Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:5149

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-07-2015
Datum publicatie
12-08-2015
Zaaknummer
C-16-385681 - FA RK 15-750
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

adoptie door twee gehuwde adoptiefouders van verschillend geslacht met behoud van geslachtsnaam

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/385681 / FA RK 15-750

Beschikking van 14 juli 2015

in de zaak van

[pleegvader],

en

[pleegmoeder],

wonende te [woonplaats] ,

hierna: de pleegouders,

advocaat mr. E. van de Kraats,

met als belanghebbende

[moeder],

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

hierna: de moeder.

1 Verdere verloop van de procedure

Op 15 april 2015 heeft de rechtbank een eerdere beschikking gegeven. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.

Bij de rechtbank is vervolgens nog een brief van 29 mei 2015 van de zijde van de pleegouders binnen gekomen.

2 Vaststaande feiten

Hiervoor verwijst de rechtbank naar de op 15 april 2015 gegeven beschikking.

3 Beoordeling van het verzochte

Adoptie

De rechtbank blijft bij en houdt vast aan hetgeen zij in haar beschikking van 15 april 2015 heeft overwogen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de adoptie recht doet aan de feitelijke situatie van [minderjarige A] en [minderjarige B] , nu zij langdurig worden verzorgd en opgevoed door de pleegouders. Gelet op het feit dat de Raad in het kader van de ontheffing van de moeder uit het gezag in 2010 een onderzoek heeft gedaan naar de situatie van [minderjarige A] en [minderjarige B] bij de pleegouders, alsmede gelet op het feit dat de pleegouders minder dan een jaar geleden op verzoek van de instelling die toen de voogdij had, de voogdij over hen hebben gekregen, is de rechtbank van oordeel dat een nieuw onderzoek door de Raad, zoals ter zitting is aangeboden, geen toegevoegde waarde heeft.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige A] en [minderjarige B] is dat zij wordt geadopteerd door de pleegouders. Nu ook overigens aan de voorwaarden van de artikelen 1:227 en 1:228 BW is voldaan, zal de rechtbank het adoptieverzoek van de pleegouders toewijzen.

Geslachtsnaam

In voornoemde beschikking heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de gevolgen van de adoptie voor de geslachtsnaam van de kinderen.

Bij brief van 29 mei 2015 hebben de pleegouders meegedeeld dat zij zich beroepen op de artikel 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens, aangezien de biologische moeder van de kinderen grote emotionele waarde hecht aan het behouden van haar geslachtsnaam door de kinderen en dat zij de relatie met de moeder zo goed mogelijk willen houden. Daarnaast dragen de kinderen al 10 jaar hun huidige geslachtsnaam en heeft ook hun biologische halfzus deze geslachtsnaam, aldus de pleegouders.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 BW heeft een kind dat door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot twee adoptanten van verschillend geslacht die met elkaar zijn gehuwd, de geslachtsnaam van de vader, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de moeder zal hebben. Nu verzoekers van verschillend geslacht zijn en met elkaar zijn gehuwd, biedt voornoemde bepaling niet de door verzoekers en de biologische moeder gewenste mogelijkheid dat de minderjarigen na de adoptie hun huidige geslachtsnaam behouden. Zouden verzoekers niet met elkaar zijn gehuwd, of zouden zij wel zijn gehuwd maar beiden man of beiden vrouw zijn geweest, dan zou die mogelijkheid wel hebben bestaan. Ingeval van een adoptie door twee ongehuwde adoptanten, dan wel door adoptanten van hetzelfde geslacht die met elkaar zijn gehuwd, behoudt immers het kind op de voet van artikel 1:5 lid 3 BW de geslachtsnaam die het heeft, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind een van hun beider geslachtsnamen zal hebben.

Blijkens de wetsgeschiedenis bij artikel 1:5 lid 3 BW (Tweede Kamer 1998 – 1999, 26 673, nr. 3, toelichting op onderdeel A) heeft de wetgever met de huidige redactie van deze bepaling willen aansluiten bij het voorheen geldende systeem van het naamrecht, inhoudende dat het kind dat door gehuwde adoptanten wordt geadopteerd, bij gebreke aan een keuze de naam van de adoptiefvader krijgt. De memorie van toelichting geeft geen verklaring voor het onderscheid tussen gehuwde adoptiefouders van verschillend geslacht enerzijds en die van ongehuwde adoptiefouders en gehuwde adoptiefouders van gelijk geslacht anderzijds, in de zin dat gehuwde adoptiefouders van verschillend geslacht niet de mogelijkheid hebben om het adoptiekind door het achterwege laten van een geslachtsnaamkeuze de eigen geslachtsnaam te laten behouden.

De pleegouders beroepen zich thans op de artikelen 8 en 14 EVRM. Bij de beoordeling hiervan neemt de rechtbank een aantal feiten en omstandigheden in aanmerking:

- de minderjarigen maken vanaf 2006 deel uit van het gezin van de pleegouders en hebben gedurende die tijd hun eigen geslachtsnaam gevoerd,

- de pleegouders en de biologische moeder hebben de uitdrukkelijke wens dat de kinderen hun huidige geslachtsnaam behouden,

- er is een goede band tussen de pleegouders en de biologische moeder die ook bij het gezin van de pleegouders wordt betrokken,

- de biologische halfzus van de kinderen, met wie zij ook regelmatig contact hebben, heeft eveneens de geslachtsnaam van de biologische moeder.

In het licht van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank in dit geval het in artikel 1:5 lid 3 BW gemaakte onderscheid als hiervoor omschreven ongerechtvaardigd. In dit verband overweegt de rechtbank ook dat de kinderen van de pleegouders inmiddels meerderjarig zijn en niet meer thuis wonen, zodat naar het oordeel van de rechtbank de door artikel 1:5 lid 8 BW gewaarborgde eenheid van naam binnen het gezin niet in het geding komt.

De rechtbank zal de keuze van verzoekers voor het behoud van de eigen geslachtsnaam van de minderjarige in het dictum van deze beschikking vermelden.

4 Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van [minderjarige A] en [minderjarige B], geboren op [2004] te [geboorteplaats] ,

door

[pleegvader], geboren op [1955] te [geboorteplaats]

en

[pleegmoeder], geboren op [1959] te [geboorteplaats] ;

Onder vermelding van de verklaring van de pleegouders ten overstaan van de rechtbank dat [minderjarige A] en [minderjarige B] hun huidige geslachtsnaam [geslachtsnaam] zullen behouden.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.M.M.P. Westbroek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2015.