Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7394

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-06-2014
Datum publicatie
10-03-2015
Zaaknummer
16/701582-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland heeft acht mannen veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van 8 maanden tot 33 maanden (deels voorwaardelijk) voor grootschalige hennepteelt en voor deelname aan de criminele organisatie die zich daarmee bezig hield.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701582-12 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 3 juni 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1981],

wonende te ([woonplaats] aan de [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2014,

3 februari 2014 en 20 mei 2014 (uitsluitend de sluiting van het onderzoek). De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, gericht op

bedrijfsmatige hennepdelicten, diefstal van elektriciteit en witwassen;

feit 2: samen met anderen bedrijfsmatig in panden in [plaats] en [plaats] een hennepplantage heeft gehad;

feit 3: zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het wegnemen van elektriciteit in panden in [plaats] en [plaats];

feit 4: samen met een ander een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van een

grote hoeveelheid geld, sieraden en voertuigen.

3 Voorvragen

3.1

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

3.1.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging.

Discriminatie van “reizigers”/ “kampers”
Daartoe heeft de verdediging in de eerste plaats gesteld dat er sprake is geweest van discriminatie van verdachte en zijn - in deze zaak eveneens gedagvaarde - familieleden, die net als hij op een woonwagenkamp wonen.

De raadsman heeft in zijn betoog de vraag opgeworpen waarom derden, “burgers” niet zijn gedagvaard, terwijl zij wel voorkomen op een tweede leeswijzer die op verzoek van de verdediging in het dossier is opgenomen en van wie kan worden vastgesteld dat zij ook een aandeel hebben gehad bij de handelingen die verdachte strafrechtelijk worden verweten. Om die reden is sprake van discriminatie in de opsporing en vervolging, aldus de verdediging. Deze blijkt ook uit uitingen naar de pers van het Openbaar Ministerie.

Misleiding van de rechtbank

De verdediging heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie de rechtbank onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd en dat in dit verband sprake zou zijn van opzettelijke misleiding van de rechtbank. In dat kader heeft de verdediging gesteld dat doelbewust informatie betreffende de positie van getuige [getuige 1], die volgens de verdediging eveneens als informant voor de CIE zou zijn opgetreden, is achtergehouden. Daarmee zou de rechtbank foutief zijn voorgelicht omtrent het ontstaan van de verdenking jegens verdachte. De rechtbank is ook misleid over de (hoofd)rol van [getuige 1] en [getuige 2].

Elk van voornoemde omstandigheden vormt een zodanig verzuim dat niet langer sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet. Dit kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vervolging moet worden verklaard, aldus de verdediging.

3.1.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat op juiste gronden tot opsporing en vervolging is overgegaan. Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de door de verdediging genoemde medeverdachten nog geen vervolgingsbeslissing genomen, maar de officier van justitie sluit niet uit dat zij op een later moment strafrechtelijk zullen worden vervolgd.

Van discriminatie van “reizigers” / “kampers” is dan ook geen sprake, aldus de officier van justitie.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat er geen sprake is van misleiding van de rechtbank. Het Openbaar Ministerie is gedurende het onderzoek voldoende kritisch gebleven ten aanzien van het verzamelde bewijs.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht voornoemd verweer van de verdediging te verwerpen.

3.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging komt als in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.

Discriminatie van “reizigers”/”kampers”
Naar het oordeel van de rechtbank is van handelen in strijd met het discriminatieverbod geen sprake. Naast een aantal “reizigers” / “kampers” is immers ook nu reeds een aantal “burgers” gedagvaard. Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat ten aanzien van de personen die voorkomen op de door de raadsman genoemde leeswijzer 2 meer redenen waren om tot strafvervolging over te gaan dan ten aanzien van verdachte, overweegt de rechtbank het volgende.

Vooropgesteld wordt dat het Openbaar Ministerie op grond van het opportuniteitsbeginsel vrij is in zijn beslissing om al dan niet tot strafvervolging over te gaan en in het tijdstip waarop het deze beslissing neemt. De omstandigheid dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van een of meer verdachten thans nog geen vervolgingsbeslissing heeft genomen leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot discriminatie van de nu gedagvaarde personen, zoals door de raadsman betoogd.

Ten slotte is het verwijt dat het Openbaar Ministerie de verdachten zou hebben “zwart gemaakt” in de pers niet aannemelijk gemaakt door concrete gegevens, zoals persberichten.

Misleiding van de rechtbank

Op basis van de feiten en omstandigheden in het dossier is niet gebleken dat sprake is van manipulatie van informatie met de bedoeling om de rechtbank en de verdediging onvolledig en/of onjuist voor te lichten.
De rechtbank heeft bovendien vastgesteld dat het ontstaan van de verdenkingen niet alleen op CIE-informatie is gebaseerd. In een aantal zaaksdossiers heeft CIE-informatie geen enkele rol van betekenis gespeeld bij het ontstaan van de verdenkingen. Al zou, zoals de verdediging stelt -maar dit staat geenszins vast- [getuige 1] CIE-informant zijn geweest, dan valt niet in te zien dat dit afbreuk doet aan de rechtmatigheid van de aanvang van het onderzoek.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verweren die zien op onjuiste/ onvolledige informatieverstrekking dan wel betrekking hebben op misleiding van de rechtbank dienen te worden verworpen.

Conclusie
Gelet op het hiervoor overwogene verwerpt de rechtbank de verweren strekkende tot niet- ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging.

3.2

Overige voorvragen

De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd ten aanzien van de feiten 2 en 3 voor wat betreft het pand aan de [adres] in [plaats] (zaaksdossier 10).

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en heeft daartoe de hierna te noemen bewijsverweren gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Opmerking vooraf

Waar in het vervolg wordt gesproken over [verdachte] en [medeverdachte 1] worden daarmee bedoeld respectievelijk de verdachten [verdachte], geboren op [1981] te [geboorteplaats] en [medeverdachte 1], geboren op [1984] te [geboorteplaats].

4.3.2

Betrouwbaarheid en bruikbaarheid van getuigenverklaringen

De rechtbank overweegt het volgende met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen. Voor zover de verdediging verweer heeft gevoerd met betrekking tot betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de verklaringen, verwerpt de rechtbank deze verweren. De rechtbank acht de verklaringen betrouwbaar en zal ze dus bezigen voor het bewijs.

4.3.2.1 De getuige [getuige 3] (hierna: [getuige 3])

De rechtbank overweegt dat [getuige 3] vanaf zijn eerste verklaring steeds consistent heeft verklaard. Met zijn verklaringen, zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris, belast hij in hoge mate zichzelf.
Zijn verklaring is zeer gedetailleerd en vindt op belangrijke onderdelen ondersteuning in het dossier: de verklaring over een eerdere hennepkwekerij in [plaats] wordt bevestigd door bevindingen over in het betreffende pand aangetroffen gaten in het dakbeschot en daar aangetroffen potgrond. [getuige 3] heeft verklaard over door [verdachte] betaalde rekeningen; dit wordt bevestigd door bij deze laatste aangetroffen betaalbewijzen. Zijn verklaring over de gebruikers van telefoonnummers wordt bevestigd door de tenaamstelling van die nummers, en zijn verklaringen over de huur van een pand vinden bevestiging in een huurcontract.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [getuige 3] betrouwbaar en zal zij deze bezigen voor het bewijs.

4.3.2.2 De getuige [getuige 2] (hierna te noemen: [getuige 2])

De getuige [getuige 2] heeft zich bij de rechter-commissaris beroepen op zijn verschoningsrecht.

De rechtbank acht zijn eerder bij de politie afgelegde verklaringen die voor het bewijs zijn gebruikt betrouwbaar en bruikbaar op grond van het volgende.

Wat [getuige 2] verklaart in zaak 9 komt overeen met wat de getuige [getuige 4] heeft verklaard en diens verklaring acht de rechtbank, zoals hierna wordt overwogen, betrouwbaar.

[getuige 2] verklaart over jongens die hij kent via [getuige 1], die had volgens [getuige 2] geen rol bij het tekenen van de contracten, maar zat er wel bij toen [getuige 2] deze tekende. Deze tussenpersoon komt ook terug in de verklaringen van [getuige 5] (zaak 8) en [getuige 6] (zaak 7). Dat de exacte beschrijving van zijn rol op onderdelen verschilt (volgens [getuige 5] betaalt [getuige 2] een deel van de huur giraal en [getuige 1] de rest contant) is niet noodzakelijk tegenstrijdig omdat verschillende getuigen soms een verschillend deel van de werkelijkheid waarnemen en maakt de verklaring niet onbetrouwbaar.

4.3.2.3 De getuige [getuige 5] (hierna: [getuige 5])

De getuige [getuige 5] heeft verschillende verklaringen afgelegd. De verklaringen zijn niet (geheel) consistent, in ieder geval verklaart hij verschillend wat betreft het begin van de huurperiode (maart 2012, juni/juli 2011) en wat betreft de vraag of er anderen dan [getuige 1] bij de door [getuige 5] verhuurde loods kwamen en wat de rol van “[naam]” was.

De rechtbank acht de hierna in zaaksdossier 8 als bewijs gebruikte verklaringen van [getuige 5] betrouwbaar op grond van het volgende.

Dat [getuige 5] in zijn eerste verklaring verklaart over een veel kortere periode en geen betrokkenheid van anderen verklaart de rechtbank uit het feit dat hij zo min mogelijk openheid wil geven aan de politie.

Geleidelijk aan verklaart hij meer over andere betrokkenen én over een periode vanaf medio 2011.

De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar nu deze in grote lijnen overeenkomen met wat hij, aan de tand gevoeld door de raadslieden, verklaart ten overstaan van de rechter-commissaris: dat de huur is ingegaan in juni/juli 2011, dat [getuige 1] (een groot deel van) de huur betaalde en dat [medeverdachte 2] frequent kwam en de open loods heeft dichtgetimmerd, (deels) in gezelschap van [verdachte].

Er blijft in de verklaringen weliswaar enige onduidelijkheid omdat soms wordt gesproken over “[naam]” zonder dat duidelijk is of het verklaarde betrekking heeft op [getuige 1] of op [medeverdachte 2], maar in de onderdelen die tot bewijs gebezigd zijn doet die verwarring zich niet voor.

4.3.2.4 De getuige [getuige 4] (hierna te noemen: [getuige 4])

[getuige 4] heeft een verklaring afgelegd bij de politie over een in de woning [adres] in [plaats] aangetroffen hennepkwekerij (zaaksdossier 9).

De rechtbank acht [getuige 4] verklaring bij de politie, betrouwbaar op grond van het volgende. De verklaring is specifiek. [getuige 4] verklaart concreet over zijn eigen situatie, de onderhuur van [getuige 2], de opbouw van de kwekerij en de rolverdeling.

Op onderdelen komt zijn verklaring overeen met andere, betrouwbare bewijsmiddelen:

[getuige 4] verklaring over de onderhuur komt overeen met een contract ter zake.1 Wat [getuige 4] verklaart over de bezoekfrequentie van de door hem van foto’s herkende [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] komt overeen met wat uit historische telefoongegevens volgt.

4.3.2.5 De getuige [getuige 7] (hierna te noemen: [getuige 7])

De rechtbank acht de verklaring van [getuige 7], afgelegd bij de politie, betrouwbaar op grond van het volgende. Deze verklaring wordt deels ondersteund door de verklaring van [getuige 8] bij de politie, die verklaart dat [getuige 7] haar rond Kerst 2012 vertelde dat de huurders het souterrain gebruikten voor illegale praktijken, dat ze in januari 2013 wist van de hennepkwekerij en dat ze voor 90% zeker [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] herkent als de mannen die naar het souterrain gingen en dat deze huurders daar al sinds oktober 2011 zaten. De rechtbank stelt vast dat zij hier in haar verhoor bij de rechter-commissaris niet op terugkomt. De verklaring wordt deels ook ondersteund door objectieve gegevens zoals telefoontaps.

4.3.3

Gebezigde bewijsmiddelen2

Gelet op de omvang van de zaak en van de bewijsmiddelen en voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank ervoor gekozen om de bewijsmiddelen op te nemen in een aan dit vonnis gehechte bijlage II.

4.3.4

Bewijsoverwegingen

4.3.4.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van de DNA-sporen

Bij verschillende kwekerijen zijn biologische sporen aangetroffen die matchen met het DNA-profiel van een van de verdachten. Het enkele aantreffen van zo’n spoor op een verplaatsbaar object is in het algemeen onvoldoende om te kunnen spreken van het - hier tenlastegelegde - medeplegen van hennepteelt. Dit kan bijvoorbeeld anders zijn wanneer het DNA is aangetroffen op een specifiek voorwerp en/of op een specifieke plaats, waaruit duidelijk volgt dat er daadwerkelijk werkzaamheden in de kwekerij zijn verricht.

Voor die zaken waarbij geen sprake is van zo’n specifiek voorwerp en/of specifieke plaats zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het medeplegen van hennepteelt.

De rechtbank betrekt wel bij haar beoordeling dat uit de aanwezigheid van zo’n spoor enige vorm van betrokkenheid bij de kwekerij volgt, zodat dit kan bijdragen aan haar oordeel over de betrokkenheid van deze verdachte bij de criminele organisatie. Daarbij overweegt zij het volgende. Dat een spoor verplaatst zou zijn naar de plek waar het is aangetroffen, kan bij een enkel spoor in één geïsoleerde kwekerij wel aangenomen worden, maar wanneer het gaat om meerdere sporen van een of meer verdachte(n) die op meerdere locaties worden aangetroffen, acht de rechtbank dit te toevallig om aannemelijk te zijn.

4.3.4.2 Algemene bewijsoverweging

De verdediging betoogt dat [verdachte] in de periode “waarin dit speelt” woonde aan de [adres] te [plaats]. Dit wordt niet alleen weerlegd door de verklaring van [A], maar ook door hetgeen gerelateerd is in het proces-verbaal aanvraag doorzoeking, in het proces-verbaal over mededeling van [B], in het proces-verbaal van bevindingen dat [medeverdachte 3] verklaart dat zijn zoon daar woonde en voorts door het gegeven dat de vrouw met wie [verdachte] een fiscale eenheid vormt, woont aan de [adres] te [plaats], met beider kinderen en dat hij daar in de nacht van 27 februari 2013 omstreeks 5.00 uur in de woning is aangetroffen.

De verdediging betoogt voorts onder de nummers 62-64 dat geen relatie te leggen is tussen de doorzoeking van [adres] en de beslaglijst op de pagina’s 217-219, omdat geen kruisje is gezet op pagina 216 van het verslag van de zoeking. Dit betoog berust op een leesfout: pagina 216 is de tweede bladzijde van een verslag van binnentreden, welk verslag (kennelijk eveneens als bijlage) is gehecht aan het proces-verbaal van de doorzoeking, dat is opgenomen op de pagina’s 213 en 214 en waarin op pagina 214 wél is aangekruist dat een lijst met nadere specificatie van het beslag is aangehecht. Eén en ander wordt bevestigd door het proces-verbaal, zoals dit is opgemaakt door de rechter-commissaris, onder wiens leiding de doorzoeking plaatsvond en diens griffier, dat vermeldt dat de op de pagina’s 217-219 vermelde goederen in beslag zijn genomen in de woning met huisnummer 11-03.

De verdediging betoogt vervolgens dat foto’s en een beschrijving van dit zwarte tasje ontbreken. Dat is juist. Er is echter geen rechtsregel die verplicht tot het maken van foto’s en/of een exacte beschrijving van de vindplaats van elk in beslag genomen goed. Het had op de weg van de verdediging gelegen om, indien daarover twijfel bestaat, ter zake nader onderzoek te vragen. Dat is niet gebeurd.

Met de aanduiding van het nummer op de beslaglijst (B.03.05.001) is vervolgens de herkomst van de stukken die zijn opgenomen op p. 4640 (rekening ten name van [getuige 3], met postcode [postcode] ([adres] in [plaats]) voldoende aangeduid.

4.3.4.3 Bewijsoverwegingen ten aanzien van de afzonderlijk ten laste gelegde hennepkwekerij en de diefstal elektriciteit

Om redenen van efficiency en omdat de beoordeling van de rol van de medeverdachten bijdraagt aan het oordeel over de criminele organisatie, vermeldt de rechtbank in het navolgende ook de beslissingen die zijn genomen in niet gevoegde zaken van de medeverdachten.

Zaaksdossier 1: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 6], [medeverdachte 5], [medeverdachte 3] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan het [adres] te [plaats] in de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 december 2012.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 6] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit in vereniging door middel van verbreking.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 2: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt in de woning met de daarbij behorende schuur aan [adres] te [plaats] in de periode van 7 februari 2011 tot en met 9 januari 2012.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

In de keuken van de woning zijn DNA-sporen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] aangetroffen. De rechtbank acht dit onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de betrokkenheid van deze verdachten als (mede)pleger ten aanzien van deze hennepkwekerij vast te stellen, zodat de rechtbank hen voor (mede)plegen wat betreft deze hennepkwekerij zal vrijspreken.

Diefstal elektriciteit

Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 5] zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit door middel van verbreking. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat hij dit samen met (een) ander(en) heeft gedaan, zodat de rechtbank [medeverdachte 5] partieel zal vrijspreken voor het plegen in vereniging.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 3: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 5] zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde hennepteelt in de woning aan de [adres] te [plaats] in de periode van september 2012 tot en met 3 januari 2013. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat hij dit samen met (een) ander(en) heeft gedaan, zodat de rechtbank [medeverdachte 5] partieel zal vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er een eerdere oogst is geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om de betrokkenheid van [medeverdachte 6] als (mede)pleger bij de hennepkwekerij vast te stellen en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank acht tevens bewezen dat [medeverdachte 5] zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde diefstal van elektriciteit ten aanzien van voornoemd zaakdossier in voornoemde periode.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 6] en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 4: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 29 januari 2013.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er volgens [getuige 7] een eerdere oogst geweest is vóór de aangetroffen oogst, en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 5: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 25 september 2012 tot en met 22 januari 2013.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er een eerdere oogst is geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 6: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 10 juli 2012 tot en met 29 januari 2013.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest en de wijze van opbouw van de plantage en de bezoekfrequentie, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 7: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 18 november 2011 tot en met 5 april 2012.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er een eerdere oogst is geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 8: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 14 mei 2012 tot en met 11 februari 2013.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 2] zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit door middel van verbreking. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat hij dit samen met (een) ander(en) heeft gedaan, zodat de rechtbank [medeverdachte 2] partieel zal vrijspreken voor het plegen in vereniging.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 1] en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken

Zaaksdossier 9: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan het [adres] te [plaats] in de periode van 1 februari 2013 tot en met 27 februari 2013.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 10: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 13 januari 2012 tot en met 21 december 2012.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Onder de trap die leidt naar de kwekerij wordt een DNA-spoor van [medeverdachte 6] aangetroffen. De rechtbank acht dit onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de betrokkenheid van deze verdachte als (mede)pleger ten aanzien van deze hennepkwekerij vast te stellen, zodat de rechtbank hem voor (mede)plegen wat betreft deze hennepkwekerij zal vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om de betrokkenheid van [medeverdachte 5] als (mede)pleger bij de hennepkwekerij vast te stellen en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

De rechtbank zal tevens de verdachten [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 7] vrijspreken voor (mede)plegen wat betreft deze hennepkwekerij, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 6], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 11: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om de betrokkenheid van [medeverdachte 5] als (mede)pleger bij de hennepkwekerij vast te stellen en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 5] en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 12: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van hennepteelt aan de [adres] te [plaats] in de periode van 1 december 2012 tot en met 8 februari 2013.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en zal hen derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 13: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

Gelet op de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 5] een actieve bemoeienis heeft gehad met de aangetroffen kwekerij aan de [adres] te [plaats]. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde hennepteelt in de periode van 1 december 2012 tot en met 12 maart 2013.

De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden om de betrokkenheid van [medeverdachte 6] als (mede)pleger bij deze hennepkwekerij vast te stellen. Het enkele zich in dit zaaksdossier bevindende telefoongesprek waaraan [medeverdachte 6] heeft deelgenomen en de observaties zijn onvoldoende om de rol van deze verdachte met betrekking tot de hennepkwekerij aan de [adres] te [plaats] vast te stellen. De rechtbank zal [medeverdachte 6] hiervan vrijspreken.

Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de constatering dat er een oogst is geweest en de wijze van opbouw van de plantage, is de rechtbank van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Diefstal elektriciteit

Gelet op de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 5] zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit in vereniging door middel van verbreking.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 6] en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

Zaaksdossier 14: [adres] te [plaats]

Hennepkwekerij

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om de betrokkenheid van [medeverdachte 6] als (mede)pleger bij de hennepkwekerij vast te stellen en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

Diefstal elektriciteit

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit (in vereniging) gepleegd door [medeverdachte 6] en zal hem derhalve van dit feit vrijspreken.

4.3.4.4 Bewijsoverwegingen ten aanzien van de criminele organisatie

Voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen twee of meer personen. Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012: BW5132). Deelneming impliceert opzet, dat wil zeggen dat verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. (HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651). Voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als bedoeld in artikel 140 Sr is niet vereist dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is (HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2011:BO9814).

De rechtbank stelt voorop dat, nu uit de bewezenverklaring van de hennepkwekerijen in de zaaksdossiers 11 en 14 niet blijkt van betrokkenheid van meerdere verdachten uit dit onderzoek, daaruit niet het bewijs voor deelneming aan de ten laste gelegde criminele organisatie van respectievelijk [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] ten aanzien van deze hennepkwekerijen valt af te leiden. De rechtbank zal deze zaaksdossiers dan ook niet betrekken bij het bewijs van de ten laste gelegde criminele organisatie.

Gelet op de bewijsmiddelen, zoals die in bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen de verdachten [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 6], [medeverdachte 4], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7]. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat iedere verdachte een wezenlijk aandeel heeft gehad in die organisatie en dat zij – gelet op het grote aantal hennepkwekerijen – wisten dat de organisatie zich daarmee bezighield.

Uit het totaal aan bewijsmiddelen komt namelijk het volgende beeld naar voren.

Op grond van de bewijsmiddelen zoals die onder zaaksdossier 1 zijn opgenomen stelt de rechtbank vast dat er een criminele organisatie was, die een hennepkwekerij van grote omvang, te weten bijna 3500 planten, exploiteerde in [plaats]. Hoofdorganisator lijkt [verdachte] te zijn; zijn broer [medeverdachte 6] en vader [medeverdachte 3] waren ook betrokken bij organisatie, instructie, controle en logistiek. De feitelijke uitvoering werd veelal verricht door [medeverdachte 5] en [getuige 3] knapte het meest risicovolle, maar “laagste” werk op: de eigenlijke opbouw en teelt, het bewonen (en dus bewaken) van de kwekerij.
Het handelen van de deelnemers beperkte zich niet tot een incidenteel treffen tussen deelnemers aan dit strafbaar feit: de zeer professioneel opgezette kwekerij was aanwezig vanaf juni 2012 en er zijn, vóór het oprollen op 11 december 2012 ten minste twee oogsten geweest. Een dergelijk “bedrijf” runnen vergt nauwe samenwerking.
Deze organisatie werd bovendien voorafgegaan door – niet als individuele zaak tenlastegelegde – kwekerijen in [plaats] en [plaats] waar sprake was van dezelfde rolverdeling als bij de kwekerij in [plaats] en van toenemende aantallen planten.

Daarnaast blijkt uit de zaaksdossiers 5 tot en met 9 en 12 ook van een criminele organisatie waar de broers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een centrale rol spelen. Zij charteren (onder)huurders voor panden en leveren de benodigde materialen voor opbouw van de kwekerijen. De omvang van de kwekerijen is wat minder, maar het zijn er wel veel, telkens met professioneel aangelegde elektrische installaties en voorzieningen om te voorkomen dat de buitenwacht iets merkt.

De vraag is aan de orde of kan worden gezegd dat erniet twee losstaande organisaties zijn, maar, zoals de officier van justitie in wezen ten laste legt, dat er sprake is van één, onderling verbonden criminele organisatie, waarbij alle verdachten medeverantwoordelijkheid dragen voor het criminele oogmerk en de uitvoering daarvan, zoals die blijkt uit de zaaksdossiers.

Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Er zijn teveel dwarsverbanden om te oordelen dat de verschillende takken van de familie los van elkaar zijn opgetreden.
Dat sommige deelnemers aan de organisatie elkaar niet kennen of elkaar niet kunnen luchten of zien staat aan dit oordeel niet in de weg. Het hoeft immers niet zo te zijn dat elke deelnemer weet had van elke hennepkwekerij.

De rechtbank beschrijft de werkwijze van de gehele criminele organisatie als volgt.

Een aantal personen huurde op verzoek van [verdachte], [medeverdachte 6], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een pand. Het gaat om [getuige 3] (zaaksdossier 1), [medeverdachte 5] (zaaksdossiers 2 en 3), [C] (zaaksdossiers 6 en 12) en [getuige 2] (zaaksdossiers 7, 8, 9 en 10). Dit waren mannen met schulden die zij, zoals zij zelf verklaarden, niet op legale wijze konden aflossen. Via verdachten of bemiddelaars als [getuige 1] of [D] kwamen zij in contact met de verhuurders. De huurcontracten en het betalen van de huur werd door de genoemde verdachten geregeld. In bijna alle gevallen werden de huursommen contant betaald. Het geld, dat afkomstig was van de verdachten, werd in een envelop òf aan de huurder òf rechtstreeks aan de verhuurder gegeven. Sommige huurders bouwden de kwekerijen op. De benodigde materialen werden aangeleverd door de verdachten. [medeverdachte 5] verrichtte daarnaast nog diverse klusjes voor de verdachten, zoals het bezorgen van potgrond en andere materialen (zaaksdossier 1), het ophalen van de oogst (zaaksdossier 1), het opruimen en/of afbreken van een kwekerij (zaaksdossier 10) en het vullen van de tonnen met de oogst (zaaksdossier 13). [medeverdachte 7] heeft een uitvoerende rol. Hij zet een huurcontract van een pand, waar later een hennepkwekerij wordt aangetroffen, op zijn naam (zaaksdossier 5).

De rechtbank acht het door [medeverdachte 7] geschetste scenario, inhoudende dat hij dit pand aan de [adres] te [plaats] niet huurde, maar het contract achteraf op zijn naam heeft gezet, weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van [E]. In meerdere kwekerijen worden DNA-sporen van [medeverdachte 7] aangetroffen (zaaksdossiers 2 en 9). En door het observatieteam wordt hij meermalen in auto’s van medeverdachten, al dan niet in hun aanwezigheid, gezien.

Verdachten hadden regelmatig contact met de huurders en kwamen, soms wel enkele malen per week, op bezoek om te kijken hoe het ging. Bovendien leverden zij de materialen en de apparatuur om de kwekerij op te bouwen en zorgden zij voor de stekjes (zaaksdossiers 1, 6 en 12). Soms verbouwden zij zelf (zaaksdossiers 8 en 13).

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat er regelmatig contacten zijn tussen de verschillende verdachten onderling en met de andere betrokken personen (onder meer [getuige 3], [getuige 2], [getuige 5]) waarbij in versluierde taal wordt gesproken over het leveren van goederen en onderhoud van de kwekerijen. Voorts vinden er telefonische contacten plaats om aan elkaar te melden dat een kwekerij is opgerold. Uit observaties blijkt dat de verdachten in wisselende samenstelling en in wisselende auto’s meerdere kwekerijen op een dag bezochten (bijv. zaaksdossiers 5, 6 en 8).

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat zijn beide zonen nieuwe spullen van de growshop [shop] (de rechtbank begrijpt dat verdachte bedoelt: [shop]) rondrijden. Daarbij heeft hij ook verklaard dat zijn zonen rondreden voor de eigenaar van [shop] om spullen bij klanten te bezorgen. Ook [medeverdachte 1] heeft, toen hij werd gezien met materialen op 9 januari 2013, iets dergelijks verklaard. Dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een - legale - bezorgdienst voor [shop] te Amersfoort vormden, wordt echter weerlegd door de verklaring van de manager van dat bedrijf. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het rondbrengen van materialen ten behoeve van hennepkwekerijen geschiedde vanuit betrokkenheid bij die kwekerijen. Daarmee is ook het gevoerde verweer ter zake weerlegd.

Uit de in de woningen van [medeverdachte 4] en [verdachte] aangetroffen briefjes met namen en getallen leidt de rechtbank af dat er sprake was van enige vorm van administratie betreffende de hennepteelt. Hetzelfde valt op te merken ten aanzien van de bij [verdachte] aangetroffen facturen van de growshop [shop]. Hoewel met betrekking tot de in de woning van [medeverdachte 4] aangetroffen briefjes uit het onderzoek van het NFI niet kan worden afgeleid dat die briefjes door [medeverdachte 4] zijn geschreven, betrekt de rechtbank, gelet op de vindplaats, de inhoud van de briefjes wel bij haar oordeel dat [medeverdachte 4] betrokken was bij de criminele organisatie, zoals is ten laste gelegd onder feit 1.

Uit die administratie blijkt dat sprake is van grote bedragen, die de rechtbank begrijpt als huurbedragen.

Ook de opbrengsten van kwekerijen als de bewezenverklaarde kwekerijen zijn zeer groot. Ten aanzien van [verdachte] en [medeverdachte 6] leidt een berekening met betrekking tot witgewassen bedragen tot een witgewassen totaalbedrag van meer dan € 450.000,-, terwijl ook [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onverklaarbare vermogensbestanddelen bezitten. Voor de dwarsverbanden tussen de beide “suborganisaties” wijst de rechtbank nog op het feit dat in de woning van [verdachte] voor ongeveer € 48.000,-- aan bonnen van de [shop] zijn aangetroffen, behorend bij een klantengroep waar ook een [verdachte] én een [medeverdachte 2] deel van uitmaken. Voorts maken de verschillende verdachten [naam] gebruik van de dezelfde katvangers/stromannen/uitvoerders ([medeverdachte 5], [F]) en knippers. Bij deze dwarsverbanden neemt de rechtbank nog in aanmerking dat in zaaksdossier 10 ten aanzien van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] het medeplegen van de ten laste gelegde hennepteelt bewezen wordt geacht en in de betreffende kwekerij een DNA-spoor van [medeverdachte 6] is aangetroffen.

Ter zitting is nog aangevoerd dat de verdachten [naam] familie zijn van elkaar en op hetzelfde woonwagenkamp wonen en dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] bekenden waren van de familie, zodat de onderlinge contacten niet als bewijsmiddelen voor de criminele organisatie gebruikt kunnen worden.

De rechtbank stelt voorop dat voor een familie geldt dat de eigen juridische en sociale structuur op een aantal punten overeenkomsten kunnen vertonen met aspecten van een criminele organisatie. Dit betekent echter niet dat reeds sprake is van een criminele organisatie indien meerdere leden van een familie tezamen misdrijven plegen. Daarvan is slechts sprake indien komt vast te staan dat door die familieleden die deze misdrijven begaan of die deze misdrijven doelbewust ondersteunen, de in die familie bestaande gezagsverhoudingen, relaties, rolverdeling, structuur en regels doelbewust en met een zekere stelselmatigheid en bestendigheid worden ingezet om te kunnen komen tot het plegen van deze misdrijven. In dat geval is immers bij die personen sprake van het oogmerk tot het plegen van misdrijven aanwezig binnen een familiestructuur die dan voor die betrokken personen tevens is aan te merken als een criminele organisatie.

In deze zaak is duidelijk gebleken van een dergelijke aanwending van de reeds bestaande familiestructuur door een aantal verdachten, waarbij ook leden van buiten de familie betrokken waren. Gedurende een langere periode en bij een behoorlijk aantal hennepkwekerijen is telkens -in wisselende samenstelling, maar met een min of meer vaste werkwijze- een aantal familieleden betrokken. In diverse kwekerijen zijn DNA- (zaaksdossiers 1, 2, 4, 5, 6, 9, 10, 13 en ) en dactyloscopische sporen (zaaksdossiers 5, 7 en 8) van de verdachten aangetroffen. Voorts wijst de rechtbank op het versluierde taalgebruik in de telefoongesprekken, de contacten onderling na het ontmantelen van een hennepkwekerij en op het feit dat in kwekerijen een alarmkastje werd aangetroffen met verbinding naar een door verdachte(n) gebruikt telefoonnummer (zaaksdossiers 2 en 5).

De handelingen van verdachten gaan, gelet op het voorgaande, daarmee verder dan de eigen sociale structuur die binnen een familie bestaat.

Dit leidt tot de conclusie dat er wel degelijk sprake is geweest van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in Bijlage II genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 7 februari 2011 tot en met 27 februari 2013 te [plaats] en [plaats], gemeente [plaats], en [plaats], gemeente [plaats], en [plaats], gemeente [plaats] en [plaats], gemeente [plaats], en [plaats] en [plaats]. gemeente [plaats], en [plaats] en [plaats] en [plaats]

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden van een middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, zoals strafbaar gesteld in artikelen 3 onder B en/of C en/of 11 lid 2, 3 en/of 5 van de Opiumwet en

- diefstal van stroom door middel van braak en/of verbreking, zoals strafbaar gesteld in de artikelen 310 en/of 311 lid 1 sub 5 van het Wetboek van Strafrecht en

- witwassen, zoals strafbaar gesteld in artikel 420 BIS/TER/QUATER van het Wetboek van Strafrecht;

(zaaksdossiers 1 t/m 10, 12 en 13)

2.

op tijdstippen in de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 december 2012 te [plaats], gemeente [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk hebben geteeld een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

(zaaksdossier 1)

3.

in de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 december 2012 te [plaats], gemeente [plaats],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid stroom, toebehorende aan Liander NV, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;

(zaaksdossier 1)

4.

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 te [plaats] en te [plaats]

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van voorwerpen, te weten

• geldbedragen en

• een hoeveelheid voertuigen

in totaal ten bedrage van ongeveer € 344.012,-- de werkelijke aard, de herkomst. de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was of wie bovenomschreven voorwerp, voorhanden had, en/of genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen en geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

feit 1: deelnemen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een

misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid van de Opiumwet alsmede deelnemen

aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de

Opiumwet gegeven verbod in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen gepleegd;

feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 4: medeplegen van gewoontewitwassen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, mocht zij daar aan toekomen, bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank let bij het bepalen van de straf enerzijds op de feiten, anderzijds op de persoon van de verdachte.

De rechtbank stelt voorop dat het gedoogbeleid wat betreft hennep dat Nederland kent vooral betrekking heeft op gebruik en gebruikershoeveelheden. Voor iedereen is duidelijk dat hennepteelt op grotere schaal en handel in hennep strafbaar zijn en niet gedoogd worden.

Het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS) heeft oriëntatiepunten voor straftoemeting vastgesteld. Deze geven als uitgangspunt voor het min of meer bedrijfsmatig of met een zekere mate van professionaliteit kweken van hennepplanten in ruimtes zoals een woonhuis of loods, met als kennelijk doel de verkoop van de geoogste planten, wanneer sprake is van een enkele oogst van 500 tot 1000 planten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 weken. Daarbij gaat het om een first offender die niet in georganiseerd verband handelt.

Voor het bepalen van de straf let de rechtbank op 12 hennepkwekerijen zoals die hiervoor in de bewijsmiddelen beschreven zijn, de meeste in de genoemde categorie 500-1000 planten, twee kleinere en één zeer grote hennepkwekerij van bijna 3500 planten.
In de meeste zaaksdossiers is sprake van meerdere oogsten.
Die omvang vergde, zowel in de voorbereiding als in de verwerking van oogsten, een professionele opzet. Die kwam van een organisatie waar verdachte deel van uitmaakte. De organisatie hield zich ook bezig met diefstal van elektriciteit en witwassen, misdrijven die met hennepteelt onmiddellijk samenhangen.

De rechtbank weegt ook dit witwassen als een ernstig misdrijf. Er gaat een corrumperend effect uit van het gebruik en verbergen van de enorme bedragen die uit hennepteelt voortkomen.

Hoewel deze verdachte niet bij alle zaken als (mede)pleger betrokken was, blijkt wel van deelname aan de organisatie die al deze hennepkwekerijen en samenhangende misdrijven niet alleen beoogde maar ook uitvoerde. Die organisatie zocht vastgoed en verschafte zich het bezit door (onder)huur daarvan, regelde inrichting, elektrische installatie en bewatering, plantenstekken, voeding, groeimiddelen en alarmering. Tijdens de groei werd regelmatig gecontroleerd. Bij het verwerken van de oogst waren veelal dezelfde knippers betrokken, die een standaardbedrag ontvingen. De contante opbrengsten moeten zeer groot geweest zijn. Slechts een deel daarvan is achterhaald.

Wanneer hennepteelt wordt gepleegd in georganiseerd verband is veelal sprake van intimidatie en geweld. Van daadwerkelijk geweld is in deze zaak niet gebleken, al geven verschillende getuigen aan dat zij bang en/of bedreigd zijn. Ook zijn bij de doorzoekingen op 27 februari 2013 wapens gevonden.

De rechtbank ziet binnen de organisatie zoals die uit de bewijsmiddelen blijkt verschillende rollen: een persoon die wat meer afstand neemt van het handwerk, maar een leidinggevende rol heeft en een dominante rol heeft in de financiën ([verdachte]), verschillende leidinggevende regelaars die deels ook de uitvoering doen([medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 6], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2]) en een aantal uitvoerders zonder veel zeggenschap ([medeverdachte 7], [medeverdachte 5]). De rol in de organisatie van de verschillende personen – en de strafwaardigheid – wordt enigszins weerspiegeld in wat de stukken inhouden over hun financiële situatie en vermogen.

Bij de waardering van de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 betrekt de rechtbank, uitgaand van het genoemde LOVS-oriëntatiepunt
-de eigen betrokkenheid als (mede)pleger bij kwekerijen en in dat verband
-het aantal planten (resten) dat is aangetroffen en, deels in samenhang daar mee, de mate van professionaliteit van de kwekerij;
-het totaal aantal geteelde planten, zoals af te leiden is uit de huurperiode en het door deskundige verbalisanten en medewerkers van energiemaatschappijen ingeschatte aantal oogsten en ten slotte
-de betrokkenheid als deelnemer aan de organisatie die alle kwekerijen exploiteerde, waarbij ook de professionaliteit en de totale oogst van al die kwekerijen een rol spelen.

De met hennepteelt gepaard gaande diefstal van energie en de daarmee gepaard gaande risico’s van overbelaste of anderszins onveilige elektrische installaties weegt de rechtbank mee in haar oordeel over de criminele organisatie.
De rol die ieder daarin speelde is een belangrijke factor in de straftoemeting.

Met betrekking tot deze verdachte weegt de rechtbank zwaar mee dat vast is komen te staan dat hij een zeer groot bedrag heeft witgewassen, deels op een slimme wijze via een gefingeerde dienstbetrekking. Uit de opsomming van vermogensbestanddelen van deze verdachte blijkt hoezeer hij heeft geprofiteerd van grote winsten die voortkomen uit de hennepteelt.

De verdachte heeft noch vóór, noch tijdens de zitting laten blijken dat hij inziet dat deelname aan grootschalige hennepteelt, direct of via een organisatie, fout is.

Wat betreft de persoon van de verdachte weegt de rechtbank in zijn voordeel mee dat hij niet eerder is veroordeeld. Dit blijkt uit een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 juni 2013.

Slechts een vrijheidsbenemende straf is op zijn plaats. Van de op te leggen straf wordt een deel voorwaardelijk opgelegd om te bewerkstelligen dat de verdachte tijdens de, op 2 jaar te stellen, proeftijd geen nieuwe strafbare feiten pleegt.

De straf wijkt af van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd, onder meer omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt.

De rechtbank is, gelet op alles wat hiervoor is overwogen, van oordeel dat aan de verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd van 2 jaar en 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbank ziet ambtshalve geen aanleiding het bevel tot voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen.

9 Het beslag

9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voor de onder verdachte in beslag genomen goederen verbeurdverklaring gevorderd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitdrukkelijk uitgelaten over deze vordering. Wel ligt verzet besloten in het pleidooi aangaande bewezenverklaring.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De voorwerpen, genoemd op de aangehechte beslaglijst, zijn in beslag genomen en nog niet teruggegeven.

De officier van justitie heeft gevorderd al deze goederen verbeurd te verklaren nu het gaat om goederen die aan de verdachte toebehoren of die hij geheel of grotendeels ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels zijn verkregen door middel van of uit de baten van het strafbaar feit.

Nu de officier van justitie op al deze zaken conservatoir beslag heeft gelegd en heeft aangekondigd een ontnemingsvordering in te stellen, is de rechtbank, mede gelet op de grond voor verbeurdverklaring die de officier van justitie noemt, van oordeel dat de beslissing over deze vermogensbestanddelen in de ontnemingsprocedure aan de orde moet komen. Dat beslag staat ook aan een eventuele teruggave in de weg.

De verdediging klaagt nog over een in beslag genomen kentekenbewijs dat aan een derde is teruggegeven. De rechtbank beslist ingevolge artikel 353 Sv echter slechts over de voorwerpen waarvoor geen last tot teruggave is gegeven.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 140, 311, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 11a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: deelnemen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een

misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid van de Opiumwet alsmede deelnemen

aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de

Opiumwet gegeven verbod in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen gepleegd;

feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 4: medeplegen van gewoontewitwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) jaar en 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, te weten 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verstaat dat op de voorwerpen zoals genoemd op de aangehechte beslaglijst, conservatoir beslag, ex artikel 94a Wetboek van Strafvordering, is gelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juni 2014.

Mr. D.A. Groenevelt-Timmer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 februari 2011 tot en met 27 februari 2013 te [plaats] en/of [plaats], gemeente [plaats], en/of [plaats], gemeente [plaats], en/of [plaats], gemeente [plaats] en/of [plaats], gemeente [plaats], en/of [plaats] en/of [plaats]. gemeente [plaats], en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats], gemeente [plaats], althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of aanwezig hebben van (een) grote hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, zoals strafbaar gesteld in artikelen 3 onder B en/of C en/of 11 lid 2, 3 en/of 5 van de Opiumwet en/of

- diefstal door middel van braak en/of verbreking van stroom, zoals strafbaar gesteld in de artikelen 310 en/of 311 lid 1 sub 5 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- witwassen, zoals strafbaar gesteld in artikel 420 BIS/TER/QUATER van het Wetboek van Strafrecht;

(- einddossier, deel 1, persoonsdossiers;

- einddossier, deel 3, zaaksdossiers 1 t/m 14;

- einddossier, deel 4, Proces Verbaal artikel 140 WvSr;

- einddossier, deel 5, zaaksdossiers witwassen)

art 140 lid I Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 januari 2012 tot en met 21 december 2012 te [plaats], gemeente [plaats], en/of [plaats], althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (een) (grote) aantal(len) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(zaaksdossiers 1 en 10)

art 3 ahf/ond B en C Opiumwet

art 11 lid 2, 3 en lid 5 Opiumwet

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 januari 2012 tot en met 21 december 2012 te [plaats], gemeente [plaats], en/of [plaats], althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) hoeveelhe(i)d(en) stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV en/of Stedin BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(zaaksdossier 1 en 10)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 en 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 te [plaats] en/of te [plaats] en/of te Arnhem. althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van (een) voorwerp(en), te weten

- een of meer geldbedrag(en) en/of

- een (grote) hoeveelheid sieraden en en/of

- een (grote) hoeveelheid voertuigen

in elk geval enig goed, in totaal ten bedrage van ongeveer EUR 369.702,-,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) was of wie bovenomschreven voorwerp, voorhanden had,

en/of genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), gebruik gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk — afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

BIJLAGE II: De bewijsmiddelen en enkele specifieke bewijsoverwegingen

II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers

In het onderzoek komt een aantal telefoonnummers naar voren, waarvan de gebruiker mogelijk betrokken is bij de ten laste gelegde feiten. De rechtbank stelt vast dat de volgende telefoonnummers destijds in gebruik waren bij de hierna te noemen verdachten.

Telefoonnummers [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]), [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]), [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) en [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) in gebruik bij [medeverdachte 3]

Het telefoonnummer, *[telefoonnummer], betreft een abonnement van KPN, dat destijds op naam van [medeverdachte 3] stond.3 [medeverdachte 3] heeft bevestigd dat hij een telefoonabonnement heeft bij KPN.4

Ook het telefoonnummer *[telefoonnummer] betreft een abonnement van KPN dat destijds op naam stond van [medeverdachte 3].5 Dat [medeverdachte 3] dit nummer ook daadwerkelijk in gebruik heeft, volgt uit de inhoud van een op 30 oktober 2012 opgenomen en uitgeluisterd telefoongesprek tussen de gebruiker van *[telefoonnummer] en een derde. Tijdens dit gesprek noemt de derde de gebruiker van nummer *[telefoonnummer] meermalen “[medeverdachte 3]”.6 [medeverdachte 3] betreft de voornaam van [medeverdachte 3].
Uit onderzoek volgt verder dat [medeverdachte 3] destijds de gebruiker was van telefoonnummer
*[telefoonnummer]. Als de gebruiker van dit telefoonnummer op 5 november 2012 naar de ABN Amrobank belt om een nieuwe bankpas aan te vragen, geeft hij als zijn naam “[medeverdachte 3]” op en noemt als zijn geboortedatum “[1962]”.7 De rechtbank stelt vast dat deze gegevens gelijk zijn aan de persoonlijke gegevens van de verdachte [medeverdachte 3].

[getuige 3] heeft verklaard dat *[telefoonnummer] het nummer van [medeverdachte 3] is.8 Als hem een foto van [medeverdachte 3] wordt getoond, herkent hij de persoon op de foto als “[medeverdachte 3]”.9

Met betrekking tot het betoog van de raadsman van [medeverdachte 3], dat deze dit nummer *[telefoonnummer] op enig moment van [medeverdachte 5] heeft overgenomen (zodat geen waarde kan worden gehecht aan een relatie met een sms-alert) overweegt de rechtbank dat dit standpunt eerst ter zitting is ingebracht terwijl het geen verifieerbare concrete gegevens behelst. Daarom wordt het terzijde gesteld.

Telefoonnummers [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) en [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) destijds in gebruik bij [medeverdachte 7]

Uit onderzoek volgt dat het telefoonnummer *[telefoonnummer] een prepaid nummer betreft.10 Als de gebruiker van dit telefoonnummer op 25 oktober 2012 wordt gebeld, neemt een vrouw op.11 Op de vraag van de beller of [medeverdachte 7] daar is, komt [medeverdachte 7] aan de lijn.12

[medeverdachte 7] heeft bevestigd dat hij destijds gebruiker was van het telefoonnummer *[telefoonnummer].13

Telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]), en [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) in gebruik bij [verdachte].

Het telefoonnummer [telefoonnummer] staat op naam van [verdachte].14 Dat dit telefoonnummer niet alleen op zijn naam staat, maar destijds ook door hem werd gebruikt, volgt uit een opgenomen en uitgeluisterd telefoongesprek d.d. 15 oktober 2012, waarin de gebruiker van voornoemd telefoonnummer wordt gevraagd: “Ben jij dat [verdachte]?”, waarop de gebruiker dit bevestigt.15 Dat [verdachte] destijds de gebruiker van voornoemd nummer was, volgt verder uit het feit dat een vrouw, die zichzelf [G] noemt, meermalen de naam [verdachte] noemt in telefoongesprekken. [verdachte] is gehuwd met een vrouw met de voornaam [G].

Uit onderzoek volgt dat [verdachte] destijds tevens gebruik maakte van het telefoonnummer *[telefoonnummer]. Dit betreft een telefoonnummer dat is gekoppeld aan een abonnement op naam van [getuige 9].16 Deze getuige heeft verklaard dat het nummer *[telefoonnummer] het nummer van [verdachte] betreft. Dit telefoonnummer staat weliswaar op zijn naam, maar hij heeft dit telefoonnummer aan [verdachte] gegeven.17

Telefoonnummers [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]), [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]), [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) en [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) destijds in gebruik bij [medeverdachte 5].

Uit onderzoek volgt dat de gebruiker van het telefoonnummer *[telefoonnummer] op 23 oktober 2012 wordt gebeld door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer]. De moeder van [medeverdachte 5], [H], heeft bevestigd dat dit haar telefoonnummer is.18 In voornoemd telefoongesprek noemt zij de gebruiker van het telefoonnummer *[telefoonnummer] “[medeverdachte 5]”.
Getuige [getuige 10], voormalig partner van [medeverdachte 5] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 5]),19 heeft verklaard dat het telefoonnummer van [medeverdachte 5] *[telefoonnummer] is.20

Op 4 januari 2013 wordt [I] gebeld door het telefoonnummer *[telefoonnummer].
Uit stemherkenning volgt dat de gebruiker van voornoemd telefoonnummer [medeverdachte 5] betreft.21


Ook de stem van de gebruiker van telefoonnummers *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] wordt in telefoongesprekken van respectievelijk 11 december 2012 en 29 december 2012 herkend als de stem van [medeverdachte 5].22

Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) destijds in gebruik bij [medeverdachte 1]

Uit onderzoek volgt dat [medeverdachte 1] destijds gebruik maakte van het telefoonnummer *[telefoonnummer]. Dit telefoonnummer staat op naam van [J], [adres] te [plaats], de moeder van [medeverdachte 1].23 Uit onderzoek volgt dat [medeverdachte 1] in augustus 2009 en in augustus 2010 bij de politie het nummer *[telefoonnummer] heeft opgegeven als zijnde zijn telefoonnummer.24

Als de gebruiker van voornoemd telefoonnummer op 15 februari 2013 gebeld wordt, neemt hij op met “Met [medeverdachte 1]”.25


Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) destijds in gebruik bij [medeverdachte 2]
Uit onderzoek volgt dat het telefoonnummer *[telefoonnummer] op naam staat van [J], [adres] te [plaats]. Dit betreft de moeder van [medeverdachte 2].26
Als de gebruiker van voornoemd telefoonnummer *[telefoonnummer] op 24 november 2012 belt naar een derde neemt “[K]” op. De gebruiker van telefoonnummer *[telefoonnummer] noemt zichzelf [medeverdachte 2]. [K] noemt [medeverdachte 2] de jarige job.27 [medeverdachte 2] is geboren op [1988]. In telefoongesprekken op 20 november 2012 en 21 november 2012 noemt de gebruiker van het telefoonnummer *[telefoonnummer] zichzelf “[medeverdachte 2]”.28

Telefoonnummers [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) en [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) destijds in gebruik bij [medeverdachte 6]

Het telefoonnummer *[telefoonnummer] betreft een prepaid nummer van telecomaanbieder T-Mobile.29 [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij een prepaid telefoon heeft, van telecomaanbieder T-Mobile en dat hij de enige gebruiker was.30

Nadat op 3 januari 2013 in de woning waar [medeverdachte 5] verbleef in [plaats] een hennepkwekerij is ontdekt, belt [medeverdachte 5] met telefoonnummer *[telefoonnummer] naar het telefoonnummer *[telefoonnummer]. Hij geeft dan aan dat de gebruiker van nummer *[telefoonnummer] zijn kaartje weg moet gooien want ja, bij mij thuis dat is voorbij.31

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij voornoemd telefoongesprek voerde met [medeverdachte 3].32 Als hem een foto wordt getoond van [medeverdachte 6] herkent [medeverdachte 5] deze als [medeverdachte 3].33

Uit onderzoek volgt dat [medeverdachte 6] destijds tevens gebruik maakte van het telefoonnummer *[telefoonnummer].
Als de gebruiker van het telefoonnummer *[telefoonnummer] -[medeverdachte 1]- op 8 januari 2013 wordt gebeld door een onbekend gebleven derde, die vraagt naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3], antwoordt [medeverdachte 1] dat dit telefoonnummer *[telefoonnummer] betreft.34

Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) destijds in gebruik bij [medeverdachte 4]
Uit onderzoek volgt dat het telefoonnummer *[telefoonnummer] een abonnement van T-mobile betreft en op naam staat van [J], [adres] te [plaats]. [J] betreft de echtgenote van [medeverdachte 4].35
[medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij gebruik maakt van een mobiele telefoon, waarvan het abonnement van KPN of T-Mobile is. Het abonnement staat op naam van zijn vrouw en hij is de enige gebruiker van dit telefoonnummer.36

II.2 De bewijsmiddelen ten aanzien van de zaaksdossiers

Zaaksdossier 1: [adres] te [plaats]

Op 11 december 2012 vindt om 10.30 uur een doorzoeking plaats in het pand gelegen aan het [adres] te [plaats]. Dit pand bestaat uit een bedrijfspand (perceel 9) en een daarboven gelegen woning (perceel 11).37 In voornoemd bedrijfspand wordt een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met daarin 3455 planten in verschillende groeistadia, variërend van circa 2 á 3 weken oud tot 7 á 8 weken oud.38 In de kweekruimten roken de verbalisanten de specifieke geur die de hennepplant kenmerkt en verspreidt. De verbalisanten herkenden de in de kweekruimten staande planten als hennepplanten.39

De professionaliteit van de kwekerij is hoog, gelet op de volgende indicatoren. In de hennepkwekerij stond een groot aantal hennepplanten. De hennepkwekerij is geïsoleerd met betrekking tot daglicht en temperatuur, de belichting is geregeld door middel van tijdschakelaars40 en er is een intern circulatiesysteem aanwezig. Daarnaast is sprake van een elektromotorische aan- en afzuiging41 en van biologische bestrijdingsmiddelen.42 Gerelateerd wordt dat er ten minste twee eerdere oogsten zijn geweest.43


In voornoemd pand wordt [getuige 3] aangetroffen en aangehouden.44

[getuige 3] heeft verklaard dat hij in 2007 via zijn werkgever werd doorverwezen naar [verdachte], die werk voor hem zou hebben. [verdachte] vertelde hem dat hij hem kon gebruiken voor de wiet. [verdachte] zou een woning regelen waar hij kon wonen en waar [verdachte] dan de wiet in zou zetten. [getuige 3] moest wiet kweken en verzorgen en ontving daarvoor een bedrag in de week.45

De eerste kwekerij was aan de [adres] in [plaats] met ongeveer 1325 planten en 8 oogsten. [getuige 3] kreeg een huurcontract van [verdachte] dat op zijn naam stond en ondertekende dit contract. [verdachte] kwam een keer in de week langs en bracht dan geld mee voor hem. Ook het geld voor de elektriciteitsrekening bracht [verdachte] dan mee. Dit stortte [getuige 3] op zijn rekening, waarna hij de verschuldigde elektriciteit betaalde. Hij bouwde de kwekerij zelf op, waarbij [verdachte] of [medeverdachte 3] de bouwmaterialen kwamen brengen. Ook de planten werden door [verdachte] gebracht, net als groei- en bloeimiddelen.

Later kwam ook [medeverdachte 5] er bij, een jongen met een tattoo in zijn nek. Hij heeft [getuige 3] geholpen om de boel af te breken. Als er geoogst was, dan kwam [verdachte] of [medeverdachte 3] de wiet ophalen.

Daarna is [getuige 3] naar [plaats] gegaan. Daar was een soortgelijke rolverdeling.46 In [plaats] is 4 à 5 keer geoogst en dat ging om 1600 planten per oogst.47

Getuige [getuige 11] verklaarde onder meer dat met ingang van 1 juni 2010 de woonruimte ’[adres] te [plaats] is verhuurd aan [getuige 3], wonende [adres] te [plaats]. Daarbij heeft de getuige een kopie van de huurovereenkomst overhandigd. De verhuur van de woonruimte was onder beheer van Goed Vastgoed Makelaardij in de persoon van [D]. De huursom van

€ 2500,- per maand werd probleemloos contant afgedragen door [D] aan [getuige 11]. Na het vertrek van [getuige 3] heeft [getuige 11] gaten in het dakbeschot gezien die daar eerder niet zaten en heeft hij een berg potgrond aangetroffen aan de achterzijde van het pand.48

[D] heeft verklaard dat het pand [adres] te [plaats] van [F] is. Het was bij zijn makelaarskantoor in de verkoop. Zijn broer en hij hebben in eerste instantie een tijdelijke financiering van ongeveer € 400.000,- verstrekt aan [F]. Inmiddels zijn er betalingsachterstanden. Voorts verklaarde [D] dat hij is benaderd door de eigenaar van het pand ‘[adres]’ te [plaats], de heer [getuige 11]. Hij zocht een nieuwe huurder. [D] verklaarde dat hij wist dat [getuige 3] op zoek was naar woonruimte omdat [D] de woning aan de [adres] te [plaats] wilde gaan verkopen. Voor zover bekend betaalde [getuige 3] de huur contant.49

Voorts verklaart [getuige 3] dat hij [verdachte] wel acceptgiro’s meegaf.50

Tijdens de doorzoeking op het perceel [adres] te [plaats] werden in een tasje aan de kapstok een aantal papieren aangetroffen ten name van [getuige 3] te [plaats]. Dit betrof een tweetal acceptgirokaarten betrekking hebbend op energielevering op het adres ’[adres] te [plaats] ad € 763,79 en € 143,64. Tevens werd een aantal stortingsbewijzen gevonden met de genoemde bedragen, gedaan bij de ING-bank te [plaats] d.d. 9 mei 2012. 51

Alles wat uit de woning te [plaats] kwam aan apparatuur van de kwekerij is meegenomen naar het [adres] in [plaats]. [verdachte] heeft ook voor deze woning gezorgd. [getuige 3] heeft het huurcontract getekend. Weer dezelfde man van de Nuon legde de stroom naar de kwekerij aan.52 Die man van Liander of Nuon kwam altijd mee met [verdachte] of [medeverdachte 3].53
[getuige 3] heeft verklaard dat hij sinds maart 2012 op het adres [adres] 11 te [plaats] woont en deze woning huurt van [F] BV, voor € 2.400,00 per maand.54

[verdachte] regelde het contract met [F] en ging mee met [F] voor het ondertekenen van het huurcontract.55 [F] heeft verklaard dat hij de huurpenningen in contanten via de brievenbus bij hem thuis ontving.56

De rekeningen voor water en energie gaf [getuige 3] mee aan [medeverdachte 3] jr., [verdachte] of [medeverdachte 5]. De rekeningen werden dan altijd betaald.57

[getuige 3] verklaarde dat hij de kwekerij aan de [adres] in [plaats] heeft opgebouwd. Het benodigde materiaal werd door [verdachte], [medeverdachte 3] jr. of [medeverdachte 5] naar hem toegebracht.58 [F] en [verdachte] brachten samen houten platen en ongeveer 40 plastic kratten. [verdachte] heeft als het ware het pand een beetje ingericht, zodat te zien was dat er activiteit was in het pand en de kwekerij niet meer zo opviel.59 [verdachte] belde altijd, die regelde altijd de dingen.60 Ook [medeverdachte 3] is bij de kwekerij geweest.61 Hij kwam dan kijken hoe het met de plantjes ging.
Het geld dat [getuige 3] als tegenprestatie voor het opbouwen en onderhouden van de kwekerij ontving, kreeg hij van [verdachte], al dan niet via [medeverdachte 3] of [medeverdachte 5].
Als er geoogst moest worden, knipte [getuige 3] de planten zelf en deed deze in tonnen.62 [verdachte], [medeverdachte 6], [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] kwamen daarna in wisselende samenstelling langs om de tonnen met oogst op te halen.63

Uit onderzoek volgt dat [getuige 3], die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer]64in de periode voorafgaand aan het aantreffen van voornoemde hennepkwekerij meermalen telefonisch contact heeft met [medeverdachte 3]. Tijdens deze telefonische contacten wordt in versluierde taal gesproken over het leveren van goederen en onderhoud.65
Op 16 oktober 2012 vindt een gesprek plaats tussen [getuige 3] en [medeverdachte 3]. In dit gesprek vraagt [medeverdachte 3] “Het ie al gebracht” en “Zitten der korreltjes in”, waarop [getuige 3] antwoordt “Japjapjap, huh nee, ik heb gewone grond gekregen van hem.”
[medeverdachte 3] geeft aan dat hij “hem wel gaat bellen”, waarop [getuige 3] aangeeft “ja, nee hij staat nu bij me met die bus. En hij heb twee pallets der in staan. Ja ik zeg dat is gewone grond, ik dacht cocos”. [medeverdachte 3] geeft dan aan: “Naja nee, die hebben we niet besteld”, “laat ze maa nee ik wil die andere hebben dus” en “Doe maar terug”, waarop [getuige 3] aangeeft dat hij hem terug zal sturen.
[getuige 3] heeft bevestigd dat hij dit telefoongesprek heeft gevoerd met [medeverdachte 3], omdat hij verkeerde potgrond geleverd had gekregen. Hij sprak met [medeverdachte 3] af dat hij nieuwe potgrond zou krijgen.66 [medeverdachte 5] heeft, nadat hem voornoemd opgenomen en uitgeluisterd telefoongesprek werd voorgehouden, verklaard dat hij die ochtend bij de [shop] in Amersfoort anderhalve pallet potgrond heeft opgehaald. Hij begreep van [getuige 3] dat het de verkeerde grond was en heeft de potgrond daarna weer teruggebracht naar Amersfoort.67

De verklaring van [getuige 3] vindt ook bevestiging in het volgende.

In het pand, gelegen aan het [adres] te [plaats], vinden ontmoetingen plaats tussen [medeverdachte 3] en [getuige 3]. Als [medeverdachte 3] op 8 oktober 2012 telefonisch contact opneemt met [getuige 3], geeft hij aan dat hij er bijna is. [getuige 3] zegt hierop dat hij naar beneden loopt en het hek open zal gooien. Het telefoonnummer van [medeverdachte 3] straalt op dat moment een zendmast aan op de [adres] te [plaats], gelegen nabij [plaats].68
Ook op 7 november 2012 vindt een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 3] en [getuige 3]. Een observatieteam ziet dat [medeverdachte 3] die dag omstreeks 10.15 uur in een Renault Espace
met kenteken [kenteken] het terrein van de [adres] te [plaats] afrijdt.69 Omstreeks 11.12 uur zien verbalisanten voornoemde auto op de A10 ter hoogte van Landsmeer. In de Renault zitten drie personen. De bestuurder wordt herkend als [medeverdachte 3].70 Omstreeks 11.17 uur belt [medeverdachte 3] naar [getuige 3]. [medeverdachte 3] geeft aan dat hij er bijna is.71 Enkele minuten later, omstreeks 11.21 uur, wordt gezien dat de Renault ter hoogte van perceel [adres] 11 te [plaats] een hek binnenrijdt. Omstreeks 11.21 uur rijdt de Renault op de [adres] uit de richting van perceel 11. Omstreeks 12.00 uur zien verbalisanten de Renault weer rijden, met daarin drie personen. [medeverdachte 3] wordt herkend als de bestuurder.72 Omstreeks 12.59 uur wordt gezien dat de Renault het terrein van de [adres] weer oprijdt.73

Op 9 november 2012 ziet het observatieteam dat twee auto’s, een witte Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] en een grijze Peugeot Bipper, met kenteken [kenteken] omstreeks 14.19 uur samen wegrijden vanaf [adres] te [plaats]. De bestuurder van de Peugeot wordt herkend als [medeverdachte 5]. De bestuurder van de Volkswagen Caddy, waar twee personen in zitten, wordt herkend als [medeverdachte 3]. Omstreeks 15.00 uur wordt gezien dat deze voertuigen achter elkaar rijden op de A1.74

[medeverdachte 5] heeft bevestigd dat hij en [medeverdachte 3] op 9 november 2012 bij [getuige 3] in het pand op bezoek waren. Hij verklaarde dat hij en [medeverdachte 3] er wel vaker op bezoek zijn geweest.75

In de kwekerij wordt op 11 december 2012 een blikje Red bull aangetroffen. Dit blikje krijgt het SIN-nummer AAFY4391NL. Op het blikje wordt een dactyloscopisch spoor aangetroffen. Dit wordt veiliggesteld en krijgt het SIN-nummer AAEQ2577NL.76 Dat spoor is geïndividualiseerd op een afdruk voorkomend op het vingerafdrukkenblad ten name van Dirk [medeverdachte 5].77

Niet alleen in de periode voor voornoemd aantreffen van de hennepkwekerij, maar ook daarna wordt [medeverdachte 3] gezien nabij het [adres] te [plaats]. Enkele uren na het aantreffen en ontmantelen van de kwekerij, op 11 december 2012, ziet het observatieteam dat [medeverdachte 3] als bestuurder van een blauwe Transporter over het [adres] te [plaats] rijdt.78 Nadat [medeverdachte 3] op het [adres] is gezien die dag, lijkt de telefoon met nummer *[telefoonnummer] te zijn uitgezet. Pas die avond wordt de telefoon weer aangeschakeld.79
Omstreeks 20.47 uur wordt [medeverdachte 3] gebeld door de gebruiker van het nummer [telefoonnummer]. Deze gebruiker, die [medeverdachte 3] “papa” noemt, zegt hem: ”papa, elke woensdag moet je mij ophalen”. Hierop zegt [medeverdachte 3]: “Elke woensdag kan ik niet. Ja, je hebt geluk, papa was bijna een jaar weggeweest.”80

Ruim [naam] minuten later, omstreeks 20.58 uur, neemt [medeverdachte 3] telefonisch contact op met de gebruiker van nummer [telefoonnummer], welk nummer wordt toegeschreven aan zijn partner, E. [R]. Hij geeft haar aan dat hij slecht bericht heeft en dat zij dit zo dadelijk wel hoort. Ook geeft hij aan dat hij “voor hetzelfde geld een jaar weg was geweest” en “vandaag heel veel geluk heeft gehad.”81

Nadat [getuige 3], die sinds het aantreffen van de kwekerij in verzekering was gesteld, op 13 december 2013 wordt heengezonden, gaat hij terug naar het [adres] in [plaats]. Hij stuurt een sms naar [medeverdachte 3]: “Ben nou net los en ben nu thuis geen licht meer laatste sms zie je gauw.”82
Diezelfde dag, omstreeks 18.02 uur neemt de gebruiker van een onbekend nummer, wiens stem wordt herkend als de stem van [getuige 3], telefonisch contact op met [medeverdachte 3].83
In het gesprek dat volgt, geeft [getuige 3] aan dat hij hem moet zien morgen, want hij heeft nou helemaal niks meer. [medeverdachte 3] zegt hem: “is goed, komt allemaal goed”.

[getuige 3] zegt dat hij een nieuw nummer heeft. Op vragen van [medeverdachte 3] geeft hij vervolgens aan dat ze de hele telefoon hebben uitgeplozen. [medeverdachte 3] vraagt of zijn nummer er niet in stond, waarop [getuige 3] aangeeft dat zijn naam er niet in stond, maar zijn nummer wel. [medeverdachte 3] zegt daarop: ‘Okee nee daarom deze moet ik mee uitkijke dat we mekaar niet euh… ik spreek je.”84

Diefstal elektriciteit

Op 11 december 2013 is [L] van Liander NV aanwezig in voornoemd pand. Bij controle van de netcomponenten van Stedin en de elektrische installatie in de meterkast van het pand werd geconstateerd dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel zit aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel is afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. De elektriciteitskabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerij onbemeten van elektriciteit wordt voorzien.
Er zijn aanwijzingen dat er twee eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. De in de hennepkwekerij aanwezige hennepplanten bevinden zich in verschillende groeistadia, variërend van circa 2 á 3 weken oud tot 7 á 8 weken oud. De diefstal heeft daarom plaatsgevonden in de periode van juni 2012 tot 11 december 2012.85

[getuige 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 5] het materiaal kwam brengen, waaronder stroomdraden.86

[getuige 3] heeft met betrekking tot het illegaal stroom weghalen achter de meter verklaard dat er een apart mannetje voor de elektriciteitsmeter kwam. Hij kwam dan altijd mee met [verdachte] of [medeverdachte 6].87 Dezelfde man als bij de kwekerij in [plaats], iemand van de Nuon, sloot de stroom in het [adres] aan. Dit deed hij bewust buiten de meter om.88

Zaaksdossier 2: [adres] te [plaats]

Als verbalisant [verbalisant] op 9 januari 2012 buiten diensttijd over [adres] te [plaats] loopt, valt hem op dat bij een aan voornoemd pad gelegen schuur een opvallend helder licht schijnt, dat hem doet denken aan een hennepkwekerij. Bij de woning ziet hij ten minste drie personen. [verbalisant] maakt melding van het voorgaande.89
Diezelfde dag gaat de politie ter plaatse. In voornoemde schuur, behorend bij de woning aan [adres], wordt bij doorzoeking een in werking zijnde kwekerij aangetroffen, met daarin 673 planten.90

Niet alleen in voornoemde schuur, maar ook in de woning aan [adres] treft de politie een kwekerij aan, met hierin een ruimte met 188 planten en een ruimte met 189 planten.91
De door verbalisant uitgevoerde test van de monsters afkomstig uit voornoemde kwekerijen bevestigt dat het telkens gaat om hennepplanten van het geslacht cannabis.92

De aangetroffen planten bevinden zich in verschillende groeistadia, variërend van 4 weken oud93 tot 8 weken oud.94

De professionaliteit van de kwekerijen is hoog, gelet op de volgende indicatoren. In de hennepkwekerijen stond een groot aantal hennepplanten. De hennepkwekerij is geïsoleerd met betrekking tot daglicht en temperatuur,95 en er is een alarmsysteem aangelegd door middel van een zogenaamd SMS-Alarm Device en een GSM wireless intelligent security&protection alarm.96 Daarnaast is sprake van biologische bestrijdingsmiddelen.97 Er zijn aanwijzingen dat er ten minste vier eerdere oogsten zijn geweest.98

Voornoemde woning wordt sinds 1 januari 2010 gehuurd door [medeverdachte 5].99

Getuige [getuige 12], die nabij voornoemde woning woont, heeft verklaard dat hij sinds 3 jaar regelmatig busjes naar voornoemde woning ziet rijden, met daarin telkens twee of drie personen.100

In het proces-verbaal wordt vermeld dat de schuur bestaat uit drie ruimtes, in elkaars verlengde. Het voorste gedeelte deed dienst als technische ruimte, waarin de elektra was aangelegd en een grote ton met water en voedingsstoffen stond. In de “technische ruimte” wordt een sigarettenpeuk (AADH5096NL) aangetroffen en bemonsterd.101 Het NFI heeft dit monster vergeleken met een referentiemonster van [medeverdachte 5] dat is opgenomen in de DNA-databank. Uit dit onderzoek volgt dat het DNA-profiel van voornoemd monster overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 5].102 Voor dit spoor geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon (niet verwant met [medeverdachte 5]) overeenkomt met het DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.103


In de keuken van de woning van [adres], grenzend aan de twee kweekruimten die zijn aangetroffen in voornoemde woning, treft de politie op een tafel een asbak aan, met daarin drie sigarettenpeuken.104 Deze sigarettenpeuken, waaronder de sigarettenpeuk die is veiliggesteld als AADH5097, zijn bemonsterd.105 Het NFI heeft de DNA-profielen die zijn verkregen uit deze monsters vergeleken met referentiemonsters die in de DNA-databank zijn opgenomen. Uit dit onderzoek volgt dat het DNA-profiel dat op een van voornoemde peuken (AADHH5097) is aangetroffen overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 7].106 Voor dit spoor geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon (niet verwant met [medeverdachte 7]) overeenkomt met het DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.107

In voornoemde keuken worden voorts twee flesjes Fanta aangetroffen. Van één van deze flesjes is speeksel veiliggesteld (AADH5102NL). Het NFI heeft het DNA-profiel dat uit voornoemd speekselmonster is veiliggesteld vergeleken met referentiemonsters die in de DNA-databank zijn opgenomen. Uit dit onderzoek volgt dat het DNA-profiel dat op voornoemd flesje Fanta is veiliggesteld, overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 3].108 Voor dit spoor geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon (niet verwant met [medeverdachte 3]) overeenkomt met het DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.109

Ten slotte wordt in voornoemde keuken in de vuilnisbak een plastic bekertje aangetroffen. Van dit bekertje is speeksel veiliggesteld (AADH5101NL).110 Het NFI heeft het DNA-profiel dat uit voornoemd speekselmonster is veiliggesteld vergeleken met referentiemonsters die in de DNA-databank zijn opgenomen. Uit dit onderzoek volgt dat het DNA-profiel dat op voornoemd bekertje is veiliggesteld overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 4]. Voor dit spoor geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon (niet verwant met [medeverdachte 4]) overeenkomt met het DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.111

Verbalisant rapporteert dat het bekertje door hem is bemonsterd conform de geldende richtlijnen. Indien wordt gewerkt volgens de richtlijnen is de kans op contaminatie minimaal.112

Volgens het opgemaakte proces-verbaal zijn er nog twee flesjes Fanta in de vuilnisbak gevonden. Verbalisant weet niet hoe lang het afval zich al in de vuilnisbak bevond. De rand rondom de opening van de flesjes is door hem bemonsterd. In totaal twee bemonsteringen, waarvan één bemonstering geen geschikt DNA-profiel heeft opgeleverd. Het wel geschikte DNA-profiel is gekoppeld aan [medeverdachte 3].113

In voornoemde schuur is een alarmkastje aangetroffen, een zogenaamd SMS-Alarm Device en een GSM wireless intelligent security&protection alarm, een kastje waarop meerdere infrarood-bewegings- en deurcontactsensoren kunnen worden aangesloten. Deze sensoren kunnen zelfstandig (middels het simkaartje in voornoemde GSM) naar een of meerdere telefoonnummers een waarschuwings-sms sturen als een van de sensoren beweging detecteert.114 Het enige contact van voornoemde simkaart blijkt het telefoonnummer [telefoonnummer] te zijn.115 Dit nummer is in gebruik bij [medeverdachte 3].116

Diefstal elektriciteit

Op 9 januari 2012 is [M] van Stedin BV aanwezig in voornoemd pand. Bij controle van de netcomponenten van Stedin en de elektrische installatie in de meterkast van het pand wordt geconstateerd dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel zit aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel is afgenomen niet door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. De elektriciteitskabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerijen onbemeten van elektriciteit worden voorzien.
Vermeld wordt dat er minimaal vier eerdere oogsten in elk van de kweekruimten in zowel voornoemde woning als de daarbij behorende schuur hebben plaatsgevonden.117

Zaaksdossier 3: [adres] te [plaats]
Op 3 januari 2013 wordt in een woning aan de [adres] in [plaats] een in werking zijnde kwekerij aangetroffen met daarin 1303 planten.118 De door verbalisant uitgevoerde test van monsters afkomstig van de kwekerij bevestigt dat het gaat om hennepplanten van het geslacht cannabis.119 Gerelateerd wordt dat er minimaal 1 eerdere oogst is geweest.120

[medeverdachte 5] heeft erkend dat hij voornoemde kwekerij zelf heeft opgezet en de planten heeft gekweekt. Uit zijn verklaring volgt dat hij één eerdere oogst heeft gehad.121

Op 3 januari 3013 omstreeks 14.06 uur (dus ruim een half uur na bovengenoemd binnentreden) wordt de gebruiker van nummer *[telefoonnummer], dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 5]122, door de gebruiker van het nummer *[telefoonnummer], dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 3]123 ([medeverdachte 6]), gebeld.124

Dan vindt het volgende gesprek plaats:

[medeverdachte 3]: Ja.

[medeverdachte 5]: Ja, je moet ff je kaartje weggooien.

[medeverdachte 3]: Wat dan?

[medeverdachte 5]: Ja, daar bij mij thuis dat is voorbij.

[medeverdachte 3]: Meen je niet?

[medeverdachte 5]: Ja, dus gooi je kaartje maar weg want ik ben net weggereden, hard.

[medeverdachte 3]: Oké aju.

De paallocatie van [medeverdachte 5] was op dat moment ’[adres] in [plaats], op zo’n 15 kilometer afstand van de [adres] te [plaats].125

Diefstal elektriciteit

De fraudespecialist van Liander NV constateert bij controle van de netcomponenten en de elektrische installatie in de meterkast van voornoemde woning dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de zekeringhouders is een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Deze aansluiting loopt buiten de meter om naar de hennepplantage en voorziet deze onbemeten van elektriciteit.126 Gelet op het feit dat er minimaal een eerdere oogst is geweest en de aangetroffen planten tenminste zeven weken oud zijn, heeft de diefstal van elektriciteit volgens Liander NV plaatsgevonden in de periode van september 2012 tot 2 januari 2013.127

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij de stroomvoorziening van de kwekerij zelf heeft gedaan en dat de stroom achter de meter langs werd afgetapt.128

Zaaksdossier 4: [adres] te [plaats]

Op 29 januari 2013 wordt door de politie onderzoek ingesteld bij de woning aan de [adres] te [plaats].129 In de woning worden twee ruimtes met in totaal 1084 planten aangetroffen.130 Door de verbalisant is een deel van de planten getest. Deze test gaf een positieve reactie op de aanwezigheid van cannabis. In de hennepkwekerij worden aanwijzingen gevonden dat er minimaal één keer is geoogst.131

Voor de toegangsdeur van kweekruimte 2 worden, op een watertank, een broek en een blouse aangetroffen en veilig gesteld.132 Bij een vooronderzoek wordt de broek op één plaats (AAFT3634NL) en de blouse op twee plaatsen (AAFT3635NL en AAFT3636NL) bemonsterd.133 Het NFI heeft deze monsters vergeleken met een referentiemonster van het DNA-profiel van [medeverdachte 4] dat is opgenomen in de DNA-databank. Uit dit onderzoek volgt dat het DNA-profiel van voornoemde monsters overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 4]. Voor deze sporen geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon overeenkomt met deze DNA-profielen kleiner is dan één op één miljard.134

[getuige 7] heeft verklaard dat hij, als hij in Nederland is, verblijft op de [adres] te [plaats].135 De twee ruimtes onder de woning heeft hij verhuurd voor € 1.500,- per maand. De betaling gaat middels een envelopje dat in de brievenbus wordt gedaan. De huurders komen 1 of 2 keer in de week langs.136 Hij heeft de ruimte verhuurd vanaf juli 2011 tot en met januari 2013.137 Middels een telefoonnummer, die in zijn contactenlijst staat vermeld onder ‘[bijnaam]’, heeft hij contact met de huurders.138 In oktober 2012 wist [getuige 7] dat er een hennepkwekerij in de door hem verhuurde ruimtes zat. Hij heeft toen tegen de [bijnaam] gezegd dat ze eruit moesten. De [bijnaam] wilden eruit gaan, maar dat zou in de zomer zijn. De [bijnaam] komen meestal met z’n tweeën of drieën. Het zijn steeds dezelfden. Het zijn ook dezelfden als die [getuige 7] bij de Gamma in [plaats] heeft ontmoet, de dag na de ontmanteling.139

[getuige 7] geeft bij de foto van [medeverdachte 3] aan dat dit één van de [bijnaam] is. Bij het zien van een foto van [medeverdachte 4] verklaart hij dat dit ook een [bijnaam] betreft.140

Op 29 januari 2013, de dag dat de hennepkwekerij door de politie wordt geruimd141, is er telefonisch contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer].142 Het nummer *[telefoonnummer] was destijds in gebruik bij [medeverdachte 3].143 [getuige 7] heeft verklaard dat hij met het nummer *[telefoonnummer] heeft gebeld naar het nummer *[telefoonnummer].144 In dit telefoongesprek zegt [getuige 7] dat hij [medeverdachte 3] dringend moet spreken. Op 30 januari 2013 is er opnieuw contact tussen de telefoonnummers *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer], waarbij wordt afgesproken elkaar de volgende dag te ontmoeten bij de Gamma in [plaats].145 [getuige 7] heeft verklaard dat hij deze afspraak maakte om ervoor te zorgen, dat de rotzooi die was achtergebleven na de ontmanteling, zou worden opgeruimd.146 Op 31 januari 2013 wordt bij de Gamma in [plaats] gezien dat een BMW X5, met kenteken [kenteken], naast een zwarte Citroën C3 parkeert. De bestuurder van de Citroën stapt vervolgens uit en gaat naast de BMW staan, waarvan het portierraam naar beneden is gedraaid.147 Door een verbalisant wordt de bestuurder van de Citroën herkend als [getuige 7], de bestuurder van de BMW als [medeverdachte 3] en de bijrijder van de BMW als [medeverdachte 4]. De BMW blijkt op naam te staan van [medeverdachte 3].148

Als verdachte [medeverdachte 4] tijdens zijn verhoor een foto, die gemaakt is op 28 november 2012 om 11.55.57, wordt voorgehouden,149 verklaart hij dat hij de man op de foto herkent als [N]. [medeverdachte 4] verklaart wel vaker kweekspullen voor een hennepkwekerij aan [N] verkocht en geleverd te hebben en zegt dat ‘ze’ aan [N] een paar keer een pomp, afzuigers, lampen en filters hebben geleverd.150

[medeverdachte 4] heeft verder verklaard dat als [N] spullen wilde hebben, [N] dan belde met zijn broer [medeverdachte 3]. Ze spraken dan altijd af bij de loswal in [plaats]. [medeverdachte 4] weet niet waarom dat zo geheimzinnig moest, maar daar spraken hij en zijn broer [medeverdachte 3] met [N] af.151

Over de afspraak bij de Gamma na het ontmantelen van de kwekerij aan de Utrechtseweg te [plaats] verklaart [medeverdachte 4] dat [N] hem toen vertelde dat hij was gepakt met de hennepkwekerij. [medeverdachte 4] was toen met zijn broer [medeverdachte 3]. [N] was daar met een grijze kleine auto. [N] belde naar zijn broer en vertelde dat hij hen wilde ontmoeten. [medeverdachte 4] zat toen naast [medeverdachte 3] in de auto en heeft de telefoon van [medeverdachte 3] overgenomen en afgesproken bij de Gamma in [plaats]. Daar hebben ze elkaar gesproken.152

Diefstal elektriciteit

Door Liander NV wordt op 29 januari 2013 in de woning aan de [adres] te [plaats] geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast niet meer aanwezig zijn. Aan de onderzijde van de zekeringhouders is een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Deze aansluiting loopt buiten de elektriciteitsmeter om en voorziet de hennepkwekerij van elektriciteit. Door deze manipulatie is de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij niet geregistreerd. De aangetroffen teelt is ten minste 3 weken oud.153

Zaaksdossier 5: [adres] te [plaats]

Op 22 januari 2013 is onderzoek ingesteld naar de woning aan de [adres] te [plaats].154 Op de eerste verdieping van de woning wordt een kwekerij aangetroffen, bestaande uit vijf ruimten. In de ruimten worden in totaal 851 planten aangetroffen. De planten zijn ongeveer zeven weken oud.155

Uit de door verbalisant uitgevoerde test van de monsters afkomstig uit voornoemde kwekerij blijkt dat het gaat om hennepplanten van het geslacht cannabis.156

In ruimte 5 van de kwekerij, waarin zich de beregeningsinstallatie bevindt, treft de politie in een vuilniszak een sigarettenpeuk aan.157 Deze sigarettenpeuk is veiliggesteld als AAFD7242NL.158 Uit onderzoek van het NFI volgt dat het DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel AAFD7242NL, afkomstig kan zijn van [medeverdachte 2].159 Voor dit spoor geldt dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon overeenkomt met het DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.160

Tevens wordt op de binnenzijde van een assimilatielamp in ruimte 3 van de kwekerij een dactyloscopisch spoor aangetroffen. Dit spoor wordt veiliggesteld als AAFD7245NL.161 Uit onderzoek door dactyloscopisch deskundigen blijkt dat het spoor AAFD7245NL geïdentificeerd is op [medeverdachte 2].162

Onder de schakelborden, die op de gang van de eerste verdieping hangen, wordt een kastje aangetroffen waarop staat: “GSM wireless intelligent security&protection alarm”. Het kastje is op dat moment in werking.163 Op voornoemd kastje kunnen meerdere infrarood-bewegings- en deurcontactsensoren worden aangesloten. Deze sensoren kunnen zelfstandig (middels het simkaartje in voornoemde GSM) naar een of meerdere telefoonnummers een waarschuwings-sms sturen als één van de sensoren beweging detecteert.164 Het enige contact op de simkaart van voornoemd kastje blijkt het telefoonnummer [telefoonnummer] te zijn.165 Uit afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken van het telefoonnummer [telefoonnummer] in de periode van 7 november 2012 tot en met 27 februari 2013 blijken er meerdere contacten te zijn geweest tussen dit nummer en het nummer [telefoonnummer]. Er hebben geen gesprekken plaatsgevonden en de voicemail is niet ingesproken.166 Het nummer *[telefoonnummer] is in gebruik bij [medeverdachte 1].167

Op 22 januari 2013, de dag dat de hennepkwekerij door de politie wordt ontmanteld, is er telefonisch contact tussen het telefoonnummer *[telefoonnummer] en [telefoonnummer].168 Door [O] wordt op 28 januari 2013 verklaard dat hij te bereiken is op het nummer [telefoonnummer].169 Tussen voornoemde telefoonnummers vindt het volgende gesprek plaats:

*[telefoonnummer]: Alles is gepakt he

[medeverdachte 1]: Huh?

*[telefoonnummer]: Alles is eruit

[medeverdachte 1]: Meen je dat nou?

*[telefoonnummer]: Politie alles euh op dat dak, alles

[medeverdachte 1]: Owww das niet best

*[telefoonnummer]: Moej [medeverdachte 7] ff bellen goed?170

[O] heeft op 28 januari 2013 verklaard dat hij de woning aan de [adres] te [plaats] sinds januari 2012 huurt.171 Vanaf 1 november 2012 heeft [O] de woning verhuurd aan [medeverdachte 7]. [medeverdachte 7] betaalde de huur van € 1150,- contant aan hem op de eerste van de maand.172 [O] herkent op een foto verdachte [medeverdachte 7] als degene aan wie hij de woning aan de [adres] heeft onderverhuurd.173 [O] heeft [medeverdachte 7] geholpen met het sjouwen van dozen, aluminium platen en hout. [O] wist dat [medeverdachte 7] een hennepkwekerij wilde opzetten.174

Bij de stukken bevindt zich een “Huurovereenkomst woonruimte”, gedateerd 01-11-2012 en ondertekend door [medeverdachte 7] en [O]. Het adres van het gehuurde wordt niet genoemd. De huurprijs is € 1150,- per maand.175

[E], eigenaar en verhuurder van het pand [adres] te [plaats] heeft verklaard dat [O] haar naar aanleiding van het oprollen van de kwekerij vertelde dat hij het had onderverhuurd aan [medeverdachte 7].176

Diefstal elektriciteit

Op 22 januari 2013 is [M] van Stedin BV aanwezig in voornoemd pand. Bij controle van de netcomponenten van Stedin en de elektrische installatie in de meterkast van het pand wordt geconstateerd dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel zit aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel is afgenomen niet door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. De elektriciteitskabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerijen onbemeten van elektriciteit worden voorzien.
Gelet op de vervuiling van de aangetroffen apparatuur, heeft in elk van de kweekruimten één eerdere oogst plaatsgevonden. Door Stedin wordt een periode van 119 dagen, te weten vanaf 25 september 2012 tot en met 22 januari 2013, aangehouden; een volledige hennepoogst van 70 dagen en een deel van een hennepoogst van 49 dagen.177

Zaaksdossier 6: [adres] te [plaats]

Op 29 januari 2013 wordt omstreeks 10.30 uur binnengetreden in de woning aan de [adres] te [plaats], waar op dat moment niemand aanwezig is.178 In de woning wordt een kwekerij met 201 planten aangetroffen van circa 40 cm groot. Een representatieve bemonstering van een aantal planten wordt positief getest op hennep of THC.179 De bewoner van het pand is [C].180 Er zijn aanwijzingen voor eerdere oogsten.181

[C] (hierna te noemen: [C]) verklaart dat hij woont op het adres [adres] te [plaats].182 Zijn bedrijf heeft de naam [naam].183 [C] verklaart verder dat zijn bijnaam [naam] is184 en hij gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer].185

[C] kocht hennepstekjes van iemand die zich [naam] noemde. Hij kreeg vier dozen, met in iedere doos vijftig planten. Verder kreeg hij spullen van [naam], waaronder trafo’s, lampen en een kacheltje. [C] verklaart dat hij in september 2012 is begonnen met de hennepkwekerij186 en twee oogsten heeft gehad.187 Later heeft [C] verklaard dat de persoon die hij in zijn vorige verklaring [naam] noemt niet bestaat, maar dat in plaats daarvan gelezen moet worden [verdachte] en [medeverdachte 2].188 [verdachte] en [medeverdachte 2] kwamen soms wel twee keer in de week bij hem thuis op de [adres]. [C] herkent de personen op foto 4 en 5 als de door hem bedoelde [verdachte] en [medeverdachte 2].189

Op de aan [C] getoonde politiefoto met nummer 4 staat [verdachte], geboren [1984] te [plaats]. Op de aan [C] getoonde politiefoto met nummer 5 staat [medeverdachte 2], geboren [1988] te [plaats].190

Een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 29 december 2012 te 9.39 uur houdt -zakelijk weergegeven- onder meer het volgende in:

[medeverdachte 2] (*[telefoonnummer]) belt naar [medeverdachte 1] (*[telefoonnummer]).191 [medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 1] [P] even wil bellen en vragen of hij die dingen er neer wil zetten. [medeverdachte 1] gaat wel even via [naam] proberen te bellen en te vragen of [P] thuis is.192

Een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 30 december 2012 te 11.01 uur houdt -zakelijk weergegeven- onder meer het volgende in:

[medeverdachte 2] belt naar [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] vraagt hoe laat hij naar [naam] toe wil. [medeverdachte 1] zegt zo meteen.193

Een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 1 december 2013 te 13.26 uur houdt -zakelijk weergegeven- onder meer het volgende in:

[medeverdachte 2] wordt gebeld door [naam]. [naam] noemt zijn naam in het gesprek met [medeverdachte 2]. Het telefoonnummer waarmee hij belt is [telefoonnummer]. Dit nummer staat op naam van [naam]’s Travel en Handelsonderneming, gevestigd aan de [adres] te [plaats].194

Een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 29 januari 2013 te 11.09 uur houdt -zakelijk weergegeven- onder meer het volgende in:
[medeverdachte 1] (*[telefoonnummer]) belt naar (*[telefoonnummer]) [medeverdachte 4]195, [medeverdachte 4], zijn vader.

[medeverdachte 4]: …ik denk ook door die kankersneeuw hoor

[medeverdachte 1]: Ja ik weet het niet hoor

[medeverdachte 4]: Was ie niet thuis dan?
[medeverdachte 1]: Nee, het is maar een kleintje is het

[medeverdachte 4]: Ja dat snap ik maar…

[medeverdachte 1]: Tsja, maareuh kijk maar hoor.

Voornoemd gesprek van 29 januari 2013 werd gevoerd op de dag dat de hennepkwekerij op de [adres] werd geruimd door de politie. [C] was op het moment van de ruiming niet thuis.196

Diefstal elektriciteit

[M] heeft namens Stedin Netbeheer BV aangifte gedaan van diefstal van stroom op het adres [adres] te [plaats]. In de meterkast van het pand blijkt dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel is aangesloten voor de elektriciteitsmeter zodat alle elektriciteit die via deze elektriciteitskabel wordt afgenomen niet door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. Voornoemde elektriciteitskabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerij ongemeten van elektriciteit wordt voorzien.

Op basis van vervuiling van materialen en hennepresten van eerdere oogsten gaat Stedin uit van twee volledige hennepoogsten en een deel van een hennepoogst van 63 dagen. Als pleegperiode wordt daarom aangehouden: 10 juli 2012 tot en met 29 januari 2013.197

Zaaksdossier 7: [adres] te [plaats]

Op 5 april 2012 wordt op het adres [adres] te [plaats] in een loods een kwekerij aangetroffen met 756 volgroeide en oogstrijpe planten.198 Gezien de uiterlijke kenmerken is sprake van hennepplanten van circa 7 weken oud. Een genomen monster van de planten geeft bij het testen een positieve reactie: het gaat om hennepplanten van het geslacht Cannabis, zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet.199

Direct na de toegangsdeur is een hal (ruimte I). Vanuit deze hal is rechts een toegangsdeur naar een ruimte (ruimte II) waar een groot aantal hennepplanten staat.200 In ruimte II wordt een aantal sigarettenpeuken aangetroffen en veiliggesteld, waaronder AAEO7984NL.201 Het DNA in het sporenmateriaal van AAEO7984NL, afkomstig van een peuk, kan afkomstig zijn van [medeverdachte 2]. De matchkans is kleiner dan één op één miljard. Het betreft een enkelvoudig DNA-profiel.202

In de tweede kweekruimte (ruimte III) wordt op een aluminium kap van een kweeklamp een vingerafdruk aangetroffen (AAEH0984NL).203 Het spoor AAEH0984NL is geïdentificeerd op een afdruk, voorkomend op het vingerafdrukkenblad van [medeverdachte 1].204

[getuige 6] heeft verklaard dat hij sinds 1 juli 2011 een pand heeft verhuurd aan de [adres] te [plaats] aan een man met de naam [getuige 2], wonende aan de [adres] te [plaats]. Op voornoemd adres in [plaats] staat ingeschreven: [getuige 2].205

[getuige 2] heeft verklaard dat hij in contact kwam met twee mannen die een pand wilden huren. Deze mannen hebben hem gevraagd om een contract op te laten stellen samen met de eigenaar van het pand in [plaats]. Hij zou daar € 250,- voor krijgen. Het contract zou al klaar liggen. [getuige 2] kreeg ongeveer € 2.000,- van hen: voor de borg, voor één maand huur en een deel als beloning.

Zes à zeven keer heeft [getuige 2] een enveloppe in zijn brievenbus gevonden met € 750,- voor de huur met € 20,- extra voor hem. [getuige 2] maakte het geld iedere maand via zijn bankrekeningnummer over op het rekeningnummer van [getuige 6].206 [getuige 2] herkent de personen op de foto’s 4 en 5 als de jongens op wiens verzoek hij woningen, waaronder het adres [adres], op naam heeft gezet.207

[getuige 2] heeft verder verklaard dat [F] de reparateur is van het dak in [plaats] (de rechtbank begrijpt: het pand aan de [adres]).208

Tijdens het verhoor zijn aan [getuige 2] de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeverdachte 1], geboren op [1984];

- foto 5: [medeverdachte 2], geboren op [1988].209

Diefstal elektriciteit
[Q] heeft namens Stedin aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit betreffende het adres [adres] te [plaats]. Op 5 april 2012 is door Stedin geconstateerd dat in het pand op voornoemd adres de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken en verwijderd is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel zit aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel is afgenomen niet door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. Voornoemde kabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit, van waaruit de aanwezige hennepkwekerijen onbemeten van elektriciteit worden voorzien. Er zijn aanwijzingen voor een eerdere oogst. Als pleegperiode wordt uitgegaan van 18 november 2011 tot en met 5 april 2012.210

Zaaksdossier 8: [adres] te [plaats]

Op 11 februari 2013 wordt in een bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] in [plaats] een in werking zijnde kwekerij aangetroffen met twee kweekruimten en (in totaal) 629 planten.211 In ruimte 1 zijn de planten ongeveer 9 weken oud, in ruimte 2 ongeveer 7 weken oud. Monsters van de planten geven bij het testen een positieve reactie: het gaat om hennepplanten van het geslacht Cannabis, zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet.212 De eigenaar van het pand is [getuige 5].213

In ruimte 1 van de hennepkwekerij wordt een boodschappentas veiliggesteld. Op deze tas worden dactyloscopische sporen aangetroffen214, waaronder AAEU9462NL.215 Het spoor AAEU9462NL is geïdentificeerd op een afdruk, voorkomend op het vingerafdrukkenblad van [medeverdachte 2].216

Op 29 december 2012 is er telefonisch contact tussen het telefoonnummer *[telefoonnummer], in gebruik bij [medeverdachte 2]217, en het telefoonnummer *[telefoonnummer], in gebruik bij [medeverdachte 1]218. Dit telefoongesprek houdt het volgende in:
[medeverdachte 1]: Ja

[medeverdachte 2]: Joah, was niks hoor. Ik moest er ff heen komme van hem om te kijken

[medeverdachte 1]: Ohw, waarom is die dan afgegaan?
[medeverdachte 2]: Ja weet ik nie ik denk storing of die deur die misschien klappert

[medeverdachte 1]: Ohw kutding, ik schrok me eigen de tering
[medeverdachte 2]: Ja ik heb nou goed gezet dus nou kent er gewoon weer an.219

[getuige 5] verklaart dat hij het achterste deel van het pand aan de [adres] te [plaats] heeft verhuurd.220 [getuige 1] huurde dat deel voor

€ 2.500,- vanaf 1 juni 2011.221 [getuige 5] kreeg € 2.000,- contant van [getuige 1]. De overige € 500,- werd overgemaakt op de rekening van [getuige 5] door ene [getuige 2]. Op het huurcontract staat ook dat het pand wordt verhuurd aan [getuige 2]. [getuige 5] is een keer in de ruimte geweest op het moment dat [getuige 1], een lange vent met donkerblond haar van wie hij de achternaam niet weet, bezig was met het plaatsen van een wand.222 Tot februari 2012 heeft [getuige 5] geld van [getuige 2] ontvangen. Daarna vertelde [getuige 1] dat [getuige 2] in het ziekenhuis lag. [getuige 1] heeft toen tot 1 februari 2013 de huur contant betaald.223

[getuige 5] herkent de persoon op foto 4 als iemand die wel eens mee kwam met [getuige 1]. De persoon op foto 5 herkent [getuige 5] als de [getuige 1] waarover hij heeft verklaard. Deze [getuige 1] heeft de verhuurde ruimte verbouwd en kwam ongeveer één keer in de veertien dagen. [getuige 5] verklaart verder dat in december het alarm is afgegaan. [getuige 1] is toen gekomen en zei dat hij [getuige 1] had gebeld. [getuige 1], de man op foto 5, zou het alarm uitzetten.224

Tijdens het verhoor zijn aan [getuige 5] onder meer de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeverdachte 1], geboren op [1984];

- foto 5: [medeverdachte 2], geboren op [1988].225

Bij de rechter-commissaris verklaart [getuige 5] dat hij [getuige 1] 20, 30 á 40 keer heeft gezien en [medeverdachte 1] 10 tot 20 keer.226 [getuige 5] heeft bij de politie gehoord dat deze tweede persoon [medeverdachte 1] zou heten.227 De huur is één keer contant betaald door [getuige 1], van wie hij nu weet dat zijn achternaam [naam] is. [getuige 5] herkent op een door de rechter-commissaris getoonde foto (pagina 1174228) de persoon die toen betaalde. Ook herkent hij op een andere foto (pagina 1172229) degene die er op dat moment bij was.

De huur is ingegaan in juni/juli 2011 en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben de open loods dichtgetimmerd in juni/juli 2011.230

[getuige 2] verklaart dat hij het pand aan de [adres] op zijn naam heeft gehad, omdat hij is benaderd door jongens die hem vroegen of hij dat pand op zijn naam wilde zetten.231 [getuige 2] herkent de personen op de foto’s 4 en 5 als de jongens op wiens verzoek hij adressen op naam heeft gezet.232

Tijdens het verhoor zijn aan [getuige 2] de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeverdachte 1], geboren op [1984];

- foto 5: [medeverdachte 2], geboren op [1988].

Hoewel dit niet in het proces-verbaal van verhoor is opgenomen, heeft [getuige 2] op 7 maart 2013 verklaard dat hij alle adressen waarover hij is gehoord op verzoek van de jongens op zijn naam heeft gezet.233

Diefstal elektriciteit
[M] heeft namens Stedin BV aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit betreffende het adres [adres] te [plaats]. Op 11 februari 2013 is door Stedin geconstateerd dat in het pand op voornoemd adres de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekeringen is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel zit aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel is afgenomen niet door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. Voornoemde kabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit, van waaruit de aanwezige hennepkwekerijen onbemeten van elektriciteit worden voorzien. Er zijn aanwijzingen voor drie eerdere oogsten. Als pleegperiode wordt uitgegaan van 14 mei 2012 tot en met 11 februari 2013.234

Door [getuige 5] is verklaard dat [getuige 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) hem heeft gevraagd of hij in de meterkast kon, omdat hij stroom nodig had. Hij moest een stroomkabel aanleggen. Vanaf de gehuurde ruimte loopt een stroomkabel naar de meterkast. [getuige 5] weet dat ze hebben geboord om de kabel te trekken.235

Zaaksdossier 9: [adres] te [plaats]

Op 27 februari 2013 wordt een in werking zijnde kwekerij aangetroffen in een maisonnettewoning op het [adres] in [plaats]. In de kwekerij bevinden zich in totaal 821 planten.236 Door de verbalisant is een deel van de planten getest. Deze test gaf een positieve reactie op de aanwezigheid van cannabis.237

De kwekerij is aangetroffen op de zolder en voorzolder van voornoemde woning.238 Op de vloer van de zolder is een peuk aangetroffen, die is veiliggesteld als AABA6073NL.239 Uit onderzoek door het NFI volgt dat het DNA-profiel dat is aangetroffen op voornoemd spoor overeenkomt met het DNA-profiel van [medeverdachte 7]. Voor het DNA-profiel van dit spoor geldt een matchkans die kleiner is dan één op één miljard.240

[getuige 4] heeft verklaard dat hij sinds kerst 2012 woont op het adres [adres]. Hij huurt deze woning tijdelijk van [getuige 2].241 [getuige 4] herkent [getuige 2] als de persoon op foto 8. [getuige 2] vertelde [getuige 4] dat er door anderen een hennepkwekerij zou worden gebouwd op de bovenverdieping, maar dat [getuige 4] daar verder geen bemoeienis mee had. [getuige 4] betaalde geen huur, omdat het de bedoeling was dat de woning bewoond zou zijn als de kwekerij ging draaien. Drie of vier weken voor zijn verhoor werd [getuige 4] benaderd door [getuige 2] of hij de kweeklampen uit wilde zetten, omdat het begon te sneeuwen. [getuige 4] heeft toen de plantjes zien staan. [getuige 4] heeft verder verklaard, dat hij wel eens de naam [getuige 1] hoorde. [getuige 4] herkent de persoon op foto 4 als de jongen die altijd een petje op had. Deze jongen kwam altijd samen met de persoon op foto 5. De persoon op foto 9 herkent [getuige 4] als de oudere manke man. Deze man is 1 of 2 keer geweest en kwam samen met de twee voornoemde jongens. [getuige 4] verklaart dat de personen die hij zojuist heeft herkend (de rechtbank begrijpt: de personen op de foto’s 4, 5 en 9) de kwekerij hebben opgebouwd en in bedrijf hebben genomen. De jongens op de foto’s 4 en 5 kwamen circa 2 keer in de week om de plantjes te verzorgen.

Aan [getuige 4] zijn tijdens het verhoor op 14 maart 2013 onder meer de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeverdachte 1], geboren op [1984];

- foto 5: [medeverdachte 2], geboren op [1988];

- foto 8: [getuige 2], geboren op [1958];

- foto 9: [getuige 1], geboren op [1957].242

Door [getuige 2] is verklaard dat hij de woning huurde op het [adres] in [plaats]. Hij werd vervolgens benaderd of hij een ruimte had om een hennepkwekerij in onder te brengen. [getuige 2] heeft de ruimte op het [adres] aan hen ter beschikking gesteld, waarna zij de zolder hebben ingericht als kwekerij. [getuige 2] heeft verklaard dat hij het huurcontract van de woning [adres] heeft ondertekend op 11 december 2012. De huur is betaald via automatische incasso vanaf het rekeningnummer van [getuige 2]. Voor het op naam zetten van deze (en andere) kwekerijen heeft [getuige 2] van ‘de jongens’ geld gekregen. Dat geld kreeg hij in een enveloppe, waarna hij het op zijn bankrekening zette. Die jongens zijn begonnen op het [adres] midden januari van dit jaar (de rechtbank begrijpt: 2013).243 [getuige 2] herkent de personen op de foto’s 4 en 5 als de jongens op wiens verzoek hij woningen op naam heeft gezet.244

Tijdens het verhoor zijn aan [getuige 2] de volgende foto’s getoond:

- foto 4: [medeverdachte 1], geboren op [1984];

- foto 5: [medeverdachte 2], geboren op [1988].

Hoewel dit niet in het proces-verbaal van verhoor is opgenomen, heeft [getuige 2] op 7 maart 2013 verklaard dat hij alle adressen waarover hij is gehoord op verzoek van ‘de jongens’ op zijn naam heeft gezet.245

Uit historische telefoongegevens volgt dat tussen 12 december 2012 en 8 februari 2013 het telefoonnummer eindigend op *[telefoonnummer] ([medeverdachte 1]) 6 keer een mastlocatie op of nabij [adres] aanstraalt en het nummer eindigend op *[telefoonnummer] ([medeverdachte 2]) 10 keer een mastlocatie op of nabij [adres] aanstraalt.246

Diefstal elektriciteit

Door een fraudespecialist van Liander NV wordt op 27 februari 2013 in voornoemd pand geconstateerd dat het zegel van de hoofdaansluitkast is verbroken. Daarnaast was een hoek uit het deksel van de aansluitkast gebroken. Aan de bovenzijde van de zekeringhouders is een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Deze aansluiting loopt buiten de elektriciteitsmeter om en voorziet de hennepkwekerij van elektriciteit. Door deze manipulatie is de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij niet geregistreerd. Door Liander NV wordt geconstateerd dat de aangetroffen teelt ten minste 1 week oud is.247

Zaaksdossier 10: [adres] te [plaats]
Op 21 december 2012 vindt omstreeks 7.00 uur een doorzoeking plaats in het pand gelegen aan de [adres] te [plaats].248 In voornoemd pand wordt op de eerste verdieping een in werking zijnde kwekerij aangetroffen met daarin 547 planten.249De door de verbalisant uitgevoerde test van de monsters afkomstig van de hennepkwekerij bevestigt dat het hennepplanten van het geslacht cannabis zijn.250Er zijn aanwijzingen dat er ten minste 4 eerdere oogsten zijn geweest.251


De kwekerij is bereikbaar via een trap in een met golfplaten afgesloten ruimte op de begane grond. In deze ruimte zijn op een muur diverse transformators ten behoeve van de stroomverdeling gemaakt. De ruimte is toegankelijk door het openbuigen van één van de golfplaten.252 Onder aan voornoemde trap wordt een blikje Fanta aangetroffen en bemonsterd (AAFM0556NL).253Het hieruit verkregen enkelvoudig DNA-profiel blijkt te matchen met het profiel dat in de DNA-databank is opgenomen van [medeverdachte 6]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.254

Ruim 2,5 uur na voornoemde doorzoeking vindt het volgende afgeluisterde telefoongesprek plaats. [medeverdachte 1] (*[telefoonnummer]) wordt gebeld door [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]) (*[telefoonnummer]).255

[medeverdachte 2]: [naam] stuurt net een berichie dat er een inval is bij [R]

[medeverdachte 1]: Bij [R] nog wel

[medeverdachte 2]: Ja

([medeverdachte 1] zegt op de achtergrond: Inval bij [R])

[medeverdachte 2]: Ja, bij de hal

[medeverdachte 1]: Oh, dat is niet best

(…)

[medeverdachte 1]: Als ze het gehoord heeft dan zal het best wel. Klopt allemaal toch precies256

Voornoemd pand blijkt eigendom te zijn van [F] Holding BV. [F] heeft verklaard dat op de benedenetage is gevestigd Garagebedrijf [R]. Dit gedeelte wordt gehuurd door [R].257

Achter nummer 50d, dat verhuurd wordt aan een motorzaak, zit nog een klein gedeelte dat bestaat uit twee etages. Dit gedeelte verhuurt [F] sinds 1 augustus 2011 aan [getuige 2] voor € 1.050,00 per maand.258 In het gedeelte dat [getuige 2] huurde, is geen water, licht of gas aanwezig.259

[getuige 2] heeft bevestigd dat hij via [F] een bovenverdieping heeft gehuurd aan de [adres] te [plaats].260 Hij verklaarde destijds te zijn benaderd door jongens die hem vroegen een pand op zijn naam te zetten en hij is daar mee akkoord gegaan. Hij betaalde de huur voor het pand nooit.261 Hij ontving elke maand geld in een enveloppe in zijn brievenbus en betaalde daar de huur van. Wat overbleef, mocht hij houden. Als aan [getuige 2] een foto wordt getoond van [medeverdachte 1]262 en van [medeverdachte 2]263 herkent hij hen als de jongens op wiens verzoek hij het pand aan de [adres] in [plaats] op zijn naam heeft gezet.264


[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij in het voorjaar dan wel de zomer van 2012 heeft opgeruimd. Dit was aan de achterzijde van [R] auto’s.265

Zaaksdossier 12: [adres] te [plaats]

Op 8 februari 2013 wordt op een zolder van een schuur aan de [adres] in [plaats] een kwekerij aangetroffen.266 In de kwekerij staan in totaal 449 planten.267 Door de verbalisant is een deel van de planten getest. Deze test gaf een positieve reactie op de aanwezigheid van cannabis.268 Geschat wordt dat de aangetroffen planten zeven weken oud zijn.269

In de periode van 7 november 2012 tot en met 27 februari 2013 stralen de telefoons met nummer *[telefoonnummer], in gebruik bij [medeverdachte 1]270, en nummer *[telefoonnummer], in gebruik bij [medeverdachte 2]271, met grote regelmaat de mastlocatie aan de [adres] in [plaats] aan.272 Deze mastlocatie ligt in de directe omgeving van de [adres] in [plaats].273

Op 21 december 2012 is er telefonisch contact tussen de nummers *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] ([medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]). De telefoon van [medeverdachte 1] straalt op dat moment de mastlocatie [adres] in [plaats] aan.274 De letterlijke inhoud van dit gesprek is als volgt:

[medeverdachte 1]: (…), je mag ook naar het huis komen.

[medeverdachte 2]: Euhh ja

[medeverdachte 1]: We zijn voorlopig nog niet klaar.

[medeverdachte 1]: Per ongeluk iets geraakt hebben we275

Middels stelselmatige observatie wordt op 30 januari 2013 te 11.53 uur geconstateerd dat [medeverdachte 2] bestuurder is van een Citroën Jumpy. Vervolgens wordt te 11.58 uur waargenomen dat de Jumpy samen met een Volkswagen Transporter ([kenteken]), welke op naam staat van [medeverdachte 2]276, wordt geparkeerd op De Grote Pekken in [plaats]. De persoon uit de Transporter stapt als bijrijder in de Jumpy, waarna de Jumpy wegrijdt. Te 12.20 uur wordt gezien dat voornoemde Jumpy vanaf het perceel van de [adres] wegrijdt in de richting van de [adres] in [plaats]. Om 12.45 uur wordt de Jumpy opnieuw aangetroffen op het perceel [adres] te [plaats]. Door het observatieteam wordt gezien dat de Jumpy om 13.35 uur wegrijdt van voornoemd perceel.277

Op 30 januari 2013 te 12.20 uur wordt door middel van het technische hulpmiddel “Stealth Sms” geconstateerd dat het telefoonnummer *[telefoonnummer], in gebruik bij [medeverdachte 2], aanstraalt op de mastlocatie aan de [adres] in [plaats]. Het telefoonnummer *[telefoonnummer], in gebruik bij [medeverdachte 1], straalt op 30 januari 2013 om 12.44 uur tevens aan op de mastlocatie aan de [adres] in [plaats].278

[C] heeft op 8 februari 2013 verklaard dat hij de eigenaar is van de hennepkwekerij. Via internet kwam hij in contact met [naam]. [naam] vroeg hem de ruimte op te meten. Volgens [naam] konden er in de ruimte ongeveer 400 planten staan.279

Op 7 maart 2013 heeft [C] verklaard dat de persoon die hij in zijn vorige verklaring [naam] noemt, niet bestaat. Daarvoor in de plaats moet worden gelezen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].280 [C] verklaart verder dat de personen op de foto’s 4 en foto 5 de door hem bedoelde [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn.281 [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben aan [C] alle spullen voor het bouwen van de hennepkwekerij geleverd.282 [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kwamen soms wel twee keer per week bij [C] thuis.283

Op foto 4 staat [medeverdachte 1], geboren op [1984], en op foto 5 staat [medeverdachte 2], geboren op [1988].284

Diefstal elektriciteit

Door een fraudespecialist van Liander N.V. wordt op 8 februari 2013 in voornoemd pand geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast zijn verbroken. Aan de bovenzijde van de zekeringhouders is een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Deze aansluiting loopt buiten de elektriciteitsmeter om en voorziet de hennepkwekerij van elektriciteit. Door deze manipulatie is de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij niet geregistreerd. Vastgesteld wordt dat de aangetroffen teelt ten minste 7 weken oud is. De hennepkwekerij is in elk geval ingericht geweest in de periode van december 2012 tot en met 8 februari 2013.285

Zaaksdossier 13: [adres] te [plaats]
Op 12 maart 2013 wordt in het souterrain van de woning aan de [adres] te [plaats] een geruimde hennepkwekerij met één plant aangetroffen. De politie treft 819 gebruikte plantenbakken aan met daarin resten van verrijkte aarde en resten van hennepplanten.286 Een deel van de plantendelen wordt getest en deze test geeft een betrouwbare indicatie op de stof THC, zijnde de werkzame stof in hennep.287

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hem bekend was dat er een hennepkwekerij in de woning stond. Hij heeft in [plaats] die tonnen gevuld. Daar kreeg hij vijftig euro voor.288

In de kweekruimte wordt een sigarettenpeuk aangetroffen (AAEN0834NL) en bemonsterd.289 Het verkregen enkelvoudig DNA-profiel blijkt te matchen met het profiel dat in de DNA-databank is opgenomen van [medeverdachte 5], waarbij de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig persoon matcht met dit DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.290

De bewoonster van de woning, [getuige 13], heeft verklaard dat zij het souterrain in september 2012 verhuurde aan twee mannen. De mannen brachten vervolgens diverse bouwmaterialen naar het souterrain291 en waren gedurende een uur bezig in de meterkast.292 Als getuige [getuige 13] een foto wordt getoond van [medeverdachte 5], geeft zij aan dat hij lijkt op één van de twee door haar omschreven mannen.293

Uit onderzoek volgt dat het telefoonnummer *[telefoonnummer] van [medeverdachte 5]294 in de periode van
31 oktober 2012 tot en met 10 december 2012 meerdere malen masten aanstraalt in [plaats], gelegen aan de [adres], [adres] en [adres], alle in de directe omgeving van de [adres] te [plaats].295

Uit beelden die zijn gemaakt door de beveiligingscamera van de nabij gelegen slagerij, volgt dat een man, die wordt herkend als [medeverdachte 5], in de periode van 11 februari 2013 tot 12 maart 2013 meermalen de onderdoorgang in de richting van de achterzijde van het perceel [adres] te [plaats] ingaat296, net als een man die wordt herkend als [S].297

Op 1 december 2012 stuurt [S] een sms-bericht aan [medeverdachte 1]: “Is het goed als ik me geld kom halen.”298 Enkele dagen later sms’t [S] naar [medeverdachte 7] of hij nog langs het kamp moet.299 Hij vraagt vervolgens: “Kan je voor mij dan ff langs [verdachte] want morgen gaat die weg en zie ik hem niet meer”.300 Als [medeverdachte 7] hem vraagt wat hij bij [verdachte] moet doen301, geeft [S] aan: “Money”.302

Op 14 januari 2013 verzendt [medeverdachte 6] met telefoonnummer *[telefoonnummer]303 een sms-bericht: “Ik rij nu weg”. Zijn telefoonnummer straalt dan een zendmast aan op de [adres] in [plaats], voornoemd.304

Op 25 januari 2013 vindt tussen 11.07 uur en 11.33 uur een aantal telefoongesprekken plaats tussen [medeverdachte 5] (*[telefoonnummer])305 en [verdachte] (*[telefoonnummer])306.

[verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 5].

[medeverdachte 5]: Ja.. Kun je ons ff opkomme hale?

[verdachte]: Waar?

[medeverdachte 5]: Uuuuh bij Amersfoort bij de Shellpomp. Maar we hebbe lekke band, we hebben geen reservewiel

[verdachte] belt [medeverdachte 5].

(…)

Er is een onbekende mannenstem op de achtergrond te horen die zegt dus de A1

[medeverdachte 5]: Kom je selluf nie?

[verdachte]: Ja euh ik denk dat ik sellef wel kom307

[verdachte] belt [medeverdachte 5]

[medeverdachte 5]: Je had zeluf moet komme

(…)

[medeverdachte 5]: Dan hadden we door kunne rije (…) Ja met de vrachtwage

[verdachte]: (…) Ik zal wel proberen dat ie ff er een autootje opzet308

Het observatieteam ziet omstreeks 12.16 uur dat er een oprijwagen staat bij de Shellpomp langs de A1 bij Amersfoort, waarop een bestelwagen van het merk Mercedes en het type Vito op de oprijwagen staat. Deze bestelwagen wordt er afgereden, waarna een bestelauto van het merk Peugeot, type Bipper, met kenteken [kenteken], wordt opgereden. Vervolgens rijdt voornoemde Mercedes Vito naar [plaats]. In de auto zitten op dat moment twee mannen.

Diezelfde dag vindt er tevens een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (*[telefoonnummer])309 en de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer].

[medeverdachte 6] ([medeverdachte 3]) wordt gebeld door [T].

[T]: Is de band al opgepompt?

[medeverdachte 3]: Ja ik heb een andere bus nou

[T] Ohw

[medeverdachte 3]: Die hebben ze gebracht

(…)

[medeverdachte 3]: (…) Ik ben nou net bijna daar

[T]: Ohw oke

[medeverdachte 3]: Kan nog wel ff dure310

De telefoon van [medeverdachte 6] straalt dan een zendmast aan in [plaats], gelegen langs de A1, op de route van voornoemd tankstation naar [plaats].311 Het observatieteam ziet dat enkele minuten later, omstreeks 12.37 uur, voornoemde Mercedes Vito wordt stilgezet op de [adres] in [plaats],312 een straat die parallel loopt aan de [adres] in voornoemde plaats.313

Een man stapt uit en loopt onder een tunneltje door, van waaruit de woningen aan de [adres], waaronder nummer 49, zijn te bereiken.314

Diefstal elektriciteit

Op 12 maart 2013 is de fraudespecialist van Liander NV aanwezig in voornoemde woning. Bij controle van de netcomponenten en de elektrische installatie in de meterkast van het pand wordt geconstateerd dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken is. Aan de bovenzijde van de hoofdzekering is een vijf-aderige elektriciteitskabel bijgeplaatst en aangesloten. Deze elektriciteitskabel zit aangesloten voor de elektriciteitsmeter, zodat alle elektriciteit die via deze kabel is afgenomen niet door de elektriciteitsmeter wordt geregistreerd. De elektriciteitskabel komt uit in een onderverdeelinrichting van elektriciteit van waaruit de aanwezige hennepkwekerij onbemeten van elektriciteit wordt voorzien.315 Gerelateerd wordt dat er een eerdere oogst heeft plaatsgevonden. De diefstal heeft daarom plaatsgevonden in de periode van december 2012 tot en met 12 maart 2013.

II.3 Aanvullende bewijsmiddelen ten aanzien van de criminele organisatie (feit 1)

Behalve de hierboven opgesomde bewijsmiddelen neemt de rechtbank met betrekking tot de ten laste gelegde criminele organisatie nog de volgende bewijsmiddelen in aanmerking.

Naar aanleiding van zijn verhoren heeft [getuige 2] een anonieme brief, die bij hem in de brievenbus was gegooid, afgeleverd bij de politie op 7 maart 2013. Deze brief luidde als volgt:

Hee [bijnaam]

We wilen je effe waarschuwe, in Els is een hok gepakt, die gaste hebben en we heben dat gehoort gesegt dat hij dat hok gehuur heb, maar dat is een leuge. We waarschuwe je dat je hierdeur tramelant kunt krijge, as we wat weete heur jij dat ook wel, je kan onz niet bereike, we neemen als er wat is wel kontak met jou op.316

[D] heeft verklaard dat het pand [adres] te [plaats] door [naam] Makelaars is verkocht aan de heer [R]. Hij heeft samen met zijn broer een financiering verstrekt aan

[verdachte]. Hij kent deze [verdachte] ongeveer 7 à 8 jaar. Hij heeft in deze tijd diverse tips gegeven waar [D] en zijn broer veel geld aan hebben verdiend. Begin 2012 was in totaal

€ 380.000,- aan leningen verstrekt aan [verdachte]. In eerste instantie zou deze lening worden afgelost omdat [verdachte] een hypotheek zou afsluiten bij de Rabobank. Dit is niet gelukt. Ook bij andere hypotheekaanbieders lukte het hem niet om een hypotheek af te sluiten. Momenteel heeft [verdachte] een achterstand in de maandelijkse betalingen van de rente en aflossing. Voorts verklaart [D] dat hij regelmatig contact met [verdachte] heeft; soms eenmaal per week en dan weer één keer per maand, dus wisselend.

[verdachte] kon het pand ([adres]) niet kopen omdat de verkopende partij niet zomaar wilde verkopen aan iemand die op de camping woont. Om dit te omzeilen heeft eerst [R] het pand gekocht voor € 370.000,- om het daarna te verkopen aan [verdachte] voor € 375.000,-. [D] verklaarde dat hij [R] niet echt kende en dat [verdachte] zelf met hem aankwam.317

Verder verklaarde [D] dat het pand [adres] te [plaats] de laatste 3 à 4 jaar door hem werd verhuurd aan de heer [medeverdachte 5]. De huurprijs van € 2500,- werd door [medeverdachte 5] contant aan de eigenaar betaald.318

[getuige 10], heeft verklaard dat zij een relatie heeft gehad met [medeverdachte 5]. Eind juli/augustus 2012 kwam [medeverdachte 5] langs en vertelde dat hij een huis had. Dat was in [plaats]. Van een ruimte boven was de deur afgesloten. Vanaf oktober/november 2012 mocht [getuige 10] er niet komen. Ze heeft gevraagd naar de huur, maar [medeverdachte 5] zei tegen haar dat dat niet uitmaakte, omdat het toch wel betaald werd. [getuige 10] weet wel dat [medeverdachte 5] dit niet alleen heeft gedaan, maar ze wil geen namen noemen.319

Bij de doorzoeking van perceel [adres] te [plaats], de verblijfplaats van [medeverdachte 4], wordt op 27 februari 2013 in de bergschuur achter de woonwagen een tas van de Action aangetroffen. In de tas zitten onder andere een paar zwarte moonboots met aan de onderkant, op de zool, enige hennepresten geplakt. Verder zitten in de tas vier kleine schaartjes met hennepresten. Onder in de tas worden enkele losse plantenresten van hennepplanten aangetroffen.320

In de woning aan de [adres] wordt in de woonkamer op de salontafel een pot met daarin geld en diverse papieren met aantekeningen aangetroffen. In deze pot zit één blaadje met daarop aantekeningen.

Hierop staan namen en cijfers321:

[naam] 7½ 8 -- x 15½ 205

[naam] 7½ 14 6½ x 28 x 365

[naam] 7½ 7 6½ x 21 x 275

[naam] 7½ 14 6½ 28 x 365

[naam] 7½ 14 9½ 31 x 405

[naam] 7½ 10 6½ 24 x 315

1930322

Ook in de slaapkamer van verdachte [medeverdachte 4] worden, in het nachtkastje, vier blaadjes met aantekeningen gevonden.323 Ook hierop staan namen [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam] met achter elke naam één of meer cijfers.324

In de slaapkamer staat een plastic tas met daarin verschillende administratie, waaronder twee blaadjes met aantekeningen.325 Hierop komen de bovengenoemde namen voor met achter elke naam één of meer cijfers.326

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat er meer mannen en vrouwen zijn die hennep hebben geknipt, soms dagen achter elkaar. Hij heeft zelf ook vaker hennep geknipt. Hij kreeg dan 12-15 euro per uur.327

Bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] aan de [adres] wordt het volgende aangetroffen:328

- een neongroen notitieboekje;

- papieren met diverse panden te huur aangeboden; telkens: vrijstaande woningen;329

- een memo met vrouwennamen plus bedragen;330

- overige memo’s met namen, bedragen, woningen;331

- memo’s met namen, bedragen, en materiaal, onder meer: huur, knip, voeding, rekening, Bas Stek, aansluit, zegel, bord kabel gas+elec, water 3 mnd, 1x voeding, knippers [naam], [naam], [naam] extra werk, 10 ton, 9 ton;332

- memo’s met namen en bedragen, onder meer: knip, stek huur, werken, kost. [naam] [naam] jij333.

Het eerstgenoemde memo houdt onder meer in:

[naam] 2 € 30

[naam] 6 ½ € 100

[naam] 6 ½ € 100

[naam] 6 ½ € 100

[naam] 6 ½ € 100

[naam] 6 ½ € 100

[naam] 6 € 90334

De verdachte [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij een zus heeft die [naam] heet. Zijn twee zonen wonen naast hem op het kamp in [plaats] en hebben ieder hun eigen wagen. Die staan bij hem in de tuin. Zijn zonen heten [medeverdachte 2] en [naam]. De vrouw van [verdachte] heet [naam] en de vrouw van [medeverdachte 2] heet [naam].335

Nadat een verbalisant aan [S] heeft voorgehouden dat een zilverkleurige Golf, die gesignaleerd is bij de hennepkwekerij in [plaats], op naam staat van [getuige 9], wonende aan de [adres] te [plaats], verklaart [S] dat hij die vrouw wel kent. Zij heet volgens hem [naam].336

Een verbalisant heeft telefonisch contact opgenomen met [J] voor het afleggen van een verklaring. De verbalisant hoorde dat er werd opgenomen door een vrouw die zich voorstelde als “[bijnaam]”.337

Het notitieboekje gevonden in de woning van [verdachte], houdt in: lijstjes met woorden en ervoor of erachter getallen. Onder meer: 800 stek, 1000 stek, 1555 stek, 4000 stek, 200 stek.338

En voorts onder meer:

4000 huur

4000 huur

4000 huur

4000 huur

500 isolatie

1500 huur

1500 huur

september is betaald!

1500 huur oktober

1500 huur

1500 huur

6000 huur

6000 huur

6000 huur

6000 december

6000 huur

6000 huur

6250 januarie

500 jan

6000 februari

Maart betaald

6000 april

500 jan 1ste keer

6000 mei 500 jan 2e keer

6000 juni 500 jan 3e keer

2500 mei

2500 juni

2500 juli

2500 augustus

2500 september

2500 oktober

2500 november

2800 huur mei

2800 juni

2800 juli

2800 augustus

2800 september betaald

750 [naam] maart

225 100 stekkies

750 april

750 mei

750 juni

1850 januar huur

1850 feb

1850 maart

1850 april

1850 mei

April betaald

2000 mei

2000 jun

July 2000

Aug 2000

1850 feb

1850 maart

2400 april

2400 mei

Juny is betaald

July is betaald2800 mei

2800 juni

2800 juli

2800 augustus

2800 sept

2800 oktober

2800 november is betaald

6000 oktober

1000 jan oktober

6000 november

1000 jan

6000 dec

1000 jan

6000 januari 1000 jan

6000 feb

1000 jan339

Voorts komen woorden voor als voeding, wortel, sporemix, pomp, 100 stekkies, kosten, lamp, potten, sloten, scharnieren, stroomborden telkens met getallen, 800 stek x 3 = 2400, en deels met namen ([naam], [naam], [naam], knip [G]).340

De verdachte [medeverdachte 4] heeft verklaard dat zij kweekspullen voor een hennepkwekerij bij hen op het kamp hebben liggen en dat zij die onder de prijs verkopen, zodat ze erop verdienen. [medeverdachte 4] verklaart verder dat allebei zijn zonen soms nieuwe spullen van de growshop [shop] (de rechtbank begrijpt dat verdachte bedoelt: [shop]) rijden. Zijn zonen rijden die nieuwe spullen rond. In totaal heeft [medeverdachte 4] met hen circa 3 à 4 keer spullen geleverd voor een hennepkwekerij. [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3]) is bij die leveringen ook een paar keer mee geweest.341

De manager van [shop] BV heeft verklaard dat 4 personen van de hem getoonde foto’s342, waaronder één met de naam [verdachte] en één met de naam [getuige 1] onder klantnummer 1001 en klantnaam [naam] goederen ophaalden tegen contante betaling. Hij verklaart deze personen niet in dienst te hebben gehad. Ook hebben ze nog nooit wat voor hem of voor [shop] gereden qua transport. Het is gewoon een klant.343

In de woning van [verdachte] aan de [adres] zijn facturen en pakbonnen aangetroffen van The [shop] B.V., met daarop gesteld “klantnummer 1001”, tot een totaal bedrag van € 48.089,40.344

Op 27 december 2012 omstreeks 12.32 uur wordt een gesprek opgenomen tussen [medeverdachte 1] (gebruiker [telefoonnummer]) en [U]. [medeverdachte 1] zegt tegen [U] dat [medeverdachte 7] zo € 1500,00 komt ophalen.345

Op 27 december 2012 omstreeks 13.23 uur wordt [medeverdachte 7] gebeld door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 7] dat de doosjes morgen wordt. Maar dat hij het andere wel kan pakken. [getuige 1] zegt dat hij twee van Thileen en twee van op de gele slang.346

Op 27 december 2012 omstreeks 13.29 uur ziet een verbalisant die post heeft gevat bij [shop] dat een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] het parkeerterrein achter [shop] oprijdt. In het voertuig zit een man. Het voertuig staat op naam van [medeverdachte 2].347

Op 9 januari 2013 wordt omstreeks 16.05 uur aan de [adres] te [plaats] een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] gezien. Bij de auto staat [medeverdachte 7], die op voornoemd adres verblijft. In het voertuig zitten 2 personen. Even later rijdt de Transporter met hoge snelheid weg. Verbalisanten spreken de bestuurder van het voertuig, [medeverdachte 1], daarop aan. Hij zegt dat hij behoorlijk wat haast heeft omdat hij spullen moet wegbrengen naar Amersfoort. Hij staat toe dat de politie in zijn bus kijkt. Daar ziet de politie een koolstoffilter, een verbindingsslang, twee rollen bedradingen, 6 x 2,5 liter grondvoeding en 33 assimilatielampen. [medeverdachte 1] verklaart dat naast hem “[medeverdachte 2]” zat, een vriend van [medeverdachte 7]. [medeverdachte 2] zou aan de [adres] zijn ingestapt. De tweede passagier is later uitgestapt.348

Op 9 januari 2013 wordt het telefoonnummer van [medeverdachte 2] getapt. Omstreeks 16.30 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door een onbekende man. De NN-man vraagt waar [medeverdachte 2] is. [medeverdachte 2] zegt dat hij net thuis is. NN-man vraagt waar [verdachte] is. [medeverdachte 2] weet het niet, maar zegt dat ze naar hem op zoek waren.349

Op 9 januari 2013 omstreeks 16.31 uur belt [medeverdachte 2] met het nummer van [medeverdachte 1].

[medeverdachte 2] vraagt waar [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] zegt dat ze de hele bus op zijn kop hebben gezet, maar dat hij het allemaal mocht hebben. [medeverdachte 1] zegt dat hij verteld had dat het uit Amersfoort kwam, dat het een verkeerde bestelling was en dat het weer terug moest naar Amersfoort. Hij zegt verder dat ze alles hebben nagekeken, “dashboardkastje leeg, onder de stoel, onder de bank”. Hij zegt dat hij dacht dat ze niet wisten van die bank. [medeverdachte 2] zegt dat ze blij mogen zijn dat het boekje er niet in lag. [medeverdachte 1] zegt dat het ook maar goed is dat [medeverdachte 2] eruit is gegaan. [medeverdachte 1] zegt: “want ze hadden het gevonden hoor”. [medeverdachte 2] zegt dat hij op het zebrapad liep en daar [medeverdachte 3] tegenkwam. Hier heeft hij het aan [medeverdachte 3] gegeven. [medeverdachte 2] heeft de telefoon van [medeverdachte 3] gekregen. [medeverdachte 3] is vervolgens nog in de omgeving gaan kijken.350

Omstreeks 16.34 uur belt [medeverdachte 2] een NN-man. [medeverdachte 2] zegt dat hij naar huis komt. Vier auto’s hadden ze doorzocht. De NN-man zegt: wat een kankerlijers. [medeverdachte 2] zegt: we hebben geluk gehad.351

Omstreeks 16.40 uur belt [medeverdachte 2] met het telefoonnummer van [shop] in Amersfoort.

Tijdens de wachttoon is [getuige 1] aan het praten tegen een NN-man. Er vindt overleg plaats wat ze moeten zeggen. De NN-man zegt: “We zeggen we moesten terugbrengen”. [medeverdachte 2] zegt: “precies”.

Hierna wordt de telefoon opgenomen door iemand van [shop], [V]. [medeverdachte 2] zegt: “met de jongens uit [plaats]”. [medeverdachte 2] zegt dat hij net is aangehouden met de bus. De hele bus werd op zijn kop gezet. [medeverdachte 2] zegt dat hij voor hem spulletjes moest rijden. [medeverdachte 2] zegt: “een filtertje”. [V] zegt: “het is goed”. [medeverdachte 2] zegt: “Effe gewoon terugbrengen naar jullie. Als ze soms wat vragen”. [V] zegt: “niet dat er iets anders in lag”. [medeverdachte 2] zegt: “nee helemaal niks”.352

De manager van [shop] BV heeft verklaard dat [V] de balieverkoop doet.353

Bij de doorzoeking van een blokhut achter woonwagen nummer 11-11 is onder meer het volgende aangetroffen: kleine delen hennepresten/afval op de grond, ventilatoren, koolstoffilter en aantekeningen geschreven op de wanden. Tegen de achterzijde van de woonwagen stonden 9 rekken, voorzien van gaas, welke als droogrekken voor henneptoppen gebruikelijk zijn. Een test van de hennepresten gaf een positieve indicatie op aanwezigheid van hennep.354

[medeverdachte 6] heeft contante uitgaven gedaan die in totaal € 107.000,85 meer bedragen dan de contante legale inkomsten.

Dit totaalbedrag is de optelsom van:

- contant betaalde facturen ad totaal € 20.136,24;

- contant betaalde bedragen aan [A] ad € 2.338,13;

- het verschil tussen contante stortingen en contante opnames op bankrekeningen van [medeverdachte 6] en zijn partner ad € 15.724,23;

- het bedrag dat VCCS ten behoeve van [medeverdachte 6] heeft uitgegeven (betalingen aan [naam] en afgedragen belastingen en premies).

Dit laatste is gebaseerd op het volgende.

[medeverdachte 6] heeft inkomsten ontvangen van VCCS, terwijl VCCS ook belasting en premies voor hem afdraagt. Uit taps en observaties blijkt niet van werkzaamheden en de twee personeelsleden die willen verklaren, kennen hem niet.

Hieruit kan worden afgeleid dat [medeverdachte 6] (de eigenaar van) dit bedrijf een groot bedrag heeft betaald teneinde deze voorgewende dienstbetrekking te financieren. Nu niet blijkt dat sprake was van girale betaling kan ook worden aangenomen dat het gaat om een contante betaling.

[medeverdachte 3] heeft over de jaren 2008 tot maart 2013 een inkomen uit uitkering van € 7.194,00.

Over de jaren 2008 tot heden staat een beginsaldo op zijn rekening van € 800,-.

Er zijn geen giften, schenkingen of erfenissen bekend en ook geen casinowinst of lening.

In januari en februari 2010 wordt een bedrag gestort van € 1.375,78 o.v.v. salaris.

Er zijn 21 contante stortingen tot een totaalbedrag van € 15.620,- en een eenmalige opname van

€ 700,-.

Er zijn girale betalingen van vaste lasten, zoals zorgverzekering en provider, maar weinig tot geen betalingen die te herleiden zijn naar kosten voor levensonderhoud.

In de woning zijn diverse bonnen in verband met contante betalingen aangetroffen en een contant geldbedrag van € 1.040,-.

[medeverdachte 3] heeft 2 vaartuigen op naam staan en sinds oktober 2012 een BMW type X5 ter waarde van € 15.000,-.

[medeverdachte 1] heeft over het jaar 2008 € 4.189,- inkomsten, over 2009 en 2010 geen bekende inkomsten, over 2011 € 5.911,- en over 2012 € 6.485,- aan inkomsten. Het saldo van zijn bankrekeningen is in de periode 2008 tot en met 2012 maximaal € 2.000,-.

Er zijn geen giften, schenkingen of erfenissen bekend en ook geen casinowinst of lening.

Van zijn bankrekening wordt € 3.900,- contant opgenomen en € 7.084,- contant gestort. Vanaf 12-10-2011 wordt maandelijks € 500,- overgeschreven naar een spaarrekening.

Maandelijks worden van de bankrekening vaste lasten betaald, zoals zorgverzekering en provider, maar geen uitgaven voor levensonderhoud. In de woning van [medeverdachte 1] zijn verschillende bonnen in verband met contante uitgaven in beslag genomen en een contant bedrag van € 675,-.

[medeverdachte 1] heeft 2 vaartuigen op naam en een Mercedes E200 ter waarde van

€ 8.000,- en zijn vriendin heeft een auto ter waarde van € 12.000,- onder zich, terwijl zij parttime kapster is.

[medeverdachte 2] heeft vanaf 2008 tot en met 2011 geen bekend inkomen en in 2012 een inkomen van € 1.656,-.

Het saldo van zijn bankrekeningen over de jaren 2008 tot maart 2013 bedraagt nog geen

€ 100,-.

Er zijn geen giften, schenkingen of erfenissen bekend.

Onder [medeverdachte 2] zijn de volgende goederen in beslag genomen: een Quad ter waarde van € 2.000,-, een Volkswagen Transporter met een geschatte waarde van € 10.000,- (die sinds 30 juni 2012 op naam van [medeverdachte 2] staat), een Mercedes E500 (die tot januari 2013 op naam van de partner van [medeverdachte 2] stond) met een geschatte waarde van € 28.500,-, diverse bonnen in verband met contante uitgaven, horloges en sieraden en voorts een contant bedrag van € 1.000,-.

II.4 De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4

[verdachte] en [W] wonen sinds 13 juli 2009 samen in de woning [adres] te [plaats], met hun kinderen.355

Zij maken gebruik van diverse bankrekeningen. Er vinden gezamenlijke uitgaven van de bankrekeningen plaats, waaronder huur standplaats, KPN en Canal Digital.

[verdachte] en [W] zijn sinds 2009 fiscale partners en doen gezamenlijk aangifte inkomstenbelasting.356

Totale legale contante inkomsten

Volgens de Kamer van Koophandel heeft [verdachte] sinds 1 juli 2012 een autohandelbedrijf “Handelsonderneming [naam]”, gevestigd [adres] te [plaats], een eenmanszaak met als activiteit de handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s.

Uit verstrekte informatie van Van Gent Administratie en Adviesbureau BV te Renswoude blijk dat voor het jaar 2012 het totaalbedrag van de inkoopfacturen € 6.225,- bedraagt en het totaalbedrag van de verkoopfacturen € 6.425,-.

Uit de bankmutaties van “Handelsonderneming [naam]” blijkt dat het grootste deel van de inkopen en verkopen plaatsvindt via de bankrekening van de handelsonderneming.

In de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 blijkt niet van enige bron van contante legale inkomsten van [verdachte] en [W].357

Bankrekeningen: contante stortingen en opnames

[verdachte] en [W] maken gebruik van meerdere bankrekeningen. Op deze rekeningen vinden contante stortingen en opnames plaats.

In totaal is sprake van contante stortingen en opnames in de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 als volgt:358

Rek. [verdachte] Rek. [W] Totaal

Contante stortingen: € 9.000,-- € 15.100,--359 € 24.100,--

Contante opnames: € 6.960,-- € 350,-- € 7.310,--

Per saldo is er in de periode 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 dus een contante uitgaande geldstroom geweest van € 16.790,-.

Girale betalingen door en contante betalingen aan [naam] container cleaning service BV (hierna: VCCS)

Bij de doorzoeking van het kantoor van VCCS te [plaats] is onder meer een stuk met als opschrift “arbeidsovereenkomst” aangetroffen waarin VCCS als werkgever en [verdachte] als werknemer, “Hoofd wagenparkbeheerder” worden genoemd. Er zijn ook geschriften met opschrift “betalingsspecificatie” en vermelding van loon betreffende [verdachte] aangetroffen voor de periode januari 2010 tot en met februari 2013.360

VCCS heeft bedragen betaald als volgt (brutoloon, dus betalingen op rekening361 van [verdachte] en afgedragen belastingen en premies):

2010 € 43.928,07

2011 € 44.750,88

2012 € 45.517,00

2013 € 7.788,80

Totaal: € 141.984,80362

Gedurende de periode van oktober 2012 tot en met januari 2013 zijn telefoongesprekken van [verdachte] opgenomen en uitgeluisterd. Hieruit is gebleken dat [verdachte] geen inhoudelijke gesprekken heeft gevoerd over werkzaamheden die hij verrichtte bij VCCS te [plaats]. Wel zijn er telefoongesprekken waarin hij over zijn autohandel spreekt. Daarnaast is [verdachte] diverse malen geobserveerd door medewerkers van het observatieteam: op (dinsdag) 16 oktober 2012 tussen 10.15 uur en 14.04 uur; op (woensdag) 21 november 2012 omstreeks 11.15 uur en op (donderdag) 22 november 2012 omstreeks 14.47 uur. Tijdens deze observaties is niet gebleken dat [verdachte] werkzaamheden heeft verricht voor VCCS. 363

Tijdens de doorzoeking bij het bedrijf VCCS werd onder meer een telefoonlijst van medewerkers van VCCS uitgeleverd. Op deze lijst komt de naam en een telefoonnummer van de verdachte [verdachte] niet voor.364

De getuige [getuige 14] heeft 8 jaar lang fulltime gewerkt bij de afdeling financiën en planning van VCCS tot eind 2011. Deze herkent [verdachte] niet van een getoonde foto en verklaart dat de verdachte [verdachte] niet werkzaam is (geweest) bij VCCS in de periode dat zij daar werkzaam was.365

De getuige [getuige 15] is sinds 2004 tot de datum van zijn verklaring fulltime werkzaam als chauffeur / reiniger bij VCCS. [getuige 15] herkent [verdachte] niet van een getoonde foto, de naam zegt hem niets en de getuige is hem nooit tegengekomen. De combinatie foto, naam en VCCS zegt hem niets. Op de vraag wie hoofd wagenparkbeheer is zegt de getuige dat dit [EE] is: als er iets is met de auto’s moet je hem aanspreken. 366

De naam van [verdachte] komt wel voor op de nominatieve loonstaten UWV die in totaal 36 werknemers in 2012, 35 werknemers in 2011, 37 werknemers in 2010 en 32 werknemers in 2009 vermelden.367

Overweging van de rechtbank

[verdachte] heeft inkomsten ontvangen van VCCS terwijl VCCS ook belasting en premies voor hem afdraagt. Uit taps en observaties blijkt niet van werkzaamheden en de twee personeelsleden die willen verklaren kennen hem niet, terwijl het gaat om een bedrijf van geringe omvang. Hieruit kan worden afgeleid dat sprake was van een voorgewende dienstbetrekking.

[verdachte] heeft belang bij het bestaan van deze voorgewende dienstbetrekking: hij ontvangt daaruit een wit salaris. Van enige girale betaling door [verdachte] aan VCCS of haar eigenaar blijkt niet. [verdachte] is betrokken bij hennepplantages, die in het algemeen grote contante bedragen genereren. Hieruit leidt de rechtbank af dat [verdachte] (de eigenaar van) VCCS contant de bedragen heeft betaald die benodigd waren om deze voorgewende dienstbetrekking te financieren.

Op basis van de gegevens van de belastingdienst en de uitgeleverde salarisstroken door VCCS is er een uitgaande contante geldstroom geweest van afgerond € 141.984.

Voor zover [verdachte] aan de politie aanvankelijk heeft verklaard dat hij werkt als hoofd onderhoud van de auto’s in VCCS te [plaats], dat hij bij klanten langsgaat en dat hij een soort bedrijfsleider is acht de rechtbank deze verklaring weerlegd door de bewijsmiddelen.

Contante uitgaven aan auto’s en boten

Mercedes SL 55 AMG, bouwjaar 2002, met kenteken [kenteken]

Door Autoplace [plaats] BV is een rekening d.d. 30 maart 2011 uitgeleverd die betrekking heeft op de verkoop van een Mercedes SL 55 AMG, bouwjaar 2002, met kenteken [kenteken]. Totaalbedrag van de verkoop bedraagt € 31.000,- waarvan € 2.000,- is aanbetaald, € 10.000,- betreft de inruil van een Mercedes E270 en € 19.000,- moet nog worden bijbetaald.368

De rekening is voor ”[naam], [adres] [plaats]”.

Uit gegevens van de RDW blijkt dat [X], geboren [1962], sinds 1 april 2011 tenaamgestelde is van de Mercedes SL 55 AMG met kenteken [kenteken].

[X] is directeur/eigenaar van het hiervoor genoemde VCCS.369

De eigenaar van Autoplace [plaats] BV, [Y], heeft verklaard dat de aanbetaling van €2.000,- en de bijbetaling van € 19.000,- op de Mercedes SL 500 AMG met kenteken [kenteken] contant heeft plaatsgevonden en dat [X] samen met [verdachte] de Mercedes heeft gekocht en afgehaald.370

[W] is op 8 juni 2012 gecontroleerd door de politie terwijl zij reed in de Mercedes met kenteken [kenteken].371

Op 16 september 2012 werd vanuit een surveillanceauto een zwarte Mercedes ter hoogte van het persceel [adres] te [plaats] gezien. De Mercedes, type AMG met kenteken [kenteken] stond op het erf tegenover de ingang van het kamp.372

Een afgeluisterd telefoongesprek, gevoerd op 26 oktober 2012 omstreeks 11:26 uur houdt onder meer in dat een onbekende man vraagt wat de gebruiker van [telefoonnummer], [verdachte], nog heeft. Deze noemt hierna een aantal auto’s op. Verdachte heeft ook nog een SL 55 AMG, ingevoerd in 2008, met [kenteken] in het kenteken. Hij rijdt als een raket en moet rond de 30 opbrengen.373

Een afgeluisterd telefoongesprek, gevoerd op 12 november 2012 omstreeks 20:44 uur houdt onder meer in dat een NN man zegt dat er niet meer gereden kon worden met een auto van [naam]. Deze vraagt om welke auto het gaat, waarop NN man zegt “die AMG”.374

Een afgeluisterd telefoongesprek, gevoerd op 23 november 2012 omstreeks 12:20 houdt in dat de gebruiker van de afgeluisterde telefoon belt met [zoon] (zoon van [verdachte]), die vraagt of de ander niet snel met de AMG kan komen.

Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] gelegen aan de

[adres] te [plaats] werd de groene kaart van de Mercedes met kenteken [kenteken] aangetroffen.375

Overweging van de rechtbank

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte] (met zijn partner [W]) de Mercedes SL 55 AMG, bouwjaar 2002, met kenteken [kenteken] feitelijk in gebruik had en feitelijk rechthebbende was. Daaruit leidt de rechtbank af dat [verdachte] de voor overdracht vereiste contanten, te weten € 21.000,--, heeft verschaft. Dat de auto op naam van [X] staat en dat deze bij de aankoop aanwezig was doet daar niet aan af, nu diens onderneming [verdachte] ook een dekmantel verschafte n de vorm van een gefingeerde dienstbetrekking.

Aankoop Ferrari 360 kenteken [kenteken]

Uit gegevens van de RDW blijkt Autoplace [plaats] BV sinds 3 augustus 2012 tenaamgestelde te zijn van de Ferrari 360 met kenteken [kenteken].

De eigenaar van Autoplace [plaats] BV, getuige [Y], heeft verklaard dat [verdachte] in augustus 2012 de Ferrari contant heeft aangekocht.

Hij verklaarde daarbij dat de Ferrari al die tijd op naam van zijn bedrijf is blijven staan omdat [verdachte] en hij een conflict hadden over een reparatie.376

De rekening ter zake, die is gedateerd 25 augustus en voor “[verdachte]” is, bedraagt € 33.500,--.377Volgens [Y] is dit het bedrag waarvoor de auto is verkocht.378

Op Youtube heeft een filmpje gestaan, met beelden van [R] auto’s, waarin een man zegt dat een rode Ferrari eigendom is van de vader van [zoon] en dat deze niet te koop is.379

Een getapt telefoongesprek tussen het nummer eindigend op *[telefoonnummer] (in gebruik bij [verdachte])380 en het nummer eindigend op *1800 houdt onder meer in als mededelingen van *1800 aan *[telefoonnummer]: Je zoontje met die…[naam] of [medeverdachte 2]… hebben iets op Youtube gezet… ze hebben het over de Ferrari…Tik je Youtube… en dan zoek je het op en dan zie je [zoon]”.381

De Ferrari draagt in dat filmpje een (handelaars)kenteken [kenteken], terwijl dit kenteken in beslag is genomen in de woning van de verdachte.382

Overweging van de rechtbank

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte] de koper en rechthebbende is van de Ferrari 360 met kenteken [kenteken] en dat hij daarvoor € 33.500,- contant heeft betaald.

Boot merk Sea Ray met registratienummer [kenteken]

[verdachte] huurt een deel van een loods van [R] Auto’s aan de [adres] in [plaats].

Op vrijdag 16 november 2012 hebben medewerkers van het observatieteam in dat deel van de loods genoemde Sea Ray gezien en tijdens de doorzoeking op woensdag 27 februari 2013 van het bedrijf [R] Auto’s gevestigd aan de [adres] te [plaats] is genoemde Sea Ray daar in beslag genomen.383

In de boot is een registratiebewijs t.n.v. [B] aangetroffen.

Tijdens de doorzoeking op woensdag 27 februari 2013 van de woning van [verdachte] en [W] werd een registratiebewijs van een boot merk Sea Ray, type 200 Bowrider, met registratienummer [kenteken] aangetroffen. Op het bewijs staat dat sinds 15 juni 2010 [B] tenaamgestelde is van deze boot.384

De getuige [B] heeft verklaard dat ongeveer twee jaar geleden de zoon van [medeverdachte 3] [naam], [medeverdachte 1] (daarmee bedoelt hij [medeverdachte 1] die samen met [G] woont in woonwagen vooraan links op het kamp [adres] [plaats]385), bij hem is gekomen met de vraag of hij een boot op naam wilde zetten; dat betrof een boot van het merk Sea Ray crème/bruin. Hij heeft dat, als vriendendienst, gedaan. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben met de boot gevaren.386

Op de bankafschriften is een aankoop van de boot van het merk Sea Ray niet te herleiden.387

Overweging van de rechtbank

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte] (met [W]) de Sea Ray met registratienummer [kenteken] gebruikte en de rechthebbende was.

Uit de datum van de tenaamstelling en uit de verklaring van [B] leidt de rechtbank af dat de boot in de tenlastegelegde periode is aangekocht door [verdachte]. Uit het feit dat niet blijkt van enige girale betaling concludeert de rechtbank dat de boot contant is aangekocht.

De omvang van een contante geldstroom ter zake kan niet bepaald worden, maar de rechtbank merkt de boot wel aan als voorwerp van witwassen, nu deze met een contant geldbedrag is aangekocht en de rechthebbende is verhuld.

Mariah met registratienummer [kenteken]

[verdachte] huurt een deel van een loods van [R] Auto’s aan de [adres] in [plaats].

Op vrijdag 16 november 2012 hebben medewerkers van het observatieteam in dat deel van de loods genoemde Mariah gezien388 en tijdens de doorzoeking op woensdag 27 februari 2013 van het bedrijf [R] Auto’s gevestigd aan de [adres] te [plaats] is genoemde Mariah daar in beslag genomen.389

Tijdens de doorzoeking op woensdag 27 februari 2013 van de woonwagen van [verdachte] en [W] werd een registratiebewijs van een boot, merk Mariah, met registratienummer [kenteken] aangetroffen. Op het bewijs staat dat sinds 25 juli 2011 [Z] tenaamgestelde is van deze boot. 390

Op 9 juni 2012 werd van bovenaf een foto genomen van het woonwagenkamp gelegen aan de [adres] te [plaats]. Op de foto is te zien dat ter hoogte van perceel 11-3 een boot staat. Dit betreft het perceelnummer waar [verdachte] en [W] wonen. Bij het inzoomen van de foto is te zien dat dit vermoedelijk de Mariah met registratienummer [kenteken] betreft.391

[Z] heeft verklaard dat hij de boot op 22 augustus 2011 heeft doorverkocht aan groothandel [naam] te [plaats]. Hij heeft na 22 augustus 2011 niks meer met de boot te maken gehad, maar wist niet dat je een boot moest overschrijven bij de RDW. De boot vertegenwoordigde toen een waarde van € 37.000,-.392

[Y] heeft verklaard dat hij de boot op 3 maart 2012 heeft gekocht van Autobedrijf [naam] te [plaats] en op 17 maart 2012 heeft verkocht aan [F] uit [plaats].393 [F] heeft verklaard dat hij de boot heeft gekocht voor € 25.000,- en dat hij het volledige bedrag van € 25.000,- contant heeft betaald.394

Overweging van de rechtbank

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte], die beschikte over eigendomspapieren van de boot en die op ten minste drie tijdstippen de boot onder zich of in zijn nabijheid had, de rechthebbende was. De rechtbank leidt daaruit af dat het door [F] betaalde bedrag van [verdachte] afkomstig was.

Op basis van bovenstaande gegevens is er, nu niet blijkt van enige andere betaalwijze, een contante uitgaande geldstroom geweest van € 25.000,-.

Aangetroffen facturen [shop]

Tijdens de doorzoeking op 27 februari 2013 in de woning van [verdachte] en [W] aan de [adres] te [plaats] zijn diverse facturen van het bedrijf [shop] aangetroffen.

In de periode 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 zijn voor in totaal € 48.089,- contante aankopen gedaan bij [shop].395

De getuige [FF], manager van [shop], een groothandel voor landbouw- en tuinartikelen, heeft verklaard dat [shop] alleen contant geld aanneemt van particulieren.

De facturen van deze contante verkopen krijgen klantnummer 1001.396

Dat klantnummer hebben ook de bij [verdachte] aangetroffen bonnen.397

Ongeveer 4 personen op de 10 foto’s die hem door de politie getoond zijn ([medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 6], [medeverdachte 7], [medeverdachte 5] en nog 2 foto’s) kopen ongeveer een jaar bij hem en doen dat maandelijks. Zij haalden onder de naam [naam] goederen bij [shop]. Twee van deze personen heetten [getuige 1] en [verdachte].398

Op basis van bovenstaande gegevens is er een contante uitgaande geldstroom geweest van afgerond € 48.089,-.

Aangetroffen facturen (overig)

Tijdens de doorzoeking op 27 februari 2013 in de woonwagen van [verdachte] en [W] gelegen aan de [adres] te [plaats] zijn diverse facturen, acceptgiro’s en aanslagen aangetroffen op naam van [verdachte] en [W] en/of hebben betrekking op de woning. De betalingen hiervan, in de periode 21 januari 2010 tot en met 19 februari 2013 zijn niet terug te vinden op de bankafschriften. Het totaal beloopt € 46.656,80. Bij deze stukken bevinden zich ook (deels bijbehorende) stortingsbewijzen waarbij transactiekosten zijn betaald tot een totaalbedrag van € 992,50.399

Op basis van deze aangetroffen facturen is er een contante uitgaande geldstroom geweest van afgerond € 47.649,30.

Overige in het proces-verbaal genoemde voorwerpen van witwassen

Hoewel in het proces-verbaal ook melding wordt gemaakt van een Hummer met kenteken [kenteken], die in gebruik zou zijn bij [verdachte] en zijn partner, zal de rechtbank dit voertuig niet meenemen bij de berekening van witgewassen geldbedragen en evenmin bij het voorhanden hebben nadien, omdat de aankoop daarvan ruim voor de tenlastegelegde periode plaatsvond, in april 2009, terwijl thans onvoldoende is komen vast te staan dat het bedrag dat toen betaald zou zijn (door een ander namens [verdachte], volgens dat proces-verbaal) van misdrijf afkomstig is.

De rechtbank merkt ook het in de woning van [verdachte] en [W], gelegen aan de [adres] te [plaats], inbeslaggenomen geldbedrag van € 13.290,-- niet aan als voorwerp van witwassen. Het is goed mogelijk dat dit geldbedrag afkomstig is van een eigen misdrijf van de verdachte. Het enkele voorhanden hebben van dit geldbedrag is daarom – nu niet blijkt van verhullen/verbergen - onvoldoende om witwassen bewezen te achten.

Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat sprake is van contante inkomsten en uitgaven als volgt:

Contante inkomsten

Contante legale inkomsten

0

Contante uitgaven

Stortingen/opnames bankrekeningen

16.790

Dienstverband VCCS

141.984

Aankoop auto’s en boten

89.500

Aangetroffen facturen [shop]

48.089

Aangetroffen facturen overig

47.649

344.012

De verdachten [verdachte] en [W] hebben in de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 februari 2013 contant € 344.012,-- meer uitgegeven dan vanuit (contante) legale bronnen verklaard kan worden. Zonder nadere verklaring – die ontbreekt – leidt de rechtbank hieruit af dat sprake is van witwassen van deze bedragen.

1 Geschrift, te weten een huurcontract voor zelfstandige woonruimte, pag. 3030 tot en met 3036.

2 Deze en de volgende noten verwijzen - tenzij anders aangegeven - naar de doorlopend genummerde bladzijden van het dossier nummer PL0950 2013157913 van de politie Utrecht, pagina’s 1 t/m 7132. Het gaat, tenzij anders vermeld om ambtsedige processen-verbaal, opgemaakt door de daartoe bevoegde ambtenaren. Wanneer sprake is van een schriftelijk stuk als bedoeld in art. 344.1.5o Sv wordt dit alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

3 CIOT-uitdraai, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal d.d. 2 oktober 2012, pag. 5824.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 27 februari 2013, pag. 113.

5 CIOT-uitdraai, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal d.d. 2 oktober 2012, pag. 5823.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2012, pag. 149, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 30 oktober 2012, pag. 153.

7 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2012, pag. 149, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 5 november 2012, pag. 154.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1399.

9 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1398 en 1403.

10 CIOT-uitdraai, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal d.d. 29 oktober 2012, pag. 6571.

11 Het proces-verbaal d.d. 29 oktober 2012, pag. 6567, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 25 oktober 2012, pag. 6573.

12 Stemherkenning.

13 Het proces-verbaal d.d. 21 december 2012, p. 845.

14 CIOT-uitdraai, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal d.d. 9 oktober 2012, pag. 6105.

15 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2012, pag. 334, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 15 oktober 2012, pag. 335.

16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2012, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 10 november 2012, pag. 6602.

17 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 9] d.d. 6 mei 2013, pag. 339 en 340.

18 Het proces-verbaal van verhoor van [H] d.d. 3 april 2013, pag. 1821.

19 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] d.d. 1 maart 2013, pag. 1798.

20 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] d.d. 1 maart 2013, pag. 1799.

21 Het proces-verbaal d.d. 7 januari 2013, pag. 6714.

22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2012, pag. 6793, en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 december 2012, pag. 938.

23 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2012, pag. 667.

24 Het proces-verbaal d.d. 2 november 2012, pag. 6233.

25 Het tapgesprek d.d. 15 februari 2013, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 8 maart 2013, pag. 456.

26 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2012, pag. 667 en de als bijlage opgenomen CIOT-uitdraai, pag. 669.

27 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2012, pag. 667, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 24 november 2012, pag. 670.

28 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2012, pag. 668.

29 CIOT-uitdraai, als bijlage opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2012, pag. 559.

30 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] d.d. 27 februari 2013, pag. 524.

31 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2013, pag. 6411, en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 3 januari 2013, pag. 6417.

32 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 28 februari 2013, pag. 895.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 8 maart 2013, pag. 905, en het proces-verbaal d.d. 12 maart 2013, pag. 909.

34 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2013 en de als bijlage opgenomen BVO-registratie d.d. 8 januari 2013, pag. 6416.

35 Het proces-verbaal d.d. 17 april 2013, pag. 777 en de als bijlage opgenomen CIOT-uitdraai, pag. 779.

36 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 27 februari 2013, pag. 747.

37 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2013, pag. 1285.

38 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2013, pag. 1286 tot en met 1288.

39 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2013, pag. 1285.

40 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2013, pag. 1286 tot en met 1287.

41 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2013, pag. 1288.

42 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2013, pag. 1286 en 1287.

43 Het proces-verbaal van aangifte van [L], (mede) namens Liander, d.d. 3 januari 2013, pag. 1316 met de daaraan gehechte Aangifte Liander, pag. 1619.

44 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2013, pag. 1284.

45 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1407.

46 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 15 maart 2013, pag. 1408.

47 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1399.

48 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 maart 2013, pag. 3838.

49 Het proces-verbaal van verhoor van [D] d.d. 12 april 2013, pag. 4819.

50 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 15 maart 2013, pag. 1409.

51 Het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 27 februari, pag. 42 tot en met 44.

52 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 15 maart 2013, pag. 1409.

53 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1400.

54 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 11 december 2012, pag. 1381.

55 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1400.

56 Het proces-verbaal van verhoor van [F] d.d. 16 april 2013, pag. 1435.

57 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] bij de RC d.d. 4 november 2013.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 15 maart 2013, pag. 1409.

59 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 15 maart 2013, pag. 1410.

60 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 5 maart 2013, pag. 1399.

61 De rechtbank begrijpt dat [getuige 3] met [medeverdachte 3], [medeverdachte 3] jr. / [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 5] doelt op respectievelijk [medeverdachte 3], [medeverdachte 6], [verdachte] en [medeverdachte 5]. De rechtbank zal in het vervolg laatstgenoemde namen gebruiken.

62 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 12 december 2012, pag. 1387.

63 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] bij de rechter-commissaris d.d. 4 november 2013.

64 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 12 december 2010, pag. 1387.

65 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1234 tot en met 1236.

66 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] bij de rechter-commissaris d.d. 4 november 2013.

67 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 8 maart 2013, pag. 904 en 905.

68 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1231.

69 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2012, pag. 1220.

70 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2012, pag. 1220 en 1221.

71 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1237.

72 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2012, pag. 1221.

73 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2012, pag. 1221.

74 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2012, pag. 1224.

75 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 28 februari 2013, pag. 893.

76 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 28 februari 2013, pag. 1363.

77 Het proces-verbaal van dactyloscopisch onderzoek d.d. 4 juni 2013, pag. 1367 en het Rapport Dactyloscopisch sporenonderzoek, pag. 1370 en 1371.

78 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 december 2012, pag. 1273.

79 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1242.

80 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1241, 1242 en 1243.

81 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1240 en 1241.

82 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1239.

83 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1239.

84 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1240.

85 Het proces-verbaal van aangifte van [L], (mede) namens Liander, d.d. 3 januari 2013, pag. 1316 met de daaraan gehechte Aangifte Liander, pag. 1619.

86 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] van 5 maart 2013, pag. 1398.

87 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 1400.

88 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 12 december 2012, pag. 1388.

89 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2012, pag. 1447.

90 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2012, pag. 1453.

91 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2012, pag. 1454.

92 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 januari 2012, pag. 1456.

93 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2012, pag. 1453.

94 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2012, pag. 1454.

95 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2012, pag. 1449.

96 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2013, pag. 1553.

97 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2012, pag. 1449.

98 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2012, pag. 1474.

99 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 oktober 2012, pag. 1458 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 11] d.d. 25 januari 2012, pag. 1579.

100 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2012, pag. 1577.

101 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2012, pag. 1534.

102 Het deskundigenverslag, te weten een aanvullend rapport d.d. 9 februari 2012, naar aanleiding van een DNA-databank match, pag. 1536.

103 Het deskundigenverslag, te weten een aanvullend rapport d.d. 9 februari 2012, naar aanleiding van een DNA-databank match, pag. 1537.

104 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2012, pag. 1534 en 1535.

105 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2012, pag. 1535.

106 Het deskundigenverslag, te weten een aanvullend rapport d.d. 9 februari 2012 naar aanleiding van een DNA-databank match, pag. 1539.

107 Het deskundigenverslag, te weten een aanvullend rapport d.d. 9 februari 2012 naar aanleiding van een DNA-databank match, pag. 1541.

108 Het deskundigenverslag, te weten een aanvullend rapport d.d. 9 februari 2012 naar aanleiding van een DNA-databank match, pag. 1542.

109 Het deskundigenverslag, te weten een aanvullend rapport d.d. 9 februari 2012 naar aanleiding van een DNA-databank match, pag. 1543.

110 Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 10 januari 2012, pag. 1534.

111 Bijlage “DNA-profielcluster 24170”, pag. 1550.

112 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2013, pag. 7008.

113 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2013, pag. 7009.

114 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2013, pag. 1553 en 1554.

115 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juli 2013, pag. 1443.

116 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

117 Het proces-verbaal van aangifte door [M] d.d. 9 januari 2012 met de daaraan gehechte Rapportage Diefstal Energie, pag. 1474.

118 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2013, pag. 1620 en 1621.

119 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2013, pag. 1636 en 1637.

120 Het proces-verbaal van aangifte van [AA], (mede) namens Liander, d.d. 12 februari 2013, pag. 1731, met de daaraan gehechte Aangifte Liander, pag. 1759.

121 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 28 februari 2013, pag. 895.

122 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

123 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

124 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2013, pag. 1764 en 1767.

125 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2013, pag. 1764 en 1767.

126 Het proces-verbaal van aangifte van [AA] d.d. 25 januari 2013, pag. 1748.

127 Het proces-verbaal van aangifte van [AA] d.d. 25 januari 2013, pag. 1759.

128 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 28 februari 2013, pag. 897.

129 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2013, pag. 1949.

130 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 7 februari 2013, pag. 1956.

131 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 7 februari 2013, pag. 1959.

132 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 9 februari 2013, pag. 2016.

133 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 4 maart 2013, pag. 2026 en 2027.

134 Het deskundigenverslag, te weten een rapport d.d. 22 maart 2013, pag. 2034.

135 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 29 januari 2013, pag. 2077.

136 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 29 januari 2013, pag. 2080.

137 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 5 maart 2013, pag. 2096.

138 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 5 maart 2013, pag. 2084.

139 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 5 maart 2013, pag. 2086.

140 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 5 maart 2013, pag. 2093.

141 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2013, met bijlagen, pag. 2054.

142 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2013, met bijlagen, pag. 2055.

143 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

144 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 5 maart 2013, pag. 2084.

145 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2013, met bijlagen, pag. 2056 en 2057.

146 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 5 maart 2013, pag. 2090.

147 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 februari 2013, pag. 2059 en 2063.

148 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2013, pag. 2065 en 2066.

149 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 28 februari 2013, pag. 751.

150 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 28 februari 2013, pag. 751.

151 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 28 februari 2013, pag. 752.

152 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 28 februari 2013, pag. 754.

153 Een geschrift, te weten een aangifte van Liander NV d.d. 26 maart 2013, pag. 1993.

154 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 15 februari 2013, pag. 2227.

155 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 15 februari 2013, pag. 2229.

156 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2013, pag. 2271.

157 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 23 januari 2013, pag. 2339 en 2340.

158 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 23 januari 2013, pag. 2340.

159 Het deskundigenverslag, te weten een rapport d.d. 26 maart 2013, pag. 2350.

160 Het deskundigenverslag, te weten een rapport d.d. 26 maart 2013, pag. 2350 en 2352.

161 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 23 januari 2013, pag. 2339 en 2340.

162 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek d.d. 11 februari 2014

163 Het proces-verbaal SMS alert d.d. 29 januari 2013, pag. 2356.

164 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2013, pag. 2354 en 2355.

165 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2013, pag. 2162.

166 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2013, pag. 2163.

167 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

168 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2013, pag. 2413.

169 Het proces-verbaal van verhoor van [O], pag. 2414.

170 Het proces-verbaal d.d. 20 februari 2013, pag. 2404 met bijlage BVO registratie d.d. 22 januari 2013, pag. 2413.

171 Het proces-verbaal van verhoor van [O] d.d. 28 januari 2013, pag. 2417 en 2418.

172 Het proces-verbaal van verhoor van [O] d.d. 28 januari 2013, pag. 2419.

173 Het proces-verbaal van verhoor van [O] d.d. 29 januari 2013, pag. 2423.

174 Het proces-verbaal van verhoor van [O] d.d. 30 januari 2013, pag. 2427.

175 Geschrift, Huurovereenkomst woonruimte, pag. 2381 tot en met 2385.

176 Het proces-verbaal van verhoor van [E] d.d. 23 januari 2013, pag. 2375.

177 Het proces-verbaal van aangifte door [M] d.d. 23 januari 2013 met de daaraan gehechte Rapportage Diefstal Energie, pag. 2275.

178 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 20 februari 2013, pag. 2483.

179 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 20 februari 2013, pag. 2485 en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 januari 2013, pag. 2493.

180 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2013, pag. 2486.

181 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2013, pag. 2489 en 2490.

182 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 30 januari 2013, pag. 2536.

183 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 30 januari 2013, pag. 2538.

184 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 30 januari 2013, pag. 2537.

185 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 8 februari 2013, pag. 2549.

186 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 30 januari 2013, pag. 2540.

187 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 31 januari 2013, pag. 2543.

188 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 7 maart 2013, pag. 2557.

189 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 7 maart 2013, pag. 2558.

190 Het proces-verbaal van bevindingen d.d.7 maart 2013, pag. 2560.

191 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

192 Het proces-verbaal d.d. 21 februari 2013, pag. 2472 met bijlage BVO registratie, pag. 2474.

193 Het proces-verbaal d.d. 21 februari 2013, pag. 2472 met bijlage BVO registratie, pag. 2474 en 2475.

194 Het proces-verbaal d.d. 21 februari 2013, pag. 2472 met bijlage BVO registratie, pag. 2475.

195 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

196 Het proces-verbaal d.d. 21 februari 2013, pag. 2472 met bijlage BVO registratie, pag. 2476.

197 Het proces-verbaal van aangifte, pag. 2495 en 2496, met de daaraan gehechte Rapportage Diefstal Energie, pag. 2498.

198 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2012, pag. 2595 en 2596.

199 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2012 pag. 2607.

200 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 1 mei 2012, pag. 2647.

201 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 1 mei 2012, pag. 2648 en 2649.

202 Het deskundigenrapport d.d. 26 maart 2013, pag. 2654 en 2656.

203 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 1 mei 2012, pag. 2648.

204 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek d.d. 7 mei 2012, pag. 2653, met als bijlage het rapport dactyloscopisch sporenonderzoek, pag. 2651 en 2652.

205 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2012, pag. 2577.

206 Het proces-verbaal verhoor [getuige 2] d.d. 15 januari 2013, pag. 2682.

207 Het proces-verbaal verhoor [getuige 2] d.d. 7 maart 2013, pag. 2715.

208 Het proces-verbaal verhoor [getuige 2] d.d. 16 januari 2013, pag. 2691.

209 Het proces-verbaal d.d. 7 maart 2013, pag. 2717.

210 Het proces-verbaal van aangifte door [Q], (mede) namens Stedin, d.d. 20 april 2012, pag. 2609, met de daaraan gehechte Rapportage diefstal energie, pag. 2612.

211 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 25 februari 2013, pag. 2764 en 2765.

212 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 februari 2013, pag. 2860.

213 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 25 februari 2013, pag. 2765.

214 Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 21 februari 2013, pag. 2862.

215 Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 21 februari 2013, pag. 2863.

216 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek d.d. 8 maart 2013, pag. 2865, met als bijlage het rapport dactyloscopisch sporenonderzoek, pag. 2866 en 2867.

217 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

218 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

219 Het proces-verbaal d.d. 22 februari 2013, pag. 2759 met bijlage BVO registratie, pag. 2762 en 2763.

220 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 11 februari 2013, pag. 2872.

221 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 12 februari 2013, pag. 2893.

222 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 11 februari 2013, pag. 2890.

223 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 12 februari 2013, pag. 2894.

224 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 13 maart 2013, pag. 2901.

225 Het proces-verbaal d.d. 7 maart 2013, pag. 2903.

226 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2013, pag. 4.

227 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2013, pag. 2.

228 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2013. Foto 5 op pagina 1174 betreft [medeverdachte 2], geboren op [1988].

229 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2013. Foto 3 op pagina 1172 betreft [verdachte], geboren op [1984].

230 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2013, pag. 3.

231 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 6 maart 2013, pag. 2911 en 2912.

232 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 7 maart 2013, pag. 2917.

233 Het proces-verbaal d.d. 7 maart 2013, pag. 2919.

234 Het proces-verbaal van aangifte door [M], (mede) namens Stedin d.d. 25 februari 2013, pag. 2814, met de daaraan gehechte Rapportage diefstal energie, pag. 2817.

235 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 11 februari 2013, pag. 2890.

236 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2013, pag. 2981.

237 Het proces-verbaal Opiumwet d.d. 26 maart 2013, pag. 2979.

238 Het proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 7 maart 2013, pag. 3021.

239 Het proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 7 maart 2013, pag. 3022.

240 Bijlage deskundigenrapport d.d. 10 april 2013, pag. 3026.

241 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 14 maart 2013, pag. 3040.

242 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2013, pag. 3053.

243 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 7 maart 2013, pag. 3065.

244 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 7 maart 2013, pag. 3066.

245 Het proces-verbaal d.d. 7 maart 2013, pag. 3068.

246 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2013, pag. 2970 tot en met 2972.

247 Het proces-verbaal van aangifte door [AA], (mede) namens Liander NV, d.d. 18 maart 2013, met de daaraan gehechte Aangifte Liander, pag. 2994.

248 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2012, pag. 3107.

249 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2012, pag. 3110.

250 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2012, pag. 3124.

251 Het proces-verbaal van aangifte door [BB], (mede) namens Stedin, d.d. 24 december 2012 met de daaraan gehechte Rapportage Diefstal Energie, pag. 3129.

252 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2012, pag. 3165.

253 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2012, pag. 3166.

254 Rapport DNA-onderzoek referentiemonster d.d. 26 maart 2013, pag. 3170 en 3173.

255 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

256 Een geschrift, te weten een BVO registratie, pag. 3176.

257 Een geschrift, te weten een BVO registratie, pag. 3179.

258 Het proces-verbaal van verhoor van [F] d.d. 10 januari 2013, pag. 3180.

259 Het proces-verbaal van verhoor van [F] d.d. 10 januari 2013, pag. 3181.

260 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 16 januari 2013, pag. 3265.

261 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 6 maart 2013, pag. 3283 en 8384.

262 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2013, pag. 3291 en 3292.

263 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2013, pag. 3291 en 3293.

264 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 7 maart 2013, pag. 3289.

265 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 8 maart 2013, pag. 906.

266 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2013, pag. 3463.

267 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2013, pag. 3464.

268 Het proces-verbaal Opiumwet d.d. 14 maart 2013, pag. 3469.

269 Het proces-verbaal van aangifte door [CC], (mede) namens Liander, d.d. 8 maart 2013, met de daaraan gehechte Aangifte Liander, pag. 3476.

270 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

271 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

272 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2013, pag. 3456.

273 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2013, pag. 3459.

274 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2013, pag. 3457.

275 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2013, pag. 3457.

276 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2013, pag. 4341.

277 Het proces-verbaal Observeren woensdag 30 januari 2013, d.d. 4 februari 2013, pag. 3453.

278 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2013, pag. 3459.

279 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 8 februari 2013, pag. 3543.

280 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 7 maart 2013, pag. 3548.

281 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 7 maart 2013, pag. 3549.

282 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 7 maart 2013, pag. 3548.

283 Het proces-verbaal van verhoor van [C] d.d. 7 maart 2013, pag. 3549.

284 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2013, pag. 3551.

285 Het proces-verbaal van aangifte door [CC], (mede) namens Liander, d.d. 8 maart 2013, met de daaraan gehechte Aangifte Liander, pag. 3476.

286 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 mei 2013, pag. 3613 en 3614.

287 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2013, pag. 3618.

288 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 8 maart 2013, pag. 3597.

289 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2013, pag. 3699 en 3700.

290 Bijlage bij rapport NFI d.d. 9 februari 2012, pag. 3703.

291 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 13] d.d. 19 maart 2013, pag. 3706 en 3707.

292 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 13] d.d. 19 maart 2013, pag. 3720.

293 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 13] d.d. 19 maart 2013, pag. 3708 en 3710.

294 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

295 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2013, pag. 7015.

296 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 april 2013, pag. 3673.

297 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 april 2013, pag. 3675, 3676, 3679 en 3680.

298 BVO-registratie d.d. 1 december 2012, pag. 3737, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van [S] d.d. 17 mei 2013.

299 BVO-registratie d.d. 6 december 2012, pag. 3740, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van [S] d.d. 17 mei 2013.

300 BVO-registratie d.d. 6 december 2012, pag. 3742, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van [S] d.d. 17 mei 2013.

301 BVO-registratie d.d. 6 december 2012, pag. 3743, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van [S] d.d. 17 mei 2013.

302 BVO-registratie d.d. 6 december 2012, pag. 3744, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor van [S] d.d. 17 mei 2013.

303 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

304 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2013, pag. 7015.

305 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

306 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

307 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2013, pag. 7011 en 7012.

308 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2013, pag. 7013.

309 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

310 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2013, pag. 7014.

311 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2013, pag. 7015.

312 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2012, pag. 3576.

313 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2013, pag. 3582.

314 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 oktober 2012, pag. 7015.

315 Geschrift, te weten de aangifte door [CC] Jansen namens Liander NV d.d. 21 maart 2013, pag. 3622.

316 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2013, pag. 3037 en 3038.

317 Het proces-verbaal van verhoor van [D] d.d. 12 april 2013, pag. 4817 en 4818.

318 Het proces-verbaal van verhoor van [D] d.d. 12 april 2013, pag. 4819.

319 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10], pag. 1799 en 1800.

320 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 maart 2013, pag. 718.

321 Het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 4 maart 2013, pag. 722.

322 Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 4 maart 2013, pag. 725.

323 Het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 4 maart 2013, pag. 723.

324 Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 4 maart 2013, pag. 726 tot en met 729.

325 Het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 4 maart 2013, pag. 723.

326 Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 4 maart 2013, pag. 730 en 731.

327 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 27 februari 2013, pag. 746, 758

328 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 261, met daaraan gehechte bijlagen genummerd 1 tot en met 7, pagina 263 tot en met 314.

329 Geschriften, als bijlage 2 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 267 tot en met 283.

330 Geschrift, als bijlage 4 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 307.

331 Geschriften, als bijlage 5 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 308 tot en met 312.

332 Geschriften, als bijlage 5 en 6 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 310 en 313.

333 Geschrift, als bijlage 7 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 314.

334 Geschrift, als bijlage 4 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 307.

335 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 27 februari 2013, pag. 746.

336 Het proces-verbaal van verhoor van [S] d.d. 17 mei 2013, pag. 3734.

337 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2013, pag. 470.

338 Geschriften, als bijlage 1 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 263 en 264.

339 Geschriften, als bijlage 1 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 263 en 264.

340 Geschriften, als bijlage 1 opgenomen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2013, pag. 263 tot en met 265.

341 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] d.d. 28 februari 2013, pag. 752.

342 [medeverdachte 7], [medeverdachte 5], [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 6], [medeverdachte 4], [medeverdachte 3], [getuige 2] en [getuige 1], proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2013, met bijlagen pag. 3758 tot en met 3768 in combinatie met pag. 3806 tot en met 3815.

343 Het proces-verbaal van verhoor van [DD] d.d. 2 april 2013, pag. 3792 tot en met 3796, met bijlagen pag. 3800 tot en met 3805.

344 Het proces-verbaal d.d. 11 juli 2013, pag. 4482 en 4483, met bijlage pag. 4484 tot en met 4508.

345 Het proces-verbaal d.d. 10 januari 2013, pag. 3772, met de daaraan gehechte BVO registratie d.d. 27 december 2012, pag. 3777.

346 Het proces-verbaal d.d. 10 januari 2013, pag. 3772, met de daaraan gehechte BVO registratie d.d. 27 december 2012, pag. 3777.

347 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 3771.

348 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2013, pag. 3779 en 3780.

349 Het proces-verbaal bevindingen d.d. 13 februari 2013, pag. 3782 en 3783.

350 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2013, pag. 3783, met de daaraan gehechte BVO registratie d.d. 9 januari 2013, pag. 3787 en 3788.

351 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2013, pag. 3783, met de daaraan gehechte BVO registratie d.d. 9 januari 2013, pag. 3789.

352 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2013, pag. 3783, met de daaraan gehechte BVO registratie d.d. 9 januari 2013, pag. 3790 en 3791.

353 Het proces-verbaal van verhoor van [DD] d.d. 2 april 2013, pag. 3793.

354 Het proces-verbaal doorzoeking perceel [adres]-11 te [plaats] d.d. 10 april 2013, pag. 179.

355 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3906, proces-verbaal van verhoor getuige [A] d.d. 9 april 2013 pag. 344.

356 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3906.

357 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3907-3908, proces-verbaal d.d. 4 april 2013, pag. 3979-3980, met bijlagen.

358 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3908, het proces-verbaal d.d. 28 januari 2013 pag. 4096-4098 en het proces-verbaal d.d. 5 februari 2013 pag. 4101-4102.

359 Het proces-verbaal d.d. 5 februari 2013 pag. 4101-4102 in het bijzonder de bijlage op pag. 4103: kennelijk vindt in het proces-verbaal een afronding plaats.

360 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3909; het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 28 februari 2013, pag. 4199-4200 met bijlagen, in het bijzonder pag. 4208-4211 en pag. 4240-4277.De laatste bladzijde van de “arbeidsovereenkomst” vermeldt overigens [medeverdachte 6] en de “arbeidsovereenkomst” is niet ondertekend.

361 Het proces-verbaal d.d. 28 januari 2013, pag. 4097.

362 Het proces-verbaal d.d. 8 juli 2013 pag. 4666, met bijlagen.

363 Het proces-verbaal d.d. 13 februari 2013 pag. 4191 tot en met 4194.

364 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3909, het proces-verbaal d.d. 8 juli 2013 pag. 4319, met als bijlage de telefoonlijst pag. 4320.

365 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3909, het proces-verbaal d.d. 5 juni 2013 pag. 4327-4328.

366 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3909, het proces-verbaal d.d. 27 mei 2013 pag. 4322-4324.

367 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3909, het proces-verbaal d.d. 11 februari pag. 4706 met bijlagen pag. 4709-4712.

368 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 5 maart 2013, pag. 4332-4333, met bijlagen.

369 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910.

370 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 5 maart 2013, pag. 4332-4333.

371 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 13 februari 2013 pag. 4194.

372 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 13 februari 2013 pag. 4194.

373 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 13 februari 2013 pag. 4194, BVO registratie tapsgespreksnummer 287128349 pag. 4396.

374 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 13 februari 2013 pag. 4194.

375 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910.

376 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal d.d. 5 maart 2013, pag. 4332-4333.

377 Geschrift, pag. 4336.

378 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3910, het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 6 juni 2013, pag. 4462.

379 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3911, het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2013 pag. 4374, 4375, 4385, .

380 Zie Bijlage II.1 De destijds bij verdachten in gebruik zijnde telefoonnummers.

381 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2013 pag. 4374, 4375

382 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2013 pag. 4381, Bijlage inbeslaggenomen goederen, gehecht aan het proces-verbaal doorzoeking van een woning –verslag van binnentreden door de rechter-commissaris d.d. 6 maart 2013 opgemaakt door de rechter-commissaris.

383 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3912, proces-verbaal d.d. 28 november 2012, pag. 4438.

384 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3912, geschrift, pag. 4438.

385 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3912, proces-verbaal d.d. 21 maart 2013 pag. 4439.

386 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3912, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 maart 2013, pag. 4434-4436.

387 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3912.

388 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 39103, het proces-verbaal observeren d.d. 28 november 2012, pag. 4427-4429.

389 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3913.

390 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3913, het proces-verbaal van bevindingen pag. 4431.

391 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3913, het proces-verbaal d.d. 8 juli 2013 pag. 4479 met bijlage.

392 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 391 en het proces-verbaal van verhoor getuige pag. 4441-4444 met bijlagen.

393 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3913, het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 6 juni 2013, pag. 4464-4466.

394 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3913, het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 17 april 2013, pag. 4419-4421.

395 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3913, het proces-verbaal d.d. 11 juli 2013 pag. 4482-4483, met bijlagen pag. 4484-4509.

396 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 april 2013, pag. 4510-4512.

397 Geschrift, kopie-facturen en pakbonnen pag. 4484-4509.

398 Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 april 2013, pag. 4512.

399 Het proces-verbaal d.d. 12 juli 2013, pag. 3914, het proces-verbaal d.d. 11 juli 2013 pag. 4535 tot en met 4537 met bijlagen, pag. 4539 tot en met 4464. Het proces-verbaal meldt op pag. 4537 dat de laatste bon is gedateerd 20-6-2013, maar de bon op pag. 4642 vermeldt deze datum als uiterste gebruiksdatum.