Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:4187

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-06-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
16/701775-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zes jaar cel voor jarenlange incest met dochter

UTRECHT – De rechtbank Midden-Nederland heeft een 60-jarige man veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor jarenlange incest met zijn dochter en het in bezit hebben van kinderporno. De 50-jarige moeder en 54-jarige stiefmoeder kregen ieder drie jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk voor medeplichtigheid. De 34-jarige halfzus kreeg voor haar aandeel een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1,5 jaar.

Het slachtoffer werd van haar 12e tot haar 19e gedwongen seks met haar vader te hebben. De vrouwelijke verdachten hielden het slachtoffer voor dat het slecht met haar zou aflopen als ze niet zou meewerken. De vader zou bijzondere krachten bezitten, die zijn dochter tegen ziekte en dood zouden kunnen beschermen als hij seks met haar zou hebben. De vrouwen boden de vader de gelegenheid om het misbruik in hun woningen te laten plegen. Naast het misbruik maakte de vader opnamen van de seksuele handelingen met zijn dochter.

De rechtbank rekent het de verdachten aan dat zij het vertrouwen dat een kind in haar vader, moeder, stiefmoeder en halfzus zou moeten hebben, zeer ernstig hebben beschaamd. De vader heeft nauwelijks verantwoordelijkheid genomen voor de feiten die hij heeft begaan en heeft geen moment rekening gehouden met de ernstige gevolgen die zijn handelen voor zijn dochter hebben gehad.

De drie vrouwen hebben hiervoor in het geheel geen verantwoordelijkheid genomen.

De rechtbank legde een lagere gevangenisstraf op dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank rekening heeft gehouden met straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Bij de halfzus heeft de rechtbank meegewogen dat zijzelf ook slachtoffer is geweest van haar vader. De vader en de stiefmoeder moeten naast het uitzitten van de gevangenisstraf samen een schadevergoeding van €10.000,- betalen aan het slachtoffer.

De verdachten waren geschorst en met deze uitspraak van de rechtbank zitten de vader, moeder en stiefmoeder inmiddels weer in detentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701775-12 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 juni 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te district [geboorteplaats], Suriname, op [1955],

wonende te [adres ].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26, 27 en 28 mei 2015.
De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door
mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer], bijgestaan door mr. B.J. de Pree, advocaat te Amersfoort.

2 Tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij (voorlopige) dagvaarding van 15 januari 2013.
Op de terechtzitting van 26 mei 2015 is deze dagvaarding nader omschreven conform het bepaalde in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 18 juni 2003 tot en met 1 oktober 2011 al dan niet samen met een

ander of anderen zijn dochter [slachtoffer] (geboren op [1991]) meermalen

heeft verkracht;

feit 2: in de periode van 18 juni 2003 tot en met 18 juni 2009 meermalen ontucht heeft

gepleegd met zijn destijds minderjarige dochter [slachtoffer];

feit 3: in de periode van 18 juni 2003 tot en met 19 oktober 2012 al dan niet samen met

een ander of anderen kinderpornografische films heeft verspreid, vervaardigd,

ingevoerd dan wel in bezit gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De officier van justitie acht het onder 3 ten laste gelegde feit deels bewezen.
Zij acht wettig en overtuigend bewezen dat de fragmenten 01, 01B en 1C van film 3 kinderpornografisch materiaal bevatten en dat verdachte deze afbeeldingen heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad. Zij acht niet bewezen dat de fragmenten 6B, 6C en 6D van film 5 kinderpornografisch materiaal bevatten en heeft ten aanzien van deze afbeeldingen vrijspraak gevorderd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat de pleegperiode verkort dient te worden, nu er niet meer dan drie tot vier keer seksueel contact is geweest in 2007.
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat ook hier de periode korter was dan is tenlastegelegd. Alleen in 2007 hebben er ontuchtige handelingen plaatsgevonden tussen verdachte en aangeefster, waarvan verdachte tweemaal video-opnamen heeft gemaakt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen1

[verdachte] woont in [woonplaats] met [medeverdachte 1].2 [verdachte] is de vader van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]).3 De moeder van [slachtoffer] is [medeverdachte 1].4 [slachtoffer] is geboren op [1991].5 [verdachte] heeft naast zijn relatie met [medeverdachte 1] een relatie met [medeverdachte 2].6
[verdachte] heeft uit andere relaties meerdere kinderen, onder wie zijn dochter [medeverdachte 3], geboren in 1980.7 [slachtoffer] is opgegroeid met [kind 2], [kind 3], [medeverdachte 3] en [kind 4].8

[medeverdachte 2] heeft haar eigen huis. [medeverdachte 2] woonde op de [adres ] (de rechtbank begrijpt: te [woonplaats]), daarna in een woning onder de woning van [slachtoffer] en haar gezin (de rechtbank begrijpt: eveneens te [woonplaats]).9 [medeverdachte 2] heeft de kinderen ondersteund met onderwijs. Ze heeft gesprekken met [slachtoffer] gevoerd.10 [medeverdachte 2] had veel invloed op het leven van [slachtoffer]. Samen met [verdachte] bepaalde zij wat er gebeurde. Zij was er bijna dagelijks.11

[slachtoffer] heeft verklaard dat haar vader vanaf haar 12e tot en met haar 19e seks met haar heeft gehad. Het gebeurde op zijn kantoortje bij de [naam] aan de [adres ] in [woonplaats], in de woning van zijn tweede vrouw (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) aan de [adres ] te [woonplaats], op haar toenmalig ouderlijk adres aan de [adres ] in [woonplaats], op de [adres ] te [woonplaats], in Hotel [naam] en in [naam].12

Hij smeerde haar lichaam in met vaseline,13 betastte haar bij haar billen, borsten en vagina,14 liet haar aftrekkende bewegingen maken aan zijn penis, liet zich door haar pijpen15 en heeft zijn penis in haar vagina gebracht en haar geneukt.16 [slachtoffer] wilde het niet en voelde zich er raar bij.17 Ze was kwaad op hem.18

[slachtoffer] heeft verklaard dat haar van kleins af aan door haar vader en [medeverdachte 1] is verteld over het bestaan van een familievloek. Deze vloek zou er voor zorgen dat er iets slechts zou gebeuren. Het kon te maken hebben met de dood, of dat [slachtoffer] dan een zwaar ongeluk zou krijgen, of een ziekte. Het leven van [slachtoffer] zou voor eeuwig en altijd achteruit blijven gaan, het zou nooit goed gaan. Dit werd vooral verteld door [medeverdachte 2] en [verdachte] en [medeverdachte 3]. En soms haar moeder.19 [verdachte] is medicijnman en kan in contact komen met de geesten van de winti. [slachtoffer] was er bang voor. [verdachte] kwam met angstige verhalen van als je niet luistert, dan grijpen ze je en dat soort dingen.20 Vanaf het moment dat [slachtoffer] seks met [verdachte] ging hebben, werd gezegd dat de winti heeft gezegd dat het moest gebeuren en dat het voor haar eigen bescherming was. [slachtoffer] was bang voor haar vader. Ook omdat ze dacht dat hij kon gaan slaan. [slachtoffer] dacht dat haar vader machtig was, omdat hij als medicijnman alles kon, iedereen aankon. Haar vader was de tovenaar die de grote krachten had. Hij kon alles. Als [slachtoffer] het niet op zijn manier zou doen, dan zou zij doodgaan. Ze zou doodgaan als ze niet dicht bij hem stond.21

Een maand na haar twaalfde verjaardag kwam [medeverdachte 2] naar haar toe met de vraag of zij wilde neuken met haar vader. [medeverdachte 2] gaf aan dat dit voor haar bescherming zou zijn en de band tussen haar en haar vader zou verbeteren. Ze was toen thuis, aan de [adres ].22 Haar zus [medeverdachte 3] deed het ook al, zo vertelde [medeverdachte 2] haar.23 [slachtoffer] reageerde hierop afwijzend.24
[slachtoffer] heeft het er daarna met [medeverdachte 3] over gehad en zij zei dat zij het ook al deed en dat het voor hun eigen bestwil was.25
Haar moeder [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kwamen vervolgens samen naar [slachtoffer] toe. In het begin was het meer [medeverdachte 2] die praatte over hoe slecht het met het leven van [slachtoffer] ging, hoe hopeloos ze was en hoe fout het zou eindigen.26 En daarna kwam haar moeder [medeverdachte 1] met goedlovende woorden van ja, het is echt alleen maar voor jou bedoeld, zodat je goed terecht komt. En je weet, als moeder zijnde, hou ik heel veel van je en ik wil dat alles goed met je komt.27 Haar moeder zei dat het voor haar bescherming was en dat zij hoopte dat er zo een betere band zou ontstaan tussen haar en haar vader.28 Haar moeder vertelde dat het normaal was dat een kind van een medicijnman seks heeft met haar vader voor bescherming en dat zij van geluk moest spreken met zo’n vader. Zij vertelde ook dat zij zelf op haar dertiende of veertiende al seks had met [verdachte].29
De volgende dag vond een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [slachtoffer], waarin [slachtoffer] aangaf de seks met haar vader te willen proberen.

[medeverdachte 2] zei toen tegen [slachtoffer] dat zij naar haar vader moest gaan om het te regelen. En met regelen bedoelde [medeverdachte 2] de dagen, hoe en wat en wanneer.30
Tijdens het gesprek dat zij vervolgens met haar vader had, gaf [verdachte] aan dat [slachtoffer] de seks met hem niet moest zien als incest. Het was normaal, omdat hij die krachten had.31 Het duurde nog enige tijd voordat [slachtoffer] seks met [verdachte] had.32 De seks met haar vader begon tussen haar twaalfde en dertiende.33 Haar vader zei dat het die donderdag zou gebeuren.34
[slachtoffer] ging samen met haar vader naar zijn kruidengeneeskundige praktijk in [woonplaats]. Op weg naar de praktijk zei haar vader dat zij de seks met hem niet moest zien als incest. Het was voor haar een kans om zich te beschermen en om de band tussen hen te verstevigen.35
In de praktijk aangekomen, vroeg haar vader [slachtoffer] zich uit te kleden en zich in te vetten met vaseline. Dit deed zij. Zij waren beiden naakt. Haar vader masseerde haar over haar billen, borsten en tussen haar benen.36 [slachtoffer] huilde, was bang en wilde weg. Zij moest gaan liggen.37 Haar vader zei tegen haar: “spreid je benen”. Haar vader duwde zijn penis in haar vagina. Dat deed pijn. [slachtoffer] moest huilen en haar vader zag dat en zei dat het hem pijn deed om te zien dat zij huilde. Hij ging door. [slachtoffer] zei dat het pijn deed. Haar vader zei hierop zoiets tegen haar van “verman je” en “je komt er wel overheen”. Het stopte toen hij klaargekomen was. Hij aaide haar over haar hoofd en zei “Goed gedaan”.38

[medeverdachte 2] vroeg [slachtoffer] na afloop van de seks hoe zij zich voelde en of het effect had.39 Ook [medeverdachte 1] vroeg [slachtoffer] hoe het met haar ging. Nadat [slachtoffer] aangaf klachten te hebben aan haar buik en vagina, gaf [medeverdachte 1] aan dat dat erbij hoorde.40 [verdachte] zei over het naar buiten brengen van wat er was gebeurd, dat er alleen maar problemen zouden komen voor [slachtoffer]. Zij zou de oorzaak zijn van het uit elkaar vallen van het gezin. Er zou een vloek op haar komen en zonder hem zou zij niet kunnen leven.41

Over de frequentie van de seks met haar vader en waar deze seks plaatsvond, heeft [slachtoffer] verder het volgende verklaard.

Toen [slachtoffer] dertien of veertien was, is zij met onder andere haar vader een weekend naar [naam] geweest. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [X] en [medeverdachte 3] deelden samen de eerste hotelkamer, [slachtoffer] en [verdachte] sliepen samen in de tweede hotelkamer. Zij moest hem toen pijpen.42

Op de [adres ] in het huis van [medeverdachte 2] was het twee keer in de maand.43 Omdat het ene weekend [medeverdachte 3] ging en het andere weekend [slachtoffer]. Terwijl [slachtoffer] seks had met haar vader, sliep [medeverdachte 2] op een andere kamer, of was andere dingen aan het doen, net alsof er niets aan de hand was.44

[kind 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 3] en [slachtoffer] vaak naar [medeverdachte 2] gingen. Elke zaterdag sliepen ze daar. Zij gingen er om de beurt heen. [medeverdachte 3] kwam er chagrijnig van terug.45

Toen haar broers [kind 2] en [kind 3] het huis uitgingen en [slachtoffer] nog aan de [adres ] woonde, gebeurde het bijna elke dag. [medeverdachte 1] was dan altijd in de woning aanwezig.46 Hij had toen een soort van schema. Op de woensdag was haar moeder aan de beurt en op de donderdag [medeverdachte 3]. De rest van de dagen mocht [slachtoffer] zelf kiezen. Zij moest er eigenlijk van hem zelf om vragen. Hij gaf hiervoor als verklaring dat hij het niet wilde laten overkomen als dwang want dan zou het incest zijn.47

Toen [slachtoffer] 18 jaar was, reden zij, haar vader en [medeverdachte 2] na het Marronfeest met de auto naar het huis van [medeverdachte 2] aan de [adres ]. Zij ging slapen op de slaapkamer van haar vader en [medeverdachte 2]. Dat was normaal. In die slaapkamer sliep zij altijd als zij daar was met haar vader. [medeverdachte 2] ging dan op een andere kamer slapen. [slachtoffer] deed daar alsof zij heel moe was en sliep. De volgende dag, in de ochtend kwam [medeverdachte 2] naar haar toe en vroeg of zij van de pot was gerukt, waarom zij het niet met haar vader had gedaan. [slachtoffer] moest haar spullen weer neerzetten en daar blijven. Die ochtend is het toen gebeurd.48

Er vonden vrouwengesprekken plaats. Dat was met [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].49 [kind 3] heeft verklaard dat de meisjes/vrouwen op zondag bij elkaar kwamen in een kamer en daar gesprekken met elkaar voerden.50

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij meermalen aan zowel haar vader als aan [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft aangegeven geen seks meer te willen met haar vader.51

Toen [slachtoffer] 14 jaar was, heeft zij voor het eerst tegen haar vader gezegd dat zij niet meer wilde. Bij het vrouwengesprek wisten ze dat blijkbaar al. Ze zeiden dat ze haar best niet deed, dat ze het nodig had en dat ze wel moest, omdat de band met haar vader slecht was. Dat zeiden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].52 Zeker vier of vijf maanden heeft zij toen geen seks met haar vader gehad. [slachtoffer] is weer begonnen omdat het zo slecht met haar leven ging. Er werd dan gezegd: zie je wel dat je het nodig hebt. Bij elk vrouwengesprek was er weer een opmerking. Op haar 16e is [slachtoffer] weer gestopt met de seks met haar vader, maar toen werd zij er weer ingegooid door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met de opmerking “Zie je nou”. Zij was het probleemtype op school toen.53

De laatste keer dat [slachtoffer] seks had met haar vader kwam omdat hij elke keer druk op haar kwam zetten samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Zij zeiden dan dat [slachtoffer] weer aan het afdwalen was en dat het weer slecht met haar ging. Dat kwam omdat [slachtoffer] het niet meer met haar vader deed.54

Haar vader vertelde haar dat zij seks met hem moest hebben. De winti had gezegd dat het moest gebeuren.55 Als zij het niet deed, zou zij doodgereden kunnen worden, of ziek worden of andere onheilen krijgen.56 [verdachte] vertelde dan dat het niet goed ging met [slachtoffer], dat het op school achteruit ging en dat ze dom is geworden.57

[medeverdachte 1] vertelde [slachtoffer], dat zij haar als moeder ten schande zou brengen als zij geen seks met haar vader zou hebben.58 Door slechte prestaties op school, geloofde [slachtoffer] dat wat door haar vader, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werd gezegd waar was.59
[slachtoffer] heeft verklaard dat zij daarom telkens besloot opnieuw seks te hebben met haar vader.60 [slachtoffer] heeft verklaard dat zij voor de laatste keer seks met haar vader had toen zij ruim 19 jaar oud was.61

[verdachte] heeft erkend dat hij meermalen seks heeft gehad met [slachtoffer], voordat zij
18 jaar oud was.62

[slachtoffer] heeft twee van haar halfbroers, [kind 2] en [kind 3], omstreeks hun verhuizing naar de [adres ] verteld over de seks die zij met haar vader had.63 [slachtoffer] is in augustus 2011 ingeschreven in de woning aan de [adres ].64 [kind 2] en [kind 3] hebben [medeverdachte 1] daarna beiden op verschillende momenten gesproken.
[kind 3] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft gevraagd: “[medeverdachte 1], het verhaal van [slachtoffer] is toch niet verzonnen?” [medeverdachte 1] zei dat het verhaal van [slachtoffer] waar was en begon te huilen. [medeverdachte 1] heeft hem toen gevraagd het zo te laten.65
[kind 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] naar hem toe kwam. Hij vertelde haar dat hij van [kind 3] had gehoord dat zij bevestigd had dat het misbruik had plaatsgevonden. Toen zei zij dat hij het moest laten zoals het is. [medeverdachte 1] zei dat zij het zelf ook al 25 jaar meedraagt dat het haar ook is overkomen. [slachtoffer] moet er net zo mee leven als zij. Hij moest het meenemen in zijn graf, net als zij dat zou doen. Hij mocht [verdachte] er niet mee confronteren. Zij zei dat er een vloek zou komen voor hen.66


[slachtoffer] heeft een telefoongesprek opgenomen dat zij met haar moeder [medeverdachte 1] heeft gevoerd. Dit telefoongesprek is letterlijk uitgewerkt en opgenomen in het dossier.
[slachtoffer]: Jij bent degene die mij dit heeft aangedaan. (…) Dan denk ik, jullie hebben mijn waarde afgepakt vanaf mijn twaalfde leeftijd. (…) Hoe kan jij jouw man toelaten om jouw dochter te misbruiken. Vanaf haar twaalfde leeftijd. (…) Jij hebt ontkend. Heb ik gehoord.
[medeverdachte 1]: Nee, ik heb het niet ontkend.
[slachtoffer]: Waarom heb jij je mond niet open getrokken. Waarom heb je toen niet
gezegd “ik ga mijn kind weghalen van hier”. Je hebt het negen jaar toegelaten mevrouw. Ik weet niet hoor. Negen jaar heb jij het toegelaten.
[medeverdachte 1]: Uit mijn geloof!67

[slachtoffer] heeft verklaard dat haar vader video-opnamen heeft gemaakt van de seks die tussen hen plaatsvond.68 [verdachte] heeft erkend dat hij video-opnamen heeft gemaakt van seks met [slachtoffer].69

[slachtoffer 2] woont in Suriname. [verdachte] heeft haar verteld dat hij haar vader is. Zij heeft [verdachte] voor het eerst ontmoet in 2000, toen hij haar bezocht in Suriname. Zij was op dat moment 16 jaar oud en wilde bij hem in Nederland komen wonen. Hij vertelde haar dat als hij haar mee zou nemen, zij eerst met hem zou moeten slapen. Als zij naar Nederland kwam, zouden ze haar onderzoeken. Zij zou alleen maar mee kunnen als zijn vrouw.70
[slachtoffer 2] heeft vervolgens vanaf haar 16e tot haar 24e meermalen seks gehad met [verdachte], op momenten dat hij haar bezocht in Suriname of als zij haar familie bezocht in Nederland.71 Hij vertelde haar dat het goed voor haar was om seks met hem te hebben. Het zou de band tussen hen versterken.72 Zij heeft meermalen aangegeven geen seks meer te willen met haar vader. Op die momenten praatten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op haar in om seks met haar vader te hebben.73 Zij gaven aan dat het normaal was en als hij het wilde, zij het hem moest geven.74 [medeverdachte 2] vertelde dat ze hem moest pijpen omdat dat goed was voor haar keel.75 Tijdens een korte vakantie weigerde zij om seks te hebben met haar vader. De volgende ochtend kwam [medeverdachte 1] naar haar toe. [medeverdachte 1] zei tegen haar dat [verdachte] had verteld wat er was gebeurd. Zij zou de vakantie verpesten.76 Hierna heeft zij alsnog seks gehad met haar vader.77


[kind 6] is een dochter van [verdachte]. Zij is geboren op [1986] en woont in Suriname. Zij heeft verklaard dat [verdachte] haar in 2006 - zij was op dat moment 19 of 20 jaar oud - in Suriname bezocht. Daar zag zij dat hij een cd stukmaakte. Hij vertelde dat het een geheime video was en dat haar stiefmoeders en zussen er op stonden. Als zij wilde weten wat er op stond, moest zij hetzelfde doen. [kind 6] begreep niet waar hij het over had, maar stemde in.78 [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] belden haar vervolgens. Ze zeiden tegen haar dat zij het moest doen omdat het goed was voor haar lichaam.79 [medeverdachte 3] vertelde haar dat het haar lichaam zou reinigen.80 Op aandringerige, aanmoedigende toon raadden ze het haar aan het te doen.81 [medeverdachte 2] gaf aan “ja, doe het, doe het.”82
Eind 2006 bezocht [verdachte] haar opnieuw in Suriname. Hij nam haar mee naar zijn appartement. Hij gaf aan dat hij haar als een God moest zien. Zij zag dat een camera op een bed gericht stond. Hij beval haar haar kleren uit te doen en op het bed te gaan liggen.83 [verdachte] probeerde zijn penis in haar vagina te duwen. Zij liet dit niet toe. Hij zei tegen haar dat de camera aanstond en dat ze dan maar moesten doen of zij seks hadden.84
[verdachte] liet haar verschillende videobeelden zien, waarin hij seks had met [slachtoffer], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].85


In de woning van verdachte te [woonplaats] is op 19 oktober 2012 (onder meer) een externe harddisk (merk Iomega) in beslag genomen.86 Naast videofragmenten waarop [slachtoffer] wordt herkend, zijn er ook videofragmenten aangetroffen van seksuele handelingen tussen een man met andere vrouwen/meisjes dan [slachtoffer].87 De man op (printscreens van) deze beelden wordt herkend als [verdachte].88 Eén van de vrouwen wordt herkend als [slachtoffer 2].89 Een andere vrouw wordt herkend als [kind 6].90 [verdachte] heeft erkend meermalen seks te hebben gehad met [slachtoffer 2]. Hij heeft ook erkend dat hij naakt op [kind 6] heeft gelegen en heeft gedaan alsof zij samen gemeenschap hadden. Hij erkende hiervan filmopnamen te hebben gemaakt.91

Getuige [getuige 1] deed in 2001 melding van verkrachting door [verdachte].92 [getuige 1] verklaart dat zij in 1998 de praktijk van [verdachte] bezocht.93 [medeverdachte 2] werkte daar ook.94 [verdachte] las haar hand en zei dat ze aan een ernstige ziekte leed en binnenkort zou sterven. Door met hem naar bed te gaan, zou hij haar kunnen genezen en kunnen behoeden voor de dood voor haar 30e levensjaar.95 [medeverdachte 2] sprak met haar en vertelde haar dat zij ook met [verdachte] naar bed was gegaan om genezen te worden.96 Hoewel zij geen seks met [verdachte] wilde, deed zij het toch omdat zij ervan overtuigd was dat zij als zij dit niet zou doen, zou sterven voor haar 30e.97 Daarna had zij bijna iedere dag telefonisch contact met [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] plande nog twee afspraken in voor haar, waarbij zij seks had met [verdachte]. Ook na deze afspraken vond telkens telefonisch contact plaats met [medeverdachte 2].98
Na een aantal keer seks te hebben gehad met [verdachte] zeiden [verdachte] en [medeverdachte 2] dat zij genezen was.99

[verdachte] heeft de Nederlandse nationaliteit.100


Kinderpornografie
[slachtoffer] heeft verklaard dat haar vader video-opnamen heeft gemaakt van de seks die tussen hen plaatsvond.101 In de woning van verdachte te [woonplaats] is op 19 oktober 2012 (onder meer) een externe harddisk (merk Iomega) in beslag genomen.102 Op deze externe harddisk zijn films aangetroffen. Deze films bestaan uit achter elkaar gemonteerde, korte, zelf opgenomen fragmenten waarop te zien is dat een man en een vrouw/meisje seks hebben.103

Film 3, met bestandsnaam 2772542, bestaat uit drie, vermoedelijk op 25 oktober 2007 achter elkaar gemonteerde fragmenten.104
Op de fragmenten 1, 1B en 1C is te zien:
- film 3, fragment 1: een man pakt zijn stijve penis vast en brengt die tussen de benen van een vrouw;105

- film 3, fragment 1:een vrouw pakt de stijve penis van de man beet. De vrouw maakt met de hand met daarin de stijve penis heen en weer gaande bewegingen;106

- film 3 fragment 1B: een vrouw pakt met haar beide handen de stijve penis van de man vast en maakt op en neer gaande bewegingen met haar handen; en vervolgens

- film 3 fragment 1B: een vrouw neemt de stijve penis in haar mond en maakt met haar hoofd op en neer gaande bewegingen;107

- film 3, fragment 1C: een man penetreert een vrouw vaginaal.108

Aan [slachtoffer] is de film met bestandsnaam 2772542 getoond. Over chapter 1 verklaart [slachtoffer] dat zij het is met [verdachte]. [slachtoffer] heeft verklaard dat de beelden zijn gemaakt in [woonplaats]. Zij was destijds 13 of 14 jaar oud.109

Verdachte heeft erkend dat hij video-opnamen heeft gemaakt van seks met [slachtoffer], op het moment dat zij nog geen achttien jaar was en dat hij deze beelden heeft bewaard.110

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Bewijsoverwegingen

Betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]
De verdediging heeft betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer] niet betrouwbaar zijn. Daarbij heeft de verdediging er op gewezen dat er verschillen zitten in de opvolgende verklaringen van [slachtoffer].

[slachtoffer] heeft gedetailleerd verklaard over de gebeurtenissen in de periode van haar twaalfde tot haar negentiende jaar. Het is juist dat de opvolgende verklaringen van [slachtoffer] op detailniveau van elkaar verschillen. Op hoofdlijnen verklaart zij echter consistent. De verweten gedragingen hebben gedurende een periode van meerdere jaren plaatsgevonden en er zijn meerdere personen bij betrokken geweest. Dat er onder die omstandigheden in de opvolgende verklaringen van aangeefster op ondergeschikte punten verschillen naar voren komen, rechtvaardigt niet de conclusie dat de verklaring van [slachtoffer] niet betrouwbaar is.
De verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door de in de woning van [verdachte] aangetroffen videobestanden, waarop te zien is dat [verdachte] en [slachtoffer] samen seks hebben. [verdachte] heeft bovendien erkend dat hij meermalen seks heeft gehad met [slachtoffer]. Ook wordt de verklaring (op onderdelen) ondersteund door de verklaringen van [kind 2] en [kind 3] en door het opgenomen telefoongesprek tussen [slachtoffer] en haar moeder, waarin [medeverdachte 1] impliciet erkent dat er jarenlang misbruik heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer] en haar vader en waarin [medeverdachte 1] aangeeft uit haar geloofsovertuiging haar man daarvan niet te hebben weerhouden.

Verder wordt de verklaring van [slachtoffer] ondersteund door de verklaringen van haar halfzussen [slachtoffer 2] en [kind 6], in die zin dat zij in dezelfde periode onder soortgelijke omstandigheden seksueel contact hebben gehad met hun vader [verdachte]. [slachtoffer 2] en [kind 6] hebben - net als [slachtoffer] - verklaard dat zij hiervoor door [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] werden benaderd en op indringende wijze werden aangespoord om daadwerkelijk seks met hun vader te hebben. Deze verklaringen worden niet alleen ondersteund door de samenhang van gebeurtenissen onderling en de verklaring van [slachtoffer] hoe het bij haar is gegaan, ze worden ook ondersteund door bij [verdachte] aangetroffen videobeelden, waarop te zien is dat [verdachte] seksuele handelingen verricht met [slachtoffer 2] en [kind 6]. De rechtbank heeft daarom geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [slachtoffer 2] en [kind 6]. Hierbij komt ook de verklaring van getuige [getuige 1]. Ook deze getuige spreekt over seks met [verdachte] als bescherming tegen ziekte en dood. Ook zij werd tot seks met [verdachte] aangespoord door [medeverdachte 2]. De wijze van benaderen komt overeen met de wijze die [slachtoffer], [slachtoffer 2] en [kind 6] beschrijven.

De rechtbank ontleent, gezien genoemde overeenkomsten tussen die verklaringen en de verklaringen van [slachtoffer], mede aan deze verklaringen de overtuiging dat de ten laste gelegde feiten ten aanzien van [slachtoffer] zich hebben voorgedaan.

Gelet op het voorgaande bestaan er geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van [slachtoffer]. Dit verweer wordt daarom verworpen.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

Dwang


De verdediging heeft - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat sprake was van seksuele contacten zonder dwang. Dit verweer wordt verworpen.
[verdachte] is de vader van [slachtoffer]. Hij presenteerde zich als een vader die het beste met zijn dochter voor had. Hij gebruikte daarbij zijn status van medicijnman, iemand met een bijzondere gave, die haar bescherming kon bieden tegen een vloek en de daarbij behorende gevolgen. Deze bescherming zou hij haar kunnen bieden door seks met haar te hebben. Al van kleins af aan was haar door een belangrijk deel van haar familie (vader, moeder en stiefmoeder) over die vloek verteld en vanaf haar twaalfde kwam daarbij dat [slachtoffer] seks met haar vader moest hebben om die vloek te bezweren en te voorkomen dat haar iets ergs zou overkomen. Dat het slecht zou gaan met haar leven werd haar ook steeds ingeprent door [medeverdachte 3].

[slachtoffer] was ervan overtuigd dat zij zonder seks te hebben met haar vader niet beschermd zou worden voor de dood, ziekte of negatieve gevolgen voor haar leven. Tekenend is de verklaring van [slachtoffer] dat zij, na perioden waarin zij de seks met haar vader durfde te weigeren, danig onder druk werd gezet en werd gewezen op de consequenties die het niet-hebben van deze seks voor haar en voor het gezin zouden kunnen hebben en door problemen thuis en op school ook al hadden, opnieuw seks met haar vader had.


De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat verdachte, gelet op het voorgaande, een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht had op [slachtoffer]. Dit overwicht werd niet alleen veroorzaakt door de lichamelijke verschillen tussen hen, het leeftijdsverschil en de familierelatie, maar ook door het geestelijk overwicht dat hij op haar had als medicijnman, welk overwicht werd versterkt door de druk van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Door verdachten is opzettelijk psychische druk uitgeoefend op [slachtoffer], waardoor zij in een zodanige afhankelijkheidssituatie is gebracht, dat zij zich naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten en dat voor haar een bedreigende situatie is ontstaan, waardoor verdachten opzettelijk hebben veroorzaakt dat [slachtoffer] de handelingen van [verdachte] telkens tegen haar wil heeft ondergaan. [slachtoffer] werd telkens in een zodanige toestand gebracht en gehouden dat zij afhankelijk was van [verdachte] en zich gedwongen voelde tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande bewezen dat sprake is van dwang.

Medeplegen

Hoewel niet bewezen kan worden geacht dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] een uitvoerende rol hebben gehad bij de door [verdachte] verrichte seksuele handelingen, hebben zij hierbij wel een essentiële rol gespeeld. Uit de bewijsmiddelen volgt dat zij samen met [verdachte] dwang hebben uitgeoefend op [slachtoffer] om seks te hebben met [verdachte].

Elk van deze vrouwen heeft [slachtoffer] meermalen gezegd dat [verdachte] bijzondere gaven had. Dat hij door seks met haar te hebben bescherming kon bieden tegen de vloek en de daarbij behorende gevolgen en dat zij met dat doel zelf ook seks hadden met [verdachte].
Op initiatief van [verdachte] voerden de vrouwen vrouwengesprekken, waarbij [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] [slachtoffer] uitvoerig wezen op haar tekortkomingen, hoe slecht zij haar leven op orde had en op de verslechterde band tussen haar en haar vader. Zij werd telkens gewezen op de beschermende werking die de seks met haar vader hiervoor zou kunnen bieden.

Door zowel [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] als [medeverdachte 3] werd [slachtoffer] telkens verteld dat het normaal was om seks te hebben met haar vader [verdachte].
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben voor de buitenwereld verborgen gehouden dat [verdachte] seks had met [slachtoffer]. Destijds woonden in de woning van [slachtoffer] en [verdachte] een aantal halfbroers die niet op de hoogte waren van de seks tussen [verdachte] en [slachtoffer]. [medeverdachte 2] liet [slachtoffer] en [verdachte] twee weekenden in de maand in haar woning logeren en bood zo gelegenheid voor de seksuele contacten. Tijdens deze weekenden verliet [medeverdachte 2] haar slaapkamer, zodat [verdachte] samen met [slachtoffer] kon slapen. [medeverdachte 1] was op de hoogte van het seksuele misbruik, maar stemde er mee in dat [slachtoffer] en [verdachte] samen gingen logeren in de woning van [medeverdachte 2].
Nadat de halfbroers minder frequent in de gezinswoning verbleven, vond het seksueel misbruik van [slachtoffer] door haar vader onder meer plaats in de slaapkamer van haar ouders. Als [slachtoffer] in die woning werd misbruikt, was [medeverdachte 1] altijd aanwezig.
Tijdens de weekendtrip naar Engeland, waarbij twee hotelkamers waren geboekt, besloten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [X] en [medeverdachte 3] samen de eerste hotelkamer te delen, zodat [slachtoffer] en [verdachte] samen in de tweede hotelkamer konden overnachten.
Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt verder dat er een schema was, waarin [medeverdachte 2], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en zijzelf om toerbeurt seks hadden met [verdachte].

Uit deze feitelijke gang van zaken volgt dat [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bewust en nauw hebben samengewerkt bij het plegen van de onder 1 ten laste gelegde verkrachtingen van [slachtoffer] en dat de bijdrage die zij elk hebben geleverd significant is geweest. Gelet op het voorgaande is sprake van medeplegen van verkrachting.
Het onder 1 ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.


Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2
Gelet op de bewezenverklaarde seksuele handelingen tussen [verdachte] en zijn dochter [slachtoffer] en de bewezenverklaarde periode, waaruit volgt dat [slachtoffer] ten tijde van deze handelingen minderjarig was, zijn voornoemde handelingen te kwalificeren als het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarig kind. Het onder 2 ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 3

Het onder 3 ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.

Op de fragmenten 1, 1B en 1C van film 3 zijn de seksuele gedragingen te zien zoals in de tenlastelegging zijn omschreven. Deze gedragingen vinden plaats tussen [verdachte] en [slachtoffer]. [slachtoffer] had ten tijde van het vervaardigen van deze beelden de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt.
Verdachte heeft deze kinderpornografische films vervaardigd en vervolgens in zijn bezit gehad. Hoewel de beelden vermoedelijk eind oktober 2007 achter elkaar zijn gemonteerd , kan daaruit niet volgen dat de beelden toen ook daadwerkelijk zijn gemaakt. Gelet op de verklaring van [slachtoffer], waarin zij verklaart dat zij tussen de dertien en veertien jaar oud was op de beelden, acht de rechtbank bewezen dat de beelden eerder zijn gemaakt. De stelling van de verdediging dat de beelden in 2007 zijn vervaardigd, volgt de rechtbank daarom niet.

Vrijspraak
Nu uit het dossier niet blijkt dat het meisje op film 5 [slachtoffer] is en ook overigens niet kan worden vastgesteld dat het meisje op de beelden kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake is van kinderporno. De rechtbank verdachte daarom van dit punt vrij.

Het aantal aangetroffen films (één) is niet dusdanig dat gezegd kan worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het vervaardigen dan wel het bezit, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging eveneens zal worden vrijgesproken. Ook is uit het dossier niet gebleken van verspreiding, invoer of uitvoer van kinderpornografie, zodat verdachte ook van die delen van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

1.

op tijdstippen in de periode van 18 juni 2003 tot en met 1 oktober 2011 te Utrecht en Vianen en Engeland, tezamen en in vereniging met anderen, door feitelijkheden, zijn kind
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders:

  • -

    meermalen het lichaam van die [slachtoffer] ingesmeerd met vaseline en

  • -

    meermalen die [slachtoffer] betast bij haar billen en borsten en vagina en

  • -

    meermalen die [slachtoffer] aftrekkende bewerkingen aan de penis van [verdachte] laten maken en

  • -

    meermalen [verdachte] penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en die [slachtoffer] geneukt en

  • -

    meermalen [verdachte] penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en zich laten pijpen;

waarbij de feitelijkheden hebben bestaan uit het meermalen:

  • -

    in gesprekken telkens psychische druk op die [slachtoffer] uit oefenen, door tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij ziek zou worden en dood zou gaan en een zwaar ongeluk zou krijgen en onheil zou krijgen en haar moeder te schande zou brengen en dat zij de oorzaak zou zijn van het uit elkaar gaan van het gezin en dat er een vloek op haar zou komen, als zij geen seks met haar vader [verdachte] zou hebben en

  • -

    tegen die [slachtoffer] zeggen, dat zij van de Winti seks moest hebben met haar vader [verdachte] en

  • -

    tegen die [slachtoffer] zeggen, dat de band met haar vader [verdachte] beter zou worden en

  • -

    dat zij beschermd zou worden, als zij seks met haar vader [verdachte] zou hebben en

  • -

    als die [slachtoffer] aangaf niet langer seksuele handelingen te willen verrichten/ondergaan en als die [slachtoffer] een tijdje geen seks met haar vader [verdachte] had gehad, tegen die [slachtoffer] zeggen, dat het slecht met haar ging en dat zij aan het afdwalen was, omdat zij geen seks meer had met haar vader [verdachte] en

  • -

    tegen die [slachtoffer] zeggen, dat het normaal was dat een kind van een medicijnman seks met haar vader heeft en dat haar zus [getuige 2] ook seks met haar vader [verdachte] had/heeft en dat haar moeder ook vanaf ongeveer haar dertiende seks met [verdachte] had en

  • -

    die [slachtoffer] vragen zich uit te kleden en zich in te vetten met vaseline en

  • -

    op die [slachtoffer] gaan liggen en

  • -

    tegen die [slachtoffer] zeggen: “spreid je benen”, “verman je” “je komt er wel overheen” en

  • -

    doorgaan met seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer] aangaf niet meer te willen en

  • -

    doorgaan met seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer] pijn had en

  • -

    doorgaan met seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer] aan het huilen was en

  • -

    misbruik maken van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht veroorzaakt door onder andere de lichamelijke verschillen, het verschil in leeftijd, het geestelijk overwicht (mede gezien de positie van [verdachte] als medicijnman en de familierelatie).

2.

op tijdstippen in de periode van 18 juni 2003 tot en met 18 juni 2009 te Utrecht en Vianen en in Engeland, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter [slachtoffer] (geboren op [1991]) bestaande die ontucht hierin dat hij:

-
het lichaam van die [slachtoffer] heeft ingesmeerd met vaseline en

  • -

    die [slachtoffer] heeft betast bij haar billen en borsten en vagina en

  • -

    die [slachtoffer] zijn, [verdachte], penis heeft laten vastpakken en aftrekkende bewegingen aan zijn, [verdachte], penis heeft laten maken en

  • -

    zijn, [verdachte], penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en die [slachtoffer] heeft geneukt en

  • -

    zijn, [verdachte], penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en zich heeft laten pijpen.

3.

in de periode van 18 juni 2003 tot en met 19 oktober 2012 te Utrecht, een gegevensdrager, een externe harddisk (merk Iomega), bevattende filmfragmenten van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde filmfragmenten een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, en welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

  • -

    het vastpakken van een stijve penis door een volwassen man en de stijve penis brengen tussen de benen van een vrouw die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt (film 3 fragment 01);

  • -

    het vasthouden en het aftrekken van de penis van een volwassen man door een vrouw die de leeftijd van achttien jaar kennelijk nog niet heeft bereikt (film 3 fragment 1 en 01B);

  • -

    het vastpakken en in de mond laten nemen van de penis van een volwassen man door een vrouw die de leeftijd van achttien jaar kennelijk nog niet heeft bereikt (film 3 fragment 01B).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

feit 1 en feit 2:
eendaadse samenloop van
medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd en
ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

feit 3:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

vervaardigen en in bezit hebben.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

K.L. Macdonald (psychiater in opleiding) heeft onder supervisie van F.R. Kruisdijk (psychiater) op 11 maart 2013 gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van parafilie NAO (Niet Anderszins Omschreven), van het incestueuze type. Er is geen psychiatrisch toestandsbeeld vastgesteld tijdens het onderzoek en geen gebrekkige opbouw van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis. De persoonlijkheidstrekken van verdachte, te weten opportunistische, antisociale trekken en narcistische, op behoeftebevrediging gerichte motieven, hebben waarschijnlijk invloed gehad op zijn gedragingen.
Ten tijde van het ten laste gelegde heeft verdachte zijn vrije wil in voldoende mate kunnen bepalen.
Geadviseerd wordt om verdachte bij een bewezenverklaring als volledig toerekeningsvatbaar aan te merken.

De rechtbank neemt deze conclusie van deskundigen Macdonald en Kruisdijk over en maakt deze tot de hare.


Verdachte is strafbaar, omdat ook overigens niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de onvoorwaardelijke duur van een op te leggen gevangenisstraf gelijk dient te zijn aan de duur van het voorarrest. De verdediging heeft gewezen op de eendaadse samenloop tussen het onder 1 en 2 ten laste gelegde en heeft de rechtbank verzocht om hiermee bij de bepaling van de straf rekening te houden. Ook heeft de verdediging betoogd dat verdachte reeds gestraft is door de media-aandacht die de zaak heeft gekregen, zijn reputatieverlies en het uit elkaar vallen van zijn gezin.
In de strafmaat dient volgens de verdediging tot slot rekening te worden gehouden met de lange tijd waarin verdachte in onzekerheid is gebleven over een eventuele veroordeling.


8.3 Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Nu ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten sprake is van eendaadse samenloop in de zin van artikel 55 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, zal de rechtbank voor de straftoemeting alleen de strafbepaling van artikel 242 Wetboek van Strafrecht toepassen, omdat daarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Verdachte heeft zich gedurende ruim 7 jaar schuldig gemaakt aan verkrachting van en ontucht met zijn dochter. Het misbruik vond voor het eerst plaats toen het slachtoffer pas 12 jaar oud was. Niet alleen verdachte, maar ook zijn twee partners en een volwassen dochter waren betrokken bij dit seksueel misbruik.
Verdachte heeft van zijn seksuele handelingen met zijn dochter video-opnamen gemaakt en deze video-opnamen gedurende enkele jaren in bezit gehad.
Door het misbruik hebben verdachte en zijn mededaders een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het vertrouwen dat een kind in haar vader, moeder, stiefmoeder en zus zou moeten kunnen stellen, is in zeer ernstige mate beschaamd. Het is de verantwoordelijkheid van de directe familie om een kind een veilige, geborgen plaats te bieden. Juist ook omdat het misbruik bij het slachtoffer thuis plaatsvond, is het slachtoffer, een kind nog, die veiligheid gedurende lange tijd niet geboden. Zij zal hetgeen haar overkomen is haar hele leven met zich meedragen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade toebrengt aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Dat de feiten grote gevolgen hebben gehad – en nog steeds hebben – voor het slachtoffer, is ook gebleken uit de ter zitting (mede door haar) voorgedragen slachtofferverklaring. Verdachte heeft in het geheel geen rekening gehouden met de belangen van het slachtoffer en heeft slechts gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Verdachte heeft nauwelijks verantwoordelijkheid genomen voor de feiten die hij heeft begaan en heeft zich geen moment rekenschap gegeven van de ernstige gevolgen die zijn handelen voor het slachtoffer hebben gehad. Zij is uit de familie verstoten en heeft geen contact meer met een groot deel van de familie. Door het gebeuren heeft het slachtoffer psychische klachten gekregen.
De rechtbank rekent het verdachte aan dat het seksuele misbruik gedurende een lange periode is gepleegd en op stelselmatige wijze heeft plaatsgevonden.
Het behoeft geen betoog dat de bewezenverklaarde feiten ook in de samenleving gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten. Als reactie op dergelijke feiten is slechts een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

De rechtbank ziet geen aanleiding om in strafverminderende zin rekening te houden met de media-aandacht die deze zaak heeft gekregen. In de eerste plaats is een zekere vorm van media-aandacht inherent aan een zaak als deze. Weliswaar heeft verdachte gevolgen ondervonden van de media-aandacht die deze zaak heeft gekregen, maar nu deze aandacht samenhangt met zijn positie in de Marrongemeenschap, welke positie hij in deze zaak zelf heeft misbruikt, moeten de gevolgen voor zijn rekening blijven. Niet gezegd kan worden dat deze aandacht de kans op een eerlijk proces heeft geschaad.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat rekening met het feit dat sinds het eerste verhoor van verdachte op 19 oktober 2012 tot aan de einduitspraak ruim 31 maanden zijn verlopen. Hierdoor is de redelijke termijn overschreden. Zonder de overschrijding van de redelijke termijn had de rechtbank drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer opgelegd.


Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 mei 2015, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.


Daarnaast is rekening gehouden met het onder rubriek 7 genoemde Pro Justitia rapport van 11 maart 2013 van K.L. Macdonald, psychiater in opleiding, onder supervisie van
F.R. Kruisdijk, psychiater. Uit dit rapport volgt dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten.
Ook is kennisgenomen van de door reclasseringsmedewerker T. Goes opgemaakte reclasseringsrapportages van 3 april 2013 en 22 april 2014. T. Goes schat de kans op recidive laag gemiddeld in. Hoewel therapeutische behandeling en reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarden geïndiceerd zijn, ziet de reclassering hiervoor geen mogelijkheden gezien de (afwijzende) houding van verdachte. T. Goes adviseert oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de straffen die in vergelijkbare zaken door strafrechters plegen te worden opgelegd.


De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 6 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

9 Het beslag

9.1

Onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het onder 3 bewezenverklaarde feit is begaan met betrekking tot dit voorwerp en dat dit voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9.2

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen. Niet is vast komen te staan dat op deze in beslag genomen gegevensdragers kinderpornografisch materiaal staat.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

10.1

De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van de door haar geleden immateriële schade. De benadeelde partij vordert betaling van
€ 10.315,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2003 tot aan de dag der algehele voldoening. Ter terechtzitting heeft mr. B.J. de Pree de vordering nader toegelicht.

10.2

Het standpunt van de officier van justitie met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] in zijn geheel en hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2003, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

10.3

Het standpunt van de verdediging met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij
De verdediging heeft verzocht om de gevorderde schadevergoeding te matigen.

10.4

De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij
De behandeling van de vordering van [slachtoffer] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank waardeert deze schade op € 10.000,00 (tienduizend euro en nul eurocent), bestaande uit immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

Verder zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank zal het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag hoofdelijk opleggen.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De benadeelde partij is voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 47, 55, 57, 240b, 242 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 en feit 2:
eendaadse samenloop van
medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd en

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

feit 3:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

vervaardigen en in bezit hebben.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokkken aan het verkeer de inbeslaggenomen harddisk van het merk Iomega.

Gelast de teruggave aan verdachte van de twee inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven computers, waaronder de Medion computer.

Wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 10.000,00 (zegge tienduizend euro en nul eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf
1 augustus 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte hoofdelijk met [medeverdachte 2], zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van het toegewezen bedrag aan
[slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte hoofdelijk met [medeverdachte 2], de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer], € 10.000,00 (zegge tienduizend euro en nul eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat wanneer de een dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 85 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat indien veroordeelde of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde of zijn mededader aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter,

mrs. G.A. Bos en V. van Dam, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juni 2015.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 juni 2003 tot

en met 1 oktober 2011 te Utrecht en/of Vianen, althans in het arrondissement

Utrecht en/of in Engeland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een

ander, althans alleen, door geweld en/of (een) (andere) feitelijkhe(i)d(en)

en/of door bedreiging met geweld en/of (een) (andere) feitelijkhe(i)d(en),

zijn kind, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen

die hebben bestaan uit, of mede hebben bestaan uit, het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn

mededader(s):

- ( een of meermalen) het lichaam van die [slachtoffer] ingesmeerd met vaseline en/of

- ( een of meermalen) die [slachtoffer] betast bij haar billen en/of borsten en/of

vagina en/of

- ( een of meermalen) die [slachtoffer] aftrekkende bewegingen aan zijn penis laten

maken en/of

- ( een of meermalen) zijn, verdachte [verdachte], penis in de vagina van

die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of die [slachtoffer] geneukt en/of

- ( een of meermalen) zijn, verdachte [verdachte], penis in de mond van die

[slachtoffer] geduwd/gebracht en zich laten pijpen;

waarbij het geweld en/of (een) (andere) feitelijkhe(i)d(en) en/of de

bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of (de) (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben

bestaan uit het meermalen, althans eenmaal;

- ( in gesprekken) (telkens) (psychische) druk op die [slachtoffer] uit

oefenen, door tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij ziek zou worden en/of dood

zou gaan en/of een zwaar ongeluk zou krijgen en/of onheil zou krijgen en/of

haar moeder te schande zou brengen en/of dat zij de oorzaak zou zijn van het

uit elkaar gaan van het gezin en/of dat er een vloek op haar zou komen, als

zij geen seks met hem/haar vader/[verdachte] zou hebben en/of

-tegen die [slachtoffer] zeggen, dat zij van de Winti seks moest hebben met hem/haar

vader/[verdachte] en/of

-tegen die [slachtoffer] zeggen, dat de band met hem/haar vader/[verdachte] beter

zou worden en/of dat zij beschermd zou worden, als zij seks met hem/haar

vader/[verdachte] zou hebben en/of

- als die [slachtoffer] aangaf niet langer seksuele handelingen te willen

verrichten/ondergaan en/of als die [slachtoffer] een tijdje geen seks met hem/haar

vader/[verdachte] had gehad, tegen die [slachtoffer] zeggen, dat het slecht met

haar ging en/of dat zij aan het afdwalen was, omdat zij geen seks meer had met

hem/haar vader/[verdachte] en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen, dat het normaal was dat een kind van een

medicijnman seks met haar vader heeft en/of dat haar zus [medeverdachte 3] (ook) seks met

hem/haar vader/[verdachte] had/heeft en/of dat haar moeder ook vanaf

ongeveer haar dertiende seks met hem/haar vader/[verdachte] had en/of

- die [slachtoffer] vragen/bevelen zich uit te kleden en/of zich in te vetten met

vaseline en/of

- op die [slachtoffer] gaan liggen en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen: "spreid je benen", "verman je "je komt er wel

overheen" en/of

- doorgaan met seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer] aangaf niet (meer) te

willen en/of

- doorgaan met seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer] pijn had en/of

- doorgaan met seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer] aan het huilen was

en/of

- misbruik maken van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht (veroorzaakt door onder andere de lichamelijke verschillen, het

verschil in leeftijd, het geestelijk overwicht (mede gezien de positie van

verdachte [verdachte] als medicijnman) en de familierelatie)

art 242 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 juni 2003 tot

en met 18 juni 2009 te Utrecht en/of Vianen, althans in het arrondissement

Utrecht en/of in Engeland, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige

dochter [slachtoffer] (geboren op [1991]) bestaande die ontucht hierin

dat hij:

- het lichaam van die [slachtoffer] heeft ingesmeerd met vaseline en/of

- die [slachtoffer] heeft betast bij haar billen en/of borsten en/of vagina en/of

- die [slachtoffer] zijn, [verdachte], penis heeft laten vastpakken en/of

aftrekkende bewegingen aan zijn, [verdachte], penis heeft laten maken

en/of

- zijn, [verdachte], penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft

geduwd/gebracht en die [slachtoffer] heeft geneukt en/of

- zijn, [verdachte], penis in de mond van die [slachtoffer] heeft

geduwd/gebracht en zich heeft laten pijpen;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 juni 2003 tot

en met 19 oktober 2012 te Utrecht en/of Vianen, althans in het arrondissement

Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, althans met een ander, althans

alleen één of meermalen (een) afbeelding(en)/film(s)/filmfragment(en) en/of

(een) gegevensdrager(s), een computer (merk Medion) en/of een externe

harddisk (merk Iomega), bevattende één of meer

afbeelding(en)/film(s)/filmfragment(en) van seksuele gedragingen, bij welke

vorenbedoelde afbeelding(en)/film(s)/filmfragment(en) (telkens) een persoon

die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was

betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of

uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, en welke voornoemde seksuele

gedragingen bestonden uit:

-het vastpakken van een (stijve) penis door een volwassen man en de (stijve)

penis brengen tussen de benen van een vrouw die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet heeft bereikt (film 3 fragment 01 op pagina 363 van het

proces-verbaal);

-het vasthouden en/of het aftrekken van de penis van een volwassen man door

een vrouw die de leeftijd van achttien jaar kennelijk nog niet heeft bereikt

(film 3 fragment 1 en/of 01B op pagina 363 en/of 364 van het proces-verbaal);

-het vastpakken en/of in de mond laten nemen van de penis van een volwassen

man door een vrouw die de leeftijd van achttien jaar kennelijk nog niet heeft

bereikt (film 3 fragment 01B op pagina 364 van het proces-verbaal);

-het vaginaal penetreren door een volwassen man van het lichaam van een vrouw

die de leeftijd van achttien jaar kennelijk nog niet heeft bereikt (film 3

fragment 1C op pagina 364 van het proces-verbaal en/of film 5, fragment 6B

en/of 6C en/of 6D op pagina 368 en/of 369 van het proces-verbaal);

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij verdachte een gewoonte heeft gemaakt;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij verwezen naar een bijlage bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Midden-Nederland, genummerd PL0900-2014313237, van 29 november 2013 doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1735.

2 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 20 oktober 2012, pagina 813 en 814.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 30.

4 Idem, pagina 31.

5 Idem, pagina 29.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 20 oktober 2012, pagina 814.

7 Idem, pagina 815.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 31.

9 Idem.

10 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [medeverdachte 2] van 6 november 2012, pagina 1186 en 1187.

11 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 31.

12 Idem en het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 63.

13 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 35.

14 Idem en het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 64.

15 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 41 en het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 63.

16 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012,pagina 37 en 40 en het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 59.

17 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 35.

18 Idem, pagina 40 en 41.

19 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 116 en 117.

20 Idem, pagina 103.

21 Idem, pagina 99.

22 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 33.

23 Idem, pagina 34.

24 Idem, pagina 33.

25 Idem, pagina 34.

26 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 81.

27 Idem.

28 Idem, pagina 82.

29 Idem.

30 Idem, pagina 83.

31 Idem.

32 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 34.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris van 30 april 2014.

34 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 34.

35 Idem, pagina 35.

36 Idem.

37 Idem, pagina 36.

38 Idem, pagina 37.

39 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris van 30 april 2014, pagina 5.

40 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 64.

41 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 38.

42 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 63.

43 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 45.

44 Idem, pagina 33.

45 Het proces-verbaal van verhoor van [kind 2] van 9 januari 2013, pagina 245.

46 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 85.

47 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 45.

48 Idem, pagina 39 en 40.

49 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 72.

50 Het proces-verbaal van verhoor van [kind 2] van 9 januari 2013, pagina 245.

51 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013,pagina 86 en 95 en het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 29 maart 2013, pagina 163.

52 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 29 maart 2013, pagina 163.

53 Idem, pagina 163 en 164.

54 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 59.

55 Idem, pagina 104.

56 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 32.

57 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 28 maart 2013, pagina 86.

58 Idem, pagina 60 en 84.

59 Het letterlijk uitgewerkte verhoor van [slachtoffer] van 29 maart 2013, pagina 164.

60 Idem, pagina 163 en 164.

61 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 44.

62 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 7 en 8 december 2012, pagina 915.

63 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 44.

64 De door de politie opgestelde tijdslijn van [slachtoffer], pag. 799.

65 Het proces-verbaal van verhoor van [kind 2] van 25 oktober 2012, pagina 232.

66 Het proces-verbaal van verhoor van [O] van 30 oktober 2012, pagina 258.

67 Het proces-verbaal van bevindingen van 29 oktober 2012, met bijlage, pagina 490, 497 en 498.

68 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 41.

69 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 mei 2015.

70 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] van 8 oktober 2013, pagina 740.

71 Idem, pagina 741.

72 Idem, pagina 740.

73 Idem, pagina 741.

74 Idem, pagina 743.

75 Idem.

76 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris van
6 november 2012.

77 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] van 8 oktober 2013, pagina 741.

78 Het proces-verbaal van verhoor van [kind 6] van 2 oktober 2013, pagina 676.

79 Idem.

80 Het proces-verbaal van verhoor van [kind 6] door de rechter-commissaris van
6 november 2014.

81 Idem.

82 Idem.

83 Het proces-verbaal van verhoor van [kind 6] van 2 oktober 2013, pagina 677.

84 Idem, pagina 678.

85 Idem, pagina 679.

86 Het proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2012, pagina 353 en 357.

87 Idem, pagina 356.

88 Het proces-verhaal van verhoor van [kind 6] van 2 oktober 2013, pagina 691 en het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] van 8 oktober 2013, pagina 739 en 740.

89 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2012, pagina 379, het proces-verbaal van verhoor van [Z] van 7 oktober 2013, het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] van 8 oktober 2013, pagina 739 en 740.

90 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2012, pagina 380.

91 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 7 en 8 december 2012, pagina 916.

92 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 januari 2013, pagina 762.

93 Idem.

94 Idem, pagina 765.

95 Idem, pagina 768 en 770.

96 Idem, pagina 769.

97 Idem, pagina 770.

98 Idem, pagina 774 en 775.

99 Idem, pagina 776.

100 Gegevensblad verdachte, pagina 800.

101 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 september 2012, pagina 41.

102 Het proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2012, pagina 353 en 357.

103 Idem, pagina 357.

104 Idem, pagina 363.

105 Idem.

106 Idem, pagina 363 en 364.

107 Idem, pagina 364.

108 Idem.

109 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2012, pagina 381.

110 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 mei 2015.