Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7488

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-11-2014
Datum publicatie
11-05-2015
Zaaknummer
16/700697-13 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelde een man tot 180 gevangenisstraf waarvan 74 voorwaardelijk voor het verduisteren van postpakketten en de voorwerpen die daarin waren opgenomen, terwijl deze pakketten en voorwerpen geld waard zijn. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde ernstige strafbare feiten een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf rechtvaardigen. Gelet op het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, en ter voorkoming van strafbare feiten in de toekomst, zal de rechtbank een deel van die vrijheidsbenemende straf voorwaardelijk opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700697-13 [P]

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats] (Ghana),

ingeschreven volgens het GBA-register op het [adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 7 april 2014 en 14 juli 2014.
Op 6 november 2014 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.F.J. Smeets advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
De zaak is – met uitzondering van de sluiting van het onderzoek op 6 november 2014 – gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] (parketnummer: 16/700247-13).

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de terechtzitting van 14 juli 2014 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1, primair:

in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013 als postfunctionaris pakketten en/of enige daarin gesloten voorwerpen heeft verduisterd, terwijl die stukken/voorwerpen geld waard zijn.

Ten aanzien van feit 1, subsidiair:
in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013 in dienstbetrekking pakketten en/of enige daarin gesloten voorwerpen heeft verduisterd.

Ten aanzien van feit 2:
in de periode van 1 december 2012 tot en met 28 mei 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

3 Voorvragen

3.1

Geldigheid dagvaarding
De raadsman heeft bezwaren geuit tegen de door de officier van justitie gevorderde wijziging van de tenlastelegging. De rechtbank zal deze bezwaren passeren, aangezien ter zitting van 14 juli 2014 reeds is besloten tot toewijzing van de vordering.

De rechtbank stelt wel vast dat de onderdelen van de tenlastelegging “onder meer” (zoals onder 1, primair genoemd) en “waaronder” (zoals onder 1, subsidiair genoemd), ook in samenhang met het dossier bezien, onvoldoende specifiek zijn, zodat de dagvaarding ten aanzien van die onderdelen nietig dient te worden verklaard.

De dagvaarding is overigens geldig.

3.2

Overige voorvragen

Deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten 1, primair en 2 heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De verklaringen van verdachte zelf dienen terzijde te worden geschoven, gelet op de inconsistenties in die verklaringen en de kennelijke leugenachtigheid ervan.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat vrijspraak dient te volgen, omdat niet bewezen kan worden dat de op het [adres] aangetroffen goederen daadwerkelijk afkomstig zijn van frauduleuze bestellingen bij de [bedrijf 1] en de [bedrijf 2]. Ook is niet vast komen te staan dat de betreffende pakketten door [bedrijf 3] zijn bezorgd, laat staan dat kan worden bewezen dat verdachte daarvan de pakkettenbezorger is geweest.

Verdachte heeft een alternatieve lezing gegeven over het verkrijgen van de geprepareerde iPad, die past binnen de gegevens zoals die naar voren komen in het dossier. Verdachte werd gebeld door de bewoner van de [adres] voordat hij het pakketje met de iPad daar kon afleveren. Hij heeft het pakketje vervolgens mee naar huis genomen. Pas nadat de bewoner contact met hem had opgenomen heeft hij het pakketje als afgeleverd geregistreerd.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte uitvoerder is geweest van handelingen die tot het strafbare deelnemen aan een criminele organisatie kunnen leiden. Aangezien ook niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van medeplegen door verdachte, dient hij te worden vrijgesproken van feit 2.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

[verdachte] (verder: verdachte) verblijft, behalve zondag en maandag altijd op het adres [adres] in [woonplaats].2 Zijn kinderen en de moeder van zijn kinderen verblijven ook op dat adres.3 Hij werkt sinds 2008 en in ieder geval tot en met 28 mei 2013 voor [bedrijf 3].4 Sinds oktober 2012 bezorgt hij pakketten in postcodegebied 1106.5

[bedrijf 1] B.V.
[aangever 1] (verder: [aangever 1]) heeft namens [bedrijf 1] B.V. aangifte gedaan van oplichting door middel van phishing van de inloggegevens van klanten, verduistering door pakketbezorgers die pakketten niet afleveren op de bezorgadressen en valsheid in geschrift door pakketbezorgers die handtekeningen hebben geplaatst om te doen voorkomen dat bestelde goederen zijn afgeleverd.6

Verbalisant [verbalisant 1] heeft van [aangever 1] vernomen dat er op 27 februari 2013 twee iPads en kleding ter waarde van ongeveer €2.000,- bij [bedrijf 1] B.V. zijn besteld.
De bestelling was geplaatst middels het IP-adres [IP-adres] en de goederen zijn besteld met behulp van inloggegevens van een bestaande klant.7 Na het plaatsen van de bestelling is het afleveradres veranderd in de [adres], [adres], niet zijnde het adres van de bestaande klant. Ook het e-mailadres van de bestaande klant werd gewijzigd.8

[IP-adres] is het IP-adres dat van 30 juli 2012 tot en met 27 april 2013 was gekoppeld aan het woonadres van de medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1]).9

Één van de twee op 27 februari 2013 bestelde iPads is vervangen door een geprepareerde versie, zijnde een iPad voorzien van een heimelijk GPS-volgsysteem en een radiobaken.
De twee bestelde iPads zijn ingepakt en voorzien van de codes [code] en [code]. Met deze 3SO-codes kon de status van de pakketten gevolgd worden.10

Verdachte zou de postpakketten met codes [code] en [code] gaan bezorgen met zijn witte bestelauto van het merk Opel, type Movano, met kenteken
[kenteken].11

Op 2 maart 2013 om 10.09 uur neemt een observatieteam waar dat een negroïde man in een witte bestelauto van het merk Opel, type Movano met kenteken [kenteken] op de Sophialaan in Utrecht rijdt.12 Aan de Sophialaan ligt het sorteercentrum van [bedrijf 3].13


Omstreeks 16.47 uur ziet het observatieteam dat de bestuurder van de bestelauto met het kenteken [kenteken] de [adres] op komt rijden. Hij levert pakketten af bij verschillende huisnummers van de [adres], maar belt niet aan bij nummer [nummer ].
De [adres] is het afleveradres van de bestelde postpakketten (de rechtbank begrijpt: de bestelde postpakketten met codes [code] en [code]). Om 17.08 uur rijdt het voertuig de [adres] weer af.14

Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt dat de pakketten met codes [code] en [code] op 2 maart 2013 om 16.54 uur als afgeleverd zijn geregistreerd en dat er een handtekening voor ontvangst is gezet.15


Om 17.46 uur parkeert de bestuurder de Opel Movano voor het [adres] en hij loopt met twee plastic tassen naar binnen.16
Verbalisant [verbalisant 2] ziet met behulp van GPS-signalen uit het baken in de geprepareerde iPad dat het baken op 2 maart 2013 bleef bewegen, totdat deze omstreeks 17.45 uur op het [adres] aankwam.17

Om 18.16 uur wordt gezien dat de bestuurder weer in zijn Opel Movano stapt en wegrijdt.18
Verbalisant [verbalisant 2] ziet dat het baken op dat moment achterblijft op het [adres].19

Om 20.02 uur parkeert de bestuurder de Opel Movano ter hoogte van het [adres] en hij gaat de woning binnen.20
Omstreeks 20.07 uur ziet verbalisant [verbalisant 2] dat het baken weer wordt bewogen op het [adres].21

Op 24 mei 2013 is de geprepareerde iPad ter reparatie aangeboden aan [bedrijf 4] te [woonplaats]. Op 28 mei 2013 wordt de geprepareerde iPad aangetroffen in het winkelpand van [bedrijf 4]. Er is een briefje op de iPad geplakt met de naam [verdachte] en het telefoonnummer [telefoonnummer].22

[telefoonnummer] is het telefoonnummer van verdachte. Hij is de enige die gebruik maakt van dat telefoonnummer.23


[bedrijf 2]
[aangever 2] heeft namens [bedrijf 2] aangifte gedaan van oplichting. Op de adressen [adres] en [adres] te [woonplaats] zijn op verschillende namen frauduleuze bestellingen geplaatst. Er is niet betaald voor die bestellingen.24

Op 28 mei 2013 is een grote hoeveelheid kledingstukken van de [bedrijf 2] aangetroffen in de woning aan het [adres]. De kleding zat veelal nog in de originele verpakking en de labels zaten er nog aan.25

Op 28 mei 2013 is een volledige bestelling van de [bedrijf 2] met daarin tien stuks kleding teruggevonden op het adres [adres]. De bestelling met nummer [nummer ] is op

1 mei 2013 middels het IP-adres [IP-adres] geplaatst op naam van [A], [adres], [woonplaats]. Het afleveradres is veranderd in [adres]. De kleding uit de bestelling vertegenwoordigt een waarde van € 68,50.26 Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt dat verdachte de bezorger is geweest van deze bestelling.27

Op 28 mei 2013 zijn ook twee jacks teruggevonden op het adres [adres]. De twee jacks waren onderdeel van een bestelling met nummer [nummer ], welke bestelling op

14 mei 2013 middels het IP-adres [IP-adres] is geplaatst op naam van [B], [adres], [woonplaats]. Het afleveradres is veranderd in [adres]. De waarde van de jacks bedraagt € 50,-.28 Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt dat verdachte de bezorger is geweest van deze bestelling.29

[IP-adres] is het IP-adres dat ten tijde van bovenstaande bestellingen van 1 mei 2013 en 14 mei 2013 op naam stond van [C].30 [C] is een postbezorger die met verdachte voor [bedrijf 3] werkt.31

Op 28 mei 2013 zijn verder drie jurken teruggevonden op het adres [adres]. De jurken waren onderdeel van een bestelling met nummer [nummer ], welke bestelling op

1 februari 2013 is geplaatst op naam van [Q], [adres], [woonplaats]. Het afleveradres is hetzelfde adres. De waarde van de jurken bedraagt €49,50.32 Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt dat verdachte de bezorger is geweest van deze bestelling.33


Op 28 mei 2013 zijn uit een andere bestelling ook twee jurken teruggevonden op het adres [adres]. De jurken waren onderdeel van een bestelling met nummer [nummer ], welke bestelling op 1 februari 2013 is geplaatst op naam van [D], [adres], [woonplaats]. Het afleveradres is veranderd. De waarde van de jurken bedraagt €39,95.34 Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt dat verdachte de bezorger is geweest van deze bestelling.35

SMS-berichten
In de telefoon van verdachte zijn sms-berichten aangetroffen waarin namen en adressen worden genoemd. De sms-berichten zijn verzonden door het telefoonnummer
+[telefoonnummer], zijnde een nummer dat gebruikt wordt door [C].36

Verzonden door: +[telefoonnummer].
Ontvangen op: 27 april 2013.
Status: read.
“1. [E]: [adres]
2. [F]: [adres]
3. [G]: [adres]
4. [H]: [adres]
5. [I]: [adres]
The first 2 are for me and the rest is yours. One of mine is [naam] and the other [bedrijf 2]. Thanks.”37

Verzonden door: [C].
Ontvangen op: 8 mei 2013.
“[J], [adres] en [K] [adres] will be delivered today”38

Verzonden door: +[telefoonnummer].
Ontvangen op: 15 mei 2013.
Status: read.
“good morning, I have just checked and these orders are coming today.
1. [L], [adres]
2. [M] [adres]
3.[N]: [adres]
4. [O] [adres]
5. [P] [adres]”39

Verzonden door: +[telefoonnummer].
Ontvangen op: 16 mei 2013.
Hello, please this parcel is coming today. [O]. [adres]. Thanks.”40

De namen en adressen zoals die worden genoemd in de sms-berichten van 15 mei 2013 en 16 mei 2013 komen overeen met bestellingen van de [bedrijf 2] waar nooit voor is betaald. De sms-berichten zijn ontvangen op of vlak na de afleverdatum van die betreffende bestellingen.41 Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt bovendien dat verdachte de bezorger is geweest van deze bestellingen.42

De naam [K] en het adres [adres] - zoals genoemd in het sms-bericht van 8 mei 2013 - komen overeen met een bestelling van de [bedrijf 2] waar niet voor is betaald.43 Uit informatie van [bedrijf 3] blijkt dat verdachte de bezorger is geweest van deze bestelling op 8 mei 2013.44

Verklaringen andere postbezorgers

[medeverdachte 2] levert pakketjes af voor [bedrijf 3] in postcodegebied 1104 te [woonplaats]. [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) stuurde hem sms-berichten met adressen. [medeverdachte 2] kreeg dan een pakketje op dat adres en dan moest hij [medeverdachte 1] bellen. [medeverdachte 1] kende alle details van de pakketten en [medeverdachte 2] gaf het pakket aan hem af.45

[medeverdachte 3] verklaart dat hij postbezorger is bij [bedrijf 3].46 Hij kent de postbezorger [verdachte] en hij kent [medeverdachte 1] die op de [adres] woont (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]). [medeverdachte 3] is in 2012 door [medeverdachte 1] benaderd om voor hem te werken. [medeverdachte 1] zei dat hij telefoons kon bestellen.47

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, primair:
De alternatieve lezing die de verdachte met betrekking tot het verkrijgen van de geprepareerde iPad heeft afgelegd acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Verdachte heeft over dit verkrijgen wisselende verklaringen afgelegd, welke verklaringen bovendien strijdig zijn met de feiten en omstandigheden zoals die naar voren komen in bovengenoemde bewijsmiddelen.

Uit die bewijsmiddelen volgt namelijk dat verdachte op 2 maart 2013 niet heeft aangebeld bij het adres [adres]. Verdachte heeft tussen 16.47 uur en 17.08 uur wel andere pakketjes bezorgd op de [adres]. Om 16.54 uur heeft hij het pakket met de geprepareerde iPad als afgeleverd geregistreerd. Vanaf 17.45 uur bevindt de geprepareerde iPad zich echter niet op de [adres], maar op het verblijfadres van de verdachte, te weten het [adres].

De overige door de raadsman gevoerde verweren worden weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013 als pakketbezorger van [bedrijf 3] schuldig heeft gemaakt aan het verduisteren van meerdere postpakketten en voorwerpen die zich in die postpakketten bevonden, welke voorwerpen geld waard zijn.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2:
Voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen.
Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen twee of meer personen. Voor de deelneming is van belang dat de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, dan wel dat hij die gedragingen ondersteunt (HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012: BW5132). Deelneming impliceert opzet, dat wil zeggen dat een verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. (HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651). Voor de bewezenverklaring van ‘een organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is niet vereist dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is (HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2011:BO9814).

Gelet op de bewijsmiddelen, zoals die hiervoor zijn opgenomen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen verdachte en anderen, zoals [medeverdachte 1], [C] en [medeverdachte 2].
Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte een wezenlijk aandeel heeft gehad in die organisatie en dat hij – gelet op meerdere frauduleuze bestellingen die bij hem thuis zijn aangetroffen en door hem dienden te worden bezorgd, alsmede de sms-berichten op zijn telefoon met namen en adressen behorende bij frauduleuze bestellingen – wist dat de organisatie zich daarmee bezighield.

Uit het totaal aan bewijsmiddelen komt met betrekking tot de criminele organisatie het volgende beeld naar voren.
De rechtbank stelt vast dat klanten van webwinkels/postorderbedrijven werden bewogen hun inloggegevens af te geven middels phishing e-mails. Vervolgens werden met behulp van die klantgegevens goederen bij diverse webwinkels/postorderbedrijven besteld.
De afleveradressen van de klanten werden veranderd in adressen die binnen het postcodegebied van betrokken postbezorgers vielen en de afleveradressen werden doorgegeven aan de postbezorgers. Tot slot tekenden de postbezorgers indien nodig voor ontvangst en ze hielden de pakketten achter. Er werd nooit voor de bestelde goederen betaald.

Met betrekking tot de deelneming van verdachte aan de criminele organisatie stelt de rechtbank vast dat verdachte pakketten voor [bedrijf 3] in het postcodegebied 1106 te [woonplaats] bezorgde. Hij registreerde op 2 maart 2013 twee [bedrijf 1]-pakketten met respectievelijk een iPad en een geprepareerde iPad als afgeleverd, terwijl hij deze pakketten niet op het afleveradres had bezorgd. Hij bracht de geprepareerde iPad naar zijn woning aan het [adres]. Bij verdachte thuis worden op 28 mei 2013 grote hoeveelheden verpakte kledingstukken van de [bedrijf 2] met de labels er nog aan gevonden. Van een deel van die kledingstukken bleek verdachte de postbezorger te zijn geweest. Er werd nooit voor de kleren betaald. Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte diverse sms-berichten van een ander lid van de organisatie, te weten [C], met namen en adressen teruggevonden die gelinkt kunnen worden aan frauduleuze bestellingen bij webwinkels/postorderbedrijven.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013 actief is geweest binnen het criminele samenwerkingsverband. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het eerste deel van de hem onder 2 ten laste gelegde periode, te weten de periode van
1 december 2012 tot en met 31 januari 2013.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van feit 1, primair:

op meerdere momenten in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013, te Amsterdam, als zijnde werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, te weten als pakketbezorger bij [bedrijf 3], meerdere postpakketten, die aan [bedrijf 3] waren toevertrouwd, zich heeft toegeëigend, en enige daarin gesloten voorwerpen zich heeft toegeëigend, zulks terwijl deze stukken en voorwerpen geldswaarde hadden, immers heeft hij pakketten, met daarin tablet-computers en/of kleding, afkomstig van [bedrijf 1] en/of van [bedrijf 2], achtergehouden en/of deze poststukken afgegeven op het adres [adres] te [woonplaats], alwaar verdachte en andere personen verbleven, terwijl deze pakketten niet aan hem, verdachte, of aan die andere op het [adres] te [woonplaats] verblijvende personen, waren geadresseerd.

Ten aanzien van feit 2:

omstreeks 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- oplichting van webwinkels en postorderbedrijven;

- oplichting van meerdere personen (klanten van webwinkels en postorderbedrijven) door het verzenden van zogenaamde ‘phishing e-mails’;

- verduistering door postfunctionarissen;

- valsheid in geschrifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1, primair:

Als persoon werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, een aan die instelling toevertrouwd pakket opzettelijk aan een ander afgeven en zich toe-eigenen, terwijl dat stuk geldswaarde heeft, meermalen gepleegd,
en

Als persoon werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, opzettelijk een in een aan die instelling toevertrouwd pakket gesloten voorwerp zich toe-eigenen, terwijl dat voorwerp geldswaarde heeft, meermalen gepleegd.


Ten aanzien van feit 2:
Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren.
De officier van justitie heeft bij zijn strafeis enerzijds rekening gehouden met de ernst en hoeveelheid van de feiten, de langdurige periode waarin ze zijn gepleegd en de schade die ze hebben toegebracht. Anderzijds heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, dat de verdachte voor een aantal kinderen zorgt en dat hij in het verleden heeft aangetoond zijn geld ook eerlijk te kunnen verdienen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het juist zou zijn verdachte bij een eventuele strafoplegging te veroordelen tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de 106 dagen die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. De verdediging heeft verder geen strafmaatverweren gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich als postbezorger schuldig gemaakt aan het verduisteren van postpakketten en de voorwerpen die daarin waren opgenomen, terwijl deze pakketten en voorwerpen geld waard zijn. Hiermee heeft verdachte [bedrijf 3], diverse webwinkels/ postorderbedrijven en de bestaande klanten van de webwinkels/postorderbedrijven schade en ongemak berokkend. Het vertrouwen van de getroffenen in het postverkeer is op deze wijze geschaad. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zijn positie als postbezorger heeft misbruikt en dat hij op lichtvaardige wijze is omgesprongen met de belangen van hen die van het postverkeer gebruik maken.

Verdachte maakte door zijn handelen bovendien onderdeel uit van een criminele organisatie, die onder meer op grote schaal webwinkels/postorderbedrijven en hun klanten heeft opgelicht. De rechtbank neemt het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij geen inzicht heeft getoond in de ernst van zijn gedragingen en louter uit eigen financieel gewin lijkt te hebben gehandeld.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van

25 februari 2014, waaruit blijkt hij niet eerder is veroordeeld.

- een voorlichtingsrapport betreffende verdachte van de Reclassering Nederland van 10 juni 2013, opgemaakt door [S], reclasseringswerker.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde ernstige strafbare feiten een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf rechtvaardigen. Gelet op het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, en ter voorkoming van strafbare feiten in de toekomst, zal de rechtbank een deel van die vrijheidsbenemende straf voorwaardelijk opleggen.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

9 Het beslag

De rechtbank gelast de bewaring van alle voorwerpen op de lijst van inbeslaggenomen goederen (pagina’s 2106 tot en met 2109 van het dossier), waar nog geen beslissing over is genomen, ten behoeve van de rechthebbende.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank is met de verdediging en de officier van justitie van oordeel dat niet is gebleken dat de bewezen geachte feiten in de zaak van verdachte de benadeelde partij [bedrijf 5] rechtstreekse schade hebben toegebracht.


De benadeelde partij is dan ook niet-ontvankelijk in de vordering in de zaak tegen de verdachte. De benadeelde partij kan de vordering nog wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 140 en 273b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding partieel nietig voor zover betrekking hebbend op de onderdelen “onder meer” (zoals onder 1, primair genoemd) en “waaronder” (zoals onder 1, subsidiair genoemd).


Bewezenverklaring:

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid:
- het bewezen verklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1, primair:

Als persoon werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, een aan die instelling toevertrouwd pakket opzettelijk aan een ander afgeven en zich toe- eigenen, terwijl dat stuk geldswaarde heeft, meermalen gepleegd, en

Als persoon werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, opzettelijk een in een aan die instelling toevertrouwd pakket gesloten voorwerp zich toe-eigenen, terwijl dat voorwerp geldswaarde heeft, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2:
Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

- verklaart het bewezene strafbaar;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging:
- veroordeelt verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 180 dagen.

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 74 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast;

- stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren en bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslag:
- gelast de bewaring van alle voorwerpen op de lijst van inbeslaggenomen goederen (pagina’s 2106 tot en met 2109 van het dossier), waar nog geen beslissing over is genomen, ten behoeve van de rechthebbende.

Vordering benadeelde partij
- verklaart [bedrijf 5] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Voorlopige hechtenis:

- heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter, mr. A. van Maanen en
mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Borg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 november 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

primair

hij op één of meerdere momenten in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013, te Amsterdam en/of elders in Nederland, als zijnde werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, te weten (als pakketbezorger) bij [bedrijf 3], (telkens) één of meerdere (post)pakketten, die aan [bedrijf 3] waren toevertrouwd, opzettelijk aan een ander dan de rechthebbende heeft afgegeven en/of zich heeft toegeëigend, en/of enige daarin gesloten voorwerpen zich heeft toegeëigend, zulks terwijl deze stukken of voorwerpen geldswaarde hadden, immers heeft hij (telkens) pakketten, met daarin onder meer tablet-computers en/of elektronica en/of kleding, afkomstig van [bedrijf 1] en/of van [bedrijf 2], achtergehouden en/of één of meer van deze poststukken, althans de daarin gesloten voorwerpen, afgegeven en/of bezorgd op het adres [adres] te [woonplaats], alwaar verdachte en andere personen verbleven, terwijl deze pakketten niet aan hem, verdachte, en/of aan die andere op het [adres] te [woonplaats] verblijvende personen, waren geadresseerd.
art 273b lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 273b lid 1 Wetboek van Strafrecht

1.

subsidiair

hij op één of meerdere momenten in de periode van 1 februari 2013 tot en met 28 mei 2013, te Amsterdam en/of elders in Nederland, (telkens) opzettelijk (post)pakketten, en/of enige daarin gesloten voorwerpen (waaronder tablet-computers en/of elektronica en/of kleding) , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als (pakketten)bezorger, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks 01 december 2012 tot en met 28 mei 2013 te Amsterdam en/of

elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie

tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- oplichting van webwinkel(s) en/of postorderbedrijven;

- oplichting van meerdere personen (klanten webwinkels en/of

postorderbedrijven) door het verzenden van zogenaamde 'phishing e-mails';

- verduistering door postfunctionarissen, althans verduistering in

dienstbetrekking;

- valsheid in geschrifte.

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om het proces-verbaal van de Politie Utrecht, genaamd 09Blauwvis met nummer PL0981 2013001610, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte op 28 mei 2014, doorgenummerde pagina 784.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte op 28 mei 2014, doorgenummerde pagina 784;
Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 3], doorgenummerde pagina 157.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte op 28 mei 2014, doorgenummerde pagina 787.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte op 15 juli 2014, doorgenummerde pagina 812.

6 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] namens [bedrijf 1] B.V., doorgenummerde pagina’s 394 en 395.

7 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1280a.

8 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1280a en 1281.

9 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4], doorgenummerde pagina 2079.

10 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1280a, 1291 en 1284.

11 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1281.

12 Proces-verbaal van observeren KLPD, doorgenummerde pagina 1289.

13 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 3], doorgenummerde pagina 153.

14 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 5], [verbalisant 6], [verbalisant 7] en [verbalisant 8], van 2 maart 2013, doorgenummerde pagina’s 1295 en 1296;
Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 3], doorgenummerde pagina 155.

15 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 3], doorgenummerde pagina’s 1301, 1302, 1305, 1308, 1310, 1313, 1315;
Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 9], doorgenummerde pagina’s 1316 tot en met 1319.

16 Proces-verbaal van observeren KLPD, doorgenummerde pagina’s 1290 en 1291.

17 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2], doorgenummerde pagina 1300.

18 Proces-verbaal van observeren KLPD, doorgenummerde pagina’s 1290 en 1291.

19 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2], doorgenummerde pagina 1300.

20 Proces-verbaal van observeren KLPD, doorgenummerde pagina’s 1290 en 1291.

21 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2], doorgenummerde pagina 1300.

22 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 10], doorgenummerde pagina’s 1320 en 1320a.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 mei 2013, doorgenummerde pagina’s 788 en 789.

24 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] namens [bedrijf 2], doorgenummerde pagina’s 575 tot en met 577.

25 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 122;
Proces-verbaal van bevindingen verbalisant T-405, doorgenummerde pagina’s 1365 tot en met 1367;
Proces-verbaal foto’s tijdens doorzoeking ter inbeslagneming, doorgenummerde pagina’s 1383, 1390 en 1392.

26 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 122;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1983 en 1984.

27 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-083) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2015 en 2016;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-079) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1692.

28 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 122;Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1986 en 1987.

29 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-083) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2015 en 2016;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-079) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1692.

30 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 122;Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1949.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 juli 2013, doorgenummerde pagina 813.

32 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 122;Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2002 en 2004.

33 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-083) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2015 en 2016;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-079) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1693.

34 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 122 en 123;Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2008 en 2009.

35 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-083) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2015 en 2016;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-079) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1693.

36 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 123;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1950, 1951, 1952;
Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 11], doorgenummerde pagina’s 2261 tot en met 2263.

37 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 11], doorgenummerde pagina 2262.

38 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 123.

39 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 11], doorgenummerde pagina’s 2262 en 2263.

40 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1952.

41 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 123;Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1950, 1951, 1952, 1966 tot en met 1973, 1975 tot en met 1977, 1982 tot en met 1985 en 1992 tot en met 1995.

42 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-083) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 2015 en 2016;
Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-062) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina’s 1966 tot en met 1973, 1975 tot en met 1977, 1982 tot en met 1985 en 1992 tot en met 1995.

43 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1], doorgenummerde pagina 123.

44 Proces-verbaal van verstrekking gevorderde gegevens en bevindingen (BOB-068) van
[verbalisant 1], doorgenummerde pagina 1691.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 4 juli 2013, doorgenummerde pagina 891.

46 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], van 2 juli 2013, doorgenummerde pagina 922.

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], van 2 juli 2013, doorgenummerde pagina’s 924 en 925.