Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4331

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
16-06-2015
Zaaknummer
16/661059-15 en 21/003539-14 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

UTRECHT – De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 19-jarige man uit De Bilt tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De man heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel in de periode van 1 november 2014 tot 21 januari 2015 in De Bilt.

De verdachte haalde een zeventienjarig meisje over om in de prostitutie te gaan werken en profiteerde zelf van de opbrengsten. Hij regelde de hotelkamers waar prostitutiewerkzaamheden plaatsvonden, hij plaatste een advertentie op internet en regelde de afspraken met klanten.

Mensenhandel is volgens de rechtbank een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijk en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. Slachtoffers ondervinden doorgaans nog lange tijd de psychische gevolgen ervan. De rechtbank rekent verdachte het door hem gepleegde feit zwaar aan.

Deskundigen hebben vastgesteld dat verdachte lijdt aan een (zich ontwikkelende) persoonlijkheidsstoornis. Hoewel de rechtbank, anders dan de officier van justitie, verdachte daarom licht verminderd toerekeningsvatbaar acht, vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Daarbij wordt ook meegewogen dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Bij de deels voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de rechtbank een aantal voorwaarden opgelegd, waaronder verplichte behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en toezicht door de reclassering. De man moet daarnaast ook een gevangenisstaf van 81 dagen uitzitten omdat hij het feit pleegde tijdens de proeftijd van een andere veroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661059-15 en 21/003539-14 (TUL)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 16 juni 2015.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1995],

gedetineerd in PI Flevoland, HvB Almere Binnen.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 juni 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd. De tenlastelegging is met wijziging als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

zich in de periode van 1 november 2014 tot en met 21 januari 2015 te [vestigingsplaats] ten aanzien van [aangeefster] (geboren op [1997]) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden. Hiertoe heeft de verdediging -samengevat- aangevoerd dat verdachte het ten laste gelegde ontkent en het bewijs met name steunt op de belastende verklaringen van aangeefster. De verklaringen van aangeefster zijn echter niet consistent en worden op essentiële punten niet ondersteund door ander bewijs. De onderdelen in de tenlastelegging dat verdachte aangeefster er toe zou hebben gebracht zich beschikbaar te stellen als prostituee, dan wel andere handelingen zou hebben ondernomen waardoor hij kon vermoeden dat zij zich beschikbaar zou stelen als prostituee, steunen alleen op de verklaring van aangeefster, hetzelfde geldt voor het ten laste gelegde voordeel trekken uit de werkzaamheden van verdachte als prostituee. De bijdrage van verdachte was ondergeschikt en nergens gericht op het bewerkstelligen van uitbating van prostitutie door een minderjarige.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het bewijs 1

Aanleiding van het onderzoek en observaties van de politie

Op maandag 19 januari 2015 heeft de manager van Hotel de [naam] te [vestigingsplaats] (hierna: het hotel) een melding bij de politie gedaan, omdat hij naar aanleiding van informatie van de receptioniste vraagtekens plaatste bij een hotelkamerreservering voor die dag op naam van [verdachte], verdachte.2 De reservering was de receptioniste opgevallen omdat deze drie keer telefonisch was verplaatst3 en de persoon in de buurt van het hotel, in [woonplaats], woonde. Bij het inchecken wilde de man per se een kamer op de begane grond aan de kant van het parkeerterrein. De man is op 19 januari 2015 omstreeks 14:00 uur ingecheckt in kamer 124 van het hotel.4

Een politieagent in burger is in de middag van 19 januari 2015 naar het hotel gereden en heeft post gevat op een plek met zicht op hotelkamer 124. Omstreeks 15:45 uur zag hij een blonde vrouw vanuit de kamer het balkon op komen. Vijf minuten later zag hij dat een blanke man vanuit de hotelkamer het balkon opkwam, over het balkon stapte, de parkeerplaats opliep en in een Audi stapte.5

Naar aanleiding van de mededeling van het hotel dat verdachte op 21 januari 2015 wederom een hotelkamer, kamer 120 op de begane grond grenzend aan de parkeerplaats, had geboekt6 heeft op die datum een aantal agenten -in verband met mogelijke mensenhandel- post gevat bij het hotel.7 Gezien wordt dat om 14:10 uur een man vanuit hotelkamer 120 op het balkon verscheen, over het balkonmuurtje stapte, het parkeerterrein opliep, vluchtig rondkeek en via het balkon de hotelkamer weer inging.8 Een verbalisant herkende deze man ambtshalve als [verdachte], verdachte. Om 14:15 uur verliet verdachte via het balkon de kamer. Eveneens omstreeks 14:15 uur verscheen een blonde vrouw vanuit de hotelkamer op het balkon en liep de parkeerplaats op. Omstreeks 14.20 uur kwam zij vanaf de parkeerplaats aanlopen met een man, met wie zij samen via het balkon de hotelkamer inging. Om 15:15 uur verscheen de man weer op het balkon van kamer 120, stapte over de balkonmuur en liep het parkeerterrein op. Om 15:16 uur werd gezien dat twee mannen op het parkeerterrein uit een auto stapten en via het balkon kamer 120 ingingen.9 Een van deze mannen kwam om 15:19 uur via het balkon weer naar buiten, de andere man om 15:35 uur. Om 15:36 uur verscheen verdachte [verdachte] op het balkon van kamer 120, stapte over de balkonmuur en liep via de parkeerplaats weg. Omstreeks 15:40 uur werd gezien dat een man vanaf de parkeerplaats via het balkon kamer 120 inging. De man verliet de kamer via het balkon omstreeks 15:55 uur. Kort daarna werd gezien dat verdachte via het balkon de kamer inging. Hij verliet de kamer via het balkon om 16:05 uur. Om 16:38 werden twee mannen gezien die vanaf het parkeerterrein via het balkon kamer 120 ingingen10. Een van deze mannen verliet om 16:45 via het balkon de kamer.11 Omstreeks 17:15 uur is de politie kamer 120 binnen gegaan12, alwaar een meisje wordt aangetroffen, genaamd [aangeefster], in gezelschap van een man.13

In de kluis op de kamer zijn persoonlijke spullen van verdachte aangetroffen, waaronder zijn ID-bewijs.14

Uit een akte geboorte blijkt dat [aangeefster] (hierna: [aangeefster]) is geboren op [1997].15

Verklaringen van [aangeefster]

Tijdens het intakegesprek op 21 januari 2015 heeft [aangeefster] verklaard dat ze sinds de zomer van 2014 regelmatig contact had met [verdachte] (de rechtbank begrijpt, het dossier lezende, dat hiermee verdachte wordt bedoeld, verdachte heeft ook ter terechtzitting verklaard dat hij [verdachte] wordt genoemd16) -die ze kende van school-, dat ze verliefd op hem was en hem zag als haar vriendje. Dat [verdachte] haar had voorgesteld om in de prostitutie te gaan werken en dat zij had aangegeven dat ze dat niet wilde. Verdachte vroeg sinds november 2014 steeds aan haar of ze zich echt niet wilde aanbieden voor seks. Ze had op 21 januari 2015 nog tegen [verdachte] gezegd dat ze eigenlijk niet zo’n goed gevoel had over het feit dat ze naar het hotel gingen en dat ze daar seks zou gaan hebben en dat ze het eigenlijk niet wilde. Hierop had [verdachte] gezegd dat de kamer al was gereserveerd en er mensen op haar rekenden. [verdachte] en zij zijn door een vriend van hem opgehaald van het station. [verdachte] heeft in het hotel een sleutelkaart geregeld voor de kamer, dat had hij de vorige keer ook gedaan. [verdachte] regelde eigenlijk alles. [verdachte] heeft een foto van haar geplaatst op internet en hiervoor een foto van haar gemaakt in lingerie. Ze had een string en een bh aan. Als een klant belde dan hoorde ze [verdachte] opnemen met een meisjesstem en zeggen dat hij een vriendin van haar was. Ze hoorde dat hij met de klant afspraken maakte. Vorige week was de eerste keer geweest dat zij zich had geprostitueerd, zij had toen € 200,-- verdiend.17 Verdachte had gezegd dat hij er € 100,-- van zou bewaren, zodat zij er later iets groots van zou kunnen kopen. Ze vond het niet leuk om zichzelf te prostitueren, ze deed het ook wel voor [verdachte] omdat hij tegen haar gezegd had dat hij schulden had.18

Op 28 januari 2015 heeft [aangeefster] aangifte gedaan tegen verdachte en op 12 maart 2015 is zij aanvullend door de politie gehoord. Op 21 mei 2015 is ze door de rechter-commissaris gehoord. Zij heeft tijdens deze verhoren verklaard dat zij [verdachte] -die ze kende van school- aan het einde van de zomervakantie van 2014 is tegengekomen op het station in Hilversum, dat ze toen telefoonnummers hebben uitgewisseld en met elkaar zijn gaan appen. Na een tijd te hebben geappt, hebben ze vanaf oktober 2014 met elkaar afgesproken en hadden ze seks met elkaar. Nadat [verdachte] op een gegeven moment “Je bent van mij toch?” tegen haar had gezegd, beschouwde ze hem als haar vriendje.19 Ze zag verdachte elke week, ze spraken dan meestal in [woonplaats] af en gingen naar zijn huis.20 [verdachte] wist dat ze nog geen 18 jaar oud was, maar dat ze in mei 2015 18 jaar zou worden. Hij had gezegd dat hij een mooi cadeau voor haar zou kopen als ze in mei 18 jaar werd.21 Op een gegeven moment begon [verdachte] tegen haar te zeggen dat ze geld kon verdienen door seks te hebben en dat ze haar maand-salaris in een week kon verdienen. Ze zei steeds nee.22 [verdachte] zei dat hij geldproblemen had en of ze hem daarbij wilde helpen. [verdachte] zei dat het zijn vrienden waren en dat het veilig was.23 [verdachte] zei dat ze gewoon veel geld kon verdienen als prostituee en dat hij dat geld voor haar zou bewaren. Uiteindelijk heeft ze ingestemd. Hij zei toen gelijk dat er een advertentie nodig is en dat hij daarvoor een foto van haar nodig had. Hij heeft op de hotelkamer op 12 januari 2015 twee a drie foto’s van haar gemaakt, ze had een rood lingeriesetje aan. Ook had [verdachte] eerder foto’s van haar gemaakt op zijn kamer. [verdachte] heeft de advertentie op 12 januari 2015 op zijn tablet gemaakt en de naam “[bijnaam]” bedacht. Voor het telefoonnummer in de advertentie heeft [verdachte] een sim-kaart en een telefoon van zichzelf gebruikt. [verdachte] nam negen van de tien keer de telefoon op, de andere keer nam ze zelf op.24

Ze heeft met drie vrienden van [verdachte], op zijn verzoek, seks gehad. Dit was in zijn kamer of in het hotel.25

Op 12 januari 2015 heeft ze in het hotel drie klanten gehad. De prijs was € 85,-- voor een half uur en voor een uur € 125,--.26 Van het verdiende geld heeft ze € 50,-- zelf meegenomen en de rest heeft [verdachte] bewaard. Hij zei dat hij het wel zou bewaren omdat zij het anders toch uit zou geven. [verdachte] had condooms en glijmiddel meegenomen van huis.27

Op 19 januari 2015 is ze met de bus naar het hotel gegaan en via het balkon de kamer in gegaan waar [verdachte] al was. Ze heeft op die dag vier of vijf klanten gehad. Ze moest van [verdachte] tegen de klanten zeggen dat ze 18 jaar was. Van het verdiende geld heeft ze

€ 20,-- meegenomen. [verdachte] heeft de rest van het geld meegenomen, zei dat hij nog rekeningen moest betalen en vroeg of hij dat mocht lenen. Als er een klant was, zat [verdachte] op de gang buiten de kamer, als de klant weg was kwam hij binnen om het geld te pakken en even te praten. [verdachte] had een telefoon met een open verbinding in de kamer gelegd zodat hij mee kon luisteren.28

Op 21 januari 2015 had ze tegen [verdachte] gezegd dat ze wilde stoppen, waarop [verdachte] had gezegd dat de kamer al gereserveerd was en de mensen zouden komen. Ze zijn die dag door een vriend van [verdachte] naar het hotel gebracht29 en ze heeft die dag vier klanten gehad. [verdachte] kwam tussendoor de kamer op om het geld te halen.30 Het geld dat ze aannam moest ze in de zak van haar jas doen, die aan de deur hing.31

[verdachte] heeft alle drie de keren de hotelkamer geboekt. De eerste keer heeft zij de kamer betaald, de andere twee keren heeft [verdachte] betaald met het door haar verdiende geld.32[verdachte] maakte meestal de afspraken met de klanten. Zelf heeft ze ook een paar keer klanten aan de lijn gehad. [verdachte] schreef op wie op welk tijdstip kwam.33 [verdachte] nam de telefoon op met een meisjesstem. De telefoon waarop gebeld werd was een kleine rode telefoon, die [verdachte] mee naar huis nam. Ze vond het niet chill om met klanten seks tegen betaling te hebben. Ze deed het om het te proberen en voor [verdachte] omdat hij geld wilde.34

Verklaringen van “klanten” van [aangeefster]

De verklaring van [getuige 1] over zijn contact met [aangeefster]

De persoon die op 21 januari 2015 om 15.15 uur hotelkamer 120 verliet is door verbalisanten staande gehouden35 en bleek te zijn genaamd [getuige 1]. Hij heeft over zijn contact met [aangeefster] verklaard dat hij naar het hotel was gekomen voor seksafspraak met een dame. Die seksafspraak had hij gemaakt via [website], met een dame die onder de naam [bijnaam] op de site stond. Er stond bij dat ze 18 jaar oud was. Op de vraag wie de telefoon opnam toen hij het nummer dat op de site stond belde verklaart hij:

Haar vriendje, althans hij deed of hij een vrouw was. Hij zei dat hij het vriendinnetje van [bijnaam] was en haar zaken behartigde. (…) dat was vandaag om 13:00 uur. Om 13:54 uur was ik er en heb ik dat nummer weer gebeld en zei hij dat ze nog niet klaar was en dat hij zou terugbellen. Dat was om 14:10 uur. Toen moest ik naar de achterkant van het hotel lopen naar de parkeerplaats. Maar ik kon het niet vinden. Toen belde hij om 14:13 uur nog een keer en vond ik het. Ik zag dat zij stond te wachten buiten op de parkeerplaats.36

Ik hoorde dat de jongen mij een adres gaf, de [adres], daar ben ik heengereden. Hij noemde van allerlei opties, maar daar heb ik geen gebruik van gemaakt. Ik heb voor mijn gevoel elke keer dezelfde jongen aan de lijn gehad. (…) Ik heb € 125,-- afgesproken voor dat uur. Ik heb 125 euro gegeven plus nog 20 euro extra voor pijpen zonder condoom. Dat geld heb ik aan haar gegeven.” 37

De verklaring van [getuige 2] over zijn contact met [aangeefster]

De persoon die op 21 januari 2015 om 16.15 uur hotelkamer 120 verliet is door verbalisanten staande gehouden38 en bleek te zijn genaamd [getuige 2]. Hij heeft op de vraag waarom hij naar dit hotel is gekomen verklaard:

“Omdat zij op [website] stond. (…). Ik zag wat blonds met een rood pakje aan. Ik heb om 14:53 uur gebeld. Ik kreeg een vriendin aan de lijn, dat zei ze tenminste. (…) Ik vroeg of ik om 16:00 uur kon komen, en dat kon. Ik sprak af voor een half uur voor 85 euro. Er werd mij gezegd dat we naar de [adres] in [vestigingsplaats] moesten, toen ik er was heb ik weer gebeld en kreeg ik te horen dat we op hotelkamer 120 moesten zijn.” 39

De verklaring van [getuige 3], over zijn contact met [aangeefster]

De persoon die bij [aangeefster] op de kamer werd aangetroffen toen de politie de hotelkamer binnenging, was genaamd [getuige 3]. Hij heeft over zijn contact met [aangeefster] verklaard dat zijn vriend [getuige 2] de afspraak had gemaakt via de site [website] voor 30 minuten. Hij heeft 85 euro moeten vooraf moeten betalen voor pijpen en neuken. Zij heeft hem gepijpt met condoom. Daarna zouden ze nog neuken, maar toen kwam de politie aan de deur.40

Telefoongegevens en berichten aangetroffen in de telefoon van verdachte

De onder verdachte in beslag genomen zwarte Iphone 4S is onderzocht. Hierin zijn onder meer de volgende Whatsapp gesprekken tussen [A] (nummer van de zwarte Iphone van verdachte) en [aangeefster] (nummer van aangeefster [aangeefster]) aangetroffen:41

[A] aan [aangeefster] op 8 januari 2015:

“komt allemaal goed, we gaat het reelen. Ja tuurlijk, tot we wat leuksss voor jou. 18e verjaardag hebben gehaald.” 42

[A] aan [aangeefster] op 10 januari 2015:

“Eb je wel geile lingerie setje thuiss. 43

[aangeefster] antwoordt:

“Niet echt”

[A] antwoordt:

“moeten we nog allemaal halen dus.”

[aangeefster] antwoordt:

“wnr beginnen we eigenlyk”

[A] antwoordt:

“Met wat beginnenn”

[aangeefster]:

“Dat xx”

[A]:

“Zodra jij zin hebt bby 44

[aangeefster] aan [A] op 11 januari 2015:

“Stuur em is paar vn die fotos die je had gmaakt, Bn wel benieuwd

[A] antwoordt:

“Morgen bby. In die nieuwe setje deze moeten beterr” 45

[A] aan [aangeefster] op 19 januari 2015:

“Je komt toch nog?”Jaa 231 sms, ik zweer het jou ik deed hem net aan, Schroo ervan. Dussa kom 46 maar vlugg. Wordt weer de hele dag gebelddd Haha

[aangeefster] antwoordt:

“Hahaha okee. 47

Onderzoek op de site [website] en onderzoek naar afbeeldingen op zwarte IPhone van verdachte

Na onderzoek werd op de site [website] een advertentie aangetroffen, waarbij twee foto’s zichtbaar waren van een vrouw gekleed in rode lingerie. In de advertentie stond onder meer:
“Hallo, ik ben [bijnaam] jarige blondje en volledig Nederlands. (…) Vluggertje 50 euro, 30 min. 80 euro, 60 min. 120 euro. Verder stond in de advertentie vermeld dat [bijnaam] 18 jaar oud was.48

Op de IPhone van verdachte zijn vier foto’s van [aangeefster] in een rood lingeriesetje aangetroffen. Deze foto’s komen overeen met de foto’s die bij de advertentie onder de naam [bijnaam] op [website] zijn aangetroffen.49

Verklaringen van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat aangeefster een goede vriendin van hem was,50 dat hij op 12 januari 2015 een account voor haar heeft aangemaakt op [website] en dit account heeft geactiveerd. Vervolgens heeft hij de tekst van een andere advertentie gekopieerd en deze erbij gezet. Hij heeft alleen de naam gewijzigd in [bijnaam]. Hij wist dat die advertentie bedoeld was zodat [aangeefster] seks zou gaan hebben met andere mannen tegen betaling.51 Tijdens het maken van de advertentie heeft hij ook twee foto’s van [aangeefster] gemaakt die allebei op de site zijn geplaatst. Ook heeft hij een keer de telefoon die voor de site werd gebruikt opgenomen en heeft toen gezegd dat hij een vriendin van [bijnaam] was en heeft een lichte stem gemaakt,52 zodat de beller zou denken dat hij een vrouw was. Op 12 januari 2015 heeft [aangeefster] hem 50 euro gegeven en zei dat dat voor de kamer was.53 Hij heeft de hotelkamer gehuurd en wist dat er mannen over de vloer kwamen.54

Bewijsoverwegingen

Algemeen

Het ten laste gelegde artikel 273f, eerste lid, sub 5 en 8 van het Wetboek van Strafrecht ziet op de bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting door anderen en op het profiteren daarvan. Een minderjarige op enigerlei wijze faciliteren tot een rol in de prostitutie is strafbaar, onafhankelijk van de wil van de minderjarige. Hierbij is niet van belang of een verdachte bekend is met de minderjarigheid van het slachtoffer, aangezien de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel is. Door het tewerkstellen van minderjarigen in de prostitutie is er in het algemeen sprake van een grote inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de minderjarige.

In het geval van een minderjarig slachtoffer is er altijd sprake van een beperking van de keuzevrijheid, zodat in het geval van minderjarige slachtoffers de eventuele omstandigheid dat het slachtoffer heeft ingestemd met de prostitutiewerkzaamheden dan wel met de omstandigheid dat het slachtoffer reeds eerder in de prostitutie heeft gewerkt, nooit in de weg kan staan aan een bewezenverklaring.55

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [aangeefster]

In mensenhandel zaken waarin de verdachte ontkent, is met name de verklaring van de aangeefster een belangrijk bewijsmiddel. Eerst dient, mede gelet ook op het door de verdediging gevoerde verweer, de vraag beantwoord te worden of de verklaringen van [aangeefster] voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

De rechtbank acht de verklaringen van [aangeefster] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Haar verklaringen zijn op belangrijke onderdelen consistent. Over haar ontmoeting met verdachte, de verzoeken van verdachte om zich te prostitueren, de manier waarop verdachte de telefoon opnam als klanten belden, het plaatsen van de advertentie op [website] en het maken van foto’s van haar in lingerie heeft zij gedetailleerd en consistent verklaard. Van groot belang is verder dat voor een groot aantal punten betreffende de ten laste gelegde mensenhandel -zoals hieronder verder zal worden uitgewerkt- steunbewijs is gevonden in de verklaringen van getuigen, de observaties door de politie, de op de telefoon van verdachte aangetroffen Whatsappberichten en foto’s van [aangeefster] en de bevindingen met betrekking tot de site [website].

De tenlastelegging onder A

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte, nadat hij sinds de zomer van 2014 regelmatig contact had met [aangeefster] en zij hem als haar vriendje beschouwde, steeds aan haar vroeg of zij in de prostitutie wilde gaan werken. Uit de in de bewijsmiddelen genoemde Whatsapp berichten van 10 en 11 januari 2015 volgt dat verdachte met [aangeefster] voor 12 januari heeft gesproken over het maken van foto’s in lingerie en het werken als prostituee. Verder heeft verdachte, zoals volgt uit de verklaringen van [aangeefster] en medewerkers van het hotel, de hotelkamers waar [aangeefster] prostitutiewerkzaamheden heeft verricht geboekt en ervoor gezorgd dat deze kamers op de begane grond aan de parkeerplaats lagen zodat -zoals volgt uit de observaties door de politie op 21 januari 2015- klanten makkelijk naar binnen konden.

Daarnaast heeft verdachte een seksadvertentie betreffende [aangeefster] onder de naam [bijnaam] aangemaakt op [website] en de bijhorende tekst hierbij geplaatst samen met door hem gemaakte foto’s van [aangeefster] in lingerie. Dit volgt niet alleen uit de verklaring van [aangeefster], maar ook de eigen verklaring van verdachte bij de politie en uit de op zijn telefoon aangetroffen foto’s van [aangeefster] in lingerie die overeen komen met de foto’s van [aangeefster] op [website].

Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte degene was die de contacten met de klanten onderhield en de afspraken regelde. Dit volgt naast de verklaring van [aangeefster] uit de verklaringen van de “klanten” [getuige 1] en [getuige 2]. [getuige 1] heeft gedetailleerd verklaard dat een man die zich voordeed als een vrouw de telefoon opnam, uitlegde waar hij heen moest komen en allerlei opties opnoemde waarvan hij gebruik kon maken. Ook van het [getuige 2] heeft verklaard dat een man die zich voordeed als een vrouw de telefoon opnam en vertelde waar hij heen moest gaan. Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens met een vrouwenstem de “werktelefoon” heeft opgenomen. Verder volgt ook uit het Whatsapp bericht van verdachte aan [aangeefster] van 19 januari 2015 dat verdachte de telefoon die voor de advertentie werd gebruikt beheerde, nu verdachte in dit bericht aangeeft dat hij de telefoon net aanzette en wel 231 sms-berichten had ontvangen en weer de hele dag werd gebeld. Uit de observaties door de politie blijkt verder dat verdachte op 21 januari 2015 tussen bezoeken van mannen aan [aangeefster] door op de hotelkamer aanwezig was.

Voornoemde handelingen vallen onder het ertoe brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betalen.

De tenlastelegging onder B

De rechtbank is verder van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [aangeefster], met een derde tegen betaling. Uit de verklaring van [aangeefster] blijkt dat zij het door haar verdiende geld gaf aan verdachte. De verklaringen van [aangeefster] zijn consistent indien het gaat om het afstaan van geld en, zoals hiervoor al overwogen, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [aangeefster]. Daarnaast is gebleken dat aangeefster de door verdachte geboekte hotelkamers steeds heeft betaald en verdachte ook veelvuldig in die kamers heeft verbleven, hetgeen de rechtbank ook ziet als het financieel voordeel trekken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte hij de periode van 1 november 2014 tot en met 21 januari 2015 te [vestigingsplaats]

A) een ander, te weten [aangeefster], geboren [1997], telkens ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [aangeefster], met een derde tegen betaling, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

bestaande daarin dat hij, verdachte,

een relatie met die [aangeefster] is aangegaan en heeft onderhouden en

tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat zij veel geld zou kunnen verdienen door zich te prostitueren en dat hij, verdachte, schulden had en

aan die [aangeefster] heeft gevraagd seks voor geld te hebben met klanten en

een foto van die [aangeefster] heeft gemaakt terwijl zij lingerie droeg en (vervolgens) die foto op [website] heeft geplaatst en

die [aangeefster] op [website] (onder de werknaam [bijnaam]) heeft aangeboden voor prostitutie-werkzaamheden en

prostitutieklanten en prostitutie-afspraken voor die [aangeefster] heeft geregeld en

ten behoeve van die prostitutiewerkzaamheden van die [aangeefster] meermalen een hotelkamer heeft geboekt en

die [aangeefster] naar die ten behoeve van prostitutiewerkzaamheden geboekte hotelkamer heeft laten brengen en

alle, althans een (groot) deel van de, opbrengsten van die prostitutiewerkzaamheden van die [aangeefster] heeft afgepakt en/of door die [aangeefster] af heeft laten geven aan hem, verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Mensenhandel, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Toerekeningsvatbaarheid van verdachte

In opdracht van de officier van justitie is naar de persoon van verdachte een psychologisch en psychiatrisch onderzoek uitgevoerd.

Gezondheidspsycholoog drs. I. Snijders concludeert in zijn rapportage van 8 april 2015 dat bij verdachte sprake is van narcistische dynamieken in de persoonlijkheidsontwikkeling, die dusdanig ernstig zijn dat van een persoonlijkheidsstoornis gesproken kan worden (NAO met narcistische trekken). In die zin is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling. Ook is er sprake van een ziekelijke stoornis in de zin van een depressieve stoornis in remissie. De gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens is van invloed geweest op het handelen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Aannemelijk is dat verdachte weinig oog heeft gehad voor de eventuele gevolgen van zijn handelen voor de ander. Geadviseerd wordt uit te gaan van een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Psychiater H.A. Gerritsen concludeert in zijn rapportage van 20 april 2015 dat bij verdachte sprake is van een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis met vooral narcistische trekken (met op de voorgrond een gebrekkige empathie en egocentrisme, een sterke mate van externaliseren, zichzelf zo goed mogelijk proberen neer te zetten en het moeilijk kunnen stilstaan bij emoties). Er zijn volgens deze deskundige geen aanwijzingen voor een ziekelijke stoornis voorafgaand aan het plegen van het ten laste gelegde. Volgens de deskundige is het twijfelachtig of er sprake is van een relatie tussen de stoornis en het tenlastegelegde, indien bewezen. Mocht er een relatie zijn tussen de stoornis en

tenlastegelegde dan is verdachte vanuit een gebrekkige empathie/egocentrische instelling voorbij gegaan aan de betekenis van zijn handelen voor het slachtoffer. Gezien het vermoedelijk planmatig/vooropgezet handelen van verdachte geeft de deskundige in overweging om het ten laste gelegde, indien bewezen, aan betrokkene toe te rekenen.

De rechtbank stelt vast dat beide deskundigen verschillend adviseren ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank overweegt dat in beide adviezen wordt geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en dat hij vanuit zijn gebrekkige empathie/ egocentrische instelling voorbij is gegaan aan de betekenis van zijn handelen voor het slachtoffer. Nu de psycholoog I. Snijders op basis hiervan tot het advies komt verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten, neemt de rechtbank in het voordeel van verdachte dit advies over en acht zij verdachte licht verminderd ontoerekeningsvatbaar voor het ten laste gelegde.

De rechtbank constateert dat uit de rapportage of anderszins niet is gebleken van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met alle bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, bepleit er bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening mee te houden dat de omvang van de seks voor geld en het hiervan genoten voordeel beperkt zijn gebleven, aangeefster ten tijde van het gebeurde niet ver van haar 18e verjaardag was verwijderd en aangeefster onmiskenbaar een eigen aandeel had in het gebeurde. De verdediging heeft verzocht te volstaan met een straf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, eventueel aan te vullen met een voorwaardelijk strafdeel. Verdachte is bereid aan de door de reclassering voorgestelde bijzonder voorwaarden mee te werken. Daarbij heeft de raadsman wel verzocht het locatieverbod zoals door de reclassering geadviseerd te beperken omdat dit voor verdachte erg belastend is in verband met zijn werkzaamheden. Tevens heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte na zijn detentie niet meer bij zijn ouders terecht kan.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer twee maanden schuldig gemaakt aan mensenhandel, door een minderjarig in de prostitutie te brengen en daarvan te profiteren. Verdachte heeft [aangeefster] aangezet zich beschikbaar te stellen als prostituee, heeft de hotelkamer(s) van waaruit de werkzaamheden werden verricht geregeld, heeft een advertentie heeft onder naam [bijnaam] op de site [website] geplaatst, de telefoon opgenomen als klanten belden en afspraken geregeld en geprofiteerd van het geld dat zij verdiende van de prostitutiewerkzaamheden. Mensenhandel, waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten doorgaans nog lange tijd de psychische gevolgen hiervan ondervinden.

De rechtbank rekent verdachte het door hem gepleegde feit zwaar aan.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële documentatie van 9 maart 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, laatstelijk op 11 november 2014 door het gerechtshof Arnhem wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;

- het rapport van Reclassering Nederland van 30 april 2015, opgesteld door T. Jaarsveld, reclasseringswerker, waarin wordt geadviseerd aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting, een contactverbod met [aangeefster], een locatieverbod voor de gemeente Blaricum, een locatiegebod voor het adres [adres] te [vestigingsplaats] en andere voorwaarden het gedrag betreffende;

- de rapportage van drs. I. Snijders, gezondheidspsycholoog, waarin zoals hiervoor genoemd wordt geadviseerd verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Hoewel de rechtbank, anders dan de officier van justitie, verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar acht, vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk passend en geboden. De proeftijd van het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank bepalen op 3 jaar en daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd, met uitzondering van de hierna te noemen voorwaarden. De rechtbank ziet geen aanleiding een locatieverbod, waarin verdachte wordt verboden om zich binnen de grenzen van de gemeente Blaricum te bevinden, op te leggen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding tot het opleggen van een gebod om zich op door de reclassering nader te bepalen specificatie tijdstippen op [adres], [woonplaats] te bevinden, nu verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij na zijn detentie niet meer bij zijn ouders die op dit adres woonachtig zijn terecht kan. De bijzondere voorwaarden omvatten wel (onder andere) een contactverbod met [aangeefster].

9 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van een 81 dagen, opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van het Gerechtshof te Arnhem op 11 november 2014, ten uitvoer zal worden gelegd. De verdediging heeft verlenging van de proeftijd bepleit en er op gewezen dat de voorwaardelijke veroordeling waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd op een totaal ander feit betrekking heeft.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 4 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft;

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich op datum invrijheidsstelling meldt bij Reclassering Nederland, afdeling JOVO, op het adres Vivaldiplantsoen 100 te Utrecht. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

5. wordt verplicht om zich te laten behandelen voor de persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische trekken bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

6. op geen enkele wijze contact mag hebben met [aangeefster] (niet direct, niet indirect en ook niet als die persoon zelf contact zoekt);

7. wordt verplicht tot het hebben van dagbesteding in de vorm van scholing en/of (vrijwilligers)werk, ook als hierbij een instantie wordt betrokken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan genoemde instelling opdracht veroordeelde toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Vordering tenuitvoerlegging

Ten aanzien van parketnummer 21/003539-14

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij arrest van 11 november 2014 is opgelegd door het Gerechtshof te Arnhem in de zaak onder voornoemd parketnummer ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 81 dagen;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mr. A.G. Bakker en mr. E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juni 2015.

BIJLAGE : De tenlastelegging

hij in of omstreeksde periode van 1 november 2014 tot en met 21 januari 2015

te [vestigingsplaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland,

A) een ander, te weten [aangeefster], geboren [1997], telkens ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [aangeefster] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [aangeefster] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die seksuele

handelingen (sub 5°), terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die/een ander, te weten [aangeefster], met en/of voor een derde tegen betaling (sub 8°), terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, bestaande daarin dat hij, verdachte,

een relatie met die [aangeefster] is aangegaan en/of

heeft onderhouden en/of

tegen die [aangeefster] heeft gezegd dat zij veel geld zou kunnen verdienen

door zich te prostitueren en/of

dat hij, verdachte, schulden had en/of

aan die [aangeefster] heeft gevraagd seks voor geld te hebben met klanten en/of

een foto van die [aangeefster] heeft gemaakt terwijl zij lingerie droeg en/of

(vervolgens) die foto op [website] heeft geplaatst en/of die [aangeefster] op

[website] (onder de werknaam [bijnaam]) heeft aangeboden voor prostitutie-werkzaamheden en/of

prostitutieklanten en/of prostitutie-afspraken voor die [aangeefster] heeft geregeld en/of

ten behoeve van die prostitutiewerkzaamheden van die [aangeefster] een of meermalen een hotelkamer heeft geboekt en/of

die [aangeefster] (telkens) naar die ten behoeve van prostitutie werkzaamheden geboekte hotelkamer heeft gebracht en/of heeft laten brengen en/of

alle, althans een (groot) deel van de, opbrengsten van die prostitutiewerkzaamheden van die [aangeefster] heeft afgepakt en/of

door die [aangeefster] af heeft laten geven aan hem, verdachte;

1 Voor zover niet ander vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, dossiernummer 2015020155B onderzoek Goudvink bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld gaat het daarbij om processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 164.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], pagina 382.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], pagina 383.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 164.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 165.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 166.

8 Het proces-verbaal bevindingen, pagina 168.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 170.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 171.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 172.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 175.

13 Het proces-verbaal informatief gesprek mensenhandel, pagina 116.

14 Het proces-verbaal bevindingen, pagina 176.

15 Akte van geboorte [aangeefster], pagina 136.

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 juni 2015,

17 Het proces-verbaal informatief gesprek mensenhandel, pagina 117.

18 Het proces-verbaal informatief gesprek mensenhandel, pagina 118.

19 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 122.

20 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 123.

21 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 126.

22 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 123.

23 Verklaring aangeefster bij de rechter-commissaris, pagina 2

24 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 127.

25 Het proces-verbaal van aangifte, pagina’s 124 en 126.

26 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 127.

27 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 128.

28 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 128.

29 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 125.

30 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 129.

31 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 130

32 Verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris, pagina 8.

33 Verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris, pagina 3.

34 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 130.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 170

36 Het proces-verbaal verhoor, pagina 375

37 Het proces-verbaal verhoor, pagina 376

38 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 172.

39 Het proces-verbaal van verhoor, pagina 378.

40 Het proces-verbaal van verhoor, pagina’s 371 en 372.

41 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina’s 241 en 242

42 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina 242

43 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina 242.

44 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina 243.

45 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina 243.

46 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina 243.

47 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Iphones, pagina 244.

48 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 187.

49 Het proces-verbaal van onderzoek IPhones, pagina 249.

50 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 38.

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 49.

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 51.

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 52.

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris

55 Kamerstukken II 1990/1991, 21027, nr 5 blz. e en 11 en nr. 8 blz. 2.