Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4921

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
16/702753-13, 16/661908-14 en 16/172805-12 (tul) (gevoegd ttz.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht verdachte onder meer schuldig aan het plegen van twee inbraken, bij een juwelier en bakker in Purmerend. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden en wijst de vordering benadeelde partij (de juwelier) toe tot een bedrag van euro 114.648,65.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/702753-13, 16/661908-14 en 16/172805-12 (tul) (gevoegd ttz.)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 juli 2015.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

Geboren op [1986] in [geboorteplaats],

Wonende te [adres] in [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2014, 17 november 2014, 9 juni 2015, 11 juni 2015, 15 juni 2015, 16 juni 2015 en 18 juni 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door raadsvrouwe mr. C. Lammers, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouwe naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

Ten aanzien van 16/702753-13:

Feit 1 primair: op 19 of 20 mei 2013 samen met anderen in Duitsland een Audi Rs4 Avant

Quattro, een Audi Rs4 Cabriolet en een Audi Rs4 Avant heeft gestolen;

Subsidiair: medeplichtig is aan het op 19 of 20 mei 2013 stelen van een Audi Rs4 Avant Quattro, een Audi Rs4 Cabriolet en een Audi Rs4 Avant;

Meer subs.: in de periode van 20 mei 2013 tot en met 26 november 2013 een Audi Rs4 Avant Quattro, een Audi Rs4 Cabriolet en een Audi Rs4 Avant heeft geheeld;

Feit 2 primair: op 13 januari 2013 samen met anderen door middel van braak sieraden en goud heeft gestolen bij juwelier [juwelier] in [vestigingsplaats];

Subsidiair: in de periode van 13 januari 2013 tot en met 30 juni 2014 sieraden heeft geheeld;

Feit 3: in de periode van 29 april 2006 tot en met 8 juli 2014 samen met anderen diverse goederen heeft geheeld;

Feit 4: op 13 januari 2013 samen met anderen door middel van braak een kluis en een geldbedrag van € 4.800,- heeft gestolen bij bakkerij [bakkerij] in [vestigingsplaats].

Ten aanzien van 16/661908-14:

Feit 1: op 30 juni 2014 drie nitraten (vuurwerk) voorhanden heeft gehad;

Feit 2: op 30 juni 2014 een gasdrukpistool voorhanden heeft gehad;

Feit 3: op 30 juni 2014 patronen voorhanden heeft gehad;

Feit 4 primair: op 30 juni 2014 jammers heeft aangelegd dan wel heeft gebruikt;

Subsidiair: op 30 juni 2014 jammers voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 16/702753-13 en de feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 16/661908-14 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De feiten 1 en 2 onder parketnummer 16/702753-13 en feit 4 onder parketnummer 16/661908-14 kunnen in de primair ten laste gelegde variant bewezen worden verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2 onder primair en 4 onder parketnummer 16/702753-13 niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en dat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken.

Feiten 2 subsidiair en feit 3 onder parketnummer 16/702753-13 kunnen wel wettig en overtuigend bewezen worden, met de kanttekening dat voor feit 3 niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van medeplegen.

De feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 16/661908-14 kunnen ook wettig en overtuigend bewezen worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De vrijspraken

Ten aanzien van feit 1 (16/702753-13)

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een Audi Rs4 Avant Quattro, een Audi Rs4 Cabriolet en een Audi Rs4 Avant, gepleegd in Duitsland op 19 of 20 mei 2013, dan wel aan medeplichtigheid aan die diefstal, dan wel aan de heling, in de periode kort na de diefstal van deze auto’s.

Uit het dossier blijkt dat de auto van de echtgenote van verdachte op de avond van de diefstal in Duitsland is geflitst voor een snelheidsovertreding. Van deze snelheidsovertreding is een (automatisch gegenereerde) foto gemaakt, waarop meerdere verbalisanten hebben verklaard verdachte te herkennen als de bestuurder van de auto.

De rechtbank is echter van oordeel dat deze herkenningen onvoldoende betrouwbaar zijn gelet op de slechte kwaliteit van de foto, het feit dat het gezicht van de bestuurder slechts gedeeltelijk zichtbaar is en het feit dat de naam van verdachte naast de foto is genoemd .

De rechtbank zal om deze redenen de herkenningen van verbalisanten die zich in het dossier bevinden, niet gebruiken als bewijs.

In het dossier bevinden zich geen andere bewijsmiddelen waaruit wettig en overtuigend blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij of medeplichtig aan de diefstal, dan wel de heling van de Audi’s. Verdachte heeft ter zitting een verklaring afgelegd waarmee een alternatief scenario is geschetst, dat niet wordt weersproken door de stukken in het dossier.

Gezien het bovenstaande, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 1 heeft begaan en spreekt verdachte hiervan vrij.

Ten aanzien van feit 4 primair (16/661908-14)

Aan verdachte is onder feit 4 primair tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het aanleggen, aangelegd aanwezig hebben dan wel gebruiken van één of meer jammers.

Uit het dossier blijkt dat de eerste jammer in een zwarte doos is aangetroffen in de woning van verdachte. De tweede jammer is in een gereedschapstrolley aangetroffen in de garagebox aan de [adres] in [woonplaats]. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte de jammers (gedeeltelijk) heeft aangelegd, aangelegd aanwezig heeft gehad of heeft gebruikt, zodat verdachte van het onder feit 4 primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

4.3.2

De bewijsmiddelen

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

4.3.2.1 Ten aanzien van parketnummer 16/661908-14

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 en 4 subsidiair onder parketnummer 16/661908-14 op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank zal volstaan met een opsomming omdat verdachte voor deze feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering en de verdediging niet tot vrijspraak heeft gepleit.

Ten aanzien van feit 1 (voorhanden hebben vuurwerk)

- Het proces-verbaal van doorzoeking met als bijlage de lijst met inbeslaggenomen goederen;2

- De bekennende verklaring van verdachte ter zitting d.d. 11 juni 2015.3

Ten aanzien van feit 2 (voorhanden hebben gasdrukpistool)

- Het proces-verbaal van doorzoeking met als bijlage de lijst met inbeslaggenomen goederen;4

- De bekennende verklaring van verdachte ter zitting d.d. 11 juni 2015.5

Ten aanzien van feit 3 (voorhanden hebben scherpe patronen)

- Het proces-verbaal van doorzoeking met als bijlage de lijst met inbeslaggenomen goederen;6

- De bekennende verklaring van verdachte ter zitting d.d. 11 juni 2015.7

Ten aanzien van feit 4 subsidiair (voorhanden hebben twee jammers)

- Het proces-verbaal van doorzoeking met als bijlage de lijst met inbeslaggenomen goederen ten aanzien van de jammer aangetroffen in de woning;8

- Het proces-verbaal van doorzoeking met als bijlage de lijst met inbeslaggenomen goederen ten aanzien van de jammer aangetroffen in de garagebox;9

- De bekennende verklaring van verdachte ter zitting d.d. 11 juni 2015.

4.3.2.2 Ten aanzien van parketnummer 16/702753-13

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Ten aanzien van de feiten 2 en 4 (inbraak bij juwelier [juwelier] en bakkerij [bakkerij])10

Op 14 januari 2013 om 8:41 uur krijgt de politie een melding dat in het [winkelcentrum] winkelcentrum in [vestigingsplaats] vermoedelijk is ingebroken bij het pand van banketbakkerij [bakkerij]. De cilinder is uit het cilinderslot van de achterdeur verwijderd. Binnen blijkt dat een ravage is aangericht waarbij een verfpot is omgegooid11 en dat er in de muur van het pand een gat is gemaakt van ongeveer 50 bij 50 centimeter. Dit gat geeft toegang tot de naastgelegen ruimte, waar juwelier [juwelier] is gevestigd.12

Op 15 januari 2013 doet [benadeelde 1] aangifte wegens inbraak bij de banketbakkerij waarvan hij de eigenaar is. De kluis met daarin een geldbedrag is in zijn geheel weggenomen.13 Ook [aangever 1] doet op dezelfde dag aangifte van inbraak, namens [benadeelde 2] en [juwelier] Juwelier. In de zijkant van zijn kluis blijkt een groot gat te zijn gemaakt en er zijn sieraden en goud weggenomen.14 [benadeelde 2] wordt op 6 februari 2013 gehoord door de politie, waar hij verklaart dat al zijn sieraden zijn gemerkt met een eigen meesterteken dat bestaat uit een letter R, gevolgd door een Hindoestaans symbool en achter dat symbool de letter G. Hij geeft ook aan dat er voor € 107.730,45 aan sieraden is weggenomen.15

Op 25 februari 2013 kijkt verbalisant [verbalisant 6] camerabeelden uit van ARS Traffic & Technology BV, naar aanleiding van de inbraak bij juwelier [juwelier]. Uit de beelden blijkt dat op 13 januari 2013 om 21:32:09 uur een voertuig met het kenteken [kenteken] Purmerend in rijdt. Op 14 januari 2013 om 2:44:29 uur rijdt dit voertuig Purmerend weer uit. Het kenteken van de auto, [kenteken], staat op naam van [B], de echtgenote van verdachte.16

Op camerabeelden die ter beschikking zijn gesteld door juwelier [juwelier], is te zien dat op 10 januari 2013 om 16:42 uur twee personen voor het pand staan en naar de vitrines kijken.17 Eén van beide personen op de beelden wordt door verbalisanten [verbalisant 1]18 en [verbalisant 2]19 herkend als zijnde [verdachte] (verdachte).

Op de beelden van de juwelier is verder te zien dat op 13 januari 2013 om 23:30 uur twee personen met donkere kleding, handschoenen, gezichtsbedekking en portofoons in de juwelierszaak rondlopen. Tussen 00:14 en 1:46 uur zijn lichtflitsen te zien. Na 1:53 uur zijn er geen personen meer te zien op de camerabeelden.20

In de nacht van 13 op 14 januari 2013 wordt rond 3:30 uur een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] gecontroleerd in Maarssen. De bestuurder van deze auto is verdachte. In de auto zitten voorts [medeverdachte] en [A]. [medeverdachte] draagt een donkerkleurige trainingsbroek met daarin een opvallende lichtkleurige verfplek.21

Bij een doorzoeking in de woning van verdachte op 30 juni 2014 aan de [adres] in [woonplaats] (de woning van verdachte en zijn echtgenote), treft de politie in de slaapkamer sieraden aan, waaronder een armband met 10 steentjes.22 De politie toont [benadeelde 2] deze armband, die hij herkent als gouden armband met granaatstenen, één van de sieraden die zijn gestolen uit zijn winkel. Hij herkent de armband aan een specifieke beschadiging en verklaart dat hij deze armband heeft gekocht van het echtpaar [echtpaar].23 De politie vraagt de heer en mevrouw [echtpaar] vervolgens naar de armband, waarop zij verklaren de armband aan [juwelier] te hebben verkocht en deze te herkennen aan de beschadiging in één van de granaatstenen.24

De echtgenote van verdachte geeft op 8 juli 2014 op verzoek van de politie nog meer sieraden af aan de politie.25 Tussen deze sieraden bevindt zich een slavenarmband waar aan de binnenzijde een merkteken is geslagen, bestaande uit de letters R en G met daartussenin een teken van een kroon of een drietand.26

Bewijsoverweging

De verdachte heeft verklaard dat hij zowel op 10 januari 2013 als in de nacht van 13 op 14 januari 2013 in Purmerend is geweest. Verdachte ontkent echter alle betrokkenheid bij de gepleegde inbraken. Hij heeft verklaard dat hij regelmatig in Purmerend kwam, omdat hij daar een hennepkwekerij onderhield. Over deze hennepkwekerij heeft hij ter zitting geen enkele nadere informatie willen verschaffen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij de bij hem aangetroffen gouden armband met granaatstenen en de slavenarmband met daarop het meesterteken van [juwelier] bij de heeft gekocht van een persoon die bij de hennepplantage kwam. Van deze persoon heeft hij de naam niet bekend willen maken. Op een eerder moment heeft verdachte verklaard dat hij de sieraden heeft gekocht in de Koningsnacht.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, gezien de hierboven genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, en gelet op het gebrek aan enige concrete onderbouwing van die verklaring en de tegenstrijdigheid met zijn eerdere verklaring. Om genoemde redenen gaat de rechtbank aan de verklaring van verdachte voorbij.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zowel de inbraak bij juwelier [juwelier] als de inbraak bij banketbakkerij [bakkerij] samen en in vereniging heeft gepleegd. Tussen de inbraken bestaat een dusdanig onverbrekelijke samenhang dat de bewijsmiddelen voor beide inbraken over en weer voor het bewijs kunnen dienen.

Ten aanzien van feit 3 (heling van goederen)27

De garagebox aan de [adres] in [woonplaats] staat op naam van [B], de echtgenote van verdachte.28 In deze garagebox worden de onderstaande goederen aangetroffen en in beslag genomen tijdens een doorzoeking op 30 juni 2014.

Paspoorten en rijbewijs

In een stellingkast in de garagebox worden twee paspoorten en een rijbewijs op naam van [C] en [D] aangetroffen.29 [C] heeft op 2 december 2013 namens hemzelf en [D] aangifte gedaan van de diefstal van zijn auto met daarin een paspoort op naam van [C], een paspoort op naam van [D] en een rijbewijs op naam van [C].30

Autosleutel

In een stellingkast in de garagebox wordt een BMW autosleutel aangetroffen.31 De sleutel wordt uitgelezen door verbalisant [verbalisant 12] en blijkt afkomstig te zijn van een BMW met kenteken [kenteken] die als gestolen gesignaleerd staat.32

Op 21 februari 2013 heeft [aangever 2] aangifte gedaan van de diefstal van zijn BMW met het kenteken [kenteken].33

Kentekenplaten

In de garagebox worden blanco gele kentekenplaten aangetroffen met serienummers 9060311951 tot en met 9060312000.34

Op 29 april 2006 heeft [aangever 3] namens [bedrijf 2] B.V. aangifte gedaan van diefstal van 1500 blanco kentekenplaten, genummerd van 9060310501 tot en met 9060312000.35

Accu

In de garagebox wordt een accu van het merk DeWalt aangetroffen met daarop de opdruk: ‘[naam]’.36

Op 18 augustus 2008 heeft [aangever 4] aangifte gedaan van verduistering in dienstbetrekking van gereedschap, waaronder ook een acculader van het merk DeWalt.37

Gereedschap

In de garagebox wordt gereedschap aangetroffen waarop een bedrijfssticker wordt aangetroffen waarop staat: ‘zonwering dealer’ met daarbij twee telefoonnummers.38

Op 9 februari 2012 heeft [aangever 5] namens [bedrijf 3] in [vestigingsplaats] aangifte gedaan van diefstal van gereedschap van het merk DeWalt.39

Op 9 juli 2014 wordt [aangever 5] het gereedschap getoond dat is aangetroffen in de garagebox. Bliekendaal geeft aan dat hij meerdere stukken gereedschap herkent, onder meer aan de bedrijfsstickers.40

Bladblazer

In de garagebox wordt een bladblazer aangetroffen, met daarop een sticker van het bedrijf [bedrijf 1] en serienummer 276938204.41

Verbalisant [verbalisant 3] neemt contact op met de firma [bedrijf 1], die hem vervolgens een factuur sturen waaruit blijkt dat een dergelijke bladblazer met dat specifieke serienummer was aangeschaft door de accommodatiebeheerder van hockeyclub [hockeyclub] uit [woonplaats].42

Op 1 augustus 2014 heeft [aangever 6], penningmeester bij hockeyvereniging [hockeyclub] uit [woonplaats], aangifte gedaan van de diefstal van een bladblazer met serienummer 276938204.43

Bewijsoverweging

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de verantwoordelijkheid neemt voor de goederen die in de garagebox in Zeist zijn aangetroffen, maar dat hij geen weet had van het feit dat het gestolen goederen waren.

De rechtbank is van oordeel dat uit de aard van de aangetroffen goederen voortvloeit dat verdachte ten tijde van het verkrijgen wist dat het gestolen goederen betrof. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat het gaat om blanco kentekenplaten, paspoorten en een rijbewijs op naam van anderen dan verdachte of zijn vrouw, een autosleutel en gereedschap met daarop bedrijfsstickers. Al deze goederen zijn zo evident eigendom van andere personen, dat verdachte wist dat de goederen gestolen zijn.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

ten aanzien van 16/702753-13

Feit 2 primair

op of omstreeks 13 januari 2013 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand heeft weggenomen sieraden en een hoeveelheid goud, toebehorende aan [juwelier] Juwelier (eigenaar [benadeelde 2]), waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Feit 3

op een of meer tijdstippen in de periode van 29 april 2006 tot en met 30 juni 2014 in Nederland, telkens

-paspoorten en een rijbewijs (op naam van [C] en [D]) en

-een autosleutel (behorend bij een personenauto, merk BMW, kenteken [kenteken]) en

-50 kentekenplaten en

-een accu voor gereedschap (merk: DeWalt) en

-een hoeveelheid gereedschap en

-een bladblazer,

voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde goederen telkens wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Feit 4

op of omstreeks 13 januari 2013 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand heeft weggenomen een kluis en enig geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van 16/661908-14:

Feit 1

op 30 juni 2014 te Huis ter Heide, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, vuurwerk, te weten: drie nitraten (merk Di Blasio Elio, type Cobra Super 6) voorhanden heeft gehad.

Feit 2

op 30 juni 2014 te Huis ter Heide, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool in de vorm van een pistool (merk Gamo, model V-3, kaliber 4,5mm (.177)), dat door zijn vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met echt bestaande vuurwapens (en derhalve voor bedreiging of afdreiging geschikt is), voorhanden heeft gehad.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in

de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn

gebezigd.

Feit 3

op 30 juni 2014 te Huis ter Heide, voorhanden heeft gehad:

- 5 scherpe patronen, kaliber 7 x 64mm, merk RWS en

- 1 scherp patroon, kaliber 7 x 64mm, merk DWM,

zijnde munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

Feit 4 subsidiair

op 31 mei 2014 te Zeist, zogenoemde jammers (merk Wolvesfleet en merk C.T.S.)

voorhanden heeft gehad, telkens zijnde een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt

gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid van

artikel 161sexies van het Wetboek van Strafrecht, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf

als bedoeld in genoemd artikel wordt gepleegd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Ten aanzien van 16/702753-13

Feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Feit 3:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van 16/661908-14

Feit 1:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Feit 2:

handelen in strijd met art. 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld

bij art. 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Feit 3:

handelen in strijd met art. 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij art.

55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Feit 4 subsidiair:

Het voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel geschikt gemaakt of ontworpen tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid van art. 161sexies Wetboek van Strafrecht met het oogmerk om daarmee een misdrijf te plegen als bedoeld in genoemd artikel.

7 De strafbaarheid van verdachte

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten wordt opgelegd een gevangenisstraf van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal bedrijfsinbraken, de heling van diverse goederen en het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk, een gasdrukpistool, patronen en twee jammers. Bij de inbraken is in de bedrijfspanden van zowel de juwelier als de bakkerij een grote ravage aangericht. Er is voor een groot bedrag aan goud en geld buit gemaakt. Verdachte heeft met deze delicten te kennen gegeven geen enkel respect voor het eigendom van anderen te hebben en zijn eigen materiële belangen boven die van anderen te stellen. Feiten, zoals door verdachte gepleegd, hebben een grote impact op de getroffen eigenaren en het personeel van de bedrijven en brengen gevoelens van onveiligheid teweeg in de samenleving. Dit geldt ook voor de heling van de diverse goederen, die bij verdachte zijn aangetroffen. Het gaat hierbij om paspoorten, een autosleutel, een rijbewijs en blanco kentekenplaten.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie van 29 april 2015, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en voor delicten die vallen onder de Wet wapens en munitie.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is, uit oogpunt van genoegdoening aan de slachtoffers en de samenleving, alsook uit oogpunt van generale en speciale preventie.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, gerechtvaardigd.

De rechtbank zal voor feit 1 (16/661908-14), het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk een aparte geldboete van € 200,00 opleggen, nu dit feit een overtreding betreft en hiervoor op grond van de wet een afzonderlijke straf moet worden opgelegd.

9 Vordering benadeelde partij ten aanzien van feit 2 (16/702753-13)

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 2 (16/702573-13) een schadevergoeding van € 114.648,65 te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het bedrag bestaat uit materiële schade.

9.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast verzoekt de officier van justitie om de vordering hoofdelijk toe te wijzen.

9.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering primair niet ontvankelijk te verklaren omdat vrijspraak is bepleit en subsidiair omdat de vordering niet eenvoudig van aard is en dus een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Meer subsidiair verzoekt de verdediging de vordering te matigen tot een bedrag van € 75.000,- en vraagt de rechtbank om de vordering niet hoofdelijk op te leggen.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 114.648,65 een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde onder feit 2 van parketnummer 16/702753-13 en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Ten aanzien van de post handelsvoorraad heeft de rechtbank vastgesteld dat er een aanzienlijke hoeveelheid sieraden is gestolen. Het opgevoerde bedrag is voldoende onderbouwd en gespecificeerd door stukken waaruit blijkt dat voor dit bedrag een verzekeringsdekking bestond. De schade-expert heeft onderzoek gedaan naar de voorraad en hier geen vraagtekens bij geplaatst. De verdediging heeft de betwisting van het bedrag niet nader onderbouwd. De enkele opmerking dat de handelsvoorraad niet kan worden getoetst, is naar het oordeel van de rechtbank een onvoldoende onderbouwing voor deze betwisting. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen. Dit geldt tevens voor de post ingekocht goud, zoals genoemd op de vordering en onderbouwd met een kopie van het opkopersregister.

De rechtbank is van oordeel dat ook de gestelde advocaatkosten voor de procedure tegen de verzekeraar volledig toewijsbaar zijn, omdat dit kosten betreffen van een schadebeperkende maatregel ten voordele van verdachte, nu hierdoor het aan verdachte gepresenteerde schadebedrag lager is uitgevallen dan anders het geval was geweest.

De ter zitting gestelde kosten van € 7.513,30 voor inventarisschade zijn ook voor toewijzing vatbaar nu de betwisting onvoldoende is gemotiveerd door de verdediging, namelijk slechts met de opmerking ‘het is mij niet duidelijk’. Gezien het gat in de muur, de ravage in het pand en de schade aan de brandkast, is evident dat er sprake is van inventarisschade en komt het gevraagde bedrag niet onredelijk voor. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.

Het gevorderde is al met al voldoende aannemelijk gemaakt en daarom zal de vordering in zijn geheel worden toegewezen, bestaande uit € 114.648,65 aan materiële schade. Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 13 januari 2013, tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De rechtbank bepaalt voorts dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor de vergoeding van deze schade.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 De vordering tot tenuitvoerlegging (TUL 16/172805-12)

10.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat deze al ten uitvoer is gelegd.

10.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om de officier van justitie niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat de voorwaardelijke straf al ten uitvoer is gelegd.

10.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 29 november 2012 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbank stelt vast dat de vordering tot tenuitvoerlegging reeds eerder is ingesteld en toegewezen, namelijk bij vonnis van 21 januari 2015 van de rechtbank te Den Haag. Door de verdediging is naar voren gebracht dat deze gevangenisstraf ook al is uitgezeten. De officier van justitie heeft afwijzing van de vordering gevorderd. De rechtbank zal het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaren in de vordering.

11 Het beslag

11.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen autogereedschap te onttrekken aan het verkeer, dan wel verbeurd te verklaren. De officier van justitie deelt daarnaast mee dat er ten aanzien van andere bij verdachte in beslag genomen goederen geen beslaglijst beschikbaar is en dat de verdediging rechtstreeks contact kan opnemen met het openbaar ministerie voor informatie over de afhandeling van deze goederen.

11.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat het autogereedschap moet worden teruggegeven aan verdachte omdat niet vast staat dat het voorwerp is gebruikt voor het plegen van een strafbaar feit.

11.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen autogereedschap vatbaar is voor verbeurdverklaring.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 33, 33a, 36f, 57, 63, 161sexies, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

13 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraken

- Spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 16/702753-13 tenlastegelegde met betrekking tot feit 1.

- Spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 16/661908-14 tenlastegelegde met betrekking feit 4 primair.

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Het bewezen verklaarde levert op zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 van parketnummer 16/702753-13 en de feiten 2, 3 en 4 subsidiair van parketnummer 16/661908-14

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 16/661908-14

  • -

    Legt aan verdachte op een geldboete van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro);

  • -

    Bepaalt dat, indien deze geldboete niet of niet volledig wordt betaald, vervangende hechtenis van 4 dagen zal worden toegepast.

Vordering benadeelde partij (feit 2 onder parketnummer 16/702753-13)

- Wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 114.648,65 (zegge: honderdveertienduizendzeshonderdachtenveertig euro en vijfenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf

13 januari 2013, tot aan de dag van de algehele voldoening. Het bedrag bestaande uit materiële schade.

- Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 2].

- Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

- Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

- Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] € 114.648,65 (zegge: honderdveertienduizendzeshonderdachtenveertig euro en vijfenzestig eurocent), aan de Staat te betalen, bestaande uit materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 365 dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 januari 2013, tot aan de dag van de algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

- Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering tenuitvoerlegging (16/172805-12)

- Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk.

Beslag

- Verklaart verbeurd het goed genoemd op de beslaglijst:

1.00

STK Autogereedschap KG 1 021.

Voorlopige hechtenis

- Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter,

mrs. E.A.A. van Kalveen en A.R. Creutzberg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juli 2015.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Ten aanzien van 16/702753-13:

1.

(zaaksdossier 2)

Primair

hij op of omstreeks 19 mei 2013 en/of 20 mei 2013 te Königstein en/of te Taunusstein, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een Audi Rs4 Avant Quattro en/of

- een Audi RS4 Cabriolet en/of

- een Audi RS4 Avant,

althans een of meer personenauto('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een of meer valse (immers nagemaakte) sleutel(s).

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[E] en/of een of meer (tot op heden onbekend gebleven) perso(o)n(en) op of omstreeks 19 mei 2013 en/of 20 mei 2013 te Königstein en/of te Taunusstein, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een Audi Rs4 Avant Quattro en/of

- een Audi RS4 Cabriolet en/of

- een Audi RS4 Avant,

althans een of meer personenauto('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een of meer valse (immers nagemaakte) sleutel(s)

en / of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 mei 2013 en/of 20 mei 2013 te Königstein en/of te Taunusstein, in elk geval in Duitsland en/of op een of meer plaats(en) in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft verschaft en / of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk [E] en/of een of meer (tot op heden onbekend gebleven) perso(o)n(en) naar voornoemde plaats(en) heeft gereden en/of gebracht en/of (vervolgens) achter een of meer van voornoemde perso(o)n(en) is aangereden.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2013 tot en met 26 november 2013 te Köningstein en/of te Taunusstein, in elk geval op een of meer plaats(en) in Duitsland en/of te Bilthoven en/of Zeist en/of Bunnik, althans op een of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een Audi Rs4 Avant Quattro en/of

- een Audi RS4 Cabriolet en/of

- een Audi RS4 Avant,

heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde personenauto('s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 417bis lid 1 sub a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

(zaaksdossier 10)

primair

hij op of omstreeks 13 januari 2013 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bedrijfpand heeft weggenomen sieraden en/of een hoeveelheid goud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [juwelier] Juwelier (eigenaar [benadeelde 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 januari 2013 tot en met 30 juni 2014 te Huis ter Heide (gemeente Zeist), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer sieraden heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

(zaaksdossier 11)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 april 2006 tot en met 8 juli 2014 te Zeist en/of Den Haag en/of Haarlem en/of De Bilt en/of De Meern en/of Schellinkhout en/of Houten en/of Malden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal,

(telkens)

-een of meer paspoort(en) en/of een rijbewijs (op naam van [C] en/of [D]) en/of

-een autosleutel (behorend bij een personenauto, merk BMW, kenteken [kenteken]) en/of

-een krat en/of -50 kentekenplaten en/of

-een accu voor gereedschap (merk: DeWalt) en/of

-een hoeveelheid gereedschap en/of

-een bladblazer,

heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

(zaaksdossier 10)

hij op of omstreeks 13 januari 2013 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een bedrijfspand heeft weggenomen een kluis en/of ongeveer 4800 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van 16/661908-14:

1.

(zaaksdossier 14)

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Huis ter Heide, in elk geval in Nederland al dan niet

opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, vuurwerk, te weten:

drie, althans een of meer nitra(a)t(en) (merk Di Blasio Elio, type Cobra Super 6) voorhanden

heeft gehad.

art 1A.4.1 lid 1 Vuurwerkbesluit

2.

(zaaksdossier 15)

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Huis ter Heide, gemeente Zeist, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool in de vorm van een pistool (merk Gamo, model V-3, kaliber 4,5mm (.177)), dat door zijn vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met echt bestaande vuurwapens (en derhalve voor bedreiging of afdreiging geschikt is), voorhanden heeft gehad.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in

de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn

gebezigd.

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

(zaaksdossier 15)

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Huis ter Heide, gemeente Zeist, voorhanden heeft gehad

- 5 scherpe patronen, kaliber 7 x 64mm, merk RWS en/of - 1 scherp patroon, kaliber 7 x

64mm, merk DWM, in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van

Categorie III.

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

4.

(zaaksdossier 16)

Primair

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Huis ter Heide, althans in het arrondissement Midden-

Nederland, al dan niet opzettelijk, een radiozendappara(a)t(en), te weten een of meer

(zogenoemde) jammer(s) (merk Wolvesfleet en/of merk C.T.S.) heeft aangelegd, geheel of

gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik

ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de

Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.

art 10.9 lid 1 Telecommunicatiewet

Subsidiair

hij op of omstreeks 31 mei 2014 te Zeist, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

een of meer (zogenoemde) jammer(s) (merk Wolvesfleet en/of merk C.T.S.) voorhanden

heeft gehad, (telkens) zijnde een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt

of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid van artikel

161sexies van het Wetboek van Strafrecht, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als

bedoeld in genoemd artikel wordt gepleegd.

art 161sexie lid 2 ahf/sub a Wetboek van Strafrecht

1 De hierna volgende voetnoten verwijzen telkens naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om onderzoek 09LEEUW, bestaande uit map 1 tot en met 17 en aanvullingen genummerd 1 tot en met 5 in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2842 (map 8) met bijlage op p. 2847.

3 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 11 juni 2015.

4 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2842 (map 8) met bijlage op p. 2847.

5 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 11 juni 2015.

6 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2842 (map 8) met bijlage op p. 2847.

7 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 11 juni 2015.

8 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2842 in map 8 (beslagdossier) met bijlage op p. 2845.

9 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2860 in map 8 (beslagdossier) met bijlage op p. 2867.

10 De hierna volgende voetnoten verwijzen naar de bewijsmiddelen die zich bevinden in map 16 (ZD 10) proces-verbaal nr. 1407211010.ZD10.

11 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] en [verbalisant 5], p. 5686.

12 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] en [verbalisant 5], p. 5686.

13 Proces-verbaal van aangifte, p. 5737.

14 Proces-verbaal van aangifte, p. 5689.

15 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 5692.

16 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 6], p. 5811.

17 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 6], p. 5829.

18 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], p. 5830.

19 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2], p. 5832.

20 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 7], p. 5740.

21 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 8] en [verbalisant 9], p. 5807.

22 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [verbalisant 10], p. 5837.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 5717.

24 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 6], p. 5722.

25 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 6] en [verbalisant 10], p. 5846.

26 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 5848.

27 De hierna volgende voetnoten verwijzen naar de bewijsmiddelen die zich bevinden in map 16 (ZD 11) proces-verbaal nr. 1407020820.ZD11.

28 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 11], p. 5876.

29 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage op p. 2863 (map 8 beslagdossier).

30 Proces-verbaal van aangifte, p. 5947.

31 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage op p. 2862 (map 8).

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5941.

33 Proces-verbaal van aangifte, p. 5942.

34 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage op p. 2867 (map 8).

35 Proces-verbaal van aangifte, p. 5896.

36 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage op p. 2863 (map 8).

37 Proces-verbaal van aangifte, p. 5901.

38 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage op p. 2862 t/m p. 2867 (map 8).

39 Proces-verbaal van aangifte, p. 5910.

40 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 5917.

41 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage op p. 2863.

42 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5934 en 5935.

43 Proces-verbaal van aangifte, p. 5937.