Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4690

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-06-2015
Datum publicatie
01-07-2015
Zaaknummer
C-16-391705 - KG ZA 15-314
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Lidmaatschap van Vereniging van Eigenaren recreatiepark. Opzegging lidmaatschap en verhuur recreatiewoning in strijd met statuten?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/391705 / KG ZA 15-314

Vonnis in kort geding van 10 juni 2015

in de zaak van

de vereniging

VVE [eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M.L.A. Verleun te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna de Vereniging en [gedaagden] genoemd worden. Gedaagde sub 1 zal [gedaagde sub 1] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding met 8 producties van 12 mei 2015, uit het voorafgaand aan de mondelinge behandeling toegezonden verweer met daarbij 3 producties, alsmede uit de mondelinge behandeling, gehouden op 27 mei 2015.

1.2.

Tijdens deze mondelinge behandeling, waarvan aantekening is gehouden, heeft de Vereniging haar vordering toegelicht aan de hand van een pleitnota.

1.3.

De Vereniging heeft tijdens de mondelinge behandeling ook nog een vonnis overgelegd, dat op 26 oktober 2011 is gewezen door de rechtbank Utrecht, in een geschil tussen Recreatiecentra Nederland B.V. en [gedaagde sub 1] . Dat vonnis is ter zitting niet besproken en ook niet bij de beoordeling in het onderhavige geschil betrokken.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Vereniging is op 29 december 2003 opgericht. In de oprichtingsakte is het volgende vermeld:

NAAM (…) EN BEGRIPPEN

Artikel 1

1. De vereniging draagt de naam: Vereniging van Eigenaren [eiseres].

2. (…)

3. In deze statuten wordt bedoeld met:

a. vereniging: de vereniging als hiervoor genoemd;

b. park: [naam] , te Appelscha;

c. kavel: een zelfstandig gedeelte van het park, waarop een recreatiewoning met aanbehoren is of zal worden gesticht;

d. lid: ieder die in een rechtsverhouding van lidmaatschap tot de vereniging staat (…);

e. eigenaar: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die één of meer kavels in volle eigendom heeft of van één of meer kavels krachtens een ander zakelijk recht het genot heeft;

(…)

DOEL

Artikel 2

De vereniging heeft ten doel:

Het bevorderen van de gemeenschappelijke belangen van de leden/eigenaren en gebruikers van op het park aanwezige recreatiewoningen met aanbehoren als voornoemd.

De vereniging tracht haar doel onder meer te bereiken door:

a. Het – zo nodig en/of toepasselijk – in eigendom verkrijgen, huren, beheren, onderhouden, aanbrengen en/of stichten en zonodig vernieuwen van de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde voorzieningen op, in aan en boven het park, waaronder niet worden begrepen (naar de huidige plannen):

- de wegen en het ‘openbare’ groen;

- de golfbaan met aanbehoren, inclusief het ten behoeve daarvan te stichten golfclubgebouw annex receptieruimte;

b. (…);

c. (…);

d. het bevorderen van een aangenaam en met de omgeving harmoniërend leefklimaat in het park;

e. (…);

f. het voor haar leden voeren van onderhandelingen met verhuur- en beheerorganisaties en het als gevolg daarvan sluiten met deze organisaties van overeenkomsten, alsmede het voor haar leden voeren van onderhandelingen met de golfbaanexploitant op het park en het als gevolg daarvan sluiten met deze exploitant van overeenkomsten, aan welke overeenkomsten elk lid van de vereniging gebonden is, waarvan ook het gevolg kan zijn dat dat lid een daarop aansluitende gelijke overeenkomst dient te sluiten met de betreffende organisatie;

(…)

HET PARK

Artikel 3

Het park is gelegen op de [naam] te Appelscha en wordt gevormd door een honderd zes en vijftig (156) kavels waarop de recreatiewoningen zullen worden gesticht alsmede een golfbaan met aanbehoren, waaronder een golfclubgebouw annex receptieruimte – alsook (zo toepasselijk) door diverse voorzieningen ten behoeve van de eigenaren/gebruikers van de recreatiewoningen.

LEDEN EN LIDMAATSCHAP

Artikel 4

1. Leden van de vereniging zijn uitsluitend de eigenaren van één of meer van de in het park gelegen kavels.

Een lidmaatschap kan slechts verkregen worden, hetzij onder algemene titel, hetzij onder bijzondere titel, indien die verkrijging gepaard gaat met de verkrijging in eigendom van een kavel in het park.

(…)

7. 1. Bij overlijden van het lid gaat het lidmaatschap over op diens erfgenamen/legatarissen (de nieuwe eigenaren van de kavel (…).

2. Het lidmaatschap kan (overigens) slechts eindigen door vervreemding van een kavel (…).

8. Een lid is niet bevoegd zolang hij eigenaar is van een kavel zijn lidmaatschap op te zeggen.

(…)

VERPLICHTINGEN VAN LEDEN; LEDEN-CONTRACTEN

(…)

Artikel 6

De leden zijn gehouden bij te dragen in de gemeenschappelijke exploitatiekosten, waaronder mede begrepen de kosten uit hoofde van door de vereniging met anderen aangegane overeenkomsten terzake van diensten, leveringen en werkzaamheden ten behoeve van het park, welke betrekking hebben op het beheer, onderhoud, gebruik en herstelling van gemeenschappelijke gedeelten/zaken (…), voorzieningen en de verschuldigde kosten wegens energieverbruik, voorzover deze laatste kosten niet aan de afzonderlijke leden in rekening worden gebracht, alsmede de overige kosten welke krachtens besluit van de algemene vergadering voor rekening van de leden komen (…).

2.2.

[gedaagden] heeft drie kavels op het park gekocht, met op iedere kavel een vakantiewoning (recreatievilla). In verband met deze koop heeft hij koop-/ aanneemovereenkomsten gesloten met Ontwikkelingscombinatie “ [naam] ” B.V.

2.3.

De kavels met de adressen [adres] en [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] zijn op 25 juni 2004 aan [gedaagden] geleverd, de kavel met het adres [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] is op 30 juni 2006 aan hem geleverd. In de leveringsakten is steeds een deel van de koop-/aanneemovereenkomst geciteerd:

Vestiging kwalitatieve verplichtingen ex 6:252 van het Burgerlijk Wetboek

Artikel 11

1. (…)

2. Een eigenaar/zakelijk gerechtigde is verplicht om per heden lid te worden en gedurende zijn eigenarenschap (…) lid te zijn en te blijven van de vereniging, genaamd: Vereniging van Eigenaren [eiseres] , onder gehoudenheid van nakoming wat al daartoe in de hem bekende statuten (en in de eventueel toekomstige wijzigingen daarvan) is/wordt bepaald.

Daartoe worden de hierna uit (…) de koopovereenkomst geciteerde bepalingen bij deze gevestigd als een kwalitatieve verplichting ex artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek :

begin citaat

VERENIGING VAN EIGENAREN

(…)

a. Partijen verklaren dat met betrekking tot het recreatiewoningpark, waarin het verkochte is gelegen, is danwel (…) een vereniging wordt opgericht genaamd:

Vereniging van Eigenaren [eiseres] en voorts, dat de statuten van voornoemde vereniging door de verkoper (…) ter hand van de verkrijger zijn gesteld; de inhoud van de statuten wordt geacht in haar geheel in de onderhavige overeenkomst te zijn opgenomen en daarmee één geheel te vormen.

b. De koper verbindt en verplicht zich als lid van voornoemde vereniging toe te treden en lid te blijven, zolang hij de hoedanigheid van eigenaar (…) van het gekochte bezit (…).

(…)

g. De koper verbindt zich te onderwerpen aan de statuten, alsmede besluiten, beschikkingen en uitspraken van voornoemde vereniging.

(…)

einde citaat

3. De hierna uit (…) de koopovereenkomst geciteerde bepalingen worden bij deze gevestigd als (een) kwalitatieve verplichting ex artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek:

begin citaat

(…)

OVERIGE BIJZONDERE BEPALINGEN

(…)

Bij deze aanvaardt de koper uitdrukkelijk de navolgende lasten en beperkingen:

1. (…)

2. Bijzondere bepalingen

A. Bij de akte van levering (…) zal koper zich verbinden om:

1. Indien de koper het gekochte wenst te verhuren is hij verplicht om:
- gebruik te maken van de verhuurbemiddelingsdiensten van de daartoe door de vereniging casu quo de verkoper gecontracteerde/te contracteren verhuurbemiddelingsorganisatie, in deze overeenkomst te noemen: de exploitant (…), conform de basisovereenkomst gesloten tussen de vereniging of de verkoper en de exploitant.

(…)

Verkoper verklaart ermee bekend te zijn dat op het park slechts één verhuurorganisatie de verhuur van de daartoe voor verhuur beschikbaar komende recreatiewoningen zal verzorgen, tenzij de betreffende verhuurorganisatie zelf tevoren instemt met een naast haar fungerende verhuurorganisatie. (…)

(…)

einde citaat

2.4.

Voorafgaand aan de levering van de verschillende kavels hebben de Vereniging en [gedaagden] beheer- en verhuurovereenkomsten gesloten. Daarin is steeds het volgende opgenomen:

Artikel 4.

Een eigenaar is niet verplicht zijn woning voor verhuur beschikbaar te stellen. Hij is bevoegd de woning voor zich, zijn/haar gezinsleden, ouders en schoonouders alsmede kennissen beschikbaar te houden, voor welke periode geen administratie- en incassovergoeding aan de vereniging behoeft te worden voldaan. Het hierboven bepaalde is slechts van toepassing indien voor het gebruik geen vergoeding van de gebruiker wordt gevraagd of ontvangen.

(…)

Artikel 5.

De eigenaar kan zijn woning slechts via de vereniging verhuren.

(…)

Artikel 12.

De vereniging kan zonodig voor de verhuur touroperators, (reis)organisaties, reisbureaus, enz. inschakelen. De vereniging verbindt zich om, volgens goed koopmanschap, een zo hoog mogelijke bezettingsgraad te bereiken. (…)

(…)

Artikel 15

Indien een boeking tot stand komt dankzij de eigenaar, ontvangt de vereniging een administratie- en incassovergoeding van totaal tien procent (10%), van het vastgestelde bruto verhuurtarief, exclusief Omzetbelasting.

2.5.

[gedaagden] heeft het lidmaatschap van de Vereniging in 2008 opgezegd. Hij is toen opgehouden met het betalen van contributie.

2.6.

De Vereniging heeft op 23 december 2009 een verhuur- en beheerovereenkomst afgesloten met [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) en Nederland Vakantiebeheer B.V. (hierna: NVB). In die overeenkomst, waarin de Vereniging VVE wordt genoemd en [bedrijf] , is het volgende opgenomen:

1. Verhuurbemiddeling

1.1.

De VVE verleent aan [bedrijf] , die verklaart te aanvaarden, het exclusieve recht om op naam van [bedrijf] en voor rekening en risico van de desbetreffende eigenaar, de recreatievilla’s staande en gelegen op [naam] , te verhuren aan derden. De VVE draagt hierbij aan [bedrijf] alle bevoegdheden over, die zij als VVE heeft voor zover het werkzaamheden betreft, welke voortkomen uit deze overeenkomst.

(…)

1.3.

Eigenaren van één of meer recreatievilla’s op [naam] , die middels de gesloten Beheer- en verhuurovereenkomst BDH met de VVE besluiten tot verhuur van de recreatievilla over te gaan, zijn op grond van deze overeenkomst verplicht de verhuurbemiddeling van de betreffende recreatievilla(‘s) exclusief te laten verzorgen door [bedrijf] . Teneinde eenheid in verhuurkwaliteit en verhuurprijzen te bewerkstelligen en ter bewaking van de goede naam van [naam] is verhuur via een andere organisatie of via eigen advertenties niet toegestaan. Tevens is verhuur door de eigenaar zelf, zonder tussenkomst van [bedrijf] net toe te staan.

(…)

2.7.

[gedaagde sub 1] heeft op 18 januari 2010 een huurovereenkomst gesloten met mevrouw [A] . Zij heeft vanaf 1 maart 2010 de vakantiewoning aan de [adres] te [woonplaats] gehuurd voor een bedrag van € 900,00 per maand. In de huurovereenkomst is opgenomen dat Wonen in Nederland B.V. te IJsselstein als beheerder fungeert.

2.8.

De zoon van [gedaagden] is als makelaar werkzaam bij Wonen in Nederland B.V.

2.9.

Bij e-mailbericht van 10 december 2012 heeft de zoon van [gedaagden] namens zijn vader en diens onderneming het volgende laten weten aan de beheerder van het park:

Wij gaan ervan uit dat verzonden facturen op een misverstand berusten.

Bij dezen bevestigen wij (nogmaals) dat wij geen lid zijn van de VVE, en dat wij derhalve dus niet gehouden zijn aan de overeenkomsten welke door de VVE zijn aangegaan.

2.10.

Bij e-mailbericht van diezelfde dag antwoordde de beheerder het volgende:

Bedankt voor uw reactie. Vanaf heden worden de woningen van uw ouders uit ons beheers bestand gehaald.

2.11.

Bij brief van 16 oktober 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf (hierna: B&W) het volgende aan [gedaagde sub 1] laten weten:

Op 25 juni 2013 zijn wij door de politie op de hoogte gesteld dat er vanuit uw recreatiewoning aan de [adres] te [woonplaats] een illegaal escortbedrijf wordt geëxploiteerd. Sindsdien is het illegale gebruik van het pand blijven voortbestaan. Wij kunnen en willen deze illegale situatie niet langer laten voortduren.

Wij wijzen u erop dat dit gebruik niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan en op grond van de Algemene plaatselijke verordening van de Gemeente Ooststellingwerf.

Bijgevoegd vindt u een aanschrijving die wij hebben verstuurd aan uw huurder.

Wij wijzen u er uitdrukkelijk op dat ook u het in uw macht heeft deze situatie te laten beëindigen. Wij verzoeken u uw verantwoordelijkheid hiervoor te nemen en ook uw huurder hierop aan te spreken. Mocht uw huurder op uw verzoek niet willen steken met het misgebruik van uw recreatiewoning, dan zou u kunnen overwegen de huurovereenkomst te beëindigen.

Daarnaast willen wij u erop wijzen dat permanente bewoning van een recreatiewoning niet is toegestaan.

Mocht deze situatie langer aanhouden, dan zijn wij ook bevoegd een handhavingstraject op te starten richting uw zijde. Wij gaan ervan uit dat u het niet zover laat komen en dat ook u zich maximaal zult inspannen om deze ongewenste situatie te doen beëindigen.

2.12.

In de bij deze brief gevoegde bijlage van diezelfde dag heeft B&W aan de gebruiker van de vakantiewoning het voornemen bekend gemaakt om hem een last onder dwangsom op te leggen in verband met het exploiteren van een escortbedrijf vanuit het recreatiepand [adres] te [woonplaats] . B&W heeft hem daarbij laten weten dat hij voorafgaand aan de daadwerkelijke oplegging van de aangekondigde last onder dwangsom twee weken in de gelegenheid werd gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken.

2.13.

De vakantiewoning aan de [adres] te [woonplaats] is van 30 april 2014 tot 22 juli 2014 door Wonen in Nederland B.V. te huur aangeboden op de website www.funda.nl.

3 Het geschil

3.1.

De Vereniging vordert dat de voorzieningenrechter [gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

  1. zal gelasten om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de verhuur van de aan hem toebehorende woningen in Vakantiepark [naam] zonder tussenkomst van [bedrijf] te staken en gestaakt te houden, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag of deel daarvan dat [gedaagden] , nadat twee dagen na betekening zijn verstreken, in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen;

  2. hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt de ander voor dat deel zal zijn gekweten, zal veroordelen tot betaling van € 3,214,50, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarding tot de voldoening;

  3. zal gelasten om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan de Vereniging ter hand te stellen een deugdelijk onderbouwd overzicht van de verhuurinkomsten over de periode waarin de aan hem toebehorende woningen buiten de Vereniging om zijn verhuurd, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of deel daarvan dat [gedaagden] , nadat twee dagen na betekening zijn verstreken, in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen;

  4. hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt de ander voor dat deel zal zijn gekweten, zal veroordelen tot betaling van 10% van de verkregen verhuurinkomsten, al dan niet bij wege van voorschot;

  5. zal veroordelen in de proceskosten, alsmede in de nakosten, te begroten op € 131,00 zonder betekening en te vermeerderen met € 68,00 in geval van betekening.

3.2.

Ter onderbouwing van die vorderingen stelt de Vereniging dat [gedaagden] zijn verplichtingen uit het ten behoeve van de Vereniging opgenomen beding in de koop-/ aanneemovereenkomst, dan wel zijn verplichtingen uit de beheer- en verhuurovereenkomst, niet nakomt, door de aan hem toebehorende vakantiewoningen zonder tussenkomst van [bedrijf] te verhuren. Volgens de Vereniging is [gedaagden] op grond van dit beding immers gehouden om lid te blijven van de Vereniging, zolang hij eigenaar is van vakantiewoningen op het park. Daartoe wijst de Vereniging erop dat de statuten ten tijde van de opzegging door [gedaagden] niet in de mogelijkheid van opzegging voorzagen. Ook is [gedaagden] volgens de Vereniging op grond van genoemd beding gehouden de aan hem toebehorende vakantiewoningen slechts te verhuren door tussenkomst van de Vereniging, en daarbij gebruik te maken van de verhuurbemiddelingsdiensten van de daartoe door de Vereniging gecontracteerde verhuurbemiddelingsorganisatie, te weten [bedrijf] . De Vereniging wijst er daarbij op dat zij er belang bij heeft dat de vakantiewoningen niet worden verhuurd aan partijen die deze niet gebruiken voor het doel waarvoor die zijn opgericht, dan wel in strijd met het doel van de Vereniging, waaronder het bevorderen van een harmonieuze leefomgeving. Subsidiair baseert de Vereniging haar vordering op onrechtmatig handelen van [gedaagden] jegens de Vereniging.

3.3.

[gedaagden] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Vereniging ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat zij er belang bij heeft dat verhuur zonder tussenkomst van [bedrijf] wordt tegengegaan. Daarmee is de vereiste spoedeisendheid gegeven.

4.2.

Om vervolgens ook tot toewijzing van de vorderingen over te kunnen gaan, moet voldoende vast komen te staan dat [gedaagden] lid is van de Vereniging – en aldus gehouden is zich te houden aan het ten behoeve van de Vereniging in de koop-/aanneemovereenkomst opgenomen beding.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt in dat verband voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat [gedaagden] het lidmaatschap van de Vereniging in 2008 heeft opgezegd en sindsdien geen contributie meer heeft voldaan. Volgens de Vereniging voorzien de in de oprichtingsakte neergelegde statuten niet in die mogelijkheid, zodat die opzegging geen effect heeft gesorteerd. [gedaagden] heeft hiertegen aangevoerd dat hij door de Vereniging nooit op de onmogelijkheid van zijn opzegging is aangesproken en bovendien na zijn opzegging nooit meer is uitgenodigd voor het bijwonen van de algemene ledenvergadering. Verder is hij na zijn opzegging opgehouden met het betalen van contributie, maar ook dat heeft niet tot enige reactie van de Vereniging geleid, hetgeen toch in de rede zou hebben gelegen als hij zijn lidmaatschap niet rechtsgeldig zou hebben opgezegd. Wel heeft [gedaagden] in december 2012 facturen van de beheerder ontvangen, maar toen hij, althans zijn zoon, had laten weten dat die op een vergissing berustten, heeft ook de beheerder geen verdere stappen meer ondernomen, aldus [gedaagden] De Vereniging heeft ter zitting erkend dat [gedaagden] de afgelopen jaren niet is aangemaand tot betaling. Daarom moet het er, wat er verder ook van de standpunten van partijen op dit punt zij, naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor worden gehouden dat [gedaagden] zijn lidmaatschap in afwijking van hetgeen in de oprichtingsakte van de Vereniging is bepaald, wel degelijk rechtsgeldig heeft opgezegd, althans dat hij er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de Vereniging, in afwijking van haar statuten, met die opzegging akkoord was. Om die reden kan niet worden geoordeeld dat [gedaagden] nu nog aan die statuten gebonden is.

4.4.

Met betrekking tot hetgeen de Vereniging onder a. heeft gevorderd, overweegt de voorzieningenrechter dan dat niet aannemelijk is geworden dat [gedaagden] (een van) zijn vakantiewoningen thans verhuurt. Dat is door [gedaagden] immers gemotiveerd betwist. De enkele omstandigheid dat de woning aan de [adres] tot 22 juli 2014 enige tijd op de website van Funda te huur is aangeboden, is onvoldoende om hem te veroordelen tot het staken van de verhuur. Ook voor het eveneens gevorderde gestaakt houden van de verhuur ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, nu hiervoor onder 4.3. is overwogen dat [gedaagden] niet meer gebonden is aan de statuten. Bovendien heeft hij ter zitting expliciet toegezegd dat hij de aan hem toebehorende woningen in de toekomst ook niet zal verhuren.

4.5.

Ook de vorderingen onder b. (die ziet op achterstallige contributie en andere door de algemene ledenvergadering overeengekomen bijdragen aan de Vereniging), onder c. (inzake een overzicht van verhuurinkomsten) en onder d. (met betrekking tot de afdracht van een deel van de verhuurinkomsten aan de Vereniging) zijn gebaseerd op de statuten van de Vereniging en gelet op hetgeen onder 4.3. is overwogen, is [gedaagden] daar niet aan gebonden.

4.6.

Daar komt nog bij dat tussen partijen wel vaststaat [gedaagden] een van de aan hem toebehorende vakantiewoningen op het park in 2010 heeft verhuurd aan [A] , maar dat [gedaagden] in dat verband heeft aangevoerd dat hij destijds met [A] heeft afgesproken dat zij een en ander zou kortsluiten met [bedrijf] . Dat was volgens hem praktisch, omdat zij werkzaam was in het pand waar ook [bedrijf] kantoor hield. [gedaagden] heeft aangevoerd dat hij er steeds op heeft vertrouwd dat [A] een en ander inderdaad met [bedrijf] heeft kort gesloten, omdat hij – tot nu – nooit door [bedrijf] of de Vereniging op de verhuur van die woning, die circa elf maanden heeft geduurd, is aangesproken. Verder heeft [gedaagden] nog aangevoerd dat hij de woningen voor het overige alleen af en toe in overeenstemming met artikel 4 van de met de Vereniging gesloten beheer- en verhuurovereenkomsten in gebruik heeft gegeven aan familie en vrienden. Een van hen heeft daarvan misbruik gemaakt door vanuit de door hem gebruikte woning een escortservice te exploiteren, maar nadat hij door de gemeente was aangemaand dat gebruik te staken, heeft hij de woning direct verlaten. De Vereniging heeft in reactie hierop gesteld dat zij het niet geloofwaardig acht dat [gedaagden] de aan hem toebehorende woningen niet zou verhuren, maar heeft dat niet nader onderbouwd. Overigens heeft zij het betoog van [gedaagden] niet weersproken, zodat [gedaagden] ook om die reden niet kan worden veroordeeld tot het onder c. en d. gevorderde.

4.7.

De Vereniging zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op € 285,00 aan griffierecht.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de Vereniging in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 285,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.1

1 type: CD4485 coll: