Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7391

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
24-02-2015
Zaaknummer
3536803 UE VERZ 14-631 ip/1198
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 165
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2015/41
AR-Updates.nl 2015-0185
AR 2015/297
JAR 2015/41

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 3536803 UE VERZ 14-631 ip/1198

Beschikking van 24 december 2014

inzake

de vereniging [verzoekster]

,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen [verzoekster],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. P.P.M. Wijnands,

tegen:

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. N. Sprengers.

1 Het verloop van de procedure

[verzoekster] heeft op 27 oktober 2014 een verzoekschrift ingediend. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. Het verzoek is ter zitting van 28 november 2014 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verweerder], geboren op [1970] en thans derhalve 44 jaar oud, is op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van [verzoekster] voor 24 uur per week. [verzoekster] heeft een kantoor in [vestigingsplaats] alwaar onder leiding van de directeur, mevrouw [directeur] (hierna: [directeur]), een twintigtal medewerkers werkzaam zijn ten behoeve van de vereniging en haar leden. Volgens [verzoekster] is [verweerder] sinds 1 maart 1998 ononderbroken in dienst (van een rechtsvoorganger), volgens [verweerder] is hij dat vanaf 1 maart 1996.

2.2.

[verweerder] vervulde de functie van systeembeheerder. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 2.173,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

2.3.

[directeur], heeft meermalen aan [verweerder] gevraagd aan haar op te geven welke medewerker een werkplek met een bepaald IP-adres gebruikte. Aanleiding voor deze vraag was een melding van het externe beveiligingsbedrijf van [verzoekster], [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]), aan [directeur] dat er veelvuldig BitTorrent verkeer voorbij kwam vanaf een werkplek van [verzoekster] en dat het vermoeden was dat een medewerker een BitTorrent-cliënt had geïnstalleerd. [verweerder] heeft geweigerd antwoord te geven op deze vraag.

2.4.

Nadat [verweerder] zich op 7 oktober 2014 ziek had gemeld heeft [directeur] hem die zelfde dag met een e-mail opdracht gegeven haar uiterlijk 8 oktober 17:00 uur te informeren.

2.5.

Met een brief van 8 oktober 2014 heeft de gemachtigde van [verweerder] aan [directeur] bericht dat [verweerder] passende maatregelen heeft genomen ter voorkoming van schade aan het netwerk en dat hij heeft gezorgd voor de-installatie van de betreffende software. Zij heeft verder bericht dat [verweerder] geen gehoor kon geven aan het verzoek om de naam bekend te maken van de persoon die de Tor-cliënt heeft gedraaid. Als reden daarvoor heeft zij opgegeven dat [verweerder] als systeembeheerder een vertrouwensrelatie heeft met de medewerkers en dat die relatie meebrengt dat hij de van hen verkregen informatie niet onnodig met anderen deelt. Vanuit die positie achtte [verweerder] zich niet vrij de naam van de medewerker wiens digitale apparatuur het betreft aan [directeur] mee te delen.

2.6.

[verzoekster] heeft [verweerder] vervolgens opnieuw de gelegenheid gegeven haar te informeren, en wel uiterlijk voor 13 oktober 2014 te 12:00 uur. Nadat informatie uit was gebleven heeft [verzoekster] [verweerder] op 13 oktober 2014 op non actief gesteld onder gelijktijdige mededeling dat zij stappen zal gaan ondernemen om te komen tot beëindiging van het dienstverband.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekster] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen. Zij stelt dat zij het vertrouwen in een behoorlijke taakvervulling door [verweerder] definitief heeft verloren. Zij verwijt [verweerder] dat hij aanvankelijk ontwijkende, verhullende en onvolledige antwoorden heeft gegeven en dat hij later heeft geweigerd te antwoorden op redelijke vragen die verband hielden met de uitoefening van zijn werkzaamheden. [verzoekster] betwist dat [verweerder] kan worden beschouwd als een beroepsgeheimhouder, een verschoningsgerechtigde of een persoon aan wie een afgeleid verschoningsrecht toekomt. Zij verwijt [verweerder] vooral dat hij heeft miskend dat het niet aan hem is om in laatste en hoogste instantie te beoordelen of er sprake is van een (potentieel) risico voor [verzoekster] en welke eventuele maatregelen passend zijn. Volgens [verzoekster] kunnen aan de aanwezigheid van een Tor-cliënt wel degelijk grote risico’s verbonden zijn omdat daarmee anoniem illegale activiteiten op internet kunnen plaatsvinden en hoorde [verweerder] daarover openheid van zaken te geven aan haar directeur. Voor een vergoeding is volgens [verzoekster] geen aanleiding.

3.2.

[verweerder] betwist dat [verzoekster] na een zo lang dienstverband het vertrouwen in hem heeft kunnen verliezen door het incident rond de waarschuwing over BitTorrent verkeer. Volgens [verweerder] was het alleen zijn taak om het systeem draaiende te houden en hoefde hij op grond van zijn functieomschrijving niet te fungeren als toezichthouder/politieagent. Hij stelt dat hij adequaat heeft gehandeld, dat hij alleen op zichzelf niet schadelijke BitTorrent- software heeft aangetroffen, dat hij geen Tor-cliënt heeft aangetroffen, dat hij de software heeft verwijderd, dat hij ook een extra virusscan heeft gedraaid en dat hij de gebruiker heeft aangesproken op het BitTorrent verkeer. Volgens [verweerder] heeft de gebruiker na uitleg van zijn kant ermee ingestemd dat de software verwijderd werd. [verweerder] stelt dat de installatie van BitTorrent- software volstrekt onschuldig is en geen gevaar voor het netwerk meebrengt. [verweerder] stelt verder dat [verzoekster] de kwestie had kunnen oplossen door aan haar personeel te vragen of de gebruiker zich vrijwillig zou willen melden. Ook heeft hij aangevoerd dat hij bereid is voor de toekomst de afspraak te maken dat hij wel namen gaat noemen.

3.3.

[verweerder] maakt subsidiair aanspraak op een billijke vergoeding overeenkomstig de kantonrechtersformule met toepassing van C-factor 2,5. Hij heeft deze vergoeding berekend op € 85.072,95 bruto.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met een opzegverbod. Dat is niet het geval.

4.2.

Op grond van hetgeen over en weer is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de arbeidsrelatie tussen [verzoekster] en [verweerder] onherstelbaar verstoord is geraakt. Daarom is sprake van een zodanige verandering van omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

4.3.

Voor het antwoord op de vraag of aan [verweerder] een billijke vergoeding moet worden toegekend dient de kantonrechter te beoordelen aan wie de verstoring van de arbeidsrelatie te wijten is. Naar het oordeel van de kantonrechter draagt [verweerder] de verantwoordelijkheid voor de opgetreden vertrouwensbreuk omdat hij zonder redelijke grond is blijven weigeren openheid van zaken te geven. Ter toelichting wordt het volgende overwogen.

4.4.

Het staat vast dat [bedrijf] rechtstreeks contact heeft opgenomen met [directeur] nadat [bedrijf] van [verweerder] een in haar ogen onbevredigend antwoord had gekregen op het verzoek om een bepaalde werkplek te controleren in verband met veelvuldig BitTorrent verkeer vanaf die werkplek. Het staat ook vast dat [directeur] zich door [bedrijf] heeft laten voorlichten over het potentiële gevaar voor het netwerk en dat zij zich heeft laten informeren over de redenen waarom [bedrijf] het antwoord van [verweerder] onbevredigend vond. Als directeur van [verzoekster] was [directeur] in de positie om de waarschuwing van het externe beveiligingsbedrijf ernstig op te nemen. Zij was als leidinggevende van [verweerder] vervolgens bevoegd om aan hem bepaalde opdrachten te geven in verband met de potentiële dreiging voor het netwerk en om aan hem te vragen aan haar te melden bij wie het IP-adres in gebruik was. Naar het oordeel van de kantonrechter was het herhaalde verzoek van [directeur] om aan haar een naam op te geven een redelijk verzoek dat verband hield met de werkzaamheden van [verweerder] als systeembeheerder. [verweerder] had daaraan gehoor moeten geven. Dat volgt uit de eisen die aan een goed werknemer gesteld kunnen worden en geldt dus ook zonder dat de verplichting om een naam te noemen expliciet in de functieomschrijving is opgenomen. Ook een systeembeheerder moet aan redelijke opdrachten gehoor geven, moet zich controleerbaar opstellen en moet verantwoording afleggen aan zijn leidinggevende.

4.5.

[verweerder] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hem een verschoningsrecht of een geheimhoudingsplicht toekomt. Hij heeft ook niet gesteld dat hij zelf de betreffende software heeft geïnstalleerd en dat hij niet verplicht is zichzelf te incrimineren. [verweerder] heeft aangevoerd dat hij een bepaalde werknemer geheimhouding heeft toegezegd. Voor zover dat inderdaad gebeurd is, en [verweerder] die belofte niet wil breken, komt die omstandigheid voor zijn risico. [verzoekster] heeft hem voldoende tijd gegeven om alsnog de nodige informatie te geven, ook nog nadat hij juridisch advies had ingewonnen.

4.6.

[verweerder] heeft aangevoerd dat hij zelf de betreffende medewerker afdoende heeft aangesproken en voorgelicht en dat [directeur] daarmee genoegen moet nemen. Daarmee heeft hij miskend dat hij niet in de positie was om een medewerker aan te spreken. Het was aan [directeur], als eindverantwoordelijke voor [verzoekster], om te beslissen over eventuele maatregelen na het horen van de medewerker. [verweerder] verwijt [directeur] dat zij geen genoegen heeft genomen met zijn geruststellende mededeling dat de aangetroffen software onschuldig was. Daarmee verliest [verweerder] de hiërarchische verhoudingen uit het oog. [directeur] geeft aan hem leiding en redelijke opdrachten. Het is niet andersom.

4.7.

Door de weigering van [verweerder] een naam op te geven kan [verzoekster] niet controleren hoe ernstig de dreiging voor haar netwerk is geweest. Zij kan ook niet beoordelen of bepaalde maatregelen tegen de betreffende medewerker op zijn plaats zijn. [verzoekster] kan bovendien niet uitsluiten dat [verweerder] behalve de naam van de medewerker nog meer informatie achterhoudt die voor haar van belang kan zijn. Nu BitTorrent-software en een BitTorrent-cliënt gebruikt kunnen worden voor illegale activiteiten op het internet is de kwestie potentieel zo ernstig dat [verzoekster] het vertrouwen in [verweerder] heeft kunnen verliezen.

4.8.

Uit het voorgaande volgt dat de verandering van omstandigheden is te wijten aan [verweerder]. Voor een billijke vergoeding is daarom geen plaats.

5 De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 2 januari 2015;

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 december 2014.