Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:3330

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
13-05-2015
Zaaknummer
C/16/391625 / KG ZA 15-307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter schorst, in afwachting van een uitspraak door de rechter in een binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis door SV Huizen aanhangig te maken bodemprocedure, de beslissing van de Landelijke Commissie van beroep van 16 december 2014.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvS&R 2015, afl. 2, p. 46
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/391625 / KG ZA 15-307

Vonnis in kort geding van 13 mei 2015

in de zaak van

de vereniging

SPORT VERENIGING HUIZEN,

gevestigd te Huizen,

eiseres,

advocaat mr. B.W.G. Orth,

tegen

de vereniging

DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBAL BOND,

gevestigd te Zeist,

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Kerkhof.

Partijen zullen hierna SV Huizen en de KNVB genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 6;

  • -

    de aanvullende producties 7 en 8;

  • -

    de door de KNVB overgelegde productie 1;

  • -

    de mondelinge behandeling op 11 mei 2015;

  • -

    de pleitnota van SV Huizen;

  • -

    de pleitnota van de KNVB.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 20 september 2014 hebben SV Huizen 1 en VV Bennekom 1 een voetbalwedstrijd gespeeld.

2.2.

Na afloop van die wedstrijd zijn er schermutselingen geweest tussen spelers van beide voetbalverenigingen.

2.3.

De bij de wedstrijd betrokken scheidsrechter heeft een wedstrijdformulier ingevuld. Naar aanleiding van het in het formulier vermelde is een tuchtzaak aanhangig gemaakt bij de Landelijke Tuchtcommissie Amateurvoetbal van de KNVB (hierna: de Tuchtcommissie).

2.4.

Bij uitspraak van de Tuchtcommissie van 30 september 2014 is aan SV Huizen de volgende straf opgelegd:

“Huizen (zaterdag 1) wordt voorwaardelijk uit de competitie genomen met een proeftijd van één jaar, ingaande 1 oktober 2014”.

In de daartoe opgestelde strafmotivering is onder meer vermeld dat de Tuchtcommissie heeft vastgesteld dat vijf spelers doch in ieder geval twee of meer spelers van SV Huizen zich schuldig hebben gemaakt aan een individuele excessieve overtreding, waarmee naar het oordeel van de Tuchtcommissie onomstotelijk vast staat dat er sprake is van een collectieve excessieve overtreding.

2.5.

Tegen voormelde uitspraak van de Tuchtcommissie heeft het Bestuur Amateurvoetbal van de KNVB beroep aangetekend. Bij uitspraak van 16 december 2014 heeft de Landelijke Commissie van Beroep van de KNVB (hierna: de Landelijke Commissie van Beroep) de uitspraak van de Tuchtcommissie uitsluitend en alleen ten aanzien van de strafmaat vernietigd en daarbij de volgende straf aan SV Huizen opgelegd:

“- 5 winstpunten in mindering op de ranglijst van de competitie van mannen zaterdag 1 van S.V. Huizen; en

- het voorwaardelijk uit de competitie nemen van mannen zaterdag 1 van S.V. Huizen met een proeftijd van twee jaar ingaande op 1 oktober 2014; en

- € 200,00 boete.”

2.6.

De Tuchtcommissie heeft bij uitspraken van 30 september 2014 [A],

[B], [C], [D], allen spelers van SV Huizen 1, en [E], toeschouwer en reservekeeper van SV Huizen 1, met ingang van 1 oktober 2014 voor de duur van 18 maanden geschorst. Volgens de Tuchtcommissie is er in alle voornoemde zaken sprake van buitensporig fysiek geweld buiten een spelsituatie waarbij geen sprake is van strijd om de bal, waardoor deze overtreding wordt aangemerkt als een individuele excessieve overtreding. [B], [C] en [E] hebben tegen hun uitspraak beroep aangetekend. De Landelijke Commissie van Beroep heeft op 21 november 2014 de betreffende uitspraken van de Tuchtcommissie bekrachtigd.

2.7.

Het Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal 2014/’15 (hierna: het reglement) bepaalt, voor zover relevant, het volgende:

“(…)

Artikel 25 – Indeling tuchtzaken

1. Tuchtzaken worden verdeeld in overtredingen, excessieve overtredingen en administratieve verzuimen.

(…)

3. a. Als excessieve overtredingen worden beschouwd individuele en collectieve overtredingen, nader gespecificeerd in het overzicht excessen, bestaande uit:

- buitensporig fysiek geweld jegens een individu of meerdere individuen;

- ernstige bedreiging van een individu of meerdere individuen;

- raak spuwen van een individu of meerdere individuen;

voor, gedurende, dan wel na de wedstrijd.

b. Voor de bestraffing van excessieve overtredingen gelden minimum- en maximumstraffen.

Straffen hoger dan de (onvoorwaardelijk op te leggen) minimumstraf, maar lager dan de (onvoorwaardelijk op te leggen) maximumstraf, kunnen gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. Het onvoorwaardelijke deel van de gedeeltelijk voorwaardelijke op te leggen straf mag niet lager zijn dan de minimumstraf.

(…)

d. Het overzicht excessen en de minimum- en maximumstraffen wordt door de algemene vergadering amateurvoetbal vastgesteld en maakt onverbrekelijk deel uit van dit reglement.

(…)

Bijlage: Overzicht excessen en onvoorwaardelijke minimum- en maximumstraffen excessen

Bedoeld in artikel 25 lid 3 onder a Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal

Individuele excessieve overtredingen door spelers, functionarissen en/of toeschouwers

Minimumstraf (onvoorwaardelijk op te leggen)

Maximumstraf (onvoorwaardelijk op te leggen)

(…)

(…)

(…)

Gericht tegen spelers, functionarissen en/of toeschouwers

- Buitensporig fysiek geweld buiten de spelsituatie en waarbij geen sprake is van strijd om de bal

schorsing van 18 maanden

ontzetting uit het lidmaatschap van de KNVB

Collectieve excessieve overtredingen door (twee of meer) spelers, functionarissen en/of toeschouwers van één vereniging

Minimumstraf (onvoorwaardelijk op te leggen)

Maximumstraf (onvoorwaardelijk op te leggen)

(…)

(…)

(…)

Gericht tegen spelers, functionarissen en/of toeschouwers

- Buitensporig fysiek geweld buiten de spelsituatie en waarbij geen sprake is van strijd om de bal

5 winstpunten in mindering + € 300,- boete

Het uit de (na)competitie of uit een toernooi nemen van een elftal of team +

€ 300,-

(…)”

2.8.

De Handleiding Tuchtzaken Amateurvoetbal seizoen 2014/’15 (hierna: de handleiding) bepaalt, voor zover relevant, het volgende:

“(…)

BIJLAGE 1: VOORBEELDEN VAN OVERTREDINGEN DIE ALS EXCES KUNNEN WORDEN AANGEMERKT

(…)

Individuele overtredingen gericht tegen spelers, functionarissen en/of toeschouwers

- Het gebruiken van buitensporig fysiek geweld buiten een spelsituatie

o Het buitensporig gewelddadig handelen al dan niet met ernstig letsel tot gevolg

o Het bij herhaling gewelddadig handelen, bijvoorbeeld:

Het geven van een vuistslag en trap

Het geven van een trap en kopstoot

Het geven van twee vuistslagen

o Het van een grote afstand rennen naar en gewelddadig handelen

o Het deelnemen aan een collectieve vechtpartij door gewelddadig te handelen

Onder gewelddadig handelen wordt onder andere verstaan: het geven van een

vuistslag/stomp/trap/kopstoot/elleboogstoot/kniestoot

(…)

DEZE BIJLAGE IS GEEN LIMITATIEVE OPSOMMING!

(…)

Uitgangspunten voor de toepassing van deze richtlijnen:

- Onder ‘collectief exces’ wordt verstaan: twee of meer spelers, functionarissen en/of toeschouwers

van één vereniging die zich individueel schuldig maken aan een excessieve overtreding.”

2.9.

De stand van de competitie in de zaterdag hoofdklasse A ten tijde van de zitting op 11 mei 2015 - en met nog één speelronde te gaan - is als volgt:

Plaats

Vereniging

Gespeelde wedstrijden

Punten

1

SteDoCo

25

51

2

ODIN ‘95

25

46

3

Achilles Veen

25

40

4

VVA ‘71

25

39

5

DOVO

25

37

6

Bennekom

25

33

7

Jodan Boys

25

32

8

SDC Putten

25

31

9

NSC Nijkerk

25

31

10

FC Breukelen

25

31

11

Huizen

25

29

12

DFS Opheusden

25

29

13

Montfoort

25

24

14

Volendam

25

21

2.10.

Ingevolge paragraaf 2.3.3 van de promotie-/degradatieregeling 2014-2015 moeten de nummers 11 en 12 nacompetitie spelen om degradatie naar de eerste klasse te voorkomen en degraderen de nummers 13 en 14 rechtstreeks naar de eerste klasse.

3 Het geschil

3.1.

SV Huizen vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de uitspraak van de Tuchtcommissie van 30 september 2014 en de uitspraak van de Landelijke Commissie van Beroep van 16 december 2014 binnen 24 uur na het te wijzen vonnis te schorsen en subsidiair SV Huizen voorlopig gedeeltelijk te ontheffen uit de aan SV Huizen opgelegde straf van vijf punten in mindering, zolang in een bodemprocedure niet anders is beslist;

II. de KNVB te ontzeggen om nakoming van de in sub I genoemde uitspraken jegens SV Huizen te vorderen, zolang in een bodemprocedure niet anders is beslist;

III. veroordeling van de KNVB in de proceskosten.

3.2.

De KNVB voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De spoedeisendheid van de zaak is gegeven met de aard van de vordering.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. Op grond van de wet is een beslissing, in dit geval een tuchtrechtelijke uitspraak, die de rechtsverhouding tussen partijen bepaalt, vernietigbaar indien gebondenheid aan die beslissing in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Een dergelijke toets is, gelet op het declaratoire karakter van vernietiging, voorbehouden aan de bodemrechter en kan niet geschieden in kort geding. Wel kan de voorzieningenrechter de (werking van de) beslissing schorsen indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de besluiten van de Tuchtcommissie en de Landelijke Commissie van Beroep zal vernietigen.

4.3.

Vast staat dat de Landelijke Commissie van Beroep op 16 december 2014 uitspraak heeft gedaan naar aanleiding van het door het Bestuur Amateurvoetbal aangetekende beroep tegen de uitspraak van de Tuchtcommissie van 30 september 2014. Voormelde uitspraak van de Landelijke Commissie van Beroep is derhalve in de plaats getreden van die van de Tuchtcommissie. Gelet hierop valt niet in te zien welk belang SV Huizen heeft bij schorsing van genoemde uitspraak van de Tuchtcommissie zodat dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

4.4.

Kern van het geschil in de onderhavige procedure betreft het antwoord op de vraag of de Landelijke Commissie van Beroep aan SV Huizen terecht de onder 2.5. genoemde sancties, waaronder het in mindering brengen van vijf winstpunten, heeft opgelegd. Om een dergelijke sanctie te kunnen opleggen, is volgens de interne regelgeving van de KNVB vereist dat twee of meer spelers, functionarissen en/of toeschouwers van één vereniging buitensporig fysiek geweld hebben toegepast buiten de spelsituatie en waarbij geen sprake was van strijd om de bal, en dus dat zij zich individueel schuldig hebben gemaakt aan een excessieve overtreding. Derhalve dient beoordeeld te worden of de individuele spelers van SV Huizen, te weten [A], [B], [C] en [D], alsmede toeschouwer/reservespeler [E] zich schuldig hebben gemaakt aan een excessieve overtreding. In dat kader overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

4.5.

Vast staat dat aan [A], [B], [C], [D] en [E] bij uitspraken van 30 september 2014 door de Tuchtcommissie een schorsing van 18 maanden is opgelegd, ingaande op 1 oktober 2014. Vast staat eveneens dat [B], [C] en [E] tegen hun uitspraak beroep hebben aangetekend en dat de Landelijke Commissie van Beroep op

21 november 2014 de betreffende uitspraken van de Tuchtcommissie heeft bekrachtigd. Zowel de Tuchtcommissie als de Landelijke Commissie van Beroep (indien beroep is ingesteld) hebben in iedere zaak geoordeeld dat sprake is van buitensporig fysiek geweld buiten een spelsituatie waarbij geen sprake is van strijd om de bal, waardoor de overtreding wordt aangemerkt als een individuele excessieve overtreding. Weliswaar hebben voornoemde personen (nog) geen civiele zaak aanhangig gemaakt, maar daaruit kan, anders dan de KNVB stelt, niet zonder meer worden afgeleid dat zij het eens zijn met de opgelegde schorsing. In de onderhavige kort geding procedure gaat het bovendien om de belangen van SV Huizen en niet om die van individuele spelers. De spelers kunnen gegronde redenen hebben om hun schorsing (vooralsnog) niet aan te vechten. Zo heeft SV Huizen gesteld dat de spelers wegens financiële redenen geen civiele procedure zijn gestart. Dit is door de KNVB niet betwist.

4.6.

In de hiervoor onder 2.8. genoemde bijlage 1 bij de handleiding staat een aantal voorbeelden van overtredingen vermeld dat als exces kan worden aangemerkt. In deze bijlage is – voor zover hier relevant – bepaald dat sprake is van buitensporig fysiek geweld indien sprake is van buitensporig gewelddadig handelen, al dan niet met ernstig letsel tot gevolg, het bij herhaling gewelddadig handelen, het deelnemen aan een collectieve vechtpartij door gewelddadig handelen. Onder gewelddadig handelen wordt volgens de bijlage onder andere verstaan het geven van een vuistslag, stomp, kopstoot, elleboogstoot of kniestoot.

4.7.

In hun uitspraken hebben de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep beide bewezen verklaard dat [E] zich bij gelegenheid van de wedstrijd Huizen-Bennekom, gespeeld op 20 september 2014, te Huizen na afloop van de wedstrijd onbehoorlijk heeft gedragen door meerdere spelers, althans ten minste één speler van Bennekom meerdere keren te hebben geschopt, althans tenminste één keer te hebben geschopt. De bewezenverklaring is gegrond op diverse verklaringen. Door meerdere personen is verklaard dat [E] VV Bennekom speler [F] met een flying kick naar de grond werkte. [E] zelf heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling erkend [F] van achter onderuit te hebben gehaald door de voet van [F] onder zijn lichaam vandaan te vegen. Een dergelijke overtreding valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zonder meer als een individuele excessieve overtreding als bedoeld in de interne regelgeving van de KNVB aan te merken.

4.8.

Dit is anders met betrekking tot SV Huizen 1 spelers [A], [B], [C] en [D]. Ten aanzien van ieder van hen is bewezenverklaard dat zij zich bij gelegenheid van de wedstrijd Huizen-Bennekom, gespeeld op 20 september 2014, te Huizen na afloop van de wedstrijd onbehoorlijk hebben gedragen door meerdere spelers, althans ten minste één speler van Huizen meerdere keren te hebben geslagen, althans ten minste één keer te hebben geslagen. Uit de jegens hen gebezigde bewijsmiddelen leidt de voorzieningenrechter af dat ieder van hen heeft geslagen. Hieruit blijkt echter niet, althans onvoldoende, dat door één of meerdere van hen herhaaldelijk is geslagen.

4.9.

De Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep hebben in hun uitspraken niet gemotiveerd waarom de door [A], [B], [C] en [D] gegeven klappen in dit geval kwalificeren als excessief. De commissies volstaan met het oordeel dat met het geven van een klap sprake is van buitensporig fysiek geweld buiten een spelsituatie, waarbij geen sprake is van strijd om de bal. Dit gebrek aan motivering klemt temeer omdat in artikel 25 van het reglement een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen overtredingen en excessieve overtredingen en voor beide categorieën een verschillende strafmaat wordt gehanteerd. Daar komt nog bij dat in de handleiding duidelijke voorbeelden worden gegeven van excessief geweld.

4.10.

Uit de uitspraken van de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep, valt, door voormeld gebrek aan motivering, niet op te maken waarom de door [A], [B], [C] en [D] gegeven klappen als buitensporig gewelddadig handelen – en daarmee als excessief – vallen aan te merken. Er is immers in dit geval geen sprake van één van de in bijlage 1 bij de handleiding genoemde voorbeelden van gewelddadig handelen (vuistslag, stomp, kopstoot, elleboogstoot of een kniestoot). Weliswaar is deze opsomming niet limitatief, maar niet aannemelijk is dat een lichter vergrijp dient te leiden tot het oordeel dat sprake is van buitensporig geweld. Evenmin is komen vast te staan dat door één of meerdere van voornoemde personen bij herhaling gewelddadig is gehandeld. Derhalve en omdat de strafmaat in grote mate verschilt bij de verschillende kwalificaties van het verweten handelen, lag het op de weg van de commissies om te motiveren dat en waarom de door [A], [B], [C] en [D] gegeven klappen (desondanks) als gewelddadig handelen in de zin van artikel 25 lid 3 van het reglement vallen aan te merken. Dit hebben zij niet gedaan. Ook de KNVB laat na, in aanvulling op de uitspraken van de commissies, in dit kort geding een concrete toelichting te geven waarom de handelingen volgens haar voldoen aan artikel 25 lid 3 van het reglement en daarom als excessief kwalificeren. Weliswaar stelt zij dat een enkele klap al als buitensporig fysiek geweld kan kwalificeren als die handeling plaatsvindt buiten een spelsituatie, maar zij laat na deze stelling nader te onderbouwen, nog daargelaten dat deze geen steun vindt in de handleiding. Het ontbreken van een (deugdelijke) motivering op het punt van de kwalificatie van de verweten gedragingen brengt mee dat de Tuchtcommissie en de Landelijke Commissie van Beroep naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid niet tot de gegeven uitspraken hebben kunnen komen.

4.11.

Hoe afkeurenswaardig het geven van een klap ook is, dient het voorgaande te leiden tot de conclusie dat er voorshands van moet worden uitgegaan dat SV Huizen spelers [A], [B], [C] en [D] zich niet schuldig hebben gemaakt aan een excessieve overtreding. Dit betekent dat er geen sprake kan zijn van een collectieve excessieve overtreding. Immers, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft alleen [E] zich – individueel – schuldig gemaakt aan een excessieve overtreding, terwijl voor een collectief exces is vereist dat naast de excessieve overtreding van [E] nog een excessieve overtreding is begaan door een speler, functionaris of toeschouwer van SV Huizen. Dit betekent evenzeer dat de door de Landelijke Commissie van Beroep aan SV Huizen opgelegde sanctie ongegrond is en derhalve naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen stand kan houden.

4.12.

De stelling van de KNVB dat toewijzing van de vordering onder I. grote en onomkeerbare gevolgen heeft voor de competitie en voor een aantal andere voetbalverenigingen maakt dit niet anders, nu deze winstpunten eerder door de KNVB in mindering zijn gebracht en SV Huizen deze winstpunten wel heeft behaald.

4.13.

Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter de beslissing van de Landelijke Commissie van Beroep van 16 december 2014 schorsen, totdat de rechter in een bodemprocedure uitspraak heeft gedaan. De voorzieningenrechter ziet hierbij aanleiding om SV Huizen te gelasten om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een bodemprocedure aanhangig te maken.

4.14.

Schorsing van voormelde beslissing van de Landelijke Commissie van Beroep brengt met zich dat de KNVB geen nakoming van die beslissing kan vorderen zolang in de bodemprocedure niet anders is beslist. SV Huizen heeft derhalve geen belang bij toewijzing van de vordering onder II.

4.15.

De KNVB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SV Huizen worden begroot op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.523,19

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

schorst, in afwachting van een uitspraak door de rechter in een binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis door SV Huizen aanhangig te maken bodemprocedure, de beslissing van de Landelijke Commissie van beroep van 16 december 2014;

5.2.

veroordeelt de KNVB in de proceskosten, aan de zijde van SV Huizen tot op heden begroot op € 1.523,19;

5.3.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.1

1 type: AL/4335 coll: