Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6945

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-12-2014
Datum publicatie
13-01-2015
Zaaknummer
16-711935-11
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor ontucht, seksuele handelingen voor webcam, werkstraf 80 uur geheel voorwaardelijk met bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich laat behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/711935-11

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 december 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

Geboren op [1972] te [geboorteplaats],

Wonende te [adres] in [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R. Oude Breuil, advocaat te Enschede.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd. De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 13 oktober 2011 seksuele handelingen heeft verricht via de webcam en [slachtoffer ], die op dat moment jonger was dan 16 jaar, daar naar heeft laten kijken.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden en verwijst daarvoor naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Bewijsmiddelen1

Aangezien verdachte het tenlastegelegde heeft bekend, volstaat de rechtbank - met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering - met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

  • -

    Een geschrift, zijnde een aangifte van [slachtoffer ] van 8 november 2011 (pagina 22 tot en met 29);

  • -

    De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 28 november 2014.

De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

op 13 oktober 2011 in de gemeente [plaats] een persoon, te weten [slachtoffer ], geboren op [1998] waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft hij via MSN contact gelegd met voornoemde [slachtoffer ] en tegen die [slachtoffer ] gezegd dat hij 19 jaar was en voornoemde [slachtoffer ] gevraagd om hem ondeugende opdrachten te geven en zich voor de webcam ontkleed en voor de webcam met zijn hand heen en weer gaande bewegingen met zijn penis gemaakt en is hij vervolgens voor de webcam klaargekomen.

Voor zover in de tenlasteleggingen, met uitzondering van de aangehaalde tekst van verdachte, taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.

7 De strafbaarheid van verdachte

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte voor het door hem bewezen geachte feit wordt opgelegd een werkstraf van 80 uur geheel voorwaardelijk, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht met daarbij een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem worden gegeven door de reclassering, ook als dat inhoudt het meewerken aan behandeling bij forensische poli- en dagkliniek De Tender of een soortgelijke instelling en/of het meewerken aan het doen van nadere diagnostiek.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om een straf op te leggen conform de eis van de officier van justitie. De verdediging vraagt in het kader van de strafmaat wel rekening te houden met het feit dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim nu verdachte tijdens zijn verhoor als getuige een bekennende verklaring heeft afgelegd, waarbij hem niet de cautie is gegeven. Daarnaast verzoekt de verdediging om rekening te houden met het overschrijden van de redelijke termijn, het feit dat uit het rapport van De Tender blijkt dat verdachte enigszins verminderd ontoerekeningsvatbaar is en dat verdachte vrijwillig hulp heeft gezocht, wat geruime tijd geleden daadwerkelijk van start is gegaan.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft de destijds 13-jarige [slachtoffer ] via de webcam naar hem laten kijken terwijl hij zichzelf aftrok en klaar kwam. De verdachte heeft hierdoor de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer geschonden. Dit soort feiten kunnen grote impact hebben op jonge meisjes en kan op de lange termijn schade toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 oktober 2014 van verdachte, waaruit blijkt dat hij nog nooit eerder met politie of justitie in aanraking is geweest.

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van een reclasseringsrapportage d.d. 20 oktober 2014 waaruit blijkt dat er geen problemen zijn op vrijwel alle leefgebieden. Verdachte heeft op eigen initiatief hulp gezocht bij forensisch psychiatrische polikliniek De Tender en gaat elke week naar een zeden-dadergroep. Bij de kliniek wordt vermoed dat verdachte lijdt aan een stoornis in het autistisch spectrum. Dit is echter niet gediagnosticeerd en daarom zal de rechtbank hier geen rekening mee houden en verdachte volledig toerekeningsvatbaar verklaren. Uit het ter zitting door de verdediging overgelegde rapport psychologisch onderzoek opgesteld in oktober 2014 door De Tender blijkt dat wordt geadviseerd om verdachte een “vriendschap, relaties, intimiteit en seksualiteits”-training en behandeling binnen de zedengroep aan te bieden. De verdachte geeft ter zitting aan dat hij volledig achter dit advies staat en graag zijn behandeling wil voortzetten.

De rechtbank zal daarnaast bij het opleggen van de straf rekening houden met het feit dat het een strafbare gedraging uit 2011 betreft, die pas eind 2014 op zitting is aangebracht.

Daarnaast verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman dat sprake is van een vormverzuim. De verdachte heeft na het krijgen van de cautie, toen hij als verdachte werd gehoord, wederom bekennend verklaard. Daar komt bij dat verdachte ook ter terechtzitting een bekennende verklaring heeft afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim indien een persoon in eerste instantie slechts als getuige wordt gehoord en niet als verdachte wordt aangemerkt. Voorts is niet gesteld of gebleken dat verdachte hierdoor op enigerlei wijze, gezien de hiervoor vermelde bekentenissen, enig nadeel heeft ondervonden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte dient te worden opgelegd een werkstraf van 80 uur, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarbij als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de reclassering worden gegeven, ook als dat inhoudt het zich laten behandelen bij forensisch psychiatrische polikliniek De Tender of een soortgelijke instelling. Gelet op de reeds door de verdachte ingezette hulp, wordt een proeftijd van 2 jaar voldoende geacht om de verdere voortgang van deze hulpverlening te waarborgen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 248d van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Het bewezen verklaarde levert op zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 80 uur;

- Beveelt dat deze werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;

- Beveelt dat indien de verdachte de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, de vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

- Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt;

- Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

o Zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit;

o Ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o Medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde

o Zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem worden gegeven namens of door Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt dat veroordeelde zich onder begeleiding en behandeling zal stellen van forensische poli- en dagkliniek De Tender of een soortgelijke ambulante instelling.

- Draagt de reclasseringsinstelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Gerritse, voorzitter,

mrs. A.R. Creutzberg en J.P.M. Schwillens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 december 2014.

Mr. J.P.M. Schwillens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 13 oktober 2011 in de gemeente [plaats], in elk geval in het Arrondissement Utrecht, althans in Nederland, een persoon, te weten [slachtoffer ], geboren op [1998] waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd

van zestien jaren nog niet had bereikt met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft/is hij, verdachte via MSN contact gelegd met

voornoemde [slachtoffer ] en/of tegen die [slachtoffer ] gezegd dat hij 19 jaar was en/of voornoemde [slachtoffer ] gevraagd om ondeugende opdrachten te geven en/of zich voor de webcam ontkleed en/of voor de webcam met zijn hand heen en weer gaande bewegingen met zijn penis gemaakt en/of vervolgens voor de webcam klaargekomen

art 248d Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. PL0981 2011236699, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.