Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7315

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
14-01-2015
Zaaknummer
382407/ HA RK 14-280
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 382407/ HA RK 14-280

beslissing van 19 december 2014 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken, zitting houdend te Lelystad

op het verzoek in de zin van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

[verzoeker],

wonend te [woonplaats],

verzoeker tot wraking,

verder te noemen verzoeker.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 december 2014

- het wrakingsverzoek van 5 december 2014

- het schriftelijke verweer van 8 december 2014 van mr. A.A.T. van Rens

1.2.

De behandeling van het wrakingsverzoek is aangevangen op 10 december 2014. Verzoeker heeft ter zitting van 10 december 2014 de wrakingskamer, bestaande uit mr. G. Perrick, mr. I.P.H.M. Severeijns en mr. M.J. Slootweg, gewraakt. Bij beslissing van 16 december 2014 is voornoemd wrakingsverzoek afgewezen.

1.3.

Op 19 december 2014 is het wrakingsverzoek tegen mr. Van Rens behandeld. Bij de mondelinge behandeling is verzoeker verschenen. Mr. A.A.T. van Rens is niet verschenen.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. A.A.T. van Rens als rechter (hierna te noemen: de rechter) in de behandeling van het door Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht ingediende verzoek tot wijziging van de omgangsregeling en van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [dochter 1] en [dochter 2], de dochters van verzoeker en mevrouw [A], geregistreerd onder zaaknummer C/16/377764/ JE RK 14/2212 en C/16/380169/JE RK 14-2480.

2.2.

Verzoeker heeft objectieve partijdigheid aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd. Verzoeker heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om zijn kinderen ter zitting te horen. Evenmin heeft de rechter hem voldoende ruimte gegeven om zijn verhaal naar voren te brengen. Ter zitting heeft verzoeker zijn verzoek nader toegelicht.

3 Het standpunt van de rechter

3.1.

De rechter heeft in zijn schriftelijk verweer het navolgende naar voren gebracht. Zijn in ziens is de beslissing om het verzoek van verzoeker af te wijzen om de kinderen ter zitting in het bijzijn van partijen te horen van processuele aard. Verzoeker had in hoger beroep over deze beslissing kunnen klagen. Daarnaast was het niet in het belang van de kinderen dat zij ter zitting zouden komen om door verzoeker in aanwezigheid van iedereen ondervraagd te worden. Dat zou erg belastend zijn voor de kinderen en is ook niet gebruikelijk. De kinderen zijn ook geen partij in dergelijke zaken. Voorafgaand aan de zitting zijn de kinderen door een kinderrechter gehoord, zoals gebruikelijk is. In artikel 89 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is ook geregeld dat kinderen apart worden gehoord.

De rechter heeft voorts aangegeven dat verzoeker tijdens de zitting aan heeft gegeven veel ruimte nodig te hebben om zijn verhaal te doen. Verzoeker is toen alleen medegedeeld, gelet op het feit er ook nog andere zaken behandeld moesten worden, dat daar wellicht grenzen aangesteld zouden worden. De rechter heeft aangegeven dat hij nog geen concrete beperkingen had gesteld.

4 De beoordeling

4.1.

De beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. Aan verzoeker is ter zitting van 19 december 2014 mondeling de strekking van dit vonnis meegedeeld en voorts dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis op 9 januari 2015 zal volgen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het verzoek tot wraking van mr. A.A.T. van Rens af;

5.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan

verzoeker en mr. A.A.T van Rens, alsmede aan de voorzitter van de afdeling civiel recht en de president van deze rechtbank.

5.3

bepaalt dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking van leden van de rechtbank belast met de behandeling van het verzoek tot wraking met zaaknummer C/16/377764 / JE RK 14/2212 en C/16/380169 / JE RK 14-2480 niet in behandeling wordt genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. O.E. Mulder, voorzitter, mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans en mr. A. van Holten, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. K.F. van Dam,

griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2014.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.