Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4919

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-07-2015
Datum publicatie
03-07-2015
Zaaknummer
16/661100-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 20-jarige man is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 voorwaardelijk. De rechtbank achtte de man schuldig aan gijzeling, bedreiging en het voorhanden hebben van een wapen op 29 januari dit jaar in een pand van de NOS. De man komt daarnaast onder toezicht van de reclassering en mag voorlopig niet meer op en in de buurt van het Mediapark in Hilversum komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16/661100-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 juli 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1995] te [geboorteplaats],

thans verblijvende te PI Nieuwegein.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek heeft laatstelijk plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 19 juni 2015, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.P. Visser, advocaat te

‘s-Gravenhage.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.I.M. Dierick en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk anderen of een ander, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of andere medewerker(s) en/of aanwezige(n) in het gebouw van de Nederlandse Omroep Stichting, te dwingen iets te (laten) doen of niet te doen, te weten: toegang te verlenen tot een studio van de Nederlandse Omroep Stichting en/of zendtijd ter beschikking te stellen (in een live uitzending van het acht uur journaal), immers heeft hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk

- aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een brief overhandigd en/of laten lezen,

met als inhoud:

"Wanneer u dit leest, raak dan niet in paniek. Ga niet schreeuwen en waarschuw uw collega's ook niet. Doe alsof er niets aan de hand is. Ik ben zwaarbewapend. Als u gewoon netjes meewerkt, dan zal u niets overkomen. Besef dat ik niet in mijn eentje ben. Er zijn nog vijf plus 98 hackers die klaar zijn voor een cyberaanval. Bovendien zijn er in dit land acht zware explosieven geplaatst die radioactief materiaal bevatten. Als u mij niet naar studio 8 brengt om een uitzending over te nemen, dan zijn wij genoodzaakt tot actie over te gaan. Dat wilt u niet op uw geweten hebben toch? Dus begeleid mij nu naar studio 8, de NOS studio.

Wij zijn gegijzeld door zwaarbewapende mannen in studio 8 Media Park Hilversum. Er zijn nog meer van hen in de rest van het land en ze hebben 98 hackers klaar staan voor een cyberaanval. Ook zijn er acht zware explosieven in het land geplaatst, die radioactief materiaal bevatten. Zij willen een live uitzending doen om hun verhaal te kunnen houden. Als die live uitzending op enige manier verstoord wordt, zullen zij tot actie overgaan. Van buitenaf wordt in de gaten gehouden of de live uitzending in heel Nederland bekeken kan worden. Hun voorwaarden zijn daarom onder andere. 1. Dit gebouw wordt niet bestormd. 2. De live uitzending wordt niet vertraagd, geen enkele seconde onderbroken en niet bewerkt. 3. Voor de duidelijkheid wordt er dus geen informatiebalk en ook geen ondertiteling aan de live uitzending toegevoegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen wij vrij worden gelaten. Ik zal het nog een keer herhalen. [herhalen]" en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gezegd dat hij met nog vijf of zes anderen bezig was om actief op de televisie te komen en/of dat hij deel uitmaakte van een hackergroep en/of dat, als hij niet op televisie kon komen, er cyberaanvallen zouden komen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gezegd: "we gaan nu wat doen, anders gaan er andere dingen gebeuren" en/of

- zich met die [slachtoffer 1] in de lift en/of naar een of meer studio('s) begeven en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (desgevraagd) gezegd dat hij, verdachte, beloofde die [slachtoffer 1] niet in zijn rug te schieten als hij, verdachte, achter hem liep en/of

- aan die [slachtoffer 3] (eveneens) voornoemde brief laten overhandigen en/of laten lezen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] gezegd: "ik moet een podium hebben" en/of

- zich met die [slachtoffer 3] naar een studio begeven en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat er mensen waren die in de gaten zouden houden of de uitzending daadwerkelijk zou worden uitgezonden en/of

- een studio in gereedheid laten brengen en/of voorbereidingen laten treffen voor een uitzending en/of

- (in de studio) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "zou u daar willen zitten dan, straks als ik moet beginnen? (...) Als ik hier in mijn eentje zit, dan is de kans groot dat ze denken, we stormen gewoon naar binnen en we schieten hem neer, je doorzeeft hem. (...) Ik wil, ik zou het fijn vinden als je toch hier blijft. Dan is de kans kleiner dat ze zo'n actie ondernemen. (...) Als mijn speech klaar is, dan laat ik u gewoon gaan, (...) dan laat ik u naar buiten gaan. (...) Oh, daar is de politie al". [Naar aanleiding van de vraag van [slachtoffer 1] of hij naar buiten mag lopen] "Straks ja! Als de speech is gedaan", althans woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl verdachte bij (een of meer van) voormelde handeling(en) en/of uitspra(a)k(en) een gas-/alarmpistool (met een demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (met een demper) aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft getoond en/of zichtbaar heeft vastgehouden;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk

- aan die [slachtoffer 1] een brief overhandigd en/of laten lezen, met als inhoud:

"Wanneer u dit leest, raak dan niet in paniek. Ga niet schreeuwen en waarschuw uw collega's ook niet. Doe alsof er niets aan de hand is. Ik ben zwaarbewapend. Als u gewoon netjes meewerkt, dan zal u niets overkomen. Besef dat ik niet in mijn eentje ben. Er zijn nog vijf plus 98 hackers die klaar zijn voor een cyberaanval. Bovendien zijn er in dit land acht zware explosieven geplaatst die radioactief materiaal bevatten. Als u mij niet naar studio 8 brengt om een uitzending over te nemen, dan zijn wij genoodzaakt tot actie over te gaan. Dat wilt u niet op uw geweten hebben toch? Dus begeleid mij nu naar studio 8, de NOS studio.

Wij zijn gegijzeld door zwaarbewapende mannen in studio 8 Media Park Hilversum. Er zijn nog meer van hen in de rest van het land en ze hebben 98 hackers klaar staan voor een cyberaanval. Ook zijn er acht zware explosieven in het land geplaatst, die radioactief materiaal bevatten. Zij willen een live uitzending doen om hun verhaal te kunnen houden. Als die live uitzending op enige manier verstoord wordt, zullen zij tot actie overgaan. Van buitenaf wordt in de gaten gehouden of de live uitzending in heel Nederland bekeken kan worden. Hun voorwaarden zijn daarom onder andere. 1. Dit gebouw wordt niet bestormd. 2. De live uitzending wordt niet vertraagd, geen enkele seconde onderbroken en niet bewerkt. 3. Voor de duidelijkheid wordt er dus geen informatiebalk en ook geen ondertiteling aan de live uitzending toegevoegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen wij vrij worden gelaten. Ik zal het nog een keer herhalen. [herhalen]" en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij met nog vijf of zes anderen bezig was om actief op de televisie te komen en/of dat hij deel uitmaakte van een hackergroep en/of dat, als hij niet op televisie kon komen, er cyberaanvallen zouden komen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gezegd: "we gaan nu wat doen, anders

gaan er andere dingen gebeuren" en/of

- zich met die [slachtoffer 1] in de lift en/of naar een of meer studio('s) begeven en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (desgevraagd) gezegd dat hij, verdachte, beloofde die [slachtoffer 1] niet in zijn rug te schieten als hij, verdachte, achter hem liep en/of

- (in de studio) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "zou u daar willen zitten dan, straks als ik moet beginnen? (...) Als ik hier in mijn eentje zit, dan is de kans groot dat ze denken, we stormen gewoon naar binnen en we schieten hem neer, je doorzeeft hem. (...) Ik wil, ik zou het fijn vinden als je toch hier blijft. Dan is de kans kleiner dat ze zo'n actie ondernemen. (...) Als mijn speech klaar is, dan laat ik u gewoon gaan, (...) dan laat ik u naar buiten gaan. (...) Oh, daar is de politie al". [Naar aanleiding van de vraag van [slachtoffer 1] of hij naar buiten mag lopen] "Straks ja! Als de speech is gedaan", althans woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl verdachte bij (een of meer van) voormelde handeling(en) en/of uitspra(a)k(en) een gas-/alarmpistool (met een demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (met een demper) aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of zichtbaar heeft vastgehouden;

2.

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een brief overhandigd en/of laten lezen,

met als inhoud:

"Wanneer u dit leest, raak dan niet in paniek. Ga niet schreeuwen en waarschuw uw collega's ook niet. Doe alsof er niets aan de hand is. Ik ben zwaarbewapend. Als u gewoon netjes meewerkt, dan zal u niets overkomen. Besef dat ik niet in mijn eentje ben. Er zijn nog vijf plus 98 hackers die klaar zijn voor een cyberaanval. Bovendien zijn er in dit land acht zware explosieven geplaatst die radioactief materiaal bevatten. Als u mij niet naar studio 8 brengt om een uitzending over te nemen, dan zijn wij genoodzaakt tot actie over te gaan. Dat wilt u niet op uw geweten hebben toch? Dus begeleid mij nu naar studio 8, de NOS studio.

Wij zijn gegijzeld door zwaarbewapende mannen in studio 8 Media Park Hilversum. Er zijn nog meer van hen in de rest van het land en ze hebben 98 hackers klaar staan voor een cyberaanval. Ook zijn er acht zware explosieven in het land geplaatst, die radioactief materiaal bevatten. Zij willen een live uitzending doen om hun verhaal te kunnen houden. Als die live uitzending op enige manier verstoord wordt, zullen zij tot actie overgaan. Van buitenaf wordt in de gaten gehouden of de live uitzending in heel Nederland bekeken kan worden. Hun voorwaarden zijn daarom onder andere. 1. Dit gebouw wordt niet bestormd. 2. De live uitzending wordt niet vertraagd, geen enkele seconde onderbroken en niet bewerkt. 3. Voor de duidelijkheid wordt er dus geen informatiebalk en ook geen ondertiteling aan de live uitzending toegevoegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen wij vrij worden gelaten. Ik zal het nog een keer herhalen. [herhalen]" en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gezegd: "we gaan nu wat doen, anders gaan er andere dingen gebeuren" en/of

- tegen die [slachtoffer 1] (desgevraagd) gezegd dat hij, verdachte, beloofde die [slachtoffer 1] niet in zijn rug te schieten als hij, verdachte, achter hem liep en/of

- aan die [slachtoffer 3] (eveneens) voormelde brief laten overhandigen en/of laten lezen,

terwijl verdachte bij (een of meer van) voormelde handeling(en) en/of uitspra(a)k(en) een gas-/alarmpistool (met een demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (met een demper) aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft getoond en/of zichtbaar heeft vastgehouden;

3.

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

- een (vuur)wapen van categorie III, in de vorm van een pistool, te weten een

gas-/alarmpistool en/of

- munitie van categorie III, te weten 15 scherpe knalpatronen en/of

- een wapen van categorie I onder 3, te weten een geluiddemper voor vuurwapens voorhanden heeft gehad.

3 DE VOORVRAGEN

De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft bepleit de dagvaarding partieel nietig te verklaren ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde zinsnede ‘andere medewerker(s) en/of aanwezige(n)’. Niet duidelijk is wie daarmee bedoeld worden.

De rechtbank overweegt dat de bewoordingen ‘andere medewerker(s) en/of aanwezige(n)’ op zichzelf onbepaald zijn, maar dat gezien de inhoud van het dossier en het geheel van de tenlastegelegde strafbare feiten in onderlinge samenhang bezien, de tenlastelegging van feit 1 voldoende concreet is. Verdachte wist blijkens zijn verklaringen bij de politie en ter terechtzitting ook waartegen hij zich moest verdedigen. Verdachte wilde toegang tot een studio van de NOS en zendtijd. Voorafgaand aan zijn handelen had verdachte geen specifieke personen op het oog die dit voor hem zouden moeten gaan bewerkstellingen, anders dan medewerkers of andere aanwezigen in het NOS gebouw.

De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 van het wetboek van Strafvordering voldoet en verwerpt het nietigheidsverweer.

De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN1

Op donderdag 29 januari 2015 omstreeks 19:55 uur kwam een melding bij de politie binnen dat een man met een vuurwapen het NOS gebouw, gelegen aan het Journaalplein 1 te Hilversum, had betreden.2

De man, naar later bleek verdachte, overhandigde bij binnenkomst aan de beveiligers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een brief met de volgende inhoud:

"Wanneer u dit leest, raak dan niet in paniek. Ga niet schreeuwen en waarschuw uw collega's ook niet. Doe alsof er niets aan de hand is. Ik ben zwaarbewapend. Als u gewoon netjes meewerkt, dan zal u niets overkomen. Besef dat ik niet in mijn eentje ben. Er zijn nog vijf plus 98 hackers die klaar zijn voor een cyberaanval. Bovendien zijn er in dit land acht zware explosieven geplaatst die radioactief materiaal bevatten. Als u mij niet naar studio 8 brengt om een uitzending over te nemen, dan zijn wij genoodzaakt tot actie over te gaan. Dat wilt u niet op uw geweten hebben toch? Dus begeleid mij nu naar studio 8, de NOS studio.

Wij zijn gegijzeld door zwaarbewapende mannen in studio 8 Media Park Hilversum. Er zijn nog meer van hen in de rest van het land en ze hebben 98 hackers klaar staan voor een cyberaanval. Ook zijn er acht zware explosieven in het land geplaatst, die radioactief materiaal bevatten. Zij willen een live uitzending doen om hun verhaal te kunnen houden. Als die live uitzending op enige manier verstoord wordt, zullen zij tot actie overgaan. Van buitenaf wordt in de gaten gehouden of de live uitzending in heel Nederland bekeken kan worden. Hun voorwaarden zijn daarom onder andere. 1. Dit gebouw wordt niet bestormd. 2. De live uitzending wordt niet vertraagd, geen enkele seconde onderbroken en niet bewerkt. 3. Voor de duidelijkheid wordt er dus geen informatiebalk en ook geen ondertiteling aan de live uitzending toegevoegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen wij vrij worden gelaten. Ik zal het nog een keer herhalen. [herhalen]"3

[slachtoffer 1], één van de beveiligers die dag in het NOS gebouw, verklaarde hierover onder meer als volgt.

Vandaag, donderdag 29 januari 2015 was ik (…) begonnen met mijn werkzaamheden op het Mediapark. (...) Het was omstreeks 19:30 uur. Ik zat achter de receptie in het NOS gebouw, videocentrum (…) Terwijl wij daar zaten kwam er een man binnen lopen. (...) Ik zag dat de man naar de balie kwam lopen. (...) Ik zag dat de man een brief op de balie voor de receptie legde. (...) Op een gegeven moment gaf hij mij het briefje. Terwijl ik dat briefje pakte liet de man zijn rugzak op de grond vallen. Ik zag op dat moment dat de man een pistool met daaraan een demper in zijn rechterhand vasthield. (...) Ik zag dat hij het pistool voor zijn lichaam hield. (...) Ik begon het briefje te lezen. (...) Ik las dat ik niet moest schreeuwen en dat ik niet mijn collega’s moest waarschuwen. Ik las dat hij zwaar bewapend was. Verder las ik in de brief dat er in Nederland zes radio actieve bommen geplaatst waren en dat als hij niet op televisie mocht komen dat deze zouden afgaan (...) Op dat moment zag ik ook dat hij een oortje in had. (…) Vervolgens heb ik de man horen zeggen dat hij met nog vijf of zes anderen bezig was om actief op de televisie te komen. Ik hoorde de man zeggen dat hij deel uitmaakte van een Hackergroep. Hij zei dat als hij niet op televisie kon komen dat er cyber aanvallen zouden komen. Hij vertelde dat hij terminaal was of is. (…) Ik zei tegen hem dat we een studio zouden gaan regelen. (…) Ik vroeg de man, voordat we naar boven gingen, dat als hij achter me liep of hij me niet in mijn rug wilde schieten. De man beloofde mij dit. (…)4

[slachtoffer 2], die eveneens op dat moment als beveiliger werkzaam was in het gebouw van de NOS, zag ook dat verdachte het gebouw van de NOS betrad. Hij verklaarde bij de politie onder meer het volgende.

Op donderdag 29 januari 2015, om ongeveer 19.45 uur was ik aan het werk in het gebouw van de NOS. (…) Ik had dienst samen met mijn collega [slachtoffer 1]. (...) Op dat moment zie ik een voor mij onbekende man de ingang binnen komen vai de draaideur. (...) Ik besloot hem aan te spreken. (…) Ik zag dat hij dat briefje aan mij aanreikte en ik heb het briefje van hem aangepakt. Op dat briefje las ik ondermeer: ‘Ik ben zwaar bewapend en doe vooral wat ik zeg’ en ‘Er zijn bommen met radioactief materiaal en die gaan af’ en ‘Ik wil zendtijd op het journaal.’ (…) Na het aanpakken van het briefje en het vluchtig kezen hiervan wisten mij collega en ik even niet wat we moesten doen. We praatten wat door met de man en toen zagen wij dat hij zijn tas en jas op de grond liet vallen en tegelijkertijd pakte hij een wapen uit die tas. Ik zag dat het een zwart pistool was met een geluidsdemper. (...) Hij richtte het niet op ons, maar hield het voor zijn buik naar beneden gericht. Ik hoorde dat hij zei: ‘We gaan nu wat anders doen anders gaan er andere dingen gebeuren.’ Hij zei ook dat we tijd aan het rekken waren.5

Vervolgens liep [slachtoffer 1] samen met verdachte naar een lift in het NOS gebouw. Hierover verklaarde hij onder meer het volgende.

Op de derde verdieping heb ik tegen de man gezegd dat als ze hem zien met het vuurwapen dat dit een grote reactie kan veroorzaken omdat hij met een vuurwapen op de afdeling oploopt. Ik zag dat de man met zijn rechterhand het wapen vasthield en dit wapen onder zijn colbert verstopte. (...) Op de afdeling liep ik naar de regie van studio 10. Hier overhandigde ik het briefje, wat ik bij de receptie van de man had gekregen, aan de aanwezige regisseur. (…) Ik hoorde de regisseur zeggen: Is dit een geintje? Ik hoorde de man zeggen: Nee dit is zeker geen geintje. (...) Ik was gespannen. (...) Ik dacht nog: ik wil wel weer thuis komen. Dit laatste heb ik ook tegen hem gezegd. De man heeft mij verteld dat dit ook wel weer zou gebeuren. De man zei bij de regisseur: Ik moet een podium hebben. Ik heb de regisseur op dat moment geadviseerd om de man in studio 10 te zetten. (...) De man is vervolgens achter mij aangelopen naar studio 10. (...) Al die tijd had de man nog steeds het vuurwapen in zijn rechterhand. (...) Hij vroeg mij of ik bij de uitzending en bij hem wilde blijven. Ik heb hem gezegd dat ik best bij hem wilde blijven maar dat hij mij het woord zou moeten geven dat hij niet neer zou schieten. Hij beloofde mij dat. (...)6

De regisseur [slachtoffer 3] werd eveneens gehoord door de politie. Hij verklaarde onder meer:

Tussen vijf en drie voor acht op donderdag 29 januari 2015, merkten we dat er twee mensen de regieruimte binnen. (…) De eerste persoon herkende ik aan het v-embleem op zijn jas. De ander dacht ik dat dit een beveiliger was in verband met zijn nette voorkomen. De voorste persoon had een papier in zijn hand en vroeg naar de regisseur. Als zijnde regisseur

richtte ik mij tot de beveiliger. Ik zag dat de voorste persoon gespannen was. Dat zag ik door de manier waarop hij mij aankeek en de manier waarop hij sprak. Ik weet niet meer precies wat de woorden waren die werden gezegd. Ik zag dit voornamelijk zijn gezichtsuitdrukking erg gespannen was. De portier zei niet dat hij bedreigd werd, hij zei: Deze man wil zendtijd, hij wil 15 minuten voor de camera staan” of woorden van gelijke strekking. Wij vroegen waarom dat was. Ik denk dat de beveiliger wegstapte en ik zag vervolgens dat de achterste man een pistool met een geluidsdemper in zijn handen had. De man hield het pistool naar beneden gericht. De man sprak niet direct tegen mij. In eerste instantie sprak de voorste beveiliger. De man met het wapen keek mij niet direct aan in eerste instantie. Hij maakte een rustige indruk op mij. Hij leek mij erg kalm. Toen overhandigde de beveiliger mij een briefje wat hij kennelijk van de ander had gekregen. De beveiliger gaf mij het briefje en zei dat dit afkomstig was van de man met het wapen. Waardoor het mij duidelijk werd dat de brief van de man met het wapen afkomstig was. Het was een briefje / A4tje met ongeveer een regel of 20 zinnen. (…)

Ik nam de brief aan van de beveiliger en las de brief door. Bij mij kwam het besef snel dat de man serieus was en de bedreigingen die hier instonden ook serieus waren. Ik nam na de eerste regels te hebben gelezen de tijd om de rest van de brief goed door te lezen. Mijn eerste reactie was dat we niet direct aan zijn wens konden voldoen. De verslaggever heeft de

man toen ook direct gezegd dat hij niet op de juiste locatie was. Hierna heb ik mij omgedraaid naar mijn werkplek. Ik heb via de intercom contact gelegd met de regisseur van studio 8. Ik heb toen gezegd dat er een man bij ons in de regieruimte was met een wapen en dat dit geen grap was, Ik zei dit hard op om er voor te zorgen dat de man met het wapen dit ook hoorde. Dit omdat ik er zeker van wilde zijn dat hij merkte dat wij dit serieus oppakten.

Het antwoord van de regisseur van studio 8 was dat ze het gehoord had, maar ze gaf geen

antwoord in de zin dat ze dit gingen regelen. Hierna heb ik mij weer gewend tot de verdachte. We hebben hem gezegd dat we de uitzending niet mogelijk konden maken vanaf de regieruimte. (…) Ik had echt de indruk dat de beveiliger in gijzeling was omdat de man met het wapen dicht achter hem bleef staan. Wij waren zelf ook duidelijk onderworpen aan de wens van de persoon met het wapen. De schakeltechnicus heeft mij toen zacht gezegd dat we de verdachte in studio 10 moesten plaatsen. Dat idee had ik zelf ook al. Vrijwel onmiddellijk bedacht ik mij dat dit een goed idee was. Ik had het idee als we de man in de regieruimte lieten staan dat er als er zou worden geschoten er meer slachtoffer zouden kunnen vallen met de hoeveelheid mensen in de ruimte, Ik wilde de indruk geven aan de verdachte dat we aan zijn wens gingen voldoen. De man protesteerde niet tegen het idee. Dat kwam misschien ook op de manier waarop ik dat zei. Dat was namelijk redelijk dwingend. Ik voelde mij ook erg kwaad op de verdachte, Ik dacht “kan je wel, met een pistool iemand bedreigen”.

Ik ben toen de beveiliger en de verdachte voor gegaan om hen te wijzen naar de studio. Ik heb zoiets gezegd als, ik breng jullie naar de studio. Ik heb niet gezegd ik breng je naar studio 8. (…) Ook had ik gevraagd of de geluidtechnicus met mij mee wilde lopen.

(…) Ik heb de verdachte gezegd waar de camera stond en hem de plek gewezen waar hij moest staan als er zou worden uitgezonden. De man met het wapen heeft mij hierna verteld dat er mensen waren die in gaten zouden houden of de uitzending daadwerkelijk zou worden uitgezonden. Ik had direct het vermoeden dat dit mogelijk niet waar was, omdat hij wel een oortje (met een krulsnoer) vanuit zijn kraag had lopen, maar deze had hij niet in zijn oor. Daardoor had ik het vermoeden dat hij dit blufte. Want hij zou op deze wijze niet horen wat anderen tegen hem zouden zeggen. Ik had toen ook de indruk dat dit niet een professioneel was die dit deed. Maar omdat hij wel het vuurwapen in zijn handen had, hebben we wel gedaan wat hij vroeg. (…) Verder had ik een van twee deuren in de studio dichtgedaan en vergrendeld om een barrière te creëren tussen de verdachten en de ruimte daar achter.

Ik heb hierna de verdachte gezegd dat ik terug moest naar de regieruimte om de verbinding tot stand te brengen. Ik heb hierbij ook een soort van toneelstuk opgevoerd om zo tijd te winnen waardoor meer mensen uit het gebouw konden komen. (…)7

Op het moment dat [slachtoffer 1] en verdachte samen in studio 10 waren, werden er beeld- en geluidsopnames gemaakt. Verdachte zei onder meer tegen [slachtoffer 1]: ‘Ik hoop dat u zou u daar willen zitten dan, straks als ik moet beginnen? Ik beloof dat er niks met u zal gebeuren maar, het is iets anders dat ik hier in mijn eentje zit. Voor hetzelfde geld staan ze nu al buiten. Voor hetzelfde geld dan zeggen ze dat. Zeg maar, de dingen die gezegd gaan worden dat zijn hele grote wereldzaken. (...) Wij zijn ingehuurd door inlichtingendiensten en daardoor hebben wij zaken vernomen die de huidige samenleving in twijfel trekken. (…) En die gaan wij nu naar buiten brengen.(…) Dus daarom zei ik al, zulke kwade mensen zijn wij ook weer niet. Want wij doen dit ook voor de gewone burger. Maar, daarom is het mogelijk dat mensen van bovenaf tegen weet ik veel wie buiten staan zeggen van ‘ja maak hem maat af’. Dit mag niemand horen.(…) En als ik hier in mijn eentje zit dan is de kans groot dat ze denken we stormen gewoon naar binnen en we schieten hem neer, je door zeeft hem. (…) Maar ik wil, ik zou het fijn vinden als je toch hier blijft. Dan is de kans kleiner dat ze zo’n actie ondernemen. (…) Het is verder, als mij speech klaar is, dan laat ik u gewoon gaan en dan. (…) Op de vraag of [slachtoffer 1] naar buiten mag lopen, antwoordde verdachte: ‘Straks ja! Als de speech is gedaan’.8

Verdachte werd vervolgens door de politie aangehouden.

Verdachte verklaarde bij de politie onder meer het volgende.

Ik wilde een speech houden op live televisie. Dat is simpel gezegd wat ik daar deed. (…) Over zaken die voor de gewone burger in de doofpot worden gestopt. Zaken die de huidige samenleving in twijfel trekken. (…) Ik wilde het NOS acht journaal hebben.9 (…)

Ik heb ook nagedacht over de kleding. Doordat ik me bewust netjes gekleed had verwachte ik wel serieus genomen te worden. Dat oortje was verder nergens op aangesloten. Het was puur om mensen gek te maken. En dat ze dachten dat ik wel met meer mensen was. (…)

Er was een wat jongere en een oudere bewaker. Die jongere las het briefje redelijk snel volgens mij. En toen gaf die het aan zijn collega (…) Toen ze me aankeken liet ik de rugzak vallen en had ik het wapen in mijn hand. (…) Ik had het in mijn hand in mijn tas en niet gericht maar met de loop naar beneden. (…) Ik had wel het vermoeden dat ze een alarm hadden ingedrukt en daarna had ik het idee dat ze tijd aan het rekken waren. Dat heb ik toen ook tegen hun gezegd: ‘Ja jullie zijn tijd aan het rekken’. (…) Als ik mij goed herinner heb ik meer specifieker aan gedrongen van ‘Ja, waar is studio 8’ of ‘ik wil nu naar studio 8’, zoiets. (…) Op een gegeven moment is het gelukt natuurlijk, want toen heeft die man mij naar boven gebracht. (…) Ik probeerde hem wel gerust te stellen. Zover als dat kon tenminste want ik had natuurlijk een wapen. In die kleine studio vroeg hij ook wat er zou gebeuren als het klaar was. Toen zei ik ook dat ik hem liet gaan en dat ik mij dan wel zou laten neerschieten of inrekenen. (…)

Uit de lift was er nog een poortje waar je doorheen moest met een pasje. (…) De bewaker zei me toen dat als mensen een wapen zouden zien zij misschien in paniek zouden raken. Ik heb daarom het wapen onder mijn colbertje gehouden. (…) Hij kwam achter mij aan en toen zijn we naar de regiekamer gelopen. (…)

De verbalisant geeft aan dat de bewaker heeft verklaard dat hij het briefje in de studio aan een regisseur had afgegeven. Daarop antwoordde verdachte: Ja, de bewaker heeft dat bij zich gehouden. En later afgegeven bij die regie. Die zagen wel dat ik een wapen in mijn had en toen zagen ze dat het serieus was en geen geintje. Later is het briefje weer afgegeven aan iemand anders in de regiekamer. (…) Het feit dat ik zei dat het me te lang duurde was niet geacteerd (…) Ik vond het ook te lang duren. (…) Maar ik was aan het wachten op het moment dat ik live zou gaan. (…)

De verbalisant geeft aan dat de bewaker heeft verklaard dat verdachte hem had gevraagd om tijdens de uitzending bij hem in de studio te blijven. Daarop antwoordde verdachte: Ja, dat klopt. Ik dacht van ja ik kan hier wel gaan zitten, maar dan ben ik voor de politie een makkelijke prooi. (…) Ik heb nooit het wapen echt op hem gericht (…) Hij heeft meerder malen gezegd dat ik hem niet in zijn rug moest scheten en dat hij er niet het slachtoffer van wilde worden, ik wil naar huis. Dat zei hij best vaak. (…)

ik heb (…) dinsdag mijn wapen gekocht. (…) ik vond die demper er zo realistisch uitzien. Ik dat die is wel van toegevoegde waarde om dat er echt te laten uitzien als ik dat er bij koop. (…) hij was helemaal gevuld met knalpatronen. 15 stuks.10

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie heeft gevorderd het onder 1 primair ten laste gelegde, de gijzeling, wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Zij heeft daarbij verwezen naar de aangiften, de getuigenverklaringen, de door verdachte gemaakte brief, de uitwerking van de beelden en de geluidsfragmenten en de verklaring van verdachte. Uit de verklaring van verdachte, zijn brief en uit zijn handelen blijkt dat hij het oogmerk had om anderen, beveiligers, medewerkers of andere aanwezigen bij de NOS, hem toegang te laten verlenen tot een studio van de NOS en zendtijd ter beschikking te stellen in een live uitzending van het acht uur journaal.

Feit 2

De officier van justitie heeft gevorderd het onder 2 ten laste gelegde, de bedreiging, wettig en overtuigend bewezen te verklaren gelet op de aangiften, de getuigenverklaringen, de door verdachte gemaakte brief, de uitwerking van de beelden en de geluidsfragmenten en de bekennende verklaring van verdachte.

Feit 3

De officier van justitie heeft gevorderd het onder 3 ten laste gelegde, het voorhanden hebben van een voorwapen met geluidsdemper en munitie, wettig en overtuigend bewezen te verklaren gelet op het proces-verbaal van inbeslagname, de verklaringen van de getuigen, het proces-verbaal van bevindingen met daarin de omschrijving van het wapen op basis van de Wet wapens en munitie en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte zijn wapen op geen enkel moment op [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gericht heeft gehad. Ook was de sfeer onder omstandigheden onvoldoende dreigend. Allen hebben verklaard dat zij uit eigen beweging hebben gehandeld en niet bang waren geweest.

Voor zover [slachtoffer 1] wel van zijn vrijheid beroofd is geweest, was dit moment dusdanig kort dat het niet kan leiden tot een bewezenverklaring. Bovendien kan niet worden gezegd dat verdachte anderen heeft gedwongen om iets te doen of niet te doen met het oog op het verkrijgen van toegang tot de studio en het ter beschikking stellen van zendtijd. Er is geen sprake geweest van het gegijzeld houden van personen als ruilobject om iets gedaan te krijgen. Verdachte wilde alleen dat [slachtoffer 1] bij hem zou blijven om te voorkomen dat de politie schietend binnen zou komen.

Feit 2

De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit van de zinsnede: ‘we gaan nu wat doen, anders gaan er andere dingen gebeuren’ nu dit te onbepaald is om daar enige consequenties met betrekking tot een dreigement aan te verbinden. Voorts kan het antwoord op de vraag van [slachtoffer 1],‘hem niet in de rug te schieten’, ‘dat hij dat niet zal doen’, niet als een bedreiging worden aangemerkt maar eerder als een geruststelling. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 3

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de stukken van het onderliggende strafdossier en van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Feit 1

Uit geldende jurisprudentie volgt dat voor gijzeling niet is vereist dat sprake is geweest van daadwerkelijke opsluiting dan wel dat het slachtoffer fysiek beperkt wordt. Ook andere omstandigheden zoals bedreigingen of uitingen van geweld waardoor een slachtoffer belemmerd wordt in zijn bewegingsvrijheid, kunnen tot de conclusie leiden dat er sprake is van een gijzeling in de zin van artikel 282a Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank acht voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van gijzeling onder andere de volgende passages uit de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van belang.

[slachtoffer 1] verklaarde onder meer – op vragen van de politie – het volgende.

Toen ik wenkte om zijn briefje, sloeg mijn hart wel 2x over. Dat was wel een angstig moment. Hierna vroeg ik of het serieus was. Vervolgens liet hij zijn wapen zien, toen wist ik zeker dat het serieus was. Je staat volkomen machteloos. Het enige wat ik kon doen is wat ik gedaan heb. (...) Toen ik die brief las en aan hem vroeg, meen je dit? Toen hij kracht bijzette door zijn wapen, toen voelde ik me zeker wel bedreigd ja. (..)

V: Voelde u zich gedwongen door deze man en zijn vuurwapen om mee te werken?

A: Ja absoluut. (…).11

[slachtoffer 2] verklaarde:

Ik voelde mij zeker bedreigd toen hij het wapen uit zijn rugzak pakte. Hij staat binnen 2 meter van mij met een wapen. Hij hoefde alleen zijn wapen te trekken. Naar mijn idee was het een echt wapen. (..) Op vragen van de politie verklaarde hij vervolgens.

V: Voelde u zich gedwongen door deze man en zijn vuurwapen om mee te werken?

A: Ja, zeker wel. Ja ik sta in principe machteloos. (..)

Ik voelde me tijdens het voorval echt bedreigd. Ik dacht dat ik het eind van de dag niet zou halen.12

Voorts verklaarde [slachtoffer 3] bij de politie: Voor mij was ook duidelijk dat als ik niet zou doen wat de verdachte deed, dat dat dan gevolgen zou hebben. In die zin werd ik bedreigd om te doen wat hij wilde.13

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat [slachtoffer 1], na het lezen van de door verdachte opgestelde brief en het zien van het wapen, geen andere keuze had dan om met verdachte mee te gaan naar een studio. Doordat verdachte met het wapen in zijn nabijheid bleef, was er sprake van een zodanige situatie dat [slachtoffer 1] daadwerkelijk beperkt werd in zijn bewegingsvrijheid. Dat verdachte het wapen niet feitelijk op hem richtte maakte dit niet anders. Ook [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] durfden onder deze omstandigheden niet in te grijpen en voelden zich (mede) daardoor gedwongen om verdachte toegang te geven tot de studio’s van het NOS gebouw en zendtijd voor hem te regelen. Blijkens de inhoud van de door verdachte opgestelde brief was het opzet van verdachte hierop ook gericht. Aldus diende de vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] het voorgenomen doel van verdachte, waarmee sprake is van gijzeling.

Door de verdediging is bepleit dat een zeer korte beperking van de vrijheid niet als vrijheidsbeneming in de zin van artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt. De rechtbank verwerpt dit verweer. Wat er ook zij van de juistheid van deze stellingname, vanaf het moment dat [slachtoffer 1] kennis nam van de brief en het wapen zag, tot het moment dat verdachte werd aangehouden door de politie, werd [slachtoffer 1] gedurende die periode beperkt in zijn bewegingsvrijheid. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is geweest van een kortstondig moment waarbinnen verdachte zijn voorgenomen doel nastreefde.

Het onder 1 primair ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 2

De rechtbank acht, gelet op de verklaringen van [slachtoffer 1]14, [slachtoffer 2]15 en [slachtoffer 3]16 en verdachte17 bewezen dat verdachte op 29 januari 2015 te Hilversum de aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] overhandigde brief heeft opgesteld en dat hij de in de tenlastelegging gebezigde woorden heeft geuit terwijl hij een wapen aan die [slachtoffer 1], die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] toonde dan wel zichtbaar vasthield.

De inhoud van de brief en de uitlatingen van verdachte waren van dien aard en werden onder zulke omstandigheden gedaan dat deze in het algemeen vrees konden opwekken. Niet vereist is dat de bedreiging in het concrete geval op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat er werkelijk vrees is opgewerkt.

De belofte van verdachte om [slachtoffer 1] niet in de rug te schieten kan gelet op de omstandigheden waaronder deze ‘belofte’ is uitgesproken niet als een geruststellende mededeling worden aangemerkt. De opmerking van verdachte ‘we gaan nu wat doen, anders gaan er andere dingen gebeuren’ is naar het oordeel van de rechtbank gelet op de context voldoende bepaald. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman op deze punten.

De onder 2 ten laste gelegde bedreiging kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 3

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op het proces-verbaal van bevindingen18 en de verklaring van verdachte19.

Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de rechtbank met een opgave van voornoemde bewijsmiddelen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 29 januari 2015 te Hilversum, opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met het oogmerk anderen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], te dwingen iets te (laten) doen of niet te doen, te weten: toegang te verlenen tot een studio van de Nederlandse Omroep Stichting en zendtijd ter beschikking te stellen (in een live uitzending van het acht uur journaal), immers heeft hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk

- aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] een brief overhandigd en laten lezen,

met als inhoud:

"Wanneer u dit leest, raak dan niet in paniek. Ga niet schreeuwen en waarschuw uw collega's ook niet. Doe alsof er niets aan de hand is. Ik ben zwaarbewapend. Als u gewoon netjes meewerkt, dan zal u niets overkomen. Besef dat ik niet in mijn eentje ben. Er zijn nog vijf plus 98 hackers die klaar zijn voor een cyberaanval. Bovendien zijn er in dit land acht zware explosieven geplaatst die radioactief materiaal bevatten. Als u mij niet naar studio 8 brengt om een uitzending over te nemen, dan zijn wij genoodzaakt tot actie over te gaan. Dat wilt u niet op uw geweten hebben toch? Dus begeleid mij nu naar studio 8, de NOS studio.

Wij zijn gegijzeld door zwaarbewapende mannen in studio 8 Media Park Hilversum. Er zijn nog meer van hen in de rest van het land en ze hebben 98 hackers klaar staan voor een cyberaanval. Ook zijn er acht zware explosieven in het land geplaatst, die radioactief materiaal bevatten. Zij willen een live uitzending doen om hun verhaal te kunnen houden. Als die live uitzending op enige manier verstoord wordt, zullen zij tot actie overgaan. Van buitenaf wordt in de gaten gehouden of de live uitzending in heel Nederland bekeken kan worden. Hun voorwaarden zijn daarom onder andere. 1. Dit gebouw wordt niet bestormd. 2. De live uitzending wordt niet vertraagd, geen enkele seconde onderbroken en niet bewerkt. 3. Voor de duidelijkheid wordt er dus geen informatiebalk en ook geen ondertiteling aan de live uitzending toegevoegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen wij vrij worden gelaten. Ik zal het nog een keer herhalen. [herhalen]" en

- tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] gezegd dat hij met nog vijf of zes anderen bezig was om actief op de televisie te komen en dat hij deel uitmaakte van een hackergroep en dat, als hij niet op televisie kon komen, er cyberaanvallen zouden komen en

- tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] gezegd: "we gaan nu wat doen, anders gaan er andere dingen gebeuren" en

- zich met die [slachtoffer 1] in de lift en naar een of meer studio('s) begeven en

- tegen die [slachtoffer 1] (desgevraagd) gezegd dat hij, verdachte, beloofde die [slachtoffer 1] niet in zijn rug te schieten als hij, verdachte, achter hem liep en

- aan die [slachtoffer 3] (eveneens) voornoemde brief laten overhandigen en laten lezen en

- tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] gezegd: "ik moet een podium hebben" en

- zich met die [slachtoffer 3] naar een studio begeven en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat er mensen waren die in de gaten zouden houden of de uitzending daadwerkelijk zou worden uitgezonden en

- een studio in gereedheid laten brengen en voorbereidingen laten treffen voor een uitzending en

- (in de studio) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "zou u daar willen zitten dan, straks als ik moet beginnen? (...) Als ik hier in mijn eentje zit, dan is de kans groot dat ze denken, we stormen gewoon naar binnen en we schieten hem neer, je doorzeeft hem. (...) Ik wil, ik zou het fijn vinden als je toch hier blijft. Dan is de kans kleiner dat ze zo'n actie ondernemen. (...) Als mijn speech klaar is, dan laat ik u gewoon gaan, (...) dan laat ik u naar buiten gaan. (...) Oh, daar is de politie al". [Naar aanleiding van de vraag van [slachtoffer 1] of hij naar buiten mag lopen] "Straks ja! Als de speech is gedaan", terwijl verdachte bij (een of meer van) voormelde handelingen en/of uitspraken een op een vuurwapen gelijkend voorwerp met een demper aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] heeft getoond en zichtbaar heeft vastgehouden;

2.

hij op 29 januari 2015 te Hilversum, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] een brief overhandigd en laten lezen,

met als inhoud:

"Wanneer u dit leest, raak dan niet in paniek. Ga niet schreeuwen en waarschuw uw collega's ook niet. Doe alsof er niets aan de hand is. Ik ben zwaarbewapend. Als u gewoon netjes meewerkt, dan zal u niets overkomen. Besef dat ik niet in mijn eentje ben. Er zijn nog vijf plus 98 hackers die klaar zijn voor een cyberaanval. Bovendien zijn er in dit land acht zware explosieven geplaatst die radioactief materiaal bevatten. Als u mij niet naar studio 8 brengt om een uitzending over te nemen, dan zijn wij genoodzaakt tot actie over te gaan. Dat wilt u niet op uw geweten hebben toch? Dus begeleid mij nu naar studio 8, de NOS studio.

Wij zijn gegijzeld door zwaarbewapende mannen in studio 8 Media Park Hilversum. Er zijn nog meer van hen in de rest van het land en ze hebben 98 hackers klaar staan voor een cyberaanval. Ook zijn er acht zware explosieven in het land geplaatst, die radioactief materiaal bevatten. Zij willen een live uitzending doen om hun verhaal te kunnen houden. Als die live uitzending op enige manier verstoord wordt, zullen zij tot actie overgaan. Van buitenaf wordt in de gaten gehouden of de live uitzending in heel Nederland bekeken kan worden. Hun voorwaarden zijn daarom onder andere. 1. Dit gebouw wordt niet bestormd. 2. De live uitzending wordt niet vertraagd, geen enkele seconde onderbroken en niet bewerkt. 3. Voor de duidelijkheid wordt er dus geen informatiebalk en ook geen ondertiteling aan de live uitzending toegevoegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zullen wij vrij worden gelaten. Ik zal het nog een keer herhalen. [herhalen]" en

- tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] gezegd: "we gaan nu wat doen, anders gaan er andere dingen gebeuren" en

- tegen die [slachtoffer 1] (desgevraagd) gezegd dat hij, verdachte, beloofde die [slachtoffer 1] niet in zijn rug te schieten als hij, verdachte, achter hem liep en

- aan die [slachtoffer 3] (eveneens) voormelde brief laten overhandigen en laten lezen,

terwijl verdachte bij (een of meer van) voormelde handelingen en uitspraken een op een vuurwapen gelijkend voorwerp met een demper aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] heeft getoond en zichtbaar heeft vastgehouden;

3.

hij op 29 januari 2015 te Hilversum,

- een vuurwapen van categorie III, in de vorm van een pistool, te weten een

gas-/alarmpistool en

- munitie van categorie III, te weten 15 scherpe knalpatronen en

- een wapen van categorie I onder 3, te weten een geluiddemper voor vuurwapens voorhanden heeft gehad.

Van het onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Feit 1 primair

Gijzeling

Feit 2

Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en met enig misdrijf tegen het leven gericht, meerdere malen gepleegd.

Feit 3

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting bij De Waag, een locatieverbod voor het Mediapark te Hilversum en een locatiegebod met elektronisch toezicht voor de duur van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van een op te leggen straf verzocht onder meer rekening te houden met de proceshouding van verdachte. Direct na zijn aanhouding heeft hij duidelijk gemaakt dat er geen andere mensen bij de actie betrokken waren en dat er geen daadwerkelijke dreiging is geweest. Verdachte heeft nadien verder alle medewerking gegeven aan het politieonderzoek en aan het opstellen van een reclasseringsrapportage en het persoonlijkheidsonderzoek.

Verder, althans zo begrijpt de rechtbank het betoog van de raadsman, dient rekening gehouden worden met de media-aandacht die de zaak van verdachte heeft gehad. Doordat de NOS de beelden van de actie van verdachte de hele avond voortdurend ongecensureerd heeft uitgezonden, is er meer ophef ontstaan in de samenleving en is er schade berokkend aan verdachte. Bij de bepaling van de straf dienen gelijksoortige zaken als basis te gelden waarbij ook in aanmerking moet worden genomen dat verdachte niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest en er blijkens de rapportages geen ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens is vastgesteld.

Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke straf met een proeftijd en als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact en een locatieverbod, is volgens de raadsman een passende straf.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gijzeling, bedreiging en het voorhanden hebben van een wapen met munitie en een demper. Verdachte wilde bewerkstelligen dat hij zendtijd bij het NOS acht uur journaal zou krijgen teneinde zijn boodschap aan een breed publiek te kunnen verkondigen. Verdachte is daarbij planmatig te werk gegaan. Hij kocht een oortje en een wapen met munitie en een demper en maakte een brief die bestemd was voor de beveiligers en/of de personen die hem zouden moeten begeleiden naar de studio. In de brief dreigde hij met een cyberaanval en met het afgaan van acht zware explosieven met radioactief materiaal op verschillende plaatsen in het land. De speech die hij wilde voordragen tijdens het acht uur journaal leerde hij uit zijn hoofd. Verdachte droeg voorts bewust nette kleding met het oog op de presentatie zoals hij die zich tijdens het journaal voorstelde.

Vervolgens meldde verdachte zich op 29 januari 2015 bij het NOS gebouw in Hilversum. Na enige aarzeling overhandigde hij zijn brief aan de beveiligers, pakte hij zijn wapen en uitte hij bedreigende woorden. Eén van de beveiligers werd daardoor gedwongen om verdachte naar één van de studio’s te brengen en bij hem te blijven. In studio dwong hij, in de zichtbare aanwezigheid van zijn wapen, nogmaals zendtijd af. Het moment dat verdachte zich samen met één van de portiers in de studio bevond tot aan het moment van zijn aanhouding werd die avond herhaaldelijk uitgezonden op televisie.

Het handelen van verdachte heeft niet alleen tot gevoelens van angst en onrust bij de slachtoffers geleid, maar ook in de samenleving waren deze gevoelens aanwezig. Toen na enkele dagen bleek dat verdachte niet in groepsverband had geopereerd en dat hij zijn bedreigingen niet zou waarmaken, verdween de maatschappelijke onrust langzaam. Duidelijk werd dat het handelen van verdachte alleen gericht was geweest op het verkrijgen van zendtijd. Dit laat echter onverlet dat het handelen van verdachte een grote impact heeft gehad op de direct betrokkenen, de beveiligers van het NOS gebouw en de personen die aanwezig waren in de studio’s. Uit de slachtofferverklaringen blijkt dat de slachtoffers nog steeds psychische problemen ondervinden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij anderen heeft gebruikt om zijn doel te verwezenlijken en dat hij daarbij is overgegaan tot gijzeling en bedreiging met behulp van een wapen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een de verdachte betreffend Pro Justitia rapport d.d. 5 juni 2015 opgemaakt door drs. C. van Gestel, psychiater, drs. S.A. Moonen, GZ-psycholoog, en A. Schreurs, forensisch milieuonderzoeker. Hieruit komt naar voren dat bij verdachte geen ziekelijke stoornis of gebrekkig ontwikkeling van de geestvermogens kan worden vastgesteld. De bij verdachte gesignaleerde intrapsychische dynamiek heeft een bovengemiddeld sterke narcistische kleuring die nog niet is verankerd in een persoonlijkheidsstoornis. De achterdochtige overtuigingen waar verdachte blijk van heeft gegeven, kunnen als opmerkelijk worden opgevat maar zijn in aard en omvang (nog) niet te herleiden tot een psychotische ontwikkeling of een waanstoornis. Aldus wordt de drempelwaarde om te komen tot een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens niet gehaald. Geadviseerd wordt verdachte volledig toerekeningsvatbaar te verklaren.

Als de persoonlijkheid van verdachte evenwichtig rijpt en verdachte minder gefixeerd raakt op cognitief excelleren op de terreinen die hem nu boeien, zal het recidiverisico laag blijven. Als verdachtes denkpatronen verstarren, kan dit het functioneren op meerdere levensgebieden hinderen. Verdachte kan in een isolement raken en in de verleiding komen zichzelf nogmaals te etaleren in een maatschappijkritisch bedoelde actie met alle gevolgen en risico’s van dien. De onderzoekers konden dit risico niet in maat en getal uitdrukken. De mate van passing tussen verdachtes omgeving is tevens van belang. Als verdachte op alle levensgebieden aansluiting behoudt, komt dit het recidiverisico ten goede.

Om de kans op herhaling te voorkomen, adviseren de deskundigen aan verdachte vooral een steunend en coachend vormgegeven reclasseringstoezicht op te leggen. Dit om hem te helpen andere aspecten van zijn persoonlijkheid te ontwikkelen en reëlere ambities op meerdere levensgebieden na te streven.

Ter terechtzitting van 19 juni 2015 hebben de deskundigen Van Gestel en Moonen het advies gehandhaafd.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 27 mei 2015 opgemaakt door [A]. Hieruit volgt dat er aanwijzingen naar voren zijn gekomen voor problemen voorafgaand aan het delict, op de leefgebieden gezin en dagbesteding, die vermoedelijk hebben meegewogen in de totstandkoming van het delict, waarbij wordt verwezen naar de hiervoor genoemde Pro Justitia rapportage d.d. 5 juni 2015, met dien verstande dat het advies van de Pro Justitia deskundigen kennelijk niet is meegenomen in het reclasseringsadvies. De reclassering acht het gezien de aard van de risicofactoren geïndiceerd om verdachte begeleiding en behandeling aan te bieden. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandeling bij De Waag, een locatieverbod voor het Mediapark in Hilversum gecontroleerd middels een elektronisch controlemiddel en een locatiegebod in die zin dat verdachte zich gedurende een periode van minimaal 6 maanden dient te bevinden op zijn voorgenomen verblijfsadres, eveneens gecontroleerd middels een elektronisch controlemiddel.

De rechtbank neemt de beschreven adviezen en conclusies uit voornoemde Pro Justitia rapportage over en maakt deze tot de hare. In het reclasseringsadvies zal de rechtbank op de hierna beschreven wijze meegaan.

De rechtbank ziet in het feit dat verdachte heeft blootgestaan aan grote media-aandacht slechts in beperkte mate aanleiding om hiermee rekening te houden bij de bepaling van de straf. Verdachte was volledig toerekeningsvatbaar en was derhalve in staat de gevolgen van zijn handelen te overzien. Hij heeft er bovendien bewust voor gekozen om zijn boodschap tijdens het acht uur journaal te willen verkondigen op nota bene een goed bekeken televisieavond. Hij kon derhalve verwachten dat door de media veel aandacht aan zijn handelen zou worden besteed. Onder deze omstandigheden moest verdachte rekening houden met het feit dat zijn handelen breed zou worden uitgemeten door de media. Het herhaaldelijk en zonder enige vorm van beperking uitzenden van de gemaakte beelden, waarbij ook de persoon van verdachte in beeld werd gebracht, terwijl daarbij door met name de NOS de gebruikelijk in acht te nemen maatregelen ter bescherming van personen niet zijn gehanteerd, maakt evenwel dat de rechtbank in het voordeel van verdachte juist dat repeterende, op de persoon van verdachte inbreuk makende aspect, zal meewegen in de op te leggen straf, nu ook een verdachte, en zeker ook deze verdachte toen na verloop van tijd de context van zijn handelen duidelijk werd, een dergelijke inbreuk op zijn privacy niet kon en hoefde te verwachten. Nadrukkelijk stelt de rechtbank dat politie en/of justitie op geen enkele wijze betrokken zijn geweest bij de beslissing om tot het bij herhaling en zonder beperking uitzenden van de beelden over te gaan. Zij kunnen derhalve ook niet voor de gevolgen verantwoordelijk worden gehouden.

Anders dan door de officier van justitie is aangevoerd, acht de rechtbank het optreden van verdachte in maatschappelijke context bezien (dus los van de hierboven benoemde impact daarvan op de directe slachtoffers), geen gijzeling van het vrije woord en een actie die de grondvesten van de democratie raakt, maar veeleer een achteraf bezien vrij amateuristische poging om zijn eigen vrije woord door een gewelddadige actie aan anderen op te dringen. Tot sympathie bij de bevolking heeft het handelen van verdachte zeker niet geleid, maar na de initiële publieke verontwaardiging ten tijde van en kort na verdachtes handelen, was in de maatschappij na het bekend worden van meer details, ook een tendens van een zekere mildheid jegens de persoon van verdachte merkbaar.

Gelet hierop en op het feit dat verdachte nog jong is, niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en hij er ter zitting blijk van heeft gegeven de ernst van de feiten en de gevolgen van zijn handelen in te zien, ziet de rechtbank aanleiding om een aanmerkelijk lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De hoogte van het op te leggen onvoorwaardelijke deel van de straf wordt met name ingegeven door de impact die het handelen van verdachte op de direct betrokkenen heeft gehad, en veel minder dus door het effect op de maatschappij in meer algemene zin.

De rechtbank acht het daarbij wel van belang een aanzienlijk deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zijn boodschap nog steeds kenbaar wil maken aan een groot publiek. Hoewel dat op zichzelf verdachte niet in negatieve zin wordt aangerekend, schuilt daarin wel het risico dat verdachte daarvoor wederom wegen gaat kiezen die als strafbaar handelen kunnen worden aangemerkt. Om verdachte van dat laatste te weerhouden en om de oplegging van een aantal noodzakelijk geachte bijzondere voorwaarden mogelijk te maken, zal de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een locatieverbod.

De rechtbank ziet met name vanwege het rapport en advies van de Pro Justitia deskundigen geen aanleiding om een langere proeftijd dan 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een behandeling bij De Waag en een locatiegebod op te leggen.

9 DE BENADEELDE PARTIJEN

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij [slachtoffer 1] begroot op een bedrag van € 3.317,71, bestaande uit € 67,71 aan reiskosten en

€ 3.250,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in zijn geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen nu [slachtoffer 1] de situatie niet als bedreigend kan hebben ervaren. Verdachte heeft tot het laatste moment toe voortdurend geprobeerd [slachtoffer 1] gerust te stellen, [slachtoffer 1] is nadien direct aan het werk gegaan, heeft baat gehad bij de gesprekken met de trauma-opvang en uit zijn recente uitlatingen in de pers komt een niet al te grote lijdensdruk naar voren.

De rechtbank is van oordeel dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde feiten.

De hoogte van de materiële schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van

€ 67,71. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is derhalve toewijsbaar.

De rechtbank overweegt dat, gelet op de aard van het bewezen verklaarde, het een ervaringsregel is dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang wordt veroorzaakt. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank echter onvoldoende onderbouwd.

De vordering immateriële schade is naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 2.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil. De rechtbank baseert zich daarbij op de hoogte van immateriële schadevergoedingen in vergelijkbare zaken.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk is en dat de vordering ter zake van dit deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij [slachtoffer 3] begroot op een bedrag van € 1.558,00, bestaande uit € 178,86 aan reiskosten,

€ 879,14 aan advocaatkosten en € 500,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] in zijn geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen nu [slachtoffer 3] niet in directe zin is bedreigd en hij heeft verklaard niet bang te zijn geweest.

De gevorderde advocaatkosten zijn nodeloos gemaakt en bovendien ontbreekt een urenspecificatie, zodat de vordering op dit punt niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel dient te worden afgewezen.

De rechtbank is van oordeel dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde feiten.

Nu door de verdediging de gemaakte reiskosten van € 178,86 niet zijn betwist, zijn deze kosten toewijsbaar. Ten aanzien van de gevorderde advocaatkosten merkt de rechtbank op dat het een ieder vrij staat om voor de indiening van een vordering een zelfgekozen advocaat in te schakelen en de kosten daarvan te verhalen. De rechtbank acht de hoogte van het daarvoor gevorderde bedrag van € 879,14 redelijk en zal deze ook toewijzen.

De rechtbank overweegt dat, gelet op de aard van het bewezen verklaarde, het een ervaringsregel is dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang wordt veroorzaakt. Het gevorderde bedrag van € 500,00 aan immateriële schade is naar het oordeel van de rechtbank redelijk en derhalve toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij [slachtoffer 2] begroot op een bedrag van € 2.707,22, bestaande uit € 38,97 aan medische kosten, € 168,25 aan reiskosten en € 2.500,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] in zijn geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen gelet op de betrekkelijk korte en geringe betrokkenheid van [slachtoffer 2] bij de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde feiten.

De hoogte van de materiële schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van

€ 207,22, bestaande uit € 38,97 aan medische kosten en € 168,25 aan reiskosten.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is derhalve toewijsbaar.

De rechtbank overweegt dat, gelet op de aard van het bewezen verklaarde, het een ervaringsregel is dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang wordt veroorzaakt. Nu de benadeelde partij kortstondig met verdachte geconfronteerd is geweest, is de vordering immateriële schade naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 1.000,00 , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil. De rechtbank baseert zich daarbij op de hoogte van immateriële schadevergoedingen in vergelijkbare zaken.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk is en dat de vordering ter zake dit deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Benadeelde partij NOS

Voor aanvang van de terechtzitting heeft de Nederlandse Omroep Stichting (hierna NOS) - vertegenwoordigd door mr. R.S. Le Poole - zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij NOS begroot op een bedrag van € 46.334,38, bestaande uit de posten ‘3x SNG (Satellite news gathering)’ van € 2.613,89, ‘5x ENG (Electronic News Gathering) ploegen’ van € 5.001,32, ‘Extra inzet beveiliging van € 24.280,37, ‘Kosten voor niet functioneren personeel’ van € 13.102,00 en

€ 1.336,80 aan kosten rechtsbijstand.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij NOS tot een bedrag van € 23.353,23 toe wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de NOS niet rechtstreeks betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten, dat daarnaast het causaal verband tussen de gevorderde schade en de ten laste gelegde feiten ontbreekt en de NOS niet schadebeperkend heeft opgetreden.

De rechtbank is van oordeel dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij NOS rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde feiten. Het opzet van verdachte was er immers op gericht om met behulp van anderen toegang te krijgen tot de studio’s van de NOS en dat de NOS zendtijd ter beschikking zou stellen.

De hoogte van de materiële schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van

€ 2.626,22, bestaande uit € 1.289,42 aan de kosten voor extra inzet beveiliging kort na het incident tot aan het weekend waarin bekend werd dat het om eenmansactie ging en verdachte zich in detentie bevond en € 1.336,80 aan kosten rechtsbijstand.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is derhalve toewijsbaar.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36 f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

De rechtbank zal benadeelde in de vordering voor wat betreft de posten ‘3x SNG (Satellite news gathering)’ van € 2.613,89 en ‘5x ENG (Electronic News Gathering) ploegen’ van

€ 5.001,32, niet-ontvankelijk verklaren nu niet duidelijk is geworden waarom deze kosten noodzakelijk waren, anders dan de wens van de NOS om uit te zenden . De vordering ter zake van dit deel kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wegens het ontbreken van een causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de kosten voor de extra inzet van beveiliging na 31 januari 2015, zal dit deel van de vordering worden afgewezen. Daartoe overweegt de rechtbank dat deze kosten veeleer zijn gemaakt naar aanleiding van, dan als direct gevolg van verdachtes handelen.

De post ‘Kosten voor niet functioneren personeel’ van € 13.102,00 acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk is geworden welke schade de NOS heeft geleden doordat het personeel niet heeft kunnen werken. De benadeelde zal in haar vordering op dit punt niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering ter zake van dit deel kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

11 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 91, 282a, 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar, zodanig als hierboven onder 6 is gekwalificeerd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 15 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte

* zich bij de reclassering zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich niet zal bevinden binnen een straal van 5 kilometer rondom het Mediapark te Hilversum, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 2.567,71, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 2.567,71, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

[slachtoffer 3]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 1.558,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.558,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

[slachtoffer 2]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 1.207,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.207,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

NOS

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij NOS, van een bedrag van

€ 2.626,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 2.626,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer NOS, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij NOS (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij NOS, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij NOS in haar vordering voor wat betreft de posten ‘3x SNG (Satellitte news gathering)’, ‘5x ENG (Electronic News Gathering) ploegen’ en ‘kosten voor niet functioneren personeel’ niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij NOS voor wat betreft de kosten voor de inzet van extra beveiliging vanaf 31 januari 2015 af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. A. van Holten en

mr. R.C.J. Elte-Hamming, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer MD1R015006, doorgenummerd 1 tot en met 476.

2 Pagina 7

3 Pagina 52

4 Pagina 8 tot en met 10

5 Pagina 13 en 14

6 Pagina 10 en 11

7 Pagina 78 tot en met 80

8 Pagina 360 en 361

9 Pagina 36

10 Pagina 319 tot en met 326

11 Pagina 62

12 Pagina 59

13 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal met nummer 2015022014559142-51 opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent, medewerker Tactische Opsporing, werkzaam bij de Eenheid Midden-Nederland, en gesloten op 20 februari 2015.

14 Zie voetnoot 4 en 6

15 Zie voetnoot 5

16 Zie voetnoot 7

17 Zie voetnoot 10

18 Pagina 269 tot en met 280

19 Pagina 324 tot en met 326