Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:1346

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-03-2015
Datum publicatie
02-04-2015
Zaaknummer
16-660074-14; 16-514204-10(TUL); 21-003349-14(TUL)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deels vrijspraak. Veroordeling voor diefstal, poging oplichting, bedreiging en belediging. Herkenning verbalisanten van verdachte op camerabeelden gebruikt voor het bewijs. Geen toepassing adolescentenstrafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/660074-14; 16/514204-10(TUL); 21/003349-14(TUL) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 maart 2015.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1995],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] te [woonplaats], gedetineerd in P.I. Amsterdam, Huis van Bewaring Het Schouw te Amsterdam.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: Santander Consumer Finance Benelux B.V., dan wel een medewerker van dit bedrijf, heeft opgelicht waardoor hij een doorlopend krediet van € 15.000,00 tot zijn beschikking kreeg.

Feit 2: Een geldbedrag van € 22.570,00 van Santander Consumer Finance Benelux B.V. heeft weggenomen door gebruik te maken van pinpassen op naam van derden.

Feit 3: Twee politieagenten heeft bedreigd.

Feit 4: Twee politieagenten heeft beledigd.

Feit 5: Heeft geprobeerd Websend B.V., dan wel een medewerker van PostNL op te lichten.

Feit 6: Een politieagent heeft beledigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Meer specifiek acht de officier van justitie ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde enkel wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor de diefstal met de pas op naam van [benadeelde 1]. Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat zeer kort nadat de pincode door de ontvanger is ontvangen met de betreffende pas geld wordt opgenomen. Daarbij liggen de adressen waar de passen naartoe verzonden worden en de plaatsen waar vervolgens gepind wordt in elkaars nabijheid. Dit is het werkterrein van verdachte. Verdachte wordt herkend op camerabeelden terwijl hij pint met een van de passen. Onder verwijzing naar het Murray-arrest kunnen aan het zwijgen van verdachte conclusies worden verbonden in het kader van de bewijsvraag.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat niet alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hiertoe heeft de raadsman onder meer het volgende aangevoerd:

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte ontkent dit feit. Er is geen enkel bewijs in het dossier aanwezig dat verdachte de persoon is geweest die Santander Consumer Finance Benelux B.V. heeft opgelicht. Verdachte dient van het aan hem onder 1 ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2:

Niet kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte dit feit heeft begaan. Verdachte ontkent dat hij de persoon is die op de camerabeelden te zien is tijdens het pinnen met de pas van [benadeelde 1]. De herkenningen van de verbalisanten zijn onvoldoende betrouwbaar om tot het bewijs gebruikt te kunnen worden. Daarbij zijn niet van alle pintransactie beelden opgenomen in het dossier, zodat in ieder geval voor de transacties van 25 december 2013 tot en met 3 januari 2014 geen bewijs aanwezig is. Evenmin is direct bewijs in het dossier aanwezig voor enige betrokkenheid van verdachte bij de diefstal door gebruikmaking van de pas op naam van [benadeelde 2].

Verdachte dient van het aan hem onder 2 ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 3 en feit 4:

Verdachte bekent dat hij de agenten heeft beledigd. De bedreigingen ontkent hij. Daarvan dient hij te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5:

Er is geen enkel bewijs in het dossier aanwezig om tot een bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen. Ook is geen enkel bewijs in het dossier aanwezig dat verdachte de handelingen die onder de eerste drie gedachtestreepjes op de tenlastelegging zijn vermeld heeft begaan. Het laatste gedachtestreepje zou eventueel over kunnen blijven. Echter, verdachte heeft zich niet anders voorgedaan en heeft geen listige kunstgreep toegepast. Het handelen kan niet als oplichting gekwalificeerd worden. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken. Subsidiair dient verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat er sprake is van een ondeugdelijke poging.

Ten aanzien van feit 6:

Verdachte heeft de belediging bekend. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

4.3.1

De integrale vrijspraak van feit 1 en de partiële vrijspraak van feit 2

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is, waaruit volgt dat het verdachte is geweest die de oplichtingshandelingen, zoals omschreven in de tenlastelegging, heeft begaan. Daarbij is het tijdsbestek tussen het ontvangen van de pincodes door de oplichter en het pinnen met de pas niet dusdanig kort dat hieruit de conclusie kan worden getrokken dat het verdachte moet zijn geweest die alle oplichtingshandelingen heeft gepleegd.

Nu het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om te kunnen bewijzen dat verdachte met de pinpas/creditcard op naam van [benadeelde 2] geldbedragen heeft opgenomen.

Nu het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de rechtbank verdachte ten aanzien van het verwijt betreffende [benadeelde 2] vrijspreken. Ook zal de rechtbank verdachte vrijspreken van die pintransacties met de pas op naam van [benadeelde 1] waarvan geen foto’s van camerabeelden in het dossier aanwezig zijn.

4.3.2

De herkenningen van de verbalisanten

Door de verdediging is aangevoerd dat de herkenningen van de verbalisanten niet tot het bewijs gebezigd mogen worden, omdat deze herkenningen -kort gezegd- onvoldoende betrouwbaar zijn en onder meer gekleurd zijn door ambtshalve wetenschap bij de verbalisanten omtrent de persoon van verdachte.

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat de herkenningen van de verbalisanten van verdachte op de camerabeelden van de ABN Amro bank wel betrouwbaar zijn.

Verbalisant [verbalisant 1] is wijkagent in de gemeente te De Bilt en onder andere verantwoordelijk voor de wijk [wijk]. In die hoedanigheid heeft hij regelmatig in de wijk contact met verdachte. Zijn eerste contact met verdachte was toen verdachte 11 jaar oud was. Verdachte is hem ambtshalve bekend. Op het bureau heeft verbalisant [verbalisant 1] een zevental foto’s van pinacties bekeken. Op alle foto’s, behalve op foto 5, herkende hij direct en zonder enige twijfel verdachte. Hij herkende verdachte aan zijn haardracht, gezicht, ogen, neus en lippen.

Verbalisant [verbalisant 2] is sinds 2009 werkzaam in de incidentenafhandeling van wijkteam De Bilt/Bilthoven en is in die hoedanigheid zeer regelmatig met verdachte in contact geweest. Ook verbalisant [verbalisant 2] herkende verdachte op de foto’s 1 tot en met 4 en foto’s 6 en 7. Hij herkende verdachte aan zijn spitse gezicht, zijn spitse lange neus en de stand van zijn wenkbrauwen.

Verbalisant [verbalisant 3] is werkzaam in de incidentenafhandeling van wijkteam De Bilt/Bilthoven. Hij kent verdachte van de straat en heeft met hem te maken gekregen tijdens de incidentenafhandeling.

De verbalisanten hebben verdachte niet alleen herkend, maar ook verklaard dat en waarom zij verdachte kennen. De rechtbank kan slechts beoordelen of dergelijke herkenningen in redelijkheid mogelijk zijn. Voor dit oordeel heeft de rechtbank gelet op de mate van duidelijkheid en helderheid van de foto’s en meer in het bijzonder op de weergave van de persoon die op de foto’s die zich in het dossier bevinden staat afgebeeld. Op basis daarvan acht de rechtbank het mogelijk dat iemand die deze persoon reeds kent hem op deze beelden herkent. Dit maakt dat de rechtbank waarde hecht aan de inhoud van de verklaringen van voornoemde verbalisanten en dat zij deze verklaringen voor het bewijs zal gebruiken. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

4.3.3

Het bewijs

Ten aanzien van feit 4 en feit 6

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem onder 4 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Verdachte heeft deze feiten bekend en de verdediging heeft op deze onderdelen geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

- De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 februari 2015.2

- De bevindingen van [verbalisant 4] d.d. 5 november 2014.3

- De aangifte van [verbalisant 5] d.d. 6 november 2014.4

- Het proces-verbaal van bevindingen met daarin de verklaring van verdachte d.d. 30 september 2013.5

- De aangifte van [verbalisant 1] d.d. 28 september 2013.6

Ten aanzien van feit 2

Bij Santander Consumer Finance Benelux B.V. is door [benadeelde 1] een doorlopend krediet aangevraagd. Toen [benadeelde 1] inlogde zag hij dat er geen openstaand saldo meer was op zijn krediet. Hij wist dat er nog ongeveer 4.000,00 euro moest worden ingelost.7 Er is op frauduleuze wijze met zijn Santander Card geld opgenomen.8 Op 20 december 2013 werd € 750,00 opgenomen bij de ABN Amro Bilthoven, Vinkenlaan 2 om 21:40:41 uur en op 5 januari 2014 werd twee keer € 100,00 opgenomen bij de ABN Amro Bilthoven, Vinkenlaan 2, om 4:10:18 uur en 18:31:15 uur.9

Van de ABN bank Vinkenlaan 2 te Bilthoven werden beelden gevorderd.

Film 1: Datum 20-12-2013, aanvang 21.40.48 uur is een jongeman te zien bij de pinautomaat. Te zien is dat de man pint en geld uit de automaat haalt. Van deze film zijn 3 foto’s gemaakt.

Film 2: Datum 05-01-2014, aanvang 04.09.15 uur, is een jongeman voor de pinautomaat te zien. Van deze film zijn foto 4 en 5 gemaakt.10

Film 3: Datum 05-01-2014, aanvang 18.31.41 is een jongeman voor de pinautomaat te zien. Van deze film zijn foto 6 en 7 gemaakt.11

Verbalisant [verbalisant 1] herkende de afgebeelde jongen direct en zonder enige twijfel als verdachte. Hij herkende hem voor 100%.12 Ook verbalisant [verbalisant 2] herkende verdachte voor 100% op de foto’s 1, 2, 3, 4, 6 en 7.13 Verbalisant [verbalisant 3] herkende verdachte op de foto’s.14

Ten aanzien van feit 3

Verbalisant [verbalisant 4], hoofdagent van politie, heeft verklaard dat hij op 5 november 2014 in Houten was. Hij was samen met collega [verbalisant 5].15 Hij hoorde dat verdachte zei: ‘Ik schiet je kapot’ of ‘lk schiet je dood’ en ‘Ik wacht jullie op’. [verbalisant 4] voelde zich hierdoor bedreigd.16 Verbalisant [verbalisant 5], aspirant van politie, heeft op zijn beurt verklaard dat hij op 5 november met collega [verbalisant 4] in Houten was.17 Hij hoorde verdachte zeggen dat hij hem of zijn collega zou neerschieten en dat hij hem en zijn collega zou opwachten. Verbalisant [verbalisant 5] voelde zich bedreigd door de geuite bedreiging.18

Ten aanzien van feit 5

Namens Websend BV is aangifte van poging tot oplichting gedaan. [betrokkene] te Bilthoven heeft een aanvraag ingediend voor een telefoonabonnement inclusief een I-phone 5.19 Door Websend is vervolgens aan [betrokkene] een I-phone 5 verzonden.20 [medewerker Post NL] (hierna: [medewerker Post NL]), werkzaam bij Post NL, heeft verklaard dat hij op 28 september 2013 een pakketje had voor [betrokkene] te Bilthoven. Hij belde aan bij het adres. Er werd niet gereageerd of open gedaan. Uit de flat kwam een jongen naar hem toegelopen die hem aansprak dat het pakketje voor hem was.21 Hij liet een legitimatiebewijs zien. Het was niet de naam van het pakketje. De jongen zei nogmaals dat het pakketje voor hem was. [medewerker Post NL] benadrukte dat hij het niet kon afgeven. De jongen riep dat [medewerker Post NL] het pakketje gewoon af moest geven.22 Getuige [getuige] heeft op zijn beurt verklaard dat hij op 28 september 2013 werd gebeld door [medewerker Post NL]. Hij hoorde hem zeggen dat een jongen een pakketje opeiste en dat de naam van de jongen niet overeen kwam met de naam op het pakketje.23 Verbalisant [verbalisant 1] kwam ter plaatse.24 [verbalisant 1] vroeg aan verdachte of hij wist wat er in het pakketje zat. Hij hoorde verdachte zeggen: ‘Iphone 5’.25

Aanvullende bewijsoverweging

Verdachte heeft zich op 28 september 2013 opgehouden in de buurt van het adres van [betrokkene] te Bilthoven alwaar een pakketje bezorgd zou worden. Op het moment dat de bezorger bij het adres aanbelde en constateerde dat er niet werd open gedaan, heeft verdachte de bezorger benaderd en tegen hem gezegd dat het pakketje voor hem was. Toen de bezorger tegen verdachte zei dat hij het pakketje niet af kon geven, omdat zijn naam niet overeenkwam met de naam op het pakketje, werd verdachte boos en eiste van [medewerker Post NL] dat hij het pakketje aan hem zou geven. Nadat de politie ter plaatse was gekomen, bleek dat verdachte op de hoogte was van de inhoud van het pakketje.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich heeft voorgedaan als rechthebbende van de Iphone 5 door tegen de bezorger te zeggen dat het pakketje voor hem was om zo de bezorger te bewegen het pakketje met de Iphone 5 aan verdachte te overhandigen.

Gelet op de gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat verdachte het oogmerk had op de wederrechtelijke bevoordeling van zichzelf en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot oplichting.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

2.

op tijdstippen in de periode van 29 november 2013 tot en met 3 juni 2014 te Bilthoven, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een pinautomaat heeft weggenomen een geldbedrag van € 950,00, toebehorende aan Santander Consumer Finance B.V., waarbij verdachte telkens zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel een valse sleutel, immers heeft

verdachte telkens een creditcard/pinpas op naam van [benadeelde 1] ingevoerd in een pinautomaat en vervolgens de bijbehorende pincode ingetoetst;

3.

op 5 november 2014 te Houten, [verbalisant 4] hoofdagent van politie en [verbalisant 5]

aspirant van politie heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 4] en [verbalisant 5] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik schiet je kapot!" en/of "Ik schiet je dood!" en/of "ik wacht jullie op!";

4.

op 5 november 2014 te Houten, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerhollander" en/of "Varken" en/of "Varkensvlees" en/of in de Arabische taal "Hoerenzoon";

5.

parketnummer 661932-13

op 28 september 2013 te Bilthoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid Websend B.V. en/of [medewerker Post NL] medewerker van Post NL, te bewegen tot de afgifte van een I-phone 5, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk in strijd met de waarheid als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte,

- ten tijde van de aflevering van voornoemde telefoon zich in de omgeving van

het adres van die [betrokkene] opgehouden en tegen die [medewerker Post NL] die de

bestelling af kwam leveren gezegd (zakelijk weergegeven) dat het een voor,

hem, verdachte, bestemd pakketje betrof en zich voorgedaan als rechthebbende van die Iphone 5, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

6.

parketnummer 661932-13

op 28 september 2013 in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk beledigend [verbalisant 1], brigadier van Politie, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kanker turk", "vuil varken" en "kankermongool".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

Feit 2: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

Feit 4 Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Feit 3: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 5: Poging oplichting.

Feit 6: Eenvoudige belediging.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 tot en met 6 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de volgende bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen:

- dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen die de Reclassering hem geeft, ook als dat inhoudt dat verdachte wordt verplicht om een behandeltraject te volgende bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de Reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven en zolang de Reclassering dit nodig acht. Voorafgaand hieraan zal eerst een psychologisch onderzoek plaatsvinden, waarna een passende behandeling zal worden bepaald.

- dat verdachte wordt verplicht om mee te werken met een opleidings-/werktraject bij een instelling zoals Werk en Inkomen BBS en de aanwijzingen van de toezichthouder dient op te volgen.

- dat verdachte verplicht wordt een agressieregulatietraining te volgen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de meeste feiten vrijspraak bepleit. Wanneer wel tot bewezenverklaring over zal worden gegaan, dient te worden volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest, aldus de raadsman. In dit verband heeft de raadsman onder meer gewezen op het feit dat dit de eerste keer is dat verdachte in detentie verblijft. Voorts heeft de raadsman verzocht in matigende zin rekening te houden met de voorgeschiedenis van verdachte, waarin sprake is geweest van uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank ziet, gelet op de inhoud van het dossier, het verhandelde ter terechtzitting en het advies van de Reclassering van 23 januari 2015, geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een aantal zeer vervelende strafbare feiten gepleegd. Hij heeft geld gepind van een rekening waarvan verdachte geen rechthebbende was. Daarbij heeft verdachte gebruik gemaakt van een pinpas op naam van een ander. Ook heeft verdachte geprobeerd een Iphone 5 in zijn bezit te krijgen door zich voor te doen als de rechthebbende van deze Iphone 5. Door op dergelijke wijzen te handelen heeft verdachte (geprobeerd) derden te benadelen ten behoeve van zijn eigen (financiële) gewin. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Voorts heeft verdachte politieagenten tijdens het uitoefenen van hun functie beledigd en bedreigd. Verdachte heeft het respect en het gezag ten aanzien van deze ambtenaren die een publieke taak verrichten ondermijnd. Ook heeft hij hen in hun goede eer en naam aangetast.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit volgt dat verdachte in 2013 en 2014 is veroordeeld voor respectievelijk oplichting, het medeplegen van oplichting en opzetheling, alsmede voor eenvoudige belediging en poging oplichting. Van deze zaken ligt thans ook de vordering na voorwaardelijke veroordeling ter beoordeling voor aan de rechtbank voor.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het Reclasseringsadvies van 23 januari 2015. Hierin staat dat er sprake is van verschillende instabiele levensgebieden. Zo laat verdachte antisociaal gedrag zien met name in contact met autoriteiten. Zijn ouders kunnen niet goed omgaan met het antisociale gedrag van verdachte. Verdachte heeft geen opleiding afgerond en heeft geen dagbesteding of inkomen. De Reclassering acht een Reclasseringstoezicht geïndiceerd, waarbinnen eerst een onderzoek verricht dient te worden naar de actuele geestesgesteldheid van verdachte bij een instelling voor ambulante forensische psychiatrie. Op basis van de resultaten van een dergelijk onderzoek dient een passend behandeltraject te worden gestart. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard open te staan voor behandeling door tussenkomst van de Reclassering.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden een gevangenisstraf passend en geboden is. Niet kan worden volstaan met een andere straf dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel ziet de rechtbank, gelet op de vrijspraak voor feit 1 en de partiele vrijspraak ten aanzien van feit 2 aanleiding af te wijken van de strafeis zoals door de officier van justitie geformuleerd. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 120 dagen. De rechtbank acht het niet opportuun om daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Gelet op de zorgen die er omtrent verdachte zijn en het advies van de Reclassering, ziet de rechtbank wel aanleiding bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen. Dit zal gekoppeld worden aan de hierna nog te bespreken vorderingen na voorwaardelijke veroordeling welke aanhangig zijn.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van benadeelde partij Santander Consumer Finance Benelux B.V. wordt toegewezen tot een bedrag van € 9.359,20 zijnde het opgenomen krediet ten name van [benadeelde 1].

9.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsman primair verzocht de vordering van benadeelde partij Santander Consumer Finance Benelux B.V. niet-ontvankelijk te verklaren.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering te matigen tot een bedrag van € 950,00 zijnde het bedrag dat terug te herleiden is naar de pintransacties die op camerabeelden zijn vastgelegd.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van benadeelde partij Santander Consumer Finance Benelux B.V. levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 979,85, te weten de bedragen die door verdachte zijn gepind op 20 december 2013 en 5 januari 2014 (€ 950,00), almede de transactiekosten (3 x €9,95).

De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 20 december 2013 voor een bedrag van € 759,95 en berekend vanaf 5 januari 2014 voor een bedrag van € 219,90, zijnde de data waarop de schade is ontstaan.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Deze opgevoerde schadebedragen behelzen geen rechtstreekse schade die is ontstaan door het bewezenverklaarde feit.

10 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

10.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling met parketnummers 16/514204-10 en 21/003349-14 toe te wijzen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering met parketnummer 16/514204-10.

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 21/003349-14 heeft de raadsman primair verzocht de proeftijd te verlengen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 16/514204-10

Bij de stukken bevindt zich de op 24 december 2014 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met bovenvermeld parketnummer, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 6 maart 2012 van de kinderrechter in deze rechtbank, waarbij verdachte is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel te gelasten.

Ten aanzien van parketnummer 21/003349-14

Bij de stukken bevindt zich de op 23 december 2014 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met bovenvermeld parketnummer, betreffende het onherroepelijk geworden arrest d.d. 1 oktober 2014 van de het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd (te weten 15 oktober 2016) niet schuldig zal maken een aan strafbaar feit.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank zal echter niet de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf gelasten, nu een deel van de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd voordat de voorwaardelijk opgelegde straf is opgelegd. Voorts neemt de rechtbank in overweging dat zij de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 16/514204-10 heeft gelast. Wel ziet de rechtbank aanleiding, ex artikel 14f van het Wetboek van Stafrecht, de volgende bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf te koppelen:

- dat veroordeelde zich moet houden aan de aanwijzingen die de Reclassering hem geeft, ook als dat inhoudt dat verdachte wordt verplicht om een behandeltraject te volgende bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de Reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven en zolang de Reclassering dit nodig acht. Voorafgaand hieraan zal eerst een psychologisch onderzoek plaatsvinden, waarna een passende behandeling zal worden bepaald.

- dat veroordeelde wordt verplicht om mee te werken met een opleidings-/werktraject bij een instelling zoals Werk en Inkomen BBS en de aanwijzingen van de toezichthouder dient op te volgen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14f, 14g, 45, 57, 63, 266, 267, 285, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- Verklaart het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

- Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 2: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

Feit 4: Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Feit 3: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 5: Poging oplichting.

Feit 6: Eenvoudige belediging.

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partij

- Wijst de vordering van Santander Consumer Finance Benelux B.V. toe tot een bedrag van € 979,85 (zegge negenhonderdnegenenzeventig euro en vijfentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 20 december 2013 voor een bedrag van € 759,95 en berekend vanaf 5 januari 2014 voor een bedrag van € 219,90, tot aan de dag van de algehele voldoening.

- Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Santander Consumer Finance Benelux B.V. voornoemd.

- Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

- Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

- Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank (16/514204-10) opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

- Gelast de toevoeging van de volgende bijzondere voorwaarden bij genoemd arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (21/003349-14);

* dat veroordeelde zich moet houden aan de aanwijzingen die de Reclassering hem geeft, ook als dat inhoudt dat verdachte wordt verplicht om een behandeltraject te volgende bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de Reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven en zolang de Reclassering dit nodig acht. Voorafgaand hieraan zal eerst een psychologisch onderzoek plaatsvinden, waarna een passende behandeling zal worden bepaald.

* dat veroordeelde wordt verplicht om mee te werken met een opleidings-/werktraject bij een instelling zoals Werk en Inkomen BBS en de aanwijzingen van de toezichthouder dient op te volgen.

Voorlopige hechtenis

- Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 maart 2015.

Mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november

2013 tot en met 04 december 2013 te Bilthoven en/of Soest, althans in

Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of

door een samenweefsel van verdichtsels, (een) medewerker(s) van Santander

Consumer Finance Benelux B.V., althans van een (kredietverstrekkend) bedrijf,

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een (nieuwe) Santander Card (met

een doorlopend krediet van 15.000 Euro), in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- die medewerker(s) van voornoemd bedrijf opgebeld en/of

- zich voorgedaan als de tenaamgestelde/klant van een reeds afgesloten krediet

en/of

- in die/de hoedanigheid (van de tenaamgestelde/klant van dat reeds afgesloten

krediet) het woonadres laten wijzigen en/of

- ( vervolgens) een nieuwe Santander Card aangevraagd en/of naar (voornoemd)

gewijzigd woonadres laten sturen en/of

- ( vervolgens) de door hem ontvangen Santander Card geactiveerd (waarna de

bijbehorende pincode ook naar voornoemd gewijzigd woonadres verzonden werd),

waardoor die medewerker(s) van Santander Consumer Finance Benelux B.V.

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 november

2013 tot en met 03 juni 2014 te Bilthoven en/of Utrecht, althans in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een / diverse pin- en/of

betaalautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag van (tot een totalbedrag

van ongeveer) 22.570 Euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Santander Consumer Finance B.V., in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte (telkens) zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel een valse sleutel, immmers heeft

verdachte (telkens) een creditcard/pinpas op naam van [benadeelde 1] en/of

[benadeelde 2] ingevoerd in een pinautomaat en/of (vervolgens) de bijbehorende

pincode(s) ingetoetst;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 05 november 2014 te Houten, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, [verbalisant 4] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 5]

(aspirant van politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde [verbalisant 4] en/of [verbalisant 5] dreigend de woorden toegevoegd:"Ik schiet je

kapot!" en/of "Ik schiet je dood!" en/of "ik wacht jullie op!", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 05 november 2014 te Houten, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten

[verbalisant 4] en/of [verbalisant 5], gedurende en / of ter zake van de rechtmatige

uitoefening van zijn/hun bediening, in diens / dier tegenwoordigheid mondeling

heeft toegevoegd de woorden "Kankerhollander" en/of "Varken" en/of

"Varkensvlees" en/of (in de Arabische taal) "Hoerenzoon", althans woorden van

gelijke beledigende aard en / of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5.

parketnummer 661932-13

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 28 september

2013 te Bilthoven, gemeente De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en /

of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel

van verdichtsels, Websend B.V. en/of [medewerker Post NL] (medewerker van Post NL), te

bewegen tot de afgifte van een I-phone 5, in elk geval van enig goed,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en / of

listiglijk en / of bedrieglijk en / of in strijd met de waarheid als volgt

heeft gehandeld:

zijnde en / of hebbende hij, verdachte, en / of (één of meer van) zijn

mededader(s)

- op naam van [betrokkene] voornoemde telefoon (in combinatie met een

abonnement) besteld/aangevraagd en/of

- ( buiten medeweten van [betrokkene]) een kopie van de persoonspagina van het

paspoort van die [betrokkene] aan Websend B.V. verzonden en/of

- een vals, althans vervalst, bankafschrift voorzien van de naam

[betrokkene] aan Websend B.V. verzonden, en/of

- ten tijde van de aflevering van voornoemde telefoon zich in de omgeving van

het adres van die [betrokkene] opgehouden en/of tegen die [medewerker Post NL] (die de

bestelling af kwam leveren) gezegd (zakelijk weergegeven) dat het een voor,

hem, verdachte, bestemd pakketje betrof en/of dat hij, verdachte, een

machtiging had van de bewoner (zijnde die [betrokkene]), althans zich voorgedaan

als rechthebbende van die Iphone 5,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

parketnummer 661932-13

hij op of omstreeks 28 september 2013 te Zeist, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, opzettelijk beledigend [verbalisant 1], brigadier van Politie, in

diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kanker turk",

"vuil varken" en/of "kankermongool", althans woorden van gelijke beledigende

aard en / of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 februari 2015.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] d.d. 5 november 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 97.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 5] d.d. 6 november 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 102.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van [A] en [B] d.d. 30 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 54.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van [A] en [B] d.d. 30 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 26 en 27.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3], namens Santander, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 11.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3], namens Santander, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 12.

9 Het geschrift, te weten een uitdraai van Santander Consumer Finance met betrekking tot geldopnamen, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 18.

10 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 25.

11 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 25.

12 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 februari 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 28.

13 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 maart 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 30.

14 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 32.

15 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] d.d. 5 november 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 96.

16 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] d.d. 5 november 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 97.

17 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] d.d. 6 november 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 104.

18 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] d.d. 6 november 2014, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 105.

19 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4], namens Websend BV d.d. 2 oktober 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 14.

20 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4], namens Websend BV d.d. 2 oktober 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 15.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [medewerker Post NL] d.d. 28 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 21.

22 Het proces-verbaal van verhoor getuige [medewerker Post NL] d.d. 28 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 22.

23 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 29 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 23.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 28 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 9.

25 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 28 september 2013, opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer [nummer], p. 10.