Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4332

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-05-2015
Datum publicatie
16-06-2015
Zaaknummer
16/705064-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een man tot 200 dagen gevangenisstraf waarvan 131 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar voor diefstal, poging tot diefstal en bedreiging. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis op.

Het onvoorwaardelijke deel van deze gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank acht hierbij de oplegging van de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd noodzakelijk, aangezien deze voorwaarden verdachte kunnen ondersteunen bij het opbouwen van een constructieve levensstijl.

De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf rekening gehouden met het feit dat er documentatie van verdachte is en het reclasseringsadvies. Ook de heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen in soortgelijke zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/705064-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 mei 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] (Ethiopië) op [1996],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

in de periode van 7 december 2014 tot en met 8 december 2014 te Mijdrecht heeft ingebroken in een auto van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie en uit deze auto een kogelwerend vest, een koppel met uitrusting en een koffertje heeft gestolen;

Feit 2

in de periode van 15 december 2014 tot en met 16 december 2014 te Mijdrecht heeft ingebroken in de auto van [benadeelde 1] en uit deze auto vier pakjes sigaretten heeft gestolen;

Feit 3

op 3 januari 2015 te Mijdrecht heeft geprobeerd uit de bestelauto van [benadeelde 2]/[benadeelde 3]/[benadeelde 4]/geld te stelen;

Feit 4

op 4 januari 2015 te Mijdrecht de laptop van [benadeelde 5] heeft gestolen;

Feit 5

op 13 januari 2015 te Mijdrecht [benadeelde 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht/zware mishandeling;

Feit 6

op 16 januari 2015 te Mijdrecht heeft ingebroken in een auto van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie en uit deze auto een koffer heeft gestolen;

Feit 7

op 21 januari 2015 te Mijdrecht een blikje Red Bull van de [naam] heeft gestolen;

Feit 8

in de periode van 25 januari tot en met 26 januari 2015 te Mijdrecht heeft ingebroken in een bestelauto van [benadeelde 3]/[benadeelde 4]/[benadeelde 2] en uit deze auto gereedschap, een stofzuiger, verwarmingsapparatuur, een ventilator, een navigatiesysteem en een zonnebril heeft gestolen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Vrijspraak ten aanzien van feit 1

Op 8 december 2014 zijn verschillende goederen uit de dienstauto van politieman AOTM35 gestolen, waaronder een kogelwerend politievest, een zwarte koffer en een politiekoppel. Bij een doorzoeking van een garagebox aan de [adres] te [vestigingsplaats] is op 29 januari 2015 een deel van deze gestolen politiegoederen aangetroffen. Het huurcontract van deze garagebox stond op naam van [medeverdachte 1]. Verdachte en [medeverdachte 1] zijn bekenden van elkaar. Op de telefoon van verdachte zijn foto’s van een koffer met gereedschap, een kogelwerend vest van de politie en een koppel met beenholster aangetroffen.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat op grond van het vorenstaande niet kan worden vastgesteld op welke manier de foto’s van de politiegoederen op de telefoon van verdachte terecht zijn gekomen. Het feit dat de foto’s op de telefoon zijn opgeslagen, wil niet zeggen dat de foto’s met de telefoon van verdachte zijn gemaakt.

Ook het feit dat verdachte en de huurder van de garagebox waar de goederen zijn aangetroffen elkaar kennen, is onvoldoende om dit feit bewezen te verklaren. Op grond hiervan is de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal niet vast te stellen.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde.

Feit 2

Op 9 januari 2015 heeft [benadeelde 1] (hierna: [benadeelde 1]) aangifte gedaan van een inbraak in haar Peugeot, gepleegd tussen 15 december 17:30 uur en 16 december 06:55 uur aan de [adres] in [woonplaats]. Bij deze inbraak is de ruit van het rechter voorportier ingeslagen en zijn vier pakjes Marlboro sigaretten weggenomen.2

[benadeelde 1] heeft verklaard dat zij op camerabeelden heeft gezien dat een persoon met een zaklamp in auto’s scheen en om auto’s heen liep.3

Verbalisant [verbalisant 1] heeft gezien dat de beelden van dinsdag 16 december 2014 omstreeks 02.00 uur waren. Verbalisant [verbalisant 1] heeft op deze beelden gezien dat een jongen in verschillende auto’s naar binnen scheen met een zaklamp.4 De verbalisant heeft vervolgens gezien dat de jongen in de buurt van de auto van [benadeelde 1], naar auto’s aan het kijken was.

Verdachte is vervolgens zowel door aangeefster [benadeelde 1] als door wijkagent [verbalisant 1] herkend op de camerabeelden. Aangeefster en wijkagent [verbalisant 1] hebben beiden verklaard dat zij verdachte al langer kennen. [benadeelde 1] heeft verklaard dat zij verdachte herkent aan zijn loopje en dat verdachte vroeger bij haar kinderen op de naschoolse opvang heeft gezeten.5 Verbalisant [verbalisant 1] is wijkagent en heeft benoemd dat hij verdachte herkent aan zijn postuur, houding, kledingstijl en manier van bewegen en dat verdachte bij zijn aanhouding dezelfde schoenen droeg als de schoenen die op de camerabeelden te zien zijn.6

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 2

Zowel aangeefster als de wijkagent hebben omschreven dat zij verdachte al langer kennen en aan welke specifieke kenmerken zij verdachte herkennen. De rechtbank acht de herkenningen van aangeefster en [verbalisant 1] voldoende betrouwbaar.

De raadsman heeft aangevoerd dat niet duidelijk is wanneer de diefstal precies heeft plaatsgevonden, aangezien de diefstal zelf niet op de beelden is te zien. De handelingen van verdachte die te zien zijn op de camerabeelden beschouwt de rechtbank als handelingen die passen bij een uit te voeren inbraak/diefstal. De rechtbank acht het zeer onaannemelijk dat er in de nacht van 15 op 16 december 2014 nog een andere persoon soortgelijke handelingen zou hebben uitgevoerd. De rechtbank acht bewezen dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd.

Niet is gebleken dat meerdere personen bij de diefstal betrokken waren. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit deel van het ten laste gelegde vrijspreken.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Tussen 1 januari 2015 21.30 uur en 3 januari 2015 03.15 uur is gepoogd een diefstal te plegen uit een bestelbus die geparkeerd stond op de [adres] in [woonplaats]. Deze bestelbus behoorde toe aan [benadeelde 4]. Volgens aangever [benadeelde 2] werd door de politie verteld dat de schuifdeur van de bus open stond en de binnenverlichting brandde.7

Op camerabeelden heeft Wijkagent [verbalisant 2] gezien dat op 3 januari 2015 om 03.07 uur een persoon bij de bestelauto loopt en circa vijftien seconden bij de passagierszijde staat. Vervolgens ontstaat een zwarte streep aan de zijkant van het busje, waaruit de verbalisant heeft opgemaakt dat de schuifdeur een stukje wordt geopend.8

[verbalisant 2] heeft de persoon op de beelden voor 100 procent als verdachte herkend aan zijn houding, zijn manier van lopen en zijn donkergroene parka.9

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 3

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een strafbare poging. De rechtbank merkt het openen van een deur van een auto die toebehoort aan iemand anders, midden in de nacht, aan als een begin van uitvoering. De rechtbank ziet niet in wat voor andere bedoeling iemand kan hebben met het openen van een autodeur in de nacht dan het wegnemen van goederen.

De rechtbank acht de herkenning van verdachte door wijkagent [verbalisant 2] betrouwbaar. [verbalisant 2] kent verdachte ambtshalve en geeft aan dat hij hem op 5 december 2014 nog heeft gesproken. Hij benoemt daarnaast de specifieke kenmerken op grond waarvan hij verdachte heeft herkend.

Niet is gebleken dat meerdere personen bij de diefstal betrokken waren. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit deel van het ten laste gelegde vrijspreken.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

Op 3 januari 2015 is in een [vestigingsplaats] in Mijdrecht uit een zwarte rugzak van [benadeelde 5] een laptop, merk Apple, gestolen.10 De eigenaar van de cafetaria, [X] heeft de camerabeelden uitgekeken en heeft daarop gezien dat zijn medewerker [medeverdachte 2] de zwarte tas pakte en ermee naar het personeelsgedeelte liep. [medeverdachte 2] kwam daarna zonder tas de cafetaria in gelopen. Vervolgens liep een getinte jongen naar het personeelsgedeelte en verliet deze jongen via de achterzijde het pand.11 Medewerker [A] heeft de getinte jongen herkend als verdachte.12 [medeverdachte 2] heeft de eigenaar van de cafetaria verteld dat hij de tas met de laptop aan de getinte jongen had gegeven.13

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd.

Feit 5

Op 14 januari 2015 heeft [benadeelde 6] aangifte gedaan van bedreiging door verdachte op 13 januari 2015 te Mijdrecht. Volgens aangeefster heeft verdachte die dag “kom dan kom dan, ga mee naar buiten”, “ik maak je kapot, ik maak je dood” en “als ik je alleen tegenkom dan ben je de lul” geroepen. Aangeefster heeft daarnaast verklaard dat bij haar de overtuiging bestond dat de dader zijn woorden ten uitvoer zou leggen.14

[B] heeft verklaard dat verdachte tegen [benadeelde 6] zei: “ik maak je kapot, kom nu naar buiten, wie denk je wel niet dat je bent mongool, dikzak, slet, schijnheilig wijf”.15

Op grond van deze verklaringen acht de rechtbank het ten laste gelegde feit bewezen.

Feit 6

Op 16 januari 2015 is uit een Mercedes die geparkeerd stond aan de [adres] in [woonplaats] door drie mannen een gereedschapskoffer met daarin een boormachine16, geprepareerd met een baken. Op de beelden is te zien de man met het witte trainingsjasje een koffertje van de bijrijdersstoel pakte en dit aan de man met de zwarte pet gaf.17 De drie mannen worden door wijkagent [verbalisant 1] herkend als [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 4].18

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de diefstal samen met verdachte heeft gepleegd.19

De rechtbank acht dit feit op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

Feit 7

Op 21 januari 2015 is een blikje Red Bull bij de [naam] te Mijdrecht, gevestigd aan de [adres], gestolen. Aangeefster [aangeefster] had van een collega gehoord dat een man een blikje Red Bull in zijn jas had gestopt. [aangeefster] heeft vervolgens gezien dat de man de kassa passeerde zonder het blikje af te rekenen. In de binnenzak van de jas van verdachte werd een blikje Red Bull aangetroffen. [aangeefster] hoorde van een collega dat zij een van de mannen herkende als [verdachte]. Op Facebook heeft zij de man die het blikje had gestolen later als [verdachte] herkend.20

Getuige [getuige] heeft gezien dat er twee jongens naar het frisdrankschap liepen en jongen 1 vervolgens een blikje frisdrank in zijn linker binnenzak stopte.21

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 7

Naar aanleiding van de inhoud van deze verklaringen acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte het blikje Red Bull eerder bij een andere winkel heeft gekocht, zoals verdachte zelf heeft verklaard.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank feit 7 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 8

Op 26 januari 2015 is uit een Mercedes Vito die geparkeerd stond aan de [adres] te [vestigingsplaats]22 gereedschap, een stofzuiger, een ventilator, verwarmingsapparatuur, een navigatiesysteem en een zonnebril gestolen. Deze goederen behoorden toe aan [benadeelde 4].23

Wijkagent [verbalisant 1] heeft op de camerabeelden gezien dat er op 26 januari 2015 om 04.30 uur een man over de [adres] in [vestigingsplaats] liep, die hij ambtshalve herkende als verdachte. Hij herkende verdachte aan de manier van lopen, zijn haar, huidskleur en kleding.24

[verbalisant 1] heeft op de camerabeelden gezien dat verdachte naar het portier aan de bestuurderszijde van de bestelbus liep en deze opende.25

In de omgeving van de [adres] is een aantal van de gestolen goederen teruggevonden. Bij deze goederen werd een aangebroken blikje frisdrank aangetroffen.26 Uit sporenonderzoek is gebleken dat het DNA dat afkomstig is van het blikje frisdrank matchte met het DNA-profiel van verdachte. De matchkans met het DNA-profiel van een willekeurig ander persoon dan verdachte is één op één miljard.27

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 8

De rechtbank acht de herkenning van verdachte door wijkagent [verbalisant 1] betrouwbaar. [verbalisant 1] kent verdachte ambtshalve en hij benoemt daarnaast in zijn proces-verbaal de specifieke kenmerken op grond waarvan hij verdachte herkent.

Op grond hiervan en op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank feit 8 wettig en overtuigend bewezen. Het ten laste gelegde medeplegen acht de rechtbank niet bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Feit 2

in de periode van 15 december 2014 2014 tot en met 16 december 2014 te Mijdrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto, Peugeot, geparkeerd op de [adres], heeft weggenomen vier pakjes sigaretten (Marlboro), toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 3

op 3 januari 2015 te [vestigingsplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bestelauto, Mercedes Vito, geparkeerd op de [adres], weg te nemen een of meer goederen van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde 4] en als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, met een zaklamp in voornoemde auto geschenen, en vervolgens het portier opengemaakt, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Feit 4

op 4 januari 2015 te Mijdrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (Apple), toebehorende aan [benadeelde 5];

Feit 5

op 13 januari 2015 te Mijdrecht [benadeelde 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 6] dreigend de woorden toegevoegd: “kom dan kom dan, ga naar buiten”, “ik maak je kapot, ik maak je dood” en “als ik je alleen tegen kom dan ben je de lul”;

Feit 6

op 16 januari 2015 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto, Mercedes, geparkeerd op de [adres], heeft weggenomen een koffer met inhoud, te weten een boormachine, toebehorende aan een ander dan verdachte;

Feit 7

op 21 januari 2015 te Mijdrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blikje Red Bull, toebehorende aan [naam] gevestigd aan de [adres];

Feit 8

in de periode van 25 januari 2015 tot en met 26 januari 2015 te Mijdrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bestelauto, Mercedes Vito, geparkeerd aan de [adres], heeft weggenomen stukken gereedschap, een stofzuiger, verwarmingsapparatuur, een ventilator, een navigatiesysteem en een zonnebril, toebehorende aan [benadeelde 4];

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 2: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Feit 3: poging tot diefstal.

Feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen.

Feit 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen.

Feit 7: diefstal.

Feit 8: diefstal.

7 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot: 200 dagen gevangenisstraf waarvan 131 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 11 mei 2015.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de strafeis van de officier van justitie hoog is. De raadsman heeft aangevoerd dat kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest.

Met betrekking tot de bijzondere voorwaarden heeft de raadsman bepleit dat de oplegging van elektronisch toezicht niet noodzakelijk is en dat een meldplicht voldoende zou zijn als bijzondere voorwaarde in plaats van de elektronisch toezicht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. Het gaat daarbij vooral om vermogensdelicten. Deze vermogensdelicten zijn voornamelijk in dezelfde buurt in Mijdrecht gepleegd. Dergelijke feiten veroorzaken, naast financiële schade, veel hinder voor de benadeelden en zorgen voor onrustgevoelens. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen voor de benadeelden heeft gehad en dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de door hem gepleegde vermogensdelicten.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een geweldsdelict in de vorm van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit soort feiten zorgt voor gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers.

De rechtbank houdt verder rekening met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 11 maart 2015;

- een reclasseringsadvies van 11 mei 2015.

Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor misdrijven.

De reclassering heeft in haar advies van 11 mei 2015 geconcludeerd dat bij verdachte van jongs af aan sprake is van gedragsproblemen, concentratieproblemen en dat hij moeilijk te hanteren is thuis en op school. De reclassering heeft beschreven dat in de periode voor de aanhouding van verdachte een structurele dagbesteding ontbrak, verdachte geen inkomen had en hij een omgekeerd dag- en nachtritme had. Er ontstonden spanningen tussen hem en zijn ouders, hoewel zijn ouders wel steunende factoren zijn voor verdachte. De reclassering acht het positief dat zijn ouders hem zo veel mogelijk proberen te ondersteunen en dat verdachte voornemens is in augustus te starten met een opleiding. Een dagbesteding zou het recidiverisico volgens de reclassering enigszins terug kunnen dringen. De reclassering heeft beschreven dat een reclasseringstoezicht met behandelverplichting verdachte mogelijk kan ondersteunen bij het opbouwen van een constructieve levensstijl.

De reclassering heeft geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen. Daarnaast heeft de reclassering de oplegging van een meldplicht, behandelverplichting (ambulante behandeling) geadviseerd. Ten slotte heeft de reclassering geadviseerd een locatiegebod voor Alexandriet 15 te Mijdrecht op te leggen, met daarbij een elektronisch controlemiddel.

De rechtbank is al met al van oordeel dat in dit geval de oplegging van een gevangenisstraf van 200 dagen, waarvan 131 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren noodzakelijk is. Het onvoorwaardelijke deel van deze gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank acht hierbij de oplegging van de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd noodzakelijk, aangezien deze voorwaarden verdachte kunnen ondersteunen bij het opbouwen van een constructieve levensstijl.

Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis op.

De aard en ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feiten zouden door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Hierbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

9 De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde 1]

De behandeling van de vordering van [benadeelde 1] levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit 2 rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 313, 60 (driehonderddertien euro en zestig eurocent) aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

[benadeelde 5]

De behandeling van de vordering van [benadeelde 5] levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit 4 rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 461,01 (zegge vierhonderdeenenzestig euro en 1 eurocent) aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het restant van de vordering levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het restant van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 57, 285, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Verklaart feit 1 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 6 vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 131 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich (uiterlijk) drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis dient te melden bij de reclassering, Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200, 3353 JE Utrecht. Veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd van twee jaren bij Reclassering Nederland te Utrecht melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich gedurende de proeftijd onder behandeling moet stellen bij Kade17 of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) niet anderszins omschreven, zolang de zorginstelling dit noodzakelijk acht;

  • -

    gedurende de eerste drie maanden van de proeftijd van twee jaren aanwezig moet zijn op de volgende locatie: Alexandriet 15 te Mijdrecht. In overleg met de reclassering worden van tevoren uren vastgesteld ter invulling van dagbesteding en uren die hij vrij kan besteden. Bij dit locatiegebod zal de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht stellen ter nakoming van deze bijzondere voorwaarde.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.

Benadeelde partijen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot € 313, 60 (zegge driehonderddertien euro en zestig eurocent).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 1] voornoemd, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] € 313,60 (zegge driehonderddertien euro en zestig eurocent) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 6 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [benadeelde 5] toe tot een bedrag van € 461,01 (zegge vierhonderd eenenzestig euro en 1 eurocent).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 5] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 5], € 461,01 (zegge vierhonderd eenenzestig euro en 1 eurocent) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 9 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, en mrs. A.J.P. Schotman en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Schapendonk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 mei 2015.

Mr. A.J.P. Schotman is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 december 2014 tot en met 8 december 2014

te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een auto (Audi A6,

geparkeerd aan de [adres]) heeft weggenomen een kogelwerend vest, een koppel

met uitrusting (waaronder handboeien, blinderingskap, ruitentikker, lampje

en/of tourniquet) en/of een koffertje (met inhoud, waaronder een kast van een

vuurwapen MP5 en twee schouderkolfplaten), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan Landelijke Eenheid van de Nationale Politie, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2014 tot en met 16 december

2014 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een auto (Peugeot,

geparkeerd op de [adres]) heeft weggenomen vier pakjes sigaretten (Marlboro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 03 januari 2015 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in / uit een (bestel)auto (Mercedes Vito, geparkeerd op de [adres]) weg te nemen een of meer goederen en/of geld naar

hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3]

en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang

tot voornoemde (bestel)auto te verschaffen en / of die / dat weg te nemen

goederen en/of geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt

heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van)

zijn mededader(s) met een zaklamp in voornoemde auto heeft/hebben geschenen,

en/of (vervolgens) het portier heeft/hebben opengemaakt,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een laptop

(Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 13 januari 2015 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, [benadeelde 6] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 6] (meermalen) dreigend de woorden

toegevoegd :"kom dan kom dan, ga naar buiten" en/of "ik maak je kapot, ik maak

je dood" en/of "als ik je alleen tegen kom dan ben je de lul", althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 16 januari 2015 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een auto (Mercedes,

geparkeerd op de [adres]) heeft weggenomen een koffer (met inhoud, te weten

een boormachine), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Landelijke Eenheid van de Nationale Politie, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 21 januari 2015 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een blikje red bull, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] (gevestigd aan de

[adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2015 tot en met 26 januari 2015

te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een (bestel)auto

(Mercedes Vito, geparkeerd aan de [adres]) heeft weggenomen een of meer

stukken gereedschap, een stofzuiger, verwarmingsapparatuur, een ventilator,

een navigatiesysteem en/of een zonnebril, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of

[benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /

of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1] d.d. 9 januari 2015, p. 91.

3 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1] d.d. 9 januari 2015, p. 92.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2014, p. 114.

5 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1] d.d. 9 januari 2015, p. 92.

6 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1] d.d. 9 januari 2015, p. 115.

7 Proces-verbaal aangifte d.d. 3 januari 2015, p. 95.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2015, p. 121.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2015, p. 123.

10 Proces-verbaal aangifte d.d. 4 januari 2015, p. 97.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2015, p. 133.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2015, p. 134.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2015, p. 134.

14 Proces-verbaal aangifte d.d. 14 januari 2015, p. 102.

15 Proces- verbaal verhoor getuige d.d. 15 januari 2015, p. 137.

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 januari 2015, p. 160.

17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015, p. 126.

18 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015, p. 127.

19 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 29 januari 2015, p. 65.

20 Proces-verbaal aangifte d.d. 21 januari 2015, p. 372.

21 Proeces-verbaal verklaring getuige d.d. 6 februari 2015, p. 374.

22 Proces-verbaal aangifte d.d. 27 januari 2015, p. 104.

23 Proces-verbaal aangifte d.d. 27 januari 2015, goederenbijlage, p. 108-109.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 januari 2015, p. 124.

25 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 januari 2015, p. 125.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 januari 2015, p. 356.n

27 Schriftelijk bescheid, te weten: rapport NFI DNA-onderzoek d.d. 10 maart 2015, p. 405.