701315-14 feiten 1, 2 en 4 (woningoverval)

4.3.2

Opsomming bewijsmiddelen

Aangezien verdachte de ten laste gelegde feiten heeft bekend voor zover die feiten door de rechtbank bewezen worden geacht, en de raadsvrouw (in zoverre) geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 9 juli 2015;

- het proces-verbaal van aangifte en de aanvullende verklaring van [aangever] .2

- het proces-verbaal van aangifte en de aanvullende verklaring van [aangeefster] .3

Inzake parketnummer 16/701315-14 feit 3 (schietincident)

4.3.3

Verklaring van de verdachte

Verdachte heeft bij de politie - zakelijk weergegeven - het volgende verklaard:

Mij was voor de overval verteld dat het om Chinese mensen ging4, die veel geld hadden. De anderen hadden alles al bekeken en hen gevolgd. Ze hadden verteld dat het om een echtpaar ging en twee beveiligers.5 Het was onder andere mijn taak om de bewapende beveiligers onder schot te houden en hun wapens af te pakken.6 Die zondag zijn wij een uur of twee tevoren bij elkaar gekomen. Wij zijn met de auto die later is teruggevonden vanuit Amsterdam vertrokken. Er waren vier wapens. Iedereen had een wapen.7 Er is in de woning in de tv geschoten. Voor en na het schieten werd er geroepen dat wij geld wilden.8

Toen wij geschreeuw hoorden zijn wij weggerend. Ik volgde de andere jongens naar de achtertuin. De andere jongens klommen allemaal over het hek. Ik hoorde de politie “stop” roepen. Ik draaide mij om, zag niemand, draaide mij weer om om over het hek te springen en werd vervolgens neergeschoten. Ik ben vervolgens naar de auto gevlucht.9 Eén van de jongens was hem gesmeerd. Wij reden met zijn drieën weg in de auto.10

4.3.4

Verklaringen van de verbalisanten

Verbalisant bekend onder nummer 790441 heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

Op 12 mei 2014 omstreeks 00.40 uur kwam een melding van mogelijke vechtpartij op adres [adres] te [woonplaats] bij mr [X] binnen.11

De voordeur van de woning ging open en een Chinese man riep: “Overval, overval” Hij zei dat de daders via de achterkant wegvluchtten. Ik ben naar de achterzijde van de woning gerend. Ik zag een zwarte schim. Ik riep met luide stem meerdere malen “politie, politie, staan blijven”. De schim dook de bosschages in en ik dook erachter aan. Ik zag dat de schim een persoon was en stopte. Ik zag dat de persoon een bivakmuts droeg. Van een afstand van 1 meter zag ik dat de persoon een voorwerp vasthield. Op de manier waarop hij dit vasthield dacht ik meteen aan een jachtgeweer. Ik zag dat de persoon zich in mijn richting draaide en dacht dat hij zou schieten. Ik trok mijn dienstwapen en heb op de persoon geschoten.12

Nadat ik had geschoten ben ik onmiddellijk weggerend naar de voorzijde van de woning om dekking te zoeken. Ik ben via de voorzijde van de woning de tuin uit gerend. Ik ben vervolgens linksaf gelopen naar de [adres] . Op de hoek heb ik bij de parkeerplaats bij het tuinhek dekking gezocht. Ik ben toen op mijn knieën gaan zitten. Ik zag dat 768849 op straat stond en meerdere schoten afvuurde in de richting van de Waterlinieweg. Nadat ik hem zag schieten hoorde ik zeer luide knallen uit de richting van de Waterlinieweg komen.13

Ik heb zelf nog een aantal malen geschoten in de richting waar vandaan de zware knallen kwamen. Ik zag op een gegeven moment toen ik in de richting van de Waterlinieweg keek een Volkswagen Golf wegrijden.14

Het geluid van onze dienstwapens klonk als een klappertjespistool vergeleken bij de andere schoten.15

Verbalisant bekend onder nummer 768849 heeft, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:

Ter plaatse op [adres] deed een jongen de deur open. Hij vertelde dat er een overval was en dat daders op dat moment via de achterkant weggingen.16

Een manspersoon rende naar de bosjes. We renden naar die persoon. Hij had zich klem gelopen op een hek. Ik hoorde 790441 luid en duidelijk een paar keer roepen “Politie, politie”. Op het moment dat ik mij omdraaide hoorde ik knallen. Ik weet niet hoeveel en ik zag op twee plekken mondingsvuur. Dit herkende ik als schoten.17

Ik rende terug naar de hoek van het huis omdat we werden beschoten. Ik rende voor de bosjes langs richting de [adres] . Ik hoorde twee soorten knallen. Het ene was scheller, en het andere wat voller en harder en lager van toon. Ik ben gaan schuilen achter de bosschages om niet geraakt te worden. Ik ben toen op de hoek gaan staan. Ik keek over de stoep tussen de auto’s en de bosjes.

Ik zag iemand in het zwart gekleed dicht bij een voertuig staan. Ik zag mondingsvuur bij hem vandaan komen. Ik zag dat hij in de richting van de bosjes schoot. Ik zag aan de andere kant ook lichtflitsen van mondingsvuur. Ik heb in de richting van die persoon geschoten.18

Ik zag nog een andere vlam vanaf de andere kant van de auto. Ik zag die persoon niet, maar ik had het idee dat ik door die persoon werd beschoten. Om mijn lijf te redden heb ik achter een auto dekking gezocht. Toen ik achter de auto kwam ben ik naar rechts uitgestapt en vuurde in de richting van het mondingsvuur. Er werd vanaf verschillende posities op mij en op 790441 geschoten. 19

4.3.5

Aangetroffen sporen op de plaats delict

Het schietincident vond plaats op de [adres] te Utrecht. De weg is gelegen in oost- / westelijke richting. Aan de oostzijde ligt, haaks op de [adres] , de Amerongseberg; aan de westzijde ligt de Wageningseberg en, verderop, ’t Goyplein en de Waterlinieweg.

Aan de zijde van de [adres] is een grote parkeerplaats behorende bij restaurant [X] gelegen. Vanaf de Amerongseberg gezien is aan de achterzijde van de parkeerplaats het perceel [adres] gesitueerd. De [adres] is een rechte weg, waarbij aan beide zijden van de doorgaande weg voertuigen in parkeerhavens staan geparkeerd. Aan de linkerzijde, zuidzijde, van de Vaalserbergweg is, gezien vanaf de Amerongseberg, eerst de parkeerplaats gelegen, hierna perceel [adres] en hier achter openbaar groen.20

Door de politie is onderzoek verricht aan de [adres] en rondom de (vrijstaande) woning op het perceel [adres] te [woonplaats] . Verbalisanten hebben het volgende gerelateerd:

Bij het onderzoek op de plaats delict zagen wij vanaf de hoek rechts voor

van het perceel enigszins schuin in noordwestelijke richting weglopend over de weg

een spoor van hulzen (4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10). Het betroffen hulzen met een groene rand rond het slaghoedje, hetgeen veelal zichtbaar is bij de munitie die aan politiemensen wordt verstrekt.

Vervolgens zagen wij in een voertuig, merk Citroën, voorzien van het kenteken [kenteken] en geparkeerd aan de linkerzijde van de weg, nabij de hoek aan de rechtervoorzijde van het perceel [adres] , aan de rechterzijde drie beschadigingen (11, 12, 13) en een beschadiging aan de linkervoorzijde in de motorkap (14) en in de grill van dit voertuig (15).21 Bij nader onderzoek bleek het volgende:

Er werden in de rechter zijkant van de Citroën beschadigingen aangetroffen die duidden op twee kogelbanen van achteren naar voren. In het rechterachterportier werd een kogel aangetroffen die waarschijnlijk afkomstig is van politiemunitie.

Aan de voorkant in het front en in de motorkap werden beschadigingen aangetroffen die

duidden op minimaal vier schotbanen van voor naar achteren. Opvallend is hierbij dat

de beschadigingen 7 en 8 zeer dicht bij elkaar liggen en alleen in hoogte iets

verschillen. In de gril werd de mantel van een kogel aangetroffen die van andere munitie

afkomstig is dan die van de politie.22

In de stam van de boom, staande voor de Citroën, werd een metaalfragment (16)

aangetroffen.23 Dit was aan de oostzijde van de boom.24

Verder werd er een huls (17) aangetroffen op het trottoir, nabij het afgesloten hekje. Dit bleek geen politiehuls te zijn.

Vervolgens zagen wij in de achterbumper van een voertuig, personenauto, merk Ford, voorzien van het kenteken [kenteken] en geparkeerd aan de linkerzijde van de weg, een gat (18) zitten.25 Bij nader onderzoek werden in de achterbumper en de achterkant van chassis/subframe achterwielophanging links beschadigingen aangetroffen die duidden op twee kogelbanen van achteren naar voren.26

Onder dit voertuig zagen wij twee fragmenten liggen (19 en 20). Naar het leek betroffen dit een kogel en fragment van een kogel.

Op de parkeerhaven nabij de veiliggestelde bloedsporen (1 en 2) werd een huls (21) aangetroffen. Dit zou volgens de collega’s ook de plaats zijn geweest ter hoogte waarvan het voertuig van de daders zou hebben gestaan. Deze huls blijkt afwijkend van de munitie die aan de politie wordt verstrekt.

In een aan de linkerzijde van de weg staande Audi, voorzien van het kenteken [kenteken] , voorbij de lege parkeerhaven, werd aan de rechterzijde een beschadiging (23) aangetroffen. Dit bleek een oppervlakkige krasbeschadiging te zijn, maar hoogstwaarschijnlijk wel ten gevolge van een verschoten kogel.

Naast het voertuig op het wegdek werd een huls (22) aangetroffen. Deze bleek niet afkomstig te zijn van politiemunitie.

Verder werd op het trottoir, aan de linkerzijde van de weg voorbij de Audi en richting ’t Goyplein, een kogel (24) aangetroffen.27 Deze bleek afkomstig van politiemunitie.28

4.3.6

Aangetroffen vuurwapen en munitie(delen)

Uit onderzoek naar het op de plaats delict aangetroffen wapen en munitiedelen en -sporen bleek het volgende:29

Pistool met geluidsdemper(AAHE3323NL) 30

Aan de buitenzijde van het tuinhek van de woning werd een vuurwapen aangetroffen.

Het pistool heeft de opschriften en uiterlijke kenmerken van een semiautomatisch werkend pistool, van het merk Ceska Zbrojovka, model 70, kaliber 7.65 Browning. Bij het pistool bevindt zich een geluidsdemper.31 In de kamer van het pistool bleek 1 patroon te zitten.32

Drie hulzen 7.65 mm Browning

AAHD3239NL Huls aangetroffen in woonkamer.33

AAHE3330NK Spoor 22 op wegdek [adres] richting Waterlinieweg.34

AAHE3334NL Spoor 17, bij tuinhek.35

Er zijn aanwijzingen dat de drie hulzen zijn verschoten met één vuurwapen, maar niet met

het aangetroffen pistool. De hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een machinepistool,

kaliber 7.65 mm Browning, type Skorpion.36

Twee hulzen 7,62x39mm

AAHE3327NL Spoor 26 op trottoir voor tuinhek.

AAHE3331NL Spoor 21 op parkeerhaven, thv vermoedelijke staanplaats voertuig daders.37

Er zijn aanwijzingen dat de twee hulzen zijn verschoten met één vuurwapen. De hulzen zijn

vermoedelijk verschoten met een aanvalsgeweer kaliber 7.62x39mm, type AK47

(Kalashnikov).38

Kogelmanteldelen

AAHE3335NL Spoor 16 in boom nabij aangetroffen Citroen.39

AAGZ5389NL Aangetroffen in de grill rechtsvoor van de Citroen.40

De twee kogeldelen passen bij kogels van het kaliber 7.65 mm Browning. De afvuursporen van kogelmanteldeel (AAGZ5389NL) passen zowel bij die van het aangetroffen pistool als bij andere merken vuurwapens waaronder machinepistolen van het type Skorpion.41

3.3.7

Bevindingen politie

Naast politiemunitie werden er delen van 2 soorten niet-politiemunitie aangetroffen.

De vindplaatsen van de beschadigingen, alsmede de munitiedelen van politiemunitie en niet-politiemunitie passen bij een schotenwisseling min of meer evenwijdig aan de [adres] , waarbij de politiemunitie in westelijke richting is verschoten en niet-politiemunitie in oostelijke richting.

De Citroën en de Ford stonden beide aan de linkerzijde van de [adres] , met de voorzijde in westelijke richting.

In de Citroën en de Ford werden 2 schotbanen van achteren naar voren aangetroffen.

Deze schotbanen passen bij schoten afgevuurd door de politie.

In de Citroën werden 4 schotbanen van voren naar achteren aangetroffen. Deze schotbanen passen bij schoten afgevuurd door de daders.42

4.4

Nadere overwegingen

4.4.1

Poging tot gekwalificeerde doodslag op twee agenten (feit 3)


Tijdens de vlucht van de daders heeft een schotenwisseling plaatsgevonden, waarbij - zo blijkt uit de bewijsmiddelen - zowel door de overvallers als door de politie is geschoten.

Door de overvallers zijn met 2 verschillende vuurwapens (vermoedelijk een machinegeweer en een Kalashnikov) minimaal 4 schoten afgevuurd. Uit onderzoek is gebleken dat de schotenwisseling in oost- / westelijke richting, ongeveer evenwijdig aan de [adres] heeft plaatsgevonden.

Voor de rechtbank is op basis van met name de verklaringen van de twee agenten, de aangetroffen hulzen en de ter plaatse aangetroffen schotbeschadigingen in de boom, de Citroën en de Ford, komen vast te staan dat er daarbij door de overvallers gericht op de agenten is geschoten. Uit de verklaringen van verbalisant 790441 blijkt dat hij zich op een gegeven moment schuil heeft gehouden op de hoek van het betreffende perceel op de [adres] , op de parkeerplaats bij het tuinhek. Vervolgens heeft hij luide knallen gehoord uit de richting van de Waterlinieweg. Verbalisant 768849 heeft verklaard dat hij op een gegeven moment dekking heeft gezocht achter een auto en dat hij werd beschoten. Uit de aangetroffen hulzen en de aangetroffen schotbeschadigingen in de (in de nabijheid van de verbalisanten geparkeerde) Citroën C3 met het kenteken [kenteken] kan worden afgeleid dat er door de schutters is geschoten in oostelijke richting, in de richting van de verbalisanten. Aldus hebben zij, mede in aanmerking genomen dat het donker was en er een kans bestond dat de kogels op aanwezige voertuigen en / of bomen zouden afketsen, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de agenten zodanig zouden worden geraakt dat deze daarbij zouden komen te overlijden.

Dit levert een poging tot gekwalificeerde doodslag op zoals ten laste is gelegd.

4.4.2

Daderschap verdachte (feit 3)

Verdachte heeft verklaard dat hij tijdens de overval een ongeladen jachtgeweer bij zich had, dat later op zijn aanwijzen door de politie is aangetroffen. De rechtbank overweegt allereerst dat de getuigenverklaringen ook tot een andere conclusie zouden kunnen leiden, namelijk dat verdachte wel degelijk over een geladen vuurwapen beschikte. Uit de verklaring van aangeefster [aangeefster] zou immers kunnen worden afgeleid dat verdachte degene is geweest die tijdens de overval in de televisie heeft geschoten. Wat hier verder ook van zij, op grond van de bewijsmiddelen kan niet vastgesteld worden of [verdachte] een geladen wapen bij zich had dan wel dat hij één van de twee schutters is geweest.

[verdachte] heeft verder verklaard dat alle vier de daders bewapend waren en dat het zijn taak was om de bewapende beveiligers onder schot te houden. Voorts heeft hij verklaard dat niet tevoren was besproken wat ze zouden doen als er geen geld zou zijn, als de beveiligers zouden schieten of als de politie ter plaatse zou komen. Hij heeft er naar eigen zeggen ook geen rekening mee gehouden dat dit zou kunnen gebeuren. De rechtbank acht dit in het licht van de voorbereiding en de uitvoering van de overval niet aannemelijk, zoals uit het hierna overwogene volgt.

De vraag die aan de orde is, is of verdachte als medepleger verantwoordelijk kan worden gehouden voor de ten laste gelegde pogingen tot doodslag of dat alleen de twee daadwerkelijke schutters verantwoordelijk zijn voor het schieten. De rechtbank beantwoordt deze vraag anders dan de raadsvrouw.

Daartoe overweegt de rechtbank dat vlak voor het schieten in de richting van de verbalisanten een geplande, goed voorbereide gewapende overval op de familie [X] had plaatsgevonden, dat de politie de daders spoedig op het spoor was gekomen en dat de daders doende waren aan de politie te ontkomen door via de tuin en over een hek naar de vluchtauto te komen, die voorafgaand aan de overval door de overvallers was klaargezet.

Het gebruik van wapens vormde een bewust onderdeel van het plan van de overvallers, waarbij de verwachting was dat er een ontmoeting zou plaatshebben met twee bewapende beveiligers, die moesten worden ontwapend en daarna onder schot zouden moeten worden gehouden. Verdachte heeft verklaard dat hij, toen hij het wapen kreeg, heeft geconstateerd dat er in zijn wapen geen munitie zat en dat hij niet wist of de wapens van de andere daders wel geladen waren. Wat hier ook van zij, de overvallers hebben gedreigd met geladen vuurwapens tijdens de overval en tijdens de overval is in de woning een schot gelost. Verdachte was er dus van op de hoogte dat in de woning was geschoten toen hij en zijn mededaders, bij aankomst van de politie, achter elkaar naar buiten renden en over het tuinhek probeerden te vluchten. Dat vervolgens tijdens deze vlucht de vuurwapens tegen de toegesnelde politieagenten zouden worden gebruikt om de vlucht mogelijk te maken, was onder voornoemde omstandigheden voor verdachte te voorzien. Twee van de overvallers hebben vervolgens ook tijdens de vlucht in de richting van de agenten geschoten. Niet is gebleken dat verdachte zich op enig moment tijdens de woningoverval (bijvoorbeeld naar aanleiding van het geloste schot) of tijdens de vlucht heeft gedistantieerd van de andere overvallers en de door hen verrichte geweldshandelingen dan wel op enige wijze een eigen koers is gaan varen.

Hoewel aannemelijk is dat de samenwerking tussen de overvallers primair gericht is geweest op het plegen van de overval, neemt de rechtbank op basis van voornoemde omstandigheden aan dat de samenwerking zich ook heeft uitgestrekt tot het geweld dat kort na de overval plaatsvond en acht zij het medeplegen van het schieten op de agenten bewezen.

Inzake parketnummer 16/661945-14 43

4.5.1

Aangifte

[slachtoffer 3] heeft op 19 april 2014 aangifte gedaan van openlijke geweldpleging. Hij heeft bij de politie, zakelijk weergegeven, als volgt verklaard:

Ik was in de nacht van vrijdag op zaterdag 19 april 2014 werkzaam als portier bij [naam] te Amsterdam.44 Ik zag dat NN2 flink werd getrapt door jongens uit de Marokkaanse groep. Ik probeerde NN2 te redden. Ik zag dat hij al bewusteloos was, omdat hij niet meer bewoog en reageerde. Ik zag dat de jongens op hem in bleven trappen. Ik pakte één van deze jongens en trok hem naar de grond. Ik zal hem NN4 noemen. Hij droeg een grijs t-shirt en had lang krullend haar. Ik zag en voelde dat hij zich hevig verzette. Ik voelde dat hij tegen mijn benen schopte. Later zag ik dat NN4 weer mijn richting op liep. Ik zag dat hij voor het hek ging staan. Ik zag dat hij een gevechtshouding aan nam. Ik hoorde dat hij zei: “Wacht maar, ik ga je dood schieten. Ik kom terug voor je!”. Ik zag dat hij op zijn borst sloeg en zei: “Kom een tegen een”. Ik liep op hem af om met hem te praten. Ik zag dat hij hierop het hek optilde en in mijn richting wilde gooien.45 De man droeg een licht grijs t-shirt en een spijkerbroek. Verbalisant ziet dat de aangever op zijn rechterbeen een schram heeft en onder zijn linkerknie wat rode striemen heeft.46

Op het moment dat verbalisanten met [slachtoffer 3] in gesprek waren werden zij door [slachtoffer 3] gewezen in de richting van de kruising Lange Leidsedwarsstraat met de Leidse Kruisstraat. Zij hoorden [slachtoffer 3] verklaren: “Dat is een van de Marokkaanse jongens die de blanke jongen heeft geslagen en geschopt. Hij heeft krullen en is van Marokkaanse afkomst. De jongen die daar staat heeft mij ook met de dood bedreigd.”47 Hierop hebben verbalisanten de jongen aangehouden die [slachtoffer 3] hen aanwees. De aangehouden verdachte bleek [verdachte] .48

4.5.2

Getuigen

Ter plaatse werd een van de verbalisanten aangesproken door getuige [getuige 1] die verklaarde: “Ik werk ook als beveiliger bij café [naam] . Ik stond op het moment van de vechtpartij in de hal. Toen de vechtpartij over was en ik de deur weer kon openen hoorde ik een jongen mijn collega [slachtoffer 3] met de dood bedreigen. Ik hoorde hem roepen: “Ik weet je te vinden, ik kom terug en ga je doodschieten.” Het was een Marokkaanse jongen met een bos zwarte krullen en een spijkerbroek.49

Getuige [getuige 2] was op 19 april 2014 om 6.00 uur werkzaam als portier bij café [naam] op de Lange Leidsedwarsstraat te Amsterdam. Hij keek naar buiten via het raam en zag dat het slachtoffer op de grond lag. Hij zag dat het slachtoffer meerdere trappen in zijn gezicht kreeg. Hij zag dat het slachtoffer toen al out was.50

4.5.3

Camerabeelden

Verbalisanten zien op camerabeelden van de nachtclub [naam] dat omstreeks 6.08 uur een vechtpartij ontstaat tussen een onbekende verdachte NN1 met (eerst) een man zonder hesje en (vervolgens) met een man met hesje.51

Verbalisanten zien verder:

- dat tijdens het vechten de man met hesje komt te vallen;52

- dat de man met hesje buiten beeld ten val komt en dat NN1 hem nog natrapt en duidelijk zijn knie omhoog trekt om met kracht nog een trap te geven tegen de man met hesje;53

- dat de later aangehouden verdachte [verdachte] (gekleed in grijs t-shirt en een spijkerbroek) naar buiten wordt geleid;54

- dat de verdachte [verdachte] in de richting van NN1 en de man met hesje loopt en dat hij met zijn been een schop geeft tegen een persoon;55

  • -

    dat verdachte [verdachte] terug komt lopen naar één van de beveiligers en een snijdende beweging maakt met rechterhand langs zijn keel in de richting van deze beveiliger;

  • -

    dat verdachte [verdachte] agressief richting de beveiligers loopt en het hek optilt en richting de beveiligers gooit.56

4.6

Nadere overweging

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een onbekend gebleven persoon. Uit de bewijsmiddelen volgt dat een onbekend gebleven persoon buiten het café werd geslagen en op de grond viel en, terwijl hij op de grond lag, door jongens in het gezicht en op het lichaam werd getrapt. Uit de verklaringen van de getuigen [slachtoffer 3] en [getuige 2] volgt dat het slachtoffer door het trappen buiten bewustzijn is geraakt en dat ook daarna het trappen nog door is gegaan. Verdachte is één van de jongens die het slachtoffer heeft getrapt nadat het slachtoffer vlak daarvoor door (een) ander(en) is getrapt. Onder deze omstandigheden, waarbij verdachte het slachtoffer heeft getrapt nadat hij moet hebben gezien dat het slachtoffer door (een) ander(en) werd geschopt, is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de mededader(s). Nu er meermalen in het gezicht van het slachtoffer is getrapt en het slachtoffer tijdens het trappen bewusteloos is geraakt, waarna het trappen nog enige tijd is voortgezet, hebben verdachte en zijn mededader(s) bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zodanig zou worden geraakt dat dit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zou hebben. Aldus is sprake geweest van medeplegen van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Parketnummer 16/701315-14

1.

hij op 12 mei 2014 te Utrecht, tussen 00:30 en 00:41, in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ,

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

-een tas met inhoud (onder meer sleutels, een geldbedrag van ongeveer EUR 700)

en een portemonnee (waarin een geldbedrag van ongeveer EUR 600));

-een I-pod en een I-phone;

toebehorende aan [aangever] , [aangeefster] en/of [B] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D] en [B] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededaders:

-gewapend met vuurwapens de woning aan de [adres] zijn binnengedrongen;

-vuurwapens hebben gericht op die [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D] ;

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "waar is het geld?",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

-hebben geschoten met een vuurwapen in de woning op een televisie;

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben geroepen: "als je geen geld geeft dan maken we jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

-tiewraps, althans op handboeien gelijkende voorwerpen, hebben gebonden om de

polsen van voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D] ;

-die [aangever] en [aangeefster] onder bedreiging van vuurwapens hebben gedwongen mee te lopen naar een kluis in een slaapkamer;

-tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "de kluis moet open", "als jullie geen geld geven dan vermoorden we jullie" en/of "ik schiet je kind dood", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

-die [aangever] meermalen hebben geslagen, geschopt en geduwd;

-die [aangeefster] meermalen hebben geslagen en geduwd;

2.

hij op 12 mei 2014 te Utrecht, tussen 00:30 en 00:41, in een woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ,

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen,

door geweld en bedreiging met geweld [aangeefster] heeft gedwongen tot de afgifte van:

-een ketting met hanger, toebehorende aan voornoemde [aangeefster] ,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededaders:

-gewapend met vuurwapens de woning aan de [adres] zijn binnengedrongen;

-vuurwapens hebben gericht op die [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D] ;

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "waar is het geld?";

-hebben geschoten met een vuurwapen in de woning op een televisie;

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben geroepen: "als je geen geld geeft dan maken we jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

-tiewraps, althans op handboeien gelijkende voorwerpen, hebben gebonden om de polsen van voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D] ;

3.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk de opsporingsambtenaren, aangeduid met de nummers 790441 en 768849 van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met anderen, met dat opzet als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededaders:

meermalen met vuurwapens geschoten in de richting van voornoemde opsporings-ambtenaren, die zich in de nabijheid van hem, verdachte en zijn mededaders bevonden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

welke vorenomschreven poging doodslag werd voorafgegaan door strafbare feiten, althans enig strafbaar feit, te weten

-diefstal met geweld en bedreiging met geweld in vereniging;

-afpersing in vereniging;

-gijzeling in vereniging,

en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

4.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk meer personen, genaamd [C] en/of [D] (zijnde de kinderen van [aangever] en [aangeefster] )

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

met het oogmerk anderen, te weten [aangever] en [aangeefster] te dwingen iets te doen of niet te doen,

te weten een hoeveelheid geld aan verdachte en/of zijn mededaders af te geven en/of aan te wijzen waar zich geld bevindt,

immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders:

-onder bedreiging van vuurwapens die [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D]

gedwongen te zitten op een bank in een woonkamer van hun woning;

-tiewraps, althans op handboeien gelijkende voorwerpen, gebonden om de polsen van voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en [D] ;

-die [aangever] en [aangeefster] gedwongen mee te lopen naar een kluis in een slaapkamer

-tegen die [aangever] en/of [aangeefster] gezegd: "waar is het geld", "de kluis moet open", "ik schiet je kind dood" en/of "als jullie geen geld geven dan vermoorden we jullie", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Parketnummer 16/661945-14

1. Primair

hij op of omstreeks 19 april 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een onbekend gebleven persoon opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (meermalen) (met kracht)

- heeft getrapt en/of geschopt tegen het hoofd en het lichaam van die persoon (terwijl die persoon op de grond lag),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 19 april 2014 te Amsterdam, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door meermalen tegen de benen van die [slachtoffer 3] te schoppen;

3.

hij op 19 april 2014 te Amsterdam, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een gevechtshouding aangenomen en

- op zijn borst geslagen en

- een snijdende beweging gemaakt met zijn rechterhand in de richting van die [slachtoffer 3] en

- een hek opgetild en in de richting van die [slachtoffer 3] gegooid, althans hiertoe aanstalten gemaakt en daarbij voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "wacht maar,

ik ga je dood schieten. Ik kom terug voor je".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Inzake parketnummer 16/661945-14

In de tenlastelegging is opgenomen dat het geweld zich heeft gericht tegen slachtoffer [slachtoffer 1] . Uit het dossier volgt echter dat onbekend is wie het slachtoffer is geweest en waar de in de tenlastelegging genoemde naam vandaan komt. De rechtbank leest de tenlastelegging daarom zo dat met [slachtoffer 1] een (onbekend gebleven) persoon is bedoeld.

Deze verbetering schaadt verdachte niet in de verdediging, nu voor verdachte duidelijk is geweest welk strafbaar feit aan hem ten laste is gelegd.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Inzake parketnummer 16/701315-14

feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3: medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, meermalen gepleegd;

Feit 4: medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd.

Inzake parketnummer 16/661945-14

feit 1: medeplegen van een poging tot zware mishandeling;

feit 2: mishandeling;

feit 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder feit 1 tot en met 4 van parketnummer 16/701315-14 en onder feiten 2 en 3 van parketnummer 16/661945-14 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld, dat ook bij een bewezenverklaring van het onder parketnummer 16/701315-14 onder 3 ten laste gelegde, de eis van de officier van justitie extreem hoog is. De raadsvrouw heeft dan ook verzocht een aanzienlijk lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Uit de verklaringen van de slachtoffers volgt dat ieder van de overvallers een rol vervulde tijdens de overval.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een goed georganiseerde woningoverval op de familie [X] . Hierbij zijn verdachte en zijn mededaders zeer berekenend te werk gegaan, waarbij het gebruik van geweld niet werd geschuwd.

In de woning waren ten tijde van de overval naast het echtpaar [X] , ook de oma en 4 kinderen (tieners) aanwezig. Bij de overval werden de familieleden door vier in het zwart geklede, met bivakmutsen gemaskerde overvallers en onder dreiging van vuurwapens, gedwongen op een bank te zitten en werden hun handen bij elkaar gebonden met tie wraps. Eén van de overvallers heeft in de woning in de televisie geschoten. Daardoor heeft de familie al tijdens de overval beseft dat de daders echte en geladen vuurwapens hadden. Er werd gedreigd de ouders, maar ook de kinderen dood te schieten als er geen geld zou komen. Ook werd gedreigd de vader in brand te steken en om dat dreigement kracht bij te zetten werd hij overgoten met een blauwe vloeistof. Ook hebben de daders het echtpaar [X] meermalen met een vuurwapen geslagen en de vader geschopt. De jongste zoon van pas 10 jaar oud is daar allemaal getuige van geweest.

Uit de aangifte van de heer [X] volgt dat hij heel veel pijn had, dat hij zich machteloos voelde en dat hij bang was dat het uit de hand zou lopen. Nadat de daders naar beneden liepen, hoorde het echtpaar schoten. Zij dachten dat uit wraak de andere kinderen, die nog beneden waren, werden doodgeschoten. Zij waren enorm bang.

Volwassen mensen en zeker (kleine) kinderen moeten zich veilig kunnen voelen in hun eigen woning. Dit gevoel is door verdachte en zijn mededaders ernstig geschaad.
Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Het heeft verdachte er niet van weerhouden om, ten koste van anderen, op deze manier snel aan geld te komen.

Het planmatige karakter van de overval, waarbij bivakmutsen zijn gedragen, vuurwapens zijn meegenomen om mee te dreigen en om eventuele beveiligers mee onder schot te houden, en tiewraps om de slachtoffers mee vast te binden en een vluchtauto die klaar stond, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Deze mate van organisatiegraad, waarin in gezamenlijk verband, willens en wetens een buitengewoon gewelddadige overval is gepleegd, beschouwt de rechtbank als een strafverzwarende omstandigheid.

Twee van de overvallers hebben op de vlucht, met een Kalasjnikov en een machinepistool, gericht op twee politieagenten geschoten. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of verdachte één van de schutters was; hij is in ieder geval als een medepleger voor het schieten verantwoordelijk te houden. Het is niet aan verdachte of zijn mededaders te danken dat daarbij geen slachtoffers zijn gevallen. De agenten, die hulp kwamen verlenen na een 112-melding, hebben in doodsangst verkeerd en zijn zeer onder de indruk geraakt van wat hen is overkomen. Het heeft een ingrijpende verandering bij hen teweeg gebracht in hoe zij in het leven en in het werk staan. Dit blijkt uit hun relaas van de gebeurtenissen zoals neergelegd in de aangiftes en slachtofferverklaringen. Verdachte en zijn mededaders hebben koste wat het kost willen vluchten, waarbij zij de agenten in een levensgevaarlijke situatie hebben gebracht. Zij hebben ook hier kennelijk in het geheel niet bij stilgestaan.

De ervaring leert dat in het algemeen slachtoffers van dit soort misdrijven daarvan nog langdurig nadelige lichamelijke en/of psychische gevolgen kunnen ondervinden. Ook voor buurtbewoners, collega-verbalisanten en anderen dan de direct betrokkenen moet deze gewapende overval en de daarop gevolgde schietpartij een diepe indruk hebben gemaakt en gevoelens van angst en onveiligheid te weeg hebben gebracht.

Verdachte heeft zich een maand voor de overval bovendien schuldig gemaakt aan uitgaansgeweld, door een op de grond liggend (kennelijk buiten bewustzijn zijnd) slachtoffer te schoppen en daarnaast een portier te schoppen en te bedreigen. Ook deze feiten dragen bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

In het nadeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het strafblad van 22 mei 2015. Hieruit blijkt dat verdachte ondanks zijn jonge leeftijd in het verleden (2008) door de rechtbank Amsterdam is veroordeeld tot 12 maanden jeugddetentie waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens onder meer een woningoverval, openlijk geweld, vernieling en overtreding van de Wet wapens en munitie. Daarnaast is hem in 2010 door het Hof Amsterdam wegens diefstal met geweld een PIJ-maatregel opgelegd, welke vervolgens twee maal met 6 maanden is verlengd. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat de eerdere strafopleggingen en behandeling verdachte er niet van hebben weerhouden opnieuw over te gaan tot het plegen van strafbare feiten. De rechtbank tilt zwaar aan het strafrechtelijk verleden van verdachte. Verdachte heeft in deze zaak verklaard dat hij was gevraagd om mee te doen aan deze gewapende overval en daar ongeveer een week over te hebben nagedacht. Toen heeft hij besloten om daaraan mee te doen. Het motief daarvoor was erin gelegen dat verdachte schulden had ter hoogte van € 3.000 a € 4.000 en hij geen werk kon vinden. De rechtbank vindt het bijzonder zorgelijk dat verdachte, ondanks eerdere (zware) straffen en behandeling, toch weloverwogen heeft besloten om deel te nemen aan een dergelijke gewelddadige overval. Het biedt de rechtbank weinig aanknopingspunten om vertrouwen te hebben in de bewering van verdachte dat hij zich nooit meer aan dergelijke feiten schuldig zal maken.

De rechtbank houdt er in het voordeel van verdachte rekening mee dat hij zijn aandeel in de gewapende overval (in ieder geval grotendeels) heeft bekend en daarmee verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft getoond. Verder heeft verdachte spijt betuigd en aangegeven bereid te zijn om via Slachtoffer in Beeld in contact met de slachtoffers te komen.

De rechtbank heeft, anders dan verdachte heeft betoogd, zijn ‘bescheiden’ rol bij de overval niet vast kunnen stellen. Nu de rechtbank hier geen duidelijkheid over heeft, zal zij aan de specifieke rol van verdachte geen strafverminderende of strafverzwarende betekenis toekennen.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het reclasseringsadvies, bij de rechtbank binnengekomen op 1 augustus 2014, waaruit volgt dat het recidiverisico hoog wordt geacht en waarin toepassing van het volwassenstrafrecht wordt geadviseerd.

Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de inhoud van het Psychiatrisch onderzoek d.d. 10 juli 2014 en van het multidisciplinaire gedragsdeskundig onderzoek d.d. 19 februari 2015, waarin geadviseerd wordt verdachte volledig toerekeningsvatbaar te verklaren.

Gelet op de aard en de ernst van de door verdachte gepleegde misdrijven, waaronder een (poging tot) gekwalificeerd levensdelict waarop een maximumstraf van twintig jaar gevangenisstraf staat, komt slechts de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur in aanmerking.

De rechtbank heeft bij de hoogte van de gevangenisstraf rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten, met uitspraken in soortgelijke feiten en de jonge leeftijd van verdachte. In verband met deze factoren komt de rechtbank tot een lagere strafoplegging dan de eis van de officier van justitie. Alles afwegende acht de rechtbank in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren passend en geboden.

9 Het beslag

Onttrekken aan het verkeer

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

- 1. geweer

Nu volgens de verklaring van verdachte met behulp van dit voorwerp de onder parketnummer 16/701315-14 bewezen geachte feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

- 2. pistool met geluidsdemper en patroonmagazijn

Nu met behulp van dit voorwerp de onder parketnummer 16/701315-14 bewezen geachte feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van verbalisant 768849 levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 van parketnummer 16/701315-14 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 4.000,--aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank zal in het belang van de benadeelde partij, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen, omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die het onder 3 van parketnummer 16/701315-14 bewezen geachte feit heeft toegebracht. De rechtbank waardeert deze op € 4.000,--, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De rechtbank acht de mededader(s) eveneens aansprakelijk voor de schade, zodat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen.

De behandeling van de vordering van verbalisant 790441, levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 van parketnummer 16/701315-14 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 4.000,--aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank zal in het belang van de benadeelde partij, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen, omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die het onder 3 van parketnummer 16/701315-14 bewezen geachte feit heeft toegebracht. De rechtbank waardeert deze op € 4.000,--, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De rechtbank acht de mededader(s) eveneens aansprakelijk voor de schade, zodat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 282a, 285, 288, 300, 302, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Inzake parketnummer 16/701315-14

Feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3: medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, meermalen gepleegd;

Feit 4: medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd.

Inzake parketnummer 16/661945-14

feit 1: medeplegen van een poging tot zware mishandeling;

feit 2: mishandeling;

feit 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 13 (dertien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Inzake parketnummer 16/701315-14

Vordering benadeelde partij verbalisant 768849 (feit 3)

Wijst de vordering van verbalisant 768849 toe tot € 4.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd, aan de Staat € 4.000,-- te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 50 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering benadeelde partij verbalisant 790441 (feit 3)

Wijst de vordering van verbalisant 790441 toe tot € 4.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 mei 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd, aan de Staat € 4.000,-- te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 50 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1. geweer

- 2. pistool met geluidsdemper en patroonmagazijn

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.F. Haeck, voorzitter,

mrs. H.A. Brouwer en K.J. Veenstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M. Westerhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juli 2015.

De griffier is buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Parketnummer 16/701315-14

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tussen 00:30 en 00:41, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde

tijd, in een woning (gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ),

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

-een tas met inhoud (onder meer sleutels, een geldbedrag van ongeveer EUR 700

en/of een portemonnee (waarin een geldbedrag van ongeveer EUR 600));

-een I-pod en/of een I-phone;

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , [aangeefster]

en/of [B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn

mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever] , [aangeefster] en/of

[B] , [C] en/of [D] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededaders:

-gewapend met vuurwapens, althans daarop gelijkende voorwerpen, de woning aan

de [adres] zijn binnengedrongen;

-vuurwapens hebben gericht op die [aangever] , [aangeefster] , [C] en/of [D] ;

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "waar is het geld?",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

-hebben geschoten met een vuurwapen in de woning (in de richting van/op een

televisie);

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben geroepen: "als je geen geld

geeft dan maken we jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

-tiewraps, althans op handboeien gelijkende voorwerpen, hebben gebonden om de

polsen van voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en/of [D] ;

-die [aangever] en/of [aangeefster] onder bedreiging van vuurwapens hebben gedwongen

mee te lopen naar een kluis in een slaapkamer;

-tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "de kluis moet open", "als

jullie geen geld geven dan vermoorden we jullie" en/of "ik schiet je kind

dood", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

-die [aangever] meermalen hebben geslagen, geschopt en/of geduwd;

-die [aangeefster] meermalen hebben geslagen, geschopt en/of geduwd;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tussen 00:30 en 00:41, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde

tijd, in een woning (gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ),

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen,

door geweld en/of bedreiging met geweld [aangeefster] heeft gedwongen tot de

afgifte van:

-een ketting met hanger;

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde

[aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn

mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat hij, verdachte en/of zijn mededaders:

-gewapend met vuurwapens, althans daarop gelijkende voorwerpen, de woning aan

de [adres] zijn binnengedrongen;

-vuurwapens hebben gericht op die [aangever] , [aangeefster] , [C] en/of [D] ;

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "waar is het geld?",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

-hebben geschoten met een vuurwapen in de woning (in de richting van/op een

televisie);

-meermalen tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben geroepen: "als je geen geld

geeft dan maken we jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

-tiewraps, althans op handboeien gelijkende voorwerpen, hebben gebonden om de

polsen van voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en/of [D] ;

-die [aangever] en/of [aangeefster] onder bedreiging van vuurwapens hebben gedwongen

mee te lopen naar een kluis in een slaapkamer;

-tegen die [aangever] en/of [aangeefster] hebben gezegd: "de kluis moet open", "als

jullie geen geld geven dan vermoorden we jullie" en/of "ik schiet je kind

dood", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

-die [aangever] meermalen hebben geslagen, geschopt en/of geduwd;

-die [aangeefster] meermalen hebben geslagen, geschopt en/of geduwd;

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk de

opsporingsambtena(a)r(en), in het onderzoek 09Rijk14 aangeduid met (de)

nummer(s) 790441 en/of 768849 van het leven te beroven, tezamen en in

vereniging met anderen, althans alleen, met dat opzet als volgt heeft

gehandeld, hebbende hij, verdachte en/of zijn mededaders:

meermalen met vuurwapens geschoten in de richting van voornoemde

opsporingsambtena(a)r(en), die zich in de (directe) nabijheid van hem,

verdachte en zijn mededaders bevonden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

welke vorenomschreven poging doodslag werd vergezeld van en/of voorafgegaan

door strafbare feiten, althans enig strafbaar feit, te weten

-diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging;

-afpersing in vereniging;

-gijzeling in vereniging,

en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van

die feiten, althans dat feit, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping

op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers straffeloosheid en/of

het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,

opzettelijk één of meer personen, genaamd [C] en/of [D] (zijnde de

kinderen van [aangever] en [aangeefster] )

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk anderen, te weten [aangever] en [aangeefster] te dwingen iets te doen

of niet te doen,

te weten een hoeveelheid geld aan verdachte en/of zijn mededaders af te geven

en/of aan te wijzen waar zich geld bevindt,

immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders:

-onder bedreiging van vuurwapens die [aangever] , [aangeefster] , [C] en/of [D]

gedwongen te zitten op een bank in een (woon)kamer van hun woning;

-tiewraps, althans op handboeien gelijkende voorwerpen, gebonden om de polsen

van voornoemde [aangever] , [aangeefster] , [C] en/of [D] ;

-die [aangever] en/of [aangeefster] gedwongen mee te lopen naar een kluis in een

slaapkamer;

-tegen die [aangever] en/of [aangeefster] gezegd: "waar is het geld", "de kluis moet

open", "ik schiet je kind dood" en/of "als jullie geen geld geven dan

vermoorden we jullie", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 16/661945-14

1.

Primair

hij op of omstreeks 19 april 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

(meermalen) (met kracht)

- die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gestompt (tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen) en/of

- heeft getrapt en/of geschopt tegen het hoofd en/of de romp en/of het/de be(e)n(en), althans het lichaam van die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 19 april 2014 te Amsterdam met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Korte Leidsedwarsstraat (ter hoogte van perceelnummer 35), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het (meermalen) (met kracht)

- slaan en/of stompen van die [slachtoffer 1] (tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen) en/of

- trappen en/of schoppen tegen het hoofd en/of de romp en/of het/de be(e)n(en), althans het lichaam van die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag);

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 19 april 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1] (meermalen) (met kracht)

- te slaan en/of te stompen tegen het lichaam (tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen) en/of

- te trappen en/of schoppen tegen het hoofd en/of de romp en/of het/de be(e)n(en), althans het lichaam van die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag);

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 19 april 2014 te Amsterdam, althans in het arrondissement Amsterdam,

[slachtoffer 3] heeft mishandeld door (meermalen) (met kracht) tegen het/de be(e)n(en), althans het lichaam van die [slachtoffer 3] te trappen en/of te schoppen;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 19 april 2014 te Amsterdam, althans in het arrondissement Amsterdam, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een gevechtshouding aangenomen en/of

- op zijn borst geslagen en/of

- een snijdende beweging gemaakt met zijn (rechter)hand in de richting van die [slachtoffer 3] en/of

- een hek opgetild en in de richting van die [slachtoffer 3] gegooid, althans hiertoe aanstalten gemaakt en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "wacht maar,

ik ga je dood schieten. Ik kom terug voor je" en/of "kom een tegen een", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden (2014 116552) bestaande uit een tactisch dossier en een forensisch dossier), volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] , tactisch dossier p. 299-.302 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] , tactisch dossier p. 305-313.

3 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster] , tactisch dossier p. 322-327. Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangeefster] , tactisch dossier p. 331-336.

4 Idem, p. 91.

5 Idem, p. 92.

6 Idem p. 72.

7 Idem, p. 73.

8 Idem p. 78.

9 Idem p. 80.

10 Idem, p. 81.

11 Proces-verbaal van verhoor van aangever verbalisant 790441, tactisch dossier p. 390

12 Idem, p. 391

13 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant 790441, tactisch dossier p. 395

14 Idem, p. 396

15 Proces-verbaal van verhoor van aangever verbalisant 790441, tactisch dossier p. 391

16 Proces-verbaal van verhoor van aangever verbalisant bekend onder nummer 768849, tactisch dossier p. 398.

17 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant bekend onder nummer 768849, tactisch dossier p. 402.

18 Idem, p. 403.

19 Proces-verbaal van verhoor van aangever verbalisant bekend onder nummer 768849 d.d. 13 mei 2014, p. 399.

20 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 27 (plattegrond p. 23)

21 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 27 (plattegrond p. 23)

22 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 89 (plattegrond p. 23).

23 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 27 (plattegrond p. 23)

24 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier: foto p. 65 en plattegrond p. 23.

25 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 27 (plattegrond p. 23)

26 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 89 (plattegrond p. 23).

27 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 27 (plattegrond p. 23).

28 Proces-verbaal samenvatting forensisch onderzoek, forensisch dossier p. 3.

29 Wapen en munitieonderzoek nav schietincident in Utrecht op 12 mei 2014, forensisch dossier p. 474 ev.

30 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 32 (foto’s p. 36-38).

31 Wapen en munitieonderzoek nav schietincident in Utrecht op 12 mei 2014, forensisch dossier p. 477

32 Idem, p. 224.

33 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 110.

34 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 31.

35 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 30.

36 Wapen en munitieonderzoek nav schietincident in Utrecht op 12 mei 2014, forensisch dossier p. 482 en 483

37 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 30.

38 Wapen en munitieonderzoek nav schietincident in Utrecht op 12 mei 2014, forensisch dossier p. 482 en 483

39 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 30 (foto’s p. 65).

40 Proces-verbaal sporenonderzoek, forensisch dossier p. 88 en 90 (foto p. 99)

41 Wapen en munitieonderzoek nav schietincident in Utrecht op 12 mei 2014, forensisch dossier p. 482 en 483

42 Proces-verbaal Samenvatting forensisch onderzoek, forensisch dossier p. 3.

43 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (2014096929), volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

44 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 1.

45 Idem, p. 2.

46 Idem, p. 3.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 11.

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 12.

49 Proces-verbaal van bevindingen, p. 12.

50 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 30.

51 Proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden), p. 18-20.

52 Idem, p. 20.

53 Idem, p. 21.

54 Idem, p. 22.

55 Idem, p. 23.

56 Idem, p. 24.