Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6847

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2014
Datum publicatie
18-12-2014
Zaaknummer
C/16/14/72-75-76 S
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft het faillissement Spyker Events & Branding B.V., Spyker N.V en Spyker Automobielen B.V. uitgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

locatie Lelystad

surseancenummer: C/16/14/72-75-76 S

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken op grond van artikel 242 van de Faillissementswet (“intrekking surseance alsmede faillietverklaring”)

In de zaak van

Mr. H. Pasman, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de voorlopige surseance van betaling van Spyker Events & Branding B.V., de naamloze vennootschap Spyker N.V. en de besloten vennootschap Spyker Automobielen B.V.,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

tegen

de besloten vennootschap

Spyker Events & Branding B.V.,

en

de naamloze vennootschap

Spyker N.V

en

de besloten vennootschap

Spyker Automobielen B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Edisonweg 2,

3899 AZ Zeewolde,

hierna gezamenlijk ook te noemen: Spyker,

advocaat: mr. J.M.L.C. Huisman-de Jong.

Het procesverloop

Bij beschikking van 28 oktober 2014 is aan Spyker Events & Branding voorlopig surseance van betaling verleend (surseancenummer C/16/14/72 S).

Bij beschikkingen van 2 december 2014 is aan Spyker N.V. en Spyker Automobielen B.V. voorlopig surseance van betaling verleend (surseancenummer C/16/14/75 S respectievelijk C/16/14/76 S).

De bewindvoerder heeft op 15 december 2014 aan de rechter-commissaris meegedeeld dat hij een verzoek doet tot intrekking van de surseances van Spyker. Middels een faxbericht aan de rechtbank heeft de bewindvoerder op 17 december 2014 dit verzoek geformaliseerd.

Ter zitting van 18 december 2014 is de zaak behandeld. Verschenen is de bewindvoerder, bijgestaan door zijn kantoorgenoot mr. J.R. van Faassen. Namens Spyker zijn verschenen de bestuurders [A] (hierna te noemen: [A]) en [B], bijgestaan door hun advocaat.

De beoordeling

Op grond van artikel 242, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) kan de

rechtbank op verzoek van onder meer de bewindvoerder de verleende surseance intrekken indien (zo luidt de 5e grond genoemd in deze bepaling) hangende de surseance de staat van de boedel zodanig blijkt te zijn dat handhaving van de surseance niet langer wenselijk is, of het vooruitzicht dat de schuldenaar na verloop van tijd zijn schuldeisers zal kunnen bevredigen, niet blijkt te bestaan. Artikel 242, tweede lid, Fw bepaalt dat de bewindvoerder indien zich dit geval voordoet, verplicht is de intrekking van de surseance te vragen.

De bewindvoerder heeft uitvoerig gemotiveerd dat de in artikel 242, eerste lid sub 5

Fw bedoelde situatie zich voordoet ten aanzien van de vennootschappen van Spyker. De bewindvoerder heeft daartoe – samengevat – aangevoerd dat de activiteiten al ruim twee maanden stil liggen en de werknemers werkloos thuis zitten. Alle vennootschappen verkeren in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De vennootschappen zijn dan ook technisch failliet en door het intrekken van de surseances en het uitspreken van de faillissementen wordt voorkomen dat de boedelschulden (met name huur en lonen c.a.) verder oplopen ten kosten van de overige crediteuren, aldus de bewindvoerder.

Namens Spyker heeft [A] deze stellingen ter zitting erkend. [A] heeft tevens

erkend dat de financier, met wie de afgelopen dagen de mogelijkheden van een ongesecuriseerde financiering (met gedeeltelijke subrogatie) van de preferente schulden en boedelkosten zijn onderzocht, zich na een gesprek met de bewindvoerder heeft teruggetrokken.

[A] heeft echter aangegeven nog steeds volop in onderhandeling te zijn met andere (buitenlandse) investeerders en geïnteresseerde kopers voor activa. Dit in verband met een geplande bond emissie van 75 miljoen euro en plannen om een fusie aan te gaan met een Amerikaanse vliegtuigfabrikant die voornemens is om onder de naam van Spyker vliegtuigen met elektrische motoren te gaan ontwikkelen/produceren. [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) heeft een openingsaanbod gedaan en zal de 35 werknemers willen overnemen, aldus [A]. [A] verwacht voor het weekend overeenstemming te bereiken over een voorstel waarbij [bedrijf] maandag een bedrag van circa € 700.000,00 overmaakt aan de bewindvoerder ter financiering van de preferente schulden en de boedelkosten tot medio januari 2015. [A] heeft in verband hiermee uitstel tot eind van dinsdagmiddag verzocht. Mocht op dat moment geen betaling op de rekening van de bewindvoerder hebben plaatsgevonden, dan zal Spyker zich neerleggen bij een dan onvermijdelijk faillissement. [A] heeft de stellige verwachting uitgesproken dat [bedrijf] bereid zal zijn om maandag een bedrag van € 700.000,00 naar de bewindvoerder over te maken, welk bedrag dan dinsdag aan het einde van de middag binnen zal kunnen zijn. Dit schept ruimte om verder te onderhandelen met [bedrijf], waardoor werkgelegenheid behouden zal kunnen blijven en onherstelbare schade aan de naam Spyker wordt voorkomen, dit alles aldus [A].

Met de bewindvoerder is de rechtbank van oordeel dat het namens Spyker verzochte

uitstel niet kan worden verleend. Gebleken is dat de diverse onderhandelingen met (buitenlandse) investeerders om te komen tot een herfinanciering van het Spyker concern tot nu toe nog niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Verschillende door de bewindvoerder en de belastingdienst gestelde deadlines zijn ondanks alle toezeggingen van Spyker niet gehaald.

Het bepaalde onder artikel 242, eerste lid aanhef en onder 5 Fw impliceert dat de

schuldenaar gedurende de surseance in staat dient te zijn lopende (betalings)verplichtingen te voldoen. Vast staat dat Spyker hiertoe niet in staat is, omdat er geen inkomsten zijn. De activiteiten van alle Spyker vennootschappen liggen al enige tijd stil en het personeel zit werkloos thuis. Gisteren zijn de salarissen van het personeel over de maanden oktober en november noodgedwongen betaald door het UWV.

De bond emissie waarbij € 75.000.000,00 beschikbaar zou komen, is (nog) niet

geslaagd. [A] heeft ter zitting weliswaar de voortgang van dat traject toegelicht, uitgelegd waarom dat traject zo tijdrovend is en gesteld dat hij gaat verlangen dat [naam] een voorschot op de eerste tranche van € 700.000,00 aan de bewindvoerder gaat betalen, maar dat neemt niet weg dat tot op heden geen enkele betaling heeft plaatsgevonden en het slagen van de bond emissie volgens de bewindvoerder nog volstrekt onzeker is.

De bewindvoerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het

standpunt dat van hem in de huidige situatie niet kan worden verlangd dat hij meewerkt aan een pre-pack-achtige-constructie met exclusieve verkoop van activa van Spyker (waaronder de merknaam) aan [bedrijf] voor de (onder allerlei voorwaarden) geboden twee miljoen euro. De bewindvoerder heeft op te komen voor de belangen van de gezamenlijke crediteuren en ook andere partijen dan [bedrijf] zullen de gelegenheid moeten krijgen om te bieden op de activa om een zo hoog mogelijke opbrengst te bereiken.

De stelling van [A] dat [bedrijf] zich realiseert dat niet alle door haar gestelde

voorwaarden haalbaar zijn en ook wel bereid is om meer te betalen dan de nu geboden twee miljoen euro, maakt - wat daar verder ook van zij - die situatie niet anders.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de aan Spyker

voorlopig verleende surseance van betaling dient te worden ingetrokken. Het verzoek van de bewindvoerder zal worden toegewezen.

Het loon van de bewindvoerder dient te worden vastgesteld zodra een daartoe

strekkend verzoek door de rechtbank is ontvangen.

Bij deze beslissing zal Spyker ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard, nu Spyker verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.

Beslissing

De rechtbank:

trekt in

de surseance van betaling, bij beschikking van deze rechtbank van 28 oktober 2014 voorlopig verleend aan de besloten vennootschap Spyker Events & Branding B.V.,

statutair gevestigd te Zeewolde, feitelijk gevestigd Edisonweg 2, 3899 AZ Zeewolde, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dossiernummer [nummer],

de surseance van betaling, bij beschikking van deze rechtbank van 2 december 2014 voorlopig verleend aan de naamloze vennootschap Spyker N.V. handelend onder de naam Spyker Cars, statutair gevestigd te Zeewolde, feitelijk gevestigd Edisonweg 2, 3899 AZ Zeewolde, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dossiernummer [nummer],

de surseance van betaling, bij beschikking van deze rechtbank van 2 december 2014 voorlopig verleend aan de besloten vennootschap Spyker Automobielen B.V.,

statutair gevestigd te Zeewolde, feitelijk gevestigd Edisonweg 2, 3899 AZ Zeewolde, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dossiernummer [nummer],

en verklaart voornoemde schuldenaren in staat van faillissement;

benoemt tot rechter-commissaris mr. R.F. van Aalst, lid van deze rechtbank, en

stelt aan tot curator mr. H. Pasman, advocaat te Utrecht;

verstaat dat conform artikel 248 lid 2, juncto artikel 14 van de Faillissementswet publicatie plaatsvindt in de Nederlandse Staatscourant;

geeft de curator last tot het openen van de aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen;

bepaalt dat het loon van de bewindvoerder zal worden vastgesteld nadat deze een daartoe strekkend voorstel heeft gedaan.

Gegeven op 18 december 2014 te 15.00 uur door mr. G.A.M. Peper, rechter.