Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4685

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-06-2015
Datum publicatie
01-07-2015
Zaaknummer
C-16-388790 - KG ZA 15-194
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding van veel verschillende medische hulpmiddelen in één procedure.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 1.5
Aanbestedingswet 2012 1.9
Aanbestedingswet 2012 2.76
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2015-0299
Module Aanbesteding 2015/172
JAAN 2015/185 met annotatie van mr. M.C. Pinto
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

vonnis in kort geding van 19 juni 2015

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/16/388790 / KG ZA 15-194 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDTRONIC TRADING B.V.,

gevestigd te Heerlen,

eiseres,

advocaten mr. drs. T.R.M. van Helmond en mr. C.G. van Blaaderen te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM UTRECHT,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. W.J.W. Engelhart en mr. A.C.M. Kusters te Utrecht,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/16/389074 / KG ZA 15-206 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COVIDIEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Zaltbommel,

eiseres,

advocaat mr. M.J. Vidal te Brussel (België) en Breda,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM UTRECHT,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. W.J.W. Engelhart en mr. A.C.M. Kusters te Utrecht,

in welke zaak als voegende partij aan de zijde van eiseres is toegelaten

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ST. JUDE MEDICAL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

advocaten mr. M.A. de Jong en mr. N. Molenaar te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Medtronic, Covidien, St Jude en UMC Utrecht genoemd worden.

1. De procedures

1.1. Op 22 maart 2015 heeft Medtronic een dagvaarding aan UMC Utrecht betekend, met 18 producties. Daarop is door UMC Utrecht gereageerd bij conclusie van antwoord met 5 producties. Vervolgens heeft Medtronic nog een akte houdende de aanvullende producties 19-25 in het geding gebracht.

1.2. Op 25 maart 2015 heeft Covidien een dagvaarding aan UMC Utrecht betekend, met 13 producties. Daarop is door UMC Utrecht gereageerd bij conclusie van antwoord met 5 producties. In deze procedure heeft St Jude een incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van Covidien in het geding gebracht, met 5 producties.

1.3. In beide procedures is één gezamenlijke mondelinge behandeling gehouden, waarin de voegingsvordering is toegewezen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben alle partijen, Medtronic, Covidien, St Jude en UMC Utrecht, hun standpunten nader toegelicht aan de hand van pleitnota’s.

1.4. Ten slotte is in beide procedures vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

UMC Utrecht heeft een Europese openbare aanbesteding voor medische hulpmiddelen gehouden, waarop de Aanbestedingswet 2012 van toepassing is. Zij heeft op 6 januari 2015 een aankondiging van de opdracht gepubliceerd, met kenmerk 25/03/2015 S076.

2.2.

Blijkens de aanbestedingsleidraad van 5 januari 2015 heeft de aanbesteding betrekking op een opdracht met een geschatte omvang van € 16.000.000,00 exclusief BTW per jaar, en behelst zij 72 verschillende typen medische hulpmiddelen, verdeeld in een basisassortiment en een restassortiment. Doel van de aanbesteding is het sluiten van een raamovereenkomst met één of meerdere leveranciers.

2.3.

In de aanbestedingsleidraad is het volgende vermeld:

De producten genoemd in het Basisassortiment (Bijlage 2 Offerteformulier) betreffen een dwarsdoorsnede van het gevraagde assortiment aan medische hulpmiddelen. Deze producten vertegenwoordigen (o.b.v. jaarlijkse omzet) ca. 90% van de totale Opdracht voor levering van medische hulpmiddelen aan het UMC Utrecht. De overige 10% (het Restassortiment) wordt niet in Bijlage 2 weergegeven, maar is wel onderdeel van de Opdracht. Dit betreft duizenden verschillende producten van verschillende merken met een relatief lage omzet per product en is weergegeven in Bijlage 6. Mede ter beperking van de administratieve lasten voor Inschrijvers, is besloten om in deze aanbesteding alleen prijzen uit te vragen voor de 90% belangrijkste producten (in termen van omzet).

2.4.

In de aanbestedingsleidraad is verder vermeld:

3.2. Huidige situatie

Zoals bekend staan de kosten in de zorg onder druk. Ook het UMC Utrecht zal meer zorg voor minder geld moeten leveren, dit betekent dat de exploitatielasten en proceskosten substantieel moeten dalen, terwijl tegelijkertijd de kwaliteit van de zorg continu moet worden verbeterd. Het UMC Utrecht ziet mogelijkheden om de exploitatielasten en proceskosten te verlagen middels een verlaging van de aanschafkosten voor medische hulpmiddelen. Het bereiken van een dergelijke verlaging, betekent een forse uitdaging voor het UMC Utrecht en hiervoor doet zij een nadrukkelijk beroep op de nationale en internationale leveranciersmarkt om aanzienlijk lagere prijzen te hanteren. In een aantal andere landen van de EU (o.a. Duitsland) worden voor medische hulpmiddelen al aanzienlijke lagere prijzen gehanteerd.

Het UMC Utrecht realiseert zich dat hiermee een uitdagend vraagstuk aan de markt wordt voorgelegd. Derhalve heeft het UMC Utrecht vooraf intern onderzocht wat haar bijdrage kan zijn, om gezamenlijk met toekomstige leveranciers succesvol te kunnen zijn in het realiseren van haar ambitie. Door intensieve samenwerking met interne stakeholders is door het UMC Utrecht haar behoefte tot aanschaf van medische hulpmiddelen volledig in kaart gebracht. Er is nadrukkelijk onderscheid gemaakt in de verschillende kostencomponenten, zoals die van aanschaf, ondersteuning, logistieke opslag etc. Het UMC Utrecht wenst tot een volkomen transparante prijsopbouw te komen, zodat er bewuste keuzes kunnen worden gemaakt. Tevens worden hiermee aanknopingspunten geboden aan leveranciers om daadwerkelijk goedkoper te kunnen aanbieden, zonder dat dit leidt tot kwaliteitsverlies. (…)

Gezien de hiervoor beschreven uitdaging waar het UMC Utrecht voor staat en de wensen die het UMC Utrecht heeft, zijn alle kostenaspecten die komen kijken bij de aanschaf van medische hulpmiddelen in kaart gebracht. Zo kan volgens het UMC Utrecht worden gekomen tot een betere, meer doelmatige en acceptabele oplossing voor de gehele zorgketen.

Momenteel schaft het UMC Utrecht jaarlijks zo’n 20.000 verschillende medische hulpmiddelen aan bij zo’n 520 verschillende leveranciers. Deze 20.000 verschillende medische hulpmiddelen zijn binnen het UMC Utrecht ingedeeld in ongeveer 95 verschillende medische productgroepen en de jaarlijkse aanschafkosten vertegenwoordigen in totaal een waarde van ongeveer 49 miljoen Euro incl. btw.

Een manier om tot verlaging van aanschafkosten te komen is door, waar mogelijk, leveranciers ertoe te bewegen lagere verkoopprijzen te hanteren. Dat is voor het UMC Utrecht een korte termijn oplossing zonder achterliggende visie. Het UMC Utrecht is op zoek naar partner-leveranciers om op lange termijn mee samen te werken op basis van transparantie en vertrouwen. Naar mening van het UMC is het voor de continuïteit in de zorgketen beter om verder te denken over ontwikkelingen die bijdragen aan een verlaging van (verkoop)kosten van leveranciers van het UMC Utrecht.

(…)

4.1.

Doel van de aanbesteding en onderwerp van de Opdracht

Het doel van deze aanbesteding is het selecteren en contracteren van één of enkele Opdrachtnemers voor het leveren van een breed assortiment aan medische hulpmiddelen aan het UMC Utrecht (…). Deze Opdracht wordt gegund aan de Inschrijver(s) die de economisch meest voordelige Inschrijving heeft/hebben uitgebracht.

In een vooraf uitgevoerde marktconsultatie (…) is vastgesteld dat het uitgevraagde assortiment breed verkrijgbaar is bij meerdere toeleveranciers. Door het huidige versnipperde totaalvolume van de Opdracht af te nemen bij zo min mogelijk leverancier(s), wordt een forse bijdrage geleverd aan een aantal cruciale succesfactoren voor het UMC Utrecht.

(…)

4.1.1

Inschrijving met identieke producten

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de te leveren zorg geborgd blijft en de patiëntveiligheid niet in gevaar komt, is het van belang dat gebruikers (in dit geval: artsen en medisch personeel) als gevolg van deze aanbestedingsprocedure niet worden geconfronteerd met voor hen onbekende producten. Dit is van groot belang omdat alle uitgevraagde producten zeer specifiek zijn gevalideerd ten behoeve van medisch complexe ingrepen in het UMC Utrecht. De producten zijn op betreffende afdelingen gespecifieerd en vastgelegd in protocollen, en kunnen daarom niet zomaar worden vervangen door andere producten. Dat is zelfs het geval als die andere producten kwalitatief gelijkwaardig zijn aan de huidige producten. UMC Utrecht zal die gelijkwaardigheid immers eerst zelf moeten vaststellen, voordat het verantwoord is de betreffende producten in te zetten. Een wijziging in gebruik van medische hulpmiddelen betekent dat deze producten in de praktijk moeten worden getest door gebruikers. Dit is enerzijds een zeer arbeidsintensief proces met de nodige kosten, anderzijds brengt een switch in te gebruiken medische hulpmiddelen een minder veilige situatie voor de patiënt met zich mee doordat de gebruiker in de transitiefase minder ervaring heeft in het werken met de nieuwe producten. Het accepteren van alternatieve producten kan dus ten koste gaan van de zorg aan patiënten en dient daarom tot een minimum te worden beperkt.

Gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst zal op beperkte schaal – en altijd na voorafgaand overleg met Opdrachtgever – de mogelijkheid bestaan om uitgevraagde producten te vervangen. In beginsel wordt die mogelijkheid alleen geboden indien een uitgevraagd product niet langer wordt geproduceerd of een aantoonbaar beter product beschikbaar komt (tegen een voor Opdrachtgever aanvaardbare prijs).

4.2.

Perceelindeling

Met het oog op artikel 1.5 van de Aanbestedingswet merkt Opdrachtgever het volgende op.

Naar het oordeel van Opdrachtgever is sprake van één opdracht inzake de levering van medische hulpmiddelen.

Indien en voor zover niettemin sprake zou zijn van de samenvoeging van verschillende opdrachten, is die samenvoeging naar het oordeel van Opdrachtgever niet onnodig.

Zoals ook in paragraaf 4.1 beschreven, draagt het zoveel mogelijk beperken van het aantal leveranciers van medische hulpmiddelen bij aan een aantal cruciale succesfactoren voor het UMC Utrecht. Daarbij merkt Opdrachtgever het volgende op:

a) het in één opdracht aanbesteden van de uitgevraagde producten vormt geen beperking van de toegang tot de markt voor het mkb. Enerzijds zijn de fabrikanten van medische producten doorgaans geen mkb-bedrijven, maar grote multinationals. Anderzijds biedt de gekozen opzet van de aanbesteding mkb-bedrijven voldoende mogelijkheden om hun producten te leveren, hetzij zelfstandig, hetzij door middel van combinatievorming, hetzij als toeleverancier van groothandelsorganisaties. Opdracht gever wijst er daarbij op dat ondernemers de mogelijkheid hebben in hun Inschijving slechts een deel van het uitgevraagde assortiment aan te bieden.

b) één van de belangrijkste redenen om aparte (soorten) producten niet meer los in te kopen, is dat een dergelijke wijze van inkopen leidt tot hoge kosten (waaronder begrepen organisatorische kosten), zowel bij de inkoop/aanbesteding, als bij de uitvoering (zie hiervoor paragraaf 4.1).

c) de scope van de Opdracht is bepaald op basis van de samenhang die bestaat tussen de uitgevraagde producten. Mede op basis van de gehouden marktconsultatie verwacht Opdrachtgever dat er verschillende leveranciers zijn die een belangrijk deel van het assortiment aan medische hulpmiddelen zal kunnen leveren.

Om bovengenoemde reden wordt de Opdracht ook niet in percelen opgedeeld. Daarnaast heeft de uitgevoerde marktconsultatie uitgewezen dat er geen logische indeling in verschillende percelen mogelijk is.

2.5.

UMC Utrecht heeft 187 vragen van potentiële inschrijvers, waaronder Medtronic, Covidien en St Jude, beantwoord in de Nota van Inlichtingen van 13 februari 2015.

2.6.

Op 20 februari 2015 is de aanbestedingsleidraad aangepast en is aan paragraaf 4.1.1, over de inschrijving met identieke producten, de volgende passage toegevoegd:

Gelet op het voorgaande worden in deze aanbesteding twee typen producten onderscheiden:

Identieke producten: dit zijn producten die 100% identiek zijn aan het uitgevraagde product. Dat wil zeggen: dezelfde fabrikant, dezelfde merknaam, en hetzelfde oorspronkelijke productkenmerk als gespecificeerd in bijlage 2. Alleen van deze identieke producten kan UMC Utrecht bij de beoordeling van de Inschrijvingen met zekerheid vaststellen dat zij voldoen in haar behoefte.

Niet-identieke producten: dit zijn producten die niet 100% identiek zijn aan het uitgevraagde product, maar die naar het oordeel van Inschrijver gelijkwaardig zijn aan het uitgevraagde product. Vanwege de tijd en kosten die nodig zijn om de gelijkwaardigheid van een niet-identiek product vast te stellen, kan UMC Utrecht op het moment van beoordeling van de Inschrijving niet met zekerheid vaststellen of een aangeboden niet-identiek product inderdaad gelijkwaardig is, en dus kan voorzien in de behoefte van UMC Utrecht.

Het hiervoor beschreven verschil rechtvaardigt dat in deze aanbesteding verschillend wordt omgegaan met identieke producten en niet-identieke producten. Dit wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 8 van de aanbesteding.

Voor elk uitgevraagd product (…) mag een Inschrijver slechts één product aanbieden, dus ófwel het identieke product ófwel één niet-identiek product, maar nooit beide en nooit meerdere (verschillende) niet-identieke producten.

2.7.

Met betrekking tot de gunningscriteria is (na aanpassing) het volgende vermeld in de aanbestedingsrichtlijn:

8.5. Economisch meest voordelige Inschrijving

De opdracht wordt gegund aan de Inschrijver welke de economisch meest voordelige Inschrijving heeft uitgebracht.

Om de economisch meest voordelige inschrijving te bepalen zullen alle punten die Inschrijver op basis van de Gunningscriteria (Bijlage 1b) heeft behaald worden opgeteld. Op basis van het totaal behaalde puntenaantal volgt een ranking van Inschrijvingen/Inschrijvers. De Inschrijving met het hoogste totaal aantal punten is de economisch meest voordelige Inschrijving. Deze Inschrijver eindigt in de ranking op 1 (Inschrijver nr. 1). De Inschrijver met het op één na hoogste totaal aantal punten eindigt in de ranking op 2 (Inschrijver nr. 2), de Inschrijving met het op twee na hoogste totaal aantal punten eindigt in de ranking op 3 (Inschrijver nr. 3), enzovoort.

Inschrijver heeft zelf de keuze welke (identieke of niet-identieke) medische hulpmiddelen hij wel of niet aanbiedt. Het kan zijn dat de Inschrijver die de economisch meest voordelige Inschrijving heeft uitgebracht niet 100% van het door UMC Utrecht uitgevraagde Basisassortiment aanbiedt, althans niet met identieke producten. In dat geval wordt met meerdere Inschrijvers een raamovereenkomst gesloten. Uitgangspunt is dat met zoveel Inschrijvers een raamovereenkomst wordt gesloten als nodig is om voor elk product uit het Basisassortiment ten minste één aanbieder van het identieke product te hebben.

Gunning van het Basisassortiment vindt plaats volgens de volgende stappen:

1. Met Inschrijver nr. 1 wordt een raamovereenkomst gesloten voor de levering van alle door Inschrijver nr. 1 aangeboden (identieke en niet-identieke) producten.

2. Indien Inschrijver nr. 1 niet voor 100% van het Basisassortiment identieke producten heeft aangeboden, wordt op basis van het resterende, door Inschrijver nr. 1 niet identiek aangeboden assortiment (Opdracht 2) de ranking opnieuw bepaald. Dat gebeurt door voor alle overgebleven geschikte Inschrijvers het prijsniveau (Bijlage 1b, onderdeel 1) en de volledigheid van het Basisassortiment (Bijlage 1b, onderdeel 2, W01) opnieuw te berekenen op basis van het door Inschrijver 1 niet aangeboden en dus resterende Basisassortiment aan identieke producten (Opdracht 2). Dat leidt mogelijk tot een andere ranking van Inschrijvers 2,3,4, etc. dan in de eerste beoordelingsronde. Inschrijver 1 en het reeds aan hem gegunde Basisassortiment (Opdracht 1) worden hier niet in meegenomen.

3. Nadat de ranking opnieuw is berekend voor de resterende Opdracht 2, wordt het niet (althans: niet identiek) door Inschrijver 1 aangeboden Basisassortiment aan Inschrijver nr. 2 gegund, voor zover deze de betreffende producten wel identiek aanbiedt. (NB: de Opdracht van Inschrijver nr. 2 omvat dus niet de producten die reeds identiek door Inschrijver nr. 1 zijn aangeboden en aan hem zijn gegund). Met Inschrijver 2 wordt een raamovereenkomst gesloten voor alle producten die Inschrijver 1 niet identiek heeft aangeboden, ongeacht of Inschrijver 2 het identieke product levert of een niet-identiek product.

4. Indien er een deel van het assortiment zowel door Inschrijver nr. 1 als door Inschrijver nr. 2 niet identiek is aangeboden, zal dit volgens de hierboven beschreven methodiek worden gegund aan Inschrijver nr. 3 (i.e. de nr. 1 van de wederom opnieuw berekende ranking), enzovoort, tot het volledige assortiment is gegund of er geen geschikte Inschrijvers meer zijn aan wie het resterende, door andere geschikte Inschrijvers niet aangeboden assortiment kan worden gegund.

Voorbeeld:

Stel, het Basisassortiment bestaat uit de producten 1 t/m 10. Inschrijver 1 (i.e. de Inschrijver die op grond van de gunningscriteria de EMVI heeft gedaan) biedt de producten 1 t/m 6 identiek aan. Voor de producten 7 en 8 biedt Inschrijver 1 een niet-identiek product. Voor de producten 9 en 10 biedt Inschrijver 1 in het geheel geen product (noch identiek, noch niet identiek).

In deze situatie sluit UMC Utrecht met Inschrijver 1 een raamovereenkomst voor de producten 1 t/m 6 (identiek) en de producten 7 en 8 (niet identiek).

Voor de producten 1 t/m 6 is hiermee voorzien in de behoefte van UMC Utrecht; voor deze producten zal daarom geen raamovereenkomst worden gesloten met andere Inschrijvers. De producten 7 t/m 10 worden door Inschrijver 1 niet identiek aangeboden; deze producten maken daarom allen deel uit van Opdracht 2.

Voor opdracht 2 wordt op basis van Bijlage 1b een rangorde van de resterende Inschrijvers opgesteld. De nummer 1 van deze rangorde wordt aangewezen als Inschrijver 2. Inschrijver 2 biedt de producten 1, 3, 5, 7 en 9 identiek aan. Voor de producten 2, 4, 6 en 8 biedt hij niet-identieke producten. Product 10 biedt hij in het geheel niet aan.

In deze situatie sluit UMC Utrecht met Inschrijver 2 een raamovereenkomst voor de identieke producten 7 en 9, en voor het niet-identieke product 8. Voor de producten 1 t/m 6 wordt met Inschrijver 2 geen raamovereenkomst gesloten. Deze producten zij immers al vergeven aan Inschrijver 1, die deze producten identiek heeft aangeboden.

Opdracht 3 bestaat nu nog uit de producten 8 en 10, omdat deze producten door Inschrijvers 1 en 2 niet identiek zijn aangeboden. Voor Opdracht 3 wordt op basis van Bijlage 1b een rangorde van de resterende Inschrijvers opgesteld. De nummer 1 van deze rangorde wordt aangewezen als Inschrijver 3. Inschrijver 3 biedt de producten 1 t/m 8 identiek aan; voor de producten 9 en 10 biedt hij niet-identieke producten.

In deze situatie sluit UMC Utrecht met Inschrijver 3 een raamovereenkomst voor het niet-identieke product 10. Voor de producten 1 t/m 7 en 9 wordt met Inschrijver 3 geen raamovereenkomst gesloten. Deze producten zij immers al vergeven aan Inschrijver 1 en 2.

Opdracht 4 bestaat nu nog uit product 10, omdat dit product door Inschrijvers 1, 2 en 3 niet identiek is aangeboden. Voor Opdracht 4 wordt op basis van Bijlage 1B een rangorde van de resterende Inschrijvers opgesteld. De nummer 1 van deze rangorde wordt aangewezen als Inschrijver 4. Inschrijver 4 biedt de producten 7 t/m 10 identiek aan; voor de producten 1 t/m 6 biedt hij niet-identieke producten.

In deze situatie sluit UMC Utrecht met Inschrijver 4 een raamovereenkomst voor het identieke product 10. Voor de overige producten wordt met Inschrijver 4 geen raamovereenkomst gesloten. Deze producten zij immers al vergeven aan Inschrijvers 1, 2 en 3.

Met het sluiten van een raamovereenkomst met Inschrijver 4 heeft UMC Utrecht voor alle producten een aanbieder van het identieke product geselecteerd. Er is derhalve geen resterende opdracht en er zal geen raamovereenkomst worden gesloten met andere Inschrijvers.

Dit voorbeeld is hieronder schematisch weergegeven:

Product

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Inschrijver1

i

i

i

i

i

i

n

n

-

-

Inschrijver2

-

-

-

-

-

-

i

n

i

-

Inschrijver3

-

-

-

-

-

-

-

i

-

n

Inschrijver4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

i

i = identiek product, dat onderdeel vormt van de te sluiten raamovereenkomst met de betreffende Inschrijver

n = niet-identiek product, dat onderdeel vormt van de te sluiten raamovereenkomst met de betreffende Inschrijver

- = product dat geen onderdeel van de raamovereenkomst met de betreffende Inschrijver

De gele markering van een cel duidt erop dat voor het identieke product een raamovereenkomst is gesloten, zodat het betreffende product geen onderdeel meer vormt van de resterende opdracht.

In dit voorbeeld is er een aantal producten (te weten: 7, 8 en 10) waarvoor UMC Utrecht met meerdere Inschrijvers een raamovereenkomst heeft gesloten. Op welke wijze in dat geval wordt bepaald bij welke Inschrijver het product wordt afgenomen, zal na gunning worden uitgewerkt. Uitgangspunt daarbij zal zijn dat in ieder geval bij de start van de opdracht het identieke product zal worden afgenomen, en dat niet-identieke producten alleen in aanmerking zullen komen indien daarmee – rekening houdend met de verwachte afname en de verwachte kosten voor beoordeling van de gelijkwaardigheid van een niet-identiek product – per saldo een besparing kan worden behaald ten opzichte van de totale kosten voor afname van het identieke product.

2.8.

In Bijlage 1b zijn de gunningscriteria vermeld en de wegingsfactor. Zowel op het onderdeel ‘prijs’ als op het onderdeel ‘kwaliteit’ kunnen maximaal 500 punten worden behaald. Het onderdeel ‘kwaliteit’ is opgedeeld in 5 subonderdelen, te weten:

W01 Volledigheid Basisassortiment (maximaal 400 punten),

W02 Bereikbaarheid service organisatie (maximaal 20 punten),

W03 Communicatie service organisatie (maximaal 30 punten),

W04 Logistiek – duurzaamheid (maximaal 20 punten), en

W05 Logistiek – kansen (maximaal 30 punten).

2.9.

Op 12 maart 2015 is een tweede Nota van Inlichtingen verschenen. Daarin zijn 90 aanvullende vragen beantwoord.

2.10.

Medtronic, Covidien en St Jude hebben hun klachten over de gevolgde aanbestedingsprocedure geuit bij het klachtenmeldpunt van UMC Utrecht.

2.11.

Medtronic en Covidien hebben niet ingeschreven. St Jude heeft wel ingeschreven.

3 Het geschil

3.1.

Medtronic vordert, na ter zitting haar eis te hebben verminderd, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. primair aan UMC Utrecht gebiedt om:

a. a) binnen 48 uur na dit vonnis de aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) te staken;

b) de opdracht die onderwerp is van de aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) te staken en gestaakt te houden en om binnen twee weken na dit vonnis voor deze opdracht een heraanbesteding te organiseren, voor zover UMC Utrecht dezelfde (of niet-wezenlijk gewijzigde) opdracht nog altijd wenst te gunnen en daarbij de voorwaarden van de aanbestedingsprocedure te wijzigen met inachtneming van de Aanbestedingswet 2012, en meer in het bijzonder artikel 2.76 Aanbestedingswet 2012, alsmede dit vonnis;

c) binnen 48 uur na dit vonnis een eventueel genomen gunningsbeslissing in het kader van de aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) in te trekken;

subsidiair een andere voorlopige voorziening treft die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Medtronic; en

2. bepaalt dat UMC Utrecht bij de niet nakoming van ieder afzonderlijk opgelegd verbod of gebod, veroordeling of anderszins, steeds een dwangsom verbeurt van € 250.000,00, voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, en/of iedere keer dat UMC Utrecht de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van dit vonnis niet nakomt; en

3. UMC Utrecht veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten, te voldoen binnen zeven dagen na dit vonnis, bij gebreke waarvan UMC Utrecht vanaf de achtste dag daarover wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

3.2.

Medtronic legt, samengevat, aan die vorderingen ten grondslag dat in de gevolgde aanbestedingsprocedure:

- onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van merk- en productnamen, zonder dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat,

- het transparantiebeginsel wordt geschonden, omdat onduidelijk is in hoeverre een alternatief product meetelt bij de beoordeling,

- het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers wordt geschonden, vanwege uiteenlopende plafondprijzen en productomschrijvingen bij verschillende merken, en

- een deel van de opdracht wordt gegund zonder dat op dat onderdeel competitie plaatsvindt.

3.3.

Covidien vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. primair aan UMC Utrecht gelast om:

a. a) de huidige aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) te staken en gestaakt te houden, binnen 48 uur na de datum van dit vonnis;

b) voor de opdracht (of niet wezenlijk gewijzigde opdracht) die onderwerp is van de huidige aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) een heraanbesteding te organiseren conform de regels en beginselen van het aanbestedingsrecht en conform dit vonnis in kort geding, voor zover UMC Utrecht deze opdracht nog altijd wenst te gunnen;

c) een eventuele voorlopige gunningsbeslissing in de huidige aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) in te trekken, binnen 48 uur na de datum van dit vonnis;

2. subsidiair iedere maatregel treft die in goede justitie redelijk is en recht doet aan de belangen van Covidien;

3. primair en subsidiair bepaalt dat UMC Utrecht, indien zij geen gevolg geeft aan de hiervoor vermelde bevelen, een direct opeisbare dwangsom verbeurt van € 250.000,00 per dag, zolang deze overtreding voortduurt; en

4. primair en subsidiair UMC Utrecht veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten, te voldoen binnen zeven dagen na dit vonnis, bij gebreke waarvan UMC Utrecht vanaf de achtste dag daarover wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

3.4.

Covidien legt, samengevat, aan die vorderingen ten grondslag dat UMC Utrecht handelt in strijd met het Nederlandse en Europese aanbestedingsrecht, door:

- in de aanbestedingsleidraad specifieke merken voor te schrijven, althans te bevoordelen,

- de omvang van de opdracht voor potentiële inschrijvers onduidelijk te laten, waardoor het clusterverbod en de percelenregeling worden geschonden,

- de aanbestedingsleidraad tussentijds te wijzigen, en

- een onverenigbaar gunningscriterium te hanteren.

3.5.

St Jude stelt op haar beurt dat ook zij van mening is dat UMC Utrecht handelt in strijd met het nationale en Europese aanbestedingsrecht, met name doordat zij:

- identieke producten voorschrijft, althans bevoordeelt, en

- verschillende opdrachten ongerechtvaardigd clustert, zonder de opdracht vervolgens in percelen te verdelen.

3.6.

UMC Utrecht voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in het incident

4.1.

De vordering van St Jude om zich in dit kort geding te mogen voegen aan de zijde van Covidien is tijdens de mondelinge behandeling toegewezen. Over de proceskosten in het incident is nog niet geoordeeld. Deze zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in de beide hoofdzaken

4.2.

Tot nu toe hebben de Nederlandse ziekenhuizen alleen aanbestedingen georganiseerd waarin één of enkele productgroepen zijn uitgevraagd. Om een zo groot mogelijke kostenbesparing te kunnen realiseren heeft UMC Utrecht als eerste ziekenhuis de keuze gemaakt om geheel verschillende medische hulpmiddelen (72 productgroepen) waarvoor zij geen specifieke wensen heeft op het terrein van innovatie en/of service en/of ondersteuning in één aanbesteding uit te vragen. Zij tracht daarmee de markt ‘open te breken’ en een einde te maken aan een situatie waarin volgens UMC Utrecht de leveranciers eenzijdig de prijzen voor medische hulpmiddelen bepalen. Medtronic, Covidien en St Jude hebben een groot aantal bezwaren tegen de procedure aangevoerd. Die bezwaren komen er op neer dat verschillende fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht zijn geschonden en dat de procedure de concurrentie juist niet bevordert omdat het voor de leveranciers zeer moeilijk of zelfs onmogelijk geweest om op een goede manier in te schrijven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoet de gekozen procedure inderdaad niet aan de daaraan te stellen eisen en ‘heiligt het doel de middelen’ dus niet. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.

Bevoordeling identieke producten – wijze van uitvragen

4.3.

Het aanbestedingsrecht beoogt eerlijke concurrentie te bevorderen. Mede daarom schrijft artikel 2:76 van de Aanbestedingswet 2012 voor dat bij de specificatie van een opdracht prestatie-eisen of functionele eisen gebruikt moeten worden, of verwezen moet worden naar Europese of nationale normen. In beginsel mag niet worden verwezen naar een fabricaat of merk. Een uitzondering is slechts geoorloofd als een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke beschrijving van de opdracht anders niet mogelijk is, en dan nog onder de voorwaarde dat de vermelding van het fabricaat of merk wordt vergezeld door de woorden ‘of gelijkwaardig’. Identieke producten mogen niet bevoordeeld worden. Aan het fabricaat of merk gelijkwaardige producten dienen op een eerlijke en gelijkwaardige wijze te kunnen meedingen naar gunning.

4.4.

Aanvankelijk wenste UMC Utrecht alleen identieke producten te laten meedingen. In de gewijzigde aanbestedingsleidraad heeft zij het gunningscriterium aangepast, in die zin dat inschrijvers naast identieke producten nu ook niet-identieke producten mogen aanbieden. Zij heeft dat gedaan door achter de merknaam ‘of gelijkwaardig’ toe te voegen. Ter zitting heeft UMC Utrecht desgevraagd aangevoerd dat zij nog steeds beoogt identieke producten met bepaalde merknamen geleverd te krijgen en dat alleen die producten in eerste instantie zullen worden gegund. Onder verwijzing naar het in paragraaf 8.5 van de gewijzigde aanbestedingsleidraad gegeven voorbeeld (dat is weergegeven in overweging 2.6. van dit vonnis) heeft UMC Utrecht in dit verband nader toegelicht dat wanneer product 7 na de eerste gunning wordt gegund aan inschrijver 2, en inschrijver 1 daarvoor een alternatief heeft aangeboden, op enig moment onderzocht kan worden of dat alternatief kan worden gevalideerd, waarna ook dat alternatief bij inschrijver 1 kan worden ingekocht. Of, en zo ja wanneer, die validatie van het alternatieve product van inschrijver 1 daadwerkelijk zal plaatsvinden, is echter nog onzeker. UMC Utrecht heeft daarover nog geen beslissing genomen, omdat het nu nog onzeker is of er alternatieve producten worden aangeboden en of die alternatieve producten voor validatie in aanmerking komen, mede gelet op de kosten die zullen zijn gemoeid met de beoordeling van de gelijkwaardigheid.

4.5.

Uit het voorgaande volgt dat alternatieve producten, die niet identiek maar wel gelijkwaardig zijn, ook na wijziging van de aanbestedingsleidraad nog steeds geen kans maken op gunning, althans een aanmerkelijk kleinere en niet in te schatten kans. UMC Utrecht heeft ter verdediging van haar standpunt aangevoerd dat zij op dit moment geen behoefte heeft aan niet identieke producten. Volgens UMC Utrecht zijn de kosten van validatie/conversie namelijk te hoog en zou zonder validatie de patiëntveiligheid in gevaar kunnen komen. Dat die kosten zo hoog kunnen oplopen is echter vooral het gevolg van het grote aantal producten dat UMC Utrecht in de onderhavige procedure wenst uit te vragen. UMC Utrecht heeft niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van validatie voor ieder product of iedere productgroep afzonderlijk zo hoog zijn dat die kosten in redelijkheid niet gemaakt kunnen worden. Kosten van validatie/conversie zijn bovendien inherent aan iedere inkoopprocedure waarbij wordt overgestapt op een ander merk. Geoordeeld moet dan ook worden dat UMC Utrecht ook na wijziging van de aanbestedingsleidraad in strijd handelt met artikel 2:76 Aanbestedingswet 2012.

4.6.

UMC Utrecht heeft ter verdediging van het feit dat zij producten niet op een ‘merkneutrale’ wijze heeft uitgevraagd aangevoerd dat het niet goed mogelijk zou zijn en ook veel te kostbaar om voor alle producten een merkneutrale omschrijving op te stellen. Zij heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat een functionele omschrijving voor alle producten en productgroepen die onderwerp zijn van de onderhavige aanbesteding niet mogelijk zou zijn. Medtronic heeft in ieder geval een aantal voorbeelden in het geding gebracht waaruit blijkt dat ziekenhuizen wel een functionele omschrijving kunnen opstellen. Dat het bij de onderhavige aanbesteding om een groot aal producten gaat is geen argument om af te zien van een functionele omschrijving.

De omvang van de opdracht is niet duidelijk

4.7.

Uit het in de gewijzigde aanbestedingsleidraad opgenomen voorbeeld (zie overweging 2.6. van dit vonnis) kan worden afgeleid dat een inschrijver op voorhand niet kan inschatten welke producten hij zal mogen leveren, en dus ook niet of hij al dan niet inschrijft tegen een reële prijs. Een en ander zal immers afhangen van zijn ranking en van het aantal partijen waarmee UMC Utrecht een raamovereenkomst zal moeten sluiten. Tussen partijen is niet in geschil dat het zeer onwaarschijnlijk is dat één inschrijver alle identieke producten zal kunnen leveren. In de aangeboden niet identieke producten kan overlap bestaan tussen de verschillende inschrijvers. Omdat ook onzeker is of, en zo ja op welk tijdstip, UMC tijdens de looptijd van de raamovereenkomsten niet identieke producten zal gaan valideren is de omvang van de opdracht niet transparant. Een inschrijver kan niet inschatten welke producten gedurende de looptijd van de raamovereenkomst alsnog bij een ander zullen worden ingekocht. Aldus kan niet worden geoordeeld dat sprake is van een transparante aanbestedingsprocedure, als bedoeld in artikel 1.9 Aanbestedingswet 2012 en artikel 2 Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG.

Clustering

4.8.

Ingevolge artikel 1.5 Aanbestedingswet 2012 mogen opdrachten niet onnodig worden samengevoegd. Een aanbestedende dienst die samenvoeging overweegt, dient in dat verband dan ook in ieder geval acht te slaan op a) de samenstelling van de relevante markt en de invloed van de samenvoeging op de toegang tot de opdracht voor voldoende bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf (hierna: mkb-bedrijf), b) de organisatorische gevolgen en risico’s van de samenvoeging van de opdrachten voor de aanbestedende dienst en de ondernemer, en c) de mate van samenhang tussen de opdrachten.

4.9.

St Jude heeft in verband met voorwaarde a) gesteld dat er op de Nederlandse markt geen enkele onderneming zal zijn die het gehele uitgevraagde basisassortiment zal kunnen leveren. Zij heeft daarbij opgemerkt dat zij zelf als grote leverancier van het UMC Utrecht toch slechts op 4 van de 72 productgroepen heeft kunnen inschrijven en dan nog niet eens op alle producten binnen die productgroepen. Voor een gemiddeld mkb-bedrijf zal het daarom naar verwachting nog moeilijker zijn, zo niet onmogelijk, om als zelfstandige partij in te schrijven, aldus St Jude. Daarbij komt dat de gunningscriteria zo zijn opgesteld dat 40% van de weging wordt bepaald door de volledigheid van het basisassortiment. Ingeval een ondernemer slechts een deel daarvan kan leveren, heeft hij daarom feitelijk geen reële kans meer op gunning. In theorie kan hij er dan voor kiezen om een combinatie te vormen met andere leveranciers, maar volgens St Jude noopt het grote aantal producten in het basisassortiment tot een samenwerkingsverband met dermate veel andere partijen, dat het vormen van een combinatie organisatorisch feitelijk onmogelijk zal zijn, nog afgezien van de mededingingsrechtelijke bezwaren die dit meebrengt. UMC Utrecht heeft dit niet weersproken. Zij heeft wel verwezen naar de door haar gehouden marktconsultatie. In het verslag daarvan heeft UMC Utrecht als voorlopige conclusies vermeld dat verschillende partijen op het gebied van het te leveren assortiment zeer goed lijken aan te sluiten bij de doelstellingen van UMC Utrecht. Ook heeft zij als voorlopige conclusie vermeld dat meerdere geconsulteerde partijen hebben geadviseerd om pakketten te clusteren, om tot schaalvergroting / volumevoordeel te komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan op basis van enkel deze voorlopige conclusies echter niet worden geconcludeerd dat de omvang van de onderhavige opdracht de relevante markt voor medische hulpmiddelen niet te boven gaat.

4.10.

In verband met voorwaarde b) heeft St Jude erop gewezen dat niet is gebleken dat UMC Utrecht aandacht heeft geschonken aan de organisatorische gevolgen en risico’s van de samenvoeging van de opdrachten voor ondernemers. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat terecht. In de aanbestedingsleidraad zijn immers vooral de financiële en logistieke voordelen voor UMC Utrecht zelf vermeld en in haar voorlopige conclusies naar aanleiding van de gehouden marktconsultatie is dat net zo. Ook daarin heeft UMC Utrecht met name vermeld dat er voor haarzelf veel efficiencywinst te behalen valt op de logistieke en administratieve processen indien orders en facturen worden gebundeld. Of dat ook geldt voor de ondernemers, is onvermeld gebleven, op de opmerking na dat meerdere partijen hebben geadviseerd om pakketten te clusteren om tot schaalvergroting / volumevoordeel te komen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de motivering op dit punt onvolledig is.

4.11.

In verband met voorwaarde c) hebben St Jude, Medtronic en ook Covidien erop gewezen dat de variatie in productsoorten zodanig is (zo zijn onder andere pleisters en pacemakers uitgevraagd), dat geen sprake meer is van samenhang. De voorzieningenrechter deelt dat standpunt. Uit de enkele omstandigheid dat sprake is van door UMC Utrecht gebruikte producten, volgt immers niet per se dat het gaat om logisch samenhangende onlosmakelijk met elkaar verbonden onderdelen.

4.12.

Uit het voorgaande moet worden geconcludeerd dat niet aannemelijk is geworden dat clustering in dit geval gerechtvaardigd is. Daarbij komt dat artikel 1.5 Aanbestedingswet 2012 verplicht tot opdeling van een opdracht in percelen. Daartoe ziet UMC Utrecht blijkens de aanbestedingsleidraad geen noodzaak, omdat uit de marktconsultatie geen logische indeling in percelen zou zijn gebleken. De voorzieningenrechter kan UMC Utrecht hierin niet volgen. Het is immers aannemelijk dat op grond van de gevolgde procedure met meerdere leveranciers raamovereenkomsten zouden moeten worden gesloten. Bovendien onderscheidt UMC Utrecht in de aanbestedingsstukken 72 verschillende productgroepen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat een opdeling in percelen dan niet logisch zou kunnen zijn en daarom achterwege zou moeten kunnen blijven. Met de overige partijen in deze procedure moet worden geoordeeld dat de omstandigheid dat niet van een logische indeling is gebleken, in de gegeven omstandigheden eerder leidt tot de conclusie dat feitelijk sprake is van een ongerechtvaardigde clustering van meerdere opdrachten, dan tot de conclusie dat niet tot opdeling behoeft te worden overgegaan.

Dat sprake is van een gerechtvaardigde clustering heeft UMC Utrecht dus niet aannemelijk gemaakt.

4.13.

Uit dit alles volgt dat de aanbestedingsprocedure niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Al hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd kan onbesproken blijven omdat het niet tot een ander oordeel kan leiden. De vorderingen komen dan ook voor toewijzing in aanmerking zoals hierna zal worden vermeld.

4.14.

Nu UMC Utrecht de gevorderde dwangsommen heeft betwist en heeft toegezegd dat zij de veroordelingen vrijwillig zal nakomen is er geen aanleiding om aan de veroordelingen een dwangsom te verbinden. De termijn waarbinnen UMC Utrecht aan dit vonnis zal moeten voldoen zal worden gesteld op vier dagen.

4.15.

UMC Utrecht zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Medtronic worden begroot op:

- dagvaarding € 77,84

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 1.224,00

Totaal € 1.914,84

4.16.

De kosten aan de zijde van Covidien worden begroot op:

- dagvaarding € 85,34

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 1.224,00

Totaal € 1.922,34

4.17.

De kosten aan de zijde van St Jude worden begroot op:

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 1.224,00

Totaal € 1.837,00

4.18.

De door Medtronic en Covidien gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de in het dictum vermelde wijze.

5 De beslissing

in de procedure met zaaknummer / rolnummer: C/16/388790 / KG ZA 15-194

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt UMC Utrecht om binnen een week na de datum van dit vonnis de aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) te staken en gestaakt te houden,

5.2.

gebiedt UMC Utrecht om voor zover hij dezelfde (of niet-wezenlijk gewijzigde) opdracht nog altijd wenst te gunnen, voor deze opdracht een heraanbesteding te organiseren, en daarbij de voorwaarden van de aanbestedingsprocedure te wijzigen met inachtneming van de Aanbestedingswet 2012, en meer in het bijzonder artikel 2.76 Aanbestedingswet 2012, alsmede dit vonnis,

5.3.

gebiedt UMC Utrecht om binnen vier dagen na dit vonnis een eventueel genomen gunningsbeslissing in het kader van de aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) in te trekken,

5.4.

veroordeelt UMC Utrecht in de proceskosten, aan de zijde van Medtronic tot op heden begroot op € 1.914,84, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.5.

veroordeelt UMC Utrecht, onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door Medtronic volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

  • -

    € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

  • -

    te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.6.

verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

6 De beslissing

in de procedure met zaaknummer / rolnummer C/16/389074 / KG ZA 15-206

in het incident

6.1.

compenseert de kosten in het incident, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

6.2.

gebiedt UMC Utrecht om de huidige aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) binnen vier dagen na de datum van dit vonnis te staken en gestaakt te houden,

6.3.

gebiedt UMC Utrecht voor de opdracht (of niet wezenlijk gewijzigde opdracht) die onderwerp is van de huidige aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) een heraanbesteding te organiseren conform de regels en beginselen van het aanbestedingsrecht en conform dit vonnis in kort geding, voor zover UMC Utrecht deze opdracht nog altijd wenst te gunnen,

6.4.

gebiedt UMC Utrecht een eventuele voorlopige gunningsbeslissing in de huidige aanbestedingsprocedure voor medische hulpmiddelen (met publicatienummer 2015/S 076) in te trekken, binnen vier dagen na de datum van dit vonnis,

6.5.

veroordeelt UMC Utrecht in de proceskosten, aan de zijde van Covidien tot op heden begroot op € 1.922,34, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

6.6.

veroordeelt UMC Utrecht, onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door Medtronic volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

  • -

    € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

  • -

    te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening,

6.7.

veroordeelt UMC Utrecht in de proceskosten, aan de zijde van St Jude tot op heden begroot op € 1.837,00,

6.8.

verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2015.1

1 type: CD4485 coll: