Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7547

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-12-2014
Datum publicatie
14-08-2015
Zaaknummer
16/661897-14, 16/191522-14, 21/003694-11(Tul) en 21/008717-13 (Tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661897-14, 16/191522-14, 21/003694-11(Tul) en 21/008717-13 (Tul)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 30 december 2014.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1977] ,

gedetineerd in het Huis van Bewaring te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. K.M.S. Bal, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de zaak met parketnummer 16/661987-14

- ( (primair) in de periode van 1 tot en met 2 oktober 2014 in Utrecht uit een personenauto een navigatiesysteem heeft weggenomen dan wel (subsidiair) in voornoemde periode een navigatiesysteem heeft geheeld.

In de zaak met parketnummer 16/191522-14

- op 3 september 2014 te Utrecht een fiets heeft gestolen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht in de zaak met parketnummer 16/661987-14 het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. Het in de zaak met parketnummer 16/191522-14 ten laste gelegde acht de officier van justitie eveneens, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/661897-14 ten laste gelegde heeft de verdediging vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat verdachte het navigatiesysteem heeft gestolen, gelet op het tijdsverloop tussen het achterlaten van de auto en het aantreffen van verdachte met het navigatiesysteem. In de auto zijn ook geen sporen van verdachte aangetroffen. Met betrekking tot de subsidiair ten laste gelegde heling refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16/191522-14 ten laste gelegde feit heeft de verdediging vrijspraak bepleit, gelet op de ontkennende verklaring van verdachte.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het bewijs1 in de zaak met parketnummer 16/661897-14

Op 2 oktober 2014 omstreeks 04.10 uur controleerden twee verbalisanten een man die zich verdacht ophield bij een fiets.2 Omdat de man op vordering van de verbalisanten geen identiteitsbewijs kon tonen, is de man gefouilleerd. Hierbij is in de rechterzak van het trainingsjack van de man een navigatiesysteem van het merk TomTom aangetroffen. De man gaf aan te zijn genaamd [verdachte] .3

In de omgeving is vervolgens door een verbalisant gezocht naar auto’s die mogelijk opengebroken waren. Op 2 oktober omstreeks 04.20 uur is op de [adres] een Skoda Fabio aangetroffen, met kenteken [kenteken] , waarvan het scheerraampje van het rechterachterportier vernield was. De verbalisant zag dat de achterbank naar voren was geklapt, dat het dashboardkastje openstond en dat dit kastje leeg was. De Skoda Fabio met voornoemd kenteken staat op naam van [benadeelde 1] , woonachtig te Utrecht.4

Het bij verdachte aangetroffen navigatiesysteem is vervolgens uitgelezen. Hierin was als huisadres de [adres] vermeld. Door een verbalisant is vervolgens contact opgenomen met de persoon die op dit adres stond ingeschreven. Deze persoon verklaarde dat hij een week geleden naar dit adres was verhuisd en dat de vorige bewoners [benadeelde 2] en [benadeelde 3] heetten.5

Door [benadeelde 3] is op 2 oktober 2014 namens [benadeelde 1] aangifte gedaan van diefstal van een navigatiesysteem, merk TomTom, uit de Skoda Fabio met kenteken [kenteken] . In de aangifte is vermeld dat de auto op 1 oktober 2014 omstreeks 23.30 uur is geparkeerd op de [adres] en afgesloten en in goede staat is achtergelaten. Op 2 oktober 2014 omstreeks 05.45 uur constateerde aangever dat het rechter scheerraampje aan de achterzijde van de auto was vernield en dat de TomTom met lader uit het dashboardkastje was weggenomen.6

Bewijsoverwegingen

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank heeft daarbij met name in aanmerking genomen het korte tijdsbestek tussen enerzijds het onbeschadigd achterlaten van de auto met daarin het navigatiesysteem en het aantreffen van verdachte met dit navigatiesysteem in de buurt van deze (inmiddels opengebroken) auto anderzijds. Gelet hierop - en ook gelet op het ontbreken van een andere aannemelijke verklaring - kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte dit navigatiesysteem uit de Skoda Fabio heeft gestolen.

Het bewijs7in de zaak met parketnummer 16/191522-14

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en baseert haar oordeel op het volgende.

Getuige [getuige 1] was op 3 september 2014 omstreeks 11.30 uur aan het werk op de 9e verdieping van een flat aan de [adres] . Hij zag aan de overkant van de straat een jongen lopen die gekleed was in een beige jas met capuchon. De jongen viel hem op omdat hij de capuchon over zijn hoofd had zitten, terwijl het buiten 25 graden was. Toen hij enkele minuten weer naar buiten keek, zag hij dezelfde jongen lopen met een donkere damesfiets met achterop een grijs kinderzitje met roze armleuningen, die hij aan de achterzijde optilde. Hij zag dat de jongen in de richting van de Marokkodreef liep. Omdat hij vermoedde dat de fiets net door die jongen gestolen was, heeft hij de politie gebeld.8

Deze verklaring wordt bevestigd door getuige [getuige 2] , die eveneens op 3 september 2014 omstreeks 11.30 uur op de [adres] een man zag lopen in een beige jas met een capuchon op die een fiets met kinderzitje achterop in zijn hand had. Deze fiets tilde hij aan de achterkant op.9

Op 3 september 2014 omstreeks 11.40 uur ziet een verbalisant in de bossages aan de Marokkodreef een man lopen die aan het opgegeven signalement voldeed. Toen de verbalisant de auto parkeerde om de man staande te houden, rende de man weg.10 Op de plek in de bossages waar de man stond, is een damesfiets met achterop een kinderzitje met roze armleuningen aangetroffen. De fiets was op slot.11 Korte tijd later heeft deze verbalisant op de Nigerdreef een man aangehouden die voldeed aan het opgegeven signalement. De man werd door de verbalisant ambtshalve herkend als [verdachte] .12

[benadeelde 4] heeft op 3 september 2014 aangifte gedaan van diefstal van haar fiets. Zij heeft verklaard dat zij op 3 september omstreeks 9.30 uur haar fiets, een donkere damesfiets met achterop een grijs kinderzitje met roze armleuningen, afgesloten had geparkeerd in het fietsenrek voor de [adres] en dat zij om 12.05 uur zag dat haar fiets weg was.13

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

In de zaak met parketnummer 16/661897-14

(primair) in de periode van 1 oktober 2014 tot en met 2 oktober 2014 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (te

weten een Skoda Fabia, kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen een navigatiesysteem (TOMTOM), toebehorende aan [benadeelde 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

in de zaak met parketnummer 16/191522-14

op 3 september 2014 in de gemeente Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4]

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

In de zaak met parketnummer 16/661897-14

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

in de zaak met parketnummer 16/191522-14

Diefstal

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen verklaarde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 20 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een klinische opname in De Wier plus of een soortgelijke instelling voor de duur van maximaal 12 maanden.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het opleggen van een lagere straf bepleit. Verder heeft de verdediging gesteld dat verdachte bereid is mee te werken aan reclasseringstoezicht en een klinische opname.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een auto opengebroken en daaruit een navigatiesysteem gestolen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het stelen van een fiets. De rechtbank acht de bewezenverklaarde feiten ernstig. Kennelijk heeft verdachte zich bij het plegen van deze diefstallen enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin en heeft hij geen oog gehad voor wat hij zijn slachtoffers aandoet. Dergelijke brutale diefstallen hebben bovendien tot gevolg dat het gevoel van onveiligheid en onrust in de samenleving in het algemeen toeneemt.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder rekening gehouden met:

- een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 november 2014 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder veel vermogensdelicten;

- het rapport van Reclassering Nederland van 12 december 2014, opgesteld door

R. Mulder, reclasseringswerker. Hierin is vermeld dat verdachte al langdurig

harddrugs verslaafd is, niet over zelfstandige woonruimte beschikt en schulden heeft. Er is bij verdachte een antisociale persoonlijkheidsstoornis gediagnostiseerd, alsmede zwakbegaafdheid. Omdat het recidiverisico wordt ingeschat als hoog, wordt geadviseerd reclasseringstoezicht op te leggen met als bijzondere voorwaarde klinische opname op basis van een door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling, alsmede opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een meldplicht.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend is. De rechtbank acht dan ook een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 20 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden. Met het voorwaardelijke strafdeel wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Deze voorwaardelijke straf maakt tevens een verplichte begeleiding door de reclassering onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden mogelijk.

9 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

9.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Ten aanzien van parketnummer 21/003694-11

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van 20 december 2012, ten uitvoer zal worden gelegd, nu verdachte zich wederom aan strafbare feiten schuldig heeft gemaakt. De verdediging heeft verzocht, gelet ook op de gewenste klinische opname van verdachte, de proeftijd met een jaar te verlengen

Ten aanzien van parketnummer 21/008717-13

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de proeftijd in deze zaak met een jaar verlengen. Gelet op de door de reclassering geadviseerde klinische opname, betekent verlenging van de proeftijd een extra stok achter de deur voor verdachte. De verdediging heeft zich hierbij aangesloten

9.2

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 21/003694-11

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

Met betrekking tot parketnummer 21/008717-13

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe thans niet overgaan, maar, gelet ook op hetgeen de officier van justitie en de verdediging naar voren hebben gebracht, de proeftijd met een jaar verlengen.

10 Het beslag

10.1

De verbeurdverklaring

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

10.2

De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 33, 33a, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank beslist als volgt:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

In de zaak met parketnummer 16/661897-14

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

in de zaak met parketnummer 16/191522-14

Diefstal

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur 120 dagen waarvan 20 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd (een van) de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich houdt aan de aanwijzingen van Reclassering Victas, ook als dat inhoudt:

  • -

    dat hij wordt verplicht zich op basis van een door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling zich gedurende een periode van maximaal 12 maanden te laten opnemen in een intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

  • -

    dat hij wordt verplicht om aansluitend aan klinische behandeling in een nader te bepalen woonvoorziening, zulks ter beoordeling van de reclassering, te verblijven en zich te houden aan het (dag-) programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    dat hij zich - als hij niet direct na zijn detentie klinisch wordt opgenomen - binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Victas, ABC-straat 5 te Utrecht, zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht.

draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

Aftrek van voorarrest

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Vorderingen tenuitvoerlegging

Ten aanzien van parketnummer 21/003694-11

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 20 december 2012 is opgelegd in de zaak onder parketnummer ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken;

Ten aanzien van parketnummer 21/008717-13

-gelast dat de proeftijd wordt verlengd met de duur van een jaar.

Het beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen handschoen en een schaar;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen jas en stopwatch;

- gelast de teruggave van de inbeslaggenomen damesfiets aan de rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. J,P.W. Helmonds, voorzitter, mrs. S. Wijna en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2014.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Parketnummer 16/661897-14

Primair

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 2 oktober 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (te weten een Skoda Fabia, kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen een navigatiesysteem (TOMTOM), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 02 oktober 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een navigatiesysteem (TOMTOM) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd navigatiesysteem wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van parketnummer 16/191522-14

hij op of omstreeks 3 september 2014 in de gemeente Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit de paginanummers van het proces-verbaal van politie Regio Utrecht, met dossiernummer nr. PL0900-2014277374-5, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 27.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 13.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 14.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 13.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 14.

6 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 6.

7 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit de paginanummers van het proces-verbaal van politie Regio Utrecht, met dossiernummer nr. PL0900-2014244359, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 25.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 4.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 6.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 11.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 13.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 14

13 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 8.