Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7228

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-12-2014
Datum publicatie
03-01-2018
Zaaknummer
16-661588-14, 16-705103-14, 16-661917-13 (tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op 7 en 13 juni 2014 in Utrecht schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is en ziet geen aanleiding af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16-661588-14, 16-705103-14, 16-661917-13 (tul) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 december 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1963],

thans gedetineerd in het HvB te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.M. van Dam, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16-661588-14: op 13 juni 2014 een filiaal van Blokker te Utrecht heeft overvallen; en

16-705103-14: op 7 juni 2014 een filiaal van Zeeman te Utrecht heeft overvallen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 16-661588-14 ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging is van mening dat het onder 16-705103-14 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft de rechtbank dan ook verzocht om verdachte daarvan vrij te spreken. De modus operandi en de uiterlijke kenmerken van de dader zijn in dit geval onvoldoende om te kunnen bewijzen dat verdachte de persoon is geweest die deze overval heeft begaan.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1

Ten aanzien van 16-661588-14

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 16-661588-14 ten laste gelegde feit heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Het bewijs

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij werkzaam is bij een filiaal van Blokker te Utrecht. Op 13 juni 2014 zag ze een man bij de kassa staan. Ze zag dat hij een gieter of een plantenspuit in zijn handen had en is naar de kassa gelopen om hem te helpen. Zij heeft vervolgens het artikel gescand. Ze zag toen dat de man met zijn linkerhand een mes uit zijn rechtermouw haalde. Ze zag dat hij vervolgens met het mes in haar richting wees en naar voren kwam. Zij hoorde dat hij toen zei: ‘Ik wil de kassa inhoud, geef mij het geld’. De collega van aangeefster heeft toen de kassa geopend. De man pakte ook een schroevendraaier om de kassalades en geldboxen te forceren. De man heeft twee cashboxen meegenomen. Haar collega heeft vervolgens het laatste geld in het tasje gedaan en aan de man meegegeven. De man droeg een pet en een zwarte zonnebril.1

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij eveneens werkzaam is bij een filiaal van Blokker te Utrecht en dat zij op 13 juni 2014 en man binnen zag komen. Ze zag dat de man een schroevendraaier en een mes in zijn rechterhand hield. Hij greep haar, [slachtoffer 2], bij haar schouder, trok aan haar T-shirt en duwde haar het kassablok in. Zij hoorde dat de man zei: ‘Kassa open maken, nu! Snel!’ [slachtoffer 2] deed daarop een kassa open en deed geld in een tasje van Blokker. De man hielp haar met het vullen van het tasje. Toen [slachtoffer 2] de andere kassa open had en aan het leeghalen was, was de man bezig met de afroomboxen. Het lukte de man om de afroomboxen los te wrikken en in een grote tas te doen. [slachtoffer 2] schat dat de man tussen de 1.000 en de 1.500 euro heeft weggenomen.2

Getuige [getuige] heeft verklaard dat de persoon een blanke man was met een normaal postuur en met donkerblond haar.3

De man, verdachte, werd kort na de overval aangehouden. Zijn kleding is in beslag genomen. 45 Op straat werd nog een zwarte baseball pet aangetroffen, welke verdachte volgens een getuige was verloren.6 Voorts werd achter het betreffende filiaal van Blokker onder meer een zwarte rugtas aangetroffen.7 De kleding van verdachte bleek onder andere te bestaan uit donkere sportschoenen met een lichte zool en een zwarte pet voorzien van een licht logo van Puma. De rugtas was zwart van kleur, voorzien van lichtblauwe strepen op de schouderhengsels en een lichtblauwe lus aan de bovenzijde van de rugtas.8

Verdachte heeft verklaard dat hij voornoemde overval heeft gepleegd en dat de aangetroffen rugzak van hem was.9

Nadere overwegingen

Uit voorgaande leidt de rechtbank de volgende modus operandi af. Verdachte loopt een winkel binnen en doet zich voor als een potentiële klant door een product uit de winkel bij de kassa aan te bieden. Wanneer een winkelmedewerker het product wil scannen, haalt verdachte met zijn linkerhand een mes uit zijn rechtermouw. Vervolgens bedreigt verdachte de winkelmedewerker door het mes in zijn rechterhand te houden en daarmee te wijzen in de richting van de winkelmedewerker, teneinde het geld uit de kassa te bemachtigen.

Uit voorgaande leidt de rechtbank het volgende signalement van verdachte af: een blanke man met een normaal postuur, donkerblond haar, een zwarte baseball cap met een logo van het merk Puma, een zwarte zonnebril, donkere sportschoenen met een lichte zool en een zwarte rugtas, voorzien van lichtblauwe strepen op de schouderhengsels en voorzien van een lichtblauwe veter aan de bovenzijde van de rugtas.

4.4.2

Ten aanzien van 16-661588-14

De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 16-705103-14 ten laste gelegde feit heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Het bewijs

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij op 7 juni 2014 als winkelmedewerkster werkzaam was in een filiaal van Zeeman aan de [adres] te Utrecht. Zij zag een persoon bij de kassa, zag dat op de toonbank een rol snoep lag en wilde deze pakken om te scannen. Ze zag vervolgens dat de persoon een mes liet zien. Ze zag dat de persoon daarmee in haar richting wees. Zij hoorde dat de persoon tegen haar zei dat zij in negen seconden de kassa moest openen en dat hij haar anders zou neersteken. Aangeefster heeft vervolgens de kassa geopend. Op het moment dat de kassa open was deed de persoon een greep naar de kassa en haalde hij geld uit de kassa. Ze zag dat hij briefgeld uit de kassalade pakte. In totaal waren het vijf briefjes van twintig euro, zeven briefjes van tien euro en vijf briefjes van vijf euro.10

De beelden van de beveiligingscamera zijn door de politie bekeken. Op de beelden is een blank persoon te zien met bruin haar, zwarte pet met Puma logo, donkere sportieve zonnebril, donkere sportschoenen met lichte zolen en een zwarte rugzak voorzien van een lichtblauw ruitpatroon op de voorzijde, vermoedelijk veroorzaakt door een geluste blauwe veter. De man legt iets op de toonbank. Vervolgens is te zien dat de man met zijn linkerhand in zijn rechtermouw steekt. Daarna is te zien dat de man zichtbaar een mes in zijn rechterhand vast heeft en deze in de richting van de persoon achter de toonbank wijst. Tot slot is te zien dat de man met zijn bovenlichaam over de toonbank heen duikt en daarna in beide handen een stapel briefgeld en het mes vasthoudt.11

Door de politie is voormelde overval vergeleken met de overval op een filiaal van Blokker in Utrecht op 13 juni 2014, welk feit hiervoor onder 4.4.1 door de rechtbank is beschreven. De bij de overval op 13 juni 2014 op dat filiaal van Blokker door de verdachte gedragen pet, schoenen en rugtas vertonen zeer grote overeenkomsten met de pet, schoenen en rugtas welke werden gedragen door de persoon op de beelden van de overval op 7 juni 2014 op een filiaal van Zeeman.12

Nadere overwegingen

De rechtbank overweegt dat de modus operandi van de hiervoor onder 4.4.1 omschreven overval op een filiaal van Blokker in Utrecht, die verdachte heeft bekend, op essentiële punten overeenkomt met de modus operandi van onderhavige overval op een filiaal van Zeeman te Utrecht. De rechtbank wijst hierbij op het neerleggen van een artikel op de toonbank, het verstoppen van het mes in de rechtermouw, het tevoorschijn halen van het mes met de linkerhand en het overnemen van het mes in de rechterhand en het voorover buigen van verdachte over de toonbank. Ook het signalement van de dader van de hiervoor onder 4.4.1 omschreven overval op een filiaal van Blokker in Utrecht komt op essentiële punten overeen met het signalement van de dader van onderhavige overval op een filiaal van Zeeman in Utrecht. De rechtbank wijst hierbij op het dragen van een zwarte sportieve zonnebril, een zwarte pet met Puma logo, donkere schoenen met witte zolen en een zwarte rugtas met opvallende kenmerken. Dit alles in onderling verband en nauwe samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook de overval op de Zeeman in Utrecht heeft begaan.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

16-661588-14

op 13 juni 2014 te Utrecht, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (beiden medewerkster van de Blokker) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan Blokker, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] dreigend een mes en een schroevendraaier heeft getoond en

- die [slachtoffer 2] naar, althans in de richting van, het kassablok van de winkel heeft getrokken en geduwd en

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gezegd: ‘Kassa open maken nu, snel’, althans woorden van gelijke aard of strekking;

en

op 13 juni 2014 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en kassa-afroomboxen, toebehorende aan Blokker, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (beiden medewerkster van de Blokker), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] dreigend een mes en een schroevendraaier heeft getoond en

- die [slachtoffer 2] naar, althans in de richting van het kassablok van de winkel heeft getrokken en geduwd en

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gezegd: ‘Kassa open maken nu, snel’, althans woorden van gelijke aard of strekking;

16-705103-14

op 7 juni 2014 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een hoeveelheid geld (205 euro), toebehorende aan Zeeman Textiel, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3]

(medewerkster van Zeeman Textiel, filiaal [adres]), gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- in de winkel (filiaal [adres]) voor de kassa is gaan staan en zich heeft voorgedaan als klant die iets wilde afrekenen en

- vervolgens die [slachtoffer 1] een mes heeft getoond en (dreigend) heeft opgeheven in de richting van die [slachtoffer 1] en

- ( op dreigende toon) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij in negen seconden de kassa open moest maken, anders zou zij neergestoken worden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

16-661588-14: afpersing

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

16-705103-14: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een gevangenisstraf van maximaal twee tot drie jaren bepleit.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de feiten zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Het spreekt voor zich dat de gewapende overvallen voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring zijn geweest. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de gevoelens van onveiligheid die bij de slachtoffers in het bijzonder en bij de maatschappij in het algemeen door dergelijke feiten worden gewekt. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van een gewapende overval nog lange tijd angstgevoelens kunnen ondervinden. Dit blijkt te meer uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen. Met dit alles heeft de verdachte destijds kennelijk geen enkele rekening gehouden. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om op deze manier, ten koste van een ander, snel aan geld te komen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 24 juli 2014, waaruit blijkt dat verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor al dan niet gekwalificeerde diefstallen;

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies van Victas d.d. 4 september 2014, opgesteld door J. Mertens, reclasseringswerker, waarin wordt geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarbij is erop gewezen dat verdachte niet gemotiveerd is om mee te werken aan diagnostisch onderzoek. Ook wijst verdachte een klinische behandeling af en wordt door de reclassering de meerwaarde van een dergelijke behandeling betwijfeld na een recente positieve afronding van een verslavingsbehandeling in een hoog beveiligde verslavingskliniek. Verder wordt een reclasseringstoezicht met ambulante bijzondere voorwaarden niet geïndiceerd geacht, aangezien verdachte blijft recidiveren ondanks dat hij zich aan de bijzondere voorwaarden houdt.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is en ziet geen aanleiding af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen goederen moeten worden onttrokken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Onder verdachte zijn twee messen en een schroevendraaier in beslag genomen. Nu met behulp van deze voorwerpen het onder 16-661588-14 bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] geheel dienen te worden toegewezen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] dient voor wat betreft de materiële schade ook geheel te worden toegewezen. Voor wat betreft de immateriële schade dient de vordering van [slachtoffer 2] te worden toegewezen tot een bedrag van € 850,-, welk bedrag gelijk is aan de schadebedragen van de andere benadeelde partijen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. De benadeelde partij [slachtoffer 3] dient echter niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, omdat verdachte van dat feit moet worden vrijgesproken.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

10.3.1

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een bedrag van € 1.029,94 gevorderd als vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het onder 16-661588-14 ten laste gelegde feit, waarvan € 29,94 ter zake van materiële schade en € 1.000,- ter zake van immateriële schade.

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 16-661588-14 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.029,94 (duizendnegentwintig euro en vierennegentig cent), te weten € 29,94 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf het tijdstip van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

10.3.2

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een bedrag van € 850,00 gevorderd als vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het onder 16-661588-14 ten laste gelegde feit, ter zake van immateriële schade.

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 16-661588-14 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 850,00 (achthonderdvijftig euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf het tijdstip van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

10.3.3

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een bedrag van € 850,00 gevorderd als vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het onder 16-705103-14 ten laste gelegde feit, ter zake van immateriële schade.

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 16-705103-14 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 850,00 (achthonderdvijftig euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf het tijdstip van ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

11 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

11.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van 60 dagen ten uitvoer dient te worden gelegd.

11.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft benadrukt dat verlenging van de proeftijd ook tot de mogelijkheden behoort.

11.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de stukken bevindt zich de op 23 september 2014 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met parketnummer 16-661917-13, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 13 januari 2014 van deze rechtbank, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen met aftrek van voorarrest, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 60 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of zich niet heeft gehouden aan de hem gestelde bijzondere voorwaarden. Bij vonnis van 28 mei 2014 is de proeftijd met een jaar verlengd.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van 60 dagen te gelasten.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

13 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

16-661588-14: afpersing

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

16-705103-14: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

verklaart het bewezene strafbaar;

verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;

beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht;

verklaart – ten aanzien van 16-661588-14 – onttrokken aan het verkeer: twee messen en een schroevendraaier;

wijst – ten aanzien van 16-661588-14 – de vordering van [slachtoffer 2] toe tot € 1.029,94 (duizendnegentwintig euro en vierennegentig cent), waarvan € 29,94 ter zake van materiële schade en € 1.000,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 juni 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;

veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, aan de Staat

€ 1.029,94 (duizendnegentwintig euro en vierennegentig cent) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 dagen (de toepassing van die vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op);

bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

wijst – ten aanzien van 16-661588-14 – de vordering van [slachtoffer 1] toe tot € 850,00 (achthonderdvijftig euro), ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 juni 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;

veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, aan de Staat

€ 850,00 (achthonderdvijftig euro) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 17 dagen (de toepassing van die vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op);

bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

wijst – ten aanzien van 16-705103-14 – de vordering van [slachtoffer 3] toe tot € 850,00 (achthonderdvijftig euro), ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 juni 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;

veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, aan de Staat

€ 850,00 (achthonderdvijftig euro) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 17 dagen (de toepassing van die vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op);

bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

gelast – ten aanzien van 16-661917-13 – de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 13 januari 2014, namelijk: een gevangenisstraf van 60 (zestig) dagen.

Aldus gedaan door

mr. M.P. Glerum, voorzitter,

mrs. A.C. Schroten en A.R. Creutzberg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven-de Vries, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2014.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

16-661588-14

hij op of omstreeks 13 juni 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

(beiden medewerkster van de Blokker) heeft gedwongen tot de afgifte

van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan "Blokker", in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] dreigend een mes, althans een op een mes

gelijkend voorwerp, en/of een (grote) schroevendraaier, althans een op een

schroevendraaier gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] naar, althans in de richting van, het

kassablok van de winkel heeft getrokken en/of geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gezegd:"Kassa open maken nu,

snel", althans woorden van gelijke aard of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 13 juni 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een hoeveelheid geld en of een meer kassa-afroombox(en), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Blokker", in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan

en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld

tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (beiden medewerkster van de Blokker) ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] dreigend een mes, althans een op een mes

gelijkend voorwerp, en/of een (grote) schroevendraaier, althans een op een

schroeivendraaier gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] naar, althans in de

richting van het kassablok van de winkel heeft getrokken en/of geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gezegd:"Kassa open maken nu, snel",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

16-705103-14

hij op of omstreeks 07 juni 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een hoeveelheid geld (205 euro), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan Zeeman textiel, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld

en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3]

(medewerkster van Zeeman textiel filiaal [adres]), gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte

- in de winkel(filiaal [adres]) voor de kassa is gaan staan en/of zich

heeft voorgedaan als klant die iets wilde afrekenen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

heeft getoond en/of (dreigend) heeft opgeheven in de richting van die [slachtoffer 1]

en/of

(op dreigende toon) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij in negen seconden

de kassa open moest maken, anders zou zij neergestoken worden, althans woorden

van gelijke aard of strekking.

1 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1], opgenomen op pagina 55 van het proces-verbaal met nummer PL09-2014154408, van de politie Midden-Nederland, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 94.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, op pagina 43-45.

3 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 72.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 65-66.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 67.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 63.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 70.

8 Het proces-verbaal van aangifte van bevindingen, opgenomen op pagina 36 van het proces-verbaal met nummer PL0915-2014147370, van de politie Midden-Nederland, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 96.

9 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 december 2014.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], mede namens Zeeman Utrecht, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 8 genoemde proces-verbaal, pagina 10-12.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, pagina 25-27.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 8 genoemde proces-verbaal, pagina 36 (met in de bijlage foto’s, pagina 38-41).