Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7244

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-12-2014
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
3564291 AE VERZ 14-192 JES/1267
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0016
AR 2015/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 3564291 AE VERZ 14-192 JES/1267

Beschikking van 23 december 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen [verzoekster],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M.A.M. Lem,

tegen:

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats]

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. J. Bel.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de pleitnota van [verzoekster]

  • -

    de mondelinge behandeling op 5 december 2014, waarvan aantekening is gehouden.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verweerder], geboren op [1958], is op 1 november 1976 in dienst van [verzoekster] getreden. Het dienstverband is thans voor onbepaalde tijd. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 2.622,00 per maand, exclusief vakantiebijslag, bij een werkweek van 40 uur.

2.2.

Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf (hierna: "de cao") van toepassing.

2.3.

[verzoekster] exploiteert een onderneming die handelt in personenauto's en lichte bedrijfsauto's. Daarnaast drijft [verzoekster] groot- en kleinhandel in motorvoertuigen, motorvoertuigonderdelen en benodigdheden, gereedschappen en radioartikelen en verricht zij reparatie- en schadeherstelwerkzaamheden en glasherstel en glasvervangingswerkzaamheden.

2.4.

[verzoekster] heeft medio 2014 op grond van bedrijfseconomische redenen het UWV verzocht om toestemming voor ontslag van 12 werknemers, onder wie [verweerder]. Het UWV heeft deze verzoeken bij beschikkingen van 22 augustus 2014 afgewezen.

2.5.

[verzoekster] heeft vervolgens in oktober 2014 eenzijdig een Sociale Regeling opgesteld, op grond waarvan de werknemers die boventallig worden verklaard een beëindigingsvergoeding wordt aangeboden gebaseerd op de kantonrechtersformule onder toepassing van correctiefactor C=0,25, alsook een door [verzoekster] te financieren outplacementtraject.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekster] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van veranderingen in de omstandigheden, onder toekenning van een vergoeding van een bedrag van € 23.001,88 bruto en het outplacementtraject conform de Sociale Regeling van [verzoekster].

Zij voert daartoe aan dat er sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie, als gevolg waarvan de arbeidsplaats van [verweerder] per 1 januari 2015 komt te vervallen. [verzoekster] heeft ten aanzien van haar onderneming van 2011 tot en met 2016 de financiële resultaten respectievelijk prognoses overgelegd.

[verzoekster] stelt onder meer dat vanwege de economische crisis in combinatie met overheidsmaatregelen ter zake milieuclassificering en fiscale bijtelling, er een forse terugval in de verkoop van nieuwe auto's heeft plaatsgevonden. Daarnaast is er sprake van een daling van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden en de daarmee samenhangende verkoop van onderdelen en terugloop van omzet in schadeherstelwerkzaamheden. Ook heeft de omstandigheid dat Chevrolet zich heeft teruggetrokken uit de Europese markt invloed op de verkoopcijfers van [verzoekster], nu [verzoekster] verantwoordelijk was voor ongeveer 10% van de landelijke verkoop van Chevrolet.

[verzoekster] stelt dat het financiële resultaat van de onderneming sinds 2011 steeds dalende is geweest, maar dat zij het in 2012 en 2013 nog enigszins positief heeft kunnen beïnvloeden door kostenbesparende maatregelen en door in- en verkoop van een grote partij auto's. De prognose voor 2014 is echter dat de financiële resultaten zullen zakken tot een verlies van bijna € 900.000,00.

De bank waarbij [verzoekster] bankiert heeft aangegeven niet bereid te zijn om aan [verzoekster] additionele financieringen te verstrekken en heeft het account van [verzoekster] ondergebracht bij de afdeling Bijzonder Beheer, waarbij zij aandringt op afbouw van financiering.

[verzoekster] heeft een extern financieel adviseur (FBM) ingeschakeld, die berekend heeft welke personeelsbezetting voor de afzonderlijke activiteiten maximaal acceptabel is om nog een rendabele exploitatie te kunnen realiseren. Op grond van die berekening komt [verzoekster] tot de conclusie dat zeventien arbeidsplaatsen dienen te vervallen.

3.2.

Ten aanzien van de arbeidsplaats van [verweerder] heeft [verzoekster] het volgende gesteld. Op de afdeling Werkplaats Plaatwerkerij zijn thans in totaal een 11-tal medewerkers werkzaam: 2 monteur-plaatwerkers, 6 monteur-autospuiters (waarvan 1 leerling spuiter), 2 administratief medewerkers schade en 1 schademanager. [verzoekster] heeft besloten dat de functies monteurs-plaatwerkers geheel komen te vervallen en dat de plaatwerkwerkzaamheden voortaan zullen worden opgevangen door de 6 monteur-spuiters. [verzoekster] onderbouwt dit met het rapport van FBM. Nu [verweerder] als monteur-plaatwerker werkzaam is op de afdeling Werkplaats Plaatwerk/Schadeherstel en zijn functie geheel komt te vervallen, wordt hij voorgedragen voor ontslag. [verzoekster] onderbouwt haar keuze voor verval van de arbeidsplaats met het rapport van FBM.

3.3.

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan. [verweerder] concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid, omdat [verzoekster] onvoldoende gegevens heeft overgelegd, subsidiair tot afwijzing van het verzoek en meer subsidiair tot toekenning van een vergoeding van

€ 111.875,79 bruto. Samengevat betwist [verweerder] de bedrijfseconomische noodzaak van de reorganisatie en stelt hij dat [verzoekster] niet helder heeft onderbouwd welke ontslagcriteria zijn gehanteerd en welke functies onderling uitwisselbaar zijn. [verweerder] betwist dat hij als plaatwerker ingedeeld behoorde te worden. [verzoekster] heeft nagelaten een volledig personeelsoverzicht over te leggen en heeft niet inzichtelijk gemaakt hoeveel contracten voor bepaalde tijd er zijn en hoe deze zijn meegenomen in de reorganisatie.

4 De beoordeling

ontvankelijkheid

4.1.

De kantonrechter stelt voorop dat er geen beletsel bestaat om kennis te nemen van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer, ondanks dat [verzoekster] volgens [verweerder] niet alle gegevens heeft overgelegd. [verzoekster] heeft voldaan aan de vereiste gegevens zoals weergegeven in artikel 7:685 lid 4 BW. De kantonrechter acht [verzoekster] dan ook ontvankelijk in haar verzoek. Het eventueel ontbreken van gegevens kan overigens wel leiden tot een afwijzing van het verzoek.

bedrijfseconomische noodzaak

4.2.

Nog daargelaten het antwoord op de vraag of [verzoekster] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie, komt de kantonrechter tot het oordeel dat het ontbindingsverzoek dient te worden afgewezen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.3.

[verzoekster] heeft besloten tot reorganisatie over te gaan. [verzoekster] heeft geen adviesplichtig voornemen tot besluit neergelegd bij de Ondernemingsraad, aangezien deze niet is ingesteld. Overigens is het instellen van een Ondernemingsraad op grond van artikel 2 van de Wet op de Ondernemingsraden verplicht voor een onderneming indien daarin meer dan 50 werknemers werkzaam zijn, ook indien daarvoor bij het personeel geen animo bestaat. Bij minder dan 50 werknemers dient een personeelsvertegenwoordiging te worden ingesteld. Ook die is niet ingesteld.

Op grond van artikel 15 lid 2 van de cao is de werkgever die het voornemen heeft het bedrijf, waarin in de regel tenminste 20 personen werkzaam zijn, geheel of gedeeltelijk te sluiten en/of het personeelsbestand ingrijpend te reorganiseren, dan wel andere plannen dan een reorganisatie of gehele of gedeeltelijke sluiting heeft, verplicht de vakverenigingen in kennis te stellen en over een sociaal plan te spreken. [verzoekster] heeft een Sociale Regeling opgesteld. Ter zake van die Sociale Regeling heeft [verzoekster] geen vakbonden geraadpleegd.

Het ontbreken van een ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging en het niet-nakomen van de verplichtingen op grond van artikel 15 leden 2, 3 en 5 van de cao legt op [verzoekster] te meer de verplichting aan de kantonrechter inzicht te verschaffen in de door haar gemaakte keuzes bij de reorganisatie en hoe zij daarbij de cao in acht heeft genomen.

4.4.

Dit brengt de kantonrechter op het volgende. Op grond van artikel 16 van de cao dient werkgever de functie van werknemer in te delen en werknemer hierover te informeren. De indeling dient plaats te vinden op basis van het meest recente Handboek Functie-indeling voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, dat onderdeel uitmaakt van de cao. Bij deze functiewaardering dient te worden afgegaan op de werkelijke inhoud van de functie, de constateerbare werkzaamheden en verantwoordelijkheden.

Niet gebleken is dat de functies van de werknemers van [verzoekster] zijn ingedeeld volgens het handboek. [verzoekster] heeft niet, althans niet gemotiveerd, gesteld in welke functiefamilie en welke functiegroep van het Handboek Functie-indeling haar medewerkers vallen.

4.5.

[verzoekster] stelt dat [verweerder], net als één andere collega, als monteur plaatwerker werkzaam is op de afdeling plaatwerk/schadeherstel en dat deze functie geheel komt te vervallen omdat de werkzaamheden van de monteur-plaatwerkers zullen worden opgevangen door de monteur-spuiters. [verzoekster] heeft wat betreft het personeelsoverzicht ten aanzien van [verweerder] volstaan met een overzicht van het aantal plaatwerkers, spuiters, leerling spuiters, administratief medewerkers en schademanagers op de afdeling "Werkplaats Plaatwerk" vóór en ná reorganisatie.

4.6.

[verweerder] stelt echter dat hij geen plaatwerker is. Naast de- en montagewerkzaamheden leest hij tevens elektronische storingen aan voertuigen uit en hij kan en mag als enige op de afdeling schadeherstel autoruiten vervangen en repareren. [verweerder] stelt dat hij "autoschadetechnicus", althans "de- en montagemonteur" is en hij dus niet correct is ingedeeld.

4.7.

Nu [verweerder] betwist dat hij in de juiste functie is ingedeeld en [verzoekster] de functies niet heeft ingedeeld volgens het bij de cao behorende handboek, valt niet na te gaan of [verweerder] daadwerkelijk de functie van plaatwerker vervult en of zijn arbeidsplaats behoort te vervallen. Niet uitgesloten is immers dat [verweerder] door zijn werkzaamheden en verantwoordelijkheden niet als plaatwerker ingedeeld behoorde te worden, maar in een andere (in de cao genoemde) functie, waardoor het gehele personeelsoverzicht er anders uit zou zien. Dit laatste zou ook van invloed kunnen zijn op de afspiegeling.

4.8.

Nu niet is komen vast te staan dat [verzoekster] zijn personeel op de juiste wijze heeft ingedeeld in de verschillende functies conform de cao en nu een volledig overzicht van al het personeel en de daarbij behorende gegevens en functiewaardering ontbreekt, kan de kantonrechter niet controleren of [verzoekster] in redelijkheid tot de conclusie kon komen om [verweerder] voor ontslag voor te dragen. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de verzochte ontbinding dient te worden afgewezen.

4.9.

[verzoekster] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 december 2014.