Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7378

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-08-2014
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
2941239 LC EXPL 14-1481
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Bemoeizorg, zorgverzekeringsovereenkomst, eigen risico. Eindvonnis gewezen op 24 december 2014

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civiel recht

kantonrechter

zitting houdend te Lelystad

Zaak- en rolnummer: 2941239 LC EXPL 14-1481

Datum vonnis: 27 augustus 2014

Vonnis in de zaak van

de naamloze vennootschap ANDERZORG N.V., door splitsing rechtsopvolger onder algemene titel van de onderlinge waarborgmaatschappij AnderZorg U.A.,
gevestigd te Wageningen,
eiseres,
gemachtigde LAVG Gerechtsdeurwaarders te Groningen,

tegen

[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna AnderZorg en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen AnderZorg als zorgverzekeraar en [gedaagde] als verzekeringnemer is een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand gekomen.

2.2.

Op 6 september 2012 is [gedaagde], tijdens een periode waarin hij in bewaring was gesteld, bezocht door een zorgverlener van Stichting GGZ Centraal. De zorgverlener heeft hierbij geïnformeerd naar de geestelijke gesteldheid van [gedaagde] en beoordeeld of [gedaagde] aanvullende geestelijke gezondheidszorg behoefde.

2.3.

Op 31 maart 2014 heeft AnderZorg aan [gedaagde] een nota toegezonden van € 256,58 ter zake van de door Stichting GGZ Centraal verleende en gedeclareerde zorg.

2.4.

Na reclamatie van [gedaagde] heeft Stichting GGZ Centraal haar declaratie aangepast naar een bedrag van € 115,44.

3 Het geschil

3.1.

AnderZorg vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 168,88 (€ 115,44 aan hoofdsom, € 5,04 aan verschenen rente en € 48,40 aan incassokosten inclusief BTW), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2014 over € 115,44 tot de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te bovengaande.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

AnderZorg legt aan haar vordering ten grondslag dat door Stichting GGZ Centraal aan [gedaagde] klinisch psychologische zorg is verleend, welke zorg onderdeel uitmaakt van de zorg als bedoeld in artikel 11 Zorgverzekeringswet en dat de kosten daarvan vallen onder het eigen risico van [gedaagde]. AnderZorg stelt dat ook in gevallen waarin de verzekerde geen voorafgaande toestemming verleent terwijl wenselijk is dat er zorg wordt verleend, de verzekerde dient bij te dragen in de kosten van de verleende zorg.

4.2.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan dat hij de betreffende zorg door Stichting GGZ Centraal niet heeft gewild. Hij heeft zijn beklag gedaan bij de Geschillencommissie Zorgverzekeringen. Volgens de Geschillencommissie is er sprake van bemoeizorg en valt dergelijke zorg onder de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ). Hij verwijst naar hetgeen de Geschillencommissie aan hem heeft geschreven.

4.3.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat Stichting GGZ Centraal op 6 september 2012 ongevraagd zorg heeft verleend aan [gedaagde]. Ter discussie staat (het antwoord op) de vraag of AnderZorg gerechtigd is hiervoor eigen risico in rekening te brengen bij [gedaagde]. Uit hetgeen naar voren is gebracht maakt de kantonrechter op dat de Ombudsman Zorgverzekeringen tussen partijen heeft bemiddeld. De Ombudsman heeft geconcludeerd dat de aan [gedaagde] verleende zorg valt onder de OGGZ, welke valt onder de werking van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De Ombudsman volgt een bindend advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen waarin zulks is geoordeeld in een gelijke situatie als de onderhavige kwestie. De kantonrechter overweegt dat hier mogelijk het bindend advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen van 5 maart 2014 wordt bedoeld, welke is gepubliceerd op het Kennisplein Ziektekostenverzekeringen (www.kpzv.nl, zaaknummer SKGZ2013.01659). De kantonrechter zal de inhoud van dit advies bij zijn uitspraak betrekken. Voor de beoordeling van het geschil acht de kantonrechter het wenselijk dat AnderZorg reageert op de productie die door [gedaagde] bij conclusie van dupliek is overgelegd, hetgeen daarin door de Ombudsman uiteen is gezet en de inhoud van het bindend advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen van

5 maart 2014.

4.4.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 24 september 2014 te 11.00 uur voor akte uitlating aan de zijde van AnderZorg zoals hiervoor onder 4.3 is overwogen;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 27 augustus 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.