Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6596

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
09-01-2015
Zaaknummer
C-16-350738 - HA ZA 13-624
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:4646, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij gemeente Utrecht werkzame personen worden op websites en in een huis-aan-huisblad beschuldigd van gesjoemel op het gebied van luchtkwaliteit. Weging grondrechten: vrijheid van meningsuiting versus eerbiediging persoonlijke levenssfeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/80
M en R 2015/40 met annotatie van F.C.S. Warendorf
Module Privacy en persoonsgegevens 2016/1132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/350738 / HA ZA 13-624

Vonnis van 17 december 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J. Bouter te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. F.M.W. van Tol te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] (eiser), [gedaagde sub 1] (gedaagde sub 1), [gedaagde sub 2] (gedaagde sub 2), [gedaagde sub 3] (gedaagde sub 3) en [gedaagden c.s.] (gedaagden gezamenlijk) worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 8 januari 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 26 augustus 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft zich toegelegd op (de gevolgen van) luchtverontreiniging in de stad Utrecht.

2.2.

[gedaagde sub 1] heeft vanaf 15 augustus 2006 tot half juli 2009 op basis van een overeenkomst van opdracht (via [BV]B.V.) werkzaamheden verricht voor de gemeente Utrecht in de functie van [functie]. [gedaagde sub 2] heeft vanaf 6 september 2005 tot januari 2011 op basis van een overeenkomst van opdracht (via [BV] B.V.) werkzaamheden verricht voor de gemeente Utrecht in de functie van [functie]. Vanaf januari 2011 is [gedaagde sub 2] in dienst van de gemeente Utrecht in dezelfde functie. [gedaagde sub 3] is in dienst van de gemeente Utrecht in de functie van [functie].

2.3.

[eiser] heeft in 2008 op websites en in een column van een huis‑aan‑huisblad

teksten geplaatst over het functioneren van [gedaagden c.s.] bij de gemeente Utrecht. De teksten bevatten ernstige feitelijke beschuldigingen en bijzonder krachtige waardeoordelen. [gedaagden c.s.] heeft naar aanleiding van de geplaatste teksten bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht een kort geding jegens [eiser] aanhangig gemaakt en gevorderd [eiser] te veroordelen de teksten te (doen) verwijderen en verwijderd te houden, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom. Het gaat om de volgende teksten (overgenomen uit het vonnis van de voorzieningenrechter; hierna: de teksten 2.2 tot en met 2.5):

“2.2. [eiser] heeft op 1 juni 2008 op de website www.[naam].nl en op 8 juni 2008 op zijn website www.[eiser].nl onder de titel “Boeventuig” – voor zover thans van belang – de navolgende tekst gepubliceerd:

"(…) De heren [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] kunnen er dus ongestraft een potje van maken, want niemand maakt ze wat. En daarom heb ik geen boodschap aan de opvatting van Wolfsen dat ik foute ambtenaren met rust moet laten. (…)

Als onze volksvertegenwoordigers en wethouders hun werk niet doen en het boeventuig kan op de bescherming van de burgemeester en het OM rekenen, dan zit er niets anders op dan [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] publiekelijk te kijk te zetten als een stel criminelen. (…)

Zijn [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] dan bedriegers? Ja, het zijn slechte mensen (…)

Wat de fraude van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] extra kwaadaardig maakt (…)

Waar [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] mee bezig zijn, valt volgens het strafrecht op zijn minst te kwalificeren als “dood door schuld” of “mishandeling”. Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid. Volgens de jurisprudentie is er sprake van opzet, omdat zij door hun frauduleuze onderzoek bewoners langs de Kinglaan, de Weg der VN en de Beneluxlaan willens en wetens aan het aanmerkelijke risico blootstellen van schade aan de gezondheid. Eigenlijk zou het nog het beste zijn te spreken van “mishandeling met voorbedachten rade”, want de heren hebben er lang over nagedacht en er heel bewust voor gekozen om die 2000 blootgestelden bij het 24 Oktoberplein uit de boekhouding weg te laten. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, zo staat in art 304 lid 4, kunnen ze tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld worden. Hoe eerder hoe beter, wat mij betreft.

[gedaagde sub 1], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] horen achter de tralies thuis. (…) Wij worden bestuurd door boeventuig en gewetenloze sukkels.

2.3.

Op 22 februari 2008 heeft [eiser] op zijn website www.[naam].nl en in het huis aan huis blad “[naam]” onder de titel “Ir. [gedaagde sub 1], luchtcoördinator van de gemeente Utrecht” en de subtitel “Portret van een witteboordencrimineel” – voor zover thans van belang – de navolgende tekst gepubliceerd:

“(…) Het college en de gemeenteraad fungeren in feite als een schild waarachter foute en corrupte ambtenaren ongestoord hun gang kunnen gaan. (…) En omdat ambtenaren daardoor niets van de politiek te vrezen hebben (en bovendien immuun zijn voor het strafrecht), zijn er ambtenaren die volledig ontsporen. Zoals ir. [gedaagde sub 1]. (…)

Wat [gedaagde sub 1] op landelijke en internationale congressen beweert over de kwaliteit van de lucht in Utrecht is op frauduleuze berekeningen gebaseerd en volstrekt hypocriet. (…)

Dat kunst- en vliegwerk bestaat uit frauduleus rekenwerk mbt achtergrondconcentraties en verkeersintensiteiten. En dat gebeurt onder het coördinerende toezicht van luchtcoördinator ir. [gedaagde sub 1].

Dat het VRU model dus absurde uitkomsten geeft, ligt niet aan dat model maar aan de leugenachtige input. (…)

Wie met luchtkwaliteitcijfers knoeit om de vervuiling minder erg voor te stellen (met de bedoeling meer “milieuruimte” voor parkeergarages en autoverkeer in de stad te berekenen) en bovendien weet dat dat ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid van met name kinderen en ouderen behoort achter de tralies te zitten. Het gaat immers gewoon om het veroorzaken van lichamelijk letsel (aandoeningen aan de luchtwegen) en zelfs van vroegtijdige dood. (…) Tussen het geknoei van [gedaagde sub 1] met luchtverontreinigingsberekeningen en de vroegtijdige dood van ouderen en de astma van kinderen bestaat evenzeer een oorzakelijk verband, (…)

(…), terwijl het bij [gedaagde sub 1] gaat om wat in het strafrecht “voorwaardelijke opzet” heet: [gedaagde sub 1] stelt door het opzettelijk knoeien met luchtkwaliteitscijfers dus willens en wetens, vooral kinderen en ouderen aan het aanmerkelijke risico bloot ziek te worden respectievelijk vroegtijdig te sterven als gevolg van luchtvervuiling. Een ander verschil is dat de gasinstallateur persoonlijk heeft zitten knoeien en dat [gedaagde sub 1] dat door ondergeschikten laat doen, zodat hijzelf schone handen houdt. Hij is een witteboordencrimineel, want of je nu zelf loopt te knoeien of je geeft opdracht om te knoeien, dat maakt natuurlijk niet uit. Sterker nog, het geldt in het strafrecht zelfs als strafverzwarend. [gedaagde sub 1] zit hoog in de hiërarchie en geeft, zoals dat heet “feitelijk leiding” aan lagere ambtenaren, die zich moeilijk aan zijn directieven kunnen onttrekken en daardoor min of meer gedwongen worden handelingen te verrichten (namelijk geknoei met intensiteiten en luchtverontreinigingscijfers) die tegen het leven zijn gericht. En dat voor de voorzitter van een plaatselijke afdeling van de ChristenUnie.”

2.4.

Op 5 juni 2008 heeft [eiser] op zijn website www.[eiser].nl onder de titel “De meeloper” en de subtitel “De volgzame ambtenaar die “slechts zijn plicht doet” is geen slapjanus maar een gevaarlijke egoïst” – voor zover thans van belang – de navolgende tekst gepubliceerd:

“Veel ambtenaren blijken er weinig moeite mee te hebben om loyaal mee te werken aan regelontduiking, bedrog en discriminatie als de overheid dat van ze verwacht. In Utrecht worden de cijfers over luchtkwaliteit bij elkaar gelogen, (…)

Daarom moeten we ervoor zorgen dat meelopen niet loont, dat de kosten de baten overstijgen. Tegenover peer group pressure moet publiekelijke verachting staan. (…) Ambtenaren die met cijfers knoeien om hun superieuren te behagen, die misleidende informatie geven, zich onheus gedragen tegen het publiek, helpen om de regels te ontduiken, die moeten uit de veilige anonimiteit gehaald worden, zodat ook hun buren en vrienden kunnen zien wat ze andere mensen en de gemeenschap aandoen. Dat zet meer zoden aan de dijk dan niet integer gedrag te melden bij het college en de burgemeester, want die stimuleren dat gedrag juist.”

2.5.

Op 19 maart 2008 heeft [eiser] op zijn website www.[eiser].nl onder de titel “De gemeenteraad en de Euthanasielaan” en de subtitel “Bejaarden die langs de Euthanasielaan (M.L. Kinglaan) wonen worden door het autoverkeer vergast. Het raakt onze gemeenteraadsleden allemaal niet.” – voor zover thans van belang – de navolgende tekst gepubliceerd:

“(…) En als onze christelijke ir. [gedaagde sub 1], luchtcoördinator en managing director van [BV], die niet wil vertellen welk tarief hij als externe geldwolf de gemeente in rekening brengt, niet in [woonplaats] zou wonen maar op de Brucknerlaan, zouden ze dan ook de “blootgestelden” op de Brucknerlaan bij het salderen over het hoofd hebben gezien? (…)

Nu kritische burgers zijn leugenachtige sommetjes narekenen en in de gaten houden, komt hij voor 2010 uit op 59 microgram/m3 (ver boven de norm). (…)”

2.4.

Bij vonnis in kort geding van 30 juli 2008 heeft de voorzieningenrechter [eiser] bevolen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis de teksten 2.2 tot en met 2.5 te (doen) verwijderen en verwijderd te houden en een nader in het dictum omschreven rectificatie op de openingspagina’s van de websites www.[naam].nl en www.[eiser].nl te plaatsen en drie maanden geplaatst te houden, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag aan de eisers [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3], tot een maximum van € 10.000,00 per eiser.

2.5.

Op 8 september 2008 heeft de deurwaarder [eiser] aangezegd dat hij in gebreke was gebleven om aan de inhoud van dat vonnis te voldoen en [eiser] bevel gedaan om binnen twee dagen de over de periode van 7 augustus 2008 tot en met 31 augustus 2008 verbeurde dwangsommen van een totaal van € 7.200,00 en de explootkosten te betalen. [eiser] heeft aan dit bevel niet voldaan.

2.6.

[eiser] heeft bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht een kort geding jegens [gedaagden c.s.] aanhangig gemaakt en gevorderd te bevelen de executie van het vonnis in kort geding van 30 juli 2008 te staken en gestaakt te houden en (subsidiair) de verbeurde dwangsommen te matigen. Bij vonnis in kort geding van 5 november 2008 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van [eiser] afgewezen.

2.7.

[eiser] heeft van beide vonnissen in kort geding hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest in kort geding van 12 januari 2010 het vonnis in kort geding van 30 juli 2008 vernietigd voor zover [eiser] is veroordeeld tot het op straffe van verbeurte van een dwangsom verwijderen van de tekst 2.4 en de in tekst 2.5 aangehaalde titel “De gemeenteraad en de Euthanasielaan” en subtitel “Bejaarden die langs de Euthanasielaan (M.L. Kinglaan) wonen worden door het autoverkeer vergast. Het raakt onze gemeenteraadsleden allemaal niet.” en dit vonnis voor het overige bekrachtigd. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest in kort geding van 12 januari 2010 het vonnis in kort geding van 5 november 2008 bekrachtigd. De Hoge Raad heeft bij arrest van 30 september 2011 het cassatieberoep van [eiser] tegen het eerstgenoemde arrest in kort geding van 12 januari 2010 verworpen met toepassing van artikel 81 RO.

2.8.

[gedaagden c.s.] maakt aanspraak op € 30.000,00 aan verbeurde dwangsommen, het maximale bedrag aan dwangsommen dat uit hoofde van het vonnis in kort geding van 30 juli 2008 kan worden verbeurd. Van dit bedrag stond per 26 augustus 2014, de datum waarop de comparitie van partijen werd gehouden, nog € 22.636,00 open. Het verschil van beide bedragen is door inhouding van € 120,00 per maand op het AOW-inkomen van [eiser] geïncasseerd.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert, na vermindering van eis, samengevat:

I. voor recht te verklaren dat de teksten 2.2, 2.3 en 2.5 (hierna: de teksten) niet onrechtmatig zijn (geweest) jegens [gedaagden c.s.],

II. voor recht te verklaren dat de executie van het vonnis in kort geding van 30 juli 2008 en het naar aanleiding van dat vonnis gewezen arrest in kort geding van 12 januari 2010 onrechtmatig is (geweest) en:

- te bepalen dat de geëxecuteerde dwangsommen onrechtmatig zijn,

- te bepalen dat [gedaagden c.s.] primair per de datum van het te wijzen vonnis, subsidiair binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis en meer subsidiair per een in goede justitie vast te stellen datum de executie van de dwangsommen beëindigt en

- te bepalen dat [gedaagden c.s.] aansprakelijk is voor de schade die [eiser] door de executie van de dwangsommen heeft geleden, op te maken bij staat,

III. [gedaagden c.s.] hoofdelijk te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis alle betaalde dwangsommen terug te betalen, met rente,

IV. [gedaagden c.s.] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten en tot betaling van nakosten.

3.2.

[gedaagden c.s.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3.

[gedaagden c.s.] vordert, samengevat:

I. voor recht te verklaren dat [eiser] jegens [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] onrechtmatig heeft gehandeld althans jegens hen aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad,

II. [eiser] te verbieden de namen van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in publieke uitingen te gebruiken en te verbieden zich publiekelijk over werkzaamheden, bezigheden, adviezen, rapporten of (andere) activiteiten van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] uit te laten, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per persoon voor iedere keer en voor iedere dag dat [eiser] daaraan niet voldoet, met een maximum van € 50.000,00 per eiser,

III. [eiser] te veroordelen tot betaling van proceskosten en tot betaling van nakosten.

3.4.

[eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

[eiser] legt aan zijn vordering sub I samengevat het volgende ten grondslag.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat blootstelling aan fijnstof dat is veroorzaakt door gemotoriseerd verkeer de kans op voortijdig overlijden van mensen significant vergroot. Ook stikstofdioxide is gevaarlijk voor de volksgezondheid. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben als belangrijkste luchtkwaliteitsdeskundigen bij de gemeente Utrecht willens en wetens naar te lage concentraties fijnstof en stikstofdioxide toegerekend zodat de concentraties voldeden aan milieueisen voor het realiseren van verkeersplannen en ruimtelijke plannen en de gemeente Utrecht daardoor dergelijke plannen kon realiseren en realiseerde (hierna: het schoonrekenen). [eiser] heeft het recht deze misstanden aan de kaak te stellen, hetgeen hij met de teksten heeft gedaan. Die teksten bevatten weliswaar ernstige feitelijke beschuldigingen van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] en bijzonder krachtige waardeoordelen over hen, maar dat is toelaatbaar, mede gelet op het feit dat zij destijds invloedrijke overheidsfunctionarissen waren.

4.2.

[gedaagden c.s.] betoogt dat [eiser] misbruik maakt van zijn procesrecht en daarom niet kan worden ontvangen in zijn vorderingen, omdat de vraag of de teksten onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.] zijn al uitgebreid aan de orde is geweest in diverse procedures in kort geding en onherroepelijk in kort geding is beantwoord. De rechtbank volgt dit betoog niet. Aan een vonnis in kort geding komt geen gezag van gewijsde toe. Dit wordt niet anders indien, zoals in dit geval, het vonnis in kort geding in hoger beroep (grotendeels) is bekrachtigd en een cassatieberoep tegen het arrest in hoger beroep is verworpen. Een vonnis in kort geding bevat slechts voorlopige oordelen. [eiser] maakt dan ook geen misbruik van zijn procesrecht door in een bodemprocedure een definitief oordeel te vragen over de (on)rechtmatigheid van de teksten jegens [gedaagden c.s.]

4.3.

[eiser] heeft, anders dan [gedaagden c.s.] betoogt, ook voldoende belang bij de door hem gevorderde verklaring voor recht dat de teksten niet onrechtmatig zijn (geweest) jegens [gedaagden c.s.] [eiser] heeft het recht misstanden publiekelijk aan de kaak te stellen en door hem in dat verband gepubliceerde teksten, waarvan de rechtmatigheid ter discussie wordt gesteld, ter toetsing aan de rechter voor te leggen. Het door [gedaagden c.s.] aangevoerde feit dat [eiser] hem opzettelijk heeft beledigd om tot de gemeente Utrecht door te kunnen dringen, doet aan het voorgaande niet af; de vraag of [eiser] met de teksten over de schreef is gegaan, komt eerst bij de inhoudelijke toetsing aan de orde.

4.4.

Het gaat in deze zaak inhoudelijk om een botsing van twee fundamentele rechten: het recht van [eiser] op vrijheid van meningsuiting op grond van artikel 7 van de Grondwet (Gw) en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) tegenover het recht van [gedaagden c.s.] op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, waaronder bescherming van eer en goede naam, op grond van artikel 10 Gw en artikel 8 EVRM. Bij een afweging van beide rechten moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. Het oordeel dat een van beide rechten, na weging van alle omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht brengt mee dat de inbreuk op het andere recht gerechtvaardigd is. Dit betekent dat in het geval de rechtbank oordeelt dat het recht van [eiser] zwaarder weegt dan het recht van [gedaagden c.s.], de teksten niet onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.] zijn. In het geval het recht van [gedaagden c.s.] zwaarder weegt, zijn de teksten wel onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.]

4.5.

Uit de gedingstukken blijkt dat [eiser] een verontruste burger is die betrokken is bij het onderwerp luchtkwaliteit in de stad Utrecht en erg ontevreden is over de wijze waarop de gemeente Utrecht met dit onderwerp omgaat. [eiser] is in beginsel vrij om die ontevredenheid en zijn mening over het schoonrekenen publiekelijk te uiten. De mate waarin [eiser] het schoonrekenen publiekelijk als waarheid mag presenteren en de bewoordingen die hij daarbij mag gebruiken, hangen met name af van de mate waarin [eiser] het schoonrekenen feitelijk kan onderbouwen in samenhang met de mate waarin de posities van de personen die [eiser] als verantwoordelijken aanwijst, openbaar zijn. Voor personen die (meer) openbare posities hebben gelden in de regel ruimere grenzen van door hen te dulden kritiek en de onderbouwing daarvan, dan voor personen die een dergelijke positie niet hebben (hierna aan te duiden met “individuele burgers”).

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat in het kader van de onderhavige beoordeling [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als individuele burgers moeten worden aangemerkt. Het enkele feit dat zij destijds werkzaamheden verrichtten die direct of indirect van invloed waren op door (bestuursorganen van) de gemeente Utrecht te nemen besluiten, betekent, anders dan [eiser] kennelijk meent, nog niet dat hen een (meer) openbare positie moet worden toegedicht. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] waren, zo hebben zij onbetwist gesteld, ook niet primair verantwoordelijk voor (de uitkomst van) hun werkzaamheden, het opstellen van adviezen en rapporten over luchtkwaliteit ([gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3]) dan wel het coördineren op het gebied van luchtkwaliteit ([gedaagde sub 1]); zij werden aangestuurd en inhoudelijk gevoed door anderen en moesten verantwoording afleggen bij anderen.

4.7.

De teksten bevatten ernstige feitelijke beschuldigingen; [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] worden een aantal malen beticht van schoonrekenen. Die beschuldigingen moeten, alleen al omdat zij zijn gericht op individuele burgers en met grote stelligheid worden gepresenteerd, door [eiser] kunnen worden bewezen. In het geval [eiser] dat niet kan, moet ervan worden uitgegaan dat de beschuldigingen niet waar zijn en dient het recht van [gedaagden c.s.] op respect voor zijn privéleven zwaarder te wegen dan het recht van [eiser] op vrijheid van meningsuiting. Het recht op vrijheid van meningsuiting reikt immers niet zo ver dat individuele burgers publiekelijk zonder valide grond met grote stelligheid kunnen worden beschuldigd, laat staan met bijzonder krachtige waardeoordelen zoals [eiser] die in de teksten heeft gegeven. De rechtbank acht hierbij met name van belang dat [gedaagden c.s.] onbetwist heeft gesteld dat de beschuldigingen een grote impact hebben op zijn privéleven. In het geval dat [eiser] de beschuldigingen wel kan bewijzen, dient het recht van [eiser] op vrijheid van meningsuiting zwaarder te wegen. [eiser] mag als verontruste burger door hem ontdekte en aantoonbare misstanden op niet mis te verstane wijze publiekelijk aan de kaak stellen, ook als de misstanden zijn veroorzaakt door individuele burgers. Van een ongeoorloofde inbreuk op het recht van [gedaagden c.s.] is dan geen sprake.

4.8.

De bewijslast van [eiser] bestaat uit twee delen: het bewijs dat [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] te lage concentraties fijnstof en stikstofdioxide hebben berekend en het bewijs dat zij dat willens en wetens hebben gedaan om het realiseren van verkeersplannen en ruimtelijke plannen mogelijk te maken. [eiser] heeft bij dagvaarding uiteengezet wat er volgens hem allemaal schort aan de wijze waarop de gemeente Utrecht met de luchtkwaliteit, met name in relatie tot het opstellen en realiseren van plannen, is omgegaan. Hij spreekt daarbij in het bijzonder over de luchtkwaliteit op en nabij de Dominee Martin Luther Kinglaan en de Weg der Verenigde Naties en in het gebied van het Centraal Station. Sterk samengevat - de dagvaarding beslaat 185 pagina’s - gaat het [eiser] onder meer om de volgende punten:

  • -

    Anders dan de gemeente Utrecht beweert, kan de concentratie fijnstof wel worden verlaagd door lokale factoren en gemeentelijk beleid. De antropogene fijnstof langs stadswegen kan immers tot 45% van de totale concentratie fijnstof bedragen.

  • -

    De gemeente Utrecht wist al in 2006 dat in 2010 niet aan de vastgestelde grenswaarde voor stikstofdioxide zou worden voldaan.

  • -

    De gemeente Utrecht wist dat de verslechtering van de luchtkwaliteit door de realisering van de plannen voor het Centraal Station niet zou kunnen worden gecompenseerd door de maatregelen “milieuzonering” en “verschoning van de bussen”. Deze maatregelen en de uitvoering daarvan waren (en zijn) bovendien gebrekkig; veel variabelen zijn uit de duim gezogen.

  • -

    De gemeente Utrecht wist door een RIVM-rapportage al lang en breed dat de maatregelen van Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht (ALU) 2006 niet tot verbetering van de luchtkwaliteit hebben geleid. Desondanks werd in het ontwerp-ALU 2008 wel het tegendeel beweerd.

  • -

    Het parkeerbeleid zou worden aangescherpt, een belangrijke maatregel om het autoverkeer terug te dringen. De gemeente Utrecht wist dat dit niet zou gebeuren; er zijn juist veel meer parkeermogelijkheden in het stationsgebied gecreëerd.

  • -

    De reconstructie van wegen naar Jaarbeurs en Hoog Catharijne en de realisering van de fly-over van het 24 Oktoberplein zouden de luchtkwaliteit bevorderen. De gemeente Utrecht wist dat dit niet zo was. De capaciteit van het wegennet werd immers juist aanzienlijk uitgebreid, met meer verkeer en dus meer antropogene fijnstof tot gevolg.

  • -

    Bij de jaarrapportage 2006 is uitgegaan van lagere verkeersintensiteiten voor belangrijke wegvakken dan bij de jaarrapportage 2003, terwijl het verkeer landelijk elk jaar met 2% toeneemt en de stad Utrecht groeit. Dit kan niet juist zijn. Voor de snelheidstyperingen geldt hetzelfde. De snelheidstyperingen zijn bovendien gebrekkig vastgesteld. Bij de opstelling van de jaarrapportage 2006 is een onjuist berekeningsprogramma gebruikt met als gevolg vaststelling van te lage stikstofdioxide-emissies.

  • -

    De voor het ontwerp-ALU 2008 gebruikte verkeersintensiteiten zijn veel lager dan de verkeersintensiteiten voor de gelijktijdig opgestelde Geactualiseerde Luchtrapportage Woon‑winkelblok Vredenburg-Noord. Voor het verschil is geen serieus argument gegeven.

  • -

    De afstand van de wegas tot het rekenpunt is gedurende lange tijd in strijd met de regelgeving vastgesteld, waardoor concentraties fijnstof en stikstofdioxide te laag zijn vastgesteld in diverse rapportages.

  • -

    De bejaarde bewoners van tehuizen aan de Dominee Martin Luther Kinglaan zijn destijds ten onrechte niet meegerekend als personen die bij realisering van de fly‑over van het 24 Oktoberplein zullen worden blootgesteld aan fijnstof en stikstofdioxide. Dit om de plansituatie gunstig bij de autonome situatie te laten afsteken.

4.9.

Ook als [eiser] gelijk heeft in die zin dat er destijds fouten zijn gemaakt op het gebied van de luchtkwaliteit waardoor te lage concentraties fijnstof en stikstofdioxide zijn berekend en dat die fouten op het conto van [gedaagden c.s.] moeten worden geschreven, dan nog heeft [eiser], zeker in het licht van het verweer van [gedaagden c.s.], onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagden c.s.] (zoals [eiser] stelt) die fouten willens en wetens heeft gemaakt met het oogmerk het realiseren van verkeersplannen en gemeentelijke plannen mogelijk te maken, laat staan dat daaruit kan worden afgeleid dat [gedaagden c.s.] (zoals [eiser] met zijn bewoordingen ‘fraude’, ‘boeventuig’, ‘foute en corrupte ambtenaren’ en ‘geldwolf’ suggereert) zulks deed om zichzelf te bevoordelen. Dat oogmerk volgt ook niet uit het door [eiser] gestelde feit dat sommige fouten (volgens hem) erg in het oog springen en/of onverklaarbaar zijn.

4.10.

Het voorgaande brengt mee dat ervan moet worden uitgegaan dat de in de teksten geuite beschuldigingen niet waar zijn en dat bijgevolg (zie rechtsoverweging 4.7) het recht van [gedaagden c.s.] op respect voor zijn privéleven, waaronder bescherming van eer en goede naam, zwaarder dient te wegen dan het recht van [eiser] op vrijheid van meningsuiting. De teksten zijn dan ook onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.] De vordering sub I van [eiser] moet om die reden worden afgewezen.

4.11.

Ook de vorderingen sub II en sub III van [eiser] moeten worden afgewezen. Naar geldend recht zijn dwangsommen blijvend verbeurd indien de verbeurte (zoals hier het geval is) berust op een onherroepelijk kortgedingvonnis. Daarbij is in beginsel de uitkomst van een bodemgeding in het desbetreffende geschil niet relevant. Voor zover [eiser] heeft beoogd te stellen dat dat beginsel hier uitzondering leidt, heeft hij onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die zijn stelling rechtvaardigen. Ook overigens is niet gebleken dat de executie van het vonnis in kort geding van 30 juli 2008 en het naar aanleiding van dat vonnis gewezen arrest in kort geding van 12 januari 2010 onrechtmatig is (geweest).

4.12.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden c.s.] worden begroot op:

- griffierecht € 274,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.178,00

in reconventie

4.13.

[gedaagden c.s.] heeft aan zijn vorderingen sub I en sub II het volgende ten grondslag gelegd. [eiser] handelt al jaren onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.] door eerst de teksten in 2008 te publiceren en daarna de pers op de hoogte te houden van de tussen partijen gevoerde procedures waardoor de namen van [gedaagden c.s.] steeds publiekelijk worden genoemd. Het gevolg hiervan is dat [gedaagden c.s.] reputatieschade heeft geleden en lijdt.

4.14.

De rechtbank wijst de vorderingen af. Zonder deugdelijke toelichting, die niet is gegeven, valt niet in te zien dat [eiser] onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.] heeft gehandeld (en handelt) door de pers op de hoogte te houden van de tussen partijen gevoerde procedures waardoor de namen van [gedaagden c.s.] steeds publiekelijk worden genoemd. [eiser] heeft wel, zoals uit de overwegingen in conventie blijkt, onrechtmatig jegens [gedaagden c.s.] gehandeld door de in conventie in geding zijnde teksten (in 2008) te publiceren. Dit biedt echter onvoldoende grond voor toewijzing van het sub II gevorderde, aan [eiser] op te leggen algemene verbod om de namen [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in publieke uitingen te gebruiken en om zich over hun werkzaamheden et cetera publiekelijk uit te laten. Per geval zal zorgvuldig moeten worden afgewogen of [eiser] bij de uitoefening van zijn recht op vrijheid van meningsuiting over de schreef is gegaan.

4.15.

Ook de gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen, nu deze betrekking heeft op het geheel van de onder 4.13 omschreven handelingen van [eiser] en die handelingen wel gedeeltelijk, maar niet in hun geheel als onrechtmatig zijn aan te merken, zoals onder 4.14 overwogen.

4.16.

[gedaagden c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 452,00 (2,0 punten x factor 0,5 x tarief € 452,00) aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden c.s.] tot op heden begroot op € 1.178,00,

5.3.

veroordeelt [eiser], onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagden c.s.] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt [gedaagden c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 452,00,

5.7.

veroordeelt [gedaagden c.s.], onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.8.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans en mr. C.A. Peterzon, bijgestaan door mr. H.G. van Soolingen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2014.1

1 type: HvS 4206 coll: