Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:7186

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
UTR 14/7764
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De rechter doet uitspraak in een voorlopigevoorzieningenprocedure over een evenementenvergunning voor een ijsbaan. Het verzoek wordt afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 14/7764

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 december 2014 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

en

de burgemeester van de gemeente Amersfoort, verweerder.

Derde-partij: Stichting Eem on Ice, te Amersfoort

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van Stichting Eem on Ice (vergunninghouder) tot het verlenen van een vergunning voor het evenement WinterparadIJS gedurende de periode 28 november 2014 tot en met 4 januari 2015, waartoe behoort de exploitatie van een kunstijsbaan en een daaraan gekoppelde tijdelijke horecavoorziening (paviljoen), kleine kermis en wintermarkt, toegewezen. In de vergunning zijn een aantal vergunningvoorschriften opgenomen.

Verzoeker heeft op 24 november 2014 tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter op 26 december 2014 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond.

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3. Verzoeker voert aan dat de omwonenden van de ijsbaan ten onrechte vooraf niet in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze in te dienen, dat verweerder zonder deugdelijke belangenafweging een vergunning heeft verleend, en dat verweerder ten onrechte nog niet heeft beslist op zijn bezwaren. Verder voert verzoeker aan dat hij op eerste en tweede kerstdag ernstige geluidsoverlast heeft ervaren doordat de vergunninghouder een aggregaat heeft ingeschakeld waarvoor hij geen vergunning had. Verweerder heeft ten onrechte niet gecontroleerd of de vergunninghouder zich aan de vergunningvoorschriften houdt.

4. Hetgeen door verzoeker is aangevoerd levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende spoedeisend belang op. Verzoeker heeft zijn verzoek om een voorlopige voorziening pas in een zeer laat stadium ingediend. Het evenement is van start gegaan op 28 november 2014 en verzoeker heeft pas op 26 december 2014 zijn verzoek ingediend. Nu er kennelijk gedurende de eerste maand dat het evenement duurde geen reden was om een voorlopige voorziening in te dienen, acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat voor het resterende deel waar de vergunning op ziet, namelijk tot 4 januari 2015, wel sprake is van een spoedeisend belang in de zin van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

5. De stelling van verzoeker dat de vergunninghouder zich niet aan de vergunningvoorschriften heeft gehouden, doordat er tijdens de kerstdagen een aggregaat is ingeschakeld waarvoor geen vergunning is verleend levert evenmin een spoedeisend belang op. Dit ziet namelijk op handhaving van de vergunningvoorschriften, terwijl in deze procedure alleen het verlenen van de vergunning voor het evenement aan de orde is. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter hierover op dat zij telefonisch van verweerder heeft vernomen dat er op 30 december 2014 een geluidsmeting is verricht bij de ijsbaan. Daarbij is geconstateerd dat er een heater was geplaatst bij de horecagelegenheid, waardoor de geluidsnorm van 51 dBA werd overschreden. De heater is tijdens de controle verplaatst, en er zijn geluidswanden geplaatst, met als gevolg dat het gemeten geluidsniveau volgens verweerder nu op 45 dBA ligt, en daarmee binnen de norm valt.

6. Voor zover verzoeker naar voren heeft gebracht dat hij, en andere omwonenden niet de gelegenheid hebben gehad een zienswijze in te dienen alvorens de vergunning werd verleend, en dat verweerder zonder deugdelijke belangenafweging een vergunning heeft verleend, levert dit geen spoedeisend belang op. Dat verzoeker een beslissing op deze in bezwaar aangevoerde grond niet kan afwachten is niet gebleken. De stelling dat verweerder ten onrechte niet heeft beslist op zijn bezwaar levert evenmin spoedeisend belang op, reeds nu de beslistermijn nog niet is verstreken.

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 december 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.