Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7580

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-02-2014
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
C/16/359264 / HA ZA 13-1159
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2014:4312
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/359264 / HA ZA 13-1159

Vonnis van 12 februari 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VEBU B.V.,

gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VEBU HOLDING B.V.,

gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. G. Dietz,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. F.W. Aartsen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte van eiseressen in conventie

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie.

1.2.

Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een comparitie zal worden gelast.

2 De overwegingen

2.1.

De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

2.2.

Elk van partijen wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de rechter (t.a.v. de roladministratie) en aan de wederpartij toe te zenden (kopieën van) de bescheiden (voor zover nog niet in het geding gebracht) waarop zij ter comparitie een beroep wenst te doen (zie artikel 2.9 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken).

2.3.

Verweersters in reconventie hebben de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. Verweersters in reconventie moeten een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.

2.4.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

2.5.

De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

2.6.

Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

2.7.

Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn.

2.8.

Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen.

2.9.

Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

2.10.

De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

2.11.

Indien partijen, zonder dat daaraan voorafgaand een comparitie wordt gehouden, gebruik willen maken van de mogelijkheid de zaak door te verwijzen naar een mediator, dienen zij dat binnen twee weken na de datum van dit vonnis aan de griffie te berichten.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

3.2.

bepaalt dat [gedaagde sub 3] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Vebu B.V., Vebu Holding B.V., [gedaagde sub 1] B.V. en [gedaagde sub 2] B.V. dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen 2 weken na vonnisdatum voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de acht maanden vanaf de opgave, bij welke opgave zij ten minste vijftien dagdelen vrij dienen te laten waarop de comparitie zou kunnen plaatsvinden, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

3.4.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

3.5.

bepaalt dat na vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

3.6.

wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken,

3.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Hoogeveen en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2014.1

1 type: LD/4046coll: