Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:734

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
16-712247-11 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:6275, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 45-jarige Rotterdammer tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk voor het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing bij een tankstation en poging tot doodslag op omstanders. Daarnaast legt de rechtbank een rijontzegging van vijf jaar op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16-712247-11 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 26 februari 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [adres 1] te [geboorteplaats],

verblijvende te [adres 2] (Bouman GGZ).

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. M. van Riet, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 12 december 2011 te Bunnik als bestuurder van een auto, Peugeot Partner, met zeer hoge snelheid tegen een stilstaande auto, Mercedes Benz, en/of een pompeiland en/of een stilstaande auto, Volkswagen Transporter, met aanhanger is gereden, waardoor voornoemd pompeiland en voornoemde auto’s en/of delen daarvan in brand zijn gevlogen en/of ontploft, terwijl [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] nabij de Volkswagen Transporter met aanhanger stonden en hierdoor brandwonden hebben bekomen.

Dit is ten laste gelegd als:

feit 1 primair: poging om[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere personen van het leven te beroven;

feit 1 subsidiair: zware mishandeling van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

feit 1 meer subsidiair: het zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht of zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat;

feit 2 primair: opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen;

feit 2 subsidiair: opzettelijk een gebouw en/of een getimmerte en/of een voor publiek toegankelijke plaats, vernielen dan wel beschadigen, waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of anderen te duchten was;

feit 2 meer subsidiair: (een deel van) een Texaco tankstation en/of een pompeiland van voornoemd tankstation en/of één of meer personenauto’s toebehorende aan het Texaco tankstation en/of [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3] vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken;

feit 2 meest subsidiair: het zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor voornoemd pompeiland en/of één of meer voornoemde auto’s en/of (een deel van) het tankstation geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval dat er brand is ontstaan, terwijl daardoor gemeen gevaar voor voornoemd tankstation en/of de aanwezige motorrijtuigen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere omstanders van voornoemd tankstation, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, ontstond.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Volgens de officier van justitie is verdachte willens en wetens op de auto’s en het pompeiland ingereden waardoor een ontploffing is veroorzaakt en de slachtoffers bijna waren komen te overlijden. Ook ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde heeft verdachte boos opzet gehad, aldus de officier van justitie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De verdediging heeft betoogd dat verdachte van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat verdachte geen opzet heeft gehad gericht op de dood of zwaar lichamelijk letsel bij de slachtoffers. Het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde kan volgens de raadsvrouw wettig en overtuigend bewezen worden met dien verstande dat sprake was van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid en niet van roekeloos rijgedrag.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Met betrekking tot het feit 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair dient verdachte eveneens te worden vrijgesproken wegens gebrek aan opzet gericht op de door het ongeval veroorzaakte schade. Het onder 2 meest subsidiair ten laste gelegd kan volgens de raadsvrouw wettig en overtuigend worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen1

Ten aanzien van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 12 december 2011 omstreeks 17.30 uur als bestuurder van een auto, Peugeot Partner, vanaf de Rijksweg A12 het terrein van Texaco tankstation “De Forten” te Bunnik is opgereden. Hij was niet van plan om met zijn auto af te remmen. Hij wilde door rijden omdat de pompen bezet waren. Verdachte bukte naar beneden om zijn tomtom op te pakken die was gevallen. Toen hij opkeek was het al te laat om een aanrijding te voorkomen. Verdachte reed in een rechte lijn naar een benzinepomp en botste vervolgens tegen een auto aan. Hij kon de auto normaal besturen. Verdachte was ten tijde van het ongeval op weg naar de TBS-kliniek De Pompe in Nijmegen voor een zogenaamde time-out. Hij was gestresst omdat het druk op de weg was. Verdachte was bang dat hij niet op tijd in de kliniek zou zijn.2

[slachtoffer 1] is op 12 december 2011 omstreeks 17.25 uur betrokken geweest bij een ongeval bij het Texaco tankstation langs de Rijksweg A12 bij Bunnik. [slachtoffer 1] is daar met[benadeelde 3] en [slachtoffer 2] in een bestelbus, Volkswagen Transporter. Achter deze bestelbus trokken zij een aanhangwagen. [slachtoffer 1] zag dat naast hun bestelbus een bestelauto van de firma [benadeelde 1] was aan komen rijden en naast hun parkeerde aan de andere zijde van de pomp. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stonden bij hun bestelbus te wachten op [benadeelde 3] die in de tankshop was. [slachtoffer 2] en[slachtoffer 1] stonden ter hoogte van het voorportier aan de rechterzijde te wachten. De afstand tussen de pomp en hun auto was een kleine meter. [benadeelde 3] kwam naar buiten en maakte het slot van de auto open. [slachtoffer 1] strekte zijn linkerarm om de deurgreep van de schuifdeur te pakken. Op dat moment zag hij de achterzijde van de bus een halve meter van hem vandaan schuiven. Tegelijkertijd hoorde [slachtoffer 1] een enorm grote knal. Hij zag een grote vuurbal van meters groot. [slachtoffer 1] zat midden in het vuur. Hij voelde een enorme krachtige luchtdruk en is hierdoor een aantal meters verderop tegen de grond geslagen. [slachtoffer 1] voelde hitte en voelde en zag dat hij in brand stond. Hij is plat over straat gaan rollen om de vlammen te doven. [slachtoffer 1] zag dat [benadeelde 3] naar hem toe kwam om hem te helpen.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zijn longen, de binnenkant van zijn mond en zijn verhemelte verbrand waren ten gevolge van dit ongeval. Hij had derdegraads brandwonden aan zijn linkerhand. Aan zijn rechterhand had hij tweede- en derdegraads brandwonden. In zijn gezicht had hij tweede- en derdegraads brandwonden, op zijn linker bovenarm tweedegraads brandwonden en op zijn onderrug ter hoogte van zijn middel een eerstegraads brandwond. Op zijn schedel had [slachtoffer 1] tweedegraads brandwonden. Zijn wenkbrauwen en wimpers waren verbrand. Hij had een volle bos haar op zijn hoofd die helemaal was weg geschroeid.

[slachtoffer 1] is op 12 december 2011 naar het Universitair Medisch Centrum te Utrecht gebracht. Daar is hij buiten bewustzijn geraakt. Op 13 december 2011 is hij op de afdeling intensive care van het Martini Ziekenhuis in Groningen opgenomen. Dit ziekenhuis heeft een afdeling die is gespecialiseerd op het gebied van ernstige brandwonden. Op 15 december 2011 is [slachtoffer 1] bij kennis gekomen in het Martini Ziekenhuis in Groningen. Op 16 december 2011 was zeker dat [slachtoffer 1] buiten levensgevaar was. Op 15 december 2011 was onzeker of de linkerhand van [slachtoffer 1] zou moeten worden geamputeerd wegens de ernstige verwondingen. Na een week was zeker dat [slachtoffer 1] zijn linkerhand kon behouden maar dat hij mogelijk een paar vingertoppen zou moeten missen. Deze vingertoppen heeft hij uiteindelijk kunnen behouden.

[slachtoffer 1] heeft van 13 december 2011 tot 19 december 2011 op een intensive care afdeling gelegen. Van 19 december 2011 tot 6 januari 2012 heeft hij op de verpleegafdeling gelegen. Hij mocht op 6 januari 2012 het ziekenhuis verlaten.

Op 18 januari 2012 heeft [slachtoffer 1] een tweede ziekenhuisopname gehad in het Martini Ziekenhuis is Groningen. Hij is hier tot 2 februari 2012 opgenomen geweest in verband met een zeer ernstige bacterie als gevolg van de verwondingen. Na 2 februari 2012 moest [slachtoffer 1] een paar weken om de dag terugkomen voor controle en behandeling.

Op 10 april 2013 tot 13 april 2013 is hij weer in het Martini Ziekenhuis opgenomen geweest voor een operatie aan zijn linkerhand. Hierna moest hij zes tot acht weken revalideren.

[slachtoffer 1] is in totaal drie keer geopereerd aan de verwondingen als gevolg van het ongeval. Hij heeft ook huidtransplantaties gehad.

[slachtoffer 1] is tientallen keren voor controle of dagbehandeling terug geweest in het Martini Ziekenhuis in Groningen. [slachtoffer 1] is op 22 april 2013, het moment dat hij deze verklaring heeft afgelegd, nog niet uitbehandeld voor zijn verwondingen. Hij heeft het ook psychisch zwaar gehad.3

[slachtoffer 2] is op 12 december 2011 omstreeks 17.25 uur gewond geraakt bij een ongeluk bij een tankstation Texaco aan de Rijksweg A12 in Bunnik. [slachtoffer 2] bevond zich met [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) bij een bestelbus, Volkswagen Transporter. Ze stonden tussen de benzinepomp en de passagierszijde van de auto. Op een gegeven moment hoorde [slachtoffer 2] een enorme knal achter zich en zag een enorme vuurbal. [slachtoffer 2] rende weg van de bestelbus vandaan. Hij draaide zich om en keek in de richting van de auto. [slachtoffer 2] zag een vuurzee. Hij zag dat de benzinepomp en auto’s in brand stonden. [slachtoffer 2] zag dat de kleding van [slachtoffer 1] in brand stond. Hij zag grote vlammen bij [slachtoffer 1]. Hij zag [slachtoffer 1] in brand staan en een aantal meter voor de auto en benzinepomp over straat rollen. [slachtoffer 2] trok zijn jas uit. [benadeelde 3] trok de jas uit de handen van [slachtoffer 2] en doofde hiermee de vlammen bij [slachtoffer 1]. [slachtoffer 2] zag bij [slachtoffer 1] de vellen van zijn huid van de handen druipen. De baard van [slachtoffer 2] was helemaal verbrand en weg geschroeid. Zijn wimpers waren verbrand en zijn wenkbrauwen waren voor een deel weg geschroeid door de hitte. In het ziekenhuis bleek [slachtoffer 2] tweedegraads brandwonden in zijn hele gezicht te hebben. De ruggen van zijn handen waren verbrand. Zijn rechterhand was licht verbrand. Bij zijn linkerhand had hij tweede- en derdegraads brandwonden. [slachtoffer 2] moest die nacht in het ziekenhuis blijven en mocht op 13 december 2011 het ziekenhuis verlaten. Hij kon zijn handen niet gebruiken als gevolg van de verbrandingen. Zijn beide handen en zijn gezicht zaten helemaal in het verband. [slachtoffer 2] heeft weken lang bij alles wat hij deed hulp nodig gehad. Hij kon weken niets doen en had weken veel pijn aan zijn verwondingen. [slachtoffer 2] heeft door zijn lichamelijke verwondingen niet kunnen werken tot half februari 2012.4

Op 12 december 2011 omstreeks 17.25 uur reed [benadeelde 2] in een bestelauto, Mercedes Benz, het terrein van het Texaco tankstation aan de Rijksweg A12 te Bunnik op. Hij parkeerde de bestelauto bij een benzinepomp. Na het tanken is hij de tankshop binnengelopen om te betalen. Toen hij in de rij voor de kassa stond hoorde hij opeens een harde knal. Hij keek naar zijn auto en zag een grote ontploffing. Het was een vuurzee bij zijn auto en de auto daarnaast. [benadeelde 2] zag alleen maar vuur. Hij zag een man die in brand stond die voor zijn auto over de straat rolde. De bestelauto waarin [benadeelde 2] reed was total loss. De linkerzijde van de auto was verbrand en de rechterzijde zat in elkaar.5

Bij voornoemd Texaco tankstation worden continu filmopnamen gemaakt met beveiligingscamera’s. Het Texaco tankstation aan de Rijksweg A12 in Bunnik is eigendom en in beheer van Delek Nederland BV. [A], werkzaam als claim handler bij Delek Nederland BV, heeft op 13 december 2011 de camerabeelden van het incident op 12 december 2011 bekeken. Zij zag dat op 12 december 2011 omstreeks 17.30 uur een bestelauto, Peugeot, met een hoge snelheid kwam aanrijden en bovenop de LPG pomp tot stilstand kwam. Ze zag dat de bestuurder van deze auto recht op de LPG pomp afreed. De bestuurder nam niet de logische aanrijroute om bij het tankeiland te komen. De snelheid was zeer onaangepast aan de situatie en de drukte op dat moment bij het tankstation. [A] heeft niet gezien dat de bestuurder heeft geprobeerd een aanrijding te voorkomen of af te remmen. Als gevolg van het tegen de LPG pomp rijden zag [A] een ontploffing en brand bij het pompeiland.6

Op 12 december 2011 omstreeks 18.00 heeft de verkeerspolitie onderzoek ingesteld bij voormeld tankstation. Vanaf de Rijksweg A12 ligt een uitvoegstrook in de richting van het genoemde tankstation. Deze uitvoegstrook heeft een lengte van ongeveer 400 meter. Op het terrein van het tankstation en de parkeerplaats geldt een maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur voor motorvoertuigen. Deze borden waren enkele tientallen meters voor het terrein van het tankstation links en rechts naast de rijbaan geplaatst. De verkeerspolitie heeft geen sporen op de uitvoegstrook of op het terrein voor de pompeilanden aangetroffen die betrekking hadden op het incident. Op het moment van het onderzoek trof de verkeerspolitie een Peugeot Partner en een Volkswagen Transporter met daarachter een aanhangwagen tussen het meest linkse en tweede pompeiland van links aan. De Peugeot stond met de voorzijde tegen de rechterzijde van de Volkswagen aan. De Peugeot en de Volkswagen waren totaal uitgebrand. De aanhangwagen had voornamelijk aan de voorzijde forse brandschade. De LPG pomp van het tweede pompeiland van links gezien was compleet omver gereden. Het rechter portier van de Peugeot trof de verkeerspolitie aan naast de brandstofpompen van het tweede pompeiland. Een Mercedes Benz is op verzoek van de brandweer enkele tientallen meters naar voren gesleept. De linker zijkant van deze auto was verbrand. Op het moment van het onderzoek op de plaats van het ongeval waren de Peugeot en de Volkswagen niet verplaatst.7

4.3.2

De bewijsoverwegingen

Opzet

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de gevolgen van zijn handelen daadwerkelijk heeft bedoeld te veroorzaken of als een noodzakelijk gevolg van zijn handelen heeft aanvaard. De officier van justitie heeft het bewijs voor het onvoorwaardelijk opzet gebaseerd op de verklaring van de dochter van verdachte over mededelingen die de verdachte kort na het ongeval aan haar heeft gedaan. Uit het dossier blijkt echter ook dat verdachte na het ongeval in slaap is gehouden.8 Daarom kan deze verklaring van de dochter van verdachte niet als bewijs voor het onvoorwaardelijk opzet gelden. Gelet hierop is geen sprake van opzet in onvoorwaardelijke zin.

Vervolgens is de vraag aan de orde of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Verdachte was ten tijde van het ongeval op weg naar de TBS-kliniek De Pompe in Nijmegen voor een zogenaamde time out. Hij was gestresst omdat het druk op de weg was en hij vreesde niet op tijd in de kliniek te zijn. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte met hoge snelheid het terrein van het tankstation kwam op rijden en bovenop de LPG pomp tot stilstand kwam. Verdachte reed recht op de LPG pomp af. De snelheid was zeer onaangepast aan de situatie en de drukte op dat moment bij het tankstation. Verdachte was, naar eigen zeggen, niet van plan om met zijn auto af te remmen. Dit omdat hij door wilde rijden in verband met het bezet zijn van de pompen. Aangezien volgens verdachte zijn tomtom vervolgens in de middenconsole viel, bukte hij naar beneden om die op te pakken. Toen hij opkeek was het al te laat om de aanrijding te voorkomen. Het ongeval vond plaats op maandag 12 december 2011 omstreeks 17.30 uur. Een tankstation is een omgeving waar op dit tijdstip op een doordeweekse dag doorgaans bestuurders van motorvoertuigen aanwezig zijn om te tanken. Een tankstation is omgeven door brandbare en explosieve stoffen. Verdachte heeft, door met hoge snelheid het terrein van het tankstation op te rijden richting het pompeiland en de daarnaast geparkeerde auto’s en dan vervolgens te bukken om iets op te rapen, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij door bovenomschreven verkeersgedrag een ontploffing teweeg zou brengen en daarmee de dood van andere aanwezigen op het tankstation zou veroorzaken.

4.3.3

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1 primair

op 12 december 2011 te Bunnik ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet

- als bestuurder van een auto, Peugeot Partner, naar het Texaco tankstation is gereden met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid en

- vervolgens de door hem bestuurde auto niet tot stilstand heeft gebracht en

- vervolgens tegen een stilstaande auto, Mercedes Benz, en een pompeiland en een stilstaande auto, Volkswagen Transporter, met aanhanger is ingereden

- waardoor voornoemde pompeiland en auto's in brand zijn gevlogen en/of is/zijn ontploft,

- terwijl voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanwezig waren op het terrein van het Texaco tankstation en naast/nabij de voornoemde auto met aanhanger stonden/verbleven;

feit 2 primair

op 12 december 2011 te Bunnik opzettelijk brand heeft gesticht en een ontploffing teweeg heeft gebracht door

- als bestuurder van een auto, Peugeot Partner, naar het Texaco tankstation, gelegen aan de Rijksweg A12, te rijden met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid en

- vervolgens de door hem bestuurde auto niet tot stilstand te brengen en

- vervolgens tegen een stilstaande auto, Mercedes Benz, en een pompeiland en een stilstaande auto, Volkswagen Transporter, met aanhanger in te rijden en te botsen

- waardoor voornoemde pompeiland en auto's in brand zijn gevlogen en/of is/zijn ontploft

terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd tankstation en de aanwezige motorrijtuigen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] die naast/nabij de voornoemde auto met aanhanger stonden/verbleven te duchten was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

Eendaadse samenloop van:

Feit 1 primair: Poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

en

Feit 2 primair: Opzettelijk een ontploffing teweegbrengen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Psychiater M.R. Weeda heeft op 22 oktober 2013 gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van afhankelijkheid van cocaïne en heroïne, beiden in remissie in de kliniek. Tevens is sprake van een psychotische stoornis in de voorgeschiedenis. Ook is sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven met borderline en antisociale trekken. Weeda adviseert om verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten als ten minste verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

GZ-psycholoog I. van Asselt heeft op 5 november 2013 gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van cocaïne- en opioïdeafhankelijkheid, momenteel onder remissie onder toezicht, en van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale, borderline en narcistische trekken. Van Asselt beschouwt verdachte als ten minste verminderd toerekeningsvatbaar voor de hem ten laste gelegde feiten.

De rechtbank neemt deze conclusie van de deskundigen Weeda en Van Asselt over, met dien verstande dat zij verdachte verminderd toerekeningsvatbaar acht, en maakt deze tot de hare.

Verdachte is strafbaar, omdat ook overigens niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de rijbevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor vijf jaren wordt ontzegd en de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van € 425,64 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden met het tijdsverloop en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Daarnaast dient de rechtbank rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte 15 maanden heeft vastgezeten als gevolg van een vordering tot voorlopige verpleging van overheidswege in verband met een vordering tot hervatting van de dwangverpleging.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte is op een terrein van een tankstation met een bestelauto op twee bestelauto’s, een aanhangwagen en een gaspomp ingereden. Hierdoor is de gaspomp tot ontploffing gekomen en is een vuurzee ontstaan waardoor (delen van) deze twee bestelauto’s en de aanhangwagen zijn verbrand. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bevonden zich zeer nabij de gaspomp en hebben door de vuurbal tweede- en derdegraads brandwonden opgelopen. Het is niet aan verdachte te danken geweest dat niemand is komen te overlijden als gevolg van het ongeval. [slachtoffer 2] is over de grond gaan rollen om het vuur te doven en[benadeelde 3] heeft met een jas de vlammen bij [slachtoffer 1] gedoofd.

[slachtoffer 1] heeft als gevolg van de brandwonden enkele dagen in levensgevaar verkeerd. Toen hij buiten levensgevaar was het onzeker of zijn linkerhand zou moeten worden geamputeerd dan wel zijn vingertoppen kwijt zou raken. Hij heeft zijn hand en vingertoppen kunnen behouden.

[slachtoffer 2] heeft ruim twee maanden niet kunnen werken ten gevolge van de brandwonden die hij heeft opgelopen.

Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met het tijdsverloop. Het incident heeft op 12 december 2011 plaatsgevonden. De eerste terechtzitting vond plaats op 19 augustus 2013. De uitspraak vindt plaats op 26 februari 2014, ruim twee jaar na dato.

De rechtbank neemt bij de straftoemeting ook in aanmerking dat verdachte zelf ook zwaar gewond is geraakt door het bewezen verklaarde en hiervoor diverse operaties heeft ondergaan.

Tevens houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte gedurende 15 maanden heeft vastgezeten in het kader van een vordering tot voorlopige verpleging van overheidswege in verband met een vordering tot hervatting van een eerder opgelegde dwangverpleging.

Verder houdt de rechtbank bij de straftoemeting rekening met de omstandigheid dat verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde verminderd toerekeningsvatbaar is, zoals onder 6 vermeld.

Voorts heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 februari 2014, waaruit blijkt dat de verdachte op 26 augustus 2005 is veroordeeld tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Op 18 januari 2011 is deze maatregel voorwaardelijk beëindigd. Op 31 maart 2011 heeft verdachte een baan en een koopwoning bemachtigd. Op 7 juli 2011 blijkt uit een urinecontrole dat verdachte cocaïne heeft gebruikt. Er wordt besloten tot een time out opname van verdachte om recidiverisico te beperken. Verdachte diende zich hiertoe op 12 december 2011 te melden bij de Pompestichting in Nijmegen.

Volgens psychiater M.R. Weeda en GZ-psycholoog, beiden voornoemd, kon verdachte in de aanloop naar het ten laste gelegde niet omgaan met oplopende spanningen. Hij probeerde zijn bedrijf draaiende te houden, aan zijn financiële verplichtingen te voldoen en zijn afspraken met de reclassering na te komen. Op 12 december 2011 hoorde hij dat hij voor een time out opname terug moest naar de Pompekliniek. De reis naar de Pompekliniek moest hij op eigen gelegenheid en onder heftig ervaren tijdsdruk afleggen, aldus de deskundigen.

Getuige-deskundige J.M.G. van der Sande, reclasseringswerker bij Bouman GGZ, heeft ter terechtzitting verklaard dat verdachte momenteel in een Forensische Verslavingsafdeling (FVA) van Bouman GGZ verblijft en dat de situatie van verdachte nu zodanig is hersteld dat verdachte verder kan gaan met de resocialisatie. Verdachte komt de afspraken met de reclassering na. Hij zal vrijwilligerswerk gaan zoeken en een poliklinische behandeling bij Het Dok afronden.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van drie jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht passend en geboden. Tevens zal de rechtbank verdachte de rijbevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van vijf jaren ontzeggen. De ernst van de feiten en de gevolgen hiervan voor de slachtoffers rechtvaardigen oplegging van deze straffen. De omstandigheid dat de situatie van verdachte is verbeterd en hij verder kan resocialiseren staat oplegging van deze straffen niet in de weg.

8 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [benadeelde 1], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Deze benadeelde partij vordert een bedrag van € 425,64 wegens het doorbetalen van een werknemer, [benadeelde 2], tijdens ziekte als gevolg van het ten laste gelegde.

Nu niet is gebleken dat het bewezen geachte feit [benadeelde 1] als werkgever van [benadeelde 2] rechtstreeks schade heeft toegebracht, is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk.

De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 55, 157 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.3.3 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Eendaadse samenloop van:

Feit 1 primair: Poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

en

Feit 2 primair: Opzettelijk een ontploffing teweegbrengen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren.

Beveelt dat een gedeelte, groot één jaar, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Ontzegt verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 jaren.

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter,

mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en G.A. Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Feit 1

primair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, voorheen arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere personen aanwezig op het terrein van het Texaco tankstation "De Forten" gelegen op of aan de Rijksweg A12 van het leven te beroven, met dat opzet

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation is gereden met een zeer hoge, althans (veel) hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand heeft gebracht en/of

- ( vervolgens) op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger is ingereden en/of gereden en/of gebotst

- waardoor (vervolgens) voornoemde pompeiland en/of auto's en/of (een deel van) het tankstation in brand is/zijn gevlogen en/of is/zijn ontploft,

- terwijl voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aanwezig waren op het terrein van het Texaco tankstation en/of naast/nabij de voornoemde auto met aanhanger stonden/verbleven;

subsidiair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, voorheen arrondissement Utrecht, aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten,

aan voornoemde [slachtoffer 1] één of meer brandwond(en) (2e en/of 3e graads) aan en/of in het gezicht/de schedel/de mond/het verhemelte/de longen en/of één of meer brandwond(en) (2e en/of 3e graads) aan/op de hand(en) en/of arm(en) en/of één of meer brandwond(en) (1e graads) op/aan (onder)rug, althans op/aan het lichaam en/of

aan voornoemde [slachtoffer 2] één of meer brandwond(en) (2e graads) aan/in het gezicht, althans op het hoofd en/of één of meer brandwond(en) (2e en/of 3e graads) op de hand(en), althans op/aan het lichaam,

door opzettelijk

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation (gelegen op of aan de Rijksweg A12) te rijden met een zeer hoge, althans (veel) hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand te brengen en/of

- ( vervolgens) op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger in te rijden en/of te botsen

- waardoor (vervolgens) voornoemde pompeiland en/of auto('s )en/of (een deel van) het

tankstation in brand is/zijn gevlogen en/of is/zijn ontploft;

terwijl voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] naast/nabij de voornoemde auto met aanhanger stonden/verbleven;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, voorheen arrondissement Utrecht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een auto Peugeot Partner) zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend:

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation (gelegen op of aan de Rijksweg A12) te rijden met een zeer hoge, althans (veel) hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en/of

- ( vervolgens) op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger in te rijden en/of te botsen

waardoor (vervolgens) voornoemde pompeiland en/of personenauto's en/of (een deel van) het tankstation in brand is/zijn gevlogen en/of is/zijn ontploft,

waardoor (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel heeft/hebben opgelopen:

- aan voornoemde [slachtoffer 1] één of meer brandwond(en) (2e en/of 3e graads) aan en/of in het gezicht/ de schedel/de mond/het verhemelte/de longen en/of één of meer brandwond(en) (2e en/of 3e graads) aan/op de hand(en) en/of arm(en) en/of één of meer brandwond(en) (1e graads) op/aan (onder)rug, althans op/aan het lichaam en/of

- aan voornoemde [slachtoffer 2] één of meer brandwond(en) (2e graads) aan/in het gezicht, althans op het hoofd en/of één of meer brandwond(en) (2e en/of 3e graads) op de hand(en), althans op/aan het lichaam en/of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Feit 2.

primair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, voorheen arrondissement Utrecht, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht door

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation (gelegen op of aan de Rijksweg A12) te rijden met een (aanmerkelijk) zeer hoge, althans (veel) hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand te brengen en/of

- ( vervolgens) op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger in te rijden en/of te botsen

- waardoor (vervolgens) voornoemde pompeiland en/of auto('s) in brand is/zijn gevlogen en/of is/zijn ontploft

terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd tankstation en/of de aanwezige motorrijtuigen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (die naast/nabij de voornoemde auto met aanhanger stonden/verbleven) en/of andere personen aanwezig op het terrein van het tankstation, te duchten was;

subsidiair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, althans het arrondissement Midden-Nederland, voorheen arrondissement Utrecht, opzettelijk een gebouw en/of een getimmerte en/of een voor publiek toegankelijke plaats, heeft vernield dan wel beschadigd, immers is verdachte opzettelijk

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation (gelegen op of aan de Rijksweg A12) gereden met een zeer hoge, althans (veel) hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand heeft gebracht en/of

- ( vervolgens) op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger ingereden en/of gereden en/of gebotst

- waardoor (vervolgens) voornoemd pompeiland in brand is gevlogen terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd tankstation (waaronder de winkel), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de op het terrein van het tankstation aanwezige personen, waaronder in elk geval [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, in elk geval in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk (een deel van) het Texaco tankstation "De Forten" gelegen op of aan de Rijksweg A12 en/of een pompeiland van voornoemde tankstation en/of één of meer personenauto('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Texaco tankstation "De Forten" en/of [benadeelde 1] en/of [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation te rijden met een zeer hoge, althans veel hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand te brengen en/of

- ( vervolgens) bij dat tankstation op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland van dat tankstation en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger in te rijden en/of te botsen;

meest subsidiair

hij op of omstreeks 12 december 2011 te Bunnik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en / of onoplettend en / of onachtzaam

- als bestuurder van een auto (Peugeot Partner) naar het Texaco tankstation (gelegen op of aan de Rijksweg A12) is gereden met een zeer hoge, althans (veel) hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid, in elk geval met een gezien de situatie ter plaatse (te) hoge snelheid en/of

- ( vervolgens) bij dat tankstation de door hem bestuurde auto niet (tijdig) tot stilstand heeft gebracht en/of

- ( vervolgens) op/tegen een (stilstaande) auto (Mercedes Benz) en/of een pompeiland van dat tankstation en/of een (stilstaande) auto (Volkswagen Transporter) met aanhanger is ingereden en/of gereden en/of gebotst

ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat voornoemde pompeiland en/of één of meerdere voornoemde auto's en/of (een deel van) het tankstation geheel of gedeeltelijk is / zijn verbrand, in elk geval dat er brand is ontstaan, terwijl daardoor gemeen gevaar voor voornoemde tankstation en/of de aanwezigen motorrijtuigen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en / of levensgevaar voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (die naast/nabij de voornoemde personenauto met aanhanger stonden/verbleven) en/of andere omstanders van voornoemde tankstation, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, ontstond.

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij verwezen naar een bijlage bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Utrecht, genummerd PL0920 2011283153, van 21 januari 2012, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 112; het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Utrecht, genummerd PL0920 2011283153A, van 2 februari 2012, doorgenummerde pagina’s 113 tot en met 142 (A-verbaal); het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Utrecht, genummerd PL0920 2011283153B, van 31 mei 2012, doorgenummerde pagina’s 143 tot en met 148 (B-verbaal); het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Utrecht, genummerd PL0920 2011283153C, van 27 mei 2013, doorgenummerde pagina’s 149 tot en met 204 (C-verbaal); het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Utrecht, genummerd PL0920 2011283153D, van 12 juli 2013, doorgenummerde pagina’s 205 tot en met 225 (D-verbaal).

2 Proces-verbaal ter terechtzitting van 12 februari 2014.

3 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina’s 156, 157, 158, 159 en 160 van het C-verbaal.

4 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina’s 181, 182, 183 en 184 van het C-verbaal.

5 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde 2], doorgenummerde pagina’s 187 en 188 van het C-verbaal.

6 Proces-verbaal van aangifte van [A], doorgenummerde pagina’s 210 en 211 van het D-verbaal.

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verkeersongevalanalyse, genummerd 121211180002132, van 5 januari 2011, pagina’s 3, 6, 9 en 12.

8 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 55.