Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4657

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-07-2015
Datum publicatie
14-08-2015
Zaaknummer
C-16-374257 - HA ZA 14-636
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid bestuurder voor niet nakoming verplichtingen door vennootschap. Onvoldoende gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1523
OR-Updates.nl 2015-0313
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/374257 / HA ZA 14-636

Vonnis van 29 juli 2015

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1]

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] ,

gevestigd te [woonplaats 1]

eisers,

advocaat mr. S.D.W. Gratama te Amsterdam ,

tegen

1 [gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.R. Kluyver te Utrecht.

Partijen zullen hierna respectievelijk [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 1 oktober 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 16 juni 2015

  • -

    de akte van [gedaagde] d.d. 16 juni 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Ter comparitie heeft [gedaagde] toegezegd dat hij de door [eiser sub 2] en [eiser sub 1] gevorderde documenten uiterlijk vrijdag 19 juni 2015 aan hen ter beschikking zal stellen. [eiser sub 2] en [eiser sub 1] hebben vervolgens medegedeeld dat zij de vordering tot –kort gezegd- afgifte van stukken niet langer handhaven. Ook is meegedeeld dat de resterende vorderingen uitsluitend door [eiser sub 1] zijn ingesteld.

2.2.

[eiser sub 1] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 31.228,--, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 1.158 en in de kosten van deze procedure.

2.3.

[eiser sub 1] legt aan zijn vordering ten grondslag -sterk samengevat- dat [gedaagde] als (middellijk) bestuurder van Contour Kliniek Nederland B.V. (hierna: Contour Kliniek) aansprakelijk is voor het feit dat deze vennootschap haar financiële verplichtingen jegens [eiser sub 1] niet is nagekomen.

2.4.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.

2.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De besloten vennootschap Contour Kliniek is op 23 januari 2015 in staat van faillissement verklaard. [gedaagde] was op dat moment via zijn vennootschap Belle Cosmetic Clinis B.V. middelijk bestuurder van Contour Kliniek.

3.2.

[eiser sub 1] is -naast Belle Cosmetic Clinics B.V. en een derde persoon- sinds 5 april 2001 aandeelhouder van Contour Kliniek. Daarnaast was hij tot 1 april 2014 tevens als plastisch chirurg en medisch-directeur aan Contour Kliniek verbonden.

3.3.

[eiser sub 1] heeft zijn werkzaamheden bij Contour Kliniek beëindigd per 1 april 2014. [eiser sub 1] stelt dat hij op dat moment nog een vordering had op Contour Kliniek ten bedrage van

€ 36.228,--, opgebouwd uit:

  • -

    Gederfde inkomsten kliniek Amstelveen

  • -

    Honorarium directeurschap Contour Kliniek

  • -

    Honorarium verzekerde zorg 2013

  • -

    Honorarium werkzaamheden Contour Kliniek tot 1 april 2014.

3.4.

[eiser sub 1] heeft ter zake van bovengenoemde vordering een procedure aanhangig gemaakt tegen Contour Kliniek. Contour Kliniek heeft de vorderingen van [eiser sub 1] in die procedure grotendeels betwist, en heeft zich voor het niet betwiste deel beroepen op verrekening met een tegenvordering. Voor het einde van de procedure is Contour Kliniek in staat van faillissement verklaard. De curator heeft meegedeeld dat hij de procedure niet overneemt. De procedure tegen Contour Kliniek is vervolgens geschorst in conventie, ten aanzien van de vordering in reconventie is verval van instantie verleend.

3.5.

[eiser sub 1] stelt dat [gedaagde] als bestuurder aansprakelijk is voor het niet voldoen van bovengenoemde vordering op grond van het bepaalde in artikel 2:8 en 6:162 BW. Hij voert daartoe aan dat [gedaagde] degene is die ervoor heeft gezorgd dat de vorderingen van [eiser sub 1] niet werden betaald in een periode waarin andere schuldeisers van Contour Kliniek wel werden voldaan. Uit het feit dat de curator de tegenvordering van Contour kliniek niet heeft overgenomen, volgt daarnaast al dat er een begin van twijfel is over de rol van [gedaagde] als bestuurder.

3.6.

De rechtbank overweegt dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn in een situatie waarin een schuldeiser van de vennootschap wordt benadeeld door het onbetaald en onverhaalbaar blijken van diens vordering op de vennootschap, indien de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In deze gevallen is voor aansprakelijkheid van de bestuurder vereist dat hem (persoonlijk) een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

3.7.

[eiser sub 1] heeft onvoldoende concreet gesteld welk ernstig verwijt [gedaagde] als (middellijk) bestuurder kan worden gemaakt. In dit verband is allereerst van belang dat de verschuldigdheid van de vorderingen door [gedaagde] is zijn betwist, en dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat [gedaagde] een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt van het feit dat Contour Kliniek de door [eiser sub 1] gestelde verplichtingen niet is nagekomen. Ook de stelling dat andere schuldeisers wel werden voldaan is zonder nadere onderbouwing (waaruit bijvoorbeeld zou kunnen worden afgeleid dat het daarbij ging om vergelijkbare vorderingen die wel werden voldaan) onvoldoende om tot aansprakelijkheid te komen. Zonder nadere onderbouwing kan tot slot evenmin uit het enkele feit dat de curator de tegenvordering niet heeft overgenomen worden afgeleid dat er sprake was van een vordering die de vennootschap in redelijkheid niet had kunnen instellen, laat staan dat [gedaagde] ter zake een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

3.8.

Uit het voorgaande volgt dat alle vorderingen van [eiser sub 1] worden afgewezen. Gelet op de relatie tussen partijen (in wezen gaat deze procedure om de afwikkeling van een samenwerking waarbij ook de opstelling van [gedaagde] heeft bijgedragen aan het feit dat dit tot een procedure is gekomen) zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2015.1

1 type: LdW/878 coll: HS/4234