Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6638

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-04-2014
Datum publicatie
12-12-2014
Zaaknummer
2689433 UC EXPL 14-511
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit auto. Ontbreken schriftelijke aanmaning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 2689433 UC EXPL 14-511 k/4081

Vonnis van 30 april 2014

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. V.L.J. van Wersch,

tegen:

1. de vennootschap onder firma

[gedaagden] V.O.F.,

gevestigd te [plaats],

2. [gedaagde 1], vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 2], vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats],

verder ook gezamenlijk te noemen de Autogroothandel,

gedaagde partij,

gemachtigde: L.H.A. Ploemen.

1 De procedure

Bij tussenvonnis van 26 februari 2014 is een comparitie van partijen gelast.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 23 april 2014. Hiervan is aantekening gehouden.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft na het maken van een proefrit op 13 april 2013 een Chevrolet Captiva (kenteken [kenteken]) van de Autogroothandel gekocht voor een bedrag van
€ 9.900,00.

Onder aan de overeenkomst staat onder meer: ‘De koper erkent en aanvaardt hierbij uitdrukkelijk dat alle risico’s van eventuele verborgen gebreken vanaf het sluiten van de overeenkomst voor zijn rekening komen. Op alle overeenkomsten en werkzaamheden van verkoper zijn de algemene voorwaarden, die op de achterzijde van deze overeenkomst zijn vermeld en gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Heerlen van toepassing.

2.2.

Tijdens een onderhoudsbeurt op 12 juni 2013 bij [A] Ede BV is na het uitlezen van de motorcomputer geconstateerd dat de distributiekettingen ernstig versleten waren. Bij een dergelijke storing behoort een waarschuwingslampje te gaan branden. Dit lampje bleek te zijn afgeplakt. Dit is ook geconstateerd door het bedrijf Motivetec bij wie [eiser] een second opinion heeft laten uitvoeren.

2.3.

Op 5 juli 2013 heeft [eiser] de Autogroothandel telefonisch geïnformeerd over hetgeen geconstateerd was.

2.4.

[eiser] heeft de auto op 2 augustus 2013 laten repareren door het bedrijf Carrec.

2.5.

[eiser] heeft de Autogroothandel op 2 augustus 2013 aangeschreven om de door hem gemaakte kosten te vergoeden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van de Autogroothandel om aan [eiser] te voldoen € 2.879,19 te vermeerderen met de wettelijke rente en € 412.92 aan buitengerechtelijke kosten en de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen ter opheffing van het door [eiser] geleden nadeel en voor recht te verklaren dat de algemene voorwaarden zijn vernietigd en voor recht te verklaren dat de Autogroothandel de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen en met veroordeling van de Autogroothandel in de proces- en nakosten.

3.2.

De Autogroothandel heeft verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiser] de auto als consument heeft gekocht. Derhalve is sprake van consumentenkoop en zijn de bijzondere wettelijke bepalingen aangaande consumentenkoop van toepassing.

4.2.

[eiser] heeft de auto gekocht om aan het verkeer deel te nemen en dit was de Autogroothandel bekend. Tussen partijen staat niet ter discussie dat met versleten distributiekettingen niet kan worden doorgereden zonder een ernstig risico op motorschade. Met de auto kon dus niet (verantwoord) gereden worden en daarmee beantwoordde de auto niet aan de overeenkomst als bedoeld in artikel 7:17 BW. De kantonrechter acht – rekening houdende met de gegevens over de verkoop van soortgelijke auto’s zoals door de Autogroothandel ingebracht – de verkoopprijs niet zodanig laag dat [eiser] op basis daarvan niet langer mocht verwachten dat hij een auto had gekocht waarmee hij verantwoord kon rijden of dat hij daarnaar nader onderzoek moest doen. Als het gebrek immers de Autogroothandel als professioneel verkoper bij controle niet is opgevallen, is er geen reden om aan te nemen dat [eiser] een (nog) verdergaand onderzoek had moeten doen.

4.3.

Het gebrek heeft zich binnen zes maanden na de koop van de auto geopenbaard en daarmee wordt op grond van artikel 7:18 lid 2 BW vermoed dat de auto op het moment van de koop niet aan de overeenkomst beantwoordde. De Autogroothandel heeft ook niet betwist dat de distributiekettingen reeds op het moment van de koop versleten moeten zijn geweest.

4.4.

Dit betekent dat de Autogroothandel op grond van artikel 7:21 lid 1 BW gehouden was tot herstel of vervanging. Daarbij is niet relevant dat de Autogroothandel ook zelf niet op de hoogte was van het gebrek ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst.

4.5.

[eiser] vordert thans evenwel geen herstel of vervanging, omdat hij het gebrek reeds door Carrec heeft laten repareren. Ingevolge artikel 7:21 lid 6 BW is [eiser] pas bevoegd deze kosten van herstel op de Autogroothandel te verhalen als hij de Autogroothandel eerst schriftelijk heeft aangemaand om binnen een redelijke termijn zelf het gebrek te herstellen. Partijen twisten over de vraag wat er tijdens het telefoongesprek van 5 juli 2013 is gezegd, maar vast staat wel dat [eiser] de Autogroothandel nooit schriftelijk heeft aangemaand. Dit betekent dat [eiser] in beginsel de herstelkosten niet op de Autogroothandel kan verhalen.

4.6.

Dit acht de kantonrechter in dit geval evenwel een te verregaande consequentie. Daartoe overweegt de kantonrechter dat de ratio achter voornoemd artikel tweeledig is. Ten eerste moet de verkoper in staat worden gesteld zelf te constateren of inderdaad sprake is van een gebrek. Ten tweede moet de verkoper in staat worden gesteld om het herstel zelf uit te voeren omdat dit meestal goedkoper zal zijn voor de verkoper. Vast staat dat [eiser] het gebrek wel voorafgaand aan het herstel, op 5 juli 2013 telefonisch aan de Autogroothandel heeft medegedeeld en dat de Autogroothandel nooit het bestaan van het gebrek heeft betwist. De Autogroothandel is dan ook niet in zijn belang geschaad om zich zelf van het gebrek te kunnen vergewissen. De Autogroothandel is wel in zijn belang geschaad om het gebrek zelf tegen lagere kosten te herstellen. Hiervoor bestaat geen rechtvaardiging. Dat voor een dergelijke schriftelijke aanmaning voorafgaand aan herstel door een derde geen plaats was, valt niet te rijmen met het feit dat [eiser] sinds de constatering van het gebrek door [A] nog een kleine twee maanden heeft gewacht met de reparatie. In die twee maanden had gemakkelijk een schriftelijke aanmaning aan de Autogroothandel kunnen worden verzonden met een redelijke termijn voor herstel. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] niet aan de eis van een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn voor herstel kan ontkomen door zijn vordering op artikel 6:74 BW te baseren, nu in artikel 6:82 BW ook de eis is neergelegd van een schriftelijke aanmaning waarin een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld.

4.7.

In het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de Autogroothandel te veroordelen tot vergoeding van uitsluitend die kosten van herstel die de Autogroothandel ook zelf had moeten maken als hij in de gelegenheid was gesteld dat herstel zelf uit te voeren. De Autogroothandel heeft ter comparitie verklaard dat dit het ongeveer € 1.000,00 zou hebben gekost en de kantonrechter zal hem dan ook tot betaling van dat bedrag veroordelen. Dat de schade groter is geworden doordat [eiser] na de constatering van het gebrek door [A] en de reparatie door Carrec nog 1000 km met de auto heeft gereden, is niet onderbouwd en blijkt ook niet uit de voorhanden zijnde gegevens.

4.8.

De Autogroothandel heeft ter comparitie verklaard geen beroep te willen doen op de clausule uit de koopovereenkomst als geciteerd onder 2.1. Voor zover dat anders zou zijn, slaagt het beroep van [eiser] – naar de kantonrechter begrijpt – op de nietigheid van die clausule. Immers, artikel 7:6 lid 1 BW bepaalt dat de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet kunnen worden beperkt of uitgesloten.

Daarnaast heeft [eiser] de kosten voor de constatering van het gebrek door [A] en Motivetec gevorderd. De kantonrechter zal de kosten van [A] toekennen als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Het gaat om een bedrag van € 93,78 incl. BTW. De kosten voor Motivetec zijn niet als redelijke kosten aan te merken, nu het gebrek toen al was vastgesteld en niet onderbouwd is waarom nog een second opinion nodig was en komen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter hanteert de bedragen inclusief BTW, aangezien [eiser] ter comparitie heeft aangegeven – en niet langer is weersproken – dat hij in privé de auto heeft gekocht en betaald ondanks dat de nota voldaan is door het bedrijf van zijn partner.

4.9.

De wettelijke rente over voornoemde kosten en de herstelkosten wordt toegewezen vanaf de respectieve data van opeisbaarheid, zoals gevorderd.

4.10.

Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [eiser] geacht geen zelfstandig belang meer te hebben bij toewijzing van de vordering tot wijziging van de gevolgen van de overeenkomst of een verklaring voor recht.

4.11.

[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden.

De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is – rekening houdend met het toe te wijzen bedrag aan hoofdsom – hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 150,00.

4.12.

Nu partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Om die reden zullen de nakosten worden afgewezen.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de Autogroothandel om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen
€ 1.243,78 met de wettelijke rente over € 1.093,78 vanaf de respectieve data van opeisbaarheid tot de voldoening;

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 april 2014.